Metabo KGSV216MC Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Metabo KGSV216MC (53 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 35 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Metabo KGSV216MC of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Metabo |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | KGSV216MC |
Handleiding Metabo KGSV216MC – volledige tekst
NEDERLANDS nl25Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing1. Conformiteitsverklaring2. Gebruik conform de bepalingen3. Algemene veiligheidsvoorschriften4. Speciale veiligheidsvoorschriften5. Overzicht6. Plaatsen en transport7. Het apparaat in detail8. Inbedrijfstelling9. Bediening10. Onderhoud en verzorging11. Handige tips12. Toebehoren13. Reparatie14. Milieubescherming15. Problemen en storingen16. Technische gegevensWij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording: Deze kap- en verstekzagen, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Technische documentatie bij *4) - zie pagina 4. De verstekafkortzaag is geschikt voor het zagen in de lengte en breedte, voor schuine sneden, versteksneden evenals voor dubbele versteksneden. Bovendien kunnen er groeven mee worden gemaakt.
Er mogen uitsluitend materialen worden bewerkt, waarvoor het dienovereenkomstige zaagblad geschikt is (zie hoofdstuk 12. Toebehoren). De toegestane afmetingen van de werkstukken moeten in acht worden genomen (zie hoofdstuk 16. Technische gegevens). Werkstukken met ronde of onregelmatige doorsnede (zoals bijvoorbeeld brandhout) mogen niet worden gezaagd, omdat ze niet goed vastgehouden kunnen worden tijdens het zagen. Bij het smalkantzagen van vlakke werkstukken moet een geschikte hulpgeleider gebruikt worden om een veilige geleiding te garanderen. Iedere andere toepassing is niet volgens de voorschriften. Door onreglementair gebruik, veranderingen aan de machine of door gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant gekeurd en vrijgegeven zijn, kunnen niet te voorziene beschadigingen ontstaan.
Let voor uw veiligheid en die van het elektrisch gereedschap op de passages die zijn voorzien van dit symbool. WAARSCHUWING – Lees de gebruiksaanwijzing om het risico van letsel te verminderen. Geef uw elektrisch gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door.
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschapWAARSCHUWING – Lees alle veiligheidsinstructies, aanwijzingen, afbeeldingen en technische specificaties die samen met dit elektrische gereedschap worden geleverd. Als de hieronder vermelde aanwijzingen niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik. Het in de veiligheidsinstructies gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" heeft betrekking op elektrisch gereedschap voor gebruik op het stroomnet (met stroomkabel) en op elektrisch gereedschap voor gebruik met een accu (zonder stroomkabel). 3. 1 Veiligheid op de werkpleka) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden.
b) Werk met het elektrische gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen. 3. 2 Elektrische veiligheida) De aansluitstekker van het elektrisch gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde elektrische gereedschappen. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok. b) Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, zoals bijvoorbeeld buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten.
Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is. c) Houd het elektrisch gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in elektrisch gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok.
d) Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het elektrische gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende gereedschapdelen. Beschadigde of in de war geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische schok. e) Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengkabels te gebruiken die voor gebruik buitenshuis geschikt zijn. Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis geschikte verlengkabel beperkt het risico van een elektrische schok. f) Als het gebruik van het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, dient u een aardlekschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico van een elektrische schok. 3.
3 Veiligheid van personena) Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van een elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het elektrische gereedschap kan ernstig lichamelijk letsel veroorzaken. b) Draag persoonlijke beschermende uitrusting. Draag altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stofmasker, slipvaste werkschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, vermindert het risico van lichamelijk letsel. c) Voorkom per ongeluk inschakelen.
Controleer dat het elektrische gereedschap uitgeschakeld is voordat u de stekker in het stopcontact steekt of de accu aansluit en voordat u het gereedschap oppakt of draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektrisch gereedschap uw vinger aan de schakelaar heeft of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden.
d) Verwijder instelgereedschap of schroefsleutels voordat u het elektrisch gereedschap inschakelt. Gereedschap of sleutels in een draaiend deel van de machine kunnen letsel veroorzaken. e) Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende delen worden meegenomen. g) Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan het gevaar door stof verminderen.
h) Waan uzelf niet ten onrechte in veiligheid en vergeet niet de veiligheidsregels voor elektrisch gereedschap in acht te nemen, ook al bent u na veelvuldig gebruik vertrouwd met het elektrisch gereedschap. Onvoorzichtig te werk gaan kan binnen een fractie van een seconde tot ernstig letsel leiden. 3. 4 Gebruik van en omgang met het elektrisch gereedschapa) Overbelast de machine niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder een afneembare accu voordat u de machine instelt, toebehoren vervangt of de machine weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het elektrisch gereedschap. d) Bewaar elektrisch gereedschap dat niet wordt gebruikt buiten bereik van kinderen.
Laat de machine niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk wanneer dit door onervaren personen wordt gebruikt. e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische gereedschappen en toebehoren. Controleer of bewegende delen van het gereedschap correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het elektrische gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde delen repareren voordat u de machine gebruikt. Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrische gereedschappen. f) Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijdende inzetgereedschappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijker te geleiden.
g) Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, inzetgereedschappen en dergelijke volgens deze aanwijzingen. Let daarbij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden. h) Houd handgrepen en greepvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgrepen en greepvlakken verhinderen dat het gereedschap in onverwachte situaties veilig kan worden gehanteerd en bediend. 3. 5 Servicea) Laat het elektrisch gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele reserveonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft. Inhoudsopgave1. Conformiteitsverklaring 2. Voorgeschreven gebruik van het systeem 3. Algemene veiligheidsvoorschriften.
NEDERLANDSnl263. 6 Overige veiligheidsvoorschriften– Deze handleiding is gericht tot personen met technische basiskennis en ervaring in de omgang met machines van het hier beschreven type. Wanneer u geen ervaring heeft met dergelijke machines, moet u een beroep doen op de hulp van ervaren personen. – De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af voor schade die ontstaat door niet-inachtneming van deze handleiding. De informatie in deze handleiding wordt als volgt gekenmerkt: Gevaar. Verwondingsgevaar of gevaar voor het milieu. Gevaar voor elektrische schok. Waarschuwing voor lichamelijke let-sels door elektrische schok. Gevaar voor vastgegrepen worden. Gevaar voor letsel door het worden vastgegrepen van lichaamsdelen of kledingstukken. Opgelet. Waarschuwing voor materiële scha-de. Aanwijzing: Aanvullende informatie.
a) Verstekafkortzagen zijn bestemd voor het zagen van hout of houtachtige producten. Zij mogen niet voor het zagen van ijzer zoals staven, stangen, schroeven etc. worden gebruikt. Slijpstof leidt tot het blokkeren van bewegende delen zoals de onderste beschermkap. Vonken van het zagen verbranden de onderste beschermkap, de toevoerplaat en andere kunststof onderdelen. b) Fixeer het werkstuk indien mogelijk met klemmen. Als u het werkstuk met de hand vasthoudt, moet u uw hand altijd op een afstand van tenminste 100 mm van iedere kant van het zaagblad houden. Gebruik de zaag niet voor het zagen van stukken die te klein zijn om ze vast te zetten of met de hand vast te houden. Als uw hand zich te dicht bij het zaagblad bevindt, bestaat een verhoogd letselrisico door contact met het zaagblad.
c) Het werkstuk moet onbeweeglijk zijn en of vastgeklemd of tegen de aanslag en de tafel worden gedrukt. Schuif het werkstuk niet in het zaagblad, en zaag nooit zonder het vast te zetten. Losse of bewegende werkstukken kunnen met hoge snelheid eruit worden geslingerd en tot letsel leiden. d) Schuif de zaag door het werkstuk.
Voorkom dat u de zaag door het werkstuk trekt. Voor een zaagsnede tilt u de zaagkop op en trekt u hem zonder te zagen over het werkstuk. Vervolgens schakelt u de motor aan, zwenkt u de zaagkop naar beneden en drukt u de zaag door het werkstuk. Als u de zaag door het werkstuk trekt, bestaat het gevaar dat het zaagblad langs het werkstuk omhoog klimt en de zaagbladeenheid met geweld in richting van de bediener wordt geslingerd. e) Beweeg nooit uw hand boven de beoogde zaaglijn, niet voor en ook niet achter het zaagblad. Het vasthouden van het werkstuk "met gekruiste handen", d. w. z. het vasthouden van het werkstuk rechts van het zaagblad met de linker hand of omgekeerd is zeer gevaarlijk. f) Pak bij een draaiend zaagblad nooit achter de aanslag. Onderschrijd nooit een veiligheidsafstand van 100 mm tussen hand en draaiend zaagblad (geldt aan beide zijden van het zaagblad, bijv.
bij het verwijderen van houtafval). De nabijheid van het draaiende zaagblad tot uw hand is mogelijk niet herkenbaar en u kunt zwaar letsel oplopen. g) Controleer het werkstuk voor het zagen. Als het werkstuk gebogen of vervormd is, spant u het met de naar buiten gekromde kant richting de aanslag. Zorg er altijd voor, dat zich langs de zaaglijn geen spleet tussen werkstuk, aanslag en tafel bevindt. Gebogen en vervormde werkstukken kunnen zich draaien of verplaatsen en het vastklemmen van het draaiende zaagblad tijdens het zagen veroorzaken. Er mogen zich geen spijkers of vreemde voorwerpen in het werkstuk bevinden. h) Gebruik de zaag pas als er zich geen gereedschap, houtafval etc. meer op de tafel bevindt; alleen het werkstuk mag zich op de tafel bevinden.
Klein afval, losse houtstukken of andere voorwerpen, die in contact komen met het draaiende blad, kunnen met hoge snelheid worden weggeslingerd. i) Zaag nooit meerdere werkstukken tegelijk. Meerdere gestapelde werkstukken kunnen niet goed worden gespannen of vastgehouden en kunnen tijdens het zagen het vastlopen van het blad veroorzaken.
j) Zorg ervoor dat de verstekafkortzaag voor gebruik op een vlakke, stevige ondergrond staat. Een vlakke en stevige ondergrond vermindert het gevaar, dat de verstekafkortzaag instabiel wordt. k) Plan uw werkzaamheden. Let er iedere keer als u de hoek van het zaagblad of de verstekhoek veranderd op, dat de instelbare aanslag juist geplaatst is en het werkstuk ondersteund, zonder met het blad of de beschermkap in contact te komen. Zonder de machine in te schakelen en zonder werkstuk op de tafel dient een volledige zaagbeweging van zaagblad te worden gesimuleerd om ervoor te zorgen, dat er geen sprake is van beperkingen of het gevaar dat in de aanslag wordt gezaagd. l) Zorg er bij werkstukken, die breder of langer dan het tafelblad zijn voor, dat ze goed worden ondersteund, bijv. door een tafelverlenging of zaagbokken.
Werkstukken die langer of breder dan de tafel van de verstekafkortzaag zijn, kunnen kantelen als ze niet goed worden ondersteund. Als een afgezaagd stuk hout of het werkstuk kantelt, kan het de onderste beschermkap optillen of ongecontroleerd door het draaiende blad worden weggeslingerd. m) Laat u niet door andere personen als vervanging voor een tafelverlenging of als extra ondersteuning helpen. Een instabiele ondersteuning van het werkstuk kan tot vastklemmen van het blad leiden. Ook kan het werkstuk tijdens het zagen verschuiven en u en uw hulp in het draaiende blad trekken. n) Het afgezaagde stuk mag niet tegen het draaiende zaagblad worden gedrukt. Als er weinig ruimte is, bijv. bij het gebruik van lange geleidingen, kan het afgezaagde stuk klem komen te zitten samen met het blad en met geweld worden weggeslingerd.
o) Gebruik altijd een klem of een geschikte installatie om rond materiaal zoals stangen of buizen correct te ondersteunen. Stangen hebben de neiging tijdens het zagen weg te rollen waardoor het blad zich "vast bijt" en het werkstuk met uw hand in het blad kan worden getrokken.
p) Laat het blad eerst zijn volle snelheid bereiken voordat u het werkstuk zaagt. Dit vermindert het risico dat het werkstuk wordt weggeslingerd. q) Als het werkstuk vast wordt geklemd of het blad blokkeert, dient u de verstekafkortzaag uit te schakelen. Wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen, trek de stekker uit en/of haal de accu eruit. Verwijder vervolgens het vastgelopen materiaal. Als u bij dergelijke blokkeringen verder zaagt, kunt u de controle verliezen of kan de verstekafkortzaag beschadigd raken. r) Laat na het zagen de schakelaar los, houd de zaagkop beneden en wacht totdat het zaagblad stil staat, voordat u het afgezaagde stuk verwijderd. Het is zeer gevaarlijk met de hand in de buurt van het draaiende blad te komen.
s) Houd de handgreep goed vast als u een onvolledige zaagsnede uitvoert of als u de schakelaar loslaat, voordat de zaagkop zijn onderste positie heeft bereikt. Door de remwerking van de zaag kan de zaagkop met een schok naar beneden worden getrokken, wat risico tot lichamelijk letsel met zich meebrengt. 4. 1 Overige veiligheidsvoorschriften Houdt u zich aan de bijzondere veiligheidsvoorschriften in de betreffende hoofdstukken. Neem eventueel de wettelijke richtlijnen of ongevallenpreventievoorschriften in acht. Algemeen gevaar. Houd rekening met omgevingsomstandigheden. Gebruik geschikte oplegvlakken voor het zagen van lange werkstukken. Deze machine mag uitsluitend door personen die met dergelijke machines bekend zijn en zich de gevaren bij het werken steeds bewust zijn, in bedrijf gesteld en gebruikt worden.
Personen beneden de 18 jaar mogen deze machine alleen bedienen in het kader van een beroepsopleiding en onder het voortdurend toezicht van een ervaren leraar. Let erop dat er zich geen onbevoegde personen, voornamelijk kinderen, in de gevarenzone begeven. Zorg ervoor dat geen andere personen de machine of het snoer kunnen aanraken. Vermijd het oververhitten van de zaagtanden.
Vermijd bij het zagen van kunststoffen dat de kunststof smelt. Gevaar voor verwondingen en kneuzingen aan bewegende delen. Neem deze machine nooit in gebruik zonder gemonteerde veiligheidsvoorzieningen. Houd steeds voldoende afstand tot het zaagblad. Gebruik desnoods geschikte invoerhulpmiddelen. Houd tijdens het gebruik voldoende afstand tot aangedreven onderdelen. Wacht tot het zaagblad stilstaat alvorens kleine werkstukdelen, houtresten enz. uit het werkbereik te verwijderen. Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze bij het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden. Gebruik een spaninrichting of een bankschroef om het werkstuk vast te zetten. Het kan hierdoor beter worden vastgehouden als met de hand. Rem het uitlopende zaagblad niet af door er aan de zijkant tegenaan te drukken.
Voor iedere instelling, onderhoud of reparatie dient u de stekker eruit te trekken. Als het apparaat niet wordt gebruikt, dient u de stekker eruit te trekken. Gevaar voor snijwonden ook bij stilstaand snijgereedschap. Draag veiligheidshandschoenen als u snijgereedschap moet vervangen. Bewaar de zaagbladen zo, dat niemand zich eraan kan verwonden. Gevaar voor terugslag van de zaagkop (zaagblad blijft in het werkstuk steken en de zaagkop slaat plotseling omhoog). Kies een voor het te snijden materiaal geschikt zaagblad. Houd de handgreep goed vast. Op het moment waarop het zaagblad insteekt in het werkstuk is het risico op terugslag bijzonder groot. Gebruik voor het zagen van dunne werkstukken of werkstukken met dunne wanden uitsluitend zaagbladen met fijne vertanding. Zorg ervoor dat de zaagbladen steeds scherp zijn. Botte zaagbladen moeten onmiddellijk vervangen worden.
Er bestaat een verhoogd risico op terugslag als een botte zaagtand in het oppervlak van het werkstuk vast blijft zitten. Zet het werkstuk nooit op z’n smalle kant (tijdens het schaven).
Controleer in geval van twijfel de werkstukken op vreemde voorwerpen (bijvoorbeeld spijkers of schroeven). Zaag nooit verschillende stukken, ook geen bundels met verschillende stukken, tegelijk. Er is gevaar voor lichamelijk letsel als aparte stukken zonder steun door het zaagblad worden gegrepen. Vermijd bij het maken van groeven zijdelingse druk op het zaagblad – gebruik een spaninrichting. 4. Speciale veiligheidsinstructies.
NEDERLANDS nl27Gevaar voor vastgegrepen worden. Zorg ervoor dat tijdens het gebruik geen lichaamsdelen of kleding door roterende onderdelen gegrepen en meegetrokken kunnen worden (geen stropdassen, geen handschoenen, geen kleding met wijde mouwen dragen; bij lang haar moet absoluut een haarnet worden gedragen). Zaag nooit werkstukken waaraan touwen, snoeren, banden, kabels of draden hangen of die dergelijke materialen bevatten. Gevaar door onvoldoende persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag oordoppen. Draag een veiligheidsbril. Draag een stofmasker. Draag aangepaste werkkledij. Draag slipbestendig schoeisel. Draag de handschoenen bij de omgang met zaagbladen en ruwe werkstukken. Draag de zaagbladen in een container. Gevaar door houtstof.
De stofbelasting verminderen: Deeltjes die tijdens het werken met deze machine ontstaan, kunnen stoffen bevatten die kanker, allergische reacties, aandoeningen aan de luchtwegen, aangeboren afwijkingen of andere voortplantingsproblemen veroorzaken. Enkele voorbeelden van dergelijke stoffen zijn: lood (in loodhoudende verf), additieven voor de behandeling van hout (chromaat, houtverduurzamingsmiddelen), enkele houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof). Het risico is afhankelijk van het feit hoe lang de gebruiker of omstanders aan de stofbelasting worden blootgesteld. Deze stofdeeltjes mogen niet in het lichaam terechtkomen. Om de belasting met deze stoffen te verminderen: zorg voor een goede ventilatie van de werkplek en draag geschikte beschermingsmiddelen, zoals bijv. ademmaskers die in staat zijn om de microscopisch kleine stofdeeltjes uit de lucht te filteren.
Gebruik de meegeleverde stofopvanginrichting en een geschikte stofafzuiging. Daardoor komen slechts weinig deeltjes ongecontroleerd in de omgeving terecht. Verminder de stofbelasting door:– de vrijkomende deeltjes en de afvoerluchtstroom van het blaaspistool niet op de gebruiker zelf of omstanders of op neergeslagen stof te richten,– een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te gebruiken,– de werkplek goed te ventileren en schoon te houden door te stofzuigen. Vegen of blazen wervelt het stof op. – Zuig of was de beschermende kleding. Niet uitblazen, uitslaan of uitborstelen. Gevaar door technische wijzigingen of het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant zijn goedgekeurd en vrijgegeven Monteer dit apparaat zoals in de handleiding wordt aangegeven. Gebruik hiervoor uitsluitend door de fabrikant vrijgegeven onderdelen.
Dit betreft in het bijzonder: – zaagbladen (bestelnummers zie hoofdstuk 12. Toebehoren). – Veiligheidsvoorzieningen. – Weergave van de zaaglijn Breng aan deze onderdelen geen wijzigingen aan. Let erop dat het op het zaagblad aangegeven max. toerental tenminste net zo hoog is als het toerental dat op de zaag wordt vermeld. Gevaar door gebreken aan het apparaat. Controleer het apparaat voor het inschakelen telkens op eventuele beschadigingen: voor elk gebruik moet de goede werking van de veiligheidsinrichtingen en van licht beschadigde onderdelen zorgvuldig gecontroleerd worden. Controleer of de scharnierende onderdelen correct functioneren en niet klemmen. Alle onderdelen dienen juist gemonteerd te zijn en te voldoen aan alle voorwaarden om een goede werking van het apparaat te garanderen. Gebruik geen beschadigde of vervormde zaagbladen. Gevaar door lawaai. Draag oordoppen.
4. 2 Symbolen op het apparaat (afhankelijk van het model)Gebruiksaanwijzing lezen. Niet in het zaagblad grijpen. Gevarenzone. Houd uw vingers, handen en armen zo goed mogelijk uit de buurt van dit gebied. Veiligheidsbril en gehoorbescherming dragen. Apparaat niet in vochtige of natte omgeving gebruiken. LET OP Niet in de brandende lamp staren. 4. 3 VeiligheidsvoorzieningenPendel beschermkap (4) De pendel beschermkap verhindert ongewild contact met het zaagblad en biedt bescherming tegen rondvliegende spaanders. Veiligheidsvergrendeling (26)Alleen als de veiligheidsvergrendeling (rechts of links) geactiveerd wordt, kan de machine worden ingeschakeld. Werkstukaanslag (23) De werkstukaanslag verhindert, dat een werkstuk tijdens het zagen kan worden bewogen. De werkstukaanslag moet tijdens gebruik altijd gemonteerd zijn.
Let erop, dat het extra profiel (29) juist ingesteld is en het werkstuk zo goed mogelijk ondersteunt, zonder met het blad of de beschermkap in contact te komen. Met borgschroef (30) vergrendelen. Zonder de machine in te schakelen en zonder werkstuk op de tafel dient een volledige zaagbeweging van zaagblad te worden gesimuleerd om ervoor te zorgen, dat er geen sprake is van beperkingen of het gevaar dat in het extra profiel (29) wordt gezaagd. Een verkeerd ingesteld extra profiel (29) kan, bij schuine zaagsneden en bij dubbele versteksneden in contact komen met het zaagblad en daardoor ernstig letsel veroorzaken. Het extra profiel (29) op de werkstukaanslag moet voor schuine zaagsneden na het losdraaien van de borgschroef (30) worden verschoven. (Zie afb. A): Deze machine heeft links en rechts een extra profiel (29).
Voor speciale sneden kan het noodzakelijk zijn, een extra profiel (29) te verwijderen. Voor het verwijderen naar buiten trekken. Na het afronden van de snede het extra profiel (29) weer bevestigen, zodat hij niet verloren raakt. Zie pagina 2. De afbeeldingen gelden als voorbeeld voor alle apparaten.
Indien nodig tafelverbreding (14) monteren (afhankelijk van het model)1. Rechter en linker tafelverbreding uit de transportverpakking halen. 2. De tafelverbreding met omhoog geklapte lengte-aanslag (5) op de rechterkant monteren. Let op de juiste kant, omdat deze moeilijk kan worden verwijderd als de zijkanten door elkaar worden gehaald. 3. De knop (31) indrukken en de geleidingen van de tafelverbredingen (14) helemaal in de opname schuiven. De knop (31) klikt vast en de tafelverbredingen zijn gemonteerd. 4. Gewenste tafelbreedte instellen en tafelverbredingen met vergrendelhendel (11) vastzetten. Indien nodig: de tafelverbreding door het verstellen/uitdraaien van de bout tot de vloer ondersteunen (afhankelijk van het model). 5. Ter ondersteuning van bijzonder lange werkstukken kunnen de beide zijdelingse tafelverbredingen (14) worden verwijderd en aan elkaar worden bevestigd (zie afb.
NEDERLANDSnl28PlaatsingVoor het veilige werken moet het apparaat op een stabiele ondergrond worden bevestigd. – Als ondergrond kan bijvoorbeeld een geschikt kapzaag-frame of een vast gemonteerd werkblad of werkbank worden gebruikt. – Het apparaat moet ook tijdens het bewerken van grotere werkstukken veilig staan. – Lange werkstukken dienen met geschikt toebehoor extra te worden ondersteund. Aanwijzing: Voor mobiel gebruik kan het apparaat op een triplex- of multiplex plaat (500 mm x 500 mm, tenminste een dikte van 19 mm) worden vastgeschroefd. Tijdens het gebruik moet de plaat met een bankschroef op een werkbank worden bevestigd. 1. Apparaat vastschroeven op de ondergrond. 2. Transportvergrendeling (22) losmaken: zaagkop een beetje naar beneden drukken en vasthouden. Transportvergrendeling (22) eruit trekken. 3. Zaagkop langzaam naar boven zwenken. Transport1.
2 Weergave van de zaaglijn (18)Bij het “Precision Cut Line System” (PCL) werpt een boven het zaagblad geplaatste LED een exacte schaduw van het zaagblad op het werkstuk. Een kalibratie is zodoende niet nodig. 1. PCL door op de schakelaar (28) te drukken activeren. 2.
Laat het zaagblad tot enkele centimeters boven het werkstuk zakken om een exacte zaaglijn te creëren. 3. Lijn het werkstuk uit met de weergave van de zaaglijn. Gevaar. De lichtstraal niet op ogen van personen of dieren richten. 7. 3 HoekverstellingNa het losmaken van de vergrendelknop (24) kan de zaag traploos tussen 0° en 45° naar links ten opzichte van de loodrechte positie worden ingesteld (34). Druk tijdens het verstellen de vergrendelknop (25) in, om ook een hoek tot 47° naar links ten opzichte van de loodrechte positie in te stellen. De zaag kan eventueel ook naar rechts ten opzichte van de loodrechte positie worden ingesteld: maak de vergrendelknop (24) los EN trek de knop (35) naar voren. De zaag kan nu traploos tussen 0° en 45° naar rechts ten opzichte van de loodrechte positie worden ingesteld (34).
Druk tijdens het verstellen de vergrendelknop (25), om ook een hoek tot 47° naar rechts ten opzichte van de loodrechte positie in te stellen. Gevaar. Om ervoor te zorgen dat de hoek tijdens het zagen niet kan veranderen, moet de vergrendelknop (24) van de kantelarm worden vastgedraaid. 7. 4 DraaitafelVoor versteksneden kan de draaitafel (7) na het losmaken van de vergrendelgreep (9) en het drukken van de pal (10) in de gewenste hoek worden gedraaid. Op deze manier wordt de zaaghoek ten opzichte van de aanleunrand van het werkstuk veranderd. Als de pal (10) in de bovenste stand staat, vergrendelt de draaitafel in de hoeken 0°, 15°, 22,5°, 30° en 45°. Staat de pal (10) daarentegen in de onderste stand, dan is de vergrendelfunctie gedeactiveerd. Gevaar.
Om ervoor te zorgen dat de verstekhoek tijdens het zagen niet kan veranderen, moet de vergrendelgreep (9) van de draaitafel (ook in de rustposities. ) worden vastgedraaid. 7. 5 TrekbankMet de trekbank kunnen ook werkstukken met grotere doorsnede worden gezaagd.
De trekbank kan voor alle soorten zaagsneden (rechte sneden, versteksneden, schuine sneden en dubbele versteksneden en het zagen van groeven) worden gebruikt. Als de trekbank niet nodig is, kunt u de trekbank met de borgschroef (2) in de achterste positie worden vergrendeld. 7. 6 ZaagdieptebegrenzingDe zaagdieptebegrenzing (44) maakt samen met de trekbank het maken van groeven mogelijk. De stelschroef verdraaien en met de contramoer fixeren. De zaagdieptebegrenzing kan worden uitgeschakeld als de aanslag (44) in de richting van de zaagkop wordt geschoven. 7. 7 ToerentalregelingHet toerental met de stelknop (1) instellen. Aanbevolen stelknopposities zie tabel. Hout:. 3 - 6Aluminium:. 3 - 6Kunststof:. 1 - 38. 1 Spaanzak / afzuiginstallatie aansluitenGevaar. Het stof van enkele houtsoorten (bijv. van eik, beuk en es) kan bij het inademen kankerverwekkend zijn.
– Werk alleen met een gemonteerde spaanzak of een geschikte afzuiginstallatie. – Gebruik bovendien een stofmasker omdat niet al het zaagstof opgevangen c. q. afgezogen wordt. – Maak de spaanzak regelmatig leeg. Draag tijdens het legen een stofmasker. Als u het apparaat met de meegeleverde spaanzak in gebruik neemt: Steek de spaanzak (19), eventueel samen met het hoekstuk, op de spaanafzuiging (21). Let erop dat de sluiting (20) van de spaanzak gesloten is. Als u het apparaat aan een spaanafzuiginstallatie aansluit: Gebruik voor het aansluiten aan de spaanafzuiging een geschikte adapter (zie hoofdstuk 12. "Toebehoren"). Lees ook de handleiding voor de bediening van de spaanafzuiginstallatie. 8.
Elektrische spanning Het apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een stroombron die aan de hierna volgende voorwaarden voldoet (zie ook hoofdstuk 16. "Technische gegevens"):– netspanning en -frequentie moeten overeenstemmen met de waarden op het typeplaatje van de machine; – De stroomkring dient vakkundig beveiligd te worden met een differentieelschakelaar die aanslaat bij een lekstroom van 30 mA. – De stopcontacten moeten reglementair geïnstalleerd, geaard en goedgekeurd zijn. Het snoer moet zo gelegd worden dat de zaagwerkzaamheden niet bemoeilijkt worden, en dat het snoer niet beschadigd kan worden. Gebruik als verlengsnoer alleen snoeren met rubbermantel en voldoende diameter (3 × 1,5 mm2). Gebruik verlengsnoeren voor gebruik buitenshuis. Gebruik buitenshuis alleen hiervoor toegelaten en overeenkomstig gekenmerkte verlengsnoeren. Voorkom het per ongeluk starten.
Controleer of de aan-/uit-schakelaar is uitgeschakeld wanneer de stekker in het stopcontact wordt gestoken. Controleer voor de werkzaamheden of de veiligheidsvoorzieningen feilloos functioneren. Let op een juiste werkhouding tijdens het zagen: – neem plaats aan de bedienkant; – tegenover het zaagblad; – naast het opstuivende zaagsel. Gevaar. Fixeer het werkstuk altijd met de werkstukspaninrichting (13). Gevaar voor beknelling. Pak tijdens het kantelen of zwenken van de zaagkop niet in het scharnierbereik of onder het apparaat. Houd tijdens het kantelen de zaagkop vast. Gebruik tijdens de werkzaamheden: – Werkstuksteunen – bij lange werkstukken, die na het afzagen van de tafel zouden vallen; – Spaanzak of spaanafzuiginstallatie. Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze bij het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden.
Druk het werkstuk tijdens het zagen steeds op de tafel en plaats het nooit op zijn kant. Probeer het zaagblad ook niet af te remmen door middel van zijdelingse druk.
NEDERLANDS nl29– De hoek van de kantelarm tot de verticale positie bedraagt 0°, de vergrendelknop (24) voor het instellen van de hoek is vastgetrokken. – Trekbank helemaal naar achteren. – Borgschroef (2) van de trekbank is los. – Werkstukaanslag (23) instellen:Borgschroef (30) losdraaien. Het extra profiel (29) zo verschuiven, dat het werkstuk zo goed mogelijk wordt ondersteund, zonder in contact te komen met het blad of de beschermkap. Met borgschroef (30) fixeren. Werkstuk zagen: 1. Werkstuk tegen de aanslag drukken en met de werkstukspaninrichting (13) vastklemmen. 2. Bij bredere werkstukken: de zaagkop tot de aanslag naar voren (naar de bediener) trekken (trekbank). 3. Veiligheidsvergrendeling (26) activeren en aan-/ uit-schakelaar (27) drukken en ingedrukt houden. 4.
Zaagkop aan de handgreep langzaam helemaal naar beneden laten zakken en indien nodig naar achteren (weg van de bediener) schuiven. Tijdens het zagen de zaagkop slechts zo stevig op het werkstuk drukken, dat het motortoerental niet te sterk daalt. 5. Zaag het werkstuk in een beweging door. 6. Aan-/ uit-schakelaar (27) loslaten en zaagkop langzaam in de bovenste uitgangspositie terug laten zwenken. 9. 2 VersteksnedeUitgangspositie: – Transportvergrendeling (22) eruit getrokken. – Zaagkop naar boven gezwenkt. – Zaagdieptebegrenzing (44) uitgeschakeld. – De hoek van de kantelarm ten opzichte van de verticale positie bedraagt 0°, de vergrendelknop (24) voor het instellen van de hoek is vastgetrokken. – Trekbank helemaal naar achteren. – Borgschroef (2) van de trekbank is los. – Werkstukaanslag (23) instellen:Borgschroef (30) losdraaien.
Het extra profiel (29) helemaal in de richting van het zaagblad schuiven zodat het werkstuk zo goed mogelijk wordt ondersteund. Met borgschroef (30) fixeren. Werkstuk zagen: 1. Vergrendelgreep (9) van de draaitafel losdraaien en de pal (10) losdraaien. 2. Gewenste hoek instellen. 3. Vergrendelgreep (9) van de draaitafel vastdraaien. 4.
Werkstuk zagen zoals beschreven bij "Rechte zaagsneden". 9. 3 Schuine zaagsnedenUitgangspositie: – Transportvergrendeling (22) eruit getrokken. – Zaagkop naar boven gezwenkt. – Zaagdieptebegrenzing (44) uitgeschakeld. – Draaitafel staat in 0°-positie, vergrendelgreep (9) voor draaitafel is vastgetrokken. – Borgschroef (2) van de trekbank is los. – Trekbank helemaal naar achteren. – Werkstukaanslag (23) instellen:Borgschroef (30) losdraaien. Het extra profiel (29) zo verschuiven, dat het werkstuk zo goed mogelijk wordt ondersteund, zonder in contact te komen met het blad of de beschermkap. Met borgschroef (30) fixeren. Alleen bij bepaalde hoekinstellingen kan het noodzakelijk zijn, een van de extra profielen (29) te verwijderen. Voor het verwijderen naar buiten trekken. Na het afronden van de zaagsnede het extra profiel (29) weer bevestigen, zodat hij niet zoekraakt. Werkstuk zagen:1.
Vergrendelknop (24) voor het instellen van de hoek aan de achterkant van de zaag losmaken. 2. Kantelarm langzaam in de gewenste positie kantelen. Details zie hoofdstuk 7. 3. 3. Vergrendelknop (24) voor het instellen van de hoek vasttrekken. 4. Werkstuk zagen, zoals beschreven bij "Rechte zaagsneden". 9. 4 Dubbele versteksnedenAanwijzing: De dubbele versteksnede is een combinatie uit een versteksnede en een schuine snede. Dat betekent, het werkstuk wordt schuin in richting van de achterste aanleunrand en schuin naar de bovenkant gezaagd. Gevaar. Bij de dubbele versteksnede is het zaagblad vanwege de vergrootte hoek makkelijker toegankelijk – hierdoor bestaat een verhoogd letselrisico. Houd steeds voldoende afstand tot het zaagblad. Uitgangspositie:– Transportvergrendeling (22) eruit getrokken. – Zaagkop naar boven gezwenkt. – Zaagdieptebegrenzing (44) uitgeschakeld.
– Borgschroef (2) van de trekbank is los. – Trekbank helemaal naar achteren. – Werkstukaanslag (23) instellen:Borgschroef (30) losdraaien. Het extra profiel (29) zo verschuiven, dat het werkstuk zo goed mogelijk wordt ondersteund, zonder in contact te komen met het blad of de beschermkap. Met borgschroef (30) fixeren. Alleen bij bepaalde hoekinstellingen kan het noodzakelijk zijn, een van de extra profielen (29) te verwijderen. Voor het verwijderen naar buiten trekken. Na het afronden van de zaagsnede het extra profiel (29) weer bevestigen, zodat hij niet zoekraakt. Werkstuk zagen: Werkstuk zagen, zoals beschreven bij "Rechte zaagsneden". 9. 5 Groeven zagenAanwijzing: De zaagdieptebegrenzing maakt samen met de trekbank het maken van groeven mogelijk. Hierbij wordt geen deelsnede gemaakt, maar wordt het werkstuk slechts tot op een bepaalde diepte ingesneden. Gevaar op terugslag.
Bij het maken van groeven is het bijzonder belangrijk, dat er geen zijdelingse druk op het zaagblad wordt uitgeoefend. De zaagkop kan anders plotseling omhoog slaan. Gebruik voor het maken van groeven een spaninrichting. Vermijd een zijdelingse druk op de zaagkop. Uitgangspositie:– Transportvergrendeling (22) eruit getrokken. – Zaagkop naar boven gezwenkt. – Kantelarm in gewenste hoek ten opzichte van het werkstukoppervlak gekanteld en vergrendeld. Details zie hoofdstuk 7. 3. – Draaitafel in gewenste positie vergrendeld. – Borgschroef (2) van de trekbank is los. – Trekbank helemaal naar achteren. Werkstuk zagen: 1. Zaagdieptebegrenzing (44) instellen op de gewenste zaagdiepte en met de contramoer fixeren. Zaagdieptebegrenzing (44) activeren: van de zaagkop weg zwenken. 2. De zaagkop omlaag zwenken om de ingestelde zaagdiepte te controleren:3. Proefsnede maken. 4.
Voor alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden dient de stekker eruit te worden getrokken. – Service en/of onderhoudswerkzaamheden die niet in dit hoofdstuk beschreven staan mogen uitsluitend door vaklui uitgevoerd worden. – Beschadigde onderdelen, in het bijzonder veiligheidsvoorzieningen, mogen alleen door originele onderdelen worden vervangen. Onderdelen die niet gekeurd en vrijgegeven zijn door de fabrikant kunnen onvoorzienbare beschadigingen veroorzaken. – Nadat u klaar bent met de service en/ of onderhoudsbeurt, moet de goede werking van alle veiligheidsvoorzieningen als eerste gecontroleerd worden. 10. 1 Zaagblad vervangenGevaar voor brandwonden. Onmiddellijk na het zagen kan het zaagblad erg heet zijn. Laat een heet zaagblad eerst voldoende afkoelen. Reinig een heet zaagblad niet met brandbare vloeistoffen. Gevaar voor snijwonden bestaat ook als het zaagblad stil staat.
Tijdens het losdraaien en vastdraaien van de stelschroef (37) moet de pendel beschermkap (4) over het zaagblad gezwenkt zijn. Bij het vervangen van een zaagblad moet u veiligheidshandschoenen dragen. 1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Zaagkop in de bovenste stand brengen. 3. Borgschroef (2) losdraaien. De zaagkop tot de aanslag naar voren (naar de bediener) trekken. Trekbank met de borgschroef (2) vergrendelen. 4. Zaagblad vergrendelen: De vergrendelknop (15) indrukken en hierbij het zaagblad met de andere hand draaien, totdat de vergrendelknop vastklikt. Vergrendelknop ingedrukt houden. 5. Stelschroef met schijf (37) op de zaagas met een binnenzeskantsleutel (12) met de klok mee eraf schroeven (linkse schroefdraad. ). 6. Pendel beschermkap (4) naar boven schuiven en vasthouden. 7.
8. Spanvlak reinigen:– zaagas (41),– zaagblad (38),– buitenflens (36),– binnenflens (40). Gevaar. Binnenflens correct opleggen. De zaag kan anders blokkeren of het zaagblad kan losraken. De binnenflens zit goed, als de ringgroef naar het zaagblad en de vlakke kant naar de motor wijst. 9. Binnenflens (40) monteren. 10. Pendel beschermkap (4) naar boven schuiven en vasthouden. 11. Nieuw zaagblad plaatsen – let op de draairichting: Van de linker (geopende) kant gezien, moet de pijl op het zaagblad overeenkomen met de pijlrichting (39) op de zaagbladafdekking. 10. Service en onderhoud.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Metabo KGSV216MC stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine Metabo
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine