Kuppersbusch EKIW 957.0 Handleiding

Kuppersbusch Fornuis EKIW 957.0

Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch EKIW 957.0 (15 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 78 mensen. Heb je een vraag over Kuppersbusch EKIW 957.0 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

225645 N61
EKIW 957.0 F
BEDIENUNGSANWEISUNG
mit Montageanweisungen
Instructions for use and installation instructions
Instructions d'utilisation et avis de montage
Gebruiksaanwijzing en montagehandleiding
Istruzioni di uso e di montaggio
Instrucciones de uso y de montaje
Instruções de uso e de montagem
Ο∆ΗΓΙΕΣΧΡΗΣΗΣΚΑΙΣΥΝΑΡΜΟΛΟΓΗΣΗΣ

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Kuppersbusch
Categorie: Fornuis
Model: EKIW 957.0

Handleiding Kuppersbusch EKIW 957.0 – volledige tekst

46NLVerwijderen van de verpakkingVerwijder de transportverpakking op een zo milieubewust moge-lijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaalbespaart grondstoffen en vermindert de afvalberg. Verwijderen van oude apparatenHet symbool op het product of op de verpakkingwijst erop dat dit product niet als huishoudafvalmag worden behandeld. Het moet echter naareen plaats worden gebracht waar elektrische enelektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correctemanier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijkvoor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnenvoordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meerdetails in verband met het recyclen van dit product, neemt u hetbest contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of dedienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkelwaar u het product hebt gekocht.

Reglementair gebruikDe kookplaat mag alleen voor de bereiding van levensmiddelenin het huishouden worden gebruikt. Ze mag niet voor een anderdoel worden gebruikt. Hier vindt u. Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer uuw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnenvoor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onder-houd van het apparaat, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk„Wat te doen bij problemen. ”. Kleinere storingen kunt u vaak zelfverhelpen en u spaart op die manier onnodige servicekosten. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Geef dezegebruiks- en montageaanwijzing ter informatie en veiligheid aaneen nieuwe eigenaar door. Veiligheidsinstructies. 47 Voor aansluiting en werking. 47Voor de kookplaat. 47 Voor personen. 47 Beschrijving van het apparaat.

VeiligheidsinstructiesNL47Veiligheidsin st ructiesVoor aansluiting en werking • De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoor-schriften gebouwd. • Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van hetapparaat mogen alleen door een erkend vakman volgens degeldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondes-kundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico vooruw veiligheid. Voor de kookplaat • Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingesteldekookstand (powerstand) de inductiekookplaat niet zondertoezicht gebruiken. • Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid vande kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daar-bij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken. • Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kook-zones. • Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken.

Dat veroorzaaktbeschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikantkan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. • Schakel een kookzone na gebruik altijd met de min-toets uit enniet alleen met de panherkenning. • Oververhitte vetstoffen en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie steeds in debuurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen. Een deksel op de pan leggen, kookzone uitschakelen. • De keramische plaat is zeer resistent. Zorg er niettemin voordat er geen harde voorwerpen op de keramische plaat vallen. Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen bre-ken. • Bij scheuren, barsten of een breuk in de keramische kookplaathet apparaat onmiddellijk buiten bedrijf stellen. Onmiddellijk dehuishoudzekering uitschakelen en contact opnemen met deklantenservice.

• Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling nietmeer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de huishoudze-kering uitschakelen en contact opnemen met de klanten-service. • Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparaten.

Net-snoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen. • De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om ervoorwerpen op neer te leggen. • Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone hou-den, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechtenmet een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een spe-ciale glasschraper volledig van de keramische kookplaat ver-wijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen tevermijden. • Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek. ) mogenniet op de inductiekookplaat worden gelegd omdat ze heetkunnen worden. Gevaar voor verbranding. • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voor-werpen onmiddellijk onder de kookplaat leggen.

• Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen,kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de inductiekookplaatheet worden. Opgelet, kans op verbranding. Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilve-ren ringen) geldt dit niet. • Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingenop kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnendeze uiteenbarsten. • De sensoren schoonhouden omdat verontreinigingen door hetapparaat als vingercontact kunnen worden herkend. Nooitvoorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz. ) op de sensoren plaat-sen. Als pannen tot over de sensoren overkoken, is het aanbevolenop de UIT-toets te drukken. • Hete potten en pannen mogen de sensoren niet afdekken. Indat geval wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. • Als er zich in de woning huisdieren bevinden die aan de kook-plaat kunnen, moet de kinderbeveiliging worden geactiveerd.

• Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, magde inductiekookplaat niet worden gebruikt. Voor personen• Opgelet. Personen die niet vertrouwd zijn met de inbouwkookplaatmogen er alleen onder toezicht mee werken.

Kleine kinderensteeds uit de buurt houden en ervoor zorgen dat ze niet methet apparaat spelen. • Let op. De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden bijhet werken heet. Daarom moeten kleine kinderen principieeluit de buurt worden gehouden. • Personen met pacemakers of geïmplanteerde insulinepompenmoeten zich ervan verzekeren dat hun implantaten niet doorde inductiekookplaat worden beïnvloed (het frequentiebereikvan de inductiekookplaat bedraagt 20-50 kHz).

48Beschrijving van het apparaatNLBesc hrijving van he t apparaat 1. Kookzone links voor 2. Kookzone links achter 3. Wok-kookzone 4. Kookzone rechts achter 5. Kookzone rechts voor 6. Touch-Control-bedieningsveld 7. De keramische kookplaat 8. Bedieningstoetsen kookzone links achter 9. Bedieningstoetsen kookzone links voor 10. Bedieningstoetsen wok-kookzone 11. Bedieningstoetsen kookzone rechts achter 12. Bedieningstoetsen kookzone rechts voor 13. Automatische uitschakeltoets (timer) 14. Kookstandweergave en timerweergave 15. Min-toets 16. Plus-toets 17. STOP-toets 18. Controlelampje 19. Aan/Uit-toets 20. WokpanBediening door sensorenDe bediening van de keramische kookplaat gebeurt door touch-control-sensoren. De sensoren functioneren als volgt: met devingertop een symbool op het keramische oppervlak even aanra-ken. Elke correcte bediening wordt door een signaaltoon beves-tigd.

BedieningNL49BedieningDe kookplaatDe kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een induc-tiespoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagne-tisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in debodem van de pan een warmtevormende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door eenverwarmingselement via de pan op de te koken gerechten over-gedragen; de nodige warmte wordt m. b. v. inductiestromen directin de pan gevormd.

Voordelen van het inductiekookveld – Energiebesparend koken door rechtstreekse energieover-dracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaarmateriaal zijn noodzakelijk), – meer veiligheid, omdat de energie alleen wordt doorgegevenals er een pan op de kookzone staat, – energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem meteen hoog rendement, – hoge opwarmsnelheid, – weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen doorde panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten bran-den niet vast, – snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer. PandetectieAls er geen of een te kleine pan op de kookzone staat, als dekookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet met energie voor- zien. Een knipperende in de kookstandweergave maaktdaarop attent. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordtde ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergavebrandt.

De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordtverwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende. Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de panherken-ning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toege-voerd als nodig is. PanherkenningsgrenzenGebruiksduurbeperkingDe inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeper-king. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhanke-lijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen vande kookzone niet worden veranderd.

Als de gebruiksduurbeperking gereageerd heeft, wordt de kook-zone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aan-wijzing verschijnt een H. De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfs-duurbeperking, d. w. z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld alsde tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. auto-matische uitschakeling met 99 minuten en kookstand 12 ismogelijk). Andere functiesAls één of meer sensoren langer of tegelijk worden bediend (bijv. door een per ongeluk op de sensoren geplaatste pan) wordt erniet geschakeld. Het symbool knippert en er is gedurende een bepaalde tijdeen signaal te horen. Na een paar seconden wordt er uitgescha-keld. A. u. b. het voorwerp van de sensoren verwijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of dekookplaat uit- en inschakelen.

OververhittingsbeveiligingAls de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kanbij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer vol-doende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronicaoptreden, wordt ev. het vermogen van de kookzone automatischgereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertem-peratuur regelmatig E2 verschijnt, is de koeling waarschijnlijkonvoldoende. Ontbrekende koelopeningen in het meubel of een ontbrekendeafscherming kunnen de oorzaak zijn. Ev. moet de inbouw wordengecontroleerd. Kookzonediameter(mm)Minimum diameterpanbodem (mm)14521090135IngesteldekookstandGebruiksduurbeperking(Uur:Min)12345678910111210:368:407:045:535:094:203:453:122:442:191:531:30.

50BedieningNLServies voor inductiekookplaatDe pannen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt, moe-ten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en eenvoldoende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductiegeschikt is. Zo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is:Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan hetsymbool voor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest:Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de mag-neet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekookplaatgebruiken. Noot:Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor induc-tie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouw-wijze van deze pannen. Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken. Dat veroorzaaktbeschadigingen aan de pan en aan de kookplaat.

De fabrikantkan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Tips om energie te besparenHier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi-ciënt met uw nieuwe inductiekookplaat en het kookservies om tegaan. • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kookzone-diameter. • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houdendat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die ismeestal groter dan de panbodem. • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de over-druk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte berei-dingsduur blijven vitamines bewaard. • Let erop dat er altijd voldoende vloeistof in de snelkookpan is,want bij een leeggekookte pan kunnen de kookzone en de pandoor oververhitting worden beschadigd. • Kookpannen indien mogelijk altijd met een passend dekselsluiten. • Voor elke te bereiden hoeveelheid de passende pan gebrui-ken.

In de tabel vindt u toepassingsvoor-beelden voor de verschillende standen. RestwarmteweergaveDe keramische kookplaat is met een restwarmte-weergave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan derestwarmte worden gebruikt om te smelten en om gerechtenwarm te houden. Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding. Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maaralleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd. In de wokpan koken • Nooit met messen of andere scherpe voorwerpen in de wok-pan snijden of krassen. De oppervlaktecoating kan daardoorbeschadigd raken. • Tussen wokpan en kookplaat mogen er zich geen vreemdevoorwerpen of verontreinigingen bevinden. Die kunnen kras-sen veroorzaken. • De wokpan zonder inhoud niet te sterk verhitten.

Gebruik uitsluitend de meegeleverde wokpan van hoogwaardig,gecoat gietaluminium. Ze is aan de ronding van de wok-kom aan-gepast zodat het verwarmingsvermogen optimaal wordt benut. Als u een wokpan of een bijbehorend glazen deksel ter vervan-ging of als bijkomend exemplaar nodig hebt, kunt u zich tot deklantenservice van KÜPPERSBUSCH wenden.

BedieningNL51Bediening van de toetsenDe hier beschreven besturing verwacht na het bedienen van een (keuze-)toets daarna de bediening van een volgende toets. De volgende toets moet principieel binnen 10 seconden worden bediend,anders wordt de keuze geannuleerd. De plus-/min-toetsen kunnen apart worden aangeraakt of ingedrukt gehou-den worden. Kookplaat en kookzone inschakelen 1. Zolang op de Aan/Uit-toets drukken tot de kookstandweergaven 0aantonen. U hoort een kort signaal. De besturing is klaar voor gebruik. 2. Meteen daarna met de plus-toets of min-toets van een kookzoneeen kookstand kiezen. Door de plus-toets wordt de kookstand 1 inge-schakeld, door de min-toets kookstand 12. 3. Een metalen pan op de kookzone plaatsen. De panherkenning schakeltde inductiespoel in.

Zolang geen metalen pan op de kookzone wordt geplaatst, wisselt de aanwijzing tussen de ingestelde kookstand en het symbool. Zonderpan wordt de kookzone om veiligheidsredenen na 10 minuten uitgescha-keld. Meer hierover in het hoofdstuk „panherkenning”. Kookzone uitschakelen 4. a) Meermaals op de min-toets drukken tot de kookstandweergave 0aantoont, ofb) één keer tegelijk op de min-toets en plus-toets drukken. Dekookzone wordt vanop elke kookstand direct uitgeschakeld, ofc) op de Aan/Uit-toets drukken. De volledige kookplaat wordt uitge-schakeld (alle kookzones worden uitgeschakeld). Kookplaat uitschakelen 5. Op de Aan/Uit-toets drukken. De kookplaat wordt onafhankelijk vande instelling volledig uitgeschakeld. STOP-functieHet koken kan tijdelijk met de STOP-toets worden onderbroken, bijv. als eraan de deur wordt gebeld.

Om het koken met dezelfde kookstanden voort tezetten, moet de STOP-functie worden beëindigd. Een ev. ingestelde timerwordt gestopt en loopt daarna verder. Om veiligheidsredenen is deze functie slechts 10 minuten beschikbaar. Daarna wordt de kookplaat uitgeschakeld. 1. Het kookgerei staat op de kookzones en de gewenste kookstanden zijningesteld. 2. Op de STOP-toets drukken.

In plaats van de gekozen kookstandenverschijnen na elkaar de letters S-T-O-P. 3. De onderbreking wordt beëindigd door eerst op de STOP-toets endaarna op een willekeurige andere toets (behalve de Aan/Uit-toets) tedrukken. De tweede toets moet binnen 10 seconden worden bediend, anders wordt dekookplaat uitgeschakeld. geschikt voor inductie.

52BedieningNLKinderbeveiliging / vergrendelingDoor de kinderbeveiliging/ vergrendeling kunnen de bediening van de toetsenen de instelling van een kookstand worden geblokkeerd. Alleen de Aan/Uit-toets kan nog altijd worden bediend om de kookplaat uit te schakelen. Kinderbeveiliging inschakelen: 1. Op de Aan/Uit-toets drukken om de kookplaat in te schakelen. 2. Meteen daarna tegelijk op de automatische uitschakeltoets en demin-toets drukken om de functie te activeren. Het controlelampjeboven de Stop-toets brandt. De bediening is geblokkeerd. Kinderbeveiliging uitschakelen 3. Op de Aan/Uit-toets drukken. 4. Meteen daarna tegelijk op de automatische uitschakeltoets en demin-toets drukken om de functie uit te schakelen. Het controlelampjeboven de Stop-toets dooft uit.

Vergrendeling inschakelen (tijdens het koken): • Tegelijk op de automatische uitschakeltoets en de min-toets drukken om de functie te activeren. Het controlelampje boven de Stop-toets brandt. De bediening is geblokkeerd. Vergrendeling uitschakelen • Tegelijk op de automatische uitschakeltoets en de min-toets drukken om de functie uit te schakelen. Het controlelampje boven de Stop-toets dooft uit. Opmerkingen • De geactiveerde kinderbeveiliging/ vergrendeling blijft ook behouden alsde kookplaat uitgeschakeld is. Vooraleer weer kan worden gekookt, moetze daarom eerst gedesactiveerd worden. • Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde kinderbeveiliging beëindigd,d. w. z. gedesactiveerd. Powerstand (kookzones met P)De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschik-king. Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht.

Na 10 minuten wordt de powerstand automatisch uitgeschakeld. De Pverdwijnt en er wordt naar kookstand 12 teruggeschakeld. Noot: Om de powerstand vervroegd uit te schakelen, op de min-toets drukken. PowermanagementTelkens twee kookzones zijn – om technische redenen – tot een modulegecombineerd en beschikken over een maximaal vermogen. Als deze vermo-gensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctiewordt overschreden, reduceert het powermanagement de kookstand van debijbehorende module-kookzone. De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaalmogelijke kookstand constant getoond. Modules (powermanagement).

BedieningNL53Automatische uitschakeling (timer)Door de automatische uitschakeling wordt elke ingeschakelde kookzone naeen instelbare tijd automatisch uitgeschakeld. Er kunnen kooktijden van 1 tot99 minuten worden ingesteld. 1. Bij een kookzone een kookstand kiezen en een pan opzetten. 2. Op de bijbehorende automatische uitschakeltoets drukken. 3. Meteen daarna met de min-toets of de plus-toets de kooktijd van1 tot 99 minuten ingeven. Met de plus-toets begint de aangetoonde waarde bij 01, met de min-toetsbij 30. Door gelijktijdig aanraken van de plus- en min-toets wordt de instellingteruggezet (00). 4. Na afloop van de tijd wordt de kookzone uitgeschakeld. Er is een tijd langeen signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een wille-keurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken.

Opmerkingen • De ingestelde kooktijd kan steeds worden gewijzigd: op de automatische uitschakeltoets drukken en met de min- of plus-toets de kooktijdveranderen. • Automatische uitschakeling vervroegd wissen: op de automatische uit- schakeltoets drukken en één keer gelijktijdig op de min- en plus-toets drukken. • Het controlelampje knippert bij de timerweergave. • Het controlelampje knippert bij de kookstandweergave. Kookwekker (eierwekker)Als de overeenkomstige kookzone is uitgeschakeld, kan een kookwekkerworden geprogrammeerd. 1. De kookplaat inschakelen. 2. Op een automatische uitschakeltoets drukken. 3. Met de min-toets of de plus-toets de tijd in minuten instellen. Hetcontrolelampje boven de kookstandweergave brandt. Het controlelampje brandt als de inductiekookplaat is uitgeschakeld. 4.

Na afloop van de tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kan wor-den uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken. Opmerkingen:De kookwekker blijft ook dan in werking als de inductiekookplaat uitgescha- keld is. Om de tijd te wijzigen de kookplaat met de Aan/Uit-toets inschake-len.

54BedieningNLAankookautomatiekBij de aankookautomatiek gebeurt het aan de kook brengen met kookstand12. Na een bepaalde tijd wordt automatisch naar een lagere doorkookstand (1 tot 11) teruggeschakeld. Bij het gebruik van de aankookautomatiek moet alleen de doorkookstandworden gekozen waarmee de bereiding verder moet worden gekookt, omdatde elektronica automatisch terugschakelt. De aankookautomatiek is geschikt voor gerechten die koud worden opgezet,op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand niet perma-nent in het oog moeten worden gehouden (bijv. het koken van soepvlees). 1. Kookstand 0 instellen. 2. Meteen daarna door tegelijk op de plus-toets en de min-toets tedrukken de aankookautomatiek activeren. Afwisselend knippert dan A en 12 (A en , als er nog geen pan werdopgezet). 3. Meteen daarna met de min-toets een lagere kookstand 1 tot 11 kie-zen. 4.

De aankookautomatiek verloopt volgens de programmering. Na eenbepaalde tijd (zie tabel) wordt het kookproces op de doorkookstand voort-gezet. Opmerkingen • Tijdens de aankookautomatiek kan met de plus-toets de doorkookstand worden verhoogd. Door op de min-toets te drukken, wordt de aankook-automatiek uitgeschakeld. • Behoudt men na activering van de aankookautomatiek de stand 12 enkiest men geen lagere kookstand, wordt de aankookautomatiek na 10 sec. automatisch uitgeschakeld en stand 12 blijft behouden. • Indien een hoge kookstand of de powerstand wordt ingeschakeld, kan deaankookautomatiek eventueel wegens overschrijding van het maximalevermogen worden uitgeschakeld (zie powermanagement). Warmhoudfunctie Met de warmhoudfunctie kunnen gerechten die klaar zijn op een kook-zone warm gehouden worden. De kookzone wordt met laag vermogengebruikt. 1.

Kookgerei staat op een kookzone en een kookstand (bijv. 3) is gekozen. 2. Op de min-toets blijven drukken om de kookstanden te verlagen (. 3, 2, 1, ). Bij wordt gestopt, de warmhoudfunctie is ingescha-keld. 3.

Reiniging en onderhoudNL55Reiniging en onderhoud • Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen. • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoom-reinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat dekookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld. De keramische kookplaatBelangrijk. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoalsgrove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- envlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het bestetelkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en watafwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doekdroog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlakachterblijven. Wekelijks onderhoud2.

Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week gron-dig met gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een bescher-mende film, die water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingenblijven op de film en kunnen daarna veel gemakkelijker wordenverwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Ermogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlakachterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren enhet oppervlak veranderen. Speciale verontreinigingenSterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer-achtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als dekookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reini-gingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschre-ven.

Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen– in nog hete toestand – met een glasschraper. Daarna de kook-plaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen schillen of slaschoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschui-ven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geenzandkorrels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed opde werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hier-bij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet ver-wijderde en daarom ingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, inhet bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminium-bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnenalleen maar moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen wor-den verwijderd.

Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en doorschurende panbodems wordt het decor in de loop van de tijdafgeschuurd en er ontstaan donkere vlekken. Reinigen van de wokpan • Om ze schoon te maken moet de wokpanvoldoende afgekoeld zijn. • Voor het schoonmaken geen hulpmiddelengebruiken die de oppervlaktecoating kunnenbeschadigen. Gebruik alleen doeken of zachte borstels. • Eerst alle losse etensresten en vet uit de pan verwijderen. Maak de pan nu met water en wat afwasmiddel schoon. Metzuiver water uitspoelen en vervolgens droogwrijven.

56Wat te doen bij problemen. NL Wat te doen b ij problemen. Ongekwalificeerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijngevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluitingbestaat. Om lichamelijke schade en schade aan het apparaat tevoorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen der-gelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd. Denk eraanAls er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerstaan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken nietzelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit. Neem contact op met de klantenservice of een elektromonteur. De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld. • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gere-ageerd. • Is de aansluitingskabel aangesloten.

• Zijn de sensoren vergrendeld (kinderbeveiliging), d. w. z. hetcontrolelampje boven de Stop-toets brandt. • Zijn de tiptoetsen gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistofof een metalen voorwerp bedekt. A. u. b. verwijderen. • Wordt verkeerd servies gebruikt. Zie hoofdstuk „Servies voorinductiekookplaat”. Het symbool knippert en er is gedurende eenbepaalde tijd een signaal te horen. Er is een permanente bediening van de touch-control-sensorendoor overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voor-werpen. Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerpen ver-wijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of dekookplaat uit- en inschakelen. De foutcode E2 wordt getoond. De elektronica is te heet. De inbouw van de kookplaat controle-ren, in het bijzonder op goede beluchting letten. Zie hoofdstukOververhittingsbeveiliging. De foutcode U400 wordt getoond.

De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing wordt na 1suitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correctenetspanning aansluiten. Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond.

Er is een technisch defect. A. u. b. contact opnemen met deklantenservice. Het pansymbool verschijnt. Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwachtdat er een geschikte pan wordt opgezet (panherkenning). Pasdan wordt er energie afgegeven. Het pansymbool blijft verschijnen, hoewel er eenpan werd opgezet. De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diame-ter. De gebruikte kookpannen maken geluid. Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voorde inductiekookplaat of de pan. De koelventilator blijft na het uitschakelen noglopen. Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld. De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden). Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden. De kookplaat heeft barsten of breuken. Bij scheuren, barsten of een breuk in de keramische kookplaathet apparaat onmiddellijk buiten bedrijf stellen.

MontagehandleidingNL57MontagehandleidingOpmerkingDe KÜPPERSBUSCH-inductiekookplaat mag alleen volgens de instructies in deze handleiding worden ingebouwd: • boven een tussenbodeDe KÜPPERSBUSCH-inductiekookplaat mag niet boven een afwasmachine worden ingebouwd. Als dit voorschrift niet wordt nageleefd, sluit KÜPPERS-BUSCH elke aansprakelijkheid uit en verliezen de toege-kende keurmerken hun geldigheid. Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur • Het fineer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangren-zende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (>75°C). Als het fineer en de bekleding onvoldoende temperatuur-bestendig zijn, kunnen ze vervormen. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.

• Het gebruik van muurstrips van massief hout op het aanrecht-blad achter de kookplaat is toegelaten voor zover deminimumafstanden volgens de inbouwtekeningen wordengerespecteerd. • De minimumafstanden aan de achterkant van de kookplaat-uitsparingen moeten volgens de inbouwtekening worden gere-specteerd. • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheidsafstandvan minstens 40 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moetmet warmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed tekunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm tebedragen. • De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet minstens zogroot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap isvoorgeschreven. • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels,enz. ) moet uit de buurt van kinderen worden gebracht omdatdeze delen eventuele risicobronnen vormen.

Kleine onderde-len kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat verstikkingsge-vaar. Beluchting • De achterwand van de onderkast moet ter hoogte van deuitsparing in het aanrechtblad open zijn zodat de lucht kan cir-culeren.

• De voorste dwarslijst van het meubel moet worden verwijderdzodat onder het werkblad over de volledige breedte van hettoestel een opening voor de luchtdoorlaat van min. 7 mm ont-staat. • Eventuele dwarslijsten onder het aanrechtblad moeten ten-minste ter hoogte van de uitsparing in het aanrechtblad wor-den verwijderd. • De afstand tussen de inductiekookplaat en de keukenmeubelsof de ingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn zodat deinductieve gedeelten voldoende geventileerd worden. • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, magde inductiekookplaat niet worden gebruikt. MontageBelangrijke opmerkingen • Indien de kookplaat boven meubelgedeelten (zijwanden, ladene. d. ) ligt, moet een tussenbodem met een minimale afstandvan 20 mm t. o. v. de onderkant van de kookplaat worden inge-bouwd, zodat een toevallig contact niet mogelijk is.

De tussen-bodem mag alleen met gereedschap kunnen wordenverwijderd. • Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geenbrandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warmte vervorm-bare voorwerpen direct naast de kookplaat worden geplaatstof gelegd. KookplaatafdichtingVóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichtingzonder onderbreking worden ingelegd. • U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat enhet aanrechtblad of tussen het aanrechtblad en de muur vloei-stoffen in de daaronder ingebouwde elektrische apparatenkunnen indringen. • Bij inbouw van de kookplaat in een oneffen aanrechtblad, bijv. met een keramisch of vergelijkbaar oppervlak (tegels enz. )moet de pakking, die zich ev. aan de kookplaat bevindt, wor-den verwijderd. In de plaats daarvan moet de verbinding tus-sen kookplaat en aanrechtblad met plastischeafdichtmaterialen (kit) worden afgedicht.

Uitsparing in het aanrechtbladDe uitsparing in het aanrechtblad moet zo nauwkeurig mogelijkmet een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitge-zaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodater geen vocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingenuitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijkehoogte met het aanrechtblad liggen. Eventuele spanningen kun-nen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledigafsluit. De keramische kookplaat wordt ofwel met clips of met plaatstripsbevestigd.

MontagehandleidingNL58Clips • De clips op de aangegeven afstanden inde uitsparing van het aanrechtbladinslaan. Door de horizontale aanslag isgeen aanpassing in de hoogte nodig. • Belangrijk: de horizontale aanslag van declips moet vlak op het aanrechtblad liggen(breukgevaar vermijden). • De kookplaat volgens de afbeelding linksinzetten (a), justeren (b) en vastclipsen(c). • Om de clips te zekeren kunnen schroevenworden gebruikt.Belangrijk:Als de keramische kookplaat scheef zit ofspant, bestaat er verhoogd breukgevaarbij de montage! Minimumafstand tot naburige wanden Uitfreesmaat Buitenmaat kookplaat Kabeldoorvoer door de achterwand InbouwhoogtePlaatstrip • De kookplaat inzetten en justeren. • Onderlangs de plaatstrips met schroevenaan de voorziene bevestigingsgaten inzet-ten, justeren en vastzetten.

• De schroeven alleen met een schroeven-draaier met de hand vastzetten; geenelektrische schroevendraaier gebruiken. • Bij dunne aanrechtbladen op de juistepositie van de plaatstrip letten. Om deafstand te compenseren moet een metri-sche schroef in de plaatstrip worden inge-zet.Belangrijk:Als de keramische kookplaat scheef zit ofspant, bestaat er verhoogd breukgevaarbij de montage! Minimumafstand tot naburige wanden Uitfreesmaat Buitenmaat kookplaat Kabeldoorvoer door de achterwand Inbouwhoogte

MontagehandleidingNL59Elektrische aansluiting • De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een erkendvakman worden uitgevoerd. • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van deplaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt wordennageleefd. • Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie wordenvoorzien die het mogelijk maakt het apparaat met eencontactopeningswijdte van ten minste 3 mm met alle polen vanhet net te scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schakelaars, zekeringen en contactoren. Bij aansluiting enreparatie het apparaat met één van deze installaties stroom-loos maken. • De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van detrekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aan-sluitkabel met trek wordt belast. • De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder hetapparaat worden getrokken.

• U moet er ook op letten dat de netspanning met de op hettypeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt. • De inductiekookplaat is bij levering met een temperatuur-bestendige aansluitkabel uitgerust. • De aansluitleiding moet minstens van het type H05 RR-F zijn. • Als de aansluitleiding van dit apparaat wordt beschadigd, moetze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijk-aardig gekwalificeerde persoon worden vervangen om risico'ste vermijden. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Let op: door een verkeerde aansluiting kan de vermogenselek-tronica worden vernield.

AansluitwaardenNetspanning: 220 - 240V~, 50-60 HzNominale componentenspanning: 230 - 240VAansluitingsmogelijkhedenTechnische gegevens* Vermogen bij ingeschakelde powerstandInbedrijfstellingNa het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van devoedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftestvan de besturing plaats en verschijnt er een service-informatievoor de klantenservice.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch EKIW 957.0 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden