Nefit CM10 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Nefit CM10 (24 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarming. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 25 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Nefit CM10 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag


Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Nefit
Categorie: Verwarming
Model: CM10

Handleiding Nefit CM10 – volledige tekst

Er is bijzondere aandacht geschonken aan gebruiksvriendelijkheid.Belangrijke algemene toepassingsaanwij-zingenVoor een veilig, economisch en milieuvriende-lijk gebruik van de modulerende cascaderege-laar CM10 raden wij u aan de voorschriften in deze installatie- en gebruikers-instructie in acht te nemen.Montage en eventuele reparaties mogen alleen door erkende installateurs worden uitgevoerd.Gebruik het apparaat alleen in combinatie met de toebehoren die in de installatie- en gebrui-kers-instructie zijn aangegeven. Gebruik andere toebehoren alleen dan, wanneer deze uitdrukkelijk voor de voorziene toepassing zijn bestemd en prestaties en veiligheidseisen niet nadelig worden beïnvloed.Technische wijzigingen voorbehouden!De fabrikant werkt continu aan verbetering van haar producten. Wijzigingen in figuren, tekst en technische gegevens zijn dus mogelijk.

Cascaderegelaar CM10 • 7164 9200 (2013/07) 3Inhoudsopgave1 Leveringsomvang. 41. 1 Overige componenten. 42 Algemeen. 53 Werking van de CM10. 63. 1 Regelprincipe. 63. 2 Sturing systeempomp. 83. 3 Vorstbewaking. 83. 4 Automatische schakelvolgorde. 83. 5 Wachttijd voor het inschakelen van het tweede cv-toestel. 93. 6 Warmwatervoorziening. 93. 7 Storingssignalering op afstand via het storingsrelais. 93. 8 Extern stuursignaal 0-10V. 103. 9 LED aanduidingen. 114 Installatie. 124. 1 Benodigdheden. 124. 2 Montage CM10. 134. 3 Elektrische aansluitingen. 144. 4 Aansluiten componenten. 155 Storingen. 185. 1 Storingen. 185. 1. 1 Storingssignalering via het display van de cv-toestellen. 185. 1. 2 Storingssignalering op de ModuLine thermostaat. 195. 1. 3 Storingssignalering via het geïntegreerde storingsrelais in de CM10. 195. 1. 4 Storingssignalering op de CM10. 195. 2 Vervangen zekering CM10.

Leveringsomvang14 Cascaderegelaar CM10 • 7164 9200 (2013/07)1 LeveringsomvangDe modulerende cascaderegelaar CM10 wordt geleverd in een kartonnen doos. De levering omvat:– modulerende cascaderegelaar CM10;– zakje met bevestigingsschroeven, pluggen en trekontlastingen;– installatie- en gebruikers-instructie CM10.Zie fig. 1.Indien hetgeen u geleverd heeft gekregen niet klopt met bovengenoemde leveringsomvang, neem dan zo spoedig mogelijk contact op met uw leverancier.1.1 Overige componentenSysteemaanvoersensorOm de CM10 in bedrijf te nemen dient een aanvoersensor te worden gemonteerd. Deze systeemaanvoersensor dient separaat te worden besteld en wordt door Nefit geleverd inclusief dompelbuis.BuitenvoelerWordt de CM10 in combinatie met een ModuLine 400 weersafhankelijk ingesteld, dient er een buitenvoeler te worden geselecteerd.

Algemeen 2Cascaderegelaar CM10 • 7164 9200 (2013/07) 52 AlgemeenAls fabrikant van cv-toestellen is ons er veel aan gelegen toestellen te produceren die zo zuinig en zo schoon mogelijk functioneren.Om dit te bereiken, beschikken onze cv-toestellen over een modulerende brander. Dit betekent dat het toestel op een willekeurig vermogen kan branden. Om dit modulerende gedrag van de brander maximaal te benutten, is het noodzakelijk dat het cv-toestel wordt aangestuurd door een modulerende regeling. Speciaal voor kleinere cascade-installaties, bestaande uit maximaal twee cv-toestellen, is de modulerende cascaderegelaar CM10 ontwikkeld. De functionaliteit van deze cascaderegelaar bestaat uit:– cascaderegelaar;– externe storingsmelder;– aansturing d.m.v. extern stuursignaal 0-10V.De CM10 hoeft niet te worden afgesteld. Alle instellingen zijn prefixed.

Dit betekent dat alle instellingen, bijvoorbeeld de stooklijn of schakelprogramma, op de thermostaat of GBS1 wordt gedaan.Bij het toepassen van een thermostaat bepaalt u de functionaliteit van de regeling door de keuze van de Nefit ModuLine.1. GBS = Gebouwbeheersysteem

Werking van de CM1036 Cascaderegelaar CM10 • 7164 9200 (2013/07)3 Werking van de CM103.1 Regelprincipe3.1.1 Bij toepassen ModuLine thermostaatRuimtetemperatuurregelingDe ModuLine 100 t/m 400 kunnen worden toegepast als ruimteregeling. Hiervoor dient de ModuLine thermostaat in een referentievertrek te worden geplaatst. De ModuLine stuurt een setpoint voor het gewenste vermogen naar de CM10. Deze vertaalt dit signaal naar het gewenste vermogen van beide toestellen.Weersafhankelijke regelingDe ModuLine 400 kan worden toegepast als weersafhankelijke regeling, bij gebruik van een buitenvoeler. De thermostaat kan dan zowel in een referentievertrek als bij het cv-toestel worden geplaatst. De ModuLine stuurt een setpoint op basis van de ingestelde stooklijn naar de CM10. Deze vertaalt dit signaal naar de gewenste aanvoertemperatuur van de installatie.

Werking van de CM10 3Cascaderegelaar CM10 • 7164 9200 (2013/07) 73.1.2 Bij toepassen 0-10V stuursignaal (zie paragraaf 3.8)1) Bij ruimteregeling kan de buitenvoeler als optie worden toegepast (zie paragraaf 3.3)2) Pas bij een weersafhankelijke regeling TRA's toe in combinatie met een ModuLine 400figuur 2 Installatieschema CM10Legende bij fig. 2TT1TCTT2VK RKGAS VK RKGAS230Vac/50HzCM 101,6 ATIP 40Cascademodule voor twee toestellenRA TRA1)2)ModuLine 100/400thermostaat systeempomp radiatorafsluitersysteemaanvoersensor drukverschilregelaar thermostatische radiator-afsluiterbuitenvoeler inregelventiel expansievatCM10TCRATT1TRATT2230Vac/50HzCM 101,6 ATIP 40Cascademodule voor twee toestellen

Werking van de CM1038 Cascaderegelaar CM10 • 7164 9200 (2013/07)3. 2 Sturing systeempompDe CM10 kan direct een secundaire pomp aansturen. De pomp krijgt zijn spanning van de CM10 en behoeft dus geen aparte aansluiting. Het vermogen van de pomp mag maximaal 250 W bedragen. De systeempomp wordt ingeschakeld indien aan één van de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:– de CM10 is zojuist aangesloten op de net-spanning;– bij cv-warmtevraag;– pompprogramma is actief;– vorstbewaking aanvoertemperatuur is actief;– vorstbewaking buitentemperatuur is actief. PompprogrammaDe systeempomp kan door de CM10, door middel van een pompprogramma, worden geactiveerd. Mocht de systeempomp 24 uur niet hebben gedraaid, wordt deze voor 5 minuten in bedrijf genomen. 3.

3 VorstbewakingDe CM10 heeft twee manieren van vorstbewaking, te weten:– vorstbewaking op buitentemperatuur;– vorstbewaking op aanvoertemperatuur. Vorstbewaking op buitentemperatuurBij gebruik van een ModuLine 400 kan een vorstbewaking op buitentemperatuur worden gerealiseerd. Hiervoor wordt de buitenvoeler aangesloten op de CM10. Via instellingen op de ModuLine thermostaat kan deze functie worden geactiveerd. Zie voor informatie over het instellen de montage- en gebruikersinstructie van de ModuLine 400. Vorstbewaking op aanvoertemperatuurVorstbewaking op aanvoertemperatuur is zowel bij een modulerende weersafhankelijke regeling als bij een modulerende ruimtetemperatuurregeling van toepassing. De vorstbewaking op aanvoertemperatuur wordt actief als de aanvoertemperatuur lager is dan 7 °C, en wordt weer opgeheven als de aanvoertemperatuur hoger is dan 15 °C.

Mocht de systeemaanvoersensor een lagere temperatuur meten dan 7 °C worden decv-toestellen aangestuurd. Bij het bereiken van een watertemperatuur van 15 °C eindigt de warmtevraag. De systeempomp draait wel door. Deze wordt uitgeschakeld als de nadraaitijd van 5 minuten is verstreken. 3.

4 Automatische schakelvolgordeDe schakelvolgorde bepaalt welk cv-toestel als eerste cv-toestel, en welk cv-toestel als tweede cv-toestel wordt ingeschakeld. De schakelvolgorde wordt door de CM10 automatisch geregeld. De regeling zorgt voor een gelijke verdeling van het aantal branduren van elk cv-toestel. Zowel het aantal branduren voor cv als voor warmwater worden hierin meegenomen. De gelijke verdeling van het aantal branduren komt de levensduur van de toestellen ten goede. LET OP. Bij het toepassen van een pomp met een groter vermogen dient gebruik te worden gemaakt van een relais. LET OP. Waarborg over alle verwarmings-elementen de doorstroming om voldoende vorstbewaking te verkrijgen.

Werking van de CM10 3Cascaderegelaar CM10 • 7164 9200 (2013/07) 9Bij spanningsonderbreking van de CM10 worden de bedrijfsurentellers in de CM10 op nul gezet. Bij het opnieuw inbedrijfstellen van de CM10 wordt de cv-toestelvolgorde opnieuw bepaald door de aansluitvolgorde van de cv-toestellen. 3. 5 Wachttijd voor het inschakelen van het tweede cv-toestelIndien het tijdens cv-bedrijf niet voldoende vermogen wordt geleverd door een cv-toestel zal ook het tweede cv-toestel moeten worden bijgeschakeld. Dit zal pas gebeuren na de “wachttijd voor het inschakelen van het tweede cv-toestel”. De “wachttijd voor het inschakelen van het tweede cv-toestel” gaat in op het moment dat de vermogensvraag van het eerste cv-toestel 100 % is en bedraagt 3 minuten. 3. 6 WarmwatervoorzieningEr zijn twee mogelijkheden om een warmwatervoorziening aan te sluiten in combinatie met de CM10:1.

Een boiler op cv-toestel 1 of een boiler op cv-toestel 2. 2. Een boiler op cv-toestel 1 èn een boiler op cv-toestel 2. De boiler maakt gebruik van de in het cv-toestel aanwezige boilerregeling en wordt aangesloten op de warmwater-aansluitset. Regelgedrag van de CM10 tijdens warmwatervraagIndien één van de cv-toestellen wordt ingeschakeld voor warmwaterbedrijf, dan zal bij gelijktijdige warmtevraag voor cv-bedrijf het andere cv-toestel ingeschakeld worden, en voor zover mogelijk het voor cv-bedrijf gevraagde vermogen compenseren. Na einde warmwatervraag zal het leidende cv-toestel de warmtelevering voor de verwarming weer voortzetten. 3. 7 Storingssignalering op afstand via het storingsrelaisNaast de eventuele storingssignalering op afstand via de ModuLine thermostaat kan de CM10 ook via het geïntegreerde storingsrelais op afstand een storing signaleren.

De storingssignalering is actief als:– een van beide toestellen een vergrende-lende storing heeft;– de systeemaanvoersensor een storing heeft;– de waterdruk te laag is;– de communicatie met beide cv-toestellen langer dan 5 minuten is verbroken. Het storingscontact van het storingsrelais is een potentiaalvrij contact. Dit kan zowel een maak- (pin 1+2) als een verbreek- (pin 2+3) contact zijn. In geval van een vergrendelende cv-toestelstoring wordt het storingsrelais bekrachtigd en het storingscontact resp. worden gemaakt / verbroken. Op de CM10 zal hierdoor de bedrijfsstatus-LED groen gaan knipperen. Via het storingscontact kan door middel van een relais bijvoorbeeld een lamp, bel, GBS of externe regeling worden bediend.

Werking van de CM10310 Cascaderegelaar CM10 • 7164 9200 (2013/07)3.8 Extern stuursignaal 0-10VDe CM10 kan gebruikt worden als interface tussen het cv-toestel en bijvoorbeeld een gebouwbeheersysteem. Door middel van een 0-10 VDC signaal kan zowel op vermogen als op aanvoertemperatuur worden gestuurd.Sturing op aanvoertemperatuurDe CM10 vertaalt het 0-10V signaal van het gebouwbeheersyteem naar een aanvoertemperatuursetpoint. Hierbij is het verband lineair (tabel 1).Sturing op vermogenDe CM10 vertaalt het signaal van het gebouwbeheersysteem naar een vermogenssetpoint. Hierbij is het verband lineair (tabel 2).Om de vermogensregeling te activeren dient een doorverbinding gemaakt te worden op de kroonsteenaansluiting van de CM10. Zie paragraaf 6.2 "Aansluitschema CM10" op pag.

23.Ingangs-spanning[V]Aanvoertempe-ratuur setpoint (cv-toestel) [°C]Statuscv-toestel00 uit0,5 0 uit0,6 ± 15 aan/warmtevraag5,0 ± 50 aan/warmtevraag10,0 ± 90 aan/warmtevraagtabel 1 Sturing op aanvoertemperatuurIngangs-spanning[V]Vermogenssetpoint(cv-toestel)[%]Statuscv-toestel00 uit0,5 0 uit0,6 ± 6 laaglast *)5,0 ± 50 deellast10,0 100 vollasttabel 2 Sturing op vermogen*) Het laaglastvermogen is toestelafhankelijk. Als de laaglast van het toestel b.v. 20% is en het stuursig-naal is 1 Volt (= 10%), dan is het gevraagde vermo-gen kleiner dan de laaglast. In dit geval gaat het toestel 10% leveren d.m.v. een aan/uit cyclus op laaglast. In dit voorbeeld gaat het toestel vanaf een setpoint van 2 Volt in continu bedrijf.

3, tabel 3).In tabel 3 is een overzicht gegeven van de verschillende LED's met hun aanduidingen.figuur 3 Sticker CM10 met LED aanduiding230Vac/50HzCM 101,6 ATIP 40Cascademodule voor twee toestellen1 2 43LED Component Aan Uit Knipperend (1 keer per sec.)1 toestel 1 in bedrijf stand-by toestelstoring/ geen communicatie met CM102 toestel 2 in bedrijf stand-by toestelstoring / geen communicatie met CM103 systeempomp In bedrijf uit –4 bedrijfsstatus rood: CM10 defectgroen: in bedrijf 1) geen spanning /CM10 defect storing CM10 / cv-toestel1 t/m 4 alle – Zekering defect 2)tabel 3 LED aanduiding op CM101) Bij het in bedrijf nemen van de CM10 zal de bedrijfsstatus-LED eerst kort rood en daarna continu groen gaan branden.2) Controleer het functioneren van de pomp. Vervang de zekering.

Installatie412 Cascaderegelaar CM10 • 7164 9200 (2013/07)4 Installatie4.1 BenodigdhedenBenodigdheden bij modulerende ruimtetemperatuurregelingVoor de installatie van de CM10 in combinatie met een modulerende ruimtetemperatuurregeling zijn de volgende componenten nodig:– de CM10;– een ModuLine (100 t/m 400) thermostaat;– de systeemaanvoersensor;– de buitenvoeler behorende bij de ModuLine thermostaat (optie, zie paragraaf 3.3 "Vorst-bewaking").Benodigdheden bij modulerende weersafhankelijke regelingVoor de installatie van de CM10 in combinatie met een modulerende weersafhankelijke regeling zijn de volgende componenten nodig:– de CM10;– een ModuLine 400;– de systeemaanvoersensor;– de buitenvoeler behorende bij de ModuLine thermostaat.Benodigdheden bij toepassen 0-10V stuursignaal.Naast de CM10 is alleen een externe regeling of GBS nodig. De CM10 functioneert in deze situatie als interface.

Installatie 4Cascaderegelaar CM10 • 7164 9200 (2013/07) 134.2 Montage CM10Teken de posities van de twee bovenste boorgaten (fig. 5, pos. 2) voor de grondplaat af.Boor de gaten conform het model van de grondplaat (Ø 6 mm).Plaats pluggen in de boorgaten en draai er de meegeleverde schroeven (fig. 5, pos. 2) in.Hang de grondplaat (fig. 5, pos. 1) op en draai de schroeven aan. Fixeer de grond-plaat eventueel (fig. 5, pos. 1) met een extra boring (fig. 5, pos. 3) van de grondplaat aan de wand.figuur 4LET OP!Zorg ervoor dat tijdens werkzaamheden aan de CM10, deze niet is aangesloten op de netspanning!LET OP!De installatie-, inbedrijfsstellings-, inspectie-, onderhouds- en eventuele reparatiewerkzaam-heden mogen uitsluitend door erkende installateurs worden uitgevoerd.

Installatie 4Cascaderegelaar CM10 • 7164 9200 (2013/07) 15Sluit het netsnoer, de aansluitkabel UBA 3-bus en de andere componenten (bijv. ther-mostaat, cv-toestellen, systeemaanvoersen-sor in overeenstemming met de toepassingen aan de klemmen van de CM10 aan (zie par. 4.4).Steek daarvoor eerst de rubberen bescherm-huls (fig. 7, pos. 2) op de leiding.Sluit het netsnoer 230 VAC (fig. 7, pos. 1) en de UBA 3-bus aansluitkabel aan op de CM10.Sluit alle bijkomende componenten op de CM10 aan, zie par. 6.2.Schroef de trekontlastingen (fig. 7, pos. 3) vast met de bijgeleverde klemmen.Monteer de afdekkap van de CM10 (fig.8,pos.3).Draai de kruisschroeven (fig. 8, pos. 2) aan met een kruisschroevendraaier of met een ontluchtingssleutel (fig. 8, pos.

1).Stel het cv-toestel en de regeling in bedrijf.4.4 Aansluiten componentenIn de volgende schema's wordt aangegeven op welke wijze de verschillende componenten moeten worden aangesloten. De volgende schema's geven weer:A: ruimteregeling (RR)B: weersafhankelijke regeling (WA)C: 0-10V sturing op aanvoertemperatuurD: 0-10V sturing op vermogen.figuur 8 Afdekkap voor de klemmen monterenpos. 1: ontluchtingssleutel of schroevendraaierpos. 2: kruisschroeven met uitwendig vierkantpos. 3: afdekkap van de klemmen123LET OP!Zorg ervoor dat de cv-toestellen gevuld en ontlucht zijn alvorens deze in bedrijf te nemen. Dit om schade aan pompen te voorkomen.

Storingen518 Cascaderegelaar CM10 • 7164 9200 (2013/07)5 Storingen5.1 StoringenEr zijn vier manieren om een storing te signaleren:1. via het display van de cv-toestellen2. via de ModuLine thermostaat3. via het geïntegreerde storingsrelais4. op de CM10.5.1.1 Storingssignalering via het display van de cv-toestellenZie voor nadere informatie over storings-signalering via het display van cv-toestel 1 of cv-toestel 2, de gebruikers- of installatie-instructie van het cv-toestel.

Zie tabel 3 voor nadere informatie over de bijbehorende LED van het cv-toestel op de CM10.LET OP!Indien de CM10 spanningsloos wordt gemaakt terwijl er cv-toestellen in bedrijf zijn, dan worden de cv-toestellen pas na maximaal 4 minuten uitgeschakeld!OpmerkingZodra in één van de cv-toestellen een storing optreedt, of er is sprake van een slecht contact tussen een cv-toestel en de CM10, of één van de cv-toestellen wordt ingeschakeld voor warmwaterbedrijf, dan zal bij warmtevraag voor cv-bedrijf het andere cv-toestel ingeschakeld worden en voor zover mogelijk het gevraagde vermogen compenseren.

Storingen 5Cascaderegelaar CM10 • 7164 9200 (2013/07) 195.1.2 Storingssignalering op de ModuLine thermostaatHet is mogelijk om op afstand via de ModuLine thermostaat een storingsmelding te krijgen.De ModuLine thermostaat maakt hierbij onderscheidt tussen storingen van de cv-toestellen en de CM10 (tabel 4).Specifieke informatie over de storing kan op de CM10 worden verkregen of op het toesteldisplay.5.1.3 Storingssignalering via het geïnte-greerde storingsrelais in de CM10De CM10 zal bij een vergrendelende storing het externe storingsrelais activeren. Zowel bij storingen die door het cv-toestel als door de CM10 worden gegenereerd. Bij een blokkerende storing zal het relais niet worden geactiveerd.5.1.4 Storingssignalering op de CM10Op de CM10 kan door middel van de viertal LED's een storing worden aangegeven.

Zie voor informatie over de LED-aanduiding paragraaf 3.9.5.2 Vervangen zekering CM10In de CM10 is een zekering (1,6A / 250V zandgevuld) opgenomen. Deze zekering dient voor de beveiliging van de CM10 en de systeempomp. De zekeringhouder bevindt zich op de printplaat. In de module is een reservezekering opgenomen. Voor het vervangen van de zekering zijn de volgende handelingen nodig:Maak de module spanningsvrij.Verwijder de afdekkap van de klemmen-strook (fig. 11).Storings-code ModuLineStatus ActieAY cv-toestel storing Controleer instal-latie-instructie cv-toestel4U CM10 storing4Y CM10 storing5H CM10 storingtabel 4figuur 11 Afdekkap verwijderen

Technische gegevens 6Cascaderegelaar CM10 • 7164 9200 (2013/07) 216 Technische gegevens* Overige kabels zijn niet aan een maximale lengte gebonden.** Deze kabels mogen maximaal 2 meter langs een 230 VAC-kabel gelegd worden.Omschrijving Eenheid GegevensAfmetingen:Behuizing (l x b x h)[mm] 206 x 162 x 52,5Voeding CM10 230 VAC ±10 %, 50/60 HzOpgenomen vermogen CM10 (excl. systeempomp) standby / in bedrijf [VA] 0,3 / 3Opgenomen vermogen CM10(max. incl. systeempomp) [VA] 233Interne zekering 1,6A, 250V zandgevuld, voedingstrafo is kortsluitvastVoeding systeempomp (intern) 230 VAC, maximaal 1 A, gezekerdVoeding storingscontact (extern) maximaal 48 V, 5 A, niet gezekerdBeveiligingsklasse II volgens EN60730 EMC ontstoorgraadElectrische veiligheid60730-2-960730-1Beschermingsgraad IP 40Max.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Nefit CM10 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden