Makita DTP131Y1J Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Makita DTP131Y1J (92 pagina’s), behorend tot de categorie Schroefmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Makita DTP131Y1J of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/92
GB
Cordless 4 Mode Impact DriverInstruction Manual
F
Visseuse à choc 4 fonctions sans FilManuel d’instructions
D
Akku-Quadro-SchrauberBetriebsanleitung
I
Avvitatore plurifunzioneIstruzioni per l’uso
NL
Snoerloze hybride slagschroevendraaierGebruiksaanwijzing
E
Atornillador de Impacto Multifunción
Inalámbrico
Manual de instrucciones
P
Parafusadeira de Impacto de 4 Funções a
Bateria
Manual de instruções
DK
4-funktions akku-slagskruetrækkerBrugsanvisning
GR
Ασύρματοκρουστικόβιδοτρύπανο 4λειτουργιών
Οδηγίεςχρήσεως
TRKablosuz 4 Modlu Vidalama MakinesiKullanma kılavuzu
DTP131
DTP141

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Makita
Categorie: Schroefmachine
Model: DTP131Y1J
Kleur van het product: Black, Blue
Gewicht: 1500 g
Breedte: 79 mm
Diepte: 171 mm
Hoogte: 250 mm
Geluidsniveau: 96 dB
Stroombron: Batterij/Accu
Oplaadtijd: 1.5 uur
Accu/Batterij voltage: 14.4 V
Stationair toerental (max): 2700, 1100 RPM
Boor diameter in staal (max): 10 mm
Boor diameter in hout (max): 21 mm
Reverse: Ja
Ingebouwd licht: Ja
Draaistanden: 16
Maximale koppel (zachte applicaties): 10 Nm
Schroefdiameter: 21 mm
Maximale koppel (harde applicaties): 150 Nm
Inclusief batterij: Ja
Stationair toerental (min): 700 RPM
Vibratie emissie: 8.5 m/s²
Aantal inbegrepen batterijen: 1 stuk(s)
Soort ophanging: Riemklem

Handleiding Makita DTP131Y1J – volledige tekst

40ENE064-1Doeleinden van gebruikDit gereedschap is bestemd voor het slagschroeven-draaien van schroeven in hout en voor het klopboren inbaksteen, beton en natuursteen, benevens het boren enaandraaien van schroeven zonder klopbeweging in hout,metaal, aardewerk en kunststoffen. GEA010-1Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschapWAARSCHUWING. Lees alle veiligheidswaar-schuwingen en alle instructies. Het niet volgen van dewaarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrischeschokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in detoekomst te kunnen raadplegen. GEB078-2VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN SPECIFIEK VOOR EEN SNOERLOZE HYBRIDE SLAGSCHROEVENDRAAIER1. Draag gehoorbescherming tijdens het gebruikvan een slagschroevendraaier. Blootstelling aanharde geluiden kan leiden tot gehoorbeschadiging. 2.

Gebruik de hulphandgreep/hulphandgrepen, alsdeze bij het gereedschap werden geleverd. Ver-lies van controle over het gereedschap kan persoon-lijke verwonding tot gevolg hebben. 3. Houd elektrisch gereedschap vast bij het geï-soleerde oppervlak van de handgrepen wanneeru werkt op plaatsen waar het bevestigingsmate-riaal in aanraking kan komen met verborgenbedrading. Wanneer bevestigingsmaterialen inaanraking komen met onder spanning staandedraden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delenvan het gereedschap onder spanning komen testaan zodat de gebruiker een elektrische schok kankrijgen. 4. Houd elektrisch gereedschap vast aan het geï-soleerde oppervlak van de handgrepen wanneeru werkt op plaatsen waar het slijpaccessoire metverborgen bedrading in aanraking kan komen.

Controleer of er zich niemand beneden u bevindtwanneer u het gereedschap op een hoge plaatsgaat gebruiken. 6. Houd het gereedschap stevig vast. 7. Houd uw handen uit de buurt van draaiendeonderdelen. 8. Laat het gereedschap niet achter terwijl het nogin bedrijf is. Bedien het gereedschap alleen wan-neer u het met beide handen vasthoudt. 9. Raak de boor of het werkstuk niet aan onmiddel-lijk na het gebruik. Deze kunnen erg heet zijn enbrandwonden veroorzaken. 10. Sommige materialen bevatten chemische stoffendie giftig kunnen zijn. Neem de nodige voor-zorgsmaatregelen tegen inademing van stof encontact met de huid. Volg de veiligheidsinstruc-ties van de leverancier van het materiaal op. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.

WAARSCHUWING:Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van com-fort en bekendheid met het gereedschap (na veelvul-dig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriftenvan het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van deveiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzingkan leiden tot ernstige verwondingen. ENC007-10BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENVOOR ACCU1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het productwaarvoor de accu wordt gebruikt, aandachtigdoor alvorens de accu in gebruik te nemen. 2. Neem de accu niet uit elkaar. 3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aan-zienlijk korter is geworden, moet u het gebruikervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezetgebruik kan oververhitting, brandwonden enzelfs een ontploffing veroorzaken. 4.

Als er elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen,spoel dan uw ogen met schoon water en roeponmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolytin de ogen kan blindheid veroorzaken. 5. Voorkom kortsluiting van de accu:(1) Raak de accuklemmen nooit aan met eengeleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarinandere metalen voorwerpen zoals spijkers,munten e. d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen.

Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn vaneen grote stroomafgifte, oververhitting, brand-wonden, en zelfs defecten. 6. Bewaar het gereedschap en de accu niet opplaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot50°C of hoger. 7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wanneerhij zwaar beschadigd of volledig versleten is. Deaccu kan namelijk ontploffen in het vuur. 8. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallenen hem niet blootstelt aan schokken of stoten. 9. Gebruik nooit een beschadigde accu. 10. Volg bij het wegwerpen van de accu de plaatse-lijk geldende voorschriften. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. LET OP: Gebruik alleen originele Makita accu’sHet gebruik van andere dan originele Makita accu’s, ofaccu’s die op enige wijze zijn aangepast, kan resulterenin het openbarsten van de accu, met gevaar voor brand,lichamelijk letsel en schade.

41Tips voor een maximale levensduur van de accu1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad deaccu op telkens wanneer u vaststelt dat het ver-mogen van het gereedschap is afgenomen. 2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuwop. Als u de accu te veel oplaadt, zal hij minderlang meegaan. 3. Laad de accu op bij een kamertemperatuur tus-sen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelenalvorens hem op te laden. 4. Laad de accu op als u die voorlopig niet meergebruikt (langer dan zes maanden). BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIESLET OP: • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en deaccu ervan is verwijderd alvorens de functies op hetgereedschap af te stellen of te controleren. Installeren of verwijderen van de accu (Fig. 1) LET OP:• Schakel altijd het gereedschap uit voordat u de accuaanbrengt of verwijdert.

• Houd het gereedschap en de accu stevig vast wan-neer u de accu aanbrengt of verwijdert. Als u hetgereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, zou eriets uit uw handen kunnen glippen, met gevaar voorschade aan het gereedschap of de accu en eventueleverwonding. Om de accu te verwijderen, schuift u deze uit het gereed-schap los terwijl u de knop voorop de accu ingedrukthoudt. Voor het aanbrengen van de accu plaatst u de tong vande accu in de groef van de behuizing en schuift u deaccu op zijn plaats. Schuif de accu er altijd volledig in tot-dat die op zijn plaats vast klikt. Wanneer de rode indica-tor op de bovenkant van de knop nog zichtbaar is, zit deaccu niet volledig erin. LET OP:• Schuif de accu volledig erin totdat de rode indicator nietmeer zichtbaar is. Als u dit nalaat, zou de accu uit hetgereedschap kunnen vallen en uzelf of anderen kun-nen verwonden.

2)Lithium-ionenaccu’s met een stermarkering zijn voorzienvan een beveiligingssysteem. Dat kan automatisch destroomtoevoer afsluiten om de levensduur van de accute verlengen. Het gereedschap kan tijdens gebruik automatisch stop-pen wanneer het gereedschap en/of de accu aan éénvan de volgende omstandigheden wordt blootgesteld:• Overbelasting:Als het gereedschap wordt gebruikt op een manier dieeen abnormaal hoge stroomsterkte vergt. In dat geval laat u de trekkerschakelaar van hetgereedschap los en verhelpt u de oorzaak van de over-belasting. Vervolgens drukt u de trekkerschakelaarweer in om het gereedschap te herstarten. Als het gereedschap niet start, kan de accu oververhitzijn. In dat geval laat u de accu even afkoelen voordatu de trekkerschakelaar opnieuw indrukt. • Onvoldoende accuspanning:Als de resterende accuspanning onvoldoende is, zalhet gereedschap niet starten.

In dat geval verwijdert ude accu en laadt u die opnieuw op. Aangeven van de resterende accuspanning (Fig. 3)(Alleen voor accu’s waarvan het modelnummer eindigt ineen “B”. )Druk op de controletoets van de accu om de resterendeaccuspanning te zien. De spanningslampjes gaan enkeleseconden lang branden. 015658OPMERKING:• Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en deomgevingstemperatuur kan de aanduiding wel eensietwat afwijken van de werkelijk resterende accuspan-ning. Werking van de trekkerschakelaar (Fig. 4)LET OP: • Voordat u de accu in het apparaat plaatst, controleert ueerst of de trekkerschakelaar naar behoren werkt en bijloslaten naar de “UIT”-stand terugkeert. Om het gereedschap te starten, drukt u gewoon de trek-kerschakelaar in. Het toerental van het gereedschapneemt toe wanneer u de druk op de trekkerschakelaarverhoogt. Laat de trekkerschakelaar los om te stoppen.

42OPMERKING: • Het gereedschap stopt automatisch drie minuten nahet indrukken van de trekkerschakelaar. De lampjes aanzetten (Fig. 5 en 6)LET OP: • Kijk niet recht in het lamplicht of de lichtbron. Bij elke druk op de lamptoets in het LED-vensterverandert de toestand van het lampje, van AAN naar UITen van UIT weer naar AAN. Met de lamptoets in de AAN-stand drukt u de trekker-schakelaar in om het lampje aan te zetten. Om het uit teschakelen, laat u de trekkerschakelaar los; dan dooft hetlampje ongeveer 10 seconden later. Met de lamptoets inde UIT-stand zal het lampje niet gaan branden, ook aldrukt u de trekkerschakelaar in. OPMERKING: • Om de instelling van het lampje te controleren, drukt ude trekkerschakelaar in. Als het lampje oplicht bijindrukken van de trekkerschakelaar, staat de lamptoetsin de AAN-stand. Als het lampje niet gaat branden,staat de lamptoets in de UIT-stand.

• Wanneer u de trekkerschakelaar ingedrukt houdt, kande stand van het lampje niet worden gewijzigd. • Gedurende ongeveer 10 seconden na het loslaten vande trekkerschakelaar kunt u de stand van het lampjeomschakelen. Werking van de omkeerschakelaar (Fig. 7)Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor hetveranderen van de draairichting. Druk de omkeerschake-laar in vanaf zijde A voor rechtse draairichting, of vanafzijde B voor linkse draairichting. Wanneer deze schakelaar in de neutrale stand staat, kande trekkerschakelaar niet worden ingedrukt. LET OP: • Controleer altijd de draairichting alvorens het gereed-schap te starten. • Verander de stand van de omkeerschakelaar alleennadat het gereedschap volledig tot stilstand is geko-men. Als u de draairichting verandert terwijl hetgereedschap nog draait, kan het gereedschap bescha-digd raken.

Als u het gereedschap gebruikt met de snel-heidskeuzeknop halverwege tussen de standen “1” en“2”, kan het gereedschap beschadigd worden. • Verstel de snelheidskeuzeknop niet terwijl het gereed-schap in werking is. Dat kan het gereedschap bescha-digen. • Zet de snelheidskeuzeknop niet met kracht in stand “1”bij gebruik als slagschroevendraaier. Dat kan hetgereedschap beschadigen. Om het toerental te wijzigen, schakelt u eerst het gereed-schap uit en dan schuift u de snelheidskeuzeknop naarstand “2” voor een hoger toerental of stand “1” voor eenlager toerental. Let op dat de knop geheel in de juistestand is gezet voordat u gaat werken. Gebruik de juistesnelheid voor de te verrichten taak. Wanneer u de functiekeuzering instelt op de slag-schroevendraaierstand, zet u dan ook de snel-heidskeuzeknop naar kant “2”. De werkingsfunctie selecteren (Fig.

9)Dit gereedschap is voorzien van een functiekeuzering. Kies uit de vier functies diegene die het best geschikt isvoor uw taak, door aan deze ring te draaien. Voor het aandraaien van houtschroeven of bouten, richtu de pijl op het teken voor de slagschroevendraaier-stand. De slagkracht is regelbaar via het LED-venster. Voor het boren in beton of tegels, richt u de pijl op hetteken voor de hamerboorstand. Voor het boren in hout of metaal richt u de pijl op hetteken voor de gewone boorstand. Voor het aandraaien van kleine houtschroeven ofmachineschroeven richt u de pijl op het teken voor deschroevendraaierstand. U kunt het aantrekkoppelinstellen via het LED-venster. LET OP: • Stel de pijl altijd juist in op de gewenste functiemarker-ing. Als u het gereedschap gebruikt met de functiekeu-zering halverwege tussen de functiemarkeringen, kanhet gereedschap beschadigd worden.

43Wijzigen van de slagkracht (slagschroevendraaierstand “ ”) (Fig. 10)014262De slagkracht is instelbaar op drie standen: hard, gemid-deld en zacht. Zo kunt u de aandraaikracht aanpassen aan de vereistenvan het werkstuk. Bij elke druk op de -toets verandert de slagkracht, indrie stappen. Gedurende ongeveer een minuut na het loslaten van detrekkerschakelaar kunt u de slagkracht wijzigen. OPMERKING: • Tijdens het gebruik van de trekkerschakelaar kunt u deslagkracht niet omschakelen. Wijzigen van het draaimoment (slagschroevendraaierstand “ ”)Het aantrekkoppel is regelbaar door indrukken van de-toets in de schroevendraaierstand. De cijfers in het LED-venster tonen de draaimoment-instelling. Het aantrekkoppel is het laagst in stand 1 en het hoogstin stand 9. De aanduiding “P” dient voor een specialestand voor het aandraaien van zelftappende schroeven.

Bij elke druk op toets verandert de draaimoment-instelling van 1 naar 9 en P en keert dan terug naar 1. De draaimoment-instelling verandert snel wanneer u detoets ingedrukt houdt. De P-stand is geschikt voor het aandraaien van zelftap-pende schroeven in staalplaten, onder de volgendeomstandigheden. • Met de snelheidskeuzeknop in stand “2”, aandraaienvan een schroef van max. 4 mm in staalplaten van intotaal max. 3,2 mm. • Met de snelheidskeuzeknop in stand “1”, aandraaienvan een schroef van max. 5 mm. Alvorens met het feitelijke werk te beginnen, draait u eentestschroef in uw materiaal of een stuk soortgelijk materi-aal om te zien welk aantrekkoppel er vereist is voor hette verrichten werk. Probeer eerst om een schroef vast te draaien in stand“1”. Kies dan een hoger nummer terwijl u de schroef aan-draait. Houd het gereedschap tijdens het werk stevigvast.

LET OP: • Probeer niet om machineschroeven vast te draaien inde P-stand. Dat kan uw pols plotseling verwringen, metkans op persoonlijk letsel. OPMERKING: • Controleer vóór het gebruik altijd het cijfer in het LED-venster.

Als er geen cijfer wordt aangegeven, neemt ucontact op met uw dichtstbijzijnde Makita Servicecen-trum. • Wanneer in de schroevendraaierstand de resterendeaccuspanning te gering wordt, knippert het lampje eenpaar keer tijdens het volledig aandraaien van eenschroef. Dan laadt u de accu opnieuw op. Als u door-gaat met werken, kunt u niet het vereiste aantrekkop-pel bereiken. • Tijdens het indrukken van de trekkerschakelaar kunt uhet draaimoment niet wijzigen. • Gedurende ongeveer één minuut na het loslaten vande trekkerschakelaar kunt u de draaimoment-instellingwijzigen. Als u daarna een ander draaimoment wiltkiezen, drukt u de trekkerschakelaar nogmaals in. • Het getal dat de draaimoment-instelling aangeeft is nietgelijk aan de waarde van het aantrekkoppel. Accu-leeg aanduiding: vrijwel geen accuspanning meer (Fig.

11)(Verschilt per land)De resterende accuspanning wordt aangegeven in hetLED-venster wanneer u de trekkerschakelaar indrukt. De resterende accuspanning is zoals getoond in deonderstaande tabel. Aanduiding van de slagkracht aangegeven op het paneelMaximaal aantal slagenToepassing WerkDTP131 DTP141Hard3 200 (min–1)3 200 (min–1)Aandraaien wanneer kracht en snelheid gewenst zijn. Aandraaien in materiaal onder werkstuk/ Aandraaien van lange schroeven/ Aandraaien van bouten. Gemiddeld2 400 (min–1)2 400 (min–1)Aandraaien wanneer een goede afwerking vereist is. Aandraaien in dekplaten of gipsplaten. Zacht1 200 (min–1)1 200 (min–1)Aandraaien wanneer het belangrijk is dat er niet te ver wordt doorgedraaid, in ver-band met mogelijk doldraaien of beschadiging van de schroefkop. Aandraaien van sponning-schroeven/ Aandraaien van kleine schroeven zoals M6-formaat.

44012273OPMERKING: • Wanneer het LED-venster dooft, wordt het gereedsc-hap uitgeschakeld om stroom te besparen. Om dan deresterende accuspanning te controleren, drukt u detrekkerschakelaar licht in. • Het LED-venster dooft ongeveer één minuut nadat u detrekkerschakelaar loslaat. • Wanneer de temperatuur van het gereedschap te hoogwordt, gaat het lampje een minuut lang één keer perseconde knipperen en dan dooft het LED-venster. Indat geval laat u het gereedschap afkoelen, voordat uhet weer in gebruik neemt. INEENZETTENLET OP: • Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakelden de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aanhet gereedschap uit te voeren. Installeren of verwijderen van een schroefbit/boorkop/inbussleutel (Fig. 12)Gebruik alleen een schroefbit/boorkop/inbussleutel zoalsdie in de afbeelding wordt getoond. Plaats geen andertype schroefbit/boorkop/inbussleutel.

Voor gereedschappen met een ondiepe bitinsteek-opening006348Voor gereedschappen met een diepe bitinsteek-opening0114051. Om het bit te installeren, trekt u de klembus terug enschuift u het bit zo ver mogelijk in de klembus. Laatdaarna de bus los om het bit te vergrendelen. (Fig. 13)2. Om het bit te installeren, steekt u de bit-adapter methet bit zo ver mogelijk in de klembus. De bit-adaptermoet met het puntige uiteinde eerst in de busworden gestoken. Laat daarna de bus los om het bitte vergrendelen. (Fig. 14)Om het bit te verwijderen, trekt u de bus in de richtingvan de pijl en dan trekt u het bit krachtig eruit. LET OP: • Raak de boorkop niet vlak na het boren aan, want diewordt erg heet. Om de boorkop te vervangen, laat u dieeerst afkoelen.

OPMERKING: • Als het bit niet diep genoeg in de bus wordt gestoken,zal de bus niet naar haar oorspronkelijke positie ter-ugkeren en zal het bit niet goed vastzitten. In dat gevaldient u het bit opnieuw erin te steken volgens de bov-enstaande procedure. • Nadat u het bit in de bus hebt gestoken, controleert udat het bit stevig vast zit.

Als het bit uit de bus komt,mag u het bit niet gebruiken. Haak (optionele accessoire) (Fig. 15)LET OP: • Draai bij het bevestigen van de haak de schroef goedvast. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot stukgaan vanhet gereedschap of persoonlijk letsel. De haak is handig om het gereedschap tijdelijk op tehangen. De haak kan aan iedere zijkant van het gereed-schap worden bevestigd. Om de haak te bevestigen, steekt u deze in een gleuf opeen zijkant en zet u hem vast met de schroef. Om dehaak eraf te halen, draait u de schroef los en haalt u dehaak eraf. BEDIENING (Fig. 16) LET OP:• Schuif de accu er altijd volledig in totdat die op zijnplaats vastklikt. Wanneer de rode indicator op debovenkant van de knop nog zichtbaar is, zit de accuniet volledig erin. Schuif hem volledig erin totdat derode indicator niet meer zichtbaar is.

Als u dit niet doet,kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen enu of anderen in uw omgeving verwonden. • Als u het gereedschap aanhoudend blijft gebruiken tot-dat de accu helemaal leeg is, laat u het gereedschapdan ongeveer 15 minuten liggen voordat u doorgaatmet een verse accu. Slagschroevendraaierstand “ ”LET OP:• Bij omschakelen naar de slagschroevendraaier-stand dient u ter controle altijd even wat hout-schroeven vast te draaien. Als de functie niethelemaal goed naar de slagschroevendraaierstand isomgeschakeld, zou het gereedschap uw pols krachtigkunnen verwringen, hetgeen letsel kan veroorzaken. LED-indicator aanduidingResterende accuspanningOngeveer 50% of meerErgens tussen 20% – 50%Ongeveer 20% of minderA = 12 mmB = 9 mmGebruik uitsluitend dit type bits. Volg procedure (1). (Opmerking) De bit-adapter is niet nodig.

A = 17 mmB = 14 mmOm deze typen bits te plaatsen, volgt u procedure (1). A = 12 mmB = 9 mmOm deze typen bits te plaatsen, volgt u procedure (2). (Opmerking) De bit-adapter is nodig om het bit te plaatsen.

45Schroeven indraaienHoud het gereedschap stevig vast en plaats de punt vande schroefbit in de schroefkop. Oefen zoveel kracht ophet gereedschap uit als nodig is om de schroefbit op zijnplaats te houden. Schakel vervolgens het gereedschapin om de bediening te starten. Bouten aandraaien (Fig. 17 en 18) Het juiste draaikoppel kan verschillen afhankelijk van hetsoort en de grootte van de schroef/bout, het materiaalvan het werkstuk waarin wordt gedraaid, enz. De relatietussen het draaikoppel en de draaitijd wordt aangegevenin de afbeeldingen. OPMERKING: • Wanneer de functiekeuzering in de slagschroeven-draaierstand staat, controleert u dan vóór het gebruikeven de juiste werking, door een houtschroef in eenstuk hout te draaien. Als het gereedschap niet goedwerkt, raadpleegt u dan uw dichtstbijzijnde Makita Ser-vicecentrum. • Houd het gereedschap altijd recht op de schroef.

• Gebruik altijd het bit die geschikt is voor de kop van deaan te draaien schroef/bout. • Voor het vastdraaien van M8 of kleinere schroeven,dient u met zorg de druk op de trekkerschakelaar teregelen zodat de schroef niet beschadigd wordt. • Als u de in de figuren aangegeven aandraaitijden over-schrijdt, kan de schroef of de punt van de schroefbitoverbelast worden, doldraaien, beschadigd raken, enz. Neem daarom eerst een proefje om de juiste aan-draaitijd voor de schroef te bepalen. Het aandraaimoment wordt beïnvloed door een grootaantal verschillende factoren, waaronder de volgende. Controleer na het vastdraaien altijd het aandraaimomentmet een momentsleutel. 1. Wanneer de accu bijna leeg is, neemt de spanningaf en vermindert het aandraaimoment. 2. Schroefbit of schroefdopHet aandraaimoment vermindert als u niet eenschroefbit of schroefdop van de juiste maat gebruikt. 3.

• Zelfs wanneer de boutdiameters gelijk zijn, hangthet juiste aandraaimoment af van het koppelcoëf-ficiënt, de boutklasse en de boutlengte. 4. De manier van vasthouden van het gereedschap ende positie waar de schroef in het materiaal wordtgedraaid, hebben een invloed op het aandraaimo-ment. 5. Bij lagere toerentallen wordt ook het aandraaimo-ment kleiner. Hamerboorstand “ ”LET OP: • Houd het gereedschap tijdens het gebruik altijd stevigvast. Er kan plotseling een enorme kracht worden uit-geoefend op het gereedschap/de boorkop wanneer ereen gat wordt doorboord, wanneer een gat verstoptraakt met scherven of kiezels, of wanneer er in gewap-end beton een stalen staaf wordt geraakt. Zorg ervoor dat u een bit met een hardmetalen puntgebruikt. Plaats de punt van de boor op de gewenste plaats waargeboord moet worden, en druk vervolgens de schakelaarin. Forceer het gereedschap niet.

Een lichte druk geeftde beste resultaten. Houd het gereedschap stevig vasten zorg dat het niet uitglijdt. Oefen geen grotere druk uit wanneer het boorgat ver-stopt raakt met schilfertjes of metaaldeeltjes. Laat in zo’ngeval het gereedschap onbelast lopen en verwijder deboor gedeeltelijk uit het boorgat. Wanneer dit verschil-lende keren wordt herhaald, zal het boorgat schoonworden en kunt u normaal verder boren. Boorstand “ ”LET OP: • Door overmatig druk uit te oefenen op het gereedschapzult u het boren niet versnellen. Integendeel, over-matige druk zal enkel resulteren in snellere slijtage vanhet bit/de boorkop, mindere prestaties en een korterelevensduur van het gereedschap. • Er kan plotseling een enorme kracht worden uit-geoefend op het gereedschap/de boorkop wanneer ereen gat wordt doorboord.

Houd het gereedschap daarbij stevig vast, want er iskans op een plotselinge terugslag. • Zet kleinere werkstukken altijd vast in een draaibank ofeen dergelijke greep. • Druk de trekkerschakelaar niet herhaaldelijk in wan-neer de motor is geblokkeerd. Dat kan het gereedsc-hap beschadigen. Voor het boren in hout bereikt u de beste resultaten meteen houtboor voorzien van een geleideschroef. De gelei-deschroef vergemakkelijkt het boren door de boorkop hetwerkstuk in te trekken. Voor het boren in metaal maakt u, om wegglijden van deboorkop te vermijden, van tevoren op het punt waar ugaat boren een kleine inkeping met een drevel en eenhamer. Plaats de punt van de boorkop in de inkeping enbegin met boren. Bij het boren in metaal gebruikt u een smeermiddel. Deuitzonderingen zijn ijzer en koper, die droog geboordworden.

OPMERKING: • Kies de geschikte snelheid voor de belasting van het teverrichten werk. Als u bij het boren de volgende capac-iteiten overschrijdt, kan dat het gereedschap beschadi-gen. 012989BoorcapaciteitHoge snelheidStaal 6,5 mmHout 12 mmLage snelheid Staal 10 mmHout 21 mm.

46Schroevendraaierstand “ ”LET OP: • Stel in op het getal in het LED-venster dat het juisteaantrekkoppel aangeeft voor uw taak. • Zorg dat het schroevendraaierbit recht in deschroefkop steekt, anders kan de schroef en/of het bitbeschadigd worden. • Houd het gereedschap stevig vast. Wanneer de kop-peling aangrijpt of de draaibeweging pakt, kan er eenplotselinge wringing optreden, die uw pols ernstig kanbezeren. Plaats de punt van het schroevendraaierbit in de kop vande schroef en oefen druk uit op het gereedschap. Starthet gereedschap langzaam en verhoog dan geleidelijkde snelheid. OPMERKING: • Dit gereedschap beschikt over een elektronische kop-peling. Het gereedschap stopt automatisch wanneer dekoppeling loslaat. Om door te gaan met werken, laat ude trekkerschakelaar even kort los. • Wanneer u houtschroeven indraait, maak dan voor-boorgaten in het hout.

Dit vergemakkelijkt het inschro-even en voorkomt dat het hout splijt. Zie deonderstaande tabel. 006421OPMERKING: • Zie het volgende overzicht voor de verhouding tussenhet getal van de draaimoment-instelling en hetaantrekkoppel bij het vastdraaien. Het effectieve aantrekkoppel zal verschillend zijn,afhankelijk van het materiaal. Verricht voor het feitelijkewerk een aandraaiproef om het vereiste aantrekkoppelte bepalen. 012276ONDERHOUDLET OP: • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en deaccu is verwijderd voordat u inspecties of onderhoudgaat verrichten, uitgezonderd de volgende con-trolepunten met betrekking tot het lampje. • Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol endergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingenen barsten worden veroorzaakt.

OPTIONELE ACCESSOIRESLET OP: • Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolenvoor gebruik met het Makita gereedschap dat in dezegebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik vanandere accessoires of hulpstukken bestaat er gevaarvoor persoonlijke verwonding. Gebruik de accessoiresof hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Raadpleeg het dichtstbijzijnde Makita Servicecentrumvoor verder advies of bijzonderheden omtrent dezeaccessoires. •Schroefbits• Haak• Plastic draagkist• Originele Makita accu en acculaderOPMERKING:• Sommige onderdelen in deze lijst kunnen bij hetgereedschap zijn meeverpakt als standaard-accessoires. Deze kunnen van land tot landverschillen.

47ENG905-1GeluidsniveauDe typisch, A-gewogen geluidsniveaus vastgesteldvolgens EN60745:Model DTP131Geluidsdrukniveau (LpA): 85 dB (A)Geluidsenergie-niveau (LWA): 96 dB (A)Onnauwkeurigheid (K): 3 dB (A)Model DTP141Geluidsdrukniveau (LpA): 85 dB (A)Geluidsenergie-niveau (LWA): 96 dB (A)Onnauwkeurigheid (K): 3 dB (A)Draag oorbeschermersENG900-1TrillingDe totaalwaarde van de trillingen (triaxiale vectorsom)vastgesteld volgens EN60745:Model DTP131Toepassing: hamerboren in betonTrillingsemissie (ah, ID): 13 m/s2Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s2Toepassing: bevestigen met behulp vanslagwerking van bevestigingsmiddelen tot demaximale capaciteit van het gereedschapTrillingsemissie (ah): 8,5 m/s2Onnauwkeurigheid (K): 2 m/s2Toepassing: boren in metaalTrillingsemissie (ah, D): 2,5 m/s2 of lagerOnnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s2Model DTP141Toepassing: hamerboren in betonTrillingsemissie (ah, ID): 13 m/s2Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s2Toepassing: bevestigen met behulp vanslagwerking van bevestigingsmiddelen tot demaximale capaciteit van het gereedschapTrillingsemissie (ah): 10,5 m/s2Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s2Toepassing: boren in metaalTrillingsemissie (ah, D): 2,5 m/s2 of lagerOnnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s2ENG901-1• De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten vol-gens de standaardtestmethode en kan worden gebruiktom dit gereedschap te vergelijken met andere gereed-schappen.

• De opgegeven trillingsemissiewaarde kan ook wordengebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstel-ling. WAARSCHUWING: • De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrischgereedschap in de praktijk kan verschillen van deopgegeven trillingsemissiewaarde afhankelijk van demanier waarop het gereedschap wordt gebruikt.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Makita DTP131Y1J stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden




Handleiding Schroefmachine Makita

Handleiding Schroefmachine

Nieuwste handleidingen voor Schroefmachine

Tolsen

Tolsen 96424 Handleiding

6 Augustus 2026
Tolsen

Tolsen 97025 Handleiding

5 Augustus 2026
Tolsen

Tolsen 96022 Handleiding

5 Augustus 2026
Tolsen

Tolsen 97024 Handleiding

5 Augustus 2026
Tolsen

Tolsen 96026 Handleiding

5 Augustus 2026
Tolsen

Tolsen 96024 Handleiding

4 Augustus 2026
Tolsen

Tolsen 96030 Handleiding

4 Augustus 2026
Tolsen

Tolsen 97026 Handleiding

4 Augustus 2026
Tolsen

Tolsen 79009 Handleiding

3 Augustus 2026
Tolsen

Tolsen 96422 Handleiding

3 Augustus 2026