Medion LIFE P901 (MD 37732) Handleiding

Medion Airco LIFE P901 (MD 37732)

Bekijk gratis de handleiding van Medion LIFE P901 (MD 37732) (216 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 12 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Medion LIFE P901 (MD 37732) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/216
Bedienungsanleitung
Notice d‘utilisation
Gebruiksaanwijzing
Manual de instrucciones
Istruzioni per l‘uso
User manual
Smarte mobile Klimaanlage
Climatiseur mobile intelligent
Slimme mobiele airconditioning
Aire acondicionado móvil inteligente
Aria condizionata mobile intelligentea
Smart mobile air conditioner
MEDION LIFE P901 (MD 37732)

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Medion
Categorie: Airco
Model: LIFE P901 (MD 37732)

Handleiding Medion LIFE P901 (MD 37732) – volledige tekst

75DEFRNLESITENInhoudsopgave1. Informatie over deze gebruiksaanwijzing. 771. 1. Betekenis van de symbolen. 772. Gebruiksdoel. 773. Veiligheidsvoorschriften. 783. 1. Stroomvoorziening. 783. 2. Aanwijzingen voor het koelmiddel. 803. 3. Productspecifieke gevaren. 813. 4. Geluidsemissie. 833. 5. Opslag/transport. 833. 6. Omgaan met batterijen. 834. Inhoud van de levering. 845. Overzicht van het apparaat. 856. Apparaat voorbereiden/opstellen. 886. 1. Luchtafvoerslang monteren. 886. 2. Raamafdichting monteren. 906. 3. Lamellen op de luchtafvoer instellen. 936. 4. Batterijen in de afstandsbediening plaatsen. 937. Bediening. 937. 1. Apparaat in-/uitschakelen. 937. 2. Modus instellen. 947. 3. Timer instellen. 957. 4. Toetsblokkering. 967. 5. Condensaatreservoir leegmaken. 967. 6. Condensaatafvoerslang monteren. 978. Veiligheidsfuncties. 978. 1. Automatisch ontdooien. 978. 2.

77DEFRNLESITEN1. Informatie over deze gebruiksaanwijzingHartelijk dank dat u voor ons pro-duct hebt gekozen. Wij wensen u veel plezier met het apparaat. Lees de veiligheidsvoorschriften en de vol-ledige gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u het apparaat in gebruik neemt. Neem de waarschuwingen op het apparaat en in de gebruiksaanwijzing in acht. Houd de gebruiksaanwijzing altijd binnen handbereik. Geef als u het apparaat verkoopt of doorgeeft ook altijd deze gebruiksaanwij-zing mee, omdat deze een essentieel onder-deel van het product is. 1. 1. Betekenis van de symbo-lenAls een tekstgedeelte is gemarkeerd met een van de volgende waarschuwingssymbolen, moet het in de tekst beschreven gevaar wor-den vermeden om de daar genoemde moge-lijke risico’s te voorkomen. GEVAAR. Waarschuwing voor direct le-vensgevaar. WAARSCHUWING.

Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig blij-vend letsel. WAARSCHUWING. Waarschuwing voor gevaar door een elektrische schok. WAARSCHUWING. Waarschuwing voor gevaar door brandgevaarlijke en/of licht ontvlambare stoffen. VOORZICHTIG. Waarschuwing voor mogelijk minder ernstig of licht letsel. LET OP. Neem de aanwijzingen in acht om materiële schade te voor-komen. Meer informatie over het ge-bruik van het apparaat. Lees vóór het gebruik van het apparaat de gebruiksaanwij-zing door. Neem de reparatie-instructies in acht. Symbool randaarde (bij veilig-heidsklasse I)Symbool voor wisselstroom2. GebruiksdoelDit apparaat dient voor luchtkoeling in afge-sloten ruimtes binnenshuis. Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik en niet voor industrieel/commercieel gebruik.

Houd er rekening mee dat bij gebruik van het apparaat voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd, de aansprakelijkheid vervalt:  Bouw het apparaat niet om zonder onze toestemming. Gebruik uitsluitend door ons geleverde of goedgekeurde aan-bouwapparaten.  Gebruik uitsluitend door ons geleverde of goedgekeurde reserveonderdelen en accessoires.

783. Veiligheidsvoorschrif-ten  Bewaar het apparaat en de accessoires buiten het bereik van kinderen.  Dit apparaat kan worden ge-bruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking of gebrek aan kennis en/of ervaring, mits iemand toe-zicht op hen houdt of hun instructie heeft gegeven hoe ze het apparaat veilig kun-nen gebruiken en ze hebben begrepen welke gevaren het gebruik van het apparaat met zich meebrengt.  Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.  Reiniging en onderhoud mogen niet worden uitge-voerd door kinderen.  Kinderen kunnen de risico’s die bij het gebruik van elek-trische apparaten kunnen optreden niet goed inschat-ten. Wees vooral voorzichtig bij gebruik van het apparaat als er kinderen in de buurt zijn.

 Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt van het apparaat en het netsnoer worden gehouden.3.1. StroomvoorzieningWAARSCHUWING!Gevaar voor elektri-sche schokken / kort-sluiting!Er bestaat gevaar voor een elektrische schok of kortslui-ting door spanningvoerende onderdelen.  Dompel het apparaat niet onder in water of andere vloeistoffen en houd het ook niet onder stromend water, omdat dit een elektrische schok kan veroorzaken.  Sluit het apparaat alleen aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd en goed bereikbaar stop-contact in de buurt van het apparaat. De lokale netspan-ning moet overeenkomen met de technische gegevens van het apparaat.  Trek de stekker van het ap-paraat uit het stopcontact: – wanneer u het apparaat reinigt;

79DEFRNLESITEN – wanneer u het apparaat niet meer gebruikt; – wanneer u geen toezicht meer hebt op het appa-raat; – bij onweer.  Trek altijd aan de stekker, nooit aan het netsnoer.  Plaats het apparaat niet in de buurt van een wasbak en stel het niet bloot aan druip- en spatwater.  Gebruik het apparaat uitslui-tend binnenshuis.  Let op dat het netsnoer niet in contact komt met hete voorwerpen of oppervlak-ken.  Gebruik het apparaat niet als het apparaat zelf of het netsnoer zichtbaar is be-schadigd of het apparaat is gevallen.  Controleer het apparaat en het netsnoer vóór het eerste gebruik en altijd na gebruik op beschadigingen.  Wikkel het netsnoer hele-maal af.  Zorg ervoor dat er geen knikken in het netsnoer komen en dat het snoer ner-gens klem zit.  Neem bij transportschade onmiddellijk contact op met het Service Center.

 Breng in geen geval zelf wijzigingen aan in het ap-paraat. Probeer niet om zelf een onderdeel van het apparaat te openen en/of te repareren.  Laat het netsnoer uitsluitend repareren door een profes-sioneel reparatiebedrijf of neem contact op met het Service Center om gevaarlij-ke situaties te voorkomen.  Raak de stekker nooit aan met vochtige of natte han-den.  Stel het apparaat niet bloot aan extreme omstandighe-den. Vermijd: – hoge luchtvochtigheid of vocht; – extreem hoge en lage temperaturen; – direct zonlicht; – open vuur; – mechanische trillingen of schokken; – overmatige blootstelling aan stof; – ontbrekende ventilatie, zoals in een kast of boe-kenrek.

80  Controleer of het apparaat uitgeschakeld is voordat u de stekker in het stopcon-tact steekt.  Trek de stekker nooit uit het stopcontact als het apparaat ingeschakeld is.  Gebruik geen meervoudige stekkerdoos.  Schakel het apparaat onmid-dellijk uit en trek de stekker uit het stopcontact als u een onaangename geur (brand-lucht) ruikt.  Gebruik geen brandbare rei-nigingsmiddelen.  Gebruik geen andere dan de door de fabrikant aan-bevolen middelen voor het versnellen van het ontdooi-proces of voor de reiniging.  Zorg ervoor dat er niemand over het netsnoer kan strui-kelen. Gebruik geen verleng-snoeren.  Plaats het apparaat rechtop op een stabiele, vlakke on-dergrond.  Plaats het apparaat alleen op de vloer.  Gebruik het apparaat niet zonder dat de filterzeef is geplaatst.3.2.

Aanwijzingen voor het koelmiddelHet in dit apparaat gebruikte koelmiddel R290 heeft geen schadelijke invloed op de ozonlaag (ODP), een verwaar-loosbaar broeikaseffect (GWP) en is wereldwijd beschikbaar. Vanwege zijn efficiënte energe-tische eigenschappen is R290 uitermate geschikt als koel-middel voor deze toepassing. Vanwege de hoge ontvlam-baarheid van het koelmiddel moeten bijzondere voorzorgs-maatregelen in acht worden genomen.WAARSCHUWING!Brandgevaar!Het koelsysteem van het appa-raat bevat het natuurlijke koel-middel propaan R290.  Beschadig het koelmiddel-circuit niet.  De ruimte voor gebruik, opslag en installatie moet minimaal 7m² groot zijn, zo-dat er bij beschadiging van het koelsysteem voldoende lucht is.  Ventileer de ruimte als het koelsysteem toch bescha-digd is geraakt. Evacueer de

81DEFRNLESITENruimte. Vermijd open vuur en ontstekingsbronnen. Laat het apparaat door een pro-fessional repareren voordat u het weer in gebruik neemt.  Aanpassingen aan het koel-middelcircuit zijn niet toege-staan en hebben tot gevolg dat de garantie komt te ver-vallen.  Gebruik geen andere dan de door de fabrikant aan-bevolen middelen voor het versnellen van het ontdooi-proces of voor de reiniging.  Extreem ontvlambaar gas: vermijd open vuur, vonken en ontstekingsbronnen tij-dens gebruik, onderhoud en afvoer van het apparaat.  Bevat gas onder druk, kan bij opwarming exploderen.  Bij brand van uitstromend gas blust u niet voordat de lekkage zonder gevaar kan worden verholpen.  Bij reparatie- en onder-houdswerkzaamheden (bijv. bij werken met warm-te en hitte aan het appa-raat): Houd een poeder- of CO2-brandblusser in de buurt voor noodgevallen.

 Berg het apparaat op een goed geventileerde plaats op die beschermd is tegen direct zonlicht.  Verwijder geen veiligheids-symbolen, stickers of etiket-ten van het apparaat en zorg ervoor dat deze leesbaar blijven.  Neem de nationale gasvoor-schriften in acht.  Gebruik het apparaat alleen met het voorgeschreven koelmiddel R290.WAARSCHUWING!Materiële schade!  Laat onderhouds- en repa-ratiewerkzaamheden aan het koelmiddelcircuit alleen uitvoeren door een vakman en volgens de aanwijzingen van de fabrikant.  Neem contact op met het Service Center voor repara-tie-instructies. Componen-ten mogen alleen door iden-tieke reparatieonderdelen worden vervangen.3.3. Productspecifi eke geva-ren  Steek geen vingers of ande-re voorwerpen in de luchtaf-voeropeningen.

82  Gebruik het apparaat niet in een ruimte waarin mogelijk brandbare gassen kunnen vrijkomen.  Gebruik het apparaat niet in de badkamer of andere vochtige omgevingen.  Voorzichtig met lang haar: Lang haar kan door de lucht-stroom worden ingezogen!  Plaats en vervoer het appa-raat altijd rechtop. Gebruik het apparaat nooit als het schuin staat.  Gebruik geen spuitbussen in de buurt van het apparaat.  Dek luchttoevoer- en lucht-afvoeropeningen nooit af.  Als de condensaatafvoer-slang is aangesloten op de condensaatafvoeropening, moet deze volgens de aan-wijzingen gemonteerd zijn en niet vervormd of gebo-gen zijn.  Let erop dat er in de directe omgeving van het apparaat geen stoffen, zoals gordij-nen, hangen of liggen. Deze stoffen kunnen worden aan-gezogen en in het apparaat vast komen te zitten.  Gebruik het apparaat niet op een ongelijke ondergrond of in de buurt van een trap.

Voorkom dat het apparaat tijdens het gebruik kan kan-telen (bijvoorbeeld door randen op de vloer).  Gebruik het apparaat niet in de directe omgeving van warmtebronnen zoals radi-atoren, warmtereservoirs, ovens of andere apparaten die warmte afgeven.  Controleer alle schroefver-bindingen en stekkers regel-matig!  Draai losse schroeven aan en zorg dat stekkers stevig zijn aangesloten.  Draag het apparaat niet ter-wijl het in gebruik is.  Plaats of leg geen voorwer-pen op het apparaat.  Klim en zit niet op het appa-raat.  Gebruik het apparaat niet in explosiegevaarlijke om-gevingen. Hiertoe horen bijvoorbeeld tankinstalla-ties, opslagplaatsen voor brandstof en ruimtes waar oplosmiddelen worden ver-werkt. Ook in omgevingen waar veel fijnstof voorkomt (bijvoorbeeld meel- of hout-

83DEFRNLESITENstof), mag dit apparaat niet worden gebruikt.3.4. Geluidsemissie  Het geluidsniveau van het apparaat is minder dan 66dB(A).3.5. Opslag/transport  Transporteer het apparaat indien mogelijk altijd recht-op. Na transport wacht u 24 uur voordat u het apparaat aansluit op het elektriciteit-snet en inschakelt, zodat het koelmiddelcircuit na het transport tot rust kan ko-men.  Maak vóór opslag en trans-port altijd het condensaat-reservoir en de afvoerslang leeg.3.6. Omgaan met ba erijenDe afstandsbediening werkt op batterijen. Neem de volgende aanwijzingen in acht:  Vermijd contact met batter-ijzuur. Spoel bij contact met de huid, ogen of slijmvliezen de betreffende lichaamsde-len met veel schoon water af en raadpleeg direct een arts.  Houd nieuwe en gebruikte batterijen uit de buurt van kinderen.

 Gebruik de afstandsbedie-ning niet meer als het bat-terijvak niet goed sluit en houd de afstandsbediening buiten het bereik van kinde-ren.WAARSCHUWING!Explosiegevaar!Als de batterijen niet op de juiste manier worden vervan-gen, bestaat er explosiegevaar!  Vervang batterijen alleen door batterijen van hetzelf-de of een gelijkwaardig type.  Probeer nooit batterijen opnieuw op te laden. Er be-staat explosiegevaar!  Bewaar batterijen op een koele, droge plaats. Door de directe invloed van sterke warmte kunnen de batterij-en beschadigd raken. Stel het apparaat daarom niet bloot aan sterke warmte-bronnen.  Voorkom kortsluiting van de batterijen.  Gooi batterijen niet in het vuur.  Haal lekkende batterijen on-middellijk uit het apparaat.

84Reinig de contacten voordat u nieuwe batterijen plaatst. Er bestaat gevaar voor brandwonden door batterij-zuur!  Verwijder ook lege batterij-en uit het apparaat.  Als u het apparaat geduren-de langere tijd niet gebruikt, verwijder dan de batterijen.  Controleer vóór het plaatsen van de batterijen of de con-tacten in het apparaat en op de batterijen schoon zijn en reinig ze zo nodig.  Plaats uitsluitend nieuwe batterijen van hetzelfde type. Gebruik oude en nieu-we batterijen nooit door elkaar.  Let bij het plaatsen van de batterijen op de polariteit (+/-).4. Inhoud van de leve-ringGEVAAR!Verstikkingsgevaar!Er bestaat verstikkingsgevaar door het inslik-ken of onjuist gebruiken van verpakkings-folie!  Bewaar al het gebruikte verpakkings-materiaal (plastic zakken, stukken polys-tyreen enzovoort) buiten het bereik van kinderen.  Laat kinderen niet met de verpakking spelen.

 Haal het product uit de verpakking en verwijder al het verpakkingsmateriaal.  Controleer de levering op volledigheid en informeer ons binnen 14 dagen na aan-koop indien de levering niet compleet is.  De mobiele airco moet vóór elk gebruik op beschadigingen worden gecontro-leerd.Het door u gekochte pakket moet het vol-gende bevatten:• Mobiele airco MD 37732• Zwenkwieltjes (4 stuks, vooraf gemon-teerd)• Luchtafvoerslang, ca. 1,8m• Adapter voor luchtafvoerslang• Condensaatafvoerslang• Raamafdichting• Adapter voor raamafdichting• Uittrekbare raamafdichting voor schui-framen• Afstandsbediening incl. 2 microbatterijen, type AAA LR03 1,5V• Beknopte gebruiksaanwijzing

886. Apparaat voorbereiden/opstellen Verwijder al het verpakkingsmateriaal en controleer het apparaat op eventuele beschadi-gingen voordat u het in gebruik neemt.WAARSCHUWING!Brandgevaar!Het koelsysteem van het apparaat bevat het natuurlijke koelmiddel propaan R-290. De ruimte voor gebruik, opslag en installatie moet minimaal 7m² groot zijn, zodat er bij beschadiging van het koelsysteem voldoende lucht is. Neem de veiligheidsvoorschriften in acht die staan vermeld bij “Aanwijzingen voor koel-middel”.Afb. 7 – Afstand tot apparaat Plaats het apparaat op een stabiele, vlakke ondergrond met minstens 50cm vrije ruimte rondom het apparaat, zodat er een goede luchtcirculatie is. Laat het apparaat minimaal 24uur rechtop staan voordat u het inschakelt. Gebruik het apparaat alleen bij een omgevingstemperatuur tussen 5°C en 35°C. Neem de aanwijzingen in “3.3.

Productspecifieke gevaren” op blz.81 in acht.6.1. Luchtafvoerslang monterenDe lucht die uit de mobiele airco komt, moet worden afgevoerd naar buiten, zodat de afvoer-lucht de ruimte verlaat. Vervang of verleng de luchtafvoerslang niet omdat dit kan leiden tot lagere prestaties of uit-schakeling van het apparaat vanwege de lage tegendruk. Monteer de adapter van de lucht-afvoerslang op het uiteinde van de luchtafvoerslang.Afb. 8 – Montage afvoerluchtadapter

89DEFRNLESITEN Monteer de adapter voor de raamaf-dichting op het andere uiteinde van de luchtafvoerslang.Afb. 9 – Montage adapter voorraamafdichting Stel de raamafdichting af op de grootte van uw raam. U kunt de raamafdichting mon-teren op een kantelraam of dakraam. Meer informatie vindt u in “6.2. Raamafdichting monteren” op blz.90. Plaats het apparaat in de buurt van een raam of deur. Trek eventueel de luchtafvoer-slang voorzichtig naar buiten. We raden aan de lengte van de slang zo kort mogelijk te houden. Leid de luchtafvoerslang inclusief de adapter voor de raamafdichting door de opening met ritssluiting in de raamafdichting. Sluit daarna de ritssluiting zo ver mogelijk. Sluit het raam om de raamafdichting aan het raam te bevestigen.  Maak de raamafdichting vast met klit-tenband, indien nodig.

90 Stel de lamellen op de luchtafvoer af (zie “6.3. Lamellen op de luchtafvoer instellen” op blz.93). Schakel het apparaat in.6.2. Raamafdichting monteren6.2.1. Montage bij kiep- en dakramenU kunt het apparaat ook gebruiken zonder de raamafdichting. Hang in dat geval de lucht-afvoerslang uit het raam en sluit het raam zo veel mogelijk, zodat er geen warme lucht kan terugstromen.Breng de raamafdichting aan op het raam om te voorkomen dat buitenlucht of afvoerlucht van de airco naar binnen komt.BMABMAAfb. 12 – Montage op kiepraam

91DEFRNLESITENBMAAMBAfb. 13 – Montage op dakraam Open het raam. Markeer het midden (M) van de textielen raamafdichting. Markeer het midden van het raamkozijn. Plak het klittenband op het raamkozijn van het kantelraam (aan de binnenkant, aan de kant van de raamgreep), op ca. 1cm van de rand. Bevestig het klittenband eerst volledig aan zijde (A) en daarna aan zijde (B), en begin in het midden. Bij de bevestiging moet punt (A) zich precies tegen over punt (B) bevinden. Zorg dat bij het sluiten van het raam de textielen afdichting niet wordt ingeklemd tussen de raamvleugel en het raamkozijn. Open de ritssluiting, bij voorkeur op de plek die is aangeduid met “S” en bevestig daar de luchtafvoerslang. Zorg ervoor dat luchtafvoerslang in een zo recht mogelijke lijn loopt. Zorg ervoor dat de luchtafvoerslang niet geknikt is.6.2.2.

Montage in schuifraamDe uittrekbare raamafdichting kan alleen worden gebruikt bij schuiframen. Draai de vleugelmoer los totdat er voldoende ruimte is tussen deel A van de raamafdich-ting het schuifelement. (zie afb.14 stap I). Steek de twee delen van de raamafdichting A en B in elkaar zodat het schuifelement in de groef van deel B van de raamafdichting grijpt.Stel de ramafdichting in op de gewenste grootte door de raamafdichting ineen te schui-ven of uit elkaar te trekken en draai de vleugelmoer weer vast. (zie afb.14 stap II).

92IIIAfb. 14 – Grootte van de raamafdichting aanpassen Plaats de raamafdichting in de raamgeleiding van het schuifraam. Sluiten van het raam om de raamafdichting in het raam te bevestigen. Bevestig de afvoerluchtslang aan de opening van de raamafdichting.Afb. 15 – verticale schuiframen Afb. 16 – horizontale schuiframenBevestig de raamafdichting indien nodig met plakband om de dichtheid te verbeteren.U kunt het apparaat ook zonder raamgeleiding gebruiken. Hang in de luchtafvoerslang uit het raam en sluit het raam zo veel mogelijk, zodat er geen warme lucht kan terugstromen. Zorg ervoor dat luchtafvoerslang in een zo recht mogelijke lijn loopt. Zorg ervoor dat de luchtafvoerslang niet geknikt is.

93DEFRNLESITEN6.3. Lamellen op de luchtafvoer instellenWAARSCHUWING!Gevaar voor letsel!Gevaar voor snijwonden door roterende bladen. Steek geen vingers of voorwerpen door het beschermrooster in de behuizing. Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u de lamellen instelt. Pak de greep op de onderste lamel vast en beweeg deze omhoog of omlaag om de la-mellen in de gewenste positie te zetten.6.4. Ba erijen in de afstandsbediening plaatsenIn de afstandsbediening zijn twee microbatterijen geplaatst van type AAA, LR, ,V.Als het apparaat niet of slecht op de afstandsbediening reageert, moeten de batterijen wor-den vervangen.

Ga hiervoor als volgt te werk: Druk op de vergrendeling op de achterzijde van de afstandsbediening en verwijder de klep van het batterijvak. Verwijder beide batterijen uit het batterijvak. Voer de oude batterij af volgens de wettelijke voorschriften. Doe twee nieuwe microbatterijen van het type AAA, LR, ,V in het batterij-vak. Let bij het plaatsen van de batterij op de polariteit. Schuif de klep weer volledig in de af-standsbediening.LR03/AAA MicroLR03/AAA MicroAfb.  – Batterijvak7. Bediening Steek de netstekker in een geschikt stopcontact.Nadat u de stekker in het stopcontact hebt gestoken, hoort u een geluidssignaal. Het appa-raat staat nu in de stand-bymodus.7.1.

Apparaat in-/uitschakelen Druk op de toets of APPARAAT IN-/UITSCHAKELEN om het apparaat in te schakelen. Druk tijdens het gebruik opnieuw op de toets of APPARAAT IN-/UIT-SCHAKELEN om het apparaat uit te schakelen. Wacht na het uitschakelen van het apparaat ca. minuten voordat u het apparaat weer inschakelt.

947.2. Modus instellen Druk op de toets MODUS INSTELLEN op de airconditioning om te schakelen tus-sen de modi. Het controlelampje wisselt tussen de verschillende modi. U kunt de gewenste modus ook selecteren met de afstandsbediening. De volgende modi zijn mogelijk:–KOELMODUS ACTIVEREN–VENTILATIEMODUS ACTIVEREN–ONTVOCHTIGINGSMODUS ACTIVEREN7.2.1. KoelmodusDeze modus is bedoeld voor het koelen van de ruimte. Kies de koelmodus op de airco of op de afstandsbediening. Het controlelampje brandt. Druk op de toets of TEMPERATUUR/TIMER VERHOGEN om de tempera-tuur te verhogen. Druk op de toets of TEMPERATUUR/TIMER VERLAGEN om de tempera-tuur te verlagen. Druk op de toets VENTILATORSNELHEID INSTELLEN om een hoge of lage ven-tilatorsnelheid in te stellen. Bij hoge ventilatorsnelheid brandt het controlelampje .

Bij lage ventilatorsnelheid brandt het controlelampje .U kunt de ventilatorsnelheid ook instellen met de afstandsbediening. De volgende ventilator-snelheden zijn beschikbaar:–LAGE VENTILATORSNELHEID INSTELLEN–HOGE VENTILATORSNELHEID INSTELLENDe koelmodus schakelt automatisch uit als de kamertemperatuur lager is dan de ingestelde temperatuur. Het apparaat schakelt dan over op ventilatie. Zodra de temperatuur in de ruim-te hoger wordt, wordt de koelmodus weer geactiveerd.7.2.2. VentilatormodusIn deze modus wordt de lucht in de ruimte rondgeblazen, maar niet gekoeld. Kies de ventilatiemodus op de airco of op de afstandsbediening. Het controlelampje brandt. Druk op de toets VENTILATORSNELHEID INSTELLEN om een hoge of lage ven-tilatorsnelheid in te stellen. Bij hoge ventilatorsnelheid brandt het controlelampje .

Bij lage ventilatorsnelheid brandt het controlelampje .U kunt de ventilatorsnelheid ook instellen met de afstandsbediening. De volgende ventilator-snelheden zijn beschikbaar:

95DEFRNLESITEN– LAGE VENTILATORSNELHEID INSTELLEN–HOGE VENTILATORSNELHEID INSTELLENDe temperatuur en slaapmodus kunnen niet worden ingesteld in de ventilatormodus.7.2.3. OntvochtigingsmodusIn deze modus wordt de luchtvochtigheid in de ruimte verlaagd. Kies de ontvochtigingsmodus op de airco of op de afstandsbediening. Het controlelamp-je brandt. Voor een betere ontvochtiging houdt u deuren en ramen gesloten.De temperatuur, de slaapmodus en de ventilatorsnelheid kunnen niet worden ingesteld in de ontvochtigingsmodus.7.2.4. SlaapmodusIn de slaapmodus wordt de ventilatorsnelheid verlaagd en de controlelampjes worden uitge-schakeld.De slaapmodus kan alleen vanuit de koelmodus worden geactiveerd. Kies de koelmodus op de airco of op de afstandsbediening. Het controlelampje brandt. Druk op de toets of SLAAPMODUS ACTIVEREN om de slaapmodus te acti-veren. Het controlelampje brandt.7.3.

Timer instellen7.3.1. Automatisch inschakelenIn de stand-bymodus kunt u de periode instellen waarna het apparaat automatisch inscha-kelt. Druk op de toets of om de gewenste periode (1 tot 24uur) tot het automa-tisch inschakelen in te stellen.Het controlelampje brandt en op het display knippert "01" (=1uur). Druk op de toets of TEMPERATUUR/TIMER VERHOGEN om de timer te verhogen. Druk op de toets of TEMPERATUUR/TIMER VERLAGEN om de timer te verlagen.Wanneer de weergave van de uren niet meer knippert, is de instelling bevestigd.Het apparaat wordt automatisch ingeschakeld nadat de ingestelde tijd is verstreken. Druk opnieuw op de toets of om de timer uit te schakelen.Het controlelampje gaat uit.

967. 3. 2. Automatisch uitschakelenWanneer het apparaat is ingeschakeld, kunt u de periode instellen waarna het apparaat auto-matisch uitschakelt.  Druk op de toets of om de gewenste periode (1 tot 24uur) in te stellen. Het controlelampje brandt en op het display knippert "01" (=1uur).  Druk op de toets of TEMPERATUUR/TIMER VERHOGEN om de timer te verhogen.  Druk op de toets of TEMPERATUUR/TIMER VERLAGEN om de timer te verlagen. Wanneer de weergave van de uren niet meer knippert, is de instelling bevestigd. Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld nadat de ingestelde tijd is verstreken.  Druk opnieuw op de toets of om de timer uit te schakelen. Het controlelampje gaat uit. 7. 4. Toetsblokkering Houd de toets gedurende circa 3seconden ingedrukt om de toetsblokkering in of uit te schakelen. Het controlelampje gaat branden wanneer de toetsvergrendeling wordt geactiveerd.

De toetsen kunnen niet worden bediend. 7. 5. Condensaatreservoir leegmakenVOORZICHTIG. Gevaar voor letsel. Er is gevaar voor de gezondheid.  Drink de condensaatvloeistof in geen geval op. LET OP. Materiële schade. Er is risico op materiële schade door het per ongeluk overlopen van condensaatvloeistof.  Laat het apparaat niet onbeheerd achter wanneer u het condensaatreservoir leegmaakt. Bij het koelen, in de ontvochtigingsmodus en bij hoge luchtvochtigheid hoopt zich condens-aatvloeistof op in de airconditioner. U moet het condensaatreservoir regelmatig controleren en indien nodig leegmaken.  Schakel het apparaat uit.  Verwijder de sluiting van de condensaatafvoeropening.  Sluit de condensaatafvoerslang aan volgens de aanwijzingen en let daarbij op dat deze niet geknikt is en vrij is van obstakels (niet verstopt).

 Leg het uiteinde van de condensaatafvoerslang in een afvoer of in een geschikt reservoir (bijvoorbeeld een emmer).  Zorg ervoor dat de condensaatvloeistof ongehinderd uit het apparaat kan stromen.

97DEFRNLESITENGa als volgt te werk om te voorkomen dat condenswater uit het apparaat loopt: Omdat er grote onderdruk is in het condensaatreservoir van de airco, kantelt u de con-densaatafvoerslang omlaag richting de vloer (ca. 20° verval).  Zorg dat de condensaatafvoerslang recht ligt om een zwanenhals in de slang te voorko-men. 7. 6. Condensaatafvoerslang monterenBij continu gebruik en bij gebruik van de airco voor ontvochtigen of koelen als er niemand bij is, moet de meegeleverde condensaatafvoerslang worden aangesloten. De condensaatvloei-stof kan automatisch naar een geschikt reservoir of afvoer worden geleid.  Verwijder de sluiting van de condensaatafvoeropening.  Sluit de condensaatafvoerslang goed aan volgens de aanwijzingen en zorg ervoor dat de slang niet is geknikt en vrij is van obstakels.

 Leg de uitlaat van de condensaatafvoerslang in een afvoer of reservoir en zorg ervoor dat het water ongehinderd uit het apparaat kan stromen.  Dompel het uiteinde van de slang niet in water, omdat anders een "luchtsluis" in de slang kan ontstaan.  Om lekken van water te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de slang een verval heeft van minstens 20%.  Beveilig de slang bij de afvoer of het reservoir om het ongecontroleerd wegstromen van het water te vermijden, omdat de waterdruk vrij hoog is en de slang kan bewegen. 8. Veiligheidsfuncties8. 1. Automatisch ontdooienBij een lage temperatuur in de ruimte kan er tijdens gebruik ijsvorming ontstaan bij de ver-damper. Het apparaat start automatisch met ontdooien en het controlelampje Power knippert.

• Wanneer het apparaat wordt gebruikt in de ontvochtigingsmodus en de temperatuur-sensor merkt dat de temperatuur van de verdamper lager is dan 40°C en het verschil tus-sen de temperatuur in het apparaat en de temperatuur in de ruimte minder is dan 19°C, begint het apparaat na 20minuten gedurende 5minuten met ontdooien en knippert het controlelampje Power. 8. 2. Beveiliging tegen overbelastingBij stroomuitval wordt ter bescherming van de compressor een vertraging van 3minuten aangehouden voordat de compressor weer wordt gestart.

989. App-besturingOm alle functies van de airco optimaal te benutten, downloadt u de gratis MEDION® Life+ app naar uw smartphone/tablet via de Google Play Store® of Apple® App Store.  Scan hiervoor gewoon de volgende QR-code of bezoek de Play Store (Android™) of App Store (iOS®) en zoek daar naar "MEDION Life+". Voor het gebruik van de app is een klantaccount vereist. Hiervoor hebt u een geldig e-mail-adres nodig. Volg de aanwijzingen in de app.9.1. Systeemvereisten• Smartphone/tablet met minstens wifi 802.11b/g• 2,4GHz wifinetwerk• Android™ 9 of hoger• iOS 14 of hoger• MEDION® Life+ appBediening met de MEDION® Life+ app werkt alleen in een wifinetwerk van 2,4GHz. Gebruik in een wifinetwerk van 5GHz is niet mogelijk.9.2. App instellen/verbinden met de ijsmachine  Steek de stekker van de airco in het stopcontact en schakel het apparaat in.  Open de app MEDION® Life+.

 Houd de toets op het apparaat 3seconden ingedrukt totdat het wifi-symbool op het display begint te knipperen.  Als u nog geen apparaat in de app MEDION® Life+ heeft aangemeld, tikt u op de toets Apparaat toevoegen. Als u al een apparaat in de app hebt gekoppeld, klikt u op de toets .  Selecteer Klima in de lijst.  Selecteer het model MEDION Air Conditioner MD37732 in de overzichtslijst.  Volg nu de verdere instructies in de app om verbinding te maken.

99DEFRNLESITEN9.3. Spraakbesturing via Amazon Alexa of Google AssistantU kunt uw apparaat bedienen met spraakbediening van Amazon Alexa of de Google Assis-tent.  Open de app Alexa of de Google Assistent en voeg de app MEDION® Life+ toe als skill.  Volg de instructies in de betreffende app, meld u aan met uw MEDION-klantaccount en bevestig de verbinding tussen de Life+ app en de Alexa-app of de Google Assistent.  Na autorisatie kunt u uw apparaat bedienen met spraakbediening.10. Problemen oplossenGa bij een storing van het apparaat eerst na of u het probleem aan de hand van het onder-staande overzicht zelf kunt oplossen.Probeer in geen geval het product zelf te repareren.

Neem als een reparatie nodig is, contact op met ons Service Center of een ander professioneel reparatiebedrijf.Laat onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan het koelmiddelcircuit alleen uitvoeren door een vakman en volgens de aanwijzingen van de fabrikant. Neem contact op met het Service Center voor repara-tie-instructies. Componenten mogen alleen door identie-ke reparatieonderdelen worden vervangen.Probleem Mogelijke oorzaak Problemen oplossenHet apparaat werkt niet.De stekker zit niet goed in het stopcontact.  Trek de netstekker uit het stop-contact en steek deze opnieuw in het stopcontact.Het geaarde stopcontact is defect.  Controleer het geaarde stopcon-tact door er een ander apparaat op aan te sluiten.De temperatuur in de ruimte is te laag of te hoog.  De temperatuur in de ruimte moet tussen 5 en 35°C zijn.De temperatuur in de ruimte is lager dan de ingestelde koeltempera-tuur.

100Probleem Mogelijke oorzaak Problemen oplossenDe afstandsbedie-ning werkt niet.De batterijen zijn niet goed geplaatst.  Plaats de batterijen op de juiste manier.U bevindt zich op een af-stand van meer dan 5me-ter van het apparaat.  Ga dichter bij het apparaat staan.Er bevinden zich obsta-kels tussen de afstandsbe-diening en de infrarood-sensor.  Verwijder het obstakel.De afstandsbediening is niet op de sensor gericht.  Richt de afstandsbediening goed uit.De batterijen zijn leeg.  Vervang de batterijen.Het apparaat koelt niet goed.Er zijn ramen of deuren geopend, waardoor er warme lucht de ruimte in kan komen.  Sluit ramen en deuren.De filters zijn erg vuil.  Reinig de filters zoals is beschre-ven bij “Filters reinigen”.De opening van de lucht-afvoer is geblokkeerd.

 Houd rondom het apparaat 50cm vrije ruimte voor voldoen-de ventilatie.De modus en de tem-peratuur zijn niet goed ingesteld.  Stel de modus en de tempera-tuur in op de juiste waarden.De luchtafvoerslang is niet juist gemonteerd.  Monteer de luchtafvoerslang volgens de aanwijzingen.Er komt water uit het apparaat.Het apparaat stroomt over bij beweging.  Maak het waterreservoir leeg voordat u het apparaat vervoert.Condensaatafvoerslang is geknikt.  Leg de condensaatafvoerslang recht.Het apparaat maakt veel geluid.Het apparaat staat op een niet-vlakke ondergrond.  Plaats het apparaat op een har-de, vlakke ondergrond.Er zijn losse, trillende on-derdelen.  Maak de onderdelen vast.Het geluid klinkt als stro-mend water.  Het geluid ontstaat door stro-mend koelmiddel. Dat is nor-maal.

101DEFRNLESITENProbleem Mogelijke oorzaak Problemen oplossenDe compressor werkt niet.De koelingsbeveiliging is actief.  Schakel het apparaat uit en wacht 3minuten voordat u het weer inschakelt.De beveiliging tegen oververhitting is geacti-veerd.Storingsindicator E0 Communicatiefout tussen de hoofdprintplaat en de printplaat van het display.  Controleer de kabel op bescha-digingen.Storingsindicator E1 De sensor voor de om-gevingstemperatuur is uitgevallen.  Controleer de aansluiting. Reinig of vervang de temperatuursen-sor. Neem eventueel contact op met het Service Center.Storingsindicator E2 De sensor voor de spoel-temperatuur is uitgeval-len.  Controleer de aansluiting. Reinig of vervang de temperatuursen-sor.

Neem eventueel contact op met het Service Center.Storingsindicator Ft Niveau van condenswater is te hoog  Maak het geïntegreerde op-vangreservoir leeg door de slui-ting op de afvoeropening te ver-wijderen en het condenswater te laten weglopen in een geschikt condensaatreservoir.11. ReinigingWAARSCHUWING!Gevaar voor elektrische schok!Er bestaat gevaar voor een elektrische schok door onderdelen die onder spanning staan.  Het apparaat mag niet worden ondergedompeld in water of een andere vloeistof en niet onder stromend water worden gehouden, omdat dit een elektrische schok tot gevolg kan hebben.  Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat reinigen.  Voorkom dat er vloeistof in het apparaat terechtkomt.WAARSCHUWING!Gevaar voor letsel!Er bestaat snijgevaar door contact met de scherpe randen van de rotorbladen binnen in de behuizing.

102LET OP!Schade aan het apparaat!Door verkeerd gebruik van reinigingsmiddelen bij het reinigen van het apparaat kan het op-pervlak beschadigd raken.  Gebruik geen chemische oplos- en reinigingsmiddelen, omdat ze het oppervlak van en/of de opschriften op het apparaat kunnen beschadigen. Gebruik geen agressieve, chemische of schurende reinigingsmiddelen en geen harde spons. Druk op de toets of om het apparaat uit te schakelen. Trek de stekker uit het stopcontact. Reinig de behuizing alleen met een zachte, vochtige doek of een zachte, dunne thee-doek. Maak de doek vochtig met een mild sopje om hardnekkig vuil te verwijderen. Droog de behuizing zorgvuldig voordat u het apparaat inschakelt.11.1. Filterzeef reinigenLET OP!Schade aan het apparaat!In de filterzeef hoopt zich stof op, waardoor de luchtcirculatie wordt beperkt.

Door de lagere luchtcirculatie neemt de efficiëntie van het apparaat af. Bij overmatige stofafzetting kan het filter geblokkeerd raken, waardoor er materiële schade aan het apparaat ontstaat.  Reinig de filterzeef regelmatig (minstens elke 2 weken), zoals verderop is beschreven. Gebruik het apparaat nooit zonder dat de filterzeef is geplaatst omdat hierdoor de ver-damper in het apparaat vuil kan worden. Druk op de toets of om het apparaat uit te schakelen. Trek de stekker uit het stopcontact. Verwijder de bovenste en onderste filterzeef uit het apparaat. Gebruik een stofzuiger om stof uit de filterzeef te zui-gen.Afb. 18 – Filterzeef

103DEFRNLESITEN Draai de filterzeef om en spoel de filterzeef schoon onder stromend water. Laat het water in tegenge-stelde richting van de luchtstroom door de filterzeef stromen.  Leg de filterzeef neer en laat deze volledig drogen aan de lucht.Afb. 19 – Filterzeven reinigenWAARSCHUWING!Gevaar voor letsel!Bij het plaatsen van de filterzeef bestaat risico op snijwonden door contact met de scherpe randen van de verdamper. Raak de scherpe randen van de verdamper niet aan met blote handen. Plaats de gedroogde filterzeef weer in het apparaat.12.

Langdurig niet-gebruik en opslagWanneer het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, moet het schoon en volle-dig droog zijn.LET OP!Schade aan het apparaat!De verdamper binnenin het apparaat moet vóór het opslaan worden gedroogd om schade aan de component of schimmelvorming te vermijden. Schakel het apparaat uit en haal de netstekker uit het stopcontact. Leeg het condensaatreservoir en reinig het apparaat zoals beschreven in “Reiniging”. Plaats het apparaat enkele dagen op een droge, goed geventileerde plaats om te drogen of schakel gedurende enkele uren de ventilatiemodus in tot de condensaatafvoer droog is. Druk op de toets of APPARAAT IN-/UITSCHAKELEN om het apparaat in te schakelen. Kies de ventilatiemodus op de airco of op de afstandsbediening.

Het controlelampje brandt. Laat het apparaat enkele uren werken in de ventilatiemodus, zodat het van binnen volle-dig droogt. Druk op de toets of APPARAAT IN-/UITSCHAKELEN om het apparaat uit te schakelen. Haal de stekker uit het stopcontact. Verwijder de luchtafvoerslang en de raamafdichting. Verwijder en reinig de filterzeef en laat deze daarna volledig drogen. Plaats de filterzeef weer in het daarvoor bestemde frame in de behuizing.

104  Haal de batterijen uit de afstandsbediening.  Bewaar het apparaat en de accessoires indien mogelijk in de originele verpakking en in een donkere, geventileerde, droge en vorstvrije binnenruimte.  Plaats het apparaat in een ruimte zonder continu werkende warmtebronnen (zoals open vuur, gasapparaat of elektrische verwarming).13. Technische gegevensAirco Model MD 37732Voedingsspanning AC 220 - 240V, 50HzNominaal opgenomen vermogen 1005wattZekering 4,5AKoelvermogen 9000BTUKoelmiddel R290Koelmiddelhoeveelheid 170gVermogensstanden 2Maximale ruimte ca. 32m²Luchtstroom 330m³/uOntvochtigingscapaciteit ca. 1l/uAfmetingen (b x h x d) 31,5 x 70 x 31cmGewicht ca. 22,5kgGeluidsniveau tijdens gebruik ≤ 65dB(A)Afstandsbediening 2 x microbatterij, type AAA, LR03, 1,5V(meegeleverd)Bereik: ca. 6mwww.tuv.comID 1111310397

10616. EU-conformiteitsinformatieHiermee verklaart medion GmbH dat het type radiografische apparatuur MD  voldoet aan richtlijn //EU [(RE-richtlijn) evenals richtlijn //EG (ecodesignrichtlijn) en richtlijn //EU (RoHS-richtlijn)]. Ga voor de volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring naar: www. medon. com/conformty. 17. AfvalverwerkingVERPAKKINGHet apparaat zit ter bescherming tegen transportschade in een verpakking. Verpak-kingen zijn gemaakt van materialen die milieuvriendelijk kunnen worden afgevoerd en vakkundig kunnen worden gerecycled.

Let op de volgende markering van verpakkingsmateriaal bij het scheiden van afval met de afkortingen (a) en nummers (b):-: kunststoffen/–: papier en karton/-: composietmaterialen(Alleen voor Frankrijk)Met het 'Triman'-symbool wordt de gebruiker geïnformeerd dat het product recy-clebaar is, onder een uitgebreid systeem voor producentenverantwoordelijkheid valt en dat in Frankrijk een sorteerinstructie van toepassing is. APPARAATAfgedankte apparaten met het hiernaast afgebeelde symbool mogen niet bij het gewone huishoudelijke afval worden gedeponeerd. Volgens richtlijn //EU moet het apparaat aan het einde van de levensduur op een passende manier worden afgevoerd. Hierbij worden voor hergebruik geschikte stoffen in het apparaat gerecycled, zodat belasting van het milieu en negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid worden voorkomen.

Geef het afgedankte apparaat af bij een inzamelpunt voor elektronisch afval of bij een afvalsorteercentrum. Neem voor meer informatie contact op met de lokale afvalverwerkingsdienst of met uw gemeente. Het koudemiddel R mag niet in het milieu terechtkomen. BATTERIJENAlle batterijen met het hiernaast afgebeelde symbool mogen niet bij het gewone huishoudelijke afval worden gedeponeerd.

Overeenkomstig verordening / moeten batterijen aan het einde van hun levensduur op de juiste manier worden afgedankt. Deze kunnen giftige zware metalen bevatten en zijn onderworpen aan de voor-schriften m. b. t. het verwerken van gevaarlijk afval. De chemische symbolen van de zware metalen zijn als volgt:Cd = cadmium, Hg = kwikzilver, Pb = lood.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Medion LIFE P901 (MD 37732) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden