Makita M2402 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Makita M2402 (68 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 25 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Makita M2402 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
M2402
M2403
EN
Portable Cut-o󰀨INSTRUCTION MANUAL6
FR
Scie à Coupe d'Onglet à
Métaux (Disque)
MANUEL D’INSTRUCTIONS12
DE
TrennschleifmaschineBETRIEBSANLEITUNG19
IT
Troncatrice portatileISTRUZIONI PER L’USO26
NL
Draagbare afkortcirkelzaagGEBRUIKSAANWIJZING33
ES
Tronzadora de Metal
MANUAL DE
INSTRUCCIONES
40
PT
Serra Rápida PortátilMANUAL DE INSTRUÇÕES47
EL
Φορητός κόφτηςΕΓΧΕΙΡΙΔΙΟ ΟΔΗΓΙΩΝ54
TR
Portatif KesiciKULLANMA KILAVUZU62

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Makita
Categorie: Zaagmachine
Model: M2402

Handleiding Makita M2402 – volledige tekst

• Gewicht volgens EPTA-procedure 01/2014GebruiksdoeleindenHet gereedschap is bedoeld voor het doorslijpen van ferro-materialen met een geschikte doorslijpschijf. Houdt u zich aan de wetten en regelgeving zoals die in uw land gelden met betrekking tot stof en veiligheid en gezondheid op de werkplek. VoedingHet gereedschap mag alleen worden aangesloten op een voeding van dezelfde spanning als aangegeven op het typeplaatje, en kan alleen worden gebruikt op enkelfase-wisselstroom. Het gereedschap is dubbel-ge-isoleerd en kan derhalve ook op een niet-geaard stop-contact worden aangesloten. Voor openbare laagspanningsverdeelsystemen van tussen 220 V en 250 VSchakelbedieningen van elektrische apparaten veroor-zaken spanningsschommelingen.

De bediening van dit gereedschap onder ongunstige lichtnetomstandigheden kan een nadelige invloed hebben op de bediening van andere apparaten. Het kan worden aangenomen dat er geen negatieve e?ecten zullen zijn wanneer de netimpedantie gelijk is aan of minder is dan 0,25 ohm. Het stopcontact dat voor dit gereedschap wordt gebruikt, moet beveiligd zijn door een zekering of een stroomonderbreker met trage afschakelkarakteristieken.

GeluidsniveauDe typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-3-10:Model M2402Geluidsdrukniveau (LpA): 98 dB (A)Geluidsvermogenniveau (LWA): 108 dB (A)Onzekerheid (K): 3,0 dB (A)Model M2403Geluidsdrukniveau (LpA): 99 dB (A)Geluidsvermogenniveau (LWA): 109 dB (A)Onzekerheid (K): 3,0 dB (A)OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme-thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed-schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.

34 NEDERLANDSWAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij-dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig-heidsmaatregelen worden getro?en ter bescher-ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak-tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha-keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).

TrillingDe totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-3-10:Model M2402Trillingsemissie (ah): 4,5 m/s2Onzekerheid (K): 1,5 m/s2Model M2403Trillingsemissie (ah): 3,5 m/s2Onzekerheid (K): 1,5 m/s2OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver-gelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar-de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij-dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.

WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig-heidsmaatregelen worden getro?en ter bescher-ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak-tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha-keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).

Verklaringen van conformiteitAlleen voor Europese landenDe verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegd in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR-SCHUWINGENAlgemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschapWAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar-schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni-sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor-schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor doorslijpgereedschappen1.

Zorg ervoor dat u en omstanders niet in het rotatievlak van de schijf staan. De beschermkap helpt de gebruiker te beschermen tegen afgebro-ken stukjes van de schijf, het per ongeluk aanra-ken van de schijf. 2. Gebruik uitsluitend gelijmde, versterkte doorslijpschijven voor uw elektrisch gereed-schap. Ook wanneer een accessoire kan worden bevestigd op uw elektrisch gereedschap, is een veilige werking niet gegarandeerd. 3. Het nominaal toerental van het accessoire moet minstens gelijk zijn aan het maximumto-erental vermeld op het elektrisch gereedschap. Accessoires die met een hoger toerental draaien dan hun nominaal toerental kunnen stuk breken en in het rond vliegen. 4. De schijven mogen uitsluitend worden gebruikt voor de aanbevolen toepassingen. Bijvoorbeeld: u mag niet slijpen met de zijkant van een doorslijpschijf. Doorslijpschijven zijn bedoeld voor slijpen met de rand.

Krachten op het zijoppervlak kunnen deze schijven doen breken. 5. Gebruik altijd onbeschadigde schij?enzen van de juiste diameter voor de te gebruiken schijf. Een goede schij?ens ondersteunt de schijf en verkleint daarmee de kans op het breken van de schijf. 6.

De buitendiameter en de dikte van het acces-soire moet binnen het capaciteitsbereik van het elektrisch gereedschap vallen. Accessoires met verkeerde afmetingen kunnen niet afdoende worden afgeschermd of beheerst. 7. De asdiameter van schijven en enzen moe-ten goed passen rond de as van het elek-trisch gereedschap. Schijven en enzen met een asdiameter die niet overeenkomt met de.

35 NEDERLANDSbevestigingshardware voor het elektrisch gereed-schap zullen niet in balans draaien, buitensporig trillen en kunnen tot verlies van controle over het gereedschap leiden. 8. Gebruik nooit beschadigde schijven. Inspecteer vóór elk gebruik de schijf op ontbrekende schilfers en barsten. Nadat het elektrisch gereedschap of de schijf is geval-len, inspecteert u het op schade of monteert u een onbeschadigde schijf. Na inspectie en montage van de schijf, zorgt u ervoor dat u en omstanders niet in het rotatievlak van de schijf staan, en laat u het elektrisch gereedschap draaien op het maximaal nullasttoerental gedurende één minuut. Beschadigde schijven breken normaal gesproken in stukken gedurende deze testduur. 9. Gebruik persoonlijke-beschermingsmiddelen. Afhankelijk van de toepassing dient u een spatscherm, beschermende bril of veiligheids-bril te dragen.

Al naar gelang van toepassing draagt u een stofmasker, gehoorbeschermers, handschoenen en een werkschort die in staat zijn kleine stukjes slijpsel of werkstukfrag-menten te weerstaan. De oogbescherming moet in staat zijn rondvliegend afval te stoppen dat ontstaat bij de diverse werkzaamheden. Het stof-masker of ademhalingsapparaat moet in staat zijn deeltjes te lteren die ontstaan bij de werkzaam-heden. Langdurige blootstelling aan zeer intens geluid kan leiden tot gehoorbeschadiging. 10. Houd omstanders op veilige afstand van het werkgebied. Iedereen die zich binnen het werkgebied begeeft, moet persoonlijke-be-schermingsmiddelen gebruiken. Fragmenten van het werkstuk of van een uiteengevallen schijf kunnen rondvliegen en letsel veroorzaken buiten de onmiddellijke werkomgeving. 11. Zorg dat het snoer uit de buurt blijft van het draaiend werktuig.

Als u de controle verliest over het gereedschap, kan het snoer worden doorgesneden of bekneld raken, en kan uw hand of arm tegen de ronddraaiende schijf worden aangetrokken. 12. Maak de ventilatieopeningen van het gereed-schap regelmatig schoon.

De ventilator van de motor kan het stof de behuizing in trekken, en een grote opeenhoping van metaalslijpsel kan leiden tot elektrisch gevaarlijke situaties. 13. Gebruik het elektrisch gereedschap niet in de buurt van licht ontvlambare materialen. Bedien het elektrisch gereedschap niet terwijl het op een brandbaar materiaal ligt, zoals hout. Vonken kunnen deze materialen doen ontvlammen. 14. Gebruik geen accessoires die met vloeistof moeten worden gekoeld. Het gebruik van water of andere vloeibare koelmiddelen kan leiden tot elektrocutie of elektrische schokken. Terugslag en aanverwante waarschuwingenTerugslag is een plotselinge reactie op een beknelde of vastgelopen draaiende schijf. Beknellen of vastlo-pen veroorzaakt een snelle stilstand van de draaiende schijf dat op zijn beurt ertoe leidt dat de doorslijpeen-heid omhoog in de richting van de gebruiker wordt gedwongen.

Bijvoorbeeld, als een slijpschijf bekneld raakt of vast-loopt in het werkstuk, kan de rand van de schijf die het beknellingspunt ingaat, zich invreten in het oppervlak van het materiaal waardoor de schijf eruit klimt of eruit slaat. Slijpschijven kunnen in dergelijke situaties ook breken. Terugslag is het gevolg van misbruik van het elek-trisch gereedschap en/of onjuiste gebruiksprocedures of - omstandigheden, en kan worden voorkomen door goede voorzorgsmaatregelen te tre?en, zoals hieronder vermeld. 1. Houd het elektrisch gereedschap stevig vast en houd uw armen en lichaam zodanig dat u in staat bent een terugslag op te vangen. Als gebruiker kunt u terugslagkrachten omhoog de baas blijven, mits u de juiste voorzorgsmaatrege-len treft. 2. Plaats uw lichaam niet in één lijn met de rond-draaiende schijf.

Dergelijke bladen leiden vaak tot terugslag of verlies van controle over het gereedschap. 4. Laat de schijf niet vastlopen en oefen geen buitensporige druk uit. Probeer niet een buitensporig diepe snede te slijpen. Een te grote kracht op de schijf verhoogt de belasting en de kans dat de schijf in de snede verdraait of vastloopt, waardoor terugslag kan optreden of de schijf kan breken. 5. Wanneer de schijf vastloopt of u het snijden onderbreekt, schakelt u het elektrisch gereed-schap uit en houdt u de doorslijpeenheid stil totdat de schijf volledig tot stilstand is geko-men. Probeer nooit de schijf uit de snede te halen terwijl de schijf nog draait omdat hier-door een terugslag kan optreden. Onderzoek waarom de schijf is vastgelopen en tref afdoende maatregelen om de oorzaak ervan op te he?en. 6. Begin niet met doorslijpen terwijl de schijf al in het werkstuk steekt.

Wacht totdat de schijf op volle snelheid draait en breng daarna de schijf voorzichtig terug in de snede. Wanneer het elektrisch gereedschap opnieuw wordt gestart terwijl de schijf al in het werkstuk steekt, kan de schijf vastlopen, omhoog lopen of terugslaan. 7. Ondersteun een groot werkstuk om de kans op het beknellen van de schijf en terugslag te minimaliseren. Grote werkstukken neigen door te zakken onder hun eigen gewicht. U moet het werkstuk ondersteunen vlakbij de snijlijn en vlakbij de rand van het werkstuk aan beide kanten van de schijf. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen1. Pas gedurende de werking op voor rondvlie-gende vonken. Deze kunnen letsel veroorzaken of ontvlambaar materiaal doen ontbranden. 2. Zet het werkstuk vast. Gebruik klemmen of een bankschroef om het werkstuk vast te zetten, indien dit praktisch is.

36 NEDERLANDSgereedschap vast te houden. 3. Zet de doorslijpschijf zorgvuldig vast. 4. Zorg ervoor dat u de as, de enzen (vooral hun montagevlak) of de bout niet beschadigt, aan-gezien de doorslijpschijf zelf dan kan breken. 5. Houd de beschermingen op hun plaats en in goede staat. 6. Houd de handgreep stevig vast. 7. Houd uw handen uit de buurt van draaiende onderdelen. 8. Zorg ervoor dat de doorslijpschijf het werk-stuk niet raakt alvorens het gereedschap in te schakelen. 9. Controleer vóór elk gebruik op wiebelen of overmatige trillingen die door een verkeerd aangebrachte of slecht gebalanceerde schijf kunnen worden veroorzaakt. 10. Verwijder ontvlambaar materiaal of brokstuk-ken uit de werkomgeving. Zorg ervoor dat niemand zich in de vonkenregen bevindt. Houd een in goede staat verkerend brandblusappa-raat gereed dicht bij de werkomgeving. 11.

Wanneer tijdens de werkzaamheid de doorslijpschijf plotseling stopt, vreemde gelui-den maakt of begint te trillen, schakel dan het gereedschap onmiddellijk uit. 12. Schakel het gereedschap altijd uit en wacht totdat de doorslijpschijf volledig tot stilstand is gekomen, alvorens het werkstuk te verwijde-ren of vast te zetten, de bankschroef te bedie-nen, de werkpositie of de hoek te veranderen, of de doorslijpschijf te vervangen. 13. Raak het werkstuk niet aan onmiddellijk na het werken, aangezien het dan gloeiend heet is en brandwonden kan veroorzaken. 14. Berg de schijven uitsluitend op een droge plaats op. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. OPSTELLENWAARSCHUWING: Dit gereedschap pro-duceert vonken tijdens het doorsnijden van een werkstuk. Stel dit gereedschap niet op een plaats op waar brandbare en/of explosieve materialen kunnen worden ontstoken door een vonk vanaf het gereedschap.

Het voetstuk bevestigenDit gereedschap moet met twee bouten in de boutgaten van het voetstuk worden bevestigd op een horizontale en stabiele ondergrond. Dit helpt voorkomen dat het gereedschap kantelt of omvalt met kans op persoonlijk letsel. ► Fig. 1: 1. Boutgaten 2. VoetstukBESCHRIJVING VAN DE FUNCTIESLET OP: Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker ervan uit het stop-contact is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap te controleren of af te stellen. De gereedschapskop vergrendelen/ontgrendelenDe gereedschapskop kan worden vergrendeld. Maak voor gebruik de vergrendelketting los van de haak. Indien niet in gebruik of tijdens het dragen moet de vergrendelketting altijd worden vastgemaakt aan de haak. M2402► Fig. 2: 1. Haak 2. VergrendelkettingM2403► Fig. 3: 1. Haak 2.

VergrendelkettingDe trekkerschakelaar gebruikenWAARSCHUWING: Controleer altijd, voor-dat u de stekker in het stopcontact steekt, of de trekkerschakelaar op de juiste manier schakelt en weer terugkeert naar de uit-stand nadat deze is losgelaten. M2402► Fig. 4: 1. Vergrendelknop / uit-vergrendelknop 2. TrekkerschakelaarM2403► Fig. 5: 1. Vergrendelknop / uit-vergrendelknop 2. TrekkerschakelaarVoor een gereedschap met een vergrendelknopLET OP: De schakelaar kan in de aan-stand vergrendeld worden, hetgeen bij langdurig gebruik comfortabeler werkt. Wees extra voor-zichtig wanneer u de schakelaar in de aan-stand vergrendelt en houd het gereedschap altijd stevig vast. Om het gereedschap te starten, knijpt u gewoon de trekkerschakelaar in. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen.

37 NEDERLANDSVoor een gereedschap met een uit-vergrendelknopWAARSCHUWING: U mag NOOIT de uit-ver-grendelknop buiten werking stellen door hem met tape vast te zetten of iets dergelijks. Een schake-laar met een buiten werking gestelde uit-vergrendel-knop, kan leiden tot onbedoeld inschakelen en ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Gebruik het gereed-schap NOOIT als het start door alleen maar de trekkerschakelaar in te knijpen zonder de uit-ver-grendelknop in te drukken. Een schakelaar die moet worden gerepareerd, kan leiden tot onbedoeld inschakelen en ernstig persoonlijk letsel. Stuur het gereedschap op naar een Makita-servicecentrum voor reparatie ZONDER het verder te gebruiken. Om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt ingeknepen, is een uit-vergrendelknop aange-bracht.

Om het gereedschap te starten, drukt u de uit-vergrendelknop in en knijpt u de trekkerschakelaar in. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen. KENNISGEVING: Druk de trekschakelaar niet hard in zonder dat de uit-vergrendelknop is inge-drukt. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan. Ruimte tussen de bankschroef en de geleideplaatLET OP: Na het afstellen van de ruimte tus-sen de bankschroef en de geleideplaat, zorgt u ervoor dat de geleideplaat goed wordt vastgezet. Door onvoldoende vastzetten kan persoonlijk letsel ontstaan. LET OP: Denk eraan dat smalle werk-stukken mogelijk niet veilig kunnen worden vastgezet bij gebruik van de twee, brede tussenruimte-instellingen.

Geleideplaat 3. InbusboutenDe doorslijphoek instellenLET OP: Na het afstellen van de hoek van de geleideplaat, zorgt u ervoor dat de geleideplaat goed wordt vastgezet. Door onvoldoende vastzetten kan persoonlijk letsel ontstaan. LET OP: Voor het maken van een rechter versteksnede met het gereedschap met de aan-slagplaat, zet u de geleideplaat altijd in de stand 0 - 170 mm (0″ - 6-11/16″). Als u hem in de stand 35 - 205 mm (1-3/8″ - 8-1/16″) of de stand 70 - 240 mm (2-3/4″ - 9-7/16″) zet, wordt de beweging van de aanslagplaat gehinderd, waardoor de snede mislukt. LET OP: Bedien het gereedschap niet wan-neer het werkstuk niet stevig in de bankschroef is vastgezet vanwege de doorslijphoek. Draai de twee inbusbouten los met behulp van de inbussleutel. Draai de geleideplaat in de gewenste hoek en zet hem vast met de inbusbouten.

Wees voorzichtig niet de ingestelde hoek te veranderen tijdens het vast-zetten met de inbusbouten. ► Fig. 7: 1. Geleideplaat 2. InbusboutenOPMERKING: De schaalverdeling op de geleideplaat biedt slechts een grove richtlijn. Voor een nauwkeuri-ger hoekinstelling gebruikt u een gradenboog of een geodriehoek. Zorg dat de handgreep omlaag staat, zodat de doorslijpschijf tot in het voetstuk steekt. Verstel tegelijkertijd de hoek tussen de geleideplaat en de doorslijpschijf met een gradenboog of een geodriehoek. Het vonkscherm afstellenHet vonkscherm is in de fabriek gemonteerd met de onderste rand tegen het voetstuk aan. Als u het gereed-schap in die stand gebruikt, zullen er veel vonken in het rond vliegen. Draai de schroef los en verstel het vonkscherm zodanig dat er zo min mogelijk vonken in het rond vliegen. Het type vonkscherm kan van land tot land verschillen. ► Fig. 8: 1. Schroef 2.

38 NEDERLANDSMONTAGELET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en dat zijn stekker uit het stop-contact is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. De veiligheidskap openenDe voorafdekking-type veiligheidskap openenBreng de veiligheidskap met de hand omhoog. ► Fig. 10: 1. VeiligheidskapDe middenkap-type veiligheidskap openenDraai eerst de klemschroef los en breng daarna de kap omhoog. ► Fig. 11: 1. KlemschroefDe doorslijpschijf aanbrengen en verwijderenLET OP: Draai de de inbusbout altijd stevig vast. Door onvoldoende vastdraaien kan ernstig letsel ontstaan. Gebruik voor het vastdraaien van de inbusbout de inbussleutel die bij het gereedschap is geleverd om er zeker van te zijn dat hij stevig wordt vastgedraaid. LET OP: Gebruik altijd alleen de juiste bin-nen- en buitenenzen die bij het gereedschap zijn geleverd.

LET OP: Breng na het vervangen van de schijf altijd de veiligheidskap weer omlaag. LET OP: Draag beschermende handschoenen wanneer u de schijf hanteert. Breng de veiligheidskap omhoog. Houd de asvergren-deling ingedrukt en draai de inbusbout linksom met een inbussleutel. Verwijder vervolgens de inbusbout, de ring, de buitenens en de schijf. ► Fig. 12: 1. Asvergrendeling 2. Inbusbout► Fig. 13: 1. Binnenens 2. Ring 3. O-ring 4. Gelijmde, versterkte doorslijpschijf (doorslijpschijf) 5. Buitenens 6. Sluitring 7. InbusboutVoor het aanbrengen van de schijf volgt u de verwijde-ringsprocedure in omgekeerde volgorde. Zorg ervoor dat het gat van de doorslijpschijf past in de ring en breng de veiligheidskap omlaag. Opbergen van de inbussleutelWanneer u de inbussleutel niet gebruikt, bergt u deze op de plaats aangegeven in de afbeelding op, om te voorkomen dat deze wordt verloren. M2402► Fig.

InbussleutelBEDIENINGLET OP: De juiste druk op de handgreep tij-dens het snijden en de maximale e?ciëntie van het doorslijpen kan worden afgelezen aan de hoe-veelheid vonken die wordt geproduceerd tijdens het doorsnijden. Probeer niet om de snede te forceren door buitensporig veel druk op de hand-greep uit te oefenen. Dat kan leiden tot een lagere e?ciëntie van het doorslijpen, voortijdige slijtage van de schijf, en mogelijke schade aan het gereedschap, de doorslijpschijf of het werkstuk. Houd de handgreep stevig vast. Schakel het gereed-schap in en wacht tot de doorslijpschijf met maximaal toerental draait, voordat u die voorzichtig in de snede laat zakken. Wanneer de doorslijpschijf het werkstuk raakt, drukt u geleidelijk de handgreep omlaag om de snede te maken.

Wanneer de snede voltooid is, schakelt u het gereedschap uit en wacht totdat de doorslijpschijf volledig tot stilstand is gekomen voordat u de handgreep terugzet in de bovenste stand. DoorslijpcapaciteitDe maximale doorslijpcapaciteit varieert afhankelijk van de doorslijphoek en de vorm van het werkstuk. Maximale doorslijpcapaciteit van een gloednieuwe doorslijpschijfDoorslijphoek/ werkstukvorm90° 45°127 mm (5″)127 mm (5″)102 x 194 mm (4″ x 7-5/8″) 70 x 233 mm (2-3/4″ x 9-1/8″)115 x 103 mm (4-1/2″ x 4-1/16″)119 x 119 mm (4-11/16″ x 4-11/16″)106 x 106 mm (4-3/16″ x 4-3/16″)137 x 137 x 10 mm (5-3/8″ x 5-3/8″ x 3/8″)100 x 100 x 10 mm (4″ x 4″ x 3/8″).

39 NEDERLANDSHet werkstuk vastklemmenLET OP: Plaats de schroefdraadhouder altijd op de schroefdraad van de as wanneer u het werkstuk gaat vastklemmen. Als u dit nalaat, kan het werkstuk niet afdoende worden vastgeklemd. In dat geval zou het werkstuk kunnen losspringen of zou de doorslijpschijf kunnen breken, wat zeer gevaarlijk is. Wanneer de schroefdraadhouder omhoog staat, kan de bankschroefplaat snel naar voren en achteren worden verplaatst. Om uw werkstuk vast te klemmen, duwt u eerst de handgreep naar voren tot de bankschroefplaat tegen het werkstuk komt en sluit u daarna de schroef-draadhouder. Draai de handgreep rechtsom tot het werkstuk goed is vastgezet. ► Fig. 16: 1. Handgreep 2. Schroefdraadhouder 3. BankschroefplaatWanneer de doorslijpschijf al aanzienlijk afgesleten is, plaatst u een afstandsstuk achter het werkstuk, zoals getoond in de afbeelding.

U kunt een versleten schijf e?ciënter gebruiken door het middelpunt van de rand van de schijf te gebruiken voor het doorsnijden van uw werkstuk. Gebruik een afstandsstuk van solide, onbrandbaar materiaal. ► Fig. 17: 1. AfstandsstukOm een werkstuk van meer dan 85 mm (3-3/8″) breed onder een hoek af te snijden, brengt u een recht stuk hout (afstandsstuk) van meer dan 190 mm (7-1/2″) lang x 45 mm (1-3/4″) breed aan op de geleideplaat, zoals getoond in de afbeelding. Bevestig dit afstandsstuk met schroeven door de gaten in de geleideplaat. Zorg ervoor dat de doorslijpschijf het afstandsstuk niet raakt wanneer de gereedschapskop omlaag wordt gebracht. ► Fig. 18: 1. Geleideplaat 2. Afstandsstuk meer dan 190 mm (7-1/2″) lang x 45 mm (1-3/4″) breed 3. Werkstuk meer dan 85 mm (3-3/8″) breed 4. Bankschroefplaat► Fig.

Diameter van werkstuk 3. Geleideplaat 4. Breedte van afstandsstukEen lang werkstuk moet aan beide uiteinden worden ondersteund door steunblokken zodat het werkstuk op gelijke hoogte ligt met de bovenkant van het voetstuk. Gebruik steunblokken van een onbrandbaar materiaal. ► Fig. 21: 1. SteunblokHet gereedschap dragenKlap de gereedschapskop omlaag en vergrendel hem. Draag het gereedschap aan de handgreep. M2402► Fig. 22M2403► Fig. 23ONDERHOUDLET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens te beginnen met inspectie of onderhoud. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.

Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. De koolborstels vervangen► Fig. 24: 1. SlijtgrensmarkeringControleer regelmatig de koolborstels. Vervang ze wanneer ze tot aan de slijtgrensmarkering versleten zijn. Houd de koolborstels schoon, zodat ze gemakkelijk in de houders glijden. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik uitsluitend identieke koolborstels. 1. Gebruik een schroevendraaier om de koolbor-steldoppen te verwijderen. 2. Haal de versleten koolborstels eruit, schuif de nieuwe erin, en zet daarna de koolborsteldoppen weer goed vast. ► Fig. 25: 1. Koolborsteldop.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Makita M2402 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden