Metz MECABLITZ 48 AF-1 digital Panasonic Handleiding

Metz Flitser MECABLITZ 48 AF-1 digital Panasonic

Bekijk gratis de handleiding van Metz MECABLITZ 48 AF-1 digital Panasonic (127 pagina’s), behorend tot de categorie Flitser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Metz MECABLITZ 48 AF-1 digital Panasonic of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/127
707 47 0065.A1
Ķĸńķƴį
Consumer electronicsPhotoelectronics Plastics technologyIndustrial electronics
Metz - Werke GmbH &Co KG • Postfach 1267 • D-90506 Zirndorf • [email protected] • www.metz.de
Metz - always first class.
MECABLITZ 48 AF-1 digital
für/for Olympus-, Panasonic-, Leica-Digitalkameras
mit/with FourThird-Standard
BedienungsanleitungMode d’emploi
GebruiksaanwijzingOperating instruction
Manuale istruzioniManual de instrucciones
707 47 0065.A1-48-O Ums-Gut 17.09.2007 14:18 Uhr Seite 1

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Metz
Categorie: Flitser
Model: MECABLITZ 48 AF-1 digital Panasonic

Handleiding Metz MECABLITZ 48 AF-1 digital Panasonic – volledige tekst

42ń1 Veiligheidsinstructies. 432 Dedicated flitsfuncties. 443 Flitser gereedmaken. 443. 1 Het aanbrengen van de flitser. 443. 2 Voeding. 443. 3 In- en uitschakelen van de flitser. 453. 4 Automatische uitschakeling / Auto – OFF. 454 LED-aanduidingen op de flitser. 454. 1 Aanduiding dat de flitser is opgeladen. 454. 2 Aanduiding van de belichtingscontrole. 465 Aanduidingen in het display. 465. 1 Aanduiding van de flitsfunctie. 465. 2 Aanduiding van de reikwijdte van het flitslicht. 466 Aanduidingen in de zoeker van de camera. 477 Flitsfuncties (‘Mode’). 477. 1 TTL-functies. 477. 2 Manual flitsfunctie. 487. 3 Automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden (FP, c. q. HSS). 488 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting. 499 Bijzondere functies (‘Select’). 509. 1 Motorische zoominstelling van de hoofdreflector (‘Zoom’). 509. 2 Remote-slaafflitsfunctie ( ). 519.

3 Flitsbelichtingstrapje (‘FB’). 529. 4 Automatische uitschakeling. 539. 5 Instellicht ( ‘ML’). 539. 6 Extended-zoomfunctie (‘Ex’). 53SL9. 7 Meter-Feet-omschakeling ( ‘m’ /’ft’). 549. 8 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR). 549. 9 Aanpassing aan het opnameformaat (S. Zoom). 5410 Flitstechnieken. 5510. 1 Indirect flitsen. 5510. 2 Indirect flitsen met een reflectiekaart. 5510. 3 Dichtbijopnamen / macro-opnamen. 5511 Flitssynchronisatie. 5611. 1 Automatische sturing naar de flitssynchronisatietijd. 5611. 2 Normale synchronisatie. 5611. 3 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR). 5611. 4 Synchronisatie bij lange belichtingstijden (SLOW). 5612 Automatische AF-meetflits. 5713 Ontsteeksturing (Auto-Flash). 5714 Onderhoud en verzorging. 5714. 1 Het updaten van de firmware. 5714. 2 Reset. 5714. 3 Formeren van de flitscondensator. 5715 Troubleshooting.

43ńVoorwoordHartelijk dank voor uw beslissing om een product van Metz aan te schaffen. Wijverheugen ons, u als klant te mogen begroeten. Natuurlijk kunt u nauwelijks wachten, de flitser in gebruik te nemen. Het loontechter de moeite deze gebruiksaanwijzing door te lezen, want alleen dan leert uom zonder problemen met het apparaat om te gaanDeze flitser is geschikt voor: • • Digitale Olympus camera's met TTL-flitsregeling en systeemflitsschoen, alsme-de de daarmee overeenkomende camera's van Panasonic en Leica. Voor camera’s van andere fabrikanten is deze flitser niet geschikt. Sla s. v. p. ook de bladzijde met afbeeldingen aan het eind van de gebru-iks-aanwijzing open. 1 Veiligheidsinstructies• De flitser is uitsluitend bedoeld en toegelaten voor gebruik bij fotografie. • In de omgeving van ontvlambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplosmid-delen enz.

) mag de flitser absoluut niet worden ontstoken. GEVAAR VOOREXPLOSIE. • Fotografeer nooit bestuurders van auto’s, bussen, treinen, fietsers of motor-rijders tijdens de rit met een flitser. Door verblinding zouden ze een ongelukkunnen veroorzaken. • Ontsteek nooit een flits in de nabijheid van de ogen. Een flits vlak voor de ogenvan personen en dieren kan beschadiging van het netvlies veroorzaken enaanleiding zijn tot zware storingen in het kijken, tot blindheid aan toe. • Gebruik alleen de in de gebruiksaanwijzing opgevoerde en toegelatenstroombronnen. • Stel batterijen / accu’s niet bloot aan overmatige warmte van bijvoorbeeldzonneschijn, vuur of dergelijke. • Gooi verbruikte batterijen / accu’s niet in vuur. ☞• Uit verbruikte batterijen kan loog lekken, wat beschadiging van de contact-punten tot gevolg heeft. Haal daarom verbruikte batterijen altijd uit hetapparaat.

• Batterijen kunnen niet worden opgeladen. • Stel de flitser en het laadapparaat niet bloot aan drup- of spatwater (bijv. regen). • Bescherm uw flitser tegen grote hitte en hoge luchtvochtigheid.

Bewaar deflitser niet in het handschoenvak van de auto. • Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen materiaal dat geen lichtdoorlaat direct op of vlak voor het venster van de reflector bevinden. Hetvenster van de reflector mag niet vuil zijn. Als u hierop niet let zou, door dehoge energie van de het flitslicht, dat materiaal of het venster van de reflec-tor kunnen verbranden. • Raak het venster van de reflector niet aan als u een serie van meerdere flit-sen achterelkaar ontstoken heeft. Gevaar voor verbranding. • Neem de flitser niet uit elkaar. HOOGSPANNING. In het interieur van hetapparaat bevinden zich geen componenten die door een leek gerepareerdzouden kunnen worden. • Bij flitsseries met vol vermogen en korte flitsvolgtijden moet u er op letten,dat u na telkens 15 flitsopnamen een pauze van minstens 10 minuten inlast.

• Bij serieflitsopnamen met vol vermogen en korte flitsvolgtijden wordt degroothoekdiffusor bij zoomstanden van 35 mm en minder, flink heet. • De flitser mag alleen samen met de in de camera ingebouwde flitser wordengebruikt als deze volledig uitgeklapt kan worden. • Bij snelle wisseling van temperaturen kan vocht op het apparaat neerslaan. Laat de flitser vóór gebruik acclimatiseren. • Gebruik geen beschadigde batterijen of accu’s. 707 47 0065. A1-48AF-1O Inh. 17. 09. 2007 13:58 Uhr Seite 43.

44ń2 Dedicated flitsfunctiesDedicated flitsfuncties zijn speciaal op het camerasysteem ingestelde flitsfuncties. Afhankelijk van het type camera worden daarbij verschillende flitsfuncties onder-steund.

• Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker van de camera/het display vande camera• Automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd• Compatibel met het FourThirds - systeem• Automatisch flitsen / ontsteeksturing• TTL-flitsfunctie (TTL met meetflits vooraf)• Automatische invulflitsstiring• Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting bij TTL • Synchronisatie bij het open- of dichtgaan va de sluiter (2nd curtain/SLOW2)• FP-HSS-synchronisatie bij TTL en M• Automatische sturing van de motorische zoomreflector• Sturing van de AF-meetflits• Automatische aanduiding van de flitsreikwijdte• Automatisch geprogrammeerd flitsen• Flits vooraf ter vermindering van het 'rode ogen-effect'• Draadloze TTL-Remote-slave-flitsfunctie• Wake-Up-functie voor de flitser• Firmware-update via USB-aansluitingIn het kader van deze gebruiksaanwijzing is het niet mogelijk, alle camera-modellen met hun individuele flitsfuncties gedetailleerd te beschrijven.

Ziedaarvoor de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van uw camera metbetrekking tot de mogelijke flitsfuncties, welke flitsfuncties door uw cameraworden ondersteund, c. q. op de camera zelf moeten worden ingesteld. ☞3 Flitser gereedmaken3. 1 Het aanbrengen van de flitserFlitser op de camera monteren Camera en flitser vóór het aanbrengen of afnemen uitschakelen. • De gekartelde moer tot de aanslag tegen de flitser draaien. De borgpen inde voet is nu geheel in het huis van de flitser verzonken. • Flitser met de aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van decamera schuiven. • De gekartelde moer tot de aanslag tegen het camerahuis draaien en de flit-ser vastklemmen.

Bij een camerahuis dat geen borggat bezit, blijft de geveerdeborgpen in de flitser zitten, zodat het oppervlak van de camera niet wordtbeschadigd. Flitser van de camera afnemenCamera en flitser vóór het aanbrengen of afnemen uitschakelen. • De gekartelde moer tot de aanslag tegen het huis van de flitser draaien. • Flitser uit de accessoireschoen schuiven. 3. 2 VoedingBatterij-, c. q. accukeuzeDe flitser kan naar keuze worden gevoed uit: • 4 NiCd-accu’s, 1,2 V, type IEC KR6 (AA / Penlight), deze bieden zeer korteflitsvolgtijden en zijn spaarzaam in het gebruik omdat ze herlaadbaar zijn. • 4 Nikkel-metaal-hydride accu’s 1,2 V, type IEC HR6 (AA / Penlight) deze heb-ben een duidelijk hogere capaciteit dan de NiCd-accu en zijn minderbezwaarlijk voor het milieu omdat ze geen cadmium bevatten.

45ń• 4 Lithiumbatterijen 1,5 V, type IEC FR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voe-ding met hoge capaciteit en geringe zelfontlading. Als u denkt, de flitser gedurende een langere tijd niet te gebruiken, haalde batterijen er dan s. v. p. uit. Batterijen verwisselenDe accu’s / batterijen zijn leeg, c. q. verbruikt. Als de flitsvolgtijd (tijd tussen hetontsteken van een flits met vol vermogen, bijv. bij ‘M’ tot het opnieuw oplichtenvan de aanduiding van flitsparaatheid meer dan 60 seconden duurt • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar uit. • Schuif het deksel van het batterijvak naar beneden en klap het open. • Leg de batterijen in de lengterichting, overeenkomstig de aangegeven batterij-symbolen in en sluit het deksel van het batterijvak . Let bij het inzetten van de batterijen, c. q. accu’s op de juiste polariteit,overeenkomstig de symbolen in het batterijvak.

Verkeerd ingezette bat-terijen kunnen het apparaat vernielen. Vervang altijd alle batterijentegelijk en door dezelfde batterijen van één type fabrikant, met gelijkecapaciteit. Verbruikte batterijen horen niet in het huisvuil. Lever uw bij-drage aan bescherming van het milieu en lever ze in bij de daarvoorbestemde verzamelplaatsen. 3. 3 In- en uitschakelen van de flitserDe flitser moet via zijn hoofdschakelaar ingeschakeld worden. In de stand‘ON’ is de flitser ingeschakeld. Schuif de hoofdschakelaar naar de linker positie (AUS, c. q. OFF) om de flit-ser uit te schakelen. Als u denkt, de flitser gedurende langere tijd niet te gebruiken, dan beve-len wij aan: de flitser via zijn hoofdschakelaar uit te schakelen en devoeding (batterijen, c. q. accu’s) er uit te halen. ☞☞☞3. 4 Automatische uitschakeling / Auto – OFFIn de fabriek wordt de flitser zo ingesteld, dat hij ong.

10 minuten – • na het inschakelen; • na het ontsteken van een flits; • na het aantippen van de ontspanknop op de camera; • na het uitschakelen van het belichtingsmeetsysteem van de camera … … naar de stand-by-functie (Auto-OFF) omschakelt om energie te sparen en devoeding tegen onbedoeld ontladen te beschermen. De aanduiding van de flit-sparaatheid en de aanduidingen in het LC-display verdwijnen. De het laatst ingestelde flitsfunctie blijft na het automatisch uitschakelen behou-den en staat na het inschakelen onmiddellijk weer ter beschikking. De flitserwordt door op een willekeurige toets te drukken, c. q. door het aantippen van deontspanknop op de camera (Wake-Up-functie) weer ingeschakeld. Als u de flitser langere tijd niet gaat gebruiken, schakel hem dan in prin-cipe altijd via zijn hoofdschakelaar uit.

Indien noodzakelijk kan de automatische uitschakeling reeds na 1 minuut plaats-vinden of worden gedeactiveerd (zie 9. 4). 4 LED-aanduidingen op de flitser4. 1 Aanduiding dat de flitser is opgeladenZodra de flitser gereed is om te flitsen licht op de flitser de aanduiding van flit-sparaatheid op. Deze licht op als de flitscondensator opgeladen is engeeft daarmee aan dat de flitser paraat is. Dat betekent dat bij de eerstvolgendeopname flitslicht kan worden gebruikt. De Aanduiding van flitsparaatheid wordttevens naar de camera doorgegeven en zorgt in de zoeker van de camera voorde desbetreffende aanduiding (zie 6). Als u een opname maakt vóórdat in de zoeker van de camera de aanduidingverschijnt dat de flitser paraat is, wordt geen flits ontstoken en kan de opname☞707 47 0065. A1-48AF-1O Inh. 17. 09. 2007 13:58 Uhr Seite 45.

46ńonder bepaalde omstandigheden verkeerd worden belicht als op de camerareeds naar de flitssynchronisatietijd is omgeschakeld (zie 11. 1). 4. 2 Aanduiding van de belichtingscontrole De aanduiding van de belichtingscontrole ‘o. k. ’ licht gedurende ong. 5 secon-den op als de opname in de TTL- functies ( , HSS; zie 7) correct belichtwerd. Verschijnt de aanduiding van de belichtingscontrole ‘o. k. ’ na de opname niet,dan werd de opname onderbelicht en moet u het dichtstbij liggende, lagere dia-fragmagetal instellen (bijv. in plaats van diafragma 11 diafragma 8 nemen) ofde afstand tot het onderwerp, c. q. het reflecterende vlak (bij indirect flitsen) ver-kleinen en de opname over maken. Let ook op de aanduiding van de flitsreik-wijdte in het display van de flitser (zie 5. 2).

5 Aanduidingen in het display De camera’s geven de waarden van ISO, brandpuntsafstand van het objectief(mm) en diafragma door naar de flitser. Deze past zijn vereiste instellingenautomatisch daaraan aan. Hij berekent uit die waarden en zijn richtgetal demaximale reikwijdte van het flitslicht. Flitsfunctie, reikwijdte en de zoomstandvan de hoofdreflector worden in het display van de flitser aangegeven. Als de flitser wordt gebruikt , zonder dat deze de betreffende gegevens van decamera heeft ontvangen (bijv. als de camera uitgeschakeld is), worden alleende gekozen flitsfunctie, de zoomstand van de hoofdreflector en ‘Zoom’ aange-geven. De aanduiding voor de reikwijdte verschijnt pas als de flitser de verei-ste gegevens van de camera heeft ontvangen.

De aanduidingen voor autozoom en brandpuntsafstand vinden alleenplaats bij camera's die de waarden van diafragma en ISO naar de flit-ser overbrengen. ☞TTLTTLDisplayverlichtingTelkens als u op een toets van de flitser drukt, wordt gedurende ong. 10 sec. deverlichting van het display van de flitser geactiveerd.

Bij het ontsteken van eenflits via de camera of via de ontspanknop voor handbediening op de flit-ser, wordt de verlichting van het display uitgeschakeld. 5. 1 Aanduiding van de flitsfunctieIn het display wordt ingestelde flitsfunctie aangegeven. Daarbij zijn, afhankelijkvan het type camera verschillende voor de telkens ondersteunde TTL-flitsfunctie(bijv. , HSS) en de manual flitsfunctie M mogelijk (zie 7). 5. 2 Aanduiding van de reikwijdte van het flitslichtBij het gebruik van camera's die de gegevens voor ISO, de brandpuntsafstandvan het objectief en de diafragmawaarde naar de flitser overbrengen wordt inhet display een aanduiding van de reikwijdte van het flitslichtaangegeven. Hiervoor moet een uitwisseling van gegevens tussen camera en flit-ser plaats hebben gevonden, bijvoorbeeld door het aantippen van de ontspan-knop op de camera.

De reikwijdte kan zowel in meters (m) of in feet (ft) wordenaangegeven (zie 9. 7). Als er geen gegevens door de camera worden overgebracht, vindt deaanduiding van de reikwijdte niet plaats. - als de kop van de reflector uit zijn normale stand (naar boven, benedenof zijwaarts) gezwenkt is. - de flitser in de remote-flitsfunctie (Slave SL) werkt. Aanduidingen van de reikwijdte in de TTL-flitsfunctiesIn de TTL-flitsfuncties ( , HSS; zie 4. 1) wordt in het display de waarde voorde maximale reikwijdte van het flitslicht aangegeven. De aangegeven waardegeldt voor een reflectiegraad van het onderwerp van 25%, wat voor de meesteopnamesituaties een correcte waarde is. Grote afwijkingen van deze reflectie-graad, bij zeer sterk of juist zeer zwak reflecterende onderwerpen kunnen deTTLTTL☞TTLTTL707 47 0065. A1-48AF-1O Inh. 17. 09. 2007 13:58 Uhr Seite 46.

47ńreikwijdte van het flitslicht beïnvloeden. Het onderwerp moet zich in een bereik van ongeveer 40% tot 70% van de aan-gegeven waarde bevinden. De elektronica heeft dan voldoende speelruimte vooreen goede belichting. De minimale flitsafstand tot het onderwerp mag niet min-der zijn dan 10% van de aangegeven waarde om overbelichting te vermijden. Het aanpassen aan de betreffende opnamesituatie kan bijv. door het veranderenvan de diafragmaopening van het objectief worden bereikt. Aanduiding van de reikwijdte in de functie van met de hand in te stellen flitser MIn de functie van de met de hand in te stellen (manual) flitser M wordt in hetdisplay de afstandswaarde aangegeven die voor het correct belichten van hetonderwerp aangehouden moet worden. Het aanpassen aan de heersende opna-meomstandigheden kan bijv.

door het veranderen van de diafragmawaarde ophet objectief of door het kiezen van een met de hand in te stellen deelvermogen(zie 7. 2) worden bereikt. Overschrijding van het bereik van de aanduidingenIn het display kunnen reikwijdten tot maximaal 199 m, c. q. 199 ft worden aan-gegeven. Bij hoge ISO-waarden (bijv. ISO 6400) en grote diafragmaopeningenkan het bereik van de aanduidingen worden overschreden. Dit wordt door eenpijl, c. q. driehoekje achter de afstandswaarde aangegeven. 6 Aanduidingen in de zoeker van de cameraVoorbeelden voor de aanduidingen in de zoeker van de camera:Flitssymbool knippert:Gebruik de flitser, c. q. schakel hem in (bij sommige camera's). Flitssymbool licht op: De flitser is klaar om te flitsen (bij sommige camera's)Zoek voor de aanduidingen in de zoeker van uw camera in de gebruiksaanwijzing van de camera wat voor uw camera geldt.

Voordat u de flitsfunctie instelt,moet er een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser hebben plaatsge-vonden, bijv. door het even aantippen van de ontspanknop op de camera. Hetinstellen van de flitsfunctie moet met de toets „Mode“ plaatsvinden. 7. 1 TTL-functiesIn de TTL-flitsfuncties komt u op eenvoudige wijze tot zeer goede flitsopnamen. Indeze flitsfuncties wordt de belichtingsmeting door een sensor in de camera uitge-voerd. Deze meet het door het onderwerp gereflecteerde licht door het objectiefheen (TTL =’Trough The Lens’). De camera berekent daarbij automatisch hetvereiste flitsvermogen voor een correcte belichting van de opname. Het voordeelvan de TTL-flitsfunctie ligt hierin, dat alle factoren die de belichting kunnen beïnv-loeden (opnamefilters, veranderingen van diafragma- en brandpuntsafstand bijzoomobjectieven, verlenging van de uittrek bij dichtbijopnamen enz.

) automa-tisch bij het regelen van het flitslicht in acht worden genomen. Na een correct belichte opname verschijnt gedurende ong. 5 sec. de aanduidingvan de belichtingscontrole  ’o. k. ’ (zie 4. 2). Let er op, of er voor uw camera beperkingen gelden ten aanzien van deISO-waarden voor de TTL-flitsfunctie (bijv. ISO 64 tot ISO 1000; zie degebruiksaanwijzing van de camera). De TTL-flitsfunctie met meetflits vooraf is een doorontwikkeling van de standaardTTL-flitsregeling bij analoge camera's. Bij de opname worden, voorafgaand aande eigenlijke belichting een of meerdere, vrijwel onzichtbare meetflitsen door deflitser ontstoken. Het door het onderwerp gereflecteerde licht van de meetflitsenwordt door de camera geëvalueerd. Overeenkomstig deze gegevensverwerkingwordt de dan volgende flitsbelichting door de camera aangepast aan de opna-mesituatie (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).

48ńAfhankelijk van het type camera komen de meetflitsen zo vlak voor dehoofdflits, dat ze praktisch niet van de hoofdflits kunnen worden onder-scheiden. De meetflitsen dragen niet bij aan de eigenlijke belichting vande opname. Het instellen• Druk zo vaak op de toets ‘Mode’, dat in het display ’ ’ knippert. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt deaanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Inhet display wordt ‘ ’ aangegevenAutomatische TTL-invulflitsBij de meeste cameramodellen wordt in de functies van automatisch gepro-grammeerd P en de vari-, c. q. onderwerpsprogramma's de automatische TTL-invulflitsregeling geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Met de invulflits kunt u vervelende schaduwen wegwerken en bij tegenlichtopna-men een uitgebalanceerde verlichting tussen onderwerp en achtergrond bewerk-stelligen.

Een computergestuurd meetsysteem van de camera zorgt voor eengeschikte combinatie van belichtingstijd, werkdiafragma en flitsvermogen. Let er wel op, dat de bron ven het tegenlicht niet rechtstreeks in het objec-tief schijnt. Het TTL-meetsysteem van de camera zou daar verkeerd opkunnen reageren. Bij de regeling van de automatische invulflits hoeft u niets in te stellen en er wordtniets aangegeven. 7. 2 Manual flitsfunctieIn de manual flitsfunctie M wordt door de flitser altijd het volle vermogen afge-geven, als er geen deelvermogen is ingesteld. Het aanpassen aan de opnamesi-tuatie kan bijv. door de instelling van het diafragma op de camera of door hetkiezen van een geschikt, met de hand in te stellen deelvermogen plaatsvinden. Het instelbereik strekt zich uit van P 1/1 tot P 1/128 in de M-functie, P 1/1 tot☞TTLTTL☞P1/32 in de M-HSS functie.

In het display wordt de afstand aangegeven waarbijhet onderwerp correct wordt belicht (zie 5. 2). Het instellen• Druk zo vaak op de toets ‘Mode’, dat in het display ‘ ’ knippert.

De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt deaanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Inhet display wordt het symbool ‘ ’ aangegeven. Met de hand in te stellen deelvermogensStel in de manual flitsfunctie met de toetsen ( + ) en ( - ) het gewenste deel-vermogen in. De instelling treedt onmiddellijk in werking en wordt automatischopgeslagen. De aanduiding van de afstandswaarde wordt automatisch aan hetdeelvermogen aangepast (zie 5. 2). Sommige cameramodellen ondersteunen de functie van met de hand(manual ) in te stellen flitser alleen in de camerafunctie Manual M. Inandere camerafuncties verschijnt in het display een foutmelding en wordtde ontspanknop geblokkeerd. 7. 3 Automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden (FP, c. q.

HSS)Verschillende camera’s ondersteunen de automatische synchronisatie bij kortebelichtingstijden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Met deze flitsfunc-tie is het mogelijk, ook bij kortere tijden dan de flitssynchronisatietijd een flitserte gebruiken. Deze functie is interessant bij bijv. portretten in een heldere omge-ving, als door een ver geopend diafragma (bijv. F 2,0) de scherptedieptebegrensd moet worden. De flitser ondersteunt de synchronisatie bij korte belich-tingstijden in de functies TTL en M. Natuurkundig bepaald wordt door deze synchronisatie bij korte belichtingstijdenhet richtgetal en daarmee tevens de reikwijdte van de flitser behoorlijk ingeperkt. Let daarom op de aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser. Desynchronisatie bij korte belichtingstijden wordt automatisch uitgevoerd als op deM☞MMM707 47 0065. A1-48AF-1O Inh. 17. 09.

49ńcamera met de hand, of automatisch door het belichtingsprogramma, een korte-re belichtingstijd dan de flitssynchronisatietijd is ingesteld. Let er op, dat het richtgetal van de flitser bij de synchronisatie bij kortebelichtingstijden mede afhangt van de gekozen belichtingstijd: hoe korterde belichtingstijd, des te lager het richtgetal. Het instellen• Druk zo vaak op de toets„Mode“ , dat in het display „ HSS“ c. q. „HSS“ knippert. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ongeveer 5seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt hij automatischopgeslagen. In het display wordt „ HSS“ c. q. „ HSS“ aangegeven. Omde synchronisatie bij korte belichtingstijden te deactiveren, drukt u zo vaak opde toets „Mode“ , dat het symbool HSS uit het display is verdwenen.

8 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichtingDe automatiek van de flitsbelichting is in de meeste camera’s gebaseerd op eenreflectiegraad van 25% (gemiddelde reflectiegraad van flitsonderwerpen). Eendonkere achtergrond die veel licht absorbeert of een lichte achtergrond die sterkreflecteert (bijv. tegenlichtopnamen), kunnen leiden tot te ruim, c. q. te krapbelichte onderwerpen. Om het bovengenoemde effect te compenseren kan de flitsbelichting via een metde hand in te stellen correctiewaarde worden aangepast aan de opnamesituatie. De hoogte van die correctiewaarde hangt af van het contrast tussen onderwerpen achtergrond. Op de flitser kunnen in de TTL-flitsfuncties met de hand correctiewaarden voor deflitsbelichting van -3 tot +3 stops (EV) in stappen van 1/3 stop worden inge-steld. Tip:Donker onderwerp tegen een lichte achtergrond: positieve correctiewaarde.

Bij hetinstellen van een correctiewaarde kan de aanduiding van de reikwijdte inhet display veranderen en aan de correctiewaarde worden aangepast(hangt af van het type camera). Het instellen• Druk zo vaak op de toetsen ( - ), c. q. ( + ), dat in het display ‘EV’ knippert. Met de toetsen ( + ) en ( - ) de gewenste instelling uitvoeren:Stel met de toets ( - ) een negatieve, c. q. met de toets ( + ) een positieve correc-tiewaarde in. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt deaanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het opslaan wordt ‘EV’ met de ingestelde correctiewaarde aangegeven. Voor het deactiveren van een correctiewaarde zo vaak op de toetsen ( - ), c. q. ( + ) drukken, dat, ‘EV’ zonder correctiewaarde wordt aangegeven. De instellingtreedt onmiddellijk in werking. Na ong.

5 seconden houdt de aanduiding op teknipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Een met de hand ingestelde correctie op de flitsbelichting in de TTL-flits-functies kan alleen dan plaatsvinden als de camera het instellen van eencorrectiewaarde op de flitser ondersteunt (zie de gebruiksaanwijzing vande camera). Als de camera die functie niet ondersteunt moet de correctiewaarde met de handop de camera worden ingesteld. In het display van de flitser wordt dan geencorrectiewaarde aangegeven. Vergeet vooral niet, de correctiewaarde na de opname weer op de camera terugte zetten. ☞☞707 47 0065. A1-48AF-1O Inh. 17. 09. 2007 13:58 Uhr Seite 49.

50ń9 Bijzondere functies (‘Select’)Afhankelijk van het type camera staan verschillende, bijzondere functies terbeschikking. Voor het oproepen en instellen van de bijzondere functies moet erdaarom eerst een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats heb-ben gevonden, bijv. door het aantippen van de ontspanknop op de camera. Hetoproepen van de individuele bijzondere functies vindt plaats met de knopcombi-natie ‘Select’, dat betekent dat u tegelijk op de toetsen ( - ) c. q. ( + ) moet druk-ken. De bij de bijzondere functies horende en gewenste instellingen wordenaansluitend met alleen de toets ( - ), c. q. ( + ) uitgevoerd. Het instellen moet onmiddellijk na het oproepen van de bijzondere functieplaatsvinden, daar de flitser anders na enige seconden automatisch weernaar de normale flitsfunctie omschakelt. 9.

1 Motorische zoominstelling van de hoofdreflector (‘Zoom’)De motorische zoom van de hoofdreflector van de flitser kan de beeldhoekvan objectieven met een brandpuntsafstanden vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat)uitlichten. Door het gebruik van de ingebouwde groothoekdiffusor vergrootde verlichtingshoek zich tot die van een 18 mm objectief. AutozoomAls de flitser gebruikt wordt op een camera die de gegevens van de brandpuntsaf-stand van het objectief doorgeeft past de zoomstand van de reflector zich auto-matisch daaraan aan. Na het inschakelen van de flitser wordt in het display 'Zoom'en de actuele zoomstand van de hoofdreflector aangegeven. De automatische aanpassing geschiedt voor objectieven met een brandpuntsaf-stand van 24 mm of meer.

Als u een objectief met een kortere brandpuntsafstanddan 24 mm gebruikt dan knippert in het display de aanduiding ‘24’ als waar-schuwing dat het onderwerp niet volledig kan worden uitgelicht. Naar wens kan de stand van de hoofdreflector met de hand worden versteldom bepaalde verlichtingseffecten te bereiken (bijv. een spotlight-effect enz. ).

☞Manual zoomfunctieBij camera's die geen gegevens van de brandpuntsafstand van het objectiefdoorgeven moet de zoomstand van de hoofdreflector met de hand aan debrandpuntsafstand van het objectief worden aangepast. De autozoomfunctie isin die gevallen niet mogelijk. Na het inschakelen van de flitser wordt in hetdisplay ‘Zoom’ en de actuele stand van de reflector aangegeven. Het instellen• Druk zo vaak op de toetscombinatie ‘Select’, dat ‘Zoom’ knipperend in hetdisplay naast de zoomstand (mm) aangegeven wordt. • Met de toetsen ( + ) en ( - ) de gewenste instelling uitvoeren. In het display wis-selt de knipperende aanduiding daarbij naar ‘M. Zoom’ voor de manualzoomfunctie. De volgende zoomstanden voor de hoofdreflector zijn mogelijk:24 - 28 - 35 - 50 - 70 - 85 - 105 mm (kleinbeeldformaat). De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong.

5 seconden houdt deaanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Als de camera de brandpuntsafstand naar de flitser overbrengt en eenmanual instelling ertoe leidt, dat de hoofdreflector het onderwerp niet volledig kan uitlichten (bijv. bij een spotlight-effect), dan knippert, alswaarschuwing daarvoor, de aanduiding van de zoomstand van de hoofdreflector. Tip:Als u niet altijd de volle energie en reikwijdte van de flitser nodig heeft, kunt u dehoofdreflector ook laten staan in de in de stand van de aanvangsbrandpuntsaf-stand. Daardoor is gegarandeerd dat het gehele onderwerp in het beeld altijdvolledig uitgelicht wordt. U bespaart zich dan het steeds moeten aanpassen aande brandpuntsafstand van het objectief. ☞707 47 0065. A1-48AF-1O Inh. 17. 09. 2007 13:58 Uhr Seite 50.

51ńVoorbeeld:U gebruikt een zoomobjectief met een bereik aan brandpuntsafstanden van 35tot 105 mm. In dit voorbeeld stelt u de stand van de zoomreflector van de flitserin op 35 mm. Terugzetten naar autozoom• Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat er een uitwisseling vangegevens tussen camera en flitser plaats kan vinden. • Druk zo vaak op de toetscombinatie ‘Select’, dat ‘M Zoom’ knipperend naastde zoomstand (mm) wordt aangegeven. • Druk zo vaak op de toets ( + ), dat de 105 mm stand overschreden wordt. Daarbij wisselt de knipperende aanduiding van ‘M Zoom’ naar ‘Zoom’ (=autozoomfunctie) en de zoomstand van de hoofdreflector wordt automa-tisch aan de brandpuntsafstand aangepast. De instelling treedt onmiddellijk inwerking. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordtde de instelling automatisch opgeslagen.

Het terugzetten vanuit de manual zoomfunctie naar de autozoomfunctievindt ook plaats als de flitser opnieuw via zijn hoofdschakelaar wordtingeschakeld. GroothoekdiffusorMet de ingebouwde groothoekdiffusor kan de verlichtingshoek aan objectie-ven met een brandpuntsafstand vanaf 18 mm worden aangepast (kleinbeeldfor-maat). Trek de groothoekdiffusor uit de hoofdreflector tot de aanslag naar vorenen laat hem los. De groothoekdiffusor klapt dan vanzelf naar beneden. Dehoofdreflector wordt zodanig automatisch in de vereiste stand gezet. In hetdisplay worden de afstandsaanduidingen en de zoomwaarde naar 18 mmgecorrigeerd. Voor het terugzetten de groothoekdiffusor 90° naar boven klappen en hemgeheel inschuiven. ☞Mecabounce 58-90Als op de hoofdreflector van de flitser een Mecabounce 58-90 (accessoire;zie 14) is gemonteerd, wordt de hoofdreflector automatisch naar de vereistestand gestuurd.

Hierbij kunnen een of meerdere slaafflitsers door een master-, c. q. con-trollerflitser op de camera (bijv. de mecablitz 58 AF1-O digital) draadloos opafstand worden aangestuurd. Een slaafflitser kan aan één van drie mogelijke slaafgroepen (groep A, B of C)worden toegewezen. De master-, c. q. controllerflitser kan al deze slaafgroepentegelijkertijd sturen en daarbij de individuele instellingen van elk der slaafgroe-pen n acht nemen. Opdat meerdere remote-systemen in dezelfde ruimte elkaar niet storen, staan uvier onafhankelijke remote-kanalen (CH1, 2, 3 of 4) ter beschikking. Master-,controller- en slaafflitsers die tot eenzelfde remote-systeem behoren, moeten alleop hetzelfde kanaal ingesteld worden. De slaafflitsers moeten met de ingebouw-de sensor voor de remote-functie het licht van de master-, c. q. controllerflitserkunnen ontvangen.

Afhankelijk van het type camera kan ook een in de camera ingebouwdeflitser als master-, c. q. controllerflitser werken. Verdere aanwijzingen metbetrekking tot de instellingen op de master-, c. q. controllerflitser vindt uin hun gebruiksaanwijzing. Het instellen van de remote-slaaffunctie• Druk zo vaak op de toetscombinatie ‘Select’, dat in het display knippert. Voer met de toetsen ( + ) en ( - ) de gewenste instelling uit. - Bij de aanduiding ‘On’ is de remote-slaaffunctie geactiveerd. SL☞SL707 47 0065. A1-48AF-1O Inh. 17. 09. 2007 13:58 Uhr Seite 51.

52ń- Bij de aanduiding ‘OFF’ is de remote-slaaffunctie gedeactiveerd. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aan-duiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na deactivering van de remote slaaffunctie wordt in het display ‘SL’ aangegeven. Bovendien worden de gewenste slaafgroep (GROUP) en het remote-kanaal (CH)aangegeven. Het instellen van de slaafgroepAls de remote-slaaffunctie is geactiveerd, moet u zo vaak op de toetscombinatie‘Select’ drukken, dat in het display ‘GROUP’ (= slaafgroep) knippert. Stel met detoetsen ( + ) en ( - ) de gewenste instelling in. U heeft de mogelijkheid, te kiezentussen de groepen A, B of C. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aan-duiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen.

Na hetactiveren van de remote slaaffunctie wordt in het dislay „ “ aangegeven. Bovendien wordt de gekozen slaafgroep (GROUP) en het remote-kanaal (CH)aangegeven. Het instellen van eem remote-kanaalOp de slaafflitser moet hetzelfde remote-kanaal als op de master-, c. q. controllerflitser ingesteld worden. •Als de remote-slaaffunctie is geactiveerd moet u zo vaak op de toetscombinatie‘Select’ drukken, dat in het display ‘CH’ (= remote-kanaal) knippert. • Stel met de toetsen ( + ) en ( - ) de gewenste instelling in. U heeft de mogelij-kheid, te kiezen tussen kanaal 1, 2, 3 of 4. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aan-duiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na hetactiveren van de remote-slaaffunctie wordt in het dislpay aangegeven. Bovendien wordt de ingestelde slaafgroep (GROUP) en het remote-kanaal (CH)aangegeven.

SL☞SLHe testen van de remote flitsfunctie• Zet de slaafflitsers net zo neer als u ze voor de latere opname wilt gebruiken. Gebruik voor het opstellen van de slaafflitsers een flitservoetje W–F127.

• Wacht de flitsparaatheid van alle deelnemende flitsers af. Zijn de slaafflitsersparaat, dan knippert de AF-meetflits . • Druk bij de master-, c. q. controllerflitser op de ontspanknop voor handbedie-ning en ontsteek daardoor een testflits. De slaafflitsers reageren per slaaf-groep na elkaar iets vertraagd met een testflits. Als een slaaflitser geen testflitsafgeeft, controleer dan de instelling van remote-kanaal en slaafgroep. Corrigeer de stand van de slaafflitser zodat deze het licht van de master-, c. q. controllerflitser kan ontvangen. De soort flitsfunctie wordt automatisch door de master-, c. q. controllerflit-ser doorgegeven. Als de flitser als master in het draadloos remote-systeem werkt, wordt tegelijk met het ontsteken van zijn instellicht datvan de slaafflitser(s) ontstoken 9. 3 Flitsbelichtingstrapje (‘FB’)In de TTL-flitsfuncties ( , HSS; zie 7.

1 ) kan een flitsbelichtingstrapje FB(Flash-Bracketing) worden uitgevoerd. Een flitsbelichtingstrapje bestaat uit drieachter elkaar volgende flitsopnamen met verschillende correctiewaarden op deflitsbelichting: • De eerste opname wordt zonder correctie uitgevoerd. • De tweede opname vindt plaats met een minuscorrectie. • De derde opname vindt plaats met een pluscorrectie. • Na de derde opname wordt het flitsbelichtingstrapje automatisch gedeactiveerd. Een flitsbelichtingstrapje kan alleen dan worden uitgevoerd als decamera een met de hand uit te voeren correctie op de flitsbelichting aande flitser ondersteunt (zie hoofdstuk. 5 en de gebruiksaanwijzing van decamera). In het andere geval worden de opnamen zonder correctiewaar-de uitgevoerd. ☞TTLTTL☞707 47 0065. A1-48AF-1O Inh. 17. 09. 2007 13:58 Uhr Seite 52.

ńHet instellen• Druk zo vaak op de toetscombinatie ‘Select’, dat in het display ‘FB’ knipperendwordt aangegeven. • Stel met de toetsen ( + ) en ( - ) de gewenste instelling in. De mogelijke correc-tiewaarden reiken van 1/3 tot 3 diafragmawaarden in stappen van 1/3 stop. De correctiewaarde wordt altijd positief aangegeven. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt deaanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Voor de eerste opname van het flitsbelichtingstrapje wordt in het display 'FB' en'A' aangegeven. Voor de tweede opname wordt 'FB', 'B' en de minus-correctie-waarde aangegeven en voor de derde opname 'FB' en 'C' en de plus-correctie-waarde. Na de derde opname verdwijnt de aanduiding 'FB' en wordt het flitsbe-lichtingstrapje gedeactiveerd. Voor een volgend flitsbelichtingstrapje moet deze functie opnieuw wordeningesteld. 9.

4 Automatische uitschakeling De automatische uitschakeling van het apparaat kan zo worden ingesteld, datdeze na 10 minuten of na 1 minuut in werking treedt, c. q. gedeactiveerd wordt. Het instellen• Druk zo vaak op de toetscombinatie ‘Select’, dat het kloksymbool knippert. Stel met de toetsen ( + ) en ( - ) de gewenste instelling in. • Bij de aanduiding ‘10 min’ is de automatische uitschakeling geactiveerd en hetgebeurt na 10 minuten. • Bij de aanduiding ‘1 min’ is de automatische uitschakeling geactiveerd en hetgebeurt na 1 minuut. • Bij de aanduiding ‘OFF’ is de automatische uitschakeling gedeactiveerd. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aan-duiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het☞activeren van de automatische uitschakeling wordt in het display aangege-ven. 9.

5 Instellicht ( ‘ML’)Bij het instellicht (ML = Modelling Light) gaat het om stroboscopisch flitslicht meteen hoge frequentie. Bij een duur van ong. 5 seconden ontstaat de indruk vaneen quasi continulicht.

Met het instellicht kunnen de lichtverdeling en schaduw-vorming reeds vóór de opname worden beoordeeld. Het instellicht wordt met deontspanknop voor handbediening ontstoken. Het instellen• Druk zo vaak op de toetscombinatie ‘Select’, dat in het display ‘ML’ knippert. Stel met de toetsen ( + ) en ( - ) de gewenste instelling in. • Bij de aanduiding ‘ML ON’ is de instellichtfunctie geactiveerd. • Bij de aanduiding ‘ML OFF’ is de instellichtfunctie gedeactiveerd. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aan-duiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na hetactiveren van de instellichtfunctie wordt in het display ‘ML’ aangegeven. 9. 6 Extended-zoomfunctie (‘Ex’)Bij de extended-zoomfunctie wordt de zoomstand van de hoofdreflector eenstap lager ingesteld dan de brandpuntsafstand van het objectief.

De daaruitresulterende, verbrede, grotere verlichtingshoek zorgt in ruimten voor extra stro-oilicht (reflecties) en daardoor voor een zachter flitslicht. Voorbeeld:De brandpuntsafstand van het objectief op de camera bedraagt 50 mm. In deextended-zoomfunctie stuurt de flitser de hoofdreflector naar de zoomstand van35 mm. In het display wordt verder wel 50 mm aangegeven. Het instellen• Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat 'Zoom' aangegeven wordt en'Ex' knippert. Stel met de toetsen (+) en (-) dan de gewenste instelling in. 53707 47 0065. A1-48AF-1O Inh. 17. 09. 2007 13:58 Uhr Seite 53.

54ń- Bij de aanduiding ‘Ex On’ is de extended-zoomfunctie geactiveerd. - Bij de aanduiding ‘Ex OFF’ is de extended-zoomfunctie gedeactiveerd. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aan-duiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na hetactiveren van de extended-zoomfunctie wordt in het display ‘Ex’ aangegeven. Het systeem bepaalt, dat de extended-zoomfunctie alleen brandpuntsafstan-den van 28 mm (kleinbeeldformaat) en langer ondersteunt. De camera moetvan een objectief met CPU zijn voorzien en de gegevens van de brandpunt-safstand van het objectief doorgegeven hebben naar de flitser. 9. 7 Meter-Feet-omschakeling ( ‘m’ /’ft’)De aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser kan naar keuze inmeters m of in feet ft plaatsvinden.

Het instellen• Druk zo vaak op de toetscombinatie ‘Select’, dat alleen de afstandsdimensie‘m’ of ‘ft’ knippert. Stel met de toetsen ( + ) en ( - ) de gewenste instelling in. - Bij de aanduiding ‘m’ staat de afstandsaanduiding in meters. - Bij de aanduiding ‘ft’ staat de afstandsaanduiding in feet. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 seconden houdt de aan-duiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. 9. 8 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR)Sommige camera's bieden de mogelijkheid de flitser te synchroniseren bij hetdichtgaan van de sluiter (zie 11. 3). Het instellen• Tip de ontspanknop op de camera aan, zodat er een uitwisseling van gege-vens tussen camera en flitser plaats kan vinden. • Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat 'REAR' knipperend wordtaangegeven.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Metz MECABLITZ 48 AF-1 digital Panasonic stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden