Husqvarna 701 Supermoto (2024) Handleiding

Husqvarna Motor 701 Supermoto (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna 701 Supermoto (2024) (139 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Husqvarna 701 Supermoto (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/139
BEDIENINGSHANDLEIDING2024
701Supermoto
Artikelnr.3402757nl

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Husqvarna
Categorie: Motor
Model: 701 Supermoto (2024)

Handleiding Husqvarna 701 Supermoto (2024) – volledige tekst

BESTE HUSQVARNA MOTORCYCLES-KLANT,*3402757nl*3402757nl09. 10. 2023BESTE HUSQVARNAM OTORCYCLES-KLAN T,We wensen u veel geluk met uw keuze voor een Husqvarna-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modernen sportief voertuig dat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken. We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe. Vul hieronder het serienummer van uw voertuig in. Voertuigidentificatiennummer ( pag. 13) Stempel van de dealerMotornummer ( pag. 14)Sleutelnummer ( pag. 13)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet wor-den uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.

Husqvarna Motorcycles GmbH houdt zich het recht voor tech-nische gegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingenen dergelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder ver-goeding te annuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald modelzonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. Husqvarna Motorcycles is niet aansprakelijk voor leverings-mogelijkheden, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. De afgebeeldemodellen zijn voor een deel voorzien van speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.

© 2023 Husqvarna Motorcycles GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan metschriftelijke toestemming van de auteur. ISO 9001(12 100 6061)Husqvarna Motorcycles past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwa-liteitsmanagementsnorm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.

SYMBOLEN EN FORMATERINGEN 151.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen.Laat de werkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerdeHusqvarna Motorcycles-garage!

Daar wordt uw motorfiets door speciaal geschooldevakkundige medewerkers met het benodigde speciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vakter-men die in de begrippenlijst worden uitgelegd.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN62. 1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikDit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij normaal gebruik in het verkeerkan weerstaan. Dit voertuig is niet geschikt voor gebruik op racecircuits en niet-geasfalteerde wegen. InfoDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering toegelaten voor het rijden op de openbare weg. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifi-caties voor het toepassingsgebied. 2.

3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen inde tekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschu-wingsstickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als dezeontbreken kunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.

WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgs-maatregelen neemt.

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buitenwerking is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten dieuitlaatgassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.

3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelenvan het inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voorzichzelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood totgevolg hebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.

– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, alsdeze voertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebrui-ken. Voor het wegverkeer is het juiste rijbewijs vereist. Storingen die de veiligheid beperken, onmiddellijk door een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garagelaten verhelpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen als-mede broek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert Husqvarna Motorcycles om het voertuig uitsluitend met geschikte bescher-mende kleding te gebruiken. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of trans-pondersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist.

Deze maken geen deel uit van het voertuig,maar kunnen worden besteld onder vermelding van de aangegeven nummers tussen haakjes. Voorbeeld: lager-trekker (15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansie-schroeven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuweonderdelen vervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen vande fabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddelaanbrengen.

Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2.

9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemenen conflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaalgebruiken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de gel-dende wet- en regelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen bestaat er geenwettelijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer is u graag van dienst.

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 292.10 BedieningshandleidingLees de bedieningshandleiding beslist goed en volledig door voordat u voor het eerst gaat rijden. In de bedie-ningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudiger maken. Alleen zokomt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letsel kunt beschermen.InfoBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.Neem contact op met een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer als u meer over het voertuig wiltweten of als tijdens het lezen iets niet duidelijk is.De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig.

Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download beschikbaar bij uw geautoriseerdeHusqvarna Motorcycles-dealer en op de Husqvarna Motorcycles-website. Via uw gecertificeerdeHusqvarna Motorcycles‑dealer kan ook een afgedrukt exemplaar worden besteld.Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www.husqvarna‑motorcycles.com

3 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN103. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde Husq-varna Motorcycles-garage worden uitgevoerd en moeten in het Husqvarna Motorcycles Dealer. net wordenbevestigd, omdat anders de garantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/ofwijzigingen aan het voertuig is veroorzaakt, bestaat er geen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.

3 Reserveonderdelen, toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door Husqvarna Motorcycles zijnvrijgegeven en/of aanbevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage monte-ren. Voor andere producten en daardoor veroorzaakte schade is Husqvarna Motorcycles niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer adviseert u graag. Het actuele Husqvarna Motorcycles Technische Zubehör voor uw voertuig vindt u op deHusqvarna Motorcycles-website. Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www. husqvarna‑motorcycles. com3.

4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan dein de bedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en hetchassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.

Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals bij stoffige omgeving, sterkeregen, hoge temperaturen of met zware bagage, kunnen componenten zoals luchtfilter, aandrijving, remsys-temen of veringscomponenten duidelijk sneller verslijten. Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor hetbereiken van het volgende service-interval te controleren of te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtne-ming daarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen.

Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voorde betreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt u zich aan de aanwijzingen in de tekst. 3. 6 KlantenserviceDe geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer beantwoordt graag uw vragen over uw voertuig of overHusqvarna Motorcycles. De lijst met geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealers vindt u op de Husqvarna Motorcycles-website. Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www. husqvarna‑motorcycles. com.

SERIENUMMERS 5135.1 Voertuigidentificatiennummer401945-10Het voertuigidentificatienummer1is aan de rechterkant van hetbalhoofd gegraveerd.5.2 TypeplaatjeH01055-10Het typeplaatje Europa1bevindt zich rechts aan het frame.Het typeplaatje Australië2bevindt zich links aan het frame.5.3 Sleutelnummer402642-10Sleutelnummer1staat op de KEYCODECARD.InfoU hebt het sleutelnummer nodig voor het bestellen vaneen reservesleutel. Bewaar de KEYCODECARD op eenveilige plaats.

BEDIENINGSELEMENTEN 6156.1 KoppelingshendelM02152-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aan-gebracht.De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijge-steld.6.2 RemhendelV01904-10De remhendel1is aan de rechterzijde van het stuur aange-bracht.De voorwielrem wordt geschakeld met de remhendel.6.3 GashendelV01906-10De gashendel1is aan de rechterzijde van het stuur aange-bracht.6.4 ClaxonknopV01907-10De claxonknop1is links aan het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Claxonknop in de uitgangspositie• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxonbediend.

6 BEDIENINGSELEMENTEN166.5 LichtschakelaarV01907-12De lichtschakelaar1is aan de linkerzijde van het stuur aange-bracht.Mogelijke toestandenDimlicht aan – Lichtschakelaar naar benedengeschakeld. In deze stand is het dimlicht enachterlicht ingeschakeld.Groot licht aan – Lichtschakelaar naar bovengeschakeld. In deze stand is het groot licht enachterlicht ingeschakeld.6.6 RichtingaanwijzerschakelaarV01907-11De richtingaanwijzerschakelaar1is aan de linkerzijde van hetstuur aangebracht.Mogelijke toestandenRichtingaanwijzer uitRichtingaanwijzer links aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar links geschakeld. De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.Richtingaanwijzer rechts aan – Richtingaanwijzer-schakelaar naar rechts geschakeld.

De richtingaan-wijzerschakelaar springt na het schakelen terug in demiddelste stand.Voor het uitschakelen van de richtingaanwijzer moet u de rich-tingaanwijzerschakelaar richting de schakelaarbehuizing duwen.6.7 NoodstopschakelaarV01906-11De noodstopschakelaar1is aan de rechterzijde van het stuuraangebracht.Mogelijke toestandenNoodstopschakelaar uit – In deze stand is het ont-stekingscircuit onderbroken. Een draaiende motorschakelt uit en een stilstaande motor kan niet wor-den gestart.Noodstopschakelaar aan – Deze stand is noodzake-lijk bij het rijden, het ontstekingscircuit is gesloten.6.8 StartknopV01906-12De startknop1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.Mogelijke toestanden• Startknop in de uitgangspositie• Startknopingedrukt – In deze stand wordt de startmotorgeactiveerd.

De tractiecontrole is gedeactiveerd.H02887-01De combinatieschakelaar geeft de actuele instelling van de rijmo-dus en van de tractiecontrole weer.Met de knop MAP aan de combinatieschakelaar worden de rij-modus, de tractiecontrole en de ABS-modus gewijzigd.Met de knop TC van de combinatieschakelaar wordt de tractie-controle geactiveerd of gedeactiveerd.InfoElke keer bij het inschakelen van het contact gaan alledrie leds van de schakelaar branden voor een functiecon-trole.Als alle drie leds tijdens het bedrijf branden, heeft demotorbesturingsunit een fout herkend. Onmiddellijk eengeautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage opzoeken.6.10 Contact- en stuurslotS00994-01Het contact-/stuurslot bevindt zich voor het zadel.Mogelijke toestandenOntsteking uit OFF – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken. Een draaiende motor scha-kelt uit en een stilstaande motor schakelt niet in.

Decontactsleutel kan eruit worden getrokken.Contact ingeschakeld ON – In deze stand is het ont-stekingscircuit gesloten en kan de motor wordengestart.Stuur geblokkeerd – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken en het stuur geblokkeerd.De contactsleutel kan eruit worden getrokken.

6 BEDIENINGSELEMENTEN186.11 Overzicht controlelampjesS04615-01Mogelijke toestandenABS-waarschuwingslampje brandt/knippert geel– Als het ABS-waarschuwingslampje brandt, is hetABS niet actief. Het ABS-waarschuwingslampjebrandt ook als er een fout wordt herkend.Contact opnemen met geautoriseerdeHusqvarna Motorcycles-garage. Als hetABS-waarschuwingslampje langzaam knippert, is deABS-modus Supermoto actief.Controlelampje groot licht brandt blauw – Groot lichtis ingeschakeld.Waarschuwingslampje brandstofpeil brandt oranje– Brandstofpeil heeft de reservemarkering bereikt.Controlelampje storing brandt oranje – DeOBD heeft een fout in de voertuigelektronicageconstateerd. Volgens de verkeersregels stoppenen contact opnemen met een geautoriseerdeHusqvarna Motorcycles-garage.Waarschuwingslampje koelmiddeltemperatuurbrandt rood – Koelmiddeltemperatuur heeft eenkritische waarde bereikt.

Volgens de verkeersregelsstoppen, de motor afzetten, laten afkoelen en hetkoelmiddelpeil controleren.Controlelampje stationair brandt groen – Versnellingis in positie vrij geschakeld.Controlelampje richtingaanwijzer knippert groen– Richtingaanwijzer is ingeschakeld.Waarschuwingslampje oliedruk brandt rood – Olie-druk is te laag. Onmiddellijk veilig stoppen en demotor afzetten.TC-controlelampje brandt/knippert geel – Als hetTC-controlelampje brandt, is de bochten-MTC( pag. 37) niet actief. Als het TC-controlelampjeen beide rijmoduslampjes gelijktijdig branden,is een fout herkend. Contact opnemen metgeautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage. HetTC-controlelampje knippert als bochten-MTC actiefingrijpt.6.12 ZadelontgrendelingV00492-10De handgreep1ontgrendelt het zadel.

BEDIENINGSELEMENTEN 6196.13 GrepenS00997-10De grepen1zijn bestemd voor het rangeren van de motorfiets.Bij het rijden met een passagier kan deze zich hieraan vasthou-den.6.14 Voetsteun passagierF00590-10De voetsteunen voor de passagier kunnen worden ingeklapt.Mogelijke toestanden• Voetsteun passagier ingeklapt – Voor het rijden zonder pas-sagier.• Voetsteun passagier uitgeklapt – Voor het rijden met passa-gier.6.15 Versnellingshendel401950-10De versnellingshendel1is aan de linkerzijde van de motorgemonteerd.401950-11De positie van de versnellingen zijn weergegeven op de afbeel-ding.De neutrale of vrije stand bevindt zich tussen de 1e en 2e ver-snelling.

6 BEDIENINGSELEMENTEN206.16 Rempedaal401956-10Het rempedaal1bevindt zich voor de voetsteun.De achterwielrem wordt geschakeld met het rempedaal.6.17 Zijstandaard401943-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoTijdens het rijden moet de zijstandaard opgeklapt zijn.De zijstandaard is gekoppeld aan het veiligheidsstartsys-teem. Lees de rijinstructies.Mogelijke toestanden• Zijstandaard uitgeklapt – Het voertuig kan op de zijstan-daard worden neergezet. Het veiligheidsstartsysteem isactief.• Zijstandaard ingeklapt – Deze stand is altijd nodig als u gaatrijden.

Het veiligheidsstartsysteem is niet actief.6.18 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.

BEDIENINGSELEMENTEN 621AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.V00525-10–Klep1op de tankdop openklappen en contactsleutel inste-ken.– Contactsleutel 90° tegen de klok in draaien en tankdop ver-wijderen.InfoDe tankdop is voorzien van een brandstoftankontluch-ting.6.19 Tankdop sluitenH00393-01– Tankdop plaatsen en contactsleutel 90° met de klok meedraaien.– Contactsleutel uittrekken en klep dichtklappen.

27)7- knop7.2 Activering en testS04360-01Gecombineerd instrument activerenHet gecombineerde instrument wordt geactiveerd als het contactwordt ingeschakeld.DisplaytestVoor de functiecontrole van het display lichten kort alle indicatie-segmenten op.7.3 Gecombineerd instrument instellenVoorwaardenDe motorfiets staat stil.S04366-01– Beide knoppen 3 - 5 seconden ingedrukt houden.Het setupmenu wordt weergegeven.InfoIn het setupmenu kunnen alle weergaven wordengeactiveerd en gedeactiveerd.S04362-01– Met de + knop de gewenste weergave selecteren.– Met de ‑ knop de geselecteerde weergave activeren of deac-tiveren.InfoEen geactiveerde weergave knippert snel.Een gedeactiveerde weergave knippert langzaam.– De + knop zo vaak indrukken tot het setupmenu wordt geslo-ten.InfoAls het setupmenu gesloten is, kan met de + of ‑ knoptussen de geactiveerde indicaties worden gewisseld.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7237.4 Kilometer of mijl instellenInfoAls de eenheid wordt gewijzigd, blijft de waarde bewaard en wordt dienovereenkomstig omgerekend.Landspecifieke instelling aanpassen.VoorwaardenDe motorfiets staat stil.S04361-01– Beide knoppen 3 - 5 seconden ingedrukt houden.Het setupmenu wordt weergegeven.– De + knop zo vaak indrukken tot in de weergave km of mpknippert.– Met de ‑ knop van km naarmp of van mp naar km wisselen.– De + knop indrukken.De ingevoerde instelling wordt overgenomen en hetsetupmenu wordt gesloten.7.5 Tijd instellenVoorwaardenDe motorfiets staat stil.S04363-01– De + of ‑ knop zo vaak indrukken tot in het gecombineerdeinstrument de weergave CLK verschijnt.– De ‑ knop 3-5 seconden ingedrukt houden.Het gecombineerde instrument wisselt naar de instelmo-dus van de klok.– De ‑ knop indrukken om de 24 uursweergave of de 12 uurs-weergave van de klok te selecteren.– Met de + knop de selectie bevestigen.De instelling wordt overgenomen en het gecombineerdeinstrument wisselt naar het volgende menupunt.S04367-01– Met de ‑ knop de uren instellen.– Met de + knop de selectie bevestigen.De instelling wordt overgenomen en het gecombineerdeinstrument wisselt naar het volgende menupunt.– Met de ‑ knop de minuten instellen.– Met de + knop de selectie bevestigen.De instelling wordt overgenomen en de instelmoduswordt gesloten.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT247.6 Service-interval instellenVoorwaardenDe motorfiets staat stil.S04375-01–De + of ‑ knop zo vaak indrukken tot SER in het gecombi-neerd instrument wordt weergegeven.– De ‑ knop zo lang indrukken tot de service-intervalindicatiebegint te knipperen.–De ‑ knop zo vaak indrukken tot het gewenste service-intervalwordt weergegeven.InfoDe weergave kan in een bereik van 500 tot 10.000worden ingesteld.– De ‑ knop 3-5 seconden ingedrukt houden tot de weergaveniet meer knippert.7.7 Traject 1S04369-01– De + of ‑ knop zo vaak indrukken tot TR1 in het gecombi-neerd instrument wordt weergegeven.TR1 geeft de afstand 1 aan sinds de laatste reset, bijvoorbeeldtussen twee tankstops.InfoAls de waarde 9999,9 wordt overschreden, wordt TR1automatisch gereset op 0,0.Knop kortindrukken.Volgende weergavemodusKnop kortindrukken.Volgende weergavemodusKnop 2 -3 secondenindrukken.TR1 wordt op 0,0 gereset.7.8 Traject 2S04370-01– De + of ‑ knop zo vaak indrukken tot TR2 in het gecombi-neerd instrument wordt weergegeven.TR2 geeft de afstand 2 aan sinds de laatste reset, bijvoorbeeldtussen twee tankstops.InfoAls de waarde 9999,9 wordt overschreden, wordt TR2automatisch gereset op 0,0.Knop kortindrukken.Volgende weergavemodusKnop kortindrukken.Volgende weergavemodus

GECOMBINEERD INSTRUMENT 725Knop 2 -3 secondenindrukken.TR2 wordt op 0,0 gereset.7.9 Gemiddelde snelheid 1S04371-01– De + of ‑ knop zo vaak indrukken tot A1 in het gecombineerdinstrument wordt weergegeven.A1 geeft de gemiddelde snelheid 1 sinds de laatste reset aan.Knop kortindrukken.Volgende weergavemodusKnop kortindrukken.Volgende weergavemodusKnop 2 -3 secondenindrukken.A1 wordt op 0,0 gereset.7.10 Gemiddelde snelheid 2S04372-01– De + of ‑ knop zo vaak indrukken tot A2 in het gecombineerdinstrument wordt weergegeven.A2 geeft de gemiddelde snelheid 2 sinds de laatste reset aan.Knop kortindrukken.Volgende weergavemodusKnop kortindrukken.Volgende weergavemodusKnop 2 -3 secondenindrukken.A2 wordt op 0,0 gereset.7.11 Rijtijd 1S04373-01– De + of ‑ knop zo vaak indrukken tot T1 in het gecombineerdinstrument wordt weergegeven.T1 geeft de rijtijd 1 sinds de laatste reset aan.Knop kortindrukken.Volgende weergavemodusKnop kortindrukken.Volgende weergavemodusKnop 2 -3 secondenindrukken.T1 wordt op 0,0 gereset.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT267.12 Rijtijd 2S04374-01– De + of ‑ knop zo vaak indrukken tot T2 in het gecombineerdinstrument wordt weergegeven.T2 geeft de rijtijd 2 sinds de laatste reset aan.Knop kortindrukken.Volgende weergavemodusKnop kortindrukken.Volgende weergavemodusKnop 2 -3 secondenindrukken.T2 wordt op 0,0 gereset.7.13 BedrijfsurentellerS04365-01– De + of ‑ knop zo vaak indrukken tot ART in het gecombi-neerd instrument wordt weergegeven.ART geeft de bedrijfsuren van de motorfiets weer7.14 KlokS04377-01– De + of ‑ knop zo vaak indrukken tot CLK in het gecombi-neerd instrument wordt weergegeven.CLK geeft de tijd weer.7.15 Service-intervalindicatieS04394-10– De + of ‑ knop zo vaak indrukken tot SER in het gecombi-neerd instrument wordt weergegeven.SER geeft de resterende kilometers tot de volgende service aan.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7277.16 ToerentalindicatieS04399-01– De + of ‑ knop zo vaak indrukken tot RPM in het gecombi-neerd instrument wordt weergegeven.Voorgeschreven waardeToerental per symbool ca.8 1.000 1/min88 3.000 1/min888 4.000 1/min8888 5.000 1/min88888 7.000 1/min888888 9.000 1/minRPM geeft het actuele motortoerental weer.InfoVóór de eerste service knippert de toerentalindica-tie altijd met een langzame frequentie (5 Hz) als hetmotortoerental 6500 1/min bereikt.De toerentalindicatie knippert met een langzame fre-quentie (5 Hz) in volgende gevallen: de koelmiddel-temperatuur bedraagt minder dan 35 °C en het motor-toerental bereikt 6500 1/min of het aanbevolen scha-keltoerental van 8000 1/min wordt bereikt.De toerentalindicatie knippert met een snelle frequen-tie (10 Hz) als het maximale motortoerental wordtbereikt.7.17 odometerS04379-01– De + of ‑ knop zo vaak indrukken tot ODO in het gecombi-neerd instrument wordt weergegeven.ODO geeft de totale kilometerstand van de motorfiets weer.7.18 VersnellingsindicatieS04380-01De versnellingsindicatie geeft de geschakelde versnelling aan.InfoDe versnellingsindicatie bevindt zich links op het display.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT287.19 ServiceweergaveS04382-01De serviceweergave bevindt zich linksboven op het display.InfoAls de serviceweergave verschijnt, moet er service wor-den uitgevoerd. Contact opnemen met geautoriseerdeHusqvarna Motorcycles-garage.7.20 Traject brandstofreserveS04395-10Als het brandstofpeil de reservemarkering heeft bereikt, ver-schijnt op het display TR1 F en het brandstofpeilwaarschuwings-lampje1begint te branden.Deze weergave kan met de + of ‑ knop worden gesloten.InfoDeze weergave geeft het afgelegde traject sinds het beginvan de brandstofreserve weer.Als de weergave wordt gesloten, blijft het brandstofpeil-waarschuwingslampje branden.Na het tanken kan de weergave met de + of ‑ knop wor-den teruggezet.

INBEDRIJFSTELLING 8298. 1 Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstellingGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voorzichzelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. WaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen als-mede broek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. WaarschuwingGevaar voor vallen Verschillende profielen van voor- en achterwiel beïnvloeden het rijgedrag.

Verschillende profielen kunnen de controle over het voertuig aanzienlijk moeilijker maken. – Zorg ervoor dat voor- en achterwiel steeds van banden met hetzelfde profiel zijn voorzien. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Niet-vrijgegeven of aanbevolen banden en wielen bemoeilijken het rijgedrag. – Gebruik alleen door Husqvarna Motorcycles goedgekeurde en aanbevolen banden en wielen metde bijbehorende snelheidsindex. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Nieuwe banden hebben minder grip. Bij nieuwe banden is het loopvlak nog niet opgeruwd. – Rijd nieuwe banden in met een rustige rijstijl en vergroot de hellingshoek van de motorfiets geleide-lijk. Inrijdafstand 200 kmWaarschuwingGevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting. Als het rempedaal niet wordt vrijgegeven slijten de remplaketten ononderbroken. – De voet van het rempedaal nemen, als u niet wilt afremmen.

– Zorg ervoor dat de werkzaamheden van de controle voor de verkoop worden uitgevoerd door een geautori-seerde Husqvarna Motorcycles-dealer. U ontvangt het leveringsdocument bij de overdracht van het voertuig. – Voordat u voor het eerst gaat rijden, moet u de volledige bedieningshandleiding goed doorlezen. – Zorg ervoor dat u vertrouwd raakt met de bedieningselementen. – Uitgangspositie van de koppelingshendel instellen. ( pag. 65)– Uitgangspositie van de handremhendel instellen. ( pag. 68)– Uitgangspositie van het rempedaal instellen. ( pag. 72).

8 INBEDRIJFSTELLING30– Oefen voordat u een lange rit gaat maken eerst op een geschikt terrein, zodat u gewend raakt aan hetbesturen van de motorfiets. Probeer ook eens zo langzaam mogelijk te rijden en staand te rijden, zodat umeer gevoel voor de motorfiets krijgt. – Houd tijdens het rijden het stuur met beide handen vast en laat de voeten op de voetsteunen rusten. – Maak geen ritten die uw vaardigheden en ervaring te boven gaan. –Motor inrijden. ( pag. 30)8. 2 Motor inrijden– Tijdens de inrijperiode de aangegeven rijsnelheid in de desbetreffende versnelling niet overschrijden. Voorgeschreven waardeTijdens de eerste 1. 000 kmMaximale snelheid per versnelling1e versnelling 50 km/h2e versnelling 70 km/h3e versnelling 90 km/h4e versnelling 110 km/h5e versnelling 125 km/h6e versnelling 140 km/h– Vol gas geven vermijden. 8.

3 Voertuig beladenWaarschuwingGevaar voor ongevallen Totaal gewicht en aslasten beïnvloeden het rijgedrag. Het totaalgewicht is samengesteld uit het gewicht van de gebruiksklare en volgetankte motorfiets, debestuurder en evt. passagier met beschermende kleding en helm, evt. aangebrachte bagage. – Overschrijd het hoogst toegestane totaalgewicht en de aslasten niet. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Verkeerde montage van koffers, tanktassen of andere bagage heeft invloedop het rijgedrag. Onjuist gemonteerde bagage kan tijdens de rit wegglijden. – De gehele bagage volgens de gegevens van de fabrikant monteren en vastmaken. – Controleer regelmatig of de bagage op uw motorfiets goed vastzit. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Bij hoge snelheid verandert de rijkarakteristiek als bagage is gemonteerd. – De snelheid aan eventuele extra belading aanpassen.

INBEDRIJFSTELLING 831WaarschuwingGevaar voor ongevallen Verschoven bagage beperkt de zichtbaarheid.Als het achterlicht is afgedekt bent u, vooral als het donker is, slechter zichtbaar voor andere verkeer-deelnemers.– Controleer regelmatig of de bagage op uw motorfiets goed vastzit.WaarschuwingGevaar voor ongevallen Hoge belading verandert het rijgedrag en verlengt de remweg.– De snelheid aan eventuele extra belading aanpassen.WaarschuwingGevaar voor brand Een heet uitlaatsysteem kan de bagage doen verbranden.– De bagage zo bevestigen, dat deze niet aan het hete uitlaatsysteem kan verbranden of schroeien.– Wanneer bagage wordt meegenomen, moet deze zo veel mogelijk in het midden van het voertuig veiligworden vastgezet en het gewicht moet gelijkmatig zijn verdeeld over het voor- en achterwiel.– Het maximaal toegestane totaalgewicht en de maximaal toegestane aslasten aanhouden.Voorgeschreven waardeMaximaal toegestaan totaalgewicht 350 kgHoogst toegestane asbelasting voor 150 kgMaximale asbelasting achter 200 kg

9 RIJ-INSTRUCTIES329.1 Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfstellingInfoVoordat u gaat rijden, controleren of het voertuig in een goede staat is en of er veilig mee kan wordengereden.Bij het rijden moet het voertuig technisch in een onberispelijke staat zijn.H02217-01– Motoroliepeil controleren. ( pag. 104)– Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. ( pag. 69)– Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren.( pag. 73)– Remvoeringen en remvoeringborging van de voorwielremcontroleren. ( pag. 71)– Remvoeringen en remvoeringborging van de achterwielremcontroleren. ( pag. 75)– Controleren of het remsysteem goed werkt.– Koelmiddelpeil controleren. ( pag. 96)– Vervuiling van de ketting controleren. ( pag. 58)– Kettingspanning controleren. ( pag. 59)– Bandentoestand controleren. ( pag. 81)– Bandenspanning controleren. ( pag.

83)– Controleren of alle bedieningselementen goed zijn ingestelden soepel bewegen.– Werking van de elektrische installatie controleren.– Controleren of de bagage correct is bevestigd.– Op de motorfiets gaan zitten en de stand van de achteruit-kijkspiegel controleren.– Brandstofvoorraad controleren.9.2 Voertuig startenGevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood totgevolg hebben.– Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie.– Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.VoorzichtigGevaar voor ongevallen Elektrische componenten en veiligheidsvoorzieningen raken bij lege of ont-brekende 12V-accu beschadigd.Bij ontladen of defecte 12V-accu kunnen vooral bij het starten storingen in de voertuigelektronicaoptreden.– Motorfiets nooit met een lege 12V-accu of zonder 12V-accu gebruiken.AanwijzingMotorschade Hoge toerentallen bij koude motor hebben een negatief effect op de levensduur van de motor.– Rij de motor altijd met een laag toerental warm.

RIJ-INSTRUCTIES 933B00782-10– Noodstopschakelaar in stand schakelen.– Contact inschakelen, daarvoor de contactsleutel in destand ON draaien.Voorgeschreven waardeOm storingen in de besturingsunit-communicatie te vermij-den, het contact niet snel achtereenvolgens uit- en weerinschakelen.Na het inschakelen van het contact is gedurende onge-veer 2 seconden het geluid van de werkende brandstof-pomp te horen.

Tegelijkertijd wordt de functiecontrolevan het gecombineerde instrument uitgevoerd.Het ABS-waarschuwingslampje gaat branden en gaatweer uit wanneer het voertuig begint te rijden.– Versnelling in stationair schakelen.Het groene controlelampje stationair N brandt.– Startknop indrukken.InfoStartknop pas indrukken, nadat de functiecontrole vanhet gecombineerde instrument is afgesloten.Bij het starten geen gas geven.Bij een mislukte startpoging 15 seconden wachten totde volgende startpoging.Na 6 mislukte startpogingen niet meer verder starten,maar het voertuig op andere defecten controleren.Deze motorfiets is uitgerust met een veiligheidsstart-systeem. De motor kan alleen worden gestart als deversnelling in vrij is geschakeld of als bij geschakeldeversnelling de koppelingshendel is getrokken.

Als metuitgeklapte zijstandaard een versnelling wordt geko-zen en de koppelingshendel wordt losgelaten, danblijft de motor stilstaan.– Zijstandaard ontlasten en met de voet tot de aanslag naarboven zwenken.9.3 Beginnen met rijden– Koppelingshendel trekken, in de 1e versnelling zetten, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gelijktijdigvoorzichtig gas geven.9.4 Schakelen, rijdenWaarschuwingGevaar voor ongevallen Bij een abrupte verandering van de belasting kunt u de controle over demotorfiets verliezen.– Abrupte lastverplaatsing en hard remmen vermijden.– De snelheid aan de gewijzigde rijwegsituatie aanpassen.

9 RIJ-INSTRUCTIES34WaarschuwingGevaar voor ongevallen Terugschakelen bij een hoog motortoerental blokkeert het achterwiel enoverbelast de motor. – Schakel bij een hoog toerental niet terug naar een lagere versnelling. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Een verkeerde contactsleutelstand zorgt voor storingen. – De contactsleutelstand tijdens het rijden niet veranderen. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Het uitvoeren van instellingen aan het voertuig leidt af van het verkeer. – Instelwerkzaamheden aan een stilstaand voertuig uitvoeren. WaarschuwingGevaar voor letsel Door verkeerd gedrag kan de passagier van de motorfiets vallen. – Zorg ervoor dat de passagier correct op de buddyseat zit, de voeten op de buddyseatvoetsteunenvan de passagier zet en zich aan de bestuurder of grepen vasthoudt.

– Neem hierbij ook de in uw land geldende voorschriften over de minimumleeftijd voor passagiers inacht. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Riskant rijgedrag vormt een groot risico. – Volg de verkeersregels en rijd defensief en anticiperend, om gevaren zo vroeg mogelijk te herken-nen. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Koude banden hebben minder grip. – De eerste kilometers rustig en voorzichtig rijden, tot de banden op temperatuur zijn. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Nieuwe banden hebben minder grip. Bij nieuwe banden is het loopvlak nog niet opgeruwd. – Rijd nieuwe banden in met een rustige rijstijl en vergroot de hellingshoek van de motorfiets geleide-lijk. Inrijdafstand 200 kmWaarschuwingGevaar voor ongevallen Totaal gewicht en aslasten beïnvloeden het rijgedrag. Het totaalgewicht is samengesteld uit het gewicht van de gebruiksklare en volgetankte motorfiets, debestuurder en evt.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Husqvarna 701 Supermoto (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden