Lanaform IRT-200 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Lanaform IRT-200 (96 pagina’s), behorend tot de categorie Thermometer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Lanaform IRT-200 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Lanaform |
| Categorie: | Thermometer |
| Model: | IRT-200 |
Handleiding Lanaform IRT-200 – volledige tekst
NEDERLANDSNEDERLANDSINLEIDINGDank u dat u hebt gekozen voor de IRT-200 voorhoofd- en oorthermometer van LANAFORM. Lees alle instructies voordat u het product gebruikt, met name deze primaire veiligheidsinstructies. De foto’s en andere voorstellingen van het product in deze handleiding en op de verpakking zijn zo accuraat mogelijk. De kans bestaat echter dat de gelijkenis met het product niet perfect is.
INHOUD1 Controle bij het uitpakken2 Inhoud van de verpakking3 Symbolen4 Veiligheidsmaatregelen5 Normale lichaamstemperatuur6 Productbeschrijving7 Functies8 Productstructuur9 Displaybeschrijving10 Aanwijzingen via geluiden en achtergrond-verlichtingskleuren11 Display- en bedieningsinstructies12 Batterijen vervangen13 Reiniging en desinfectie14 Onderhoud15 Problemen oplossen16 Specicaties17 Veiligheidsklasse18 Opslag en transport19 EMC-informatie – Richtlijn en verklaring van de fabrikant20 Beperkte garantie21 Advies over afvalverwijdering22 Klantenservice1 CONTROLE BIJ HET UITPAKKENOpen voorzichtig de verpakking en controleer vóór gebruik of alle accessoires zijn bijgeleverd en of onderdelen tijdens het transport beschadigd zijn geraakt. Volg daarna de installatie- en bedienings-voorschriften in deze gebruiksaanwijzing op.
Neem bij schade of een probleem met de werking contact op met de dealer of rechtstreeks met Lanaform. Als u contact opneemt, hebt u de volgende gegevens nodig: apparaatmodel, serienummer, aankoopda-tum en uw contactgegevens en adres. 2 INHOUD VAN DE VERPAKKING· 1 IRT-200 voorhoofd- en oorthermometer· 2 AAA-batterijen (bijgeleverd)· 1 gebruiksaanwijzing· 1 opbergetui3 SYMBOLENIn de gebruiksaanwijzing, op de IRT-200 voorhoofd- en oorthermometer en op de accessoires worden de volgende markeringen en symbolen gebruikt. SYMBOL BESCHRIJVINGToepassingsgedeelte van type BFLet op. Deze handeling is verboden. Informatie over de producent. Productiedatum. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing. Dit product voldoet aan de eisen inzake MDD93/42/EEG.
Afgedankte elektrische producten moeten voor recycling worden ingeleverd bij een speciaal inzamelpunt. Beschermingsgraad tegen waterindringing. Waar-schuwingVerkeerd gebruik van de thermometer kan leiden tot persoonlijk letsel of schade aan de thermometer. Let opVerkeerd gebruik van de thermometer kan leiden tot verkeerde meetwaarden of schade aan de thermometer. 4 VEILIGHEIDSMAATREGELENLees de volgende voorzorgsmaatregelen aandachtig door alvorens de thermometer te gebruiken. Let opWees voorzichtig dat u de kwetsbare sondelens niet beschadigt. Gooi lege batterijen nooit zomaar weg. Lever ter bescherming van het milieu lege batterijen in bij een speciaal inzamelpunt. Verwijder de batterijen als de thermometer langer dan twee maanden niet wordt gebruikt. De thermometer niet onderdompelen in water of blootstellen aan direct zonlicht. Bescherm de thermometer tegen schokken en trillingen.
De normale lichaamstemperatuur verschilt van persoon tot persoon. Door iemands lichaamstem-peratuur te volgen, kunt u vaststellen of diegene koorts heeft. Neem na lichamelijke inspanningen of opwinding de lichaamstemperatuur pas op na 20 minuten. Maak na gebruik altijd de thermometersonde schoon. Gebruik de thermometer niet bij pasgeborenen of om continu de temperatuur te volgen. Gebruik de thermometer uitsluitend voor de in deze gebruiksaanwijzing vermelde doeleinden. Volg de aanwijzingen op in het hoofdstuk bedieningsinstruc-ties en hanteer de thermometer voorzichtig als u de temperatuur bij een kind opneemt. De thermometer is niet waterdicht: niet onderdom-pelen in water of een andere vloeistof. Reinig en desinfecteer de thermometer zoals beschreven in het hoofdstuk Reiniging en desinfectie.
De omgevingstemperatuur mag niet extreem hoog of laag zijn. Laat met het oog op nauwkeurige metingen de thermometer vóór gebruik langer dan 30 minuten liggen bij kamertemperatuur. Gebruik de thermometer niet bij een omgevings-temperatuur hoger dan 40°C (104°F) of lager dan 10°C (50°F). Deze waarden vallen namelijk buiten het temperatuurbereik van de thermometer. Verontreinigingsrisico. De gebruiker wordt aanbe-volen de thermometer bij afdanking in te leveren bij het plaatselijke inzamelpunt voor afvalverwerking. De twee AAA-bat terijen van 1,5 V (bijgeleverd) zijn de enige vervangbare accessoires van de thermo-meter. Gebruik uitsluitend batterijen met de juiste spanning en specicaties. WaarschuwingDuw de temperatuursonde van de thermometer niet te ver in de gehoorgang om te voorkomen dat de gehoorgang beschadigd raakt. Bewaar de thermometer buiten het bereik van kinderen.
Als de thermometer onbruikbaar is geworden, zijn de metingen mogelijk niet meer nauwkeurig. De thermometer is niet bedoeld om een diagnose te stellen of een gezondheidsprobleem of ziekte te behandelen. De meetresultaten dienen uitsluitend ter indicatie. Een zelfdiagnose of zelfbehandeling op basis van de meetresultaten is gevaarlijk. Raadpleeg daarvoor een arts. ´3Laad de alkalinebat terijen niet op en gooi ze niet in open vuur. Dit kan namelijk een ontplong veroorzaken. ´3 Haal de thermometer niet uit elkaar en probeer hem niet te repareren. De thermometer kan anders blijvend beschadigd raken. ´3 Neem de temperatuur alleen op het voorhoofd of aan de oren op. Anders kunnen de metingen onnauwkeurig zijn. ´3Gebruik tijdens het meten geen mobiele telefoon of ander apparaat dat elektromagnetische inter-ferentie kan veroorzaken.
´3Gebruik de thermometer niet in de aanwezigheid van een brandbaar anesthesiemengsel met lucht, zuurstof of lachgas. 5 NORMALE LICHAAM-STEMPERATUURDoorgaans kan de lichaamstemperatuur worden opgenomen op het voorhoofd, in de gehoorgang, onder de oksel, in de mond of in de anus. Af hankelijk van het lichaamsdeel waar de temperatuur wordt gemeten, kan deze licht verschillen. LICHAAMS-DEELNORMAAL TEMPERATUURBEREIKVoorhoofd35. 8°C–37. 8°C / 96. 4°F–100°FGehoorgang35. 8°C–38. 0°C / 96. 4°F–100. 4°FMond35. 5°C–37. 5°C / 95. 9°F–99. 5°FOksel34. 7°C–37. 3°C / 94. 5°F–99. 1°FAnus36. 6°C–38. 0°C / 97. 9°F–100. 4°FVerschil in lichaamstemperatuurDe normale lichaamstemperatuur verschilt naar ge-lang het tijdstip van de dag en wordt ook beïnvloed door ex terne fac toren. De lichaamstemperatuur is het laagst tussen 2. 00 en 4. 00 uur en het hoogst tussen 14. 00 en 20. 00 uur.
6 PRODUCTBESCHRIJVINGOverzicht: De IRT-200 voorhoofd- en oorthermo-meter meet de lichaamstemperatuur op basis van de door het trommelvlies of het voorhoofd uitgestraalde infraroodenergie. Nadat de tempe-ratuursonde correct in de gehoorgang of op het voorhoofd is geplaatst, worden de meetresulta-ten snel weergegeven. Met de thermometer kan ook de oppervlaktetemperatuur van objecten en vloeistoen worden gemeten, zoals melk en water. Struc tuur: De thermometer bestaat uit een omhulsel, een lcd-display, een meetknop, een pieper, een infraroodtemperatuursensor en een microprocessor. Werkingsprincipe: De infraroodtemperatuursensor vangt de door het trommelvlies of het huidoppervlak uitgestraalde infraroodenergie op. Deze energie wordt vervolgens door een lens gefocusseerd en door de thermozuilen en meetcircuits omgezet in temperatuurmeetwaarden.
A InfraroodtemperatuursondeB GehoorgangC InfraroodstralingD TrommelvliesBeoogd gebruik: De IRT-200 voorhoofd- en oorthermometer is bedoeld voor het meten van de temperatuur van het menselijk lichaam. De voorhoofdmodus is bedoeld voor personen van alle leeftijden, de trommelvliesmodus voor personen ouder dan drie maanden. Contra-indicaties: De thermometer niet gebruiken bij ontsteking of ettering van het oor.
5 Sonde (bij het opnemen van de temperatuur aan het oor het beschermkapje verwijderen)6 Sondebeschermkapje (bij het opnemen van de temperatuur op het voorhoofd het bescherm-kapje aanbrengen)7 °C/°F-schakelaar8 Geheugenknop/geluidsschakelaar9 Batterijklepje9 DISPLAYBESCHRIJVING1 Objecttemperatuurmodus2 Voorhoofdtemperatuurmodus3 Kindermodus4 Oortemperatuurmodus5 Dempen/dempen uitschakelen6 Temperatuureenheid (˚C/˚F)7 Lage batterijspanning8 Geheugenoproep9 Temperatuurwaarde10 AANWIJZINGEN VIA GELUIDEN EN ACHTERGRONDVERLICHTINGSKLEURENBEREIK GELUIDEN ACHTERGRONDVERLICHTING RESULTAATVoorhoofdtemperatuur (volwassene / kind)35,0°C-37,5°C / 95,0°F-99,5°F Een lange pieptoon GroenNor male lich aam s- temperatuur 37,6°C-37,9°C / 99,7°F-100,2°F Een lange pieptoon Oranje Lichte verhoging38,0°C-42,2°C / 100,4°F-108,0°F3 korte dubbele pieptonenRood Een beetje hoogOortemperatuur (volwassene / kind)35,0°C-37,5°C / 95,0°F-99,5°F Een lange pieptoon GroenNormale lichaamstemperatuur37,6°C-37,9°C / 99,7°F-100,2°F Een lange pieptoon Oranje Lichte verhoging38,0°C-42,0°C / 100,4°F-108,0°F3 korte dubbele pieptonenRood Een beetje hoogObjecttemperatuur 0°C-100°C / 32,0°F-212°F Een lange pieptoon Groen Opmerking: Bij een lichte verhoging hebt u mogelijk koorts.
Raadpleeg bij twijfel uw arts. 11 DISPLAY- EN BEDIE-NINGSINSTRUCTIESVerwijder alvorens de thermometer in gebruik te nemen het isolatiestuk uit het batterijvak. Oortemperatuur meten (volwassene/kind)Verwijder het sondebeschermkapje. Houd de aan-uitknop 1 seconde ingedrukt om de thermometer in te schakelen. Druk op de modusknop om naar de oormodus te gaan. Het symbool verschijnt op het display. Zet de schakelaar in de volwassenenmodus om de temperatuur op te nemen bij een persoon ouder dan 12 jaar. Zet de schakelaar in de volwassenenmodus om de temperatuur op te nemen bij kinderen (tot 12 jaar). Het symbool verschijnt op het display. E-IM-IRT-200-002-NL-V2. indd 59E-IM-IRT-200-002-NL-V2.
Plaats de temperatuursonde op een goede plaats in de gehoorgang. Druk op de meetknop. De oortempe-ratuur wordt nu direc t weergegeven op het display. Als de thermometer langer dan 12 seconden niet wordt gebruikt, wordt hij automatisch uitgeschakeld. Opmerking:· Kinderen jonger dan 1 jaar: Trek het oor recht naar achteren. · Kinderen vanaf 1 jaar en volwassenen: Trek he t oor omhoog en naar achteren Duw de thermometer niet te ver in de gehoorgang om te voorkomen dat de gehoorgang beschadigd raakt. Trek bij het opnemen van de temperatuur bij een volwassene het oor voorzichtig omhoog en naar achteren, zodat de gehoorgang toegankelijk is en de temperatuursonde infraroodstraling van het trommelvlies kan opvangen. Kinderen hebben een kleine gehoorgang. Wees daarom voorzichtig bij het opnemen van de temperatuur bij kinderen.
Voorhoofdtemperatuur meten (volwassene/kind)Breng het beschermkapje aan op de sonde en houd de aan-uitknop 1 seconde ingedrukt om de thermometer in te schakelen. Druk op de modusknop om naar de voorhoofdmodus te gaan. Het symbool verschijnt op het display. Zet de schakelaar in de volwassenenmodus om de temperatuur op te nemen bij een volwassene. Zet de schakelaar in de kindermodus om de temperatuur op te nemen bij kinderen. Het symbool verschijnt op het display. Richt de thermometer op de zijkant van het voorhoofd op een afstand van circa 1 - 3 cm van het huidoppervlak. Druk kort op de meetknop. De temperatuur wordt nu direct weergegeven op het display. Als de thermometer langer dan 12 seconden niet wordt gebruikt, wordt hij automatisch uitgeschakeld.
Objecttemperatuur metenBreng het beschermkapje aan op de sonde en houd de aan-uitknop 1 seconde ingedrukt om de thermometer in te schakelen. Druk vervolgens op de modusknop om naar de objectmodus te gaan. Het symbool verschijnt op het display. Richt de thermometer op het midden van het object op een afstand van circa 1 - 3 cm van het objectoppervlak. Druk kort op de meetknop.
De temperatuur wordt nu direct weergegeven op het display. Als de thermometer langer dan 12 seconden niet wordt gebruikt, wordt hij automatisch uitgeschakeld. Na een meting1 Na elke meting kunt u met de geheugenfunctie eerdere temperatuurmetingen oproepen. Zie voor meer informatie ‘20 metingen oproepen’ in de voorgaande tabel. 2 Reinig telkens na gebruik de temperatuursonde met een zacht doekje en leg de thermometer op een droge en goed geventileerde plaats. Een zelfdiagnose of zelfbehandeling op basis van de meetresultaten is gevaarlijk. Raadpleeg daarvoor een arts.
Aanduidingen bij temperatu-ren buiten het meetbereik· In de oormodus: een temperatuurmeting van meer dan 42,0 ºC (107,6 ºF)· In de voorhoofdmodus: een temperatuurmeting van meer dan 42,2 ºC (108,0 ºF)· In objectmodus: een temperatuurmeting van meer dan 100 ºC (212,0 ºF)Geluid en achtergrondverlichtingskleur: Een lange pieptoon, achtergrondverlichting is rood. · In de oormodus: een temperatuurmeting van minder dan 35,0 ºC 95,0 ºF)· In de voorhoofdmodus: een temperatuurmeting van minder dan 35,0 ºC 95,0 ºF)· In objectmodus: een temperatuurmeting van minder dan 0 ºC (32,0 ºF)Geluid en achtergrondverlichtingskleur: Un bip long retentit, le rétroéclairage est rouge. 20 metingen oproepenDruk bij ingeschakelde thermostaat op de geheu-genknop om naar de geheugenmodus te gaan. Zodra u de geheugenknop loslaat, wordt 01 weer-gegeven, gevolgd door de geregistreerde meting.
U kunt maximaal 20 temperatuurmetingen oproepen. Als het maximumaantal metingen wordt over-schreden, wordt de oudste meting in het geheugen overschreven. Opmerking: 01 staat voor de nieuwste meting. Geluid en achtergrondverlichtingskleur: Stil, ach-tergrondverlichting is groen. Geen metingen in geheugen/metingen in geheugen wissenAls er in het geheugen onder het huidige reeks-nummer geen meting wordt weergegeven, ziet het display eruit zoals hiernaast. Verwijder de twee batterijen en plaats ze terug om alle metingen in het geheugen te wissen. Geluid en achtergrondverlichtingskleur: Na inscha-keling: een lange pieptoon, achtergrondverlichting groen, daarna rood. Dempen in- en uitschakelenHoud bij uitgeschakelde thermostaat de ge-luidsschakelaar circa 2 seconden ingedrukt om het geluid in of uit te schakelen.
Als het geluid wordt ingeschakeld, hoort u één pieptoon; het dempingssymbool verschijnt als het geluid wordt uitgeschakeld. Het symbool wordt weergegeven bij gedempt geluid en verdwijnt bij niet-gedempt geluid. Geluid en achtergrondverlichtingskleur: Als het geluid wordt ingeschakeld, hoort u een lange pieptoon en is de achtergrondverlichting groen. Overschakelen tussen objecttem-peratuur en lichaamstemperatuurDruk op de modusknop om over te schakelen tussen objecttemperatuur en lichaamstemperatuur. Lichaamstemperatuur omvat de voorhoofd- en oortemperatuur. Geluid en achtergrondverlichtingskleur: Stil, ach-tergrondverlichting is groen. Overschakelen tussen ºC en ºFDruk op de°C/°F-schakelaar om de°C/°F-eenheid in of uit te schakelen. Geluid en achtergrondverlichtingskleur: Stil.
Foutmelding en lage batterijspanningDe omgevingstemperatuur is hoger dan 40,0 ºC (104,0 ºF) of lager dan 10,0 ºC (50,0 ºF). Geluid en achtergrondverlichtingskleur: Een lange pieptoon, achtergrondverlichting is rood. Er treedt een fout op als gegevens uit het geheugen worden gelezen of naar het geheugen worden ge-schreven, of de temperatuurcorrectie is niet voltooid.
Geluid en achtergrondverlichtingskleur: Een lange pieptoon, achtergrondverlichting is rood. Als de batterijspanning lager is dan 2,5 V ± 0,1 V verschijnt het lage-batterijspanningssymbool op het display. Vervang dan de batterijen. Geluid en achtergrondverlichtingskleur: Stil Opmerkingen:1 De thermometer is geschikt voor een bin-nenomgeving zonder sterke luchtconvectie (bijvoorbeeld wind van een ventilator, een airconditioner of een verwarming) tussen de thermometer en de persoon. 2 Zorg ervoor dat de gehoorgang schoon en droog is alvorens de temperatuur op te nemen. Het is aan te bevelen de gehoorgang zo nodig te reinigen met een wattenstaae. De tempera-tuursonde kan anders vervuild raken, waardoor de temperatuurmetingen mogelijk niet meer nauwkeurig zijn.
3 Let erop dat het voorhoofd vrij is van zweet en haren alvorens de temperatuur op te nemen, anders is het meetresultaat mogelijk onjuist. 4 De thermometer is gevoelig voor de omge-vingstemperatuur; houd hem daarom niet te lang vast. 5 Controleer vóór gebruik of de sensorkop vrij is van vreemde stoen. 6 Neem de temperatuur niet op direct na licha-melijke inspanningen of opwinding. 7 Wacht nadat u de temperatuur hebt opge-nomen totdat de achtergrondverlichting is gedoofd alvorens opnieuw te meten. E-IM-IRT-200-002-NL-V2. indd 61E-IM-IRT-200-002-NL-V2. indd 61 23/06/2021 14:19:5223/06/2021 14:19:52.
12 BATTERIJEN VERVANGEN1 Schuif het batterijklepje in de aangegeven richting en neem het weg. 2 Plaats de twee AAA-batterijen in het vak en let daarbij op de aangegeven polariteit. 3 Plaats het batterijklepje terug. Het is belangrijk dat de batterijen correct zijn geplaatst om te voorkomen dat de thermometer beschadigd raakt. De batterijen moeten worden vervangen als op het display het lage-batterijspanningssymbool wordt weergegeven. Gebruik altijd batterijen van hetzelfde type. Gooi de lege batterijen weg overeenkomstig het plaatselijke milieubeleid. De thermometer wordt geleverd met batterijen. Open het batterijklepje en verwijder het isolatiestuk. 13 REINIGING EN DESINFECTIEReinigenAanbevolen reinigingsmiddelen:· medische reinigingsmiddelen;· medische reinigingsmiddelen voor thuisgebruik. Reinigingsstappen:1 Verwijder de batterijen alvorens de thermo-staat te reinigen.
2 Reinig de temperatuursonde met een zacht doekje. Reinig de lens van de temperatuursonde met een wattenstaae. 3 Veeg het thermometerhuis af met een zacht, licht vochtig doekje. Let erop dat er tijdens het reinigen geen water in de lens komt. De thermometer kan anders beschadigd raken. Reinig de lens niet met een hard voorwerp om krassen en onnauwkeurige metingen te voorkomen. Reinig de thermometer niet met bijtende reinigingsmiddelen. Dompel tijdens het reinigen geen onderdelen van de thermometer onder in een vloeistof en let erop dat er geen vloeistof in de thermometer komt.
DesinfecterenAanbevolen desinfectiemiddelen:· isopropylalcoholoplossing (concentratie: 70%)· medicinale alcohol (concentratie: 75%)· natriumhypochlorietoplossing (concentratie: 3%)Desinfectiestappen:1 Bevochtig een schoon, zacht doekje met een kleine hoeveelheid van het desinfectiemid-del, veeg de thermometer af en maak hem snel droog. 2 Desinfecteer het thermometerhuis en het gebied rond de temperatuursonde met een doekje dat licht is bevochtigd met 75% me-dicinale alcohol.
Desinfecteer niet met hete stoom of ultraviolette straling om beschadiging of snelle veroudering van de thermometer te voorkomen. Het is aan te bevelen de thermometer telkens voor en na gebruik te desinfecteren. De thermometer is in minder dan een minuut gedesinfecteerd en de procedure hoeft per desinfectie slechts tweemaal te worden herhaald. Reinig en desinfecteer de thermometer bij een temperatuur van of +10°C ~ + 40°C (50°F ~ 104°F), een relatieve vochtigheid van 15% ~ 85% RV (geen condensatie) en een barometrische druk van 86 kPa ~ 106 kPa. 14 ONDERHOUDPreventieve inspectie en onderhoudsperiode:1 Controleer wekelijks of normaal gebruik van de thermometer tot gevaarlijke situaties kan leiden door bijvoorbeeld een gebroken lens, een gebarsten omhulsel of een vuile sensorkop. Gebruik de thermometer niet als dat het geval is. Maak een lang niet gebruikte thermometer eerst schoon.
2 Reinig telkens na gebruik de temperatuursonde zoals beschreven in het hoofdstuk Reiniging en desinfectie. 3 Bewaar de thermometer op een droge, stofvrije en goed geventileerde plaats. Zorg ervoor dat de thermometer niet is blootgesteld aan zonlicht. Zorg ervoor dat de opslag- en trans-portomgeving aan de eisen voldoet. 4 Controleer regelmatig op veiligheidsrisico’s. 5 Verwijder de batterijen als de thermometer langer dan twee maanden niet wordt gebruikt. 15 PROBLEMEN OPLOSSEN De thermometer kan niet worden ingeschakeld. Lage batterijspanning. Vervang de batterijen. De polariteit van de batterijen is omgekeerd. Zorg ervoor dat de batterijen correct zijn geplaatst. De thermometer is beschadigd. Neem contact op met de fabrikant. Er wordt weergegeven. De omgevingstemperatuur is lager dan °C (,°F) of hoger dan °C (°F).
De temperatuurmeting is lager dan het normale lichaamstemperatuurbereik. De lens van de temperatuursonde is vuil. Reinig de lens met een wattenstaae. De thermometersonde wordt niet recht voor het trommelvlies gehouden. Houd de thermometersonde recht voor het trommelvlies. De thermometer wordt binnen minuten gebruikt na uit een koude omgeving te zijn gehaald. Leg de thermometer in de meetomgeving en wacht langer dan minuten. De temperatuurmeting is hoger dan het normale lichaamstemperatuurbereik. De temperatuursonde is beschadigd. Neem contact op met de fabrikant. E-IM-IRT-200-002-NL-V2. indd 62E-IM-IRT-200-002-NL-V2. indd 62 23/06/2021 14:19:5223/06/2021 14:19:52.
· De thermometer is een niet-permanent geïn-stalleerd apparaat. 18 OPSLAG EN TRANSPORTDe thermometer kan worden getransporteerd met algemene transporthulpmiddelen. De thermometer moet tijdens het transport worden beschermd tegen hevige schokken, trillingen en regen. De thermometer moet verpakt worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte zonder bijtend gas. De omgevingstemperatuur moet tussen -20°C en +55°C (-4°F - 131°F) l iggen, de relatieve vochtigheid moet lager zijn dan 95% (niet-condenserend) en de atmosferische druk moet 50 – 106 kPa bedragen. 19 EMCINFORMATIE RICHTLIJN EN VERKLARING VAN DE FABRIKANTVerklaring VOORZICHTIG:· Voor de IRT-200 voorhoofd- en oorthermo-meter gelden speciale voorzorgsmaatregelen betreende EMC en het apparaat moet worden geïnstalleerd en in gebruik genomen volgens de EMC-informatie in de BIJGAANDE DOCUMENTEN.
· Draagbare en mobiele RF-communicatieappara-tuur kan van invloed zijn op de IRT-200 voorhoofd- en oorthermometer. · De IRT-200 voorhoofd- en oorthermometer mag niet naast of gestapeld op andere apparatuur worden gebruikt. Richtlijnen en verklaring van de fabrikant · Elektromagnetische emissie · Voor alle apparaten en systemen Richtlijn en verklaring van de fabrikant · Elektromagnetische emissieDe IRT-200 voorhoofd- en oorthermometer is bedoeld voor gebruik in de hieronder toegelichte elektromagnetische omgeving. De klant of gebruiker van de IRT-200 voorhoofd- en oorthermometer moet ervoor zorgen dat het apparaat in een dusdanige omgeving wordt gebruikt. Emissietest Naleving Elektromagnetische omgeving · RichtlijnenRF-emissie CISPR 11 Groep 1De IRT-200 voorhoofd- en oorthermometer maakt uitsluitend voor zijn interne functie gebruik van RF-energie.
Richtlijnen en verklaring van de fabrikant · Elektromagnetische immuniteit · Voor alle apparaten en systemen Richtlijnen en verklaring van de fabrikant · Elektromagnetische immuniteitDe IRT-200 voorhoofd- en oorthermometer is bedoeld voor gebruik in de hieronder toegelichte elektromagnetische omgeving. De klant of gebruiker van IRT-200 voorhoofd- en oorthermometer moet ervoor zorgen dat het apparaat in een dusdanige omgeving wordt gebruikt. Im muniteitstest IEC 60601 testniveau NalevingsniveauElektromagnetische omgeving · RichtlijnenElektrostatische ontlading (ESD) IEC 61000-4-2±6kV contact ±8 kV lucht±6 kV contact ±8 kV luchtVloeren moeten van hout, beton of keramische tegels zijn. Indien de vloeren zijn bekleed met een syn-thetisch materiaal moet de relatieve vochtigheid minstens 30% bedragen.
Stroomfrequentie (50/60 Hz) m agnetisch veld IEC 61000-4-83 A/m 3 A/mMagnetische velden met voedingsfre-quentie moeten een niveau hebben dat karakteristiek is voor een locatie in een commerciële of ziekenhuisomgeving. Richtlijnen en verklaring van de fabrikant · Elektromagnetische immuniteit · Voor niet-levensreddende apparaten en systemen Richtlijnen en verklaring van de fabrikant · Elektromagnetische immuniteitDe IRT-200 voorhoofd- en oorthermometer is bedoeld voor gebruik in de hieronder toegelichte elektromagnetische omgeving. De klant of gebruiker van de IRT-200 voorhoofd- en oorthermometer moet ervoor zorgen dat het apparaat in een dusdanige omgeving wordt gebruikt.
5GHzwaarbij P het nominale maximale uitgangsvermogen is van de zender in watt (W) volgens de fabrikant van de zender en d de aanbevolen afstand in meter (m). Veldsterktes van vaste RF-zenders, zoals bepaald door eenelektromagnetische inspectiea moeten kleiner zijn dan het nalevingsniveau in ieder frequentiebereik. b Er kan interferentie optreden in de nabijheid van apparatuur die de volgende symbolen bevatten:. OPMERKING 1: Bij 80 MHz en 800 MHz is het hogere frequentiebereik van toepassing. OPMERKING 2: Deze richtlijnen gelden mogelijk niet in alle situaties. Elektromagnetische overdracht wordt beïnvloed door de absorptie en reectie van structuren, voorwerpen en personen. a.
Veldsterktes van vaste zenders, zoals basisstations voor radiotelefoons (gsm/draadloos) en mobiele radio's op land, amateurradiodiensten, AM- en FM-radiozenders en tv-zenders kunnen theoretisch gezien niet nauwkeurig worden voorspeld. Om de elektromagnetische omgeving door vaste RF-zenders te beoordelen, moet een onderzoek naar de elektromagnetische omgeving worden overwogen. Indien de gemeten veldsterkte in de locatie waarin de IRT-200 wordt gebruikt het hierboven vermelde RF-nalevingsniveau overschrijdt, zou de IRT-200 geobserveerd moeten worden om de normale werking te controleren. Indien een abnormale werking wordt vastgesteld, zijn mogelijk bijkomende maatregelen vereist, zoals een heroriëntatie of verplaatsing van de IRT-200. b. Binnen het frequentiebereik van 150 kHz tot 80 MHz moet de veldsterkte minder dan 3 V/m bedragen. E-IM-IRT-200-002-NL-V2. indd 64E-IM-IRT-200-002-NL-V2.
Aanbevolen scheidingsafstanden tussen draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur en de APPARATUUR of het SYSTEEM · Voor NIET-LEVENSREDDENDE APPARATEN en SYSTEMEN De IRT-200 voorhoofd- en de thermometer is ontwikkeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving waarin uitgestraalde RF-storingen onder controle zijn. De klant of gebruiker van de IRT-200 voorhoofd- en oorthermometer kan elektromagnetische interferentie helpen voorkomen door de onderstaande, aanbevolen minimumafstand aan te houden tussen draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur (zenders) en de IRT-200 voorhoofd- en oorthermometer. Deze afstand wordt bepaald door de maximale uitgangsspanning van de communicatieapparatuur. Nominaal maximaal uitgangs-uitgangsvermogen van zender (W)Afstand volgens de frequentie van de zender (m)80MHz tot 800MHz d=[3. 5/E1]√P800MHz tot 2. 5GHz d=[7/E1]√ P0. 01 0. 12 0. 230. 1 0. 38 0.
731 1. 2 2. 310 3. 8 7. 3100 12 23Voor zenders met een nominaal uitgangsvermogen dat niet in de bovenstaande lijst staat, kan de aanbevolen afstand d in meters (m) worden geschat aan de hand van de vergelijking voor de zenderfrequentie, waarbij P het nominale maximale uitgangsvermogen voor de zender in watt (W) is, volgens de fabrikant van de zender. OPMERKING 1: Bij 80 MHz en 800 MHz is de scheidingsafstand voor het hogere frequentiebereik van toepassing. OPMERKING 2: Deze richtlijnen gelden mogelijk niet in alle situaties. Elektromagnetische overdracht wordt beïnvloed door de absorptie en reectie van structuren, voorwerpen en personen. 20 BEPERKTE GARANTIELANAFORM garandeert dat dit product geen onder-delen met gebreken en fabricagefouten bevat voor een periode van twee jaar vanaf de aankoopdatum, met uitzondering van de onderstaande gevallen.
Deze garantie op een product van LANAFORM dekt geen schade, veroorzaakt door een slecht of verkeerd gebruik van het toestel, een ongeluk, het bevestigen van niet-toegestane toebehoren, het aanpassen van het product of om het even welke andere omstandigheid, van welke aard ook, waar LANAFORM geen controle over heeft. LANAFORM kan niet aansprakelijk worden gesteld voor gevolgschade, niet-rechtstreekse schade of specieke schade van welke aard ook. Alle garanties die impliciet te maken hebben met de geschiktheid van het product zijn beperkt tot een periode van twee jaar, te rekenen vanaf de oorspronkelijke aankoopdatum in zover een aan-koopsbewijs voorgelegd kan worden. Na ontvangst zal LANAFORM het toestel herstellen of vervangen, naargelang het geval, en zal het u nadien ook terugsturen. De garantie wordt enkel uitgeoefend via het LANAFORM Service Center.
Elke onderhoudsactiviteit op dit product die wordt toevertrouwd aan elke andere persoon dan iemand van het LANAFORM Service Center annuleert deze garantie. 21 ADVIES OVER AFVALVERWIJDERINGDe verpakking is volledig samengesteld uit mili-euvriendelijke materialen die afgeleverd kunnen worden in het sorteercentrum van uw gemeente om gebruikt te worden als secundaire materialen. Het karton mag in een inzamelingscontainer voor papier geplaatst worden. De verpakkingsfolie kan ingeleverd worden bij het sorteer- en recyclagecen-trum van uw gemeente. Wanneer u het toestel niet langer gebruikt, dient u dit op milieuvriendelijke wijze en overeenkomstig de wettelijke richtlijnen te verwijderen. Verwijder de batterij en deponeer deze in een inzamelbak zodat deze gerecycleerd kan worden. De gebruikte batterijen mogen op geen enkele manier bij het huishoudelijk afval geplaatst worden.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Lanaform IRT-200 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Thermometer Lanaform
Handleiding Thermometer
Nieuwste handleidingen voor Thermometer