Makita BDF460 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Makita BDF460 (80 pagina’s), behorend tot de categorie Schroefmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 33 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Makita BDF460 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/80
GB
Cordless Driver DrillInstruction Manual
F
Perceuse-visseuse sans filManuel d’instructions
D
Akku-Bohrschrauber Betriebsanleitung
I
Trapano-avvitatoreIstruzioni perl’uso
NL
Snoerloze boor-schroevedraaierGebruiksaanwijzing
E
Taladro-atornilladora bateríaManual deinstrucciones
P
BerbequimaparafusadorabateriaManualdeinstruço˜ es
DK
Akku bore-skruemaskineBrugsanvisning
S
Sladdlös borrmaskin/skruvdragareBruksanvisning
N
Akku boreskrutrekkerBruksanvisning
SF
Akkuporakone Käyttöohje
GR µÈ‰ÔÙÚ‡·ÓÔ Ì Ì·Ù·Ú›·√‰ËÁ›Â˜ ¯Ú‹Ûˆ˜
BDF460
SHNi-MH1.7 Ah
SFNi-MH3.0 Ah
SHE/SFE ..... +
Extra

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Makita
Categorie: Schroefmachine
Model: BDF460

Handleiding Makita BDF460 – volledige tekst

• Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. Veiligheidswenken Voor uw veiligheid dient u de bijgevoegde Veiligheids- voorschriften nauwkeurig op te volgen. BELANGRIJKEVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR ACCULADER EN ACCU 1. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN — Deze gebruiksaanwijzing bevat belangrijke veiligheids- en bedieningsvoorschriften betreffende de acculader. 2. Lees alle voorschriften en waarschuwingen die zijn aangebracht op (1) de acculader, (2) deaccu en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, aandachtig door alvorens de acculader in gebruik te nemen. 3. LET OP — Om gevaar voor verwonding te voorkomen, dient u met de acculader uitslui- tend MAKITA oplaadbare accu’s te laden. Accu’s van andere merken kunnen gaan bar- sten en verwondingen of schade veroorzaken. 4. Stel de acculader niet bloot aan regen ofsneeuw. 5.

Het gebruik van een accessoire dat door de fabrikant van de acculader niet wordt aanbe- volen of verkocht, kan brandgevaar, elektri- sche schok of verwondingen veroorzaken. 6.

Om beschadiging van het netsnoer en de stek- ker te voorkomen, dient u de stekker vast te pakken om het netsnoer uit het stopcontact tehalen. 7. Zorg ervoor dat het netsnoer zodanig is geplaatst, dat niemand erop kan stappen of erover kan struikelen, en dat het niet aan beschadiging of druk is blootgesteld. 8. Gebruik de acculader niet met een beschadigd netsnoer of een beschadigde stekker — ver- vang deze onmiddellijk. 9. Gebruik de acculader niet indien deze een sterke schok heeft ondergaan, op de grond is gevallen, of een andere vorm van beschadi- ging heeft opgelopen; breng deze naar een bevoegde monteur. 10. Haal de acculader of de accu niet uit elkaar; breng deze naar een bevoegde monteur wan- neer onderhoud of reparatie nodig is. Onjuist opnieuw ineenzetten kan namelijk een elektri- sche schok of brandgevaar opleveren. 11.

Om gevaar voor een elektrische schok te voor- komen, trekt u de stekker van de acculader uit het stopcontact alvorens met onderhoud of reinigen te beginnen. Het gevaar voor een elektrische schok wordt niet voorkomen door de acculader alleen maar uit te schakelen. 12. De acculader is niet bedoeld voor gebruik door kleine kinderen of geestelijk gestoorden waarop geen toezicht wordt gehouden. 13. Houd toezicht op kleine kinderen om te voorkomen dat ze met de acculader spelen. AANVULLENDEVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR ACCULADER EN ACCU 1. Laad de accu niet op bij een temperatuur BENEDEN 10°C of BOVEN 40°C. 2. Gebruik voor het opladen nooit een verho- gingstransformator, een dynamo of eengelijkstroombron. 3. Zorg ervoor dat de ventilatiegaten van de acculader niet afgesloten worden of verstoptraken. 26.

4. Voorkom kortsluiting van de accu: (1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin ook andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e. d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden en zelfs defecten. 5. Bewaar het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50°C of hoger. 6. Werp de accu nooit in het vuur, zelfs niet wanneer deze zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan namelijk ontploffen in het vuur. 7. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen en hem niet aan schokken of stoten blootstelt. 8. Laad de accu niet op in een bak of container. Laad hem uitsluitend op in een goed geventi- leerde ruimte.

AANVULLENDEVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET GEREEDSCHAP 1. Denk eraan dat dit gereedschap altijd gebruiksklaar is, omdat het niet op een stop- contact hoeft te worden aangesloten. 2. Houd het gereedschap bij de geïsoleerde handgrepen vast wanneer u boort op plaatsen waar het gereedschap met verborgen elek-trische bedrading in aanraking kan komen. Door contact met een onder spanning staande draad, zullen ook de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan en zal de gebruiker een elek- trische schok krijgen. 3. Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de voeten hebt. 4. Controleer of er zich niemand beneden bev- indt wanneer u het gereedschap op een hoge plaats gaat gebruiken. 5. Houd het gereedschap stevig vast. 6. Houd uw handen uit de buurt van roterendeonderdelen. 7. Laat het gereedschap niet achter terwijl het nog in bedrijf is.

Bedien het gereedschap alleen wanneer u het met de handen vast-houdt. 8. Raak de boor of het werkstuk niet aan onmid- dellijk na het gebruik; deze kunnen erg heet zijn en brandwonden veroorzaken. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.

BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN Installeren of verwijderen van de accu (Fig. 1)• Schakel het gereedschap altijd uit alvorens de accu te installeren of te verwijderen. • Om de accu te verwijderen, neemt u deze uit het gereedschap terwijl u de knop op de zijkant van de accu verschuift. • Om de accu te installeren, doet u de tong op de accu overeenkomen met de groef in de behuizing en dan schuift u de accu erin. Schuif de accu zo ver mogelijk erin totdat deze op zijn plaats vastklikt. Wanneer het rode gedeelte op de bovenkant van de knop nog zichtbaar is, zit de accu niet volledig erin. Schuif hem volledig erin totdat het rode gedeelte niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk eruit vallen en uzelf of andere personen in uw omgeving verwonden. • Probeer niet de accu met geweld in het accuhuis te duwen.

Indien de accu niet gemakkelijk erin gaat, betekent dit dat u hem niet op de juiste wijze erinsteekt. Laden (Fig. 2) 1. Sluit de acculader aan op het stopcontact. De twee oplaadlampjes zullen herhaaldelijk groen knipperen. 2. Volg de aanduidingen op de acculader en schuif de accu zo ver mogelijk in de acculader. Het deksel van de acculader gaat open wanneer u de accu erin steekt, en gaat weer dicht wanneer u de accu eruit haalt. 3. Wanneer de accu volledig erin zit, zal de kleur van het oplaadlampje veranderen van groen in rood en zal het opladen beginnen. Tijdens het opladen zal het oplaadlampje blijven branden. Eén rood oplaadlampje duidt aan dat de accu 0 – 80% is opgeladen, en twee rode oplaadlampjes 80 –100%. 4. Nadat de accu volledig is opgeladen, zullen beide oplaadlampjes veranderen van rood in groen. De oplaadtijd is als volgt: Accu B2417: ca. 30 minuten Accu B2430: ca.

Koelsysteem• Deze acculader is voorzien van een ventilator voor het afkoelen van een warmgeworden accu om verslechtering van de accuprestaties te voorkomen. Tijdens het koelen zult u het geluid van de koelingslucht horen. Dit is normaal en betekent niet dat er iets mankeert aan de acculader. • Een geel waarschuwingslampje zal knipperen in de volgende gevallen. - Er mankeert iets aan de koelventilator. - De accu wordt slecht afgekoeld omdat deze verstopt is met stof e. d. Zelfs wanneer het gele waarschuwingslampje knippert, kan de accu worden opgeladen. In dat geval zal het opladen echter langer duren dan normaal. Controleer of het geluid van de koelventilator normaal is. Controleer ook of de luchtuitlaatopeningen op de accu en de acculader niet door stof verstopt zijn.

• Indien het gele waarschuwingslampje niet knippert hoewel u geen geluid van de koelventilator hoort, is het koelsysteem in orde. • Houd de luchtuitlaatopeningen op de acculader en de accu altijd schoon om een goede koeling te verzekeren. • Indien het gele waarschuwingslampje vaak gaat knipperen, moet u de producten naar een servicecentrum zenden voor reparatie of onderhoud. Optimaal heropladen De functie voor optimaal heropladen verlengt de levensduur van de accu door de optimale oplaadconditie van de accu in elke situatie automatisch te bepalen. Wanneer u een accu herhaaldelijk in de volgende omstandigheden gebruikt, zal deze rap verslijten en zal het gele waarschuwingslampje mogelijk gaan knipperen. 1. Een accu bij een te hoge temperatuur opladen 2. Een accu bij een te lage temperatuur opladen 3. Een volledig opgeladen accu opnieuw opladen 4.

Een accu te veel ontladen (de accu blijven gebruiken hoewel deze bijna leeg is) 5. Een accu opladen terwijl het koelsysteem defect is Het opladen van een dergelijke accu duurt langer dan normaal.

Bijladen (Handhaven van de lading) Wanneer u een volledig opgeladen batterij in de lader laat zitten om spontaan ontladen te voorkomen, zal de lader overschakelen naar de ‘‘Bijladen (Handhaven van de lading)’’ stand waardoor de batterij vers en in volledig opgeladen toestand wordt gehouden. Wenken om een maximale levensduur van de batterij te handhaven 1. Laad de batterij op alvorens deze volledig is ontladen. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de batterij op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap verminderd is. 2. Laad een volledig opgeladen batterij nooit opnieuw op. Wanneer u de batterij te veel oplaadt, zal deze minder lang meegaan. 3. Laad de batterij op bij een kamertemperatuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme batterij afkoelen alvorens deze op te laden. 4.

Laad de nikkel-metaalhydride accu op wanneer u deze langer dan zes maanden niet gebruikt. LET OP:• De acculader is uitsluitend bestemd voor het opladen van Makita accuÆs. Gebruik deze nooit voor andere doeleinden of voor het opladen van accu’s van andere fabrikanten. • Een nieuwe accu of een accu die gedurende lange tijd niet werd gebruikt, kan soms niet volledig worden opgeladen. Dit is normaal en wijst niet op een defect. Nadat u de accu een paar keer volledig hebt ontladen en herladen, kunt u deze weer volledig opladen. • Wanneer u de accu van een zojuist gebruikt gereedschap oplaadt, of een accu die voor langere tijd aan direct zonlicht of hitte werd blootgesteld, gebeurt het wel eens dat het oplaadlampje in rood knippert. Wacht in zo’n geval een tijdje. Het opladen zal beginnen nadat de accu door de koelventilator in de acculader is afgekoeld.

• Indien het oplaadlampje afwisselend in groen en rood knippert, is opladen niet mogelijk. De klemmen op de accu of acculader zijn met vuil verstopt, of de accu is versleten of beschadigd. • Indien een van de volgende condities optreedt, is de accu en/of acculader beschadigd. Laat deze nakijken door een erkend Makita Servicecentrum of Fabriek servicecentrum. 1) Het oplaadlampje knippert niet (groen) nadat u de acculader op een stopcontact hebt aangesloten. 2) Het oplaadlampje brandt niet of knippert niet (rood) nadat u de accu in de acculader hebt gestoken. 3) Het opladen is nog niet voltooid hoewel reeds meer dan twee uur zijn verstreken nadat het rode lampje aan het begin van het opladen is aangegaan. 28.

Zijhandgreep (hulphandgreep) (Fig. 3) Gebruik altijd de zijhandgreep om een veilige bedien- ing te verzekeren. Monteer de zijhandgreep zodanig dat zijn tanden tussen de uitsteeksels op de schacht van het gereedschap passen. Zet daarna de handgreep vast door deze rechtsom naar de gewen- ste positie te draaien. De zijhandgreep is 360° draaibaar zodat u deze in elke gewenste positie kuntgebruiken. Afstelbare dieptestang (Fig. 4) De afstelbare dieptestang wordt gebruikt om gaten van gelijke diepte te boren. Draai de vleugelschroef los, zet de stang in de gewenste positie, en draai de vleugelschroef weer vast. Installeren of verwijderen van schroefbit of boor (Fig. 5 en 6)Belangrijk: Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de boor te installeren of te verwijderen. Draai de bus naar links om de klauwen van de boorkop te openen.

Steek de boor zo diep mogelijk in de boorkop. Draai daarna de bus naar rechts om de boorkop vast te zetten. Om de boor te verwijderen, draai de bus naar links. Plaats de boor in de boorhouder wanneer u deze niet gebruikt. In de boorhouder kunt u boren met een lengte van maximaal 45 mm plaatsen. Werking van de trekschakelaar (Fig. 7) LET OP: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekschakelaar juist werkt en bij het loslaten naar de ‘‘OFF’’ positie terug-keert. Om het gereedschap in te schakelen, drukt u gewoon de trekschakelaar in. Hoe dieper de trekschakelaar wordt ingedrukt, hoe sneller het gereedschap draait. Om het gereedschap uit te schakelen, de trekscha- kelaar loslaten. Werking van de omkeerschakelaar (Fig. 8) LET OP:• Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te gebruiken.

• Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer het gereedschap niet wordt gebruikt. Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeer- schakelaar in vanaf zijde A voor rechtse draairichting, of vanaf zijde B voor linkse draairichting. Wanneer deze schakelaar in de neutrale stand staat, kan de trekschakelaar niet worden ingedrukt. Veranderen van het toerental (Fig. 9) Om het toerental te veranderen, schakelt u eerst het gereedschap uit en dan schuift u de toerentalschake- laar naar de ‘‘ ’’ zijde voor hoog toerental, of naar deII ‘‘I’’ zijde voor laag toerental. Zorg ervoor dat de toerentalschakelaar in de juiste stand staat alvorens met het werk te beginnen. Gebruik het toerental dat geschikt is voor uw werk. LET OP:• Schuif de toerentalschakelaar altijd volledig naar de juiste positie.

Als u het gereedschap gebruikt met de toerentalschakelaar halverwege tussen de ‘‘I’’ en ‘‘II’’ posities, kan het gereedschap beschadigdraken. • Verschuif de toerentalschakelaar niet terwijl het gereedschap draait. Hierdoor kan het gereedschap beschadigd raken. Instellen van het draaimoment (Fig. 10) Het draaimoment kan worden ingesteld in 17 stappen door de stelring zodanig te draaien dat zijn schaalver- delingen overeenkomen met de wijzer op het huis van het gereedschap. Het draaimoment is minimaal wan- neer het cijfer 1 met de wijzer overeenkomt, en is maximaal wanneer de markering met de wijzerovereenkomt. Wanneer de stelring op een cijfer van 1 tot 16 is ingesteld, zal de koppeling bij verschillende draaimo- mentniveau’s slippen. De koppeling is ontworpen om niet te slippen bij de markering.

Alvorens met het eigenlijke werk te beginnen, moet u het geschikte draaimoment bepalen door een proef- schroef in uw werkstuk of in een ander stuk van hetzelfde materiaal te schroeven. OPMERKING:• De stelring vergrendelt niet wanneer de wijzer half- weg tussen de schaalverdelingen staat.

• Gebruik het gereedschap niet met de stelring ingesteld tussen het cijfer 16 en de markering. Hierdoor kan het gereedschap beschadigd raken. Indraaien van schroeven (Fig. 11) Plaats de punt van de schroefbit in de schroefkop en oefen druk op het gereedschap uit. Start het gereed- schap langzaam en voer dan de draaisnelheid geleidelijk op. Laat de trekschakelaar los zodra de koppeling ingrijpt. 29.

OPMERKINGEN:• Zorg ervoor dat u de schroefbit recht in de schroefkop plaatst, aangezien anders de schroef en/of de schroefbit beschadigd kan raken. • Wanneer u houtschroeven indraait, maak dan voor- boorgaten in het hout. Dit vergemakkelijkt het inschroeven en voorkomt dat het hout splijt. Zie de onderstaande tabel. Nominale diameter van houtschroef (mm) Aanbevolen diameter voorboorgat (mm) 3,1 2,0 – 2,2 3,5 2,2 – 2,5 3,8 2,5 – 2,8 4,5 2,9 – 3,2 4,8 3,1 – 3,4 5,1 3,3 – 3,6 5,5 3,6 – 3,9 5,8 4,0 – 4,2 6,1 4,2 – 4,4• Indien het gereedschap ononderbroken wordt gebruikt totdat de accu is ontladen, dient u het gereedschap 15 minuten te laten rusten vooraleer met een nieuwe accu verder te werken. Boren Draai eerst de stelring zodat de wijzer op het gereed- schap naar de markering wijst. Ga dan als volgt tewerk.

• Boren in hout Voor boren in hout krijgt u de beste resultaten met houtboren die voorzien zijn van een geleideschroef. Het boren gaat dan gemakkelijker aangezien de geleideschroef de boor in het hout trekt. • Boren in metaal Wanneer u begint te boren, gebeurt het vaak dat de boor slipt. Om dit te voorkomen, slaat u van tevoren met een drevel een deukje in het metaal op de plaats waar u wilt boren. Plaats vervolgens de boor in het deukje en start het boren. Gebruik altijd boorolie wanneer u in metaal boort. De enige uitzonderingen zijn ijzer en koper die droog geboord dienen te worden. LET OP:• Door overmatige druk op het gereedschap uit te oefenen verloopt het boren niet sneller. Integen- deel, teveel druk op het gereedschap zal alleen maar de boorpunt beschadigen, de prestatie van het gereedschap verminderen en de gebruiksduurverkorten.

• Wanneer de boor uit het gaatje te voorschijn komt, wordt een enorme kracht uitgeoefend op het gereedschap en op de boor. Houd daarom het gereedschap stevig vast en wees op uw hoede wanneer de boor door het werkstuk begint te drin-gen.

• Wanneer de boor klemraakt, keert u met de omkeerschakelaar de draairichting om, om de boor uit het gaatje te krijgen. Het gereedschap kan echter plotseling terugspringen indien u het niet stevig vasthoudt. • Kleine werkstukken dient u altijd eerst vast te zetten in een klemschroef of iets dergelijks. • Indien het gereedschap ononderbroken wordt gebruikt totdat de accu is ontladen, dient u het gereedschap 15 minuten te laten rusten vooraleer met een nieuwe accu verder te werken. ONDERHOUD LET OP: Controleer altijd of de machine is uitgeschakeld en de accu is losgekoppeld vooraleer onderhoud uit te voeren aan de machine. Vervangen van koolborstels (Fig. 12 en 13) Vervang de borstels wanneer ze tot aan de aange- geven limiet zijn afgesleten. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen.

Opdat het gereedschap veilig en betrouwbaar blijft, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita servicecentrum. 30.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Makita BDF460 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden