M-System MFTW-95IX Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van M-System MFTW-95IX (80 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 166 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over M-System MFTW-95IX of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | M-System |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | MFTW-95IX |
Handleiding M-System MFTW-95IX – volledige tekst
1Mevrouw,Juffrouw,Mijinheer,U heeft onlangs een van onze fornuizen aangekocht en wij danken u voor uw vertrouwen. Uw fornuis werd met de grootste zorg ontworpen, vervaardigd en getest met het oog op uw volkomen tevredenheid. Opdat u het optimaal zou kunnen gebruiken en de gewenste resultaten zou bereiken, bevelen wij aan deze GEBRUIKSHANDLEIDING aandachtig te lezen.De instructies en wenken in deze handleiding zullen een doeltreffende hulp zijn om alle kwaliteiten van uw nieuwe toestel te ontdekken.Dit fornuis mag enkel worden gebruikt voor het doel waartoe het werd ontworpen, met name de bereiding van eetwaren.Alle ander gebruit dient als onjuist en gevaarlijk te worden beschouwd.Wij wijzen elke aansprakelijkhid van de hand in geval van schade wegens onjuist, verkeerd of irrationnel gebruik van het toestel.NL
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Dit product is conform de EU-richtlijn 2002/96/EC. Het symbool van de doorkruiste vuilnisbak aangegeven op het toestel geeft aan dat het toestel op het einde van zijn levensduur afgedankt moeten worden apart van het normaal huishoudeljk afval. Daarom moet het toevertrouwd worden aan een centrum gespecialiseerd in de recyclage van elektrische en elektronische apparaturu, of terugbezorgd worden aan de verkoper wanneer een nieuw equivalent product aangekocht wordt. De gebruiker is er verantwoordelijk voor het toestel op het einde van de levensduur ervan naar een geschikt recyclagecentrum te brengen. Doet hij dit niet, dan kan hij hiervoor een sanctie oplopen zoals bepaald door de wet op de afdanking van afval.
De gescheiden afvalophaling met het oog op een eventuele recyclage, verwerking en milieuvriendelijke vernietiging helpt de mogelijke negatieve effecten op het milieu en de gezondheid te beperken, en zorgt er voor dat de materialen waaruit het product gerealiseerd is gerecycleerd kunnen worden.
3NLVooraleer het toestel de fabriek verliet werd het getest en afgesteld door gespecialiseerd en ervaren personeel, om borg te staan voor de beste functionele resultaten.Eventuele reparaties of afstellingen die nodig mochten zijn moeten uitgevoerd worden door gekwaliceerd personeel, dat met de grootste zorg en aandacht te werk gaat.Daarom raden we aan altijd onze klantendienst te contacteren en het merk, model, serienummer en probleem te vermelden waarmee u geconfronteerd wordt. Alle gegevens over uw toestel zijn gedrukt op het label aangebracht achter op het toestel en op de orginele verpakking.In deze handleiding vindt u een kopie van dit label.
Gelieve dit label op de handleiding te kleven of op een bereikbare plaats vlakbij het toestel, ter raadpleging.Deze informatie stelt de technicus in staat om naar u toe te komen met de correcte wisselonderdelen en zo borg te staan voor een snelle en pertinente dienstverlening.Voor originele wisselonderdelen kunt u alleen terecht bij onze klantendienst en geautoriseerde dealers.INHOUDASSISTENTIE EN WISSELONDERDELEN ASSISTENTIE EN WISSELONDERDEEL 3 BELANGRIJKE OPMERKINGEN EN VOORZORGSMAATREGELEN 4 BESCHRIJVING VAN HET TOESTEL 5-8 INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER 9-16 PROBLEEMOPLOSSING 17 TECHNISCHE KENMERKEN 18 INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIETECHNICUS 19-26
4NLWij danken u om een van onze producten te hebben gekocht. Wij vertrouwen erop dat dit nieuw, modern, functioneel en handig toestel, gerealiseerd met materialen van hoogwaar-dige kwaliteit, tegemoet zal komen aan al uw behoeften. Dit nieuw toestel is gebruiksvriendelijk maar vooraleer het te installeren en in gebruik te nemen, is het belangrijk deze handleing aandachtig te lezen. U vindt er informatie over een veilige installatie, gebruik en onderhoud. Bewaar de handleiding op een veilige plek, voor latere raadplegingen. De producent behoudt zich het recht voor om wijzigin-gen aan de producten aan te brengen die hij nodig of nuttig acht, ook in uw belang, zonder de essentiële func-tionele en veiligheidskenmerken te raken. De producent kan niet aansprakelijk gesteld worden voor onnauwkeurighe-den te wijten aan de druk of typfouten in deze handleiding. N. B.
: de guren in deze handleiding zijn louter indicatief. • De handelingen voor de installatie, afstellingen, om-zettingen en het onderhoud zijn opgesomd in “deel 6. INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIETECH-NICUS” en mogen alleen door gekwaliceerd perso-neel uitgevoerd worden. • De installatie van volledige gas- en gecombineerde toestellen moet in overeenstemming gebeuren met de geldende normen. • Het toestel mag alleen gebruikt worden voor het voorbe-stemde doel, namelijk het koken in huishoudelijke kring. Elk ander gebruik moet als oneigenlijk en dus gevaarlijk beschouwd worden. • De producent kan niet aansprakelijk gesteld worden door schade aan personen of bezittingen te wijten aan een ver-keerde installatie, onderhoud of gebruik van het toestel.
• Eens de verpakking verwijderd is van de behuizing en de verschillende interne onderdelen, moet grondig nagekeken worden of het toestel in perfecte staat ver-keert. Indien u twijfels hebt neemt u het toestel niet in gebruik en contacteert u een gekwaliceerd persoon.
• Het gebruikte verpakkingsmateriaal (karton, plastic zakken, piepschuim, nagels, enz. ) mogen niet binnen handbereik van kinderen gelaten worden omdat ze gevaarlijk kunnen zijn. Alle gebruikte verpakkingsma-teriaal is milieuvriendelijk en recycleerbaar. • De elektrische veiligheid van dit toestel wordt slechts gegarandeerd wanneer dit correct aangesloten wordt op een geschikt aardingssyteem, zoals voorgeschreven door de elektrische veiligheidsnormen. De producent wijst elke aansprakelijkheid af in geval deze instructies niet opgevolgd worden. Indien u twijfels hebt, contac-teer dan een gekwaliceerd persoon voor assistentie. • Vooraleer het toestel aan te sluiten, zorg ervoor dat de gegevens op het kenplaatje overeenkomen met die van de gas- en elektriciteitstoevoer (zie “deel - TECH-NISCHE KENMERKEN”).
Het gebruik van elektrische toestellen vergt een aan-tal fundamentele gedragingen: # Raak het toestel niet aan met natte of vochtige handen of voeten. # Gebruik het toestel niet wanneer u op blote voeten loopt. # Trek niet aan het snoer om de stekker uit het stopcon-tact te halen. # Stel het toestel niet bloot aan weersomstandigheden zoals regen, zon, enz. # Het toestel mag niet gebruikt worden door personen (in-clusief kinderen) met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke capaciteiten, door personen met gebrek aan ervaring of die niet vertrouwd zijn met het product, tenzij ze onder het toezicht zijn van een persoon die verantwoor-delijk is voor hun veiligheid of vooraf de nodige instructies gekregen hebben omtrent het gebruik van het toestel. # Kinderen moeten onder toezicht blijven om ervoor te zor-gen dat ze niet met het toestel gaan spelen.
• Vooraleer de oven voor de eerste keer te gebruiken, moet die verhit en op de hoogste temperatuur gehou-den worden gedurende ongeveer twee uur, leeg en met gesloten ovendeur. Dit elimineert het kenmerkend geurtje van de rotswol die gebruikt wordt als isolatie-materiaal.
Verlucht het vertrek wanneer u dit doet. • Tijdens en na het gebruik kunnen de ruit van de ovendeur en de toegankelijke delen heet zijn. Daarom moeten kin-deren uit de buurt van het toestel gehouden worden. • Houd het toestel schoon. Etensresten kunnen vuur vatten. • Wanneer de oven niet in gebruik is mag die niet fun-geren als bergplaats voor etenswaren of recipiënten: mocht de oven per ongeluk aangezet wordt, dan zou dit schade en ongelukken kunnen veroorzaken. • Indien een stopcontact vlak naast het toestel gebruikt wordt, waak er dan over dat de snoeren van de andere toestellen niet in contact komen met de oven en zich op voldoende grote afstand bevinden van de hele de-len van de oven. • Na gebruik van het toestel, controleer of alle bedien-gen op off staan of uitgeschakeld zijn en of de “0” op de knop overeenkomt met het symbool “•” gedrukt op de voorzijde.
• Vooraleer de oven schoon te maken, af te stellen, om te ztten of te onderhouden, moet die losgekoppeld worden van het elektriciteitsnet. • In geval van problemen en/of storingen, wordt het toe-stel uitgezet en losgekoppeld van het elektriciteitsnet. Knoei er niet mee. Eventuele reparaties of afstellingen mogen uitsluitend door gekwaliceerd personeel uit-gevoerd worden. Daarom raden we aan dat u contact neemt met de dichtsbijzijnde klantendienst en het mo-del van uw toestel en type van probleem vermeldt. BELANGRIJKE OPMERKINGEN EN VOORZORGSMAATREGELEN.
512NLPRESENTATIEHet fornuis is uitgerust met een gaskookplaat.Boven elke knop op het voorpaneel staat aangegeven welke pit bediend wordt. De combinatie van de pitten met verschillende grootte biedt de mogelijkheid van meerdere types van bereiding. Indien het fornuis een accessoire heeft (vb. een elektronische klok met einde bereiding, een programmeur,...) die het mogelijk maakt de oven te gebruiken zonder supervisie, wordt met het oog op een correct en veilig gebruik van het toestel voorzien in een veiligheidsthermostaat die in werking treedt wanneer de hoofdthermostaat het niet meer zou doen. In een dergelijke situatie, wordt de elektriciteitstoevoer tijdelijk onderbroken: probeer het toestel niet zelf te repareren maar zet het uit en contacteer uw dichtsbijzijnde klantendienst. De ovenwanden bevatten verschillende geleiders (g.
1) waarop de volgende accessoires geschoven kunnen worden. De levering en hoeveelheden variëren volgens het model (g. 2): • rooster • druipschaal • braadspit (*)(*) Niet alle versies.BESCHRIJVING VAN HET TOESTEL
7NLROOD WAARSCHUWINGSLAMPJEWanneer dit lampje brandt, betekent dit dat een of mer van de elektrische platen van de kookplaat aan is, in geval van een gemengde kookplaat, of dat een van de elektrische componenten van de oven aan is.GEEL WAARSCHUWINGSLAMPJE Wanneer dit lampje brandt, betekent dit dat de elektrische oven of de elektrische grill in werking zijn. Terwijl de oven gebruikt wordt zal het lampje uitgaan wanneer de ingestelde temperatuur bereikt wordt. Tijdens de bereiding zal het geel lampje meerdere keren uit en aan gaan. Dit is normaal omdat de oventemperatuur gecontroleerd is.BESCHRIJVING VAN HET TOESTELESCHAKELAAR OVENVERLCIHTING SCHAKELAAR VENTILATIE TIMER (E)Om de bereidingstijd in te stellen, wordt de timer eerst volledig van links naar rechts gedraaid en vervolgens teruggedraaid tot het aantal minuten gewenst voor de bereiding.
8NLELEKTRONISCHE PROGRAMMEURDe programmeur kan de volgende functies selecteren: - Klok(instellen met de toetsen 2 en 3) - Minutenteller (ingesteld met de toets 1) - Bereidingstijd (ingesteld met de toets 2) - Einde bereidingstijd (ingesteld met de toets 3) - Manuele werking (ingesteld met de toets 4) - Instellen tijd achteruit (ingesteld met de toets 5) - Instellen tijd vooruit (ingesteld met de toets 6)De digitale display (N) geeft altijd de tijd weer en kan de bereidingstijd en het einde van de bereidingstijd of de tijd van de minutenteller weergegven door te drukken op de relatieve knop. N. B. : Op het einde van elke instelling (behalve voor de minutenteller), zal de programmeur de oven uitschakelen. Controleer bij het volgende gebruik van de oven, indien de programmeur niet gebruikt zal worden, dat deze ingesteld is op manueel (zie de verdere instructies).
De bereidingstijd instellen (van 0. 01 tot 24. 00 = uu,mm)Na de stekker in het stopcontact gestoken te hebben of na een stroomonderbreking, zullen AUTO en “0. 00” tegelijk knipperen op de display. Druk tegelijk op de knoppen 2 en 3 en stel de huidige tijd in met de knop 5 of 6. Na de instelling zal het symbool AUTO verdwijnen en zal het symbool van de manuele werking verschijnen. Minutenteller (van 0. 01 tot 0. 59 = uu,mm)Druk op de knop 1 en selecteer de bereidingstijd met de knop 5 of 6. Het symbool verschijnt. Na aoop van de ingestelde tijd zal de zoemer weerklinken en verdwijnt het symbool weer. Halfautomatische werking (met bereidingstijd van 0. 01 tot 23. 59 = uu,mm)Door te drukken op de knop 2 en de bereidingstijd in te stellen met de knop 5 of 6, zullen de symbolen en AUTO verschijnen en de hele tijd te zien zijn.
59 = uu,mm) Door te drukken op de knop 3 en het einde van de bereidingstijd in te stellen met de knop 6, zullen de symbolen en AUTO verschijnen en de hele tijd te zien zijn. Op het einde van de bereidingstijd zal het symbool verdwijnen, zal AUTO knipperen en de zoemer weerklinken. Automatische werking (met de start van de bereidingstijd uitgesteld)Programmeer eerst de bereidingstijd (zowel AUTO als symbool verschijnen) en dan het einde van de bereidingstijd (het symbool gaat uit) zoals eerder beschreven. Het symbool zal weer te zien zijn wanneer de bereiding in de oven start. Op het einde van de bereidingstijd zal het symbool verdwijnen, zal AUTO knipperen en de zoemer weerklinken. Manuele werking De manuele werking is alleen mogelijk wanneer de automatische programmering beëeindig is of na deze geannuleerd te hebben met de knop 4. Het symbool AUTO verdwijnt en het symbool verschijnt.
ZoemerDe zoemer weerklinkt op het einde van een programma of na de wer-king van de minutenteller, en duurt zo'n 7 minuten. De zoemer kan gestoppt worden door te drukken op een van de functieknoppen. Start en controle programmaHet programma start na de instelling. De programma-instellingen kunnen op elk moment gecontroleerd worden door te drukken op de relatieve knop. De programma-instellingen corrigeren/annuleren. Een automatische programmeerfout zal verschijnen wanneer de tijd weergegeven door de klok tussen de starttijd en de einddtijd van de bereiding ligt. Deze fout word onmiddellijk aan-gegeven met een zoemer en knipperend symbool AUTO. Een instelfout kan bijgestuurd worden door de duur of het einde van de bereidingstijd te veranderen. Elk programma dat ingesteld werd kan op elk moment bijgestuurd worden door te drukken op de relatieve programmatoets en dan op de toets 5 of 6.
Indien de werkingstijd geannuleerd wordt, wordt ook het einde van de tijd geannuleerd en omgekeerd. De oven schakelt automatisch uit en het sym-bool AUTO knippert. Druk op de toets 4 om de programmeur op manueel te zetten. De correcte tijd kan niet bijgestuurd worden wanneer het automatisch programma in werking is. BESCHRIJVING VAN HET TOESTEL.
9NLKOOKPLAAT: ALGEMENE OPMERKINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEID • Wanneer de pitten of platen gebruikt worden, mag het toestel niet onbewaakt gelaten worden. Zorg ervoor dat kinderen niet met het toestel gaan spelen. Zorg er in het bijzonder voor dat de stelen van pannen correct gepositioneerd zijn en houd de bereiding van etenswaren in de gaten wanneer olie of vet gebruikt wordt, omdat die erg ontvlambaar zijn. • Gebruik geen spuitbussen in de buurt van het toestel wanneer dit in gebruik is. • Wanneer het toestel uitgerust is met een deksel, moeten etensresten verwijderd worden van het oppervlak vooraleer het te openen. • Indien het toestel uitgerust is met een deksel in glas, kan dit barsten bij verhitting. Zet alle pitten of platen uit en wacht tot deze afgekoeld zijn vooraleer het deksel dicht te doen (g. 3). OPMERKING: alleen voor modellen met een glazen deksel.
• Zelfs na het gebruik, blijven de platen een lange tijd warm; om brandwonden te voorkomen, plaats de handen of andere voorwerpen niet op de platen. • Indien aan het oppervlak van een plaat een scheur verschijnt, moet het toestel onmiddellijk losgekoppeld worden van het elektriciteitsnet. • Na gebruik van het toestel moet ervoor gezorgd worden dat alle bedieningen uit staan. Wanneer een gasfornuis gebruikt wordt produceert het hitte en vocht in de plaats waar het fornuis opgesteld is. Daarom moet het vertrek goed ge-ventileerd worden, moeten de natuurlijke verluch- tingsopeningen vrijgelaten worden en moet het mechanisch ventilatiesysteem ingeschakeld wor-den (paragraaf « INSTALLATIEPLAATS VENTILATIE en EN VERLUCHTING»).
Indien het fornuis lange tijd gebruikt wordt kan een extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld een raam of een meer doeltreffende ventilatie door het vermogen van het eventueel aanwezige mechanische systeem op te drijven.
INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKERDE PITTEN AANZETTENManuele ontsteking Druk de knop van de pit die u wilt gebruiken in, draai hem linksom tot in de positie “Full on” en hou een brandende lucifer tegen de pit. Ontsteken van pitten uitgerust met veiligheidsthermo-koppelWanneer de pitten uitgerust zijn met veiligheidsther-mokoppel moet u de knop van de gewenste pit links- om draaien tot in de positie “Full on”. Druk de knop dan in en herhaal de eerder beschreven handelingen. Eens de pit brandt moet de knop 10 seconden lang ingedrukt gehouden worden. Optimaal gebruik van de pitten Om een maximaal resultaat te bekomen met een minimaal gasverbruik, is het handig om de volgende punten in gedachten te houden: • Eens de pit brandt, wordt de vlam geregeld naar wens. • Gebruik een kookpot van de juiste grootte voor elke pit (zie de onderstaande tabel en g. 4).
105NLOVEN: ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN • Laat de oven niet onbewaakt achter tijdens het gebruik. Zorg ervoor dat kinderen niet met het toestel gaan spelen. • Laat het deksel van het toestel altijd open wanneer de oven gebruikt wordt, om oververhitting te voorkomen. • Neem altijd het middel van de greep van de ovendeur beet om die te openen. Plaats niet te veel gewicht op de deur wanneer die open is. • Wees niet bezorgd wanneer u condensvorming ziet op de deur en de binnenwanden van de oven tijdens de bereiding. De oven is daarom niet minder efciënt. • Bij het openen van de ovendeur moet goed gelet worden op de hete dampen. • Het toestel wordt tijdens het gebruik heet. Raak de weerstanden in de oven niet aan. Draag ovenwanten wanneer recipiënten in en uit de oven gedaan worden.
• Bij het inbrengen en uithalen van etenswaren, controleer of er geen jus overloopt en op de bodem van de oven druipt (olie en vet zijn bijzonder ontvlambaar wanneer ze oververhit worden). • Gebruik recipiënten die bestand zijn tegen de temperaturen aangegeven op de thermostaatknop. • Voor goede resultaten tijdens de bereiding, raden we sterk aan de basis van de oven of de grill niet af te dekken met aluminiumfolie of ander materiaal. • Bij het grillen moet altijd wat water in de grillpan gedaan worden. Het water voorkomt dat het vet gaat aanbranden en zo vieze geurtjes of rook zou voortbrengen. Voeg tijdens het grillen water toe, om het verdampte water te vervangen. • Na gebruik van het toestel moet ervoor gezorgd worden dat alle bedieningen uit staan. • WAARSCHUWING.
Tijdens en na het gebruik kunnen de ruit van de ovendeur en de toegankelijke delen heet worden, daarom moeten kinderen uit de buurt van het toestel gehouden worden. BELANGRIJK. Tijdens het bakken of grillen moet de ovendeur dicht blijven, behalve wanneer gegrild wordt met de gasgrillbrander (zie de relatieve instructies).
INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKERWAT TE DOEN BIJ HET EERSTE GEBRUIK VAN DE OVEN Indien het toestel geprogrammeerd kan worden, zet hem dan in de manuele stand en, vooraleer het voor de eerste keer te gebruiken, controleer of de oven leeg is en de ovendeur dicht is. Verwarm de oven gedurende 2 uur op de hoogste temperatuur. Op die manier zal de beschermende laag die de binnen-kant van de oven bekleedt verdwijnen en de hiermee verbonden geurtjes eveneens. Tijdens deze twee uur verblijft u beter niet in hetzelfde vertrek, dat verlucht moet worden. Na deze periode moet de oven afkoelen waarna de binnenkant schoongemaakt kan worden met warm wa-ter en een mild reinigingsproduct. Was de accessoires (rekken, platen, druippan, spit,. ) voor het gebruik. Vooraleer te reinigen, koppel het toestel los van het elektriciteitsnet.
DE OVEN GEBRUIKEN MET DE VENTILATIE De fornuizen zijn uitgerust met een ventilator die geïnstalleerd is achter in het ovengedeelte. Dit kan geactiveerd worden met de schakelaar. Nadat de ventilator geactiveerd is, zal de warmte snel en regelmatig verspreid worden in de oven en zullen de etenswaren uniform gebakken worden op verschillende niveaus tegelijk. Ook de bereidingstijden zullen korter zijn. OPMERKING: De ventilator kan niet ingeschakeld worden tijdens het gebruik van de gasgrill.
AUTOMATISCHE ELEKTRISCHE ONTSTEKING VAN DE BRANDER Open de ovendeur, druk zacht op de ovenknop en draai hem tegelijk linksom tot aan de maximale temperatuur, waarna d eknop losgelaten kan worden. De vonk zal onmiddellijk overslaan. Lucifers kunnen gebruik worden om de brander te ontsteken bij een stroomuitval. Nadat de brander werkt (controleer door de opening (C) (g. 5) of dit zo is), kan de temperatuur naar wens geregeld worden. Sluit de deur voorzichtig zodat de vlammen niet uitgaan en wacht 15 minuten vooraleer de etenswaren in de oven te doen. De oven kan alle etenswaren bereiden (vlees, vis, brood, pizza, gebak, enz. ). MANUELE ONTSTEKING VAN DE GRILLBRANDER Open de ovendeur druk op de ovenknop en draai hem rechtsom tot in de grillpositie. Houd tegelijk een brandende lucifer tegen de brander in het plafond van de ovenruimte.
Lucifers kunnen gebruik worden om de brander te ontsteken bij een stroomuitval. Tijdens het gebruik van de gasgrill moet de ovendeur open blijven en moet de metalen bescherming toegevoegd worden (g. 6). 6AHOE HET braadspit TE GEBRUIKEN (g. 6A) • Plaats de kip of het stuk vlees stevig tussen de twee vorken van het braadspit en zorg ervoor dat het stuk goed in evenwicht is, om de motor niet te overbelasten. • Plaats het braadspit op zijn houder door het uiteinde ervang in de relatieve uitsparing te brengen. Schroef de handgreep los en verwijder het. • Breng de houder in de geleider nummer vier (beginnen van onder) en let erop dat de hendel in de stand B is. Breng het uiteinde ervan in de relatieve motorkoppeling door de hendel in de stand A te plaatsen. • Sluit de ovendeur en draai de ovenknop op het symbool. Wanneer de grill aan gaat, begint het spit te draaien.
• Na de bereiding wordt het spit verwijderd door de hendel in de stand B te plaatsen. • Gebruik altijd de druipschaal om het jus op te vangen, zoals aangegeven in de paragraaf “NUTTIGE KOOKTIPS”.
12NL INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKERHOE DE MULTIFUNCTIONELE OVEN TE GEBRUIKENONTDOOIEN BIJ KAMERTEMPERATUURDraai de keuzeknop op het symbool en leg het voedsel dat u wilt ontdooien in de oven. De duur is afhankelijk van de hoeveelheid en het type van voedsel. De selectie van deze functie zal alleen de ventilator activeren. Een milde luchtcirculatie rond het bevroren voedsel zal het langzaam ontdooien. Bijzonder aangegeven voor fruit en gebak. TRADITIONEEL KOKENDraai de keuzeknop op het symbool en regel de ther-mostaatknop op de gewenste temperatuur. Indien voorverwarming nodig is, wacht tot het geel lampje van d ethermostaat uit gaat vooraleer het voedsel in de oven te leggen. Bij deze optie schakelen zowel de onderste als de bo-venste weerstanden in, om de hitte gelijkmatig te verspreiden. Dit type van bereiding is ideaal voor alle etenswaren (vlees, vis, brood, pizza, gebak,. ).
GECOMBINEERD KOKEN TRADITIONEEL + VENTILATIE Draai de keuzeknop op het symbool en regel de thermostaatknop op de gewenste temperatuur. Indien voorverwarming nodig is, wacht tot het geel lampje van d ethermostaat uit gaat vooraleer het voedsel in de oven te leggen. Bij deze optie schakelen zowel de onderste als de bovenste weerstanden in, en wordt de hitte gelijkmatig verspreid dankzij de ventilatie. Deze combinatie ie geschikt voor snel koken en maakt het mogelijk meer platen te positioneren op verschillende niveaus in de oven. ONTDOOIEN + VERWARMEN MET WARME LUCHT Draai de keuzeknop op het symbool en stel de temperatuur in met de thermostaatknop. Plaats het voedsel nu in de oven. Deze optie schakelt de onderste weerstand in en de warmte wordt verspreid dankzij de ventilatie. Deze functie is bijzonder aangewezen om kant-en-klare maaltijden te ontdooien en te verwarmen.
Indien voorverwarming nodig is, wacht tot het geel lampje van d ethermostaat uit gaat vooraleer het voedsel in de oven te leggen. Deze functie schakelt de achterste weerstand in en de ventilatie verspreidt de geproduceerde warmte. Deze combinatie maakt het mo-gelijk snel en op uniforme wijze verschillende gerechten te bereiden op verschillende niveaus in de oven. GEBRUIK VAN DE GRILL Draai de keuzeknop op het symbool en regel de thermostaat op de gewenste temperatuur. Door deze functie te selecteren schakelt de weerstand boven in het midden in. De warmte wordt rechtstreeks op het oppervlak van het voedsel verdeeld. Naast het grillen, is deze functie ideaal om een goudbruin korstje te geven aan uw gerechten of om sneden brood te roosteren. De grillfunctie schakelt automatisch het eventueel geplaatste braadspit in.
Wanneer u de grill gebruikt, vergeet dan niet de druipschaal eronder te plaatsen om het jus op te vangen, zoals aangegeven in het dele “NUTTIGE KOOKTIPS”. VENTILATIE MET GRILL Draai de keuzeknop op het symbool en regel de thermostaat op de gewenste tempetratuur (MAX. 200°C). Door deze functie te selecteren schakelt de weerstand boven in het midden in en wordt de warmte verspreid dankzij de ventilator. Deze procedure matigt de directe hitte op het oppervlak van het voedsel en maakt gebruik van mildere temperaturen. Daarom is het aanbevolen voor een gelijk goudkleurig en krokant korstje, ideaal voor hele vissen en gevogelte. De grillfunctie schakelt automatisch het eventueel geplaatste draaispit in. Wanneer u de grill gebruikt, vergeet dan niet de druipschaal eronder te plaatsen om het jus op te vangen, zoals aangegeven in het dele “NUTTIGE KOOKTIPS”.
13NLINSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKERNUTTIGE KOOKTIPSGebak en brood: • Verwarm de oven minstens 15 minuten voor vooraleer brood of gebak te bakken. • Open de ovendeur niet tijdens het bakken omdat de koude lucht het rijsproces van de gist zou stoppen. • Wanneer het gebak klaar is wordt de oven uitgezet en wordt het gebak 10 minuten in de oven gelaten. • Gebruik de geëmailleerde ovenplaat of druipschaal, meegeleverd met de oven, niet om gebak te bakken. • Wanneer is het gebak klaar. Ongeveer 5 minuten voor het einde van de bereidingstijd wordt een tester voor gebak of stokje in het hoogste deel van het gebak gestoken. Is de tester of het stokje schoon, dan is het gebak klaar. • En wat als het gebak inzakt. Gebruik de volgende keer minder vloeistoffen en verlaag de temperatuur met 10°C.
• Als het gebak te droog is: Maak kleine gaatjes met een tandenstoker en laat er enkele druppels vruchtensap of likeur op lopen. Verhoog de vogende keer de temperatuur met 10°C en stel een kortere bereidingstijd in. • Als het gebak bovenaan te donker is: plaats het gebak de volgende keer op een lager niveau in de oven, bak op een lagere temperatuur en langer. • Als het gebak bovenaan verbrand is: snij het verbrande deel eraf en bedek met suiker of decoreer met room, jam, banketbakkersroom, enz. • Als het gebak onderaan te donker is: plaats het gebak de volgende keer op een hoger niveau in de oven en bak aan een lagere temperatuur. • Als het gebak of het brood aan de buitenkant mooi gebakken is maar binnenin nog rauw is: gebruik de volgende keer minder vloeistoffen, bak aan een lagere temperatuur en langer.
• Als het gebak niet uit de vomr komt: laat een mes langs de randen glijden, leg een vochtige doek over het gebak en draai de vorm om. Vet de vorm de volgende keer goed in en besproei het met bloem of broodkruim. • Indien de koekjes niet van de bakplaat loskomen: plaats de plaat nog even terug in de oven en til de koekjes op vooraleer ze afkoelen.
Gebruik de volgende keer een vel bakpapier zodat dit niet meer kan gebeuren. Vlees: • Indien u voor de bereiding van vlees meer dan 40 minuten nodig hebt, zet de oven 10 minuten uit voor het einde van de bereidingstijd om de restwarmte te benutten (energiebesparend). • Uw gebraad zal sappiger zijn als het gebakken wordt in een kookpot met deksel; zonder deksel zal het krokanter zijn. • Normaal gezien vergen vlees, gevogelte en vis een middelhoge temperatuur (minder dan 200°C). • Om rood vlees “au sang” te bakken, hebt u hoge temperaturen (meer dan 200°C) en een korte baktijd nodig. • Voor een hartig gebraad, breng spek en kruiden aan op het vlees. • Is het gebraad taai: laat het d volgende keer dan wat langer in de oven. • Als het gebraad te donker is boven- of onderaan: plaats het de volgende keer dan op een hoger of lager niveau, verlaag de temperatuur en bak langer.
• Is het gebraad niet voldoende gebakken. Snij het in plakjes, schik de plakjes op een bakplaat, doe er het jus over en beëindig het bakken. Grillen: • Breng weinig vet aan en breng goed op smaak vooraleer te grillen. • Gebruik altijd de grillplaat om het jus op te vangen dat van het vlees druipt tijdens het grillen (g. 6). • Doe altijd een beetje water in de druipplaat. Het water voorkomt dat het vet gaat aanbranden en zo vieze geurtjes of rook zou voortbrengen. Voeg water toe tijdens het bakken, omdat het water verdampt. • Draai het voedsel halverwege het bakken om. • Als u vettig gevogelte grillt (gans), prik gaatjes in het vel zodat het vet kan wegdruipen. Het aluminium kan makkelijk corroderen wanneer het in contact komt met organische zuren die aanwezig zijn in het voedsel of toegevoegd worden tijdens het bakken (azijn, citroensap).
Daarom wordt aangeraden het voedsel niet rechtstreeks op het aluminium of een geëmailleerde plaat te leggen, maar ALTIJD de aangewezen ovenplaat te gebruiken.
De tabel geeft de bereidingstijden voor een ovenniveau. Als u kookt met een geventileerde oven en u meer dan een niveau gebruikt (in de 1ste en 3de positie), zal de bereidingstijd 5 tot 10 minuten langer zijn. GRILLPLAATVOEDSELGewicht kgPositie in de oven vanaf de bodemNATUURLIJKE CONVECTIE GESTUURDE CONVECTIE (met ventilatie)Temperaturenin °CBereidingstijd in minuten Temperaturenin °CBereidingstijd in minuten 1ste zijde 2de zijde 1ste zijde 2de zijdeVLEESKotelettenBiefstukHalve kip (per halve 0,5 kg)0,500,151332225-Max200-22522512-1552012-15520200==15==10==VISForel Tong0,420. 2033225-Max225-Max====200200107107BROODToast 3 225-Max 2-3 2-3 200 2-3 2-3SPIT (*)KIP 1. 3 2 225-Max 60 =(*) niet alle versies.
157NLREINIGING EN ONDERHOUD • Vooraleer te reinigen, koppel het toestel los van het elektriciteitsnet. • Gebruik geen stoomreiniger om het toestel te reinigen. • Was de onderdelen niet terwijl ze nog heet zijn. • Gebruik geen metalen sponsjes, schurende producten of corrosieve producten in spuitbus voor de reiniging • Laat geen azijn, kofe, melk, zout water of citroen- of tomaatsap lange tijd op geëmail-leerde oppervlakken. • Schakel de oven uit vooraleer de bescherming van de ventilator te verwijderen om hem schoon te maken. Plaats de bescherming terug na het schoonmaken. HETE PLAATDe houders van de kookpot en de kappen van de pitten zijn geëmailleerd en kunnen schoongemaakt worden met warm water en zeep. De pitten in legering kunnen op dezelfde manier schoongemaaky worden.
Hardnekkige vlekken kunnen verwijderd worden met een reinigingsproduct in pasta of crème of een goed in zeep gedrenkte spons van staalwol om zacht te wrijven en het oppervlak niet te beschadigen. Na het schoonmaken moeten alle onderdelen goed droog worden en correct teruggeplaatst worden. WAARSCHUWINGEN: • Controleer of de pitten en de relatieve kappen correct gepositioneerd zijn (g. 7). • Beschadig de pluggen van de ontstekingsvonk of de inrichtingen die een vlamstoring aangeven niet. • Indien een kraan moeilijk open of dicht te krijgen is, niet forceren maar dringend technische assistentie inroepen. • Na het gebruik moeten de hete platen, om ze in goede conditie te houden, behandeld worden met specieke producten die makkelijk te vinden zijn in de handel, om de oppervlakken schoon en glanzend te houden. Zo wordt ook roestvorming voorkomen.
• Indien vloeistoffen overkoken, moeten die altijd verwijderd worden met een spons. STRUCTUURAlle onderdelen van het fornuis (in email of geverfd metaal, staalof glas) moeten vaak schoongemaakt worden met warm water en zeep, en dan afgespoeld en afgedroogd worden met een zachte doek.
Was de onderdelen NIET terwijl ze heet zijn. GEBRUIK geen sponsen of schurende producten en aromatische of alifatische solventen om vlekken of kleefmiddelen te verwijderen van de geverde of roestvrij stalen oppervlakken. Laat GEEN azijn, kofe, melk, zout water of citroen- of tomaatsap lange tijd op het oppervlak. OVENRUIMTE Sproei geen zure producten op de thermostaatbol (controleer het label van het product voor het gebruik). De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade veroorzaakt door een verkeerde reiniging. De ovenruimte moet schoongemakat worden na elk gebruik om resten voedsel of vet en suikers te verwijderen die bij het volgende gebruik van de oven kunnen verbranden en aanslag of denitieve vlekken achterlaten, alsook een onaangename geur. De oven MOET altijd schoongemaakt worden wanneer hij lauw is, met warm water en zeep.
Om de geëmailleerde delen glanzend te houden, maak ze schoon met warm water en zeep, spoel goed en droog grondig af. Was deze delen NIET wanneer ze nog heet zijn en gebruik NOOIT schurende producten in poeder en sponsen. Laat GEEN azijn, kofe, melk, zout water of citroen- of tomaatsap lange tijd op het oppervlak. Was de gebruikte accessoires ALTIJD. AFDICHTING OVENDEURDe afdichting van de ovendeur garandeert de cor-recte werking van de oven. Wij bevelen aan: • reinig hem, vermijd schurende instrumenten of producten. • controleer de toestand ervan af en toe. Indien de afdichting van de ovendeur hard geworden is of beschadigd is, contacteer onze klantendienst en gebruik de oven niet tot de afdichting gerepareerd is. INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER.
1698NLZIJGELEIDERS OVEN (g. 8)Voor een doeltreffende reiniging van de zijgeleiders van de oven, kunnen deze verwijderd worden door de moeren (G) los te schroeven. Om de geleiders terug te plaatsen, voer eerst de achterste pinnen in de gaten en maak ze dan vast met de moeren (G). DE OVENLAMP VERVANGEN (g. 9) Controleer of het toestel uitgeschakeld is vooraleer de lamp te vervangen, om elektrische schokken te voorkomen. Wanneer een of beide ovenlampen vervangen moet worden, moet de nieuwe lamp voldoen aan de volgende vereisten: 15 W - 230 V~ - 50 Hz - E 14 - en bestand tegen hoge temperaturen (300°C). Het toestel kan twee types van lamphouder hebben:• Trek de zijgeleiders uit op de hierboven beschreven manier. Verwijder dan de glazen bescherming (V) van de tting door een schroevendraaier te plaatsen tussen de bescherming zelf en de ovenwand. Vervang de lamp (L).
HOE DE BINNENKANT VAN DE RUIT VAN DE OVENDEUR REINIGEN Een van de kenmerken van onze fornuizen is dat de binnenkant van de ruit van de ovendeur makkelijk verwijderd kan worden om te reinigen, zonder de hulp van gespecialiseerd personeel. Open de ovendeur en verwijder de houder die het glas vasthoudt (g. 11). OPGELET.
17NLEen aantal problemen doen zich voor omwille van nalatigheid bij het onderhoud of een verkeerd gebruik en kunnen makkelijk verholpen worden zonder de technische dienst te moeten contacteren. PROBLEEM OPLOSSINGHet toestel werk niet • Zorg ervoor dat de gaskraan open is • Controleer of de stekker in het stopcontact zit • Controleer of de knoppen correct ingesteld zijn voor het koken en herhaal de handelingen in de handleiding • Controloleer de veiligheidsschakelaars van het elektrisch systeem (RCD).
Als er een storing is in het systeem, contacteer een elektricien.De elektrische oven werkt niet • Controleer of de programmeur, indien aanwezig, in de manuele positie staat en herhaal dan de handelingen beschreven in de handleidingDe thermostaat werkt niet • Contacteer onze klantendienstHet meldingslampje van de elek-trische thermostaat gaat niet aan tijdens het gebruik • Draai de thermostaat op een hogere temperatuur • Draai de knop op een verschillende functie De ovenverlichting werkt niet • Controleer of de lamp goed op zijn plaats geschroefd is • Koop een lamp voor hoge temperaturen bij een van onze klantendiensten en installeer het volgens de instructies gegeven in de paragraaf « »DE OVENLAMP VERVANGENWaarwschuwing: Het onderhoud mag alleen door geautoriseerd personeel uitgevoerd worden.PROBLEEMOPLOSSING
1912 13NLTECHNISCHE INFORMATIE • De installatie, afstellingen, omzettingen en onder-houdshandelingen opgesomd in dit deel mogen al-leen door gekwaliceerd personeel uitgevoerd wor-den. De producent kan niet aansprakelijk gesteld worden door schade aan personen of bezittingen te wijten aan een verkeerde installatie van het toestel. • De veiligheid en automatische regelaars van de toestellen kunnen in de loop van hun levensduur alleen door de fabrikant of een geautoriseerd leverancier gewijzigd worden, • In overeenstemming met de gasnorm, zijn de gecombinaeerde en “all-gas” toestellen “klasse 2 subklasse 1” (g. 12) en moeten dus voldoen aan de spelingen aangegeven in de guren. • In overeenstemming met de elektriciteitsnorm met men bij de installatie van gecombineerde toestellen rekening houden met de afstanden weergegeven in g. 13. De zijwanden mogen dus nite hoger zijn dan het werkblad.
• De wanden naast en rond het toestel moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 95°C. • De installatie van volledige gas- en gecombineerde toestellen moet in overeenstemming gebeuren met de geldende normen. • Dit toestel is niet aangesloten op een rookkanaal voor de afvoer van de verbrandingsproducten; het moet daarom aangesloten worden conform de eerder vermelde installatieregels. Een bijzondere aandacht moet besteed worden aan de onderstaande instructies voor ventilatie en verluchting. INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIETECHNICUSINSTALLATIEHET FORNUIS UITPAKKEN • Eens de verpakking verwijderd is van de behuizing en de verschillende interne onderdelen, moet grondig nagekeken worden of het toestel in perfecte staat verkeert. • Indien u twijfels hebt neemt u het toestel niet in gebruik en contacteert u een gekwaliceerd persoon.
• Sommige onderdelen gemonteerd op te toestel zijn beschermd met een plastic membraan. Deze bescherming moet verwijderd worden vooraleer het toestel te gebruiken.
We raden aan het plastic membraan langs de randen te snijden met een scherp mes of pin. • Verplaats het toestel niet door het met de handgreep op te tillen. Het gebruikte verpakkingsmateriaal (karton, zakken, piepschuim, nagels, enz. ) mogen niet binnen het bereik van kinderen gelaten worden, omdat ze gevaarlijk kunnen zijn.
20181415161718ANLVENTILATIE Het toestel mag niet geïnstalleerd worden in een ruimte met een volume kleiner dan 20 m3.De hoeveelheid lucht is de hoeveelheid die nodig is voor een correcte verbranding van het gas en de ventilatie van de ruimte. De natuurlijke luchtstroom moet direct zijn, door-heen permanente openingen in de muren van het vertrek die rechtstreeks uitgeven buiten, met een doorsnede van minimum 100 cm2 (g. 14). Deze openingen moeten zich op plaatsen bevinden waar ze niet belemmerd kunnen worden.Onrechtstreekse ventilatie is mogelijk door de lucht aan te zuigen van belendende ruimten, strikt conform de voorschriften van de geldende normen.PLAATS EN VERLUCHTINGGasfornuizen moeten de verbrandingsproducten en vocht altijd afvoeren langs kappen verbonden met een rookka-naal of rechtstreeks buiten (g. 15).
Als het niet mogelijk is een kap te gebruiken, mag een ventilator gemonteerd worden op de ruit of buitenmuur en deze moet ingescha-keld worden bij elk gebruik van het toestel (g. 16) vol-gens de regels en normen betreffende de ventilatie.PLAATSING VAN HET FORNUIS Het toestel is uitgerust met de volgende onderdelen voor en correcte plaatsing: • Achterste bescherming. De fornuizen die uitgerust zijn met dit accessoire verlaten de fabriek met dit bijzonder onderdeel in de lade onder de oven. Om de achterste bescherming te monteren, moeten de schroeveen aan de achterkant van de kookplaat losgeschroefd worden. Dan kan de bescherming gemonteerd worden zoals aangegeven in guur 17. • Verstelbare voeten om te monteren op het toestel en die het mogelijk maken de hoogte van het fornuis te regelen zodat dit uitgelijnd kan worden met de rest van het keukenmeubilair (g. 18-18A).
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met M-System MFTW-95IX stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis M-System
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis