Makita DBC300 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Makita DBC300 (22 pagina’s), behorend tot de categorie Grastrimmer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 35 mensen. Heb je een vraag over Makita DBC300 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/22
1
Gebruiksaanwijzing
Let op:
Lees voor de eerste inbedrijfname deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en neem alle veiligheidsvoorschriften in acht.
Gebruiksaanwijzing zorgvuldig bewaren!
DBC 301
DBC 300
DST 300

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Makita
Categorie: Grastrimmer
Model: DBC300

Handleiding Makita DBC300 – volledige tekst

2Inhoudsopgave bladzijdeEG-conformiteitsverklaring. 2Verpakking. 2Omvang van de levering. 3Verklaring van de symbolen. 3VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENAlgemene voorschriften. 4Persoonlijke beschermingsuitrusting. 4De omgang met brandstoffen / tanken. 4-5Inbedrijfname. 5Terugslag (Kickback). 6Werkomstandigheden en -techniek. 6Gebruiksgebied van de snijgereedschappen. 6Opslag. 7Onderhoud. 6-7Eerste hulp (E. H. B. O. ). 7Technische specificaties. 8Benaming van de onderdelen. 8INBEDRIJFNAMEHandvatmontage DBC 300. 9Handvatmontage DBC 301. 9Handvatmontage DST 300. 9Montage van de beschermkap. 10Montage van het 4-tands-slagmes ofvan het 8-tands-wervelblad (DBC 300, DBC 301). 11Montage van de snoerkop (DBC 300, DBC 301). 11Montage van het snoersnijmes(DBC 300, DBC 301, DST 300). 12Nastellen van het snoer. 12Maaisnoer vervangen. 12Montage van de snoerkop (DST 300). 13Nastellen van het snoer.

13Maaisnoer vervangen. 13Brandstof / olie mengsel. 14Aanleggen van de draagriem. 15Uitbalanceren van de motorzeis. 15Motor starten. 16Instellen van de stationairloop. 16IREPARATIE EN ONDERHOUDSTAKENOnderhouds- en reinigingsvoorschriften. 17Snijgereedschap slijpen. 17Luchtfilter schoonmaken. 18Bougie vervangen / controleren. 18Smering van het hoekig drijfwerk. 19Service en onderhoud. 19Storingzoeken. 19Uittreksel uit de reserveonderdelenlijst. 20Werkplaatsservice, reservedelen en garantie. 20-21Aantekeninge. 21Lijst van service-adressen (zie bijlage)VerpakkingUw MAKITA motorzeis is afzonderlijk in een doos verpakt terbescherming tegen transportschade. Karton is een grondstof en is als zodanig geschikt voor herge-bruik, of kan in de grondstofkringloop teruggebracht worden(oudpapierverwerking).

38, D-22045Hamburg, aan de fundamentele veiligheids- en gezondheids-eisen van de desbetreffende, EU-richtlijnen voldoen:EU-machinerichtlijn 98/37/ EG, EU-EMV-richtlijn 89/336/ EEG(gewijzigd door 91/263 EWG, 92/31 EEG en 93/68 EEG),Geluidsemissie 2000/14/EG. Ter vakkundige realisering van de in deze EU-richtlijnenvervatte eisen zijn doorslaggevend de volgende normen alsgrondslag genomen:EN 11806, CISPR 12, EN 50082-1, DIN VDE 0879 T1. Het conformiteitsbeoordelingsprocédé 2000/14/EG is volgensappendix V doorgevoerd. DST 300: Het gemeten peil vangeluidsniveau (Lwa) bedraagt 107 dB(A). Het gegarandeerdepeil van geluidsniveau (Ld) is 108 dB(A). DBC 300/301: Hetgemeten peil van geluidsniveau (Lwa) bedraagt 103 dB(A). Het gegarandeerde peil van geluidsniveau (Ld) is 104 dB(A). Hambug, 1. 12. 2001Voor DOLMAR GmbHJunzo Asada Rainer BergfeldDirecteur DirecteurHartelijk dank voor uw vertrouwen.

Wij willen graag dat u een tevreden MAKITA-klant bent. U heeftu keuze laten vallen op een der modernste MAKITAmotorzeisen. Dank zij hun tweetaktbenzinemotor zijn de motorzeismodellenDST 300, DBC 301 en DBC 300 onafhankelijk van eenstroomaan-sluiting overal onmiddelijk klaar voor gebruik. Deals starthulp ingebouwde motorbrandstofpomp (primer) maakthet starten bijzonder gemakkelijk. Ze snijden gras, onkruid,kreupelhout en alles, wat op de grond groeit en weg moet. Daardoor zijn ze de ideale helpers bij het onderhoud vangroenvlaktes en bijzonder geschikt voor incidenteel gebruik. Modernste techniek, ergonomische vormgeving en uiterstgemakkelijke bediening gaan hier samen met een gunstigeaanschaffingsprijs.

De door MAKITA speciaal voor dit gereedschap ontwikkeldemotor heeft een van een nikasil-laag voorziene 6-kanaalcylinder met computerberekende regeltijden enelektronische ontsteking, die geen onderhoud nodig heeft. Hierdoor is voor optimale uitbuiting van de motorbrandstof enbijzonder geringe emissie van milieuverontreinigende stoffenin het uitlaatgas gezorgd.

Zelfs de toekomstige strengeuitlaatgasvoorschriften van de USA zijn hiermede reedsvervuld. Een nieuw uitlaatconcept en de volledige omhullingvan de motor zelf zorgen voor een optimale geluidsdemping. In het apparaat zijn de volgende octrooirechten in de prak-tijkgebracht: US 512606, EP 0696414, GBM 9412925. Om uw persoonlijke veiligheid te waarborgen en optimaalfunctioneren en optimale beschikbaarheid van de motorzeis tegaranderen, verzoeken wij u het volgende:Leest u voor de eerste ingebruikname van de motorzeisdeze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en neem alle deveiligheidsvoorschriften in acht. Niet-inachtneming kanlevensgevaarlijke verwondingen veroorzaken. RE Y.

Gebruiksaanwijzing (niet afgebeeld)Een bougiesleutel (sleutelwijdte 19 mm) is in de leveringsomvang niet inbegrepen!Bestelnummer zie "Toebehoren".Indien een van de hier afgebeelde onderdelen bij de levering ontbreekt,wendt u zich dan tot uw leverancier!421356789Verklaring van de symbolenOp de machine en bij het lezen van de gebruiksaanwijzing treft u de volgende symbolen aan:STOPmax.10000 / minRE YGebruiksaanwijzing lezen en de waar-schuwings- en veiligheidsaanwijzingenopvolgen!Opgelet!Verboden!Beschermende handschoenen dragen!Veiligheidsschoenen dragen!Ogen-, gezichts- engehoorbeschermers dragen!Veiligheidsafstand van 15 meteraanhouden!Gevaar:Let op wegvliegende delen!Gebruik van metaalsnijgereedschapverboden!Gebruik van zaagbladen verboden!Let op: Kickback!

4VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENAlgemene voorschriftenOm een veilig gebruik te garanderen moet degene die hetapparaat bedient altijd deze gebruiksaanwijzing lezen, omzich met de werking ervan vertrouwd te maken (1). Onvoldo-ende geïnstrueerde gebruikers kunnen zichzelf en anderendoor ondeskundig gebruik in gevaar brengen. - De motorzeis alleen uitlenen aan personen met ervaring in hetgebruik van een motorzeis. De gebruiksaanwijzing dient daar-bij overhandigd te worden. - Voor nieuwe gebruikers is het aan te bevelen, zich door deverkoper wegwijs te laten maken, om met de eigenschappenvan het motormaaien vertrouwd te raken. - Kinderen en jeugdige personen van beneden de 18 jaarmogen de motorzeis niet gebruiken. Voor jeugdigen boven 16jaar geldt dit verbod niet als zij in het kader van hun opleidingonder toezicht staan van een vakman.

- Het werken met de motorzeis vereist een hoge mate vanconcentratie. - Alleen in goede lichamelijke konditie werken. Alle werkzaam-heden rustig en precies uitvoeren. De gebruiker is verant-woordelijk ten opzichte van derden. - Nooit onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen werken (2). Persoonlijke beschermingsuitrusting- De kleding moet doelmatig zijn, d. w. z. nauw aansluitend,maar mag niet hinderen. Geen sieraden of kleding dragenwaarmee u in struikgewas verstrikt kunt raken. Bij lang haareen haarnet dragen. - Om bij het maaien verwondingen aan hoofd, ogen, han-den of voeten en schade aan het gehoor te vermijden,moet de hierna omschreven beschermende uitrustinggedragen worden. - Het dragen van een veiligheidshelm wordt aangeraden; bij hetwerken in bosgebieden is dit beslist noodzakelijk.

De veilig-heidshelm (1) moet regelmatig op beschadigingen gecontro-leerd worden en moet na maximaal 5 jaar vervangen worden. Alleen goedgekeurde helmen gebruiken. - De gezichtsbeschermer (2) van de helm houdt opstuivendsnijdsel of wegvliegende voorwerpen tegen.

Om verwondingvan de ogen te vermijden, moet bovendien een veiligheidsbrilals gezichtsbeschermer worden gedragen. - Om gehoorschade te voorkomen moet geschikte persoonlijkegehoorbescherming gedragen worden (Oorbeschermers (3),oorproppen, oorwatten etc. ). Octaafbandanalyse op aanvraag. - De bosbouw-veiligheidsjas (4) heeft signaalrode schouder-passen. De armen en de hals te allen tijde door kledingbeschermen. - De veiligheidsbroek (5) bestaat uit 22 lagen nylonweefsel enbeschermt tegen snijwonden. Het gebruik ervan wordt drin-gend aanbevolen. In ieder geval een lange broek dragen vaneen stevige stof. - Werkhandschoenen (6) van een zware kwaliteit leer beho-ren tot de voorgeschreven uitrusting en moeten bij het werkenmet de motorzeis altijd gedragen worden.

- Bij het werken met de motorzeis moeten veiligheidsschoe-nen of veiligheidslaarzen (7) met profielzool, stalen neus enbeenbeschermers gedragen worden. Veiligheidsschoeiselmet een beschermende inleg biedt bescherming tegen snij-verwondingen en zorgen ervoor dat men stabiel staat. De omgang met brandstoffen / tanken- Bij het aftanken van de motorzeis moet de motor afgezetworden (10). - Roken en open vuur niet toegestaan (5). - Laat de motor afkoelen alvorens te tanken. - Brandstoffen kunnen oplosmiddelachtige substantiesbevatten. Huid- en oogcontact met mineraalolieproduktenvermijden. Draag bij het aftanken handschoenen. Vervang enreinig beschermende kleding regelmatig. Adem debrandstofdampen niet in. Het inademen van motor-brandstofdampen kan lichamelijk letsel veroorzaken. - Motorzeis vóór het bijtanken in een stabiele zijligging brengen. - Mors geen brandstof of kettingolie.

5STOPSTOP360o78910• Werkonderbreking• Transport• Tanken• Onderhoud• Wisselen van gereedschapDST 300 DBC 301 DBC 3003 metersSchemaafbeelding15 meters- Let erop dat er geen brandstof of kettingolie in de grondwegloopt (bescherming van het milieu). Leg iets op de grondter bescherming. - Tank niet in afgesloten ruimten. Brandstofdampen verzamelenzich op de bodem (explosiegevaar). - Sluit de tankdop van brandstoftank goed en controleerregelmatig op lekkage. - Start de motorkettingzaag niet op dezelfde plek als waar ugetankt heeft (tenminste 3 meter verwijderd van de tankplaats) (6). - Brandstof is niet onbeperkt houdbaar. Koop niet meer dan ubinnen een redelijke tijd zult gebruiken. - Vervoer en bewaar brandstof alleen in goedgekeurde engewaarmerkte jerrycans. Sla brandstof zo op dat kinderen erniet bij kunnen. Inbedrijfname- Werk niet alleen, in noodgevallen moet er iemand in debuurt zijn.

(gehoorafstand). - Verzeker u ervan dat er zich geen kinderen of andere personenbinnen een straal van 15 meter van het apparaat bevinden. Let hierbij ook op dieren. - Voor aanvang van de werkzaamheden de motorzeiscontroleren op de volgende punten. Controleer:stevig zitten van het snijgereedschap, de gashendel moet bij hetloslaten vanzelf naar 0 teruggaan, functie van degashendelblokkering, snijgereedschap mag niet onbelast draaien,schone en droge handvatten, functie van de start/stopschakelaar,bescherminrichtingen niet beschadigd en op de juiste plaats vastgemonteerd zijn. Anders bestaat er gevaar van letsel. - Motorzeis alleen starten volgens gebruiksaanwijzing. Anderestart-technieken zijn niet toegestaan. - De motorzeis en de snijgereedschappen mogen alleen voorhet beschreven gebruiksdoel ingezet worden. - De motorzeis eerst na volledige montage en controlestarten.

De machine mag uitsluitend geheel gemonteerdgebruikt worden. - Het maaigereedschap moet met de bijbehorendebescherminrichting uitgerust zijn. Gebruik het apparaatnooit zonder de bescherminrichting.

- Bij stationair draaien mag het snijgereedschap nietmeedraaien; zo nodig op standgas zetten. -Vóór het starten erop letten dat het snijgereedschap niet incontact komt met harde voorwerpen, b. v. takken, stenen etc. - Bij merkbaar veranderd gedrag van het apparaat de motoronmiddellijk afzetten. - Als het snijgereedschap met stenen of andere hardevoorwerpen in aanraking gekomen is, direct de motor afzettenen het snijgereedschap inspecteren. - Het snijgereedschap moet regelmatig op beschadigingengecontroleerd worden (eventuele haarscheuren door kloppen-klanktest- vaststellen). Na langer gebruik kunnenhaarscheurtjes in het bereik van de getande worteloptreden. Beschadigt snijgereedschap ensnijgereedschap met haarscheurtjes mogen ingeen geval meer worden gebruikt. - De motorzeis DBC 300, DBC 301 alleen met schouderriemgebruiken, en deze vóór aanvang van de werkzaamhedenaanbrengen.

Een goede afstelling van de schouderriem isnoodzakelijk, om onnodig vermoeid raken te voorkomen. Demotorzeis nooit met één hand bedienen. - Bij het werken met de motorzeis deze altijd met beide handenvasthouden (9). Let er voordurend op dat u stevig staat. - De motorzeis moet zodanig gehanteerd worden dat er geenuitlaatgassen ingeademd kunnen worden. Met de motorzeismag niet in gesloten ruimtes worden gewerkt; hij mag er ookniet in gestart worden. (vergiftigingsgevaar). Koolmonoxidegasis reukloos. Uitsluitend op goed geventileerde plaatsen werken. - Gedurende pauzes tijdens het werk en vóór de motorzeisalleen gelaten wordt, moet hij uitgeschakeld (10) en zoneergezet worden, dat niemand gevaar kan lopen. - De hete motorzeis niet in droog gras of bij brandbarevoorwerpen leggen. - Bij het veranderen van werkplek tijdens het maaien moet demotor afgezet (10).

61415111213Terugslag (kickback)Bij het werken met de motorzeis kan ongecontroleerde terugslagvoorkomen. Dit gebeurt in het bijzonder dan, wanneer in de sector tussen 12en 2 wordt gemaaid (11). Bij vast materiaal, zoals onderhout, struiken enz. , mag hiernooit met maaien worden begonnen. De motorzeis wordt daarbij ongecontroleerd met grote energienaar de zijkant weggeslingerd respectievelijk versneld (gevaarvan letsels. ). In de sector 12-2 (Afb. 11) nooit met het maaien beginnen. Terugslag vermijden (12):- Om terugslag te voorkomen, moet op het volgende geletworden:- Het maaien altijd observeren. Wees voorzichtig als bij reedsbegonnen sneden verder gewerkt wordt. - Het maaigereedschap moet het volle werktoerental bereikthebben voordat met maaien mag worden begonnen.

- In het bereik tussen 12 en 2 bestaat verhoogd gevaar voorterugslag, in het bijzonder bij gebruik van metalen snijwerktu-igen. - Werkzaamheden in het bereik 11-12 en 2-5 mogen alleendoor geschoolde personen op eigen risico uitgevoerd worden. - In het bereik 8-11 kan gemakkelijk en met weinig gevaar voorterugslag gemaaid worden. Werkomstandigheden en -techniek- Alleen bij goed zicht en goede verlichting werken. In de winterbijzonder letten op gladheid, nattigheid, ijs en sneeuw (uitglij-gevaar). Zorg ervoor dat u stabiel staat. - Nooit boven schouderhoogte maaien. - Nooit staande op een ladder werken. - Nooit met de motorzeis in een boom klimmen en werkzaam-heden uitvoeren. - Nooit werken op een onstabiele ondergrond. - Het maaibereik van vreemde voorwerpen, zoals b. v. stenen,metaaldelen etc. ontdoen.

Vreemde voorwerpen kunnenterugstuiten (gevaar van verwondingen, 13), zij beschadigenhet snijgereedschap en kunnen tot gevaarlijke terugslag(kickback) leiden. - Het maaigereedschap moet het volle werktoerental bereikthebben voordat met maaien mag worden begonnen. Gebruiksgebied van de snijgereedschappenDe maaigereedschappen (14) alleen voor het aangegeven doelgebruiken.

Andere gebruiksdoeleinden zijn niet toelaatbaar. Snoersnijkop met 2 snoeren:Uitsluitend voor het maaien van gras aan muren, heiningen,gazonkanten, bomen, palen, enz. Wervelblad met 8 tanden en slagmes met 4 tandenVoor het snijden van stevig materiaal zoals: onkruid, hoog gras,hakhout, struiken, wildgroei e. d. met een maximale doorsnedevan 2 cm, wordt de motorzeis van rechts naar links in een halvecirkel heen en weer bewogen (15, zoals bij een handzeis). Vervoer- Bij het vervoer en bij plaatsverandering tijdens het werkmoet de motorzeis stil worden gezet om te voorkomen,dat het maaigereedschap ongewild begint te draaien. - Draag of vervoer de motorzeis nooit bij lopendmaaigereedschap. - Bij vervoer over een grotere afstand moet in ieder geval demeegeleverde maaierbeschermkap worden aangebracht. - Bij het transport in voertuigen op veilige ligging van demotorzeis letten.

7Opslag- De motorzeis veilig in een droge ruimte opslaan en debeschermkap voor metalen snijwerktuigen aanbrengen. Bergde motorzeis ontoegankelijk voor kinderen op. - Bij langere opslag de motorzeis door een MAKITAservicewerkplaats grondig laten nakijken en eenonderhoudsbeurt laten ondergaan. - Bij langere opslag van de motorzeis moet de brandstoftankgeheel worden leeggemaakt en de vergasser leeggedraaid. Brandstoffen zijn slechts beperkt houdbaar en kunnen in detank of in de vergasser afzetting vormen. - Brandstofresten in reservetanks voor andere motorengebruiken of ontzorgen. Onderhoud- Iedere keer vóór werkbegin moet de bedrijfszekere toestandvan het maaigereedschap, de bescherminrichting, de draag-riem en de dichtheid van het brandstofsysteem worden ge-controleerd. In het bijzonder moet erop gelet worden dat hetsnijgereedschap volgens voorschrift is geslepen.

ATTENTIE: Metalen maaigereedschappen mogen enkel enalleen door een servicewerkplaats worden nageslepen. Een niet vakkundig nageslepen snijwerktuig kan tot onbalansleiden en wordt daardoor tot een aanzienlijk verwondings-risico. Bovendien kunnen door vibraties schade aan hetapparaat ontstaan. - Bij het wisselen van maaigereedschap, het schoonmaken vanhet apparaat en van het maaigereedschap etc. moet demotor worden afgezet en de bougiestekker afgenomen. - Beschadigd maaigereedschap mag niet gericht of gelastworden. - De machine moet zo geluidsarm mogelijk en met zo minmogelijk schadelijke uitlaatgassen gebruikt worden. Hierbij iseen correcte afstelling van de vergasser zeer belangrijk. - De motorzeis regelmatig reinigen en alle schroeven en moe-ren controleren op loszitten. - Onderhoud en opslag van de motorzeis moet niet in denabijheid van open vuur geschieden (16).

In geen geval veranderingen in de constructie van demotorzeis aanbrengen. Uw brengt daarmee uw veiligheidin gevaar. Onderhouds- en montagewerkzaamheden mogen alleen uitge-voerd worden voorzover deze in deze gebruiksaanwijzing be-schreven zijn. Alle verdere werkzaamheden moeten door deMAKITA service uitgevoerd worden (17). Slechts originele MAKITA onderdelen en toebehoren gebrui-ken. Bij gebruik van nietoriginele MAKITA onderdelen, toebehoren ofgereedschappen moet er met een groter gevaar van ongelukkenrekening worden gehouden. Bij ongelukken of schade als gevolgvan niet geautoriseerde maaigereedschappen, bevestigingenvan maaigereedschappen of accessoires vervalt iedere aanspra-kelijkheid. Eerste Hulp (E. H. B. O. )Voor eventuele ongevallen dient altijd een verbanddoos op dewerkplek aanwezig te zijn. Gebruikt materiaal direct weer aanvul-len.

Als u om hulp vraagt, geeft u dan de volgende informatie:Waar gebeurde het, wat gebeurde er, hoeveel gewonden, aardvan de verwondingen, noem uw naam. Aanwijzing: Bij personen met circulatiestoornissen kunnen vaakoptredende vibraties tot beschadiging van do bloedvaten of vanhet zenuwstelsel leiden. Door vibraties aan vingers, handen ofpolsen kunnen de volgende symptomen optreden: inslapen vanlichaamsdelen, prikkelen, pijn steken, verandering van dehuidkleur of van de huid. Bij het waarnemen van zulkesymptomen moet u een dokter opzoeken. 1817SERVICE1619.

550 / 380 / 360Gewicht (zonder bescherminrichting, maaigereedschap en benzine) kg 6,2 6,1 5,31) Bij gebruik van MAKITA snoerkoppen wordt het geoorloofde maximumtoerental van de snoerkoppen niet overschreden. 2) Opgaves houden in gelijke delen rekening met de bedrijfstoestanden stationair en maximum toerental (vlgs. EN-ISO 11806)3) Bij maximaal vermogena) Bij een ééndelig metalen snijwerktuigb) Bij 2-SnoermaaikopSerienummerBouwjaar DBC 300 2002 123456369. 000. 000Afb. : DBC 300.

10 tot 20° naar voren zwenken en deschroeven (B/3) vast aandraaien.- Bowdenkabel (B/5) zoals afgebeeld met de kabelbinders(B/6 in de meeleververpakking) aan de schachtbuisbevestigen.AANWIJZING:De buiging van het handvat moet overeenkomstig delichaamsgrootte worden ingesteld. Let er daarbij op, dat bijlicht gebogen elleboog en niet gebogen handgewrichten dehandvatten goed bereikbaar zijn.79108

10Slagmes met 4 tanden Onderdeel-no 372 224 140Uitwendige diameter: 200 mm, boring: 20,0 mm Onderdeel-no 010 341 202Wervelblad met 8 tanden Onderdeel-no 380 224 180Uitwendige diameter: 200 mm, boring: 20,0 mm Onderdeel-no 010 341 2022-Snoersnijkop Onderdeel-no 369 224 201Snijgebied: (ø 380 mm / Reservesnoeren uitsluitend met ø 2,0 mm gebruiken. Onderdeel-no 010 341 202 15 m Onderdeel-no 369 224 660 * Snoersnijmes120 m Onderdeel-no 369 224 662 Onderdeel-no 957 341 010 monteren. Maaigereedschap BeschermkapGereedschap / beschermkap-combinatie voor DST 300De bevestigingsplaat (A/1) heeft, afhankelijk van de keuze vansnijgereedschap (snoersnijkop of metalen snijgereedschap-pen), een bepaalde montagepositie. De beschermkap kan in hoge of lage positie gemonteerdworden. Positie (A) moet gekozen worden bij gebruik van de snoersnij-kop (A/3).

Gereedschap / beschermkap-combinaties voor DBC 300 en DBC 301*STOPWaarschuwing: Uitsluitend de hier genoemde maaige-reedschappen gebruiken. Het gebruik van andere snijge-reedschappen kan tot verhoogd ongevalrisico en tot scha-de aan het apparaat leiden en is daarom niet toelaatbaar.

1173213456C- Bevestigingsmoer (C/1) met de klok mee van de as afdraai-en. Opgelet: De bevestigingsmoer heeft link se draad. - Drukschijf (C/2) en opnameschijf (C/3) eraf halen. - De spoelbescherming (C/4) monteren (zie afbeelding),waarbij het gat (C/5) op één lijn met de uitsparing (C/6)aan het hoekdrijfwerk moet staan. D- Opnameschijf (D/3) er weer opleggen (let op de montage-stand). - De hoeksleutel (D/7 - het korte eind) door despoelbeschermer en de opneemschijf in de uitsparing(C/6) aan het hoekdrijfwerk steken (hoekdrijfwerkblokkeren). EMontage van de snoerkop(aleen DBC 300 en DBC 301)Vóór het monteren van de snoerkopin elk geval de motor uitschakelenen de bougiestekker aftrekken. Bij gebruik van de snoerkop de beschermkap met bevesti-gingsplaat in de montagestand (A) zetten (zie „Montage van debeschermkap“). Het snoermes moet in elkgeval gemon-teerd worden.

(Zie „Montage van het snoermes“). STOPMontage van het 4-tands slagmesof van het 8-tands wervelblad(aleen DBC 300 en DBC 301)Bij het gebruik van de bovenstaande maaigereedschappenmoet de beschermkap met de bevestigingsplaat in de montage-stand (B) aangebracht worden (zie „Montage van debeschermkap“). STOP812- Maaigereedschap (E/8) en daarna de drukschijf (E/2),zoals afgebeeld, erop leggen. - Bevestigingsmoer (E/1) erop schroeven en met decombisleutel tegen de klok in vastdraaien. Attentie. De afbeelding toont het 4-tands slagmes. Bijhet opleggen van het wervelblad met 8 tanden beslistop de draairichting letten (pijl op gereedschap enbeschermkap). Attentie: De bevestigingsmoer (E/1) is zelfborgend enmoet om veiligheidsredenen bij merkbaar licht lopen on-middellijk, uiterlijk echter nadat het gereedschap 10 keervervangen is, door een nieuwe bevestigingsmoer wordenvervangen (Bestell-Nr.

De bevestigings-moer en de drukschijf samen met het onderhoudsgereed-schap opbergen. - Zo nodig moet de spoelbeschermer worden gemonteerd(zie Afb. C). - Snoerkop (F/9) tegen de klok in op de as schroeven. - De hoeksleutel in het gat in de spoelbeschermer steken(zie ook Afb. D), de snoerkop tegen de klok in draaien totdatde hoeksleutel de as blokkeert. - Vervolgens de snoerkop met de hand vast aandraaien. - De hoeksleutel wegnemen en het vrijlopen van de snoerkopcontroleren. Voor het monteren van metalen gereedschappen moet demotor uitgeschakeld, de bougiestekkers afgetrokken enveiligheidshandschoenen worden gedragen. 129F.

129H1010GMontage van het snoersnijmes(DBC 300, DBC 301, DST 300)STOPHet snoersnijmes met de bijbehorende schroef bevindt zich inde bijverpakking. - Het snoermes (G/10) wordt, zoals op de afbeelding te zienis met schroef aan de beschermkap bevestigt. Opgelet:Als de snoerlengte bijgesteld is (zie „Nastellen van de snoer“,snijdt het snoermes de snoereinden tijdens het werk automatischop dezelfde lengte af. Bijstellen van de draad- De snoerlengte kan tijdens het maaien door licht aantip-pen (zie peil) van de snoerkop (H/9) op de grond te allentijde optimaal worden ingesteld. Het snoermes snijdt auto-matisch overstaande snoereinden af. ATTENT|E: Het schoonmaken van de snoerkop en hetvernieuwen van de snoer mag alleen bij uitgeschakeldemotor en afgetrokken bougiestekker geschieden. DBC 300DBC 301DST300101113 121415161218 1917IVervangen van de draadspoel- De snoer (ø 2,0 mm x 15 m, bestelnr.

1321212221aKMontage van de snoerkop(aleen DST 300)STOPVóór het monteren van de snoerkop in elk geval de motoruitschakelen en de bougiestekker aftrekken. - De wikkelingsbeschermer (K/21a) aanbrengen en met dehand de snoerkop (K/21) tegen de wijzers van de klok in opde as schroeven. AANMERKING:Voor het demonteren van de snoerkop de binnenas van deschachtbuis (K/22) met een 13 mm steeksleutel (als toebehoor-delen verkrijgbaar) blokkeren en dan de snoerkop tegen dewijzers van de klok in (linksom) afschroeven. LNastellen van het snoer- De snoerlengte kan tijdens het maaien door licht aantip-pen (zie peil) van de snoerkop (L/21) op de grond te allentijde optimaal worden ingesteld. Het snoermes snijdt auto-matisch overstaande snoereinden af. ATTENT|E: Het schoonmaken van de snoerkop en het ver-nieuwen van de snoer mag alleen bij uitgeschakelde mo-tor en afgetrokken bougiestekker geschieden.

- Snoer (ø 2,0 mm x 15 m, Bestel-nr. 369 224 660) op 3,6 mlengte snijden. - Snoer door de snoeropnemer van de spoel (boorgat aande wikkelkam) halen, tot beide einden even lang zijn. Bei-de snoeren in pijlrichting tot op ca. 10 cm vast op de spoelwikkelen. - Het ene snoereinde in de montagehouder (M/27) drukken,het andere snoereinde nog een halve draaiing opwikkelenen in de tegenoverliggende montagehouder (M/28)drukken. - De spoel in de houder steken (snoeren in de montage-houders met de snoergeleidingen in lijn brengen). Despoel in de houder naar beneden drukken en beidesnoereinden door de snoergeleiders (M/25) voeren; daarbijiedere keer aan het snoereinde trekken, opdat de snoeruit de montagehouder springt. - Houderdeksel (M/30) weer aanbrengen (de uitslulping opde deksel (M/29) centrisch t.

1412HUID- EN OOGCONTACT VERMIJDEN. Met brandstoffen dient voorzichtig en zorgvuldig te wordenomgegaan. Brandstoffen kunnen stoffen bevatten die alsoplosmiddel werken. Alleen in goed geventileerde ruimten of inde open lucht tanken. Brandstofdampen niet inademen,Brandstofdampen zijn giftig en kunnen lichamelijke schadesveroorzaken. Huidcontact met brandstof en minerale oliënvermijden. Minerale olieprodukten, ook oliën, ontvetten de huid. Bij herhaaldelijk en langdurig contact droogt de huid uit. Diversehuidziekten kunnen hiervan het gevolg zijn. Bovendien zijnallergische reacties bekend. Contact van de ogen met olieveroorzaakt irritaties. Bij oogcontact direct het betreffende oogmet schoon water uitspoelen. Bij aanhoudende irritatie direct een arts bezoeken. BrandstofopslagBrandstoffen zijn niet onbeperkt houdbaar.

Telkens slechtseen hoeveelheid brandstof inkopen voor ongeveer 4 wekengebruik. Alleen voor brandstof goedgekeurde tanks gebruiken. BNEEM ALLE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN IN ACHT. De omgang met brandstoffen vereist een voorzichtige enzorgvuldige handelwijze. Uitsluitend bij uitgeschakelde motor. TankenSTOPDe motor van de motorzeis is een tweetaktmotor met een grootvermogen die werkt op een mengsel van brandstof en tweetak-tolie. De motor is ontworpen voor gebruik van normale benzine meteen minimaal octaangetal van 91 ROZ. Is deze brandstof nietbeschikbaar, dan kunnen ook brandstoffen met een hogeroctaangetal gebruikt worden. Hierdoor ontstaat geen schadeaan de motor, wel moet rekening gehouden worden met eenvermindering van het vermogen. Dit is ook het geval bij gebruik van loodhoudende benzine.

Gebruik daarom voor een optimale motorwerking en terbescherming van gezondheid en leefmilieu alleen loodvri-je brandstof. Voor de smering van de motor wordt tweetaktmotorolie (kwa-liteitsklasse API-TC) gebruikt; deze wordt bijgemengt bij debrandstof. De motor is ontworpen voor MAKITA tweetaktoliemet een milieuvriendelijke mengverhouding van 50:1.

Daar-door wordt een lange levensduur en een betrouwbare, rookar-me werking van de motor gewaarborgd. MAKITA kwaliteits-tweetaktolie is afhankelijke van het verbruikleverbaar in de volgende verpakkingen:1 l Bestelnummer 980 008 607100 ml Bestelnummer 980 008 606Indien er geen MAKITA tweetaktolie beschikbaar is moet eenmengverhouding van 40:1 bij gebruik van andere tweetakto-liën aangehouden worden, aar anders problemen kunnenoptreden. Het verkrijgen van de juiste mengverhouding:50:1 Bij gebruik van MAKITA tweetaktolie, d. w. z. 50 delenbrandstof mengen met 1 deel olie. 40:1 Bij gebruik van andere tweetaktoliën, d. w. z. 40 delenbrandstof mengen met 1 deel olie. Aanwijzing:Voor een juist brandstof/olie mengsel de olie voormengen inde helft van de totaal gewenste hoeveelheid brandstof, daarnade rest van de brandstof toevoegen.

Voor het vullen van detank van de motorzeis eerst het mengsel goed schudden. Het is niet zinvol uit overdreven veiligheidsbewustzijn het olie-aandeel in het tweetaktmengsel te vergroten ten opzichte vande aangegeven mengverhouding. Hierdoor ontstaan meerverbrandingsresten, deze belasten het milieu en verstoppenhet uitlaatkanaal in de cilinder evenals de geluidsdemper. Verder stijgt het brandstofverbruik en neemt het vermogen af. A40:150:1 1000 cm3 (1 Liter) 20 cm325 cm3 5000 cm3 (5 Liter) 100 cm3125 cm3 10000 cm3 (10 Liter) 200 cm3250 cm3Kraftstoff+- Om de tankdop heen (B/1) goed schoonmaken, opdat geenvuil in de brandstoftank terecht komt. - Motorzeis vóór het bijtanken in een stabiele zijliggingbrengen. - Tankdop (B/2) eraf schroeven en het brandstofmengselvoorzichtig tot aan de onderkant van de vulopening invullen. Voorzichtig vullen om geen brandstof te morsen.

15Aanleggen van de draagriem(alleen DBC 300, DBC 301)- Draagriem zoals in Afb. C afgebeeld omdoen. - Draagriem zo afstellen, dat de bevestigingshaak zichongeveer een handbreedte boven het heupbeen bevindt.CD- De afstand tot de grond is afhankelijk van het gekozenmaaigereedschap.- Bij het gebruik van de snoersnijkop op vlak terrein moet desnoerkop lichtelijk op de grond staan, zonder daarbij hetapparaat met de hand te bewegen.- Bij het werken met slagmes of wervelblad, evenals bijmoeilijk terrein moet het maaigereedschap ca. 20 cm vrijvan de grond blijven wanneer de machine niet met dehanden wordt vastgehouden.Uitbalanceren van de motorzeis(alleen DBC 300, DBC 301)345E- De motorzeis optanken en aan de bevestigingshaak (E/3)ophangen.- Voor het uitbalanceren van de motorzeis schroef (E/5)losdraaien.

De ophangring (E/4) aan de schachtbuis naarvoren (de motorzeis wordt motordragend) of naar achteren(motorzeis wordt gereedschapdragend) bewegen.- Schroef (E/5) vast aandraaien.FMotor startenOngevallenpreventievoorschriften navolgen!De motorzeis mag alleen na volledige montage en controleworden gestart!Starten- Op minstens 3 m afstand van de plek waar getankt wordt.- In een veilige positie gaan staan en de motorzeis zóneerleggen, dat het snijgereedschap de grond of anderevoorwerpen niet aanraakt.

F, blz.15).- De startgreep langzaam tot de voelbare weerstanduittrekken (de zuiger staat vóór het bovenste dode punt).- Nu snel en met kracht verdertrekken tot de eersteontsteking gehoord wordt.- Starterkabel niet helemaal tot het einde uittrekken en degreep niet vrij terug laten schieten, maar langzaam terug-brengen.- Chokehendel (A/2) in de stand (half open) draaien enopnieuw de startgreep uittrekken tot de motor loopt.- Na het aanlopen van de motor gashendel (B/6)doordrukken en onmiddellijk weer loslaten; dehalfgasstelling klikt uit en de motor loopt stationair.- Na een korte loop de chokehendel (A/2) in de stand(open) draaien.Start bij warme motor- Bij een warme machine niet de brandstofpomp bedienen.- De chokehendel niet in de stand (gesloten) draaien.Het uitzetten van de motorSchakelaar (B/3) naar de positie schuiven.12CDAttentie: het maaigereedschap mag in de stationairloopniet meedraaien!

Is dit wel het geval, dan moet destationair-loopafstelling worden nageregeld.Stationairloop instellen- De schroeven (C/7) losdraaien en de luchtfilterdeksel (C/8)eraf nemen.- De stelschroef (D/9) max. 1/8 draaiing linksom draaien.- Luchtfilterdeksel (C/8) monteren en de schroeven weervastdraaien.ATTENTIE: De luchtfilterdeksel (C/8) moet bij hernieuwdestationairloopcontroles steeds aangebracht zijn!- Wanneer het maaigereedschap bij stationairloop toch nogmeedraait, moet deze procedure worden herhaald.789B3456STOP

17REPARATIE EN ONDERHOUDSTAKENATTENTIE: Bij alle werkzaamheden aan de motorzeis te allentijde de motor afzetten, de bougiestekker eraf trekkenen beschermende handschoenen dragen. ATTENTIE De motorzeis mag alleen na volledige montage encontrole worden gestart. STOPSnijgereedschap slijpenEOpgelet: De volgende snijgereedschappen mogen alleendoor een servicewerk-plaats geslepen worden, omdat het metde hand slijpen onbalans in het maaigereedschap en trillingenen schade aan de machine veroorzaakt. • 4-tands slagmes• 8-tands wervelbladVakkundig slijpen en uitbalanceren wordt door iedere MAKITAservice-werkplatts uitgevoerd. Opmerking: het 4-tands slagmes kan ter verlenging van degebruiksduur één keer worden omgedraaid, totdat de beidesnijkanten bot zijn.

4-tands slagmes 8-tands wervelbladPeriodieke onderhouds- en reingingsvoorschriftenVoor een lange levensduur alsook ter voorkoming van schades en ter waarborging van het volledig functioneren van deveiligheidsvoorzieningen moeten de hierna beschreven onderhoudstaken regelmatig uitgevoerd worden. Garantieclaims wordenalleen dan toegelaten, indien deze taken regelmatig en zoals voorgeschreven uitgevoerd zijn. Bij niet-inachtneming bestaat ergevaar voor ongelukken. Gebruikers van motorzeisen mogen alleen de onderhouds- en reinigingswerkzaamheden uitvoeren die beschreven zijn in dezegebruiksaanwijzing. Alle overige werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door een MAKITA service werkplaats. Iedere keer na 50 tankvullingen een grondige onderhouds- en een volledige nakijkbeurt van de motorzeis door een MAKITA servicewerkplaats laten uitvoeren.

Elk half jaar Bougie Nakijken, eventueel vervangen 18Benzine filter Door vakkundige werkplaats laten controlerenBrandstoftank ReinigenStarterkabel Controleren op beschadigingenJaarlijks Motorzeis in zijn geheel Door een vakwerkplaats laten nakijkenVóór een langere Motorzeis in zijn geheel Onderhoud door een MAKITA servicewerkplaats latenbuitenbedrijfstelling uitvoeren. Veilig in een droge ruimte opbergen. en opslagBrandstoftank Leegmaken en reinigenCarburateur Leeg draaienMetalen maaigereed Schoonmaken en licht inoliÎn. schappen Beschermkap maaigereedschap aanbrengen. Bladzijde.

189856470,5 - 0,8 mm- Chokehendel (A/1) in de stand (gesloten) draaien. - Schroeven (A/2) losdraaien en luchtfilterdeksel (A/3)afnemen. - Schuimstoffilter uit de deksel nemen. ATTENTIE:Om verwondingen aan de ogen te vermijden, vuildeeltjeser niet uitblazen. - Sterk vervuilde luchtfilters in lauwwarm water met eengewoon afwasmiddel uitwassen. - Bij grove vervuiling vaker schoonmaken (meermaals perdag), daar alleen een zuivere luchtfilter garandeert eenoptimale werking van de motor. -Vóór het aanbrengen van de luchtfilter: aanzuigopening opeventueel erin gevallen vuildeeltjes controleren. Deze meteen kwast verwijderen. - Luchtfilter goed droogmaken en weer samenvoegen. ATTENTIE:Beschadigte luchtfilters onmiddelijk vervangen. Afgescheurde stukken weefsel en grof vuil kunnen demotor onherstelbaar beschadigen.

ASTOPBoudie controlerenSTOPBATTENTIE:Bougie of bougiedop mogen niet bij lopende motor aan-geraakt worden (hoogspanning. ). Onderhoudswerkzaamheden uitsluitend bij uitgeschakeldemotor uitvoeren. Bij hete motor gevaar van verbranding. Beschermhand-schoenen dragen. Bij beschadiging van de isolator, sterke verbranding van deelektroden, of sterk vervuilde electroden, moet de bougievervangen worden. - Bougiedeksel (B/4) afnemen door in pijlrichting drukkenvan de clip (B/5); deksel omhoogklappen en eraf nemen. - Bougiestekker (B/6) van de bougie af trekken. Bougie (B/7)met daarvoor geschikte bougiesleutel (SW 19 mm, alstoebehoordelen verkrijgbaar) eruit draaien. ATTENTIE: Bij vervanging uitsluitend de bougies BOSCHWSR-6F, CHAMPION RCJ-6Y of NGK BPMR7A gebruiken. Elektroden afstandDe elektrodenafstand moet 0,5 - 0,8 mm zijn.

- De eruitgeschroefde bougie met vast eropgezette bougie-sleutel met behulp van een geÏsoleerde tang tegen desleutel drukken (van het bougiegat weg. ). - Schakelaar (C/9) in pijlrichting bedienen. - De startkabel stevig doortrekken. Bij een correct functioneren moet er een vonk zichtbaar zijntussen de elektroden. 231CLuchtfilterschoonmaken.

19DVoor langere buitenbedrijfzetting moet vet in het hoekigdrijfwerk (D/10) geperst worden, daar kondensatiewater zichin het drijfwerk kan afzetten, wat tot schade voeren kan. - Schroef (D/11) losdraaien en eruit nemen. - Met een vetpers vet in het drijfwerk drukken. - Schroef (D/11) weer aanbrengen en vast aandraaien. Indien aan het drijfwerk veel vet naar buiten treedt, dan eenMAKITA-servicewerkplaats opzoeken. Als toebehoordelen verkrijgbaar:Vetpers (Bestel-Nr. 944 350 000)Universaalvet (Bestel-Nr.

944 360 000)Hoekig drijfwerk smeren (alleen DBC 300 en DBC 301)Service en onderhoud1110ServiceStoringzoekenstoring systeem constatering oorzaakmotor start slecht ontsteking vonk aanwezig fout in brandstof toevoer,of helemaal niet compressie systeem, mechanische foutgeen vonk STOP-schakelaar bediend, fout of kortsluiting in de bekabeling, bougiedop defect, bougiedefect, ontstekingsmodule defectbrandstof- brandstoftank is vol choke in verkeerde positie, vergasser defect,toevoer zuigkop vervuild, brandstofleiding geknikt ofonderbrokencompressie- inwendige van de machine cilindervoet pakking defect, beschadigde radialesysteem afdichtringen, cilinder of zuigerringen beschadigduitwendige van de machinebougie dicht niet goed afmechanische starter grijpt niet aan veer in de starter gebroken, gebrokenfout onderdelen in de motorproblemen met warme vergasser Brandstof in tank vergasser instelling incorrectstart vonk aanwezigmotor start, stopt echter brandstof brandstof in de tank stationaire instelling niet correct, zuigkop ofdadelijk weer verzorging vergasser vervuild.

Tankbeluchting defect, brandstofleiding onder-broken, kabel beschadigd, STOP-schakelaar beschadigdverminderde prestaties meerdere Machine loopt stationair luchtfilter vervuild, vergasserafstelling fout,systemen kunnen uitlaatdemper aangekoekt, uitlaatkanaal in detegelijkertijd cilinder aangekoektbetrokken zijnWij adviseren, in regelmatige afstand een grondige onder-houdsbeurt en grondige visuele inspectie uit te voeren. Alle niet in deze gebruiksaanwijzing omschreven onder-houds- en afstelwerkzaamheden moeten door een MA-KITA servicewerkplaats uitgevoerd worden.

20Werkplaatsservice, reservedelen en garantieOnderhoud en reparatiesOnderhoud en reparatie van moderne motorzeisen evenals de veiligheidsgevoelige hoofdonderdelen vereisen een gekwalificeerdevakopleiding en een van speciaal gereedschap en testapparatuur voorziene gespecialiseerde werkplaats. MAKITA adviseert daarom alle niet in deze gebruiksaanwijzing omschreven werkzaamheden door een MAKITA service-werkplaatsuit te laten voeren. De vakman beschikt over de noodzakelijke opleiding, ervaring en uitrusting om u steeds met zo weinig mogelijkkosten een oplossing te bieden en helpt u met raad en daad. In de bijgeleverde lijst vindt u de dichtstbijgelegen servicewerkplaats. ReserveonderdelenBetrouwbaarheid, levensduur en veiligheid van uw machine is ook afhankelijk van de kwaliteit van de gebruikte reserveonderdelen.

Alleen originele MAKITA-reserveonderdelen gebruiken, die door het teken zijn gekenmerkt. Alleen originele onderdelen stammen uit de productie van het apparaat en zijn derhalve de garantie voor de bestmogelijke kwaliteitvan materiaal, maatvastheid, werking and veiligheid. Originele reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij uw vakhandelaar. Deze beschikt over de noodzakelijke reserve-onderdelenlijsten en wordt doorlopend op de hoogte gehouden van verbeteringen en veranderingen in het aanbod vanreserveonderdelen. Houdt u ook rekening met het feit dat, bij gebruik van niet originele MAKITA onderdelen, het verlenen van garantie door deMAKITA-organisatie niet mogelijk is. Uittreksel uit de reserveonderdelenlijst. Alleen originele MAKITA-reserveonderdelen gebruiken. Voor reparaties en vervangingvan andere onderdelen is uw MAKITA service-werkplaats verantwoordelijk.

21GarantieMAKITA garandeert een uitstekende kwaliteit en vergoedt de kosten van verbeteringen door vervanging van de beschadigdeonderdelen in geval van materiaal- of fabricagefouten die binnen de garantie na de datum van aankoop optreden.Houdt u er rekening mee dat in sommige landen specifieke garantievoorwaarden gelden. Vraagt u dit na bij de verkoper in geval vantwijfel. Deze is als verkoper van het produkt verantwoordelijk voor de garantie.De volgende schadeoorzaken vallen buiten de garantie.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Makita DBC300 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden