Metabo BAS 505 Precision DNB Handleiding

Metabo Zaagmachine BAS 505 Precision DNB

Bekijk gratis de handleiding van Metabo BAS 505 Precision DNB (72 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 80 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Metabo BAS 505 Precision DNB of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/72
www.metabo.com
deOriginalbetriebsanleitung5
enOriginal operating instructions13
frInstructions d’utilisation originales21
nlOriginele gebruikaanwijzing29
itManuale d’uso originale37
esManual de instrucciones original45
ptManual de instruções original53
svOriginal bruksanvisning61
BAS 505 Precision WNB
BAS 505 Precision DNB

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Metabo
Categorie: Zaagmachine
Model: BAS 505 Precision DNB

Handleiding Metabo BAS 505 Precision DNB – volledige tekst

NEDERLANDS nl29Originele gebruikaanwijzing Inhoudsopgave1. Conformiteitsverklaring2. Lees deze tekst voor u begint. 3. Ingebruikneming4. Veiligheid4. 1 Doelmatig gebruik4. 2 Algemene veiligheidsvoorschriften4. 3 Symbolen op het apparaat4. 4 Veiligheidsvoorzieningen5. Overzicht6. Zaag transporteren7. Het apparaat in detail7. 1 Zaagtafel uitlijnen7. 2 Zaag bevestigen7. 3 Zaagtafel monteren7. 4 Zaaglint aanspannen7. 5 Aanslaggeleider monteren7. 6 Parallelle aanslag monteren7. 7 Zaagselafzuigsysteem aansluiten7. 8 Zaaglint vervangen7. 9 Netaansluiting8. Bediening8. 1 De hoogte van de bovenste lintgeleider instellen8. 2 Het zaagproces9. Service en onderhoud9. 1 Zaaglint uitlijnen9. 2 Bovenste lintgeleider uitlijnen9. 3 Onderste lintgeleider uitlijnen9. 4 Kunststof voeringen vervangen9. 5 Tafelinlegprofiel vervangen9. 6 Zaag reinigen9. 7 De machine opbergen10. Handige tips11.

Leverbare accessoires12. Reparatie13. Milieubescherming14. Problemen en storingen15. Technische gegevensWij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording dat: deze lintzagen, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Testrapport *4), Testende instantie van afgifte *5), Technische documentatie bij *6) - zie pagina 4. Deze gebruiksaanwijzing werd zodanig opgesteld, dat u snel en veilig met uw apparaat kunt werken. Hier een kleine handleiding voor het lezen van deze gebruiksaanwijzing:  Lees deze gebruiksaanwijzing vóór de inbedrijfstelling helemaal door. Neem vooral de veiligheidsinstructies in acht.  Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor personen met technische basiskennis in de omgang met apparaten zoals het hier beschreven apparaat.

Wanneer u geen enkele ervaring heeft met dergelijke apparaten, moet u eerst een beroep doen op de hulp van ervaren personen.  Bewaar alle bij dit apparaat geleverde documentatie, zodat u deze indien nodig kunt raadplegen.

Bewaar het aankoopbewijs voor eventuele garantieclaims.  Wanneer u het apparaat uitleent of verkoopt, dient u alle meegeleverde documenten van het apparaat mee te geven.  De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af voor schade die ontstaat door niet-inachtneming van deze handleiding. De informatie in deze handleiding wordt als volgt gekenmerkt: Gevaar. Waarschuwing voor lichamelijk letsel of milieuschade. Gevaar voor een elektrische schok. Waarschuwing voor lichamelijk letsel door elektrische schok. Intrekgevaar. Waarschuwing voor lichamelijk letsel door meetrekken van lichaamsdelen of kleding. Opgelet. Waarschuwing voor materiële schade. Aanwijzing: Aanvullende informatie.  Nummers in afbeeldingen (1, 2, 3,. )  benoemen de verschillende onderdelen;  zijn doorlopend genummerd;  hebben betrekking op de betreffende nummers tussen haakjes (1), (2), (3). in de nevenstaande tekst.

 Instructies, waarbij op de volgorde moet worden gelet, zijn doorlopend genummerd.  Instructies voor handelingen met willekeurige volgorde zijn met een punt gekenmerkt.  Opsommingen zijn met een streep gekenmerkt. Gevaar. Neem de zaag pas in gebruik wanneer de volgende voorbereidingen getroffen zijn:  zaag bevestigd;  zaagtafel gemonteerd en uitgelijnd;  V-riemspanning gecontroleerd;  veiligheidsvoorzieningen gecontroleerd. Sluit de zaag pas op het stroomnet aan als alle hierboven gernoemde voorbereidingen getroffen zijn. Anders bestaat het gevaar dat de zaag ongewild start en ernstig letsel veroorzaakt. 4. 1 Doelmatig gebruik Het apparaat is bestemd voor het gebruik in droge ruimtes. Een gebruik buitenshuis is niet toegestaan. Het apparaat is geschikt voor het zagen van hout, houtachtige materialen en kunststoffen.

Het zagen van ronde werkstukken loodrecht op de draaias is uitsluitend toegestaan als het werkstuk stevig vastgezet wordt. Ronde werkstukken hebben de neiging door de roterende beweging van het zaagblad los te komen.

Bij het smalkantzagen van vlakke werkstukken moet een geschikte aanslag gebruikt worden om een veilige geleiding te garanderen. Het is ten stelligste verboden de machine te gebruiken voor een doel waarvoor ze niet ontworpen werd of niet geschikt is. De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af als de machine niet gebruikt wordt zoals voorgeschreven of als ze gebruikt wordt voor een doel waarvoor ze niet ontworpen werd of niet geschikt is. Een ombouw van het apparaat of het gebruik van onderdelen die niet gekeurd en vrijgegeven zijn door de fabrikant kunnen tijdens het gebruik onvoorzienbare beschadigingen veroorzaken. 4. 2 Algemene veiligheidsvoorschriften  Neem bij gebruik van dit apparaat de volgende veiligheidsvoorschriften in acht om gevaar voor personen of materiële schade te voorkomen.  Neem de bijzondere veiligheidsvoorschriften in de betreffende hoofdstukken in acht.

 Neem eventueel geldende wettelijke richtlijnen of voorschriften ter preventie van ongevallen bij de omgang met lintzagen in acht. Algemeen gevaar.  Houd uw werkplek schoon – een wanordelijke werkplek kan ongevallen tot gevolg hebben.  Wees aandachtig. Let op wat u doet. Ga ver-standig te werk. Gebruik de machine niet wan-neer u niet geconcentreerd bent.  Houd rekening met omgevingsomstandigheden. Zorg voor een goede verlichting.  Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en let er vooral op dat u altijd goed in evenwicht bent.  Gebruik geschikte oplegvlakken voor het zagen van lange werkstukken.  Gebruik het apparaat niet in de buurt van ont-vlambare vloeistoffen of gassen.  De machine mag alleen ingeschakeld en gebruikt worden door personen die vertrouwd zijn met lintzagen en de gevaren bij de omgang ermee.

Personen beneden de 18 jaar mogen dit appa-raat slechts bedienen in het kader van een beroepsopleiding en onder het voortdurend toe-zicht van een ervaren leraar.

 Let erop dat zich geen onbevoegde personen, vooral geen kinderen, in de gevarenzone bege-ven. Zorg ervoor dat geen andere personen het apparaat of het snoer aanraken.  Zorg dat u het apparaat niet overbelast – gebruik dit apparaat uitsluitend binnen het in de techni-sche gegevens vermelde vermogensbereik. Gevaar door elektriciteit  Stel dit apparaat niet bloot aan regen. Gebruik dit apparaat niet in een vochtige of natte omgeving. Vermijd dat u tijdens werkzaamheden met dit apparaat in contact komt met geaarde elemen-ten (zoals bijv. radiatoren, buizen, ovens, koel-kasten).  Gebruik het snoer niet voor doeleinden waar-voor het niet bedoeld is. Verwondingsgevaar aan bewegende delen.  Neem dit apparaat nooit in gebruik zonder gemonteerde veiligheidsvoorzieningen.  Houd steeds voldoende afstand tot het zaaglint. Gebruik desnoods geschikte invoerhulpmidde-len.

Houd tijdens het gebruik voldoende afstand van aangedreven onderdelen.  Wacht tot het zaaglint stilstaat voor u kleine werkstukdelen, houtresten enz. uit het werkbe-reik verwijdert.  Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze bij het zagen veilig vastgeklemd kun-nen worden.  Probeer het uitlopende zaaglint nooit af te rem-men door er zijdelings tegenaan te drukken.  Controleer of het apparaat gescheiden is van het stroomnet alvorens onderhoudswerkzaam-heden uit te voeren. Zorg ervoor dat er zich bij het inschakelen (bij-voorbeeld na onderhoudswerkzaamheden) geen montagegereedschap of losse onderde-len meer in het apparaat bevinden.  Trek de stekker uit het stopcontact wanneer het apparaat niet gebruikt wordt. Gevaar voor snijwonden ook bij stilstaand snijgereedschap.  Trek veiligheidshandschoenen aan als u snijge-reedschap moet vervangen.

NEDERLANDSnl30 Gebruik voor dunne of dunwandige werkstukken alleen zaaglinten met fijne tanden. Gebruik steeds scherpe zaaglinten.  Controleer in geval van twijfel de werkstukken op vreemde voorwerpen (bijvoorbeeld spijkers of schroeven).  Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze bij het zagen veilig vastgeklemd kun-nen worden.  Zaag nooit meerdere stukken in één keer – ook geen bundels die uit diverse afzonderlijke stuk-ken bestaan. Er bestaat gevaar voor ongevallen wanneer afzonderlijke stukken ongecontroleerd gegrepen worden door het zaaglint.  Ronde werkstukken mogen uitsluitend met een geschikte kleminrichting doorgezaagd worden, zodat het werkstuk niet kan doordraaien. Intrekgevaar.

 Zorg ervoor dat tijdens het gebruik geen lichaamsdelen of kleding door roterende onder-delen gegrepen en meegetrokken kunnen wor-den (geen dassen, geen handschoenen, geen kleding met brede mouwen; personen met lang haar moeten absoluut een haarnetje dragen).  Zaag nooit werkstukken die de volgende materi-alen bevatten:  touwen  snoeren  riemen  kabels  draden Gevaar door onvoldoende persoonlijke veiligheidsuitrusting.  Draag gehoorbescherming.  Draag een veiligheidsbril.  Draag een stofmasker.  Draag geschikte werkkleding.  Bij werkzaamheden buiten is schoeisel met anti-slipzool aanbevolen. Gevaar door zaagstof.  Het stof van enkele houtsoorten (bijv. van eik, beuk en es) kan bij het inademen kankerverwek-kend zijn. Werk uitsluitend met aangesloten afzuiginstallatie. De afzuiginstallatie moet vol-doen aan de eisen in het hoofdstuk "Technische gegevens".

 Let erop, dat bij het werken zo weinig mogelijk houtstof in de omgeving terechtkomt:  houtstofafzettingen in het werkbereik verwijderen (niet wegblazen. );  lekkages in de afzuiginstallatie herstellen;  voor een goede ventilatie zorgen.

Gevaar door technische wijzigingen of het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant zijn goedgekeurd en vrijgegeven.  Monteer dit apparaat zoals in de handleiding wordt aangegeven.  Gebruik uitsluitend door de fabrikant vrijgegeven onderdelen. Dit betreft in het bijzonder:  zaaglinten (bestelnummers in het hoofdstuk "Technische gegevens“);  veiligheidsinrichtingen (bestelnummers zie onderdelenlijst). Voer aan de onderdelen geen wijzigingen uit. Gevaar door gebreken aan het apparaat.  Zorg dat het apparaat evenals het toebehoor goed onderhouden wordt. Neem hierbij de onderhoudsvoorschriften in acht.  Controleer het apparaat voor het inschakelen telkens op eventuele beschadigingen: voor het gebruik moet de goede werking van de veilig-heidsinrichtingen, beveiligingen of licht bescha-digde onderdelen altijd zorgvuldig gecontroleerd worden.

Controleer of de scharnierende onder-delen correct functioneren en niet klemmen. Alle onderdelen moeten correct gemonteerd zijn en aan alle voorwaarden voldoen om een feilloze bediening van het apparaat te garanderen.  Voor iedere inschakeling: controleren of het zaagblad langer dan 10 seconden naloopt; loopt het langer na, de motor door een erkend vak-man laten vervangen.  Laat beschadigde beveiligingen of onderdelen deskundig en door een gekwalificeerde vakman repareren of vervangen. Laat beschadigde schakelaars in een servicewerkplaats vervan-gen. Gebruik dit apparaat niet wanneer u de schakelaar niet kunt in- en uitschakelen.  Zorg ervoor dat er zich geen oliën of vetten op de handgrepen bevinden en dat deze droog blij-ven. Gevaar door blokkerende werkstukken of werkstukdelen. Als er een blokkering optreedt:1. Apparaat uitschakelen. 2. Stekker uit het stopcontact trekken. 3.

Gebruiksaanwijzing lezen. Stekker uit het stopcontact trekken. Looprichting van het zaaglint. Informatie op het typeplaatje: (a) Fabrikant (b) Serienummer (c) Apparaatbenaming (d) Motorgegevens (zie ook "Technische gegevens") (e) CE-markering – Dit apparaat voldoet aan de EU-richtlijnen overeenkomstig de conformiteitsverklaring(f) Bouwjaar (g) Afvalsymbool – Het apparaat kan via de fabrikant worden afgevoerd (h) Afmetingen van de toegelaten zaaglinten 4. 4 Veiligheidsvoorzieningen Bovenste zaaglintbescherming De bovenste zaaglintbescherming (6) verhindert onvrijwillig hand-/vingercontact met het zaaglint en biedt bescherming tegen rondvliegende houtspaanders. Bewaar tussen de bovenste lintgeleider en het werkstuk steeds een afstand van 3 mm, zodat contact tussen de bovenste zaaglintbescherming en het zaaglint niet mogelijk is.

Onderste zaaglintbescherming De onderste zaaglintbescherming (28) verhindert ongewild contact met het zaaglint onder het tafelblad. De onderste zaaglintbescherming moet tijdens het gebruik gemonteerd zijn. Deuren van de behuizing De deuren van de behuizing (17) beschermen tegen het aanraken van de aangedreven delen in het binnenste van de zaag. De deuren van de behuizing zijn voorzien van een deurzekering. Deze schakelt de motor uit, wanneer een behuizingsdeur bij ingeschakelde zaag wordt geopend. De deuren van de behuizing moeten gedurende het bedrijf zijn gesloten. DuwhoutHet duwhout is een verlenging van de hand en verhindert ongewild contact met het zaaglint. Het duwhout moet altijd gebruikt worden als de afstand tussen het zaaglint en een parallelle aanslag kleiner is dan 120 mm. Het duwhout moet in een hoek van 20 … 30 t. o. v. het oppervlak van het tafelblad gehouden worden.

Als u het duwhout niet nodig heeft, kunt u het aan de daarvoor voorziene houder aan de machine hangen. Als het duwhout beschadigd is, moet het vervangen worden. Zie pagina 2.

NEDERLANDS nl3114 Draaigreep voor het instellen van V-snaarspanning15 V-snaaraandrijving16 Onderste zaaglintwiel17 Onderste deur van de behuizing18 Aan-/uit-schakelaar met noodstopschakelaar19 Weergave voor zaaglintspanning20 Instelwiel voor bovenste zaaglintwiel21 Instelwiel voor zaaglintspanning 22 Zaagselafzuigaansluiting23 Motor24 Sokkel25 Schroefsleutel26 Binnenzeskantsleutel27 Duwhout Breng de bovenste lintgeleider helemaal naar beneden.  Schroef uitstekende accessoires los.  Transporteer de zaag met de hulp van een tweede persoon.  Gebruik voor het transport indien mogelijk de originele verpakking. Aanwijzing: In dit hoofdstuk worden de belangrijkste bedie-ningselementen van uw apparaat beknopt voor-gesteld. De correcte omgang met het apparaat wordt beschreven in het hoofdstuk "Bediening“.

Lees het hoofdstuk "Bediening“ voordat u het apparaat voor de eerste keer in gebruik neemt. Aan-/uit-schakelaar  Aanschakelen = groene schakelaar (29) druk-ken.  Uitschakelen = rode schakelaar (30) drukken. Als de spanning wegvalt, dan wordt een onderspanningsrelais geactiveerd. Daarmee wordt voorkomen, dat het apparaat vanzelf start, zodra er weer spanning ter beschikking staat. Voor het hernieuwde inschakelen moet de groene aan-schakelaar opnieuw ingedrukt worden. Draaisluiting deur van de behuizing Met de draaisluiting (4) (13) opent en sluit u de deur van de behuizing. Deur van de behuizing openen:1. Bovenste draaisluiting (4) ca. een omdraaiing met de klok mee draaien en de onderste draai-sluiting (13) ca. een omdraaiing tegen de klok in draaien. Deur van de behuizing staat op een kier. De deurzekering wordt geactiveerd en schakelt de motor uit.

Gevaar door vrij liggende zaaglinten en zaaglintwielen. Als de motor na één omwenteling niet wordt uitgeschakeld of de deur onmiddellijk openspringt, is de deurzekering of het sluitsysteem defect. Stel de zaag buiten werking en laat deze repareren door de servicevestiging in uw land. 2.

Draaisluitingen verder draaien. De deur van de behuizing wordt volledig geopend. Deur van de behuizing sluiten: Deur van de behuizing dicht duwen en de bovenste draaisluiting tegen de klok in en de onderste draaisluiting met de klok mee tot aan de aanslag draaien. De deur van de behuizing ligt volledig tegen de behuizing. Instelwiel voor zaaglintspanning Met het instelwiel (21) kunt u de spanning van het zaaglint indien nodig corrigeren:  Door het instelwiel naar rechts te draaien, verhoogt u de spanning.  Door het instelwiel naar links te draaien, verlaagt u de spanning. Instelwiel voor hellingshoek van het bovenste zaaglintwiel Met het instelwiel (20) kunt u de hellingshoek van het bovenste zaaglintwiel indien nodig worden veranderd.

Door de hellingshoek te wijzigen, wordt het zaaglint zo uitgelijnd dat het precies midden op het synthetische loopvlak van de zaaglintwielen loopt:  Draai het instelwiel naar rechts = het zaaglint loopt naar achter.  Draai het instelwiel naar links = het zaaglint loopt naar voor. Instelwiel voor aandrijfriemspanningMet het instelwiel (14) kunt u indien nodig de spanning van de aandrijfriem corrigeren:  Verlaag de spanning door het instelwiel naar links te draaien;  Door het instelwiel naar rechts te draaien, verhoogt u de spanning. Hoekinstelling voor de zaagtafelNadat u de blokkeerschroef (31) heeft losgedraaid, kan de zaagtafel (11) traploos tot maximaal 20 gekanteld worden ten opzichte van het zaaglint. Parallelle aanslagDe parallelle aanslag (10) wordt aan de voorkant vastgeklemd. De parallelle aanslag kan zowel links als rechts van het zaaglint gemonteerd worden. 7.

1 Zaagtafel uitlijnen De zaagtafel moet in twee vlakken uitgelijnd worden.  zijwaarts, zodat het zaaglint precies in het midden van het tafelinlegprofiel loopt;  loodrecht op het zaaglint. Zaagtafel zijwaarts uitlijnen 1. Klemhendel (32) en zeskantmoer (33) losma-ken. 6. Zaag transporteren 7. Het apparaat in detail 2930413212014311110.

NEDERLANDSnl32Gevaar. Ook bij een stilstaand zaaglint bestaat er nog gevaar voor snijwonden. Gebruik voor het losmaken en aantrekken van de bevestigingsschroeven een gereedschap, dat uw hand een voldoende afstand tot het zaaglint mogelijk maakt. 2. Vier bevestigingsschroeven (34) losmaken. 3. Lijn de zaagtafel zo uit dat het zaaglint in het midden van het tafelinlegprofiel bevindt. 4. Vier bevestigingssschroeven (34) weer vast-draaien. 5. Zeskantmoer (33) slechts zo ver vastdraaien, totdat de zaagtafel nog lichtjes kan zwenken. 6. Klemhendel (32) aantrekken. Zaagtafel loodrecht uitlijnen 1. Breng de bovenste lintgeleider helemaal naar boven (zie “Bediening”). 2. Controleer de spanning van het zaaglint (zie “Ingebruikneming”). 3. Klemhendel (32) losmaken. 4. Met behulp van een hoek de zaagtafel haaks ten opzichte van het zaagband uitrichten en de klemhendel (32) weer aantrekken. 5.

Draai de contramoer (35) los en stel de eind-aanslagschroef (36) in tot deze de zaagbehui-zing net raakt. 6. Draai de contramoer vast. 7. 2 Zaag bevestigenVoor een veilige stand moet de zaag op een stevige ondergrond worden bevestigd: 1. Boor 4 gaten in de ondergrond. 2. Steek de schroeven van boven door de basis-plaat van de zaag en draai ze vast. 7. 3 Zaagtafel monteren 1. Draai de eindaanslagschroef (36) aan de onderkant van de zaagtafel erin. 2. Plaats de zaagtafel over het zaaglint en laat het zakken tot op de zaagtafelgeleiding. 3. Zaagtafel met elk vier schroeven (37) en borg-schijfjes bevestigen op de zaagtafelgeleiding. 7. 4 Zaaglint aanspannen Gevaar. Een te hoge spanning kan leiden tot een breuk van het zaaglint. Bij een te lage spanning kan het aandrijfwiel beginnen te slippen, waardoor het zaaglint komt stil te staan. 1.

Spanning controleren: Met de vinger in het midden tussen de zaagtafel en de bovenste bandgeleiding zijdelings tegen het zaaglint drukken (het zaaglint mag zich slechts om 1 tot 2 mm zijdelings laten indrukken). Instelling aan de weergave van de zaaglintspanning controleren. De schaal geeft de correcte instelling afhankelijk van de breedte van het zaaglint weer. 3. Corrigeer de spanning indien nodig: Verhoog de spanning door het instelwiel (21) naar rechts te draaien. Verlaag de spanning door het instelwiel (21) naar links te draaien. 7. 5 Aanslaggeleidingsprofiel monteren Bevestig het aanslaggeleidingsprofiel (12) met vier vleugelschroeven en veerringen aan de zaagtafel. 7. 6 Parallelle aanslag monteren De parallelle aanslag kan zowel links als rechts van het zaaglint gemonteerd worden. 1. Parallelle aanslag in de aanslaggeleiding inhangen. 2.

Klemhendel (38) van de parallelle aanslag vast draaien. 7. 7 Zaagselafzuigsysteem aansluitenGevaar. Sommige soorten zaagstof (bijv. van eiken-, beuken- en essenhout) kunnen bij inademing kankerverwekkend zijn: werk in gesloten ruimtes alleen met een zaagselafzuigsysteem (luchtsnelheid aan de aansluiting van de zaag  20 m/s, hoeveelheid lucht  460m3/h). Opgelet. Het werken zonder zaagselafzuiginstallatie is alleen toegestaan:  in de openlucht;  bij kortstondig gebruik (gedurende max. 30 minuten);  met stofmasker.  Als er zonder afzuigsysteem gewerkt wordt, dan hoopt er zich binnenin de lintzaag zaagsel op. Deze ophopingen moeten regelmatig verwijderd worden. Een zaagselafzuigsysteem of een industriële stofzuiger met een aangepaste adapter op de zaagselafziugaansluiting aansluiten. 7. 8 Zaaglint vervangen Gevaar. Ook bij een stilstaand zaaglint bestaat er nog gevaar voor snijwonden.

NEDERLANDS nl33 2. Deur van de behuizing openen. 3. Bovenste lintgeleider (7) helemaal naar boven brengen. 4. Kartelmoer (40) aan de insteekbescherming losmaken en de insteekbescherming naar de onderste positie schuiven. 5. Onderste zaaglintbescherming (39) openen. 6. Instelwiel (21) losmaken, totdat het zaaglint los is. 7. Neem het zaaglint weg en leidt het door  de opening in de zaagtafel,  de zaaglintbescherming aan de bovenste lintgeleider (7),  De onderste zaaglintbescherming (39) en  de zaaglintgeleiders leiden. Gevaar. Voor het transport gespannen, brede zaaglinten geschikte transportbeveiliging gebruiken. 8. Breng een nieuw zaaglint aan. Zorg ervoor dat het lint correct geplaatst is: de tanden wijzen naar de voorzijde (deurzijde) van de zaag. 9. Breng het zaaglint in het midden op het rubbe-ren loopvlak aan. 10.

Instelwiel (21) weer vastdraaien, totdat het zaaglint niet meer eraf glijdt. 11. Zaaglint spannen (zie hoofdstuk “Zaaglint aan-spannen”). 12. Onderste zaaglintbescherming (39) sluiten en insteekbescherming in de bovenste positie of tot aan de tafelrand naar boven schuiven en de kartelmoeren (40) vast draaien. 13. Deur van de behuizing sluiten. 14. Vervolgens moet u:  Zaaglint uitlijnen (zie hoofdstuk “Zaaglint uitlijnen”);  Lintgeleidingen uitlijnen (zie “Service en onderhoud”);  de zaagmachine gedurende minstens één minuut laten proefdraaien;  de zaagmachine uitschakelen, de netstekker uit het stopcontact trekken en de instellingen opnieuw controleren. 15. Bevestig het aanslaggeleidingsprofiel (12) met de vier vleugelschroeven en veerringen aan de zaagtafel. 7. 9 Netaansluiting Gevaar. Elektrische spanning Gebruik de zaag uitsluitend in een droge omgeving.

 De zaag mag uitsluitend aangesloten wor-den op een stopcontact dat aan de hierna volgende voorwaarden voldoet (zie ook "Technische gegevens"):  Netspanning en -frequentie moeten overeenstemmen met de waarden op het typeplaatje van het apparaat;  De stroomkring dient vakkundig beveiligd te worden met een differentieelschakelaar die aanslaat bij een lekstroom van 30 mA.  De stopcontacten moeten reglementair geïnstalleerd zijn en een goedgekeurde aarding hebben;  Stopcontacten bij driefasenwisselstroom met nuldraad. Aanwijzing: het energiebedrijf of uw elek-tromonteur vertellen u graag of uw huisaansluiting aan deze bepalingen voldoet.  Het snoer moet zo gelegd worden dat het de werkzaamheden niet kan bemoeilijken en dat het snoer niet beschadigd kan raken.  Het snoer moet beschermd worden tegen hitte, bijtende vloeistoffen en scherpe ran-den.

 Gebruik als verlengsnoer alleen een rubber-snoer met voldoende doorsnede (3 x 1,5 mm2, bij uitvoering met draai-stroommotor: 5x1,5mm2).  Trek de stekker niet aan het snoer uit het stopcontact. Draairichtingswissel (alleen bij uitvoering met draaistroommotor):Afhankelijk van de faseconfiguratie is het mogelijk dat het zaaglint in de verkeerde richting loopt. Daardoor kan het werkstuk bij een poging dit te zagen worden weggeslingerd. Controleer daarom voor elke nieuwe installatie de draairichting. Als de draairichting niet correct is, moet de aansluiting gewijzigd worden door een elektromonteur. 1. Zodra de zaag met alle veiligheidsvoorzienin-gen gemonteerd is, sluit u ze aan op het stroomnet. 2. Schakel de zaag even in en onmiddellijk weer uit. 3. Let op de draairichting van het zaaglint: het zaaglint moet in het zaagbereik van boven naar beneden bewegen. 4.

Om de kans op letsel zo veel mogelijk te beperken, moet u zich bij alle werkzaamheden aan de volgende veiligheidsvoorschriften houden:  Zorg ervoor dat u zichzelf ook beschermt:  draag een stofmasker;  draag gehoorbescherming;  draag een veiligheidsbril.  Zaag nooit meer dan één werkstuk tegelijk.  Zorg ervoor dat het werkstuk tijdens het zagen steeds goed tegen het tafelblad ligt.  Zet het werkstuk nooit op z’n smalle kant.  Probeer nooit het zaaglint af te remmen door er van de zijkant tegenaan te drukken.  Zagen van gebogen en onregelmatige werk-stukken: werkstuk stevig op de tafel houden en gelijkmatig naar voren schuiven. Blijf met de handen in het veilige bereik.

 Al naargelang het soort werk dat u verricht, gebruikt u:  een duwhout – als de afstand aanslagprofiel – zaaglint  120 mm bedraagt;  Werkstuksteunen – bij lange werkstukken, die na het afzagen van de tafel zouden vallen;  een spaanderafzuigsysteem;  bij het zagen van cirkels en cirkelzaaginstallatie; bij het zagen van kleine wiggen een geleiding; een geschikte kleminrichting bij het doorzagen van ronde werkstukken, zodat het werkstuk niet kan doordraaien;  een geschikte aanslag bij het smalkantzagen van vlakke werkstukken, om een veilige geleiding te garanderen.  Controleer of alles goed functioneert alvo-rens met de werkzaamheden te beginnen:  zaaglint;  bovenste en onderste zaaglintbescherming.  Beschadigde onderdelen dienen onmiddel-lijk vervangen te worden.  Zorg voor een juiste werkhouding tijdens het zagen (de zaagtanden moeten naar de gebruiker wijzen).

 Zaag nooit meerdere stukken in één keer – ook geen bundels die uit diverse afzonder-lijke stukken bestaan. Er is gevaar voor lichamelijk letsel als afzonderlijke stukken zonder steun door het zaagblad worden gegrepen. Intrekgevaar.

NEDERLANDSnl348. 1 De hoogte van de bovenste lintge-leider instellen De hoogte van de bovenste lintgeleider (7) moet ingesteld worden:  voor het begin van de zaagwerkzaamheden, om aan te passen aan de werkstukhoogte (de bovenste lintgeleider moet zich bij het zagen ca. 3 mm boven het werkstuk bevinden);  na de uitvoering van wijzigingen aan het zaaglint of de zaagtafel (bijvoorbeeld zaaglint vervangen, zaaglint spannen, zaagtafel uitlijnen). Gevaar. Voor het instellen van de bovenste lintgeleiding en de hoek van de zaagtafel dient u het apparaat uit te schakelen en te wachten totdat het zaaglint stil staat. 1. Schroef (41) losdraaien. 2. Plaats de bovenste lintgeleiding (7) met de draaigreep (5) op de gewenste hoogte. 3. Schroef (41) weer vast draaien. Zaagsnelheid instellen 1. Open de onderste deur van de behuizing. 2. Draai de spanhendel naar links om de V-riem los te maken. 3.

V-riem op de passende riemschijf aan het aan-drijfwiel (onderste lintzaagrol) en op de pas-sende motorriemschijf leggen – Sticker op de binnenkant van de onderste behuizingsdeur opvolgen. Opgelet. De V-riem moet op de beide voorste of de beide achterste riemschijven lopen. Plaats de V-riem nooit schuin.  V-riem op de voorste riemschijven = lage snelheid, hoog koppel.  V-riem op de achterste riemschijven = hoge snelheid, laag koppel. 4. Span de V-riem opnieuw aan door de span-hendel naar rechts te draaien (de V-riem moet in het midden ongeveer 10 mm kunnen door-buigen). 5. Sluit de onderste deur van de behuizing. 8. 2 Het zagen 1. Spanning van het zaaglint controleren (zie hoofdstuk “Zaaglint aanspannen”)2. Stel eventueel de zaagtafelhoek in. 3. Kies afhankelijk van de gewenste zaagme-thode de parallelle aanslag en de tafelblad-hoek. Gevaar door het vastraken van het werkstuk.

Tijdens het zagen met parallelle aanslag en gekantelde zaagtafel moet de parallelle aanslag aan de naar beneden gekantelde zijde van de zaagtafel worden bevestigd. 4.

Zet de bovenste lintgeleider 3 mm boven het werkstuk vast. Aanwijzing: Voer altijd een proefsnede uit en corrigeer eventu-eel de instellingen voor u het werkstuk zaagt. 5. Plaats het werkstuk op de zaagtafel. 6. Schakel de zaag in. 7. Zaag het werkstuk in een beweging door. 8. Schakel de zaag uit als u niet onmiddellijk ver-der werkt. 9. Als niet direct verder wordt gewerkt: zaaglint-spanning verminderen en een aanwijzing aan het apparaat aanbrengen, dat de zaaglint-spanning voor het volgende zaagproces weer moet worden ingesteld (zie hoofdstuk “Zaag-lint aanspannen”)Gevaar. Voor alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden: 1. Apparaat uitschakelen. 2. Wacht tot de zaag helemaal stilstaat. 3. Stekker uit het stopcontact trekken.  Nadat u klaar bent met de service en/ of onderhoudsbeurt, moet de goede werking van alle veiligheidsvoorzieningen als eerste gecontroleerd worden.

 Beschadigde onderdelen, in het bijzonder veiligheidsvoorzieningen, mogen uitsluitend door originele onderdelen worden vervangen, omdat onderdelen die niet door de fabrikant getest en vrijgegeven zijn, niet te voorziene schade tot gevolg kunnen hebben.  Andere dan de in dit hoofdstuk beschreven onderhouds- of reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend door geschoold personeel worden uitgevoerd. Gevaar. Als het inlegprofiel beschadigd is, bestaat het risico dat kleine voorwerpen tussen het inlegprofiel en de lintzaag geklemd raken en de lintzaag blokkeren. Beschadigde inlegprofielen moeten onmiddellijk vervangen worden. Toerentalregeling Door het verplaatsen van de aandrijfriem kan de lintzaag met twee snelheden (zie “Technische gegevens”) worden gebruikt:  430 m/min voor hout en kunststof  1020 m/min voor alle houtsoorten. Opgelet.

1 Zaaglint uitlijnen Wanneer het zaaglint niet meer over het midden van het rubberen loopvlak loopt, moet de hellingshoek van het bovenste lintzaagwiel worden aangepast: 1. Draai de klemschroef (42) los. 2. Draai de instelschroef (20):  Draai de instelschroef (20) naar rechts als het zaaglint meer naar de voorkant van de zaagmachine loopt.  Draai de instelschroef (20) naar links als het zaaglint meer naar de achterkant van de zaagmachine loopt. 3. Draai de klemschroef (42) weer vast. 9. 2 Bovenste lintgeleider uitlijnen De bovenste lintgeleider bestaat uit:  een steunrol (steunt het zaaglint achteraan),  twee geleiderollen (geleiden het zaaglint aan de zijkant). Deze rollen moeten na vervanging of uitlijning van het zaaglint steeds opnieuw uitgelijnd worden: Aanwijzing: Controleer de rollen regelmatig op slijtage en ver-vang indien nodig alle rollen tegelijk. Steunrol instellen 1.

Eventueel moet u het zaaglint uitlijnen en aan-spannen. 2. Draai de schroef (43) voor de steunrol (44) los. 3. Lijn de steunrol uit (afstand steunrol zaaglint = 0,5 mm – als het zaaglint met de hand bewo-54171020 m/min430 m/min9. Service en onderhoud 1020 m/min430 m/min20424443.

NEDERLANDS nl35gen wordt, mag het niet in aanraking komen met de steunrol)4. Trek de schroef voor de steunrol opnieuw aan. Geleiderollen instellen 1. Kartelmoer (46) los maken. 2. Geleidingsrollen (47) met de kartelschroeven (45) tegenover het zaaglint instellen. 3. Lintzaagrol enkele keren per hand in richting van de wijzers van de klok draaien om te con-troleren of zich de geleidingsrollen in de juiste positie bevinden - beide geleidingsrollen die-nen licht aan de lintzaag aan te sluiten. 4. Kartelmoer (46) weer aantrekken om de kar-telschroef (45) vast te schroeven. 9. 3 Onderste lintgeleider uitlijnen De onderste lintgeleider bestaat uit:  een steunrol (steunt het zaaglint achteraan),  twee geleiderollen (geleiden het zaaglint aan de zijkant). Deze delen moeten na vervanging of uitlijnen van het zaaglint uitgelijnd worden.

Aanwijzing: controleer de steunrol en de geleidingsrollen regelmatig op slijtage en vervang indien nodig beide geleidingsrollen gelijktijdig. Basisinstelling 1. Open de onderste deur van de behuizing. 2. Intrekbeveiliging in de onderste positie schui-ven en onderste lintzaagafdekking (48) ope-nen. 3. Schroef (49) voor de onderste bandgeleiding losmaken. 4. Onderste bandgeleiding zo verschuiven dat de lintzaag in het midden tussen de gelei-dingsrollen (50) ligt. 5. Schroef (49) aantrekken. Steunrol instellen 1. Draai de schroef (53) voor de steunrol los. 2. Lijn de steunrol (54) uit (afstand steunrol zaaglint = 0,5 mm – als het zaaglint met de hand bewogen wordt, mag het niet in aanra-king komen met de steunrol). 3. Trek de schroef (53) voor de steunrol weer vast. Geleiderollen instellen 1. Kartelmoer (51) los maken. 2.

Kartelmoer (51) weer aantrekken om de kar-telschroef vast te schroeven. 5. Onderste zaaglintbescherming (48) sluiten. 6. Sluit de onderste deur van de behuizing. 9. 4 Kunststofvoeringen vervangenControleer de kunststofvoeringen geregeld op slijtage. De kunststofvoeringen moeten steeds tegelijk vervangen worden: 1. Verwijder het zaaglint (zie “Service en onder-houd”). 2. Steek een kleine schroevendraaier onder de kunststofvoeringen en verwijder deze. 3. Breng de nieuwe kunststofvoeringen aan en monteer het zaaglint. 9. 5 Tafelinlegprofiel vervangen Het tafelinlegprofiel moet worden vervangen wanneer de gleuf beschadigd is. 1. Neem het tafelinlegprofiel (55) uit de zaagtafel (van beneden eruit drukken). 2. Breng een nieuw tafelinlegprofiel aan. 9. 6 Zaag schoonmaken Gevaar.

Nooit het zaaglint of de lintzaagrol met een met de hand vastgehouden borstel of schraper aanraken, als het apparaat in gebruik is. Voor alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden:1. Apparaat uitschakelen. 2. Wacht tot de zaag helemaal stilstaat. 3. Stekker uit het stopcontact trekken. Zaag schoonmaken1. Deur van de behuizing openen. 2. Verwijder zaagsel en stof met borstel of stof-zuiger. 3. Deur van de behuizing sluiten. 9. 7 Machine opbergen Gevaar. Berg het apparaat zo op,  dat onbevoegden het niet kunnen inschakelen en  niemand zich aan het staande apparaat kan verwonden. Opgelet. Het apparaat niet buitenshuis of in een vochtige omgeving bewaren. Opgelet. Ongebruikte zaaglinten bij elkaar leggen en droog opbergen.  Houd de oppervlakken van de zaagtafel schoon - in het bijzonder harsresten moeten met een geschikt reinigings- en onderhoudsspray (toe-behoor) worden verwijderd.

 Oppervlak van de zaagtafel vervolgens met een glijmiddel (bijvoorbeeld Waxilit) behandelen. Gebruik alleen origineel Metabo toebehoor. Gebruik alleen toebehoor dat voldoet aan de in deze gebruiksaanwijzing genoemde eisen en kenmerken (zie pagina 4).

A Cirkelzaaginrichting voor het zagen van cirkels met een diameter van 120 tot 260 mm. Optimale snedes in combinatie met het zaaglintblad voor het snijden van bochten. B Afzuigadapter voor 100-er aansluiting. C Spaanderafzuiging ontziet de gezondheid en houdt de werkplaats schoon. D Glijmiddel WAXILIT voor goede glij-eigenschappen van het hout op de zaagtafel. E Onderhouds- en conserveringsspray voor het verwijderen van harsresten en voor het conserveren van metalen oppervlakken. F Weefselband Korreling 80, 3380 x 25 (3 stuks) G WeefselbandKorreling 120, 3380 x 25 (3 stuks)H Zaaglintblad A2 voor het zagen van hout en kunststof3380x15x0,5 0909029210I Zaaglintblad A4 voor kleinste bochten en radii. 3380x6x0,5 0909029180J Zaaglintblad A6voor het zagen van hout, rechte zaagsnedes. 3380x25x0,5 0909000416K Zaaglintblad A6voor het zagen van hout, universele snedes.

NEDERLANDSnl36Gevaar. Laat het elektrisch gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele reserveonderdelen. Hierdoor wordt gewaarborgd, dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft. Wanneer de stroomkabel van dit apparaat wordt beschadigd, moet deze door een originele Metabo-stroomkabel worden vervangen. Neem voor elektrisch gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www. metabo. com. Lijsten met reserveonderdelen kunt u via www. metabo. com downloaden. Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren. Alleen voor EU-landen: Geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee.

Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dient oud elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd. Gevaar. Alvorens een storing te verhelpen, moet u: 1. Het apparaat uitschakelen. 2. De stekker uit het stopcontact trekken. 3. Wachten tot het zaaglint stilstaat. Nadat de storing verholpen is, moet u eerst de goede werking van alle veiligheidsvoorzieningen controleren. De motor draait niet Het onderspanningsrelais werd door tijdelijke stroomuitval geactiveerd:  Opnieuw inschakelen. Er is geen spanning:  Controleer het snoer, de stekker, en de zekering. Het zaaglint loopt uit de snijlijn of glijdt van de geleider.

Het zaaglint loopt niet juist op de zaaglintwielen:  Verstel de hoek van het bovenste zaaglintwiel (zie “Service en onderhoud”). Het zaaglint breekt De zaaglintspanning is niet correct:  Corrigeer de zaaglintspanning (zie “Ingebruikname”). Te zware belasting:  Verminder de druk op het zaaglint.

Verkeerd zaaglint:  Vervang het zaaglint (zie “Service en onderhoud”): Snijden van bochten = smal zaaglint,rechte zaagsnedes = breed zaaglint. Het zaaglint is vervormd Te zware belasting:  Vermijd druk van opzij op het zaaglint. De zaag trilt Onvoldoende bevestiging:  Bevestig de zaag correct op een geschikte ondergrond (zie “Ingebruikname”). De zaagtafel is los:  Lijn de zaagtafel uit en zet hem vast. De motorbevestiging is los:  Controleer de bevestigingsschroeven en draai ze indien nodig vast. Het afzuigaansluitstuk is verstopt Het afzuigsysteem is niet aangesloten of de afzuigkracht is te gering:  Sluit de afzuiginstallatie aan of verhoog het afzuigvermogen (luchtsnelheid  20 m/sec aan het afzuigaansluitstuk). Toelichting op de gegevens van pagina 3. Wijzigingen in het kader van technische verbeteringen voorbehouden. U=netspanningI =nominale stroomF =min.

beveiligingP1=nominaal vermogenP2=afgegeven vermogenn0=toerental bij onbelast draaienv0=zaagsnelheidSL=zaaglintlengteSB=zaaglintbreedteSD=max. zaaglintdikteH=max. zaaghoogteW =zaagtafel-zwenkbereikA1=afmetingen van de machine (lxbxh)A2=afmetingen van de zaagtafel (lxb)ah=werkhoogte met onderstelm=gewichtD1=aansluitdiameter van het afzuigaansluitstuk~ WisselstroomMachine van beveiligingsklasse IIDe vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm). EmissiewaardenDeze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Metabo BAS 505 Precision DNB stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden