Mafell ZSX Ec Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Mafell ZSX Ec (186 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 25 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Mafell ZSX Ec of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/186
ZSX Ec
170163.0122/m
Zimmerei-Kettensäge
Originalbetriebsanleitung
6
Carpenter's chain saw
Translation of the original operating instructions
21
Scie à chaîne de
charpente
Traduction de la notice d'emploi originale
34
Sega a catena per
carpenteria
Traduzione delle istruzioni d’uso originali
48
Timmermanskettingzaag
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
62
Sierra de cadena para
carpinteros
Traducción del manual de instrucciones original
76
Kirvesmies-ketjusaha
Käännös alkuperäiskäyttöohjeesta
90
Snickeri-kedjesåg
Översättning av originalbruksanvisningen
103
Tømrer-kædesav
Oversættelse af den originale betjeningsvejledning
116
Плотницкая цепная пила
Перевод оригинальной инструкции по
эксплуатации
129
Tesařská řetězová pila
Překlad původního provozního návodu
144
Pilarka łańcuchowa
Tłumaczenie oryginalnej instrukcji obsługi
157
Tesarska verižna žaga
Prevod izvirnih navodil za uporabo
172

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Mafell
Categorie: Zaagmachine
Model: ZSX Ec

Handleiding Mafell ZSX Ec – volledige tekst

-63- 1 Verklaring van de symbolen Dat symbool vindt u overal waar instructies betreffende de veiligheid staan. Bij veronachtzaming kunnen zware verwondingen het gevolg zijn. Dat symbool kenmerkt een eventueel schadelijke situatie. Wordt deze niet vermeden, kunnen het product of voorwerpen in de omgeving worden beschadigd. Dit symbool kenmerkt gebruikerstips en andere nuttige informaties. 2 Gegevens van het product bij machines met art.-nr. 925501, 925502, 925503, 925520, 925521, 925522 of 925530 2.1 Gegevens van de fabrikant MAFELL AG, Beffendorfer Straße 4, D-78727 Oberndorf/Neckar, Tel. +49 7423/812-0, Fax +49 7423/812-218, e-mail [email protected] 2.2 Karakterisering van de machine Alle ter identificatie van de machine vereiste gegevens zijn op het aangebracht typeplaatje voorhanden.

Beschermsoort II CE-teken ter documentatie van de overeenstemming met de principiële veiligheids- en gezondheidseisen volgens aanhangsel I van de machinerichtlijn Alleen voor EU landen Gooi elektrowerktuigen niet in het huishoudelijk afval ! Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over oude elektro- en elektronische toestellen en de omzetting in nationaal recht moeten versleten elektrowerktuigen gescheiden worden verzameld en aan een milieuvriendelijk recycling worden toegevoerd. Lees voor de vermindering van een verwondingsrisico de gebruiksaanwijzing.

-65- 2. 4 Emissies De geluidsemissiemeting gebeurde conform DIN EN 62841-1 en is handig om het elektronische gereedschap te vergelijken met een ander gereedschap en om de belasting voorlopig in te schatten. Gevaar In functie van hoe het elektronisch gereedschap gebruikt wordt, in het bijzonder het bewerkte werkstuk, kunnen de geluidsemissiewaarden tijdens het werkelijk gebruik van het elektronisch gereedschap afwijken van de vermelde waarden. Draag daarom altijd gehoorbescherming, ook als het elektronisch gereedschap onbelast draait. 2. 4. 1 Gegevens van de geluidsemissie De volgens EN 62841 berekende geluidsemissiewaarden bedragen: Geluidsvermogensniveau werkplaatsbetrokken emissiewaarde Leegloop 111 dB (A) 100 dB (A) Bewerking 108 dB (A) 97 dB (A) 2. 4. 2 Gegevens van de trilling De typische beoordeelde versnelling is 3,2 m/s2. 2.

5 Leveromvang Timmermanskettingzaag ZSX Ec compleet met: 260 HM 400 HM 400 Q Geleidingsrail Speciaal 260 Speciaal 400 Speciaal 3/8“ 400 Spouwmes 260 400 400 Zaagkettingen 2 st. speciaal 18 mm HM 2 st. speciaal 18 mm HM 2 st. 3/8“ dwars- en langssnede 1 parallelaanslag 1 bediengereedschap in houder aan de machine 1 gebruiksaanwijzing 1 folder "Veiligheidsinstructies" 2. 6 Veiligheidsvoorzieningen Gevaar Deze voorzieningen zijn voor het veilig bedrijf van de machine noodzakelijk en mogen niet worden verwijderd of ongeldig worden gemaakt. Controleer de veiligheidsvoorzieningen voor het bedrijf op een goede werking en eventuele beschadigingen. Gebruik de machine niet als veiligheidsvoorzieningen ontbreken of niet goed werken.

-66- onder uitsluitend gebruik van de door MAFELL gedachte speciaal-zaagketting geschikt, waarbij de machine met haar grondplaat 3 (afb. 1) op het werkstuk moet liggen. De bediening mag uitsluitend door één persoon worden uitgevoerd. Daarbij moet de machine aan de hiervoor gedachte handgrepen 1 en 2 worden vastgehouden en gevoerd. Een ander gebruik dan boven beschreven, is niet toegestaan. Voor een schade die uit een zulk ander gebruik voortvloeit, is de fabrikant niet aansprakelijk. Om de machine reglementair te gebruiken, volg de door Mafell voorgeschreven bedrijfs-, onderhouds- en reparatievoorwaarden op. 2. 8 Restrisico´s Gevaar Ondanks een reglementair gebruik en de naleving van de veiligheidsinstructies blijven op basis van het gebruiksdoeleinde bepaalde restrisico’s bestaan die gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid. - Aanraken van de draaiende zaagketting onder de grondplaat.

- Aanraken van de staande zaagketting onder de grondplaat. - Terugslag van de machine bij vastklemmen in het werkstuk. - Breken van de zaagketting. - Wegslingeren van houten stukken - Aanraken van spanningsvoerende onderdelen bij geopende kast en niet getrokken netsteker. - Vermindering van het gehoor bij langer durende werkzaamheden zonder gehoorbeveiliging. - Emissie van de gezondheid bedreigende houtstoffen bij langer durend bedrijf zonder afzuiging. 3 Veiligheidsinstructies Gevaar Houdt alstublieft steeds rekening met de volgende veiligheidsbepalingen en met de in het desbetreffende gebruikersland geldige veiligheidsinstructies. Algemene instructies: - Kinderen en jongeren mogen deze machine niet bedienen. Daarvan uitgesloten zijn jongeren onder toezicht van een deskundige in het kader van hun opleiding.

- Werk nooit zonder de voor de desbetreffende handeling voorgeschreven veiligheidsvoorzieningen en verander aan de machine niets dat de veiligheid zou kunnen belemmeren. - Bij het gebruik van de machine buiten wordt de toepassing van een veiligheidsschakelaar geadviseerd.

- Draagt u de machine niet aan de kabel en trekt u de steker niet aan de kabel uit het stopcontact. - Let u erop, dat de kabel tegen olie en hitte is beveiligd en niet over scherpe kanten wordt getrokken. - Beschadigde kabels of stekers moeten onmiddellijk worden vervangen. De vervanging mag enkel uitgevoerd worden door Mafell of een geautoriseerde MAFELL-werkplaats om veiligheidsrisico's te vermijden. - Scherpe knikken aan de kabel voorkomen. Vooral bij het transport en het opslaan van de machine de kabel niet om de machine wikkelen. - Controleert u vóór ieder werk, of de veiligheids- en werkvoorzieningen veilig zijn bevestigd en niet beschadigd zijn. Beschadigde veiligheidsvoorzieningen en onderdelen moeten deskundig worden gerepareerd of vervangen. - Houdt u rekening met invloeden uit de omgeving.

-67- Instructies met betrekking tot het gebruik van persoonlijke veiligheidsuitrustingen: - Draag bij het werk altijd een gehoorbescherming. - Draag bij het werk altijd een stofmasker. - Draag steeds nauw aansluitende werkkleding (geen korte broeken) en verwijder ringen, armbanden en horloges. Aanwijzingen met betrekking tot het bedrijf: - Zorg voor een vrije en slipvaste standplaats met voldoende verlichting en verluchting. - Vóór het vervangen van gereedschap, bij instelwerkzaamheden en vóór het verhelpen van storingen (hiertoe behoort ook het verwijderen van vastgeklemde splinters) moet de netsteker uit het stopcontact worden genomen. - Bewerkt u geen werkstukken die voor het prestatievermogen van de machine te klein of te groot zijn. - Borg indien mogelijk het werkstuk tegen wegglijden, bijv. door lijmklemmen. - Maak alleen gebruik van originele MAFELL-zaagkettingen.

In de handel gebruikelijke zaagkettingen zijn voor deze machine niet geschikt. Controleer na iedere kettingwissel de correcte kettingspanning. - Het spouwmes 4 (afb. 1) en de beschermplaat voor de onderste kettinghefboom 6 mag niet worden verwijderd. - De machine is een éénmantoestel en mag slechts voor werkzaamheden worden benut, waarbij de grondplaat 3 (afb. 1) als steun dient. - Controleer vóór het werken of olie voor de kettingsmering in de tank voorhanden is en de kettingsmering werkt (zie hoofdstuk 4. 4). - De machine reeds vóór het inschakelen goed vasthouden en steunen. Hierbij moeten rail en ketting vrij staan. Begin met het snijden van het werkstuk eerst, wanneer de zaagketting haar vol toerental heeft bereikt. Let hierbij op een veilige stand. - De schakelaar mag in ingeschakelde toestand niet worden vastgeklemd.

- Grijp gedurende het zagen nooit onder grondplaat of in de spanenuitgooi. - Transporteer de machine nooit met lopende zaagketting en let erop dat de lopende ketting behalve met het werkstuk niet in contact met andere naburige voorwerpen komt. - Deksel 12 (afb.

1) die het kettingrondsel afdekt, nooit bij draaiende machine en alleen voor de werktuigwissel verwijderen en vervolgens meteen weer aanbrengen. - Omdat de machine niet aan een afzuiging kan worden aangesloten, mag uitsluitend buiten of in voldoende geventileerde ruimtes worden gewerkt. - Een eenmaal gekozen snijrichting mag niet met geweld worden gewijzigd. De zaag moet zo worden gevoerd dat de druk de ketting niet tot staan brengt. - Controleer het werkstuk op vreemde voorwerpen. Niet in metalen onderdelen, bv nagels zagen. - Leid bij het zagen de aansluitkabel steeds naar achteren van de machine weg. - Trek bij beschadigde of doorgesneden aansluitkabels meteen de stekker uit het stopcontact. - Past u de aanvoer bij het zagen van de materiaaldikte aan. Een te vlug voorschuiven leidt tot overbelasting van de motor, tot onzuivere zaagsneden en tot een snel afstompen van de zaagketting.

- Verwijder de machine pas dan van het werkstuk, wanneer de zaagketting tot stilstand is gekomen. Op grond van de ingebouwde rem geschiedt dit vrij vlug. - Gebruik de machine niet met een gebogen of beschadigde splijtwig. - Zorg ervoor dat de handgrepen vrij zijn van kettingolie. - Grijp tijdens het bedrijf van de machine niet onder het werkstuk.

-68- - Houd de zone onder het werkstuk vrij van hindernissen. Houd daarbij rekening met het grote zwenkbereik van de machine. - Let erop dat de zaagketting en de kettinggeleider kort na de bewerking heet kunnen zijn. - Let erop dat naar beneden vallende stukken letsels kunnen veroorzakel als u grote werkstukken zaagt. - Wees uiterst voorzichtig als u het laatste te zagen werkstuk zaagt. Het contactvlak van de machine verkleint. Zet indien nodig een extra werkstuk vast zodat de machine stabiel staat. Opmerkingen met betrekking tot onderhoud en reparatie: - De regelmatige reiniging van de machine, vooral de verstelvoorzieningen voor het zwenken van de geleidingen voor de parallelaanslag en de behuizing van de bovenste en onderste kettinghefboom is een belangrijke veiligheidsfactor. Trek vóór het begin van deze werkzaamheden de netstekker uit.

2 Wissel van de zaagketting Gevaar Vóór de wissel van de zaagketting in ieder geval de steker uit het stopcontact nemen. Gevaar van verwondingen ook bij stilstaande zaagketting. Gaat u bij de wissel van de zaagketting op de volgende manier te werk: • Draai met de meegeleverde aan het deksel 12 (afb.

1) bevestigde combi-schroevendraaier 11 de cilinderbout 13 los en klap het deksel omlaag. • Open de veerbelaste onderste beschermklep 15 (afb. 10) naar beneden toe en fixeer hem met het deksel in de geopende positie. • Draai de binnenzeskantschroef 18 (afb. 2) uit en neem het tussendeksel 19 samen met het oliereservoir af. • Draai de bevestigingsschroef 5 (afb. 1) voor de beveiliging van de onderste kettinghefboom los en klap de beschermplaat 6 naar beneden toe open. • Maak de kettingspanning los door de spanbout 20 (afb. 3) met de combi-schroevendraaier 11 linksom te draaien. • Trek de geleidingsrail 21 samen met de zaagketting en het kettingwiel 22 naar voren toe weg en neem de ketting af. • Leg een nieuwe, resp. gescherpte zaagketting op de geleidingsrail en het kettingwiel.

-69- combi-schroevendraaier 11 de door de boring in het tussendeksel bereikbare spanbout 20 (afb. 3) zo lang rechtsom tot de juiste kettingspanning is bereikt (zie paragraaf 4. 3). 2. Draai de binnenzeskantschroef 18 stevig vast. Klap de bescherming voor de onderste kettinghefboom omhoog en zet hem met schroef 5 (afb. 1) vast. 3. Ontgrendel de onderste beschemingskap 15 (afb. 2). Klap het deksel 12 omhoog en draai de cilinderbout 13 aan. Bevestig de combi-schroevendraaier 11 in de houder in het deksel. Werd een nieuwe zaagketting aangebracht, moet deze ca. 2 tot 3 minuten in vrijloop op gang worden gebracht. Let er hierbij op dat een voldoende kettingsmering aanwezig is. Na het op gang brengen is het eventueel noodzakelijk de kettingspanning te corrigeren. 4.

3 Kettingspanning Voor het veilige bedienen van de machine en voor de levensduur van de gehele kettinggarnituur is het belangrijk dat de juiste kettingspanning is ingesteld. Deze moet vandaar vóór begin en ook vaker gedurende het bedrijf worden gecontroleerd. De kettingspanning is correct ingesteld, wanneer in koude bedrijfstoestand de zaagketting aan de geleidingsrail aansluit en van hand nog 3 tot 4 mm kan worden opgetild. Bij verwarming op bedrijfstemperatuur rekt zich de zaakketting uit en hangt door. Is de rekking zo groot dat de verbindingsdelen aan de rail uit de geleiding te voorschijn komen, moet de zaagketting worden nagespannen. Gevaar Neem bij alle onderhoudswerkzaamheden de netstekker uit het stopcontact. Gaat u bij het naspannen van de zaagketting als volgt te werk: • Open de veerbelaste onderste beschermingskap 15 (afb. 2) naar beneden toe. Met de aan het deksel 12 (afb.

Hierbij betekent een draaiing in richting van de wijzers een verhoging en een draaiing tegen de wijzers van de klok een vermindering van de kettingspanning. • Draai de binnenzeskantschroef 18 stevig vast. Klap de bescherming voor de onderste kettinghefboom omhoog en zet deze met schroef 5 (afb. 1) vast. Wordt de zaagketting na de verwarming nagespannen, moet ze na beëindiging van de zaagwerkzaamheden in ieder geval worden ontspannen. Bij afkoeling op omgevingstemperatuur, vooral bij zeer lage buitentemperaturen, zouden anders door samentrekken van de zaagketting zeer hoge krimpspanningen ontstaan. Een nieuwe zaagketting moet, tot ze zich heeft uitgerekt, vaker worden nagespannen dan een al een geruime tijd gebruikte zaagketting. 4. 4 Kettingsmering De correcte smering van de zaagketting is van groot belang voor haar levensduur.

Bij droog lopende ketting wordt de gehele kettinggarnituur binnen korte tijd onherstelbaar beschadigd. Een voldoende smering is voorhanden, wanneer tussen zaagketting en geleidingsrail een oliespoor zichtbaar is. Het is vandaar belangrijk vóór ieder werkbegin de werking van de kettingsmering en het oliepeil in de smeerolietank te controleren. Het oliepeil mag niet onder de naast het kijkvenster 14 in deksel 12 (afb. 1) aangebrachte markering dalen. Maak voor het bijvullen uitsluitend gebruik van biologisch afbreekbare olie. De vulhoeveelheid van de olietank bedraagt ca. 0,3 liter.

-70- Gevaar Trek de netstekker uit vooraleer u de kettingsmering instelt. Als bij het bijvullen olie in de ogen terechtkomt, wast u deze meteen met overvloedig water uit. Gemorste olie moet met in de handel gebruikelijke oliebinders worden opgezogen. De handgrepen moeten vrij van olie zijn. De transporthoeveelheid van de ingebouwde oliepomp is regelbaar. Door de fabriek werd een normale dosering ingesteld, die daardoor kan worden gecontroleerd dat tussen zaagketting en geleidingsrail een oliespoor zichtbaar wordt. Bij behoefte kan de dosering echter worden veranderd. Hiervoor gaat u op de volgende manier te werk: • Draai met de meegeleverde aan het deksel 12 (afb. 2) bevestigde combi-schroevendraaier 11 de cilinderbout 13 los en klap het deksel omlaag. • Open de veerbelaste onderste beschermklep 15 (afb. 10) naar beneden toe en fixeer hem met het deksel in de geopende positie.

• Draai de binnenzeskantschroef 18 (afb. 2) uit en neem het tussendeksel 19 samen met het oliereservoir af. • Met de nu aan de achterkant van de tussendeksel toegankelijke doseerschroef 25 (afb. 4) kan de transporthoeveelheid van de oliepomp worden afgesteld. Een draaien van de schroef in richting van de klok verhoogt de hoeveelheid, terwijl een draaien tegen de klok in deze reduceert. • Plaats het tussendeksel 19 (afb. 2) weer en zet hem met de binnenzeskantschroef 18 vast. • Ontgrendel de onderste beschemingskap 15 (afb. 2). Klap het deksel 12 (afb. 1) omhoog en draai de cilinderbout 13 aan. Bevestig de combi-schroevendraaier 11 in de houder in het deksel. • Door kort inschakelen kan worden gecontroleerd, of de hoeveelheid aan de gewenste condities beantwoord. 4. 5 Instellen van de parallelaanslag De parallelle aanslag 7 (afb.

1) wordt voor de uitvoering van evenwijdige sneden langs de werkstukrand vanaf een snijbreedte van 175 mm toegepast. Hiervoor moet de smalle rand van de aanslag omlaag wijzen. De aanslag kan aan beide kanten van de machine worden toegepast.

Voor het instellen van de zaagbreedte resp. voor de toepassing aan de andere kant van de machine worden de twee vleugelmoeren 8 (afb. 1) losgedraaid, de parallelaanslag navenant verschoven en vervolgens de vleugelmoeren weer stevig aangedraaid. De gronsplaat bezit aan alle vier invoerplaatsen afleeskanten, waaraan de markeringen die op de geleidingsstangen van de parallelaanslag zijn aangebracht, kunnen worden afgelezen. Zo kan de parallelaanslag exact parallel ten opzichte van de kettinggarnituur worden ingesteld. De plaatsing van de parallelaanslag op de linker machinekant is de snijbreedte de directe afmeting tussen de geleidingsvlakte van de aanslag en de aantekenkant 26 (afb. 6). Deze afmeting is bij alle snijhoeken identiek. Wordt de parallelaanslag op de rechter machinekant ingezet, moet van deze afmeting nog de kettingbreedte worden afgetrokken (6,8 mm bij verticale snede).

Het is echter aan te bevelen om in dit geval de correcte instelling door een testsnede te berekenen. Wordt met de rechter kettingzijde aan de tekening gezaagd, gelden de volgens snijhoek trapsgewijs aangelegde tekenkanten 27 (afb. 6). 4. 6 Instelling voor hoeksneden (buig- en karbeelsneden) Gevaar. Verwondingsgevaar door wegslingerende zaagfragmenten Zaagfragmenten kunnen tegen de grondplaat of in de richting van het zaagproces vliegen. Er bestaat verwondingsgevaar. Let er voor het zaagproces op dat er zich geen personen of voorwerpen in de buurt van de zaag bevinden. Verwijder wegglijdende zaagfragmenten. Schakel daartoe de machine uit. Wacht tot de zaagketting stilstaat.

-71- De ketting-geleidingsrail kan ter uitvoering van zwaai- en aanlopersneden in beide richtingen tot 60° worden gezwenkt. Hiervoor wordt de machine zo op een passende ondergrond neergezet dat de ketting-geleidingsrail vrij beweeglijk is. Na het loszetten van de handgreep 16 (afb. 1) en deactiveren van de blokkering door trekken en verdraaien van de grendel 9 kan de machine worden gezwenkt. De snijhoek kan op hoekschaal 17 worden afgelezen. Is de blokkering geactiveerd, maakt deze het instellen van de 0° en 45°- standen eenvoudiger. al naar ingestelde snijhoek bedragen de maximale snijdieptes: 260 HM 400 HM 400 Q - bij 60° 130 mm 199 mm 199 mm - bij 45° 184 mm 282 mm 282 mm - bij 30° 225 mm 346 mm 346 mm - bij 15° 251 mm 386 mm 386 mm Na instelling van de snijhoek grendel 16 weer vasttrekken. 4.

7 Montage van de afzuigadapter Voor de montage van de afzuigadapter ZSX-AA is geen gereedschap nodig. • Draai de kartelschroef 31 (afb. 12) van de afzuigadapter ZSX-AA volledig tot de aanslag los. • Zet de ZSX-AA bij de montage eerst op de aanwezige schroef van de ZSX-uitwerpklep 29. • Plaats de ZSX-AA volledig op de machine. • Draai de kartelschroef 31 nu handvast aan. De afzuigadapter ZSX-AA mag alleen gebruikt worden in combinatie met de afzuigslang Ø 49 mm (best. -nr. 093682) en het afzuigtoestel S 35 M (best. -nr. 919701) of de volumezuiger S200 (best. -nr. 206869). 5 Bedrijf 5. 1 Ingebruikname Deze gebruiksaanwijzing moet iedere persoon die met de bediening van de machine is belast, ter kennisname worden doorgegeven, waarbij vooral attent dient te worden gemaakt op het hoofdstuk "Veiligheidsinstructies". 5.

2 In- en uitschakelen Gevaar Vóór het inschakelen erop letten dat de geleidingsrail en de zaagketting vrij zijn. Het werkbereik onder het werkstuk moet vrij van obstakels zijn. Aansluitleiding naar achterren wegvoeren. Machine met beide handen aan de hiervoor gedachte handgrepen vasthouden.

• Inschakelen: Ontgrendel eerst de inschakelblokkering door de blokkeergrendel 10. 1 (afb. 1) naar voren te drukken. Bedien vervolgens schakelhendel 10. Omdat het zich om een schakelaar zonder vergrendeling handelt, draait de machine enkel zo lang als deze schakelaar wordt gedrukt. De timmermanskettingzaag ZSX Ec is voorzien van een elektronische toerentalregeling. Het toerental kan traploos tussen Het toerental kan traploos tussen 3000 en 3600 min-1 worden ingesteld. Het noodzakelijke toerental wordt met behulp van het instelwieltje 30 (afb. 1) ingesteld. Er wordt aanbevolen om bij het gebruik van een hardmetalen of fijnzaagketting het toerental op de laagste waarde in te stellen. Bij gebruik van een dwarsketting op de hoogste waarde. De ingebouwde elektronica zorgt bij het inschakelen voor een schokvrije versnelling en regelt bij belasting het toerental op de vast ingestelde waarde.

• Uitschakelen: voor het uitschakelen laat u de schakelhendel 10 los. De inschakelblokkering wordt hiermee automatisch weer actief en zekert de timmermanskettingzaag tegen een onopzettelijk inschakelen. Met het uitschakelen wordt gelijktijdig de automatische rem actief. Hiermee verkort zich de uitlooptijd op ca. 1 seconde. 5. 3 Werkinstructies De timmermanskettingzaag ZSX Ec stemt qua handhaving en opbouw met een handcirkelzaag overeen. Het spouwmes 4 verhindert een klemmen.

-72- van de zaagketting en de bescherming van de onderste kettinghefboom een omhoogslaan van de machine. Ze is bijzonder voor dwarsdoorsneden geschikt, die een grote snijdiepte vereisen, vooral voor het afbinden ook van lijmbinders. De machine vóór het inschakelen met de grondplaat 3 zo op het werkstuk zetten, dat nog geen contact tussen zaagketting en werkstuk bestaat. Machine aan beide handgrepen 1 en 2 houden en na het inschakelen gelijkmatig zonder kantelen voorschuiven. Leid daarom indien mogelijk de machine altijd met de parallelle aanslag ofwel langs de werkstukrand danwel langs een als speciaal accessoire verkrijgbare geleiderail (zie paragraaf 4. 5). Door de toepassing van een geleiderail wordt er een aanzienlijk hogere snijkwaliteit bereikt. 5.

4 Grote snijlengtes Voor grote snijlengten (bv meerdere balken achter elkaar) kan de geleidingsrail met 10° achteruit worden gezwenkt (zie afb. 5). Daardoor laat zich de machine, vooral bij de overgang van een werkstuk naar het volgende, eenvoudiger rechtuit voeren. Gevaar Neem bij alle onderhoudswerkzaamheden de netstekker uit het stopcontact. Om te zwenken worden eerst de twee borgbouten 28 (afb. 5) losgedraaid en de ketting-geleidingsrail tot de aanslag naar de achterste handgreep toe gezwenkt. Draai vervolgens de borgbouten weer aan. 6 Onderhoud en reparatie Gevaar Neem bij alle onderhoudswerkzaamheden de netstekker uit het stopcontact. MAFELL-machines werden onderhoudsvriendelijk geconstrueerd. De toegepaste kogellagers werden op levenstijd gesmeerd. Na een langere bedrijfstijd adviseren wij, de machine aan een geautoriseerde klantenservice van MAFELL ter inspectie te geven. 6.

1 Machine De machine moet regelmatig van afgezet stof worden bevrijd. Hierbij dienen de ventilatiegleuven aan de motor met een stofzuiger te worden gereinigd. Voor alle smeerplaatsen slechts onze speciale vet, bestel-nr. 049040 (1 kg - blik), gebruiken. Gebruik voor de smering van het drijfwerk alleen ons speciaal vet met bestel-nr.

049065 (verpakking van 400 g). De op de machine gebruikte kettinggarnituren dienen regelmatig te worden ontharst, omdat schoon gereedschap de snijkwaliteit verbetert. Het ontharsen geschiedt door een 24 uren lang inleggen van de kettinggarnituur in petroleum of een in de handel gebruikelijk ontharsingsmiddel. 6. 2 Geleidingsrail van de kettinggarnituur Deze geleidingsrail moet regelmatig worden onderhouden. Hiertoe behoort ook het smeren van het kettingomloopwiel en het ontbramen van de rail. Smeren van het HM-geleidingsrail - zie afb. 8 • Kettinggarnituur uitbouwen (zie gedeelte 4. 2). • Smeerpunt reinigen. • Geleidingsrail op vlakke onderlaag leggen. • Mondstuk van de vetpers vast in het smeerpunt drukken en zo lang drukken tot vet aan de hefboom vrijkomt. Maak hiervoor gebruik van goed, zuurvrij lagervet. • Kettinggarnituur weer monteren (zie gedeelte 4. 2). Ontbramen- zie afb.

9 • Kettinggarnituur uitbouwen (zie gedeelte 4. 2). • Ketting uit geleidingsrail nemen. • Met een vlakke vijl de braam als getoond op afb. 9 verwijderen. • Ketting opleggen en kettinggarnituur weer monteren (zie gedeelte 4. 2). 6. 3 Kettingwiel De belasting van het kettingwiel 22 (afb. 3) is bijzonder groot. Vertoont het aan de afzonderlijke tanden sterk zichtbare inloopsporen (ca. 0,5 mm), moet het in ieder geval worden vervangen. MAFELL adviseert, dit werk door een geautoriseerde klantenservice te laten uitvoeren.

-73- 6. 4 Slijpopmerkingen algemeen Net zo belangrijk als kwaliteit en verzorging van de machine zijn de kwaliteit en de verzorging van de zaagketting,geleidingsrail en het kettingrondsel. Wordt één van deze "partners" die bij het zagen samenwerken, bij de verzorging verwaarloost, zijn de gevolgen vaak: - slijtage of vernieling van andere partners - gebrekkig snijvermogen - slechte oppervlakte - een mogelijk veiligheidsrisico Spijkers of aankoekend zand beschadigen de zaagketting. Dit moet aan de snijpunten worden verwijderd. Zaagkettingen: ZSX Ec (art. -nr. 006955, 006968, 006971, 006972, 006974) Deze kettingen kunnen alleen bij uw MAFELL-partner worden nageslepen. 6. 5 Transport en opslag Gevaar. Verwondingsgevaar door ondeskundig transporteren of opbergen Bij ondeskundig transporteren of opbergen van de machine kunnen omstaanders gewond raken.

Leg de machine om ze te transporteren of op te bergen zodanig op de grondplaat dat de zaagketting naar onderen vrij is. Wij adviseren om de transportwagen van Mafell (zie hfst. 8, „Bijzondere toebehoren”) te gebruiken om de machine te transporteren of op te bergen. Reinig de machine zorgvuldig als u ze lange tijd niet gebruikt. Spuit blanke metaaldelen in met roestwerend middel. 7 Verhelpen van storingen Gevaar De opsporing van de oorzaken van voorhanden storingen en het verhelpen hiervan vereist steeds vermeerde oplettendheid en voorzichtigheid. Van tevoren netsteker trekken. Onderstaand worden sommig vaak optredende storingen en hun oorzaken opgelijst. Bij verdere storingen richt u zich alstublieft aan uw handelaar of direct aan de MAFELL-klantenservice.

-74- Zaagketting klemt bij het voorschuiven van de machine Te grote aanvoer Aanvoersnelheid verlagen Stompe zaakketting Meteen schakelaar loslaten. Machine uit het werkstuk verwijderen en zaagketting vervangen of in de MAFELL-klantenservice laten bijscherpen Slechts geldig voor art.- Nr. 006955 Vóór het bijscherpen de minimumhoogte van de zaagketting in de gaten houden - zie afb. 10. Slechts geldig voor art.- nr. 006968 en 006972 Vóór het naslijpen op de minimale lengte van de hardmetalen tanden letten, zie afb.11 Zaagketting verloopt of verhoogde krachtsinspanning bij het voorschuiven Stompe zaakketting Zaagketting vervangen of in de MAFELL-klantenservice laten bijscherpen Spanenuitgooi verstopt Hout te vochtig Zaakketting loopt na het uitschakelen te lang na Automatische kettingrem defect Machine naar de MAFELL-klantenservice brengen 8 Extra toebehoren - Geleidingsrail 260 Best.-nr.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Mafell ZSX Ec stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden