HAIBIKE 2019 - General Handleiding

HAIBIKE Fiets E-bike 2019 - General

Bekijk gratis de handleiding van HAIBIKE 2019 - General (279 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets E-bike. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over HAIBIKE 2019 - General of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/279
NL
Winora Group
Originele gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing
Voertuig algemeen
(City/trekking/MTB/race-/fitness-fiets)
Aanvullende gebruiksaanwijzing
Pedelec/S-Pedelec
Aanvullende gebruiksaanwijzing
Kinderfiets
Gebruiksaanwijzing
Kinderspeelfiet

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: HAIBIKE
Categorie: Fiets E-bike
Model: 2019 - General

Handleiding HAIBIKE 2019 - General – volledige tekst

1Wegwijzer Informatie onlineIn deze wegwijzer krijgt u een overzicht van alle symbolen en tekens die in deze originele gebruiksaanwijzing worden gebruikt. Voor een grotere verstaanbaarheid wordt de origi-nele gebruiksaanwijzing hierna gebruiksaanwijzing genoemd.1 Informatie onlineMeer informatie over de respectieve merken vindt u op:Internetpagina Merk(en)www.winora.de Winorawww.haibike.com Haibike2 WaarschuwingenDe volgende signaalsymbolen en -woorden worden in de gebruiksaanwijzing gebruikt om te waarschuwen voor lichamelijke en materiële schade.Waarschuwingen moeten de aandacht trekken naar de mogelijke gevaren. Het niet nale-ven van een waarschuwing kan leiden tot verwondingen bij uzelf of andere personen en ook materiële schade veroorzaken.

Gelieve alle waarschuwingen te lezen en na te leven.GEVAARDeze waarschuwing wijst op een gevaar met een hoog risico, die de meest ernstige verwondingen en zelfs de dood tot gevolg heeft wanneer het risico niet wordt vermeden.WAARSCHUWINGDeze waarschuwing wijst op een gevaar met een gematigd risico, die ernstige verwondingen tot gevolg heeft wanneer het risico niet wordt vermeden.VOORZICHTIGDeze waarschuwing wijst op een gevaar met een laag risico, die de geringe of gematigde verwondingen tot gevolg heeft wanneer het risico niet wordt ver-meden.LET OPDeze waarschuwing wijst op mogelijke materiële schade.

2WegwijzerVerklaring van de tekens3 Verklaring van de tekensDe volgende symbolen kunnen in deze originele gebruiksaanwijzing, op componenten van het voertuig of op verpakkingen worden gebruikt.Symbool VerklaringDit symbool geeft u nuttige bijkomende informatie over de instellingen of het ge-bruik.Dit symbool betekent dat u de gebruiksaanwijzing moet lezen.Met dit symbool gemarkeerde producten vervullen alle toe te passen communau-taire voorschriften van Europese Economische Ruimte.Dit symbool wijst op de goedkeuring door ouders voor kleine kinderen.Dit symbool geeft bij wijze van voorbeeld het maximaal toegestane totaal gewicht van het voertuig aan. Het maximaal toegestane totaal gewicht van uw voertuig verneemt u op het etiket op uw voertuig.Dit symbool geeft bij wijze van voorbeeld de categorie van het voertuig aan. De voertuigcategorie verneemt u op het etiket van uw voertuig.

3Wegwijzer Afbeeldingen4 AfbeeldingenDe afbeeldingen in de gebruiksaanwijzing zijn voorbeelden en kunnen afwijken van de werkelijke uitvoering van uw voertuig. Als u niet beschikt over de noodzakelijke vakken-nis over uw model van voertuig, kunt u zich richten tot uw handelaar.Voorbeeld voor een afbeelding:Afb.: Samenstelling van de afbeeldingen1 Afbeelding bij wijze van voorbeeld2 BijschriftAfb.: Correcte stuurpo-sitie125 Verklaring van de begrippenDe volgende begrippen worden indien de gebruiksaanwijzing gebruikt:5.1 Pedelec/EPACTegen de norm in worden EPAC’s (= Electrically Power Assisted Cycle) in deze gebruiks-aanwijzing Pedelecs (=Pedal electric cycle) genoemd. Pedelecs zijn voertuigen met een elektrische hulpmotor die een ondersteuning tot maximaal 25km/h levert als u op de pedalen trapt.

Een duwhulp kan het voertuig naargelang van de ingestelde versnelling tot 6km/h doen versnellen.Pedelecs zijn voertuigen die in de meeste landen wettelijk als fietsen worden ingedeeld. Informeer u over de nationale en regionale voorschriften en de classificatie in uw land.5.2 S-Pedelec/S-EPACTegen de norm in worden S-EPAC’s (= Speed Electrically Power Assisted Cycle) in deze gebruiksaanwijzing S-Pedelecs (= Speed Pedal electric cycle) genoemd. Pedelecs zijn voertuigen met een elektrische hulpmotor die een ondersteuning tot maximaal 45km/h biedt als u op de pedalen trapt. Bovendien kan naargelang van het model ook een zuiver elektrische aandrijving tot maximaal 18km/h mogelijk zijn.

4WegwijzerVerklaring van de begrippenS-Pedelecs worden in een aantal landen geclassificeerd als motorvoertuigen. Informeer u over de nationale en regionale voorschriften en de classificatie in uw land.5.3 KinderfietsenKinderfietsen zijn door pedalen aangedreven voertuigen voor kinderen van de voertuig-categorie 0 met wielgroottes 12" en 16".5.4 KinderspeelfietsenKinderspeelfietsen zijn voertuigen van de categorie 0 zonder pedalen voor kinderen van-af 3jaar. De kinderspeelfietsen worden door het kind al meelopend aangedreven.5.5 PedaalaandrijvingDe pedaalaandrijving is een samenstel bestaande uit een kettingwiel, pedaal en crank.1 Kettingwiel2 Pedaal3 CrankAfb.: Pedaalaandrijving op het voorbeeld van een derailleur met 3 kettingwielen5.6 SAGDe SAG (Engels “verlagen”) is het inveren van de veerelementen door het lichaamsge-wicht van de bestuurder.

De SAG wordt afhankelijk van het model van de geveerde voor-vork of de vering en afhankelijk van het gebruiksdoel op een waarde van 15% tot 40% van de totale veerweg ingesteld.5.7 Lock-OutDe Lock-Out-functie blokkeert de geveerde voorvork. Hierdoor kan het slingeren of het inveren van de voorvork worden verminderd, bijvoorbeeld wanneer de vering tijdens het fietsen met hoge pedaalkracht wordt ingedrukt.Afhankelijk van het voertuigmodel is ook de achtervering met een Lock-Out-functie uit-gerust (zie gebruiksaanwijzing voertuig, hoofdstuk “Vering”).321

7Wegwijzer Verdere informatie8 Verdere informatieU ontvangt samen met een voertuig alle belangrijke documenten en noodzakelijke infor-matie van uw handelaar: – Het ingevulde document voertuigpas en het overdrachtsprotocol, dat u vindt op het einde van de gedrukte basisversie van de originele gebruiksaanwijzing. – Een basisversie van de originele gebruiksaanwijzing in een printversie over uw voertuig. De originele gebruiksaanwijzing met meer informatie vindt u op inter-net op www.winora-group.com/manuals. – Eventuele handleidingen van de fabrikant over componenten. – Bij de aankoop van een Pedelec krijgt u ook een snelstarthandleiding voor het Pedelec-aandrijfsysteem. Een volledige originele gebruiksaanwijzing over uw aandrijfsysteem vindt u op internet op www.winora-group.com/manuals.

– Bij de aankoop van een S-Pedelec krijgt u ook een volledige originele gebruiks-aanwijzing voor uw S-Pedelec-aandrijfsysteem. – Op uw voertuig vindt u: – Het voertuigcategorienummer van uw voertuig – Het maximaal toegestane totaal gewicht xVergelijk de gegevens in uw voertuigpas en het voertuigcategorienummer op uw voertuig met de gegevens in hoofdstuk “Structuur van de gebruiksaanwijzingen”, om alle informatie over uw voertuigmodel te vinden.9 Opmerking over onderhoudswerkzaamhe-den en reparatiesVerricht de handelingen die in de gebruiksaanwijzing zijn beschreven slechts wanneer u beschikt over de noodzakelijke vakkennis en gereedschappen.

In het andere geval laat u de werkzaamheden uitvoeren door een specialist.10 Opmerking over de technische gegevensInformatie over de technische gegevens en de uitrusting van uw voertuigmodel krijgt u schriftelijk van uw handelaar of ook op www.winora-group.com/manuals.

Voertuig Inhoud1 Grondslagen � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 11�1 Gebruiksaanwijzing lezen en bewaren � � � � � � � � � � � � � � � � � 11�2 Regulier gebruik � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 11�3 Voertuigcategorieën � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 21�4 Maximaal toegestane totaal gewicht � � � � � � � � � � � � � � � � � � 51�5 Zitpositie � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 61�6 Framehoogte � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 71�7 Helm � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 81�8 Bagagedrager � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 81�8�1 Bagagedrager met klembeugel � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � �111�8�2 Bagagedrager zonder klembeugel met spanriem � � � � � � � � � � � � �111�8�3 Low rider-bagagedragers voor fietstassen � � � � � � � � � � � � � � � � �111�8�4 Systeembagagedrager � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � �121�9 Standaardvarianten � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 121�9�1 Zijstandaards en achtervorkstandaards � � � � � � � � � � � � � � � � � �121�9�2 Tweebenige standaard� � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � �131�10 Roltrainer � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 131�11 Aero-stuur bij racefietsen� � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 142 Voor de fietsrit � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 152�1 Voor elke rit� � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 152�2 Voor de eerste rit � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 173 Veiligheid � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 183�1 Algemene veiligheidsinstructies � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 183�2 Instructies voor het wegverkeer � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 223�3 Instructies voor het meenemen van kinderen� � � � � � � � � � � � � � 243�3�1 Kinderstoel � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � �263�3�2 Fietskar� � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � �283�4 Instructies over het transport � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 293�4�1 Instructies over de bagage � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � �293�4�2 Instructies voor de montage van aanhangers � � � � � � � � � � � � � � �303�4�3 Instructies over aanhangers voor lasten en honden � � � � � � � � � � � �303�4�4 Instructies over het transport van het voertuig met de wagen� � � � � � �313�5 Instructies over draaimomenten� � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 333�6 Instructies voor de draairichting van schroeven � � � � � � � � � � � � 35.

Voertuig Grondslagen11 Grondslagen1. 1 Gebruiksaanwijzing lezen en bewarenDeze gebruiksaanwijzing hoort bij dit voertuig. De begrippen fietsen, racefiet-sen, Pedelecs, S-Pedelecs, kinderfietsen en kinderspeelfietsen worden in de gebruiksaanwijzing voertuig onder de overkoepelende term “voertuig” samen-gevat. De gebruiksaanwijzing bevat belangrijke informatie over de instellingen en het gebruik. Lees grondig en volledig de gebruiksaanwijzing, vooral de veiligheidsinstructies, alvorens het voertuig te gebruiken. Afhankelijk van het voertuigmodel en de voertuigcategorie dient u ook de aanvullende gebruiks-aanwijzingen zorgvuldig en volledig door te nemen. De niet-naleving van deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstige verwondingen of schade aan het voertuig. Bewaar de gebruiksaanwijzing binnen handbereik.

Overhandigt u het voertuig aan derden, geef dan ook zeker deze gebruiksaanwijzing mee. 1. 2 Regulier gebruikDe fabrikant of handelaar is niet aansprakelijk voor schade die is ontstaan door oneigen-lijk gebruik. Gebruik het voertuig uitsluitend op de manier die in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Elk ander gebruik geldt als oneigenlijk en kan leiden tot ongevallen, ern-stige letsels of schade aan het voertuig. Het ombouwen van voertuigen tot een Pedelec of S-Pedelec is niet toegestaan. Het manipuleren van de aandrijfeenheid bij Pedelecs en S-Pedelecs is verboden. De ga-rantie vervalt bij oneigenlijk gebruik van het voertuig (zie hoofdstuk “Garantie”). Het voertuig is bestemd voor het gebruik door één persoon, waarbij de zitpositie werd afgestemd op diens lengte (zie hoofdstuk “Grondslagen / Zitpositie”).

Hiervan uitgezonderd zijn: – Voertuigen met carbon frame – Voertuigen van het type S-Pedelec – Kinder- en jongerenfietsen met wielgroottes 12" 16", 20" en 24". Voertuigen met een volledig geveerd frame moeten beschikken over de jongste genera-tie van achtervorkbouten met borgring (doorgaans in serie gemaakt vanaf het modeljaar 2017). Gelieve het hoofdstuk “Veiligheid / Instructies voor het meenemen van kinderen” te lezen voor meer informatie. Richt u voor het gebruik van fietskarren en kinderstoeltjes tot uw handelaar. Racefietsen en fitness-fietsen zijn uitsluitend bestemd voor het gebruik op straten en we-.

VoertuigGrondslagen2gen met een glad oppervlak die geasfalteerd, gebetonneerd of verhard zijn. Elk gebruik op onverharde wegen kan ertoe leiden dat het voertuig stuk gaat. De montage van een bagagedrager, een kinderstoeltje of een fietskar is niet toegestaan.De racefiets/fitness-fiets wordt gedefinieerd als een voertuig – met een racestuur (racefiets) of een plat stuur (flat bar bij een fitness-fiets) – met wegbanden met een bandbreedte van maximaal 32 mm – met een ongeveerd frame – dat een sportief gestrekte zitpositie vereistVoor het reguliere gebruik van het voertuig in het wegverkeer moet u de nationale en regionale voorschriften kennen, hebben begrepen en naleven (zie hoofdstuk “Veiligheid / Instructies voor het wegverkeer”).1.3 VoertuigcategorieënHet voertuig wordt aangeduid met een symbool voor de voertuigcategorie.

Dit symbool bevindt zich doorgaans aan de onderste linker kant van de zadelbuis: xVergelijk de vermelde voertuigcategorie op uw voertuig met de voertuigcategorieën in de volgende tabel. xLees alle hoofdstukken die beantwoorden aan de voertuigcategorie van uw voer-tuig.Symbool Voertuigcategorie GebruikVoertuigen van de categorie 0 zijn doorgaans kinderspeelfietsen 12" en kinderfietsen 12" en 16".Categorie 0:- voor kinderen vanaf 3 jaar- Gebruik slechts onder toezicht van een opvoedingsverantwoordelijke- deelname aan het wegverkeer is niet toegestaan- deelname aan wedstrijden is niet toege-staan- niet geschikt voor sprongen en acrobati-sche handelingen

Voertuig Grondslagen3Symbool Voertuigcategorie GebruikVoertuigen van de categorie 1 zijn doorgaans fietsen, Pedelecs en S-Pedelecs van het type racefiets of fitness bike (Urban Bike).Categorie 1:- uitsluitend voor geasfalteerde, gebeton-neerde of verharde straten en wegen- permanent contact van de wielen met de grond moet worden gegarandeerd- de deelname aan wedstrijden is toege-staan- niet geschikt voor drops, sprongen en acrobatische handelingenVoertuigen van de categorie 2 zijn doorgaans fietsen, Pedelecs en S-Pedelecs van het type city-, trek-king-, cross trekking- of bakfiets, bovendien jongerenfietsen 24" en kinderfietsen 20".Categorie 2:- omvat categorie 1 en ook verharde en natuurlijk vaste wegen met gematigde hellingen- van verhogingen van maximaal 15cm, bijv.

stoepranden, kan worden gereden- deelname aan wedstrijden is niet toege-staan- niet geschikt voor sprongen en acrobati-sche handelingenVoertuigen van de categorie 3 zijn doorgaans fietsen, Pedelecs en S-Pedelecs van het type moun-tainbike met gebruiksdoel cross country, marathon en tour, en ook fietsen van de gravel cyclo-cross en all track.Categorie 3:- Omvat categorieën 1 en 2 en ook ruwe trails met kleinere hindernissen en onver-harde wegen die een goede rijtechniek vereisen- de deelname aan wedstrijden is toege-staan- drops en sprongen tot een hoogte van max. 60cm zijn toegestaan (een passen-de rijtechniek wordt vooropgesteld)- niet geschikt voor acrobatische hande-lingen

120cm zijn toegestaan (een pas-sende rijtechniek wordt vooropgesteld)- niet geschikt voor acrobatische hande-lingenVoertuigen van de categorie 5 zijn doorgaans fietsen, Pedelecs en S-Pedelecs van het type moun-tainbike met gebruiksdoel enduro/freerode/downhill.Categorie 5:- omvat categorieën 1, 2, 3 en 4 en ook een zeer snel bereden en zeer moeilijk terrein met extreme hellingen- zeer hoge eisen aan de rijvaardigheid- de deelname aan wedstrijden is toege-staan- verre sprongen en drops zijn toegestaan (een passende rijtechniek wordt voorop-gesteld)- niet geschikt voor acrobatische hande-lingenKinderspeelfietsen met een wielgrootte van 12" beantwoorden aan DINEN71Kinderfietsen met een wielgrootte van 12" en 16" beantwoorden aan DINENISO8098 Pedelecs/S-Pedelecs beantwoorden aan DINEN15194alle andere fietsen beantwoorden aan DINENISO4210.

Voertuig Grondslagen51.4 Maximaal toegestane totaal gewichtGEVAARBreuk van componenten door overbelasting van het voertuig.Risico op ongevallen en verwondingen! xNeem het maximaal toegestane totale gewicht van het voer-tuig in acht.LET OPMateriaalschade door overbelasting van het voertuig.Beschadigingsgevaar! xNeem het maximaal toegestane totale gewicht van het voer-tuig in acht.Het voertuig heeft een maximaal toegestaan totaal gewicht dat niet mag worden over-schreden. xNeem het maximaal toegestane totale gewicht van het voertuig in acht. xRicht u tot uw handelaar als u vragen heeft over het maximaal toegestane totaal gewicht.Dit symbool (bij wijze van voorbeeld) geeft het maximaal toegestane totaal gewicht van het voertuig aan. Het maximaal toegestane totaal gewicht van uw voertuig verneemt u op het etiket op uw voertuig.

Dit symbool bevindt zich doorgaans aan de onderste linker kant van de za-delbuis.Het maximaal toegestane totaal gewicht wordt als volgt berekend: Voertuig + bestuurder + bagage / rugzak / kinderstoeltje etc. = maximaal toegestaan totaal gewicht.Maximaal toegestane totaal gewicht en fietskarwerking:Wordt een fietskar gebruikt, dan telt het totale gewicht van de fietskar (fietskar + lading) bij het totale gewicht van het voertuig en moet hiermee rekening worden gehouden met betrekking tot het maximale toegestane totaal gewicht van het voertuig.

VoertuigGrondslagen61.5 ZitpositieVOORZICHTIGGespannen spieren en pijn aan de gewrichten door een verkeerd ingestelde zitpositie.Risico op verwondingen! xZorg ervoor dat de zitpositie correct wordt ingesteld door uw handelaar.VOORZICHTIGBeperkte bereikbaarheid van bedieningselementen aan het stuur door een verkeerd ingestelde zitpositie.Risico op ongevallen en verwondingen! xZorg ervoor dat de zitpositie correct wordt ingesteld door uw handelaar.De optimale zitpositie hangt af van de framegrootte en geometrie van het voertuig, de lengte van de bestuurder en ook de instellingen van het stuur en het zadel. Voor de in-stelling van de optimale zitpositie is vakkennis vereist.De optimale zitpositie kan ook afhangen van het gebruik van het voertuig, bijv.

wanneer het hoofdzakelijk sportief wordt gebruikt.De belangrijke eigenschappen van een optimale zitpositie zijn: – Als een pedaal boven staat, bedragen de hoek met de knie van het bovenste been en de hoek van de arm 90°. Het onderste been is lichtjes gebogen (zie “Afb.: Opti-male zitpositie ( A)”). – Wanneer een pedaal vooraan staat, bevindt de knie zich boven de as van het voor-ste pedaal (zie “Afb.: Optimale zitpositie (B)”). – De armen zijn ontspannen en lichtjes naar buiten gebogen (niet te zien op de afbeelding). – De rug is lichtjes naar voren gebogen en staat niet loodrecht tot de zadelpen.

Voertuig Grondslagen790°90°90°A BAfb.: Optimale zitpositie (bij wijze van voorbeeld) xLees de hoofdstukken “Basisinstellingen / Zadel” en “Basisinstellingen / Stuur en stuurpennen” over de instelling van de correcte zadel- of stuurhoogte.1.6 FramehoogteOm veilig en aangenaam te kunnen rijden, is het belangrijk een voertuig te kopen met de voor de bestuurder passende framehoogte en -lengte. De passende framehoogte hangt af van de staplengte van de bestuurder. Het is belangrijk rekening te houden met de sta-plengte zodat het mogelijk is veilig en snel te stoppen en af te stappen van het voertuig in gevaarlijke situaties. xVraag advies over de juiste framehoogte aan een specialist.

VoertuigGrondslagen81.7 Helm xDraag bij elke rit met uw voertuig een geschikte en passende helm. xVraag advies aan uw handelaar bij de aankoop van een helm. xLaat de helm passend voor u instellen door uw handelaar. xNeem de bijgeleverde informatie van de fabrikant van de helm in acht. xZorg ervoor dat de helm correct zit (zie “Afb.: Houvast van de helm (A)”). xSluit steeds de sluiting onder de kin.A BAfb.: Houvast van de helm ((A) correct, (B) zit te veel naar achte-ren) (bij wijze van voorbeeld)1.8 BagagedragerVOORZICHTIGBlokkering van het voorwiel door verkeerde belading van de ba-gagedrager vooraan.Risico op ongevallen en verwondingen! xBelaad de bagagedrager vooraan slechts naar boven toe. xPositioneer uw lading zodanig dat deze niet aan de zijkanten naar beneden hangt. xPositioneer uw lading zodanig dat deze niet in de spaken van het voorwiel verstrikt kan raken.

Voertuig Grondslagen9VOORZICHTIGGewijzigde rij-eigenschappen door achteraf gemonteerde trans-portsystemen.Risico op verwondingen! xPas uw rijstijl aan de gewijzigde rij-eigenschappen aan.LET OPOverbelasting van de bagagedrager.Beschadigingsgevaar! xNeem de maximaal toegestane last op de bagagedrager in acht. xDe bagagedrager is uitsluitend toegelaten voor het transpor-teren van bagage.LET OPBeschadiging van voertuigcomponenten door een niet goedge-keurde montage van een bagagedrager.Beschadigingsgevaar! xMonteer een bagagedrager nooit op de zadelpen.

xMonteer een bagagedrager nooit op een volledig geveerd frame.De bagagedrager is een systeem op het voertuig waarop de bagage kan worden ver-voerd.Afhankelijk van het voertuigmodel kan het hierbij gaan om een bagagedrager met klem-beugel, een bagagedrager zonder klembeugel met spanriemen of een low rider-bagage-drager voor fietstassen.Verder zijn veel modellen standaard met een systeembagagedrager uitgerust. Voor deze systeembagagedragers zijn diverse accessoires voorhanden, zoals manden of tassen, die op het bagagevlak kunnen worden vastgeklikt.

VoertuigGrondslagen10 xVraag advies aan uw handelaar over passende accessoires.Wanneer uw voertuig uitgerust is met een bagagedrager: xVerricht geen veranderingen aan de bagagedrager. xWilt u de bagagedrager vervangen, vraag dan advies aan uw handelaar. xZorg ervoor dat de bagagedrager niet wordt overbelast. xNeem de maximaal toegestane last op de bagagedrager in acht. xDe maximaal toegestane last op de bagagedrager is doorgaans op het opper-vlak van de bagagedrager genoteerd. xWanneer de maximale toegestane last niet op het oppervlak van de bagage-drager is gemarkeerd, dient u advies te vragen aan uw handelaar. xZorg ervoor dat de bagagedrager gelijkmatig wordt belast. xGebruikt u fietstassen, zorg er dan voor dat het gewicht van de bagage gelijk-matig is verdeeld over de linker en rechter tas. xZorg ervoor dat de bagage voldoende is vastgemaakt zodat ze niet valt.

xGebruik eventueel spanriemen om bagage vast te maken.Wanneer uw voertuig niet met een bagagedrager uitgerust is: xIs een montage achteraf van de bagagedrager aan de achtervork van het voertuig uitsluitend toegestaan als de nodige vastschroefpunten al aanwezig zijn op het frame. Is dit niet het geval, dan is de montage achteraf niet toegestaan. Neem ook de instructies op het voertuig in acht. xIs de montage achteraf van een bagagedrager of een ander transportsysteem aan de voorvork verboden, indien daarvoor geen uitdrukkelijke goedkeuring bestaat. xIs de montage achteraf van een bagagedrager of een ander transportsysteem aan de voorvork en/of achtervork van de S-Pedelec verboden.Zorg ervoor dat verlichtingssystemen en reflectoren bij een montage achteraf van een transportsysteem niet afgedekt worden of indien nodig de positie ervan wordt gewijzigd.

Voertuig Grondslagen111.8.1 Bagagedrager met klembeugel1. Grijp de klembeugel, trek hem voorzich-tig naar boven en houd hem in deze positie. 2. Leg uw bagage op de bagagedrager.3. Bevestig uw bagage op de bagagedra-ger met de klembeugel die u langzaam terugplaatst.4. Zorg ervoor dat de bagage stevig is bevestigd zodat ze niet valt.1.8.2 Bagagedrager zonder klembeugel met spanriem1. Maak de spanriemen los.2. Leg uw bagage op de bagagedrager.3. Trek de spanriemen krachtig over de bagage.4. Bevestig de spanriemen aan de hiervoor voorziene houders aan het frame van de bagagedrager. xZorg ervoor dat de bagage stevig is bevestigd zodat ze niet valt.1.8.3 Low rider-bagagedragers voor fietstassen1. Vul de fietstassen.2. Zorgt ervoor dat de fietstassen hetzelf-de gewicht hebben.3. Sluit de fietstassen zodat geen losse linten en gespen afhangen.4.

VoertuigGrondslagen121.8.4 Systeembagagedrager xNeem de bijgeleverde informatie over de functies van uw systeembagagedrager in acht. xVraag eventueel advies aan uw handelaar over de functies en passende accessoi-res.1.9 StandaardvariantenDe standaard is een systeem om het voertuig na gebruik rechtop te parkeren. Modellen die zijn uitgerust met een stan-daard beschikken over een zijstandaard in het midden, tweebenige standaard of een achtervorkstandaard (zie “Afb.: Standaardva-rianten”). Wanneer uw voertuig niet is uitgerust met een standaard en u een standaard wil laten installeren: xVraag advies aan uw handelaar over het installeren van een standaard. xZorg ervoor dat de standaard wordt gemonteerd door uw handelaar. xHoud er rekening mee dat het aanbren-gen van een standaard achteraf niet toegestaan is bij een carbon frame.1.9.1 Zijstandaards en achtervorkstandaards1.

Om de zijstandaard in het midden of de achtervorkstandaard naar beneden te klappen, houdt u het voertuig vast.2. Klap de zijstandaard of achtervorkstandaard met de voet naar beneden.3. Zet het voertuig neer op de zijstandaard of achtervorkstandaard.4. Zorg ervoor, vooraleer u het voertuig loslaat, dat het voertuig stevig op de zijstan-daard of achtervorkstandaard staat en niet kan omvallen. xOm de zijstandaard of achtervorkstandaard opnieuw omhoog te klappen, ontlast u de zijstandaard of achtervorkstandaard en klapt u hem met de voet naar boven.231Afb.: Standaardvarianten (bij wijze van voor-beeld)1 Centrale tweebenige standaard2 Centrale zijstandaard3 Achtervorkstandaard

Voertuig Grondslagen131.9.2 Tweebenige standaard1. Om de tweebenige standaard in het midden naar beneden te klappen, houdt u het voertuig vast.2. Klap de tweebenige standaard met de voet naar beneden.3. Fixeer de tweebenige standaard met de voet.4. Schuif het voertuig naar achteren zodat het voertuig op de tweebenige standaard staat.5. Zorg ervoor, vooraleer u het voertuig loslaat, dat het voertuig stevig op de tweebe-nige standaard staat en niet kan omvallen. xOm de tweebenige standaard omhoog te klappen, schuift u het voertuig naar vo-ren. De tweebenige standaard klapt door de beweging omhoog. xZorg er voor de fietsrit voor dat de standaard volledig naar boven is geklapt en niet over de grond sleept.1.10 RoltrainerWAARSCHUWINGFoutieve bediening van de roltrainer door een ontoereikende ken-nis.Risico op ongevallen en verwondingen!

xLeer voor het gebruik en de bediening de functies van de rol-trainer kennen.Bij het gebruik van roltrainers zijn uitsluitend de zogenaamde vrije rollen toegestaan. Bij deze is het voertuig niet vast ingespannen.Eventueel moeten de banden van het voertuig op de roltrainer worden aangepast.Allerhande gemotoriseerde voertuigen zoals voertuigen van de categorie 0 en de types kinderfiets 20" en jongerenfiets 24" mogen niet worden gebruikt op roltrainers.

VoertuigGrondslagen141.11 Aero-stuur bij racefietsenWAARSCHUWINGVerlengde remweg door een grotere afstand tot de remarmen.Risico op ongevallen! xLeer omgaan met het aero-stuur en hoe u de remarmen moet vastgrijpen. xRijd bijzonder vooruitziend als u het aero-stuur gebruikt.Om bijvoorbeeld bij een triatlon of het tijdrijden op de racefiets een aerody-namische positie te kunnen innemen, worden zogenaamde aero-sturen gebruikt.Aero-sturen mogen uitsluitend bij voertuigen van de categorie 1 en bij race-fietsen zonder ondersteuning van een motor worden geïnstalleerd.De versnellingshendels van de aero-sturen liggen vaak op het einde van het stuur (zie hoofdstuk “Derailleur / Bediening / Versnel-lingshendel bij een racefiets bedienen”). De remarmen liggen op het uiteinde van het ba-sisstuur.

Wanneer de racefiets in een aerody-namische positie wordt bestuurd, liggen de remarmen buiten het directe handbereik van de bestuurder. xLeer het rijgedrag van een aero-stuur kennen en oefen het grijpen van de remarmen op een terrein weg van het wegverkeer. xSluit bij het oefenen van de hantering van het stuur andere gevarenbronnen uit, zoals een ongeoefende omgang met de klikpedalen. Beperk u in eerste instantie tot het oefenen met het stuur. xPas uw rijstijl aan de gewijzigde rij-eigenschappen aan.12Afb.: Afstand tussen versnellingshendels en remarmen bij het aero-stuur (bij wijze van voorbeeld)1 Versnellingshendel2 Remarm

Voertuig Voor de fietsrit152 Voor de fietsritDit hoofdstuk bevat informatie om het voertuig in gebruik te kunnen nemen.2.1 Voor elke ritWAARSCHUWINGMateriaalbreuk door slijtage door het gebruik en losse schroef-verbindingen.Risico op ongevallen en verwondingen! xKijk het voertuig voor elke rit na volgens de testinstructie. xGebruik het voertuig uitsluitend als het niet is beschadigd. xGebruik het voertuig alleen als u geen buitensporige slijtage en geen losse schroef- en stekkerverbindingen vaststelt.

xKijk het voertuig voor elke rit na volgens de testinstructie.TestinstructieSchroef- en stekkerverbindingen Visuele inspectie van de schroef- en stekkerverbindingenremmen Functiecontrole van de remmenVersnelling Functiecontrole van de versnellingWielen Visuele inspectie van het correcte houvast en een correcte positioneringVisuele inspectie van de steekassen, snelspanners en/of schroevenBand Visuele inspectie van de banden op barsten of vreemde voorwerpenBandenspanning controleren en instellenFrame Visuele inspectie van het frame op barsten, vervormingen of kleurveranderingVering Functiecontrole door het in- en uitverenVelgen en spaken Visuele inspectie van de velgen en spakenSnelspanners Voorspanning controlerenVisuele inspectie van het correcte houvast van de snel-spanners

VoertuigVoor de fietsrit16TestinstructieZadel/zadelpen Visuele inspectie van het zadel/de zadelpenStuur/stuurpen Stuur en stuurpen controleren op stevig houvastVisuele inspectie van het stuur en de stuurpen op barsten, vervormingen of kleurveranderingVerlichting Functiecontrole van de verlichtingBel Functiecontrole van de bel1. Controleer bij het remmen met snelspan hevel of bij beide remmen de hendel van de snelspan hevel is geopend (zie “Afb.: Positie snelspan hevel”).2. Controleer of de remmen werken. xGebruik de remarm en eventueel de terugtraprem en let op ongewone geluiden. xGa na of het voertuig bij een aange-trokken rem niet of slechts moei-zaam kan worden verschoven. xGa na of de remblokken bij een losgelaten remarm slepen. xGa na of de remarmen het stuur raken wanneer de remarm wordt gebruikt.

Laat eventueel de remmen opnieuw instellen door uw handelaar of laat versle-ten componenten vervangen.3. Controleer of de versnelling werkt. xGa na of alle versnellingen correct worden geschakeld en of er daarbij ongewo-ne geluiden optreden.4. Veer de geveerde voorvork in en uit. xAls u ongewone geluiden hoort of de geveerde voorvork zonder weerstand meegeeft, dient u de geveerde voorvork door uw handelaar te laten controle-ren.5. Ga na (indien aanwezig), of de snelspanassen en steekassen juist gesloten en ingesteld zijn (zie hoofdstuk “Wielen en banden / Voor-/achterwiel monteren en demonteren”).6. Ga na of het stuur in een rechte hoek naar het voorwiel is gericht.

xWanneer het stuur niet in een rechte hoek tot het voorwiel staat, dient u het in te stellen (zie hoofdstuk “Basisinstellingen / Stuur en stuurpennen / Stuur positioneren”).Afb.: Positie snelspan hevel (bij wijze van voorbeeld)1 Snelspan hevel11

Voertuig Voor de fietsrit177. Ga na of de bel en de verlichting werken. xGa na of u een duidelijk geluid hoort als u de bel gebruikt. xSchakel de verlichting in en ga na of de voor- en achterlamp branden (zie hoofdstuk “Basisinstellingen / Verlichting”). Bij voertuigen met dynamo draait u hiervoor aan het voorwiel.2.2 Voor de eerste ritWAARSCHUWINGOnverwacht gedrag van het voertuig door een verkeerd gebruik.Risico op ongevallen en verwondingen! xLeer voor de eerste rit het voertuig kennen.Het voertuig werd volledig gemonteerd, afgesteld door uw handelaar en is rijklaar. Aan-vullend moeten voor de eerste rit volgende punten in acht worden genomen: xLeer de indeling van de remarmen kennen. xBent u de indeling van de remarmen voor de voorwiel- of achterwielrem niet ge-woon, laat ze dan veranderen door uw handelaar.

xLeer ook wennen aan de remeigenschappen van uw type van remmen bij een lage snelheid (zie hoofdstuk “Rem”). xGebruik bij hydraulische remmen meerdere keren de beide remarmen zodat de remblokken in het remzadel worden gecentreerd. xLeer op een terrein buiten het wegverkeer wennen aan de rij-eigenschappen van uw voertuig. xLeer op een terrein buiten het wegverkeer de versnelling hanteren tot u de versnel-ling zodanig kunt bedienen dat uw aandacht niet wordt beïnvloed (zie hoofdstuk “Derailleur” en “Naafversnellingen”). xGa na of u bij langere ritten een comfortabele zitpositie inneemt en of u alle compo-nenten aan het stuur tijdens het fietsen veilig kunt bedienen (zie hoofdstuk “Grond-slagen / Zitpositie”).

VoertuigVeiligheid183 Veiligheid3.1 Algemene veiligheidsinstructiesGEVAAROntbrekend hoofddeksel.Risico op verwondingen! xDraag bij het fietsen een geschikte helm.WAARSCHUWINGFoutieve bediening van het voertuig door een ontoereikende ken-nis.Risico op ongevallen en verwondingen! xLeer voor het gebruik en de bediening de functies van het voertuig kennen.WAARSCHUWINGFoutieve bediening door kinderen of personen met ontoereikende kennis of vaardigheden. Risico op ongevallen en verwondingen! xZorg ervoor dat het voertuig niet wordt gebruikt door kinderen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en vakkennis. xZorg ervoor dat kinderen niet met het voertuig spelen. Zorg ervoor dat de reiniging en het onderhoud niet door kinderen of personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vaar-digheden worden uitgevoerd.

Voertuig Veiligheid19De volgende veiligheidsinstructie is alleen geldig voor de voertuigcategorieën:WAARSCHUWINGBreuk van componenten door een oneigenlijk gebruik van het voertuig. Risico op ongevallen en verwondingen! xSpring met het voertuig niet over hellingen of heuvels. xRijd met het voertuig niet over terreinen. xRijd met het voertuig niet over trappen, rotsen of andere ver-hogingen, zoals stoepranden met een hoogte van meer dan 15cm.De volgende veiligheidsinstructie is alleen geldig voor de voertuigcategorieën:WAARSCHUWINGBreuk van componenten door een oneigenlijk gebruik van het voertuig. Risico op ongevallen en verwondingen! xRijd met het voertuig alleen over dergelijke hindernissen die mogelijk zijn volgens uw kunnen en uw ervaring.

VoertuigVeiligheid20WAARSCHUWINGVerkeerde montages, veranderingen aan het voertuig of verkeer-de accessoires kunnen storingen van het voertuig veroorzaken.Risico op ongevallen en verwondingen! xZorg ervoor dat veranderingen aan het voertuig worden ver-richt door uw handelaar. xInformeer u bij uw handelaar over geschikte accessoires. xZorg ervoor dat kinderstoeltjes of fietskarren uitsluitend wor-den gemonteerd door uw handelaar. xZorg ervoor dat kinderstoeltjes of alle soorten van aanhangers alleen worden gemonteerd na overleg met uw handelaar, als uw voertuigcategorie of de voorschriften voor uw model dit toelaten.WAARSCHUWINGEen verlengde remweg en verminderde baanvastheid door een gladde of vervuilde weg.Risico op ongevallen en verwondingen!

xPas uw rijstijl en snelheid aan de weersomstandigheden en situatie van het wegdek aan.VOORZICHTIGOntbrekende controle van het voertuig door handenvrij fietsen.Risico op ongevallen en verwondingen! xRijd nooit met het voertuig zonder de handen te gebruiken.

Voertuig Veiligheid21VOORZICHTIGVangplaatsen aan het voertuig.Risico op ongevallen en verwondingen! xZorg ervoor dat kledingstukken niet verstrikt kunnen raken. Draag geschikte kleding.VOORZICHTIGAfglijden door verkeerde schoenen.Risico op ongevallen en verwondingen! xDraag schoenen met een harde antislipzool. VOORZICHTIGOntoereikende beschermende kleding.Risico op verwondingen! xDraag gepaste beschermende kleding afhankelijk van uw voertuigcategorie en het gebruiksdoel van het voertuig (bijv. protectoren en handschoenen).

VoertuigVeiligheid22LET OPVerhoogde slijtage door een verkeerde bediening van het voer-tuig. Beschadigingsgevaar! xGebruik uw voertuig op de manier die is beschreven in het re-guliere gebruik. xNeem de instructies over het gebruik betreffende uw voertuig-categorie in acht. xZorg ervoor dat uw voertuig niet wordt overbelast. Rijd uitslui-tend op terreinen of rijwegen die beantwoorden aan uw voer-tuigcategorie.3.2 Instructies voor het wegverkeerGEVAARSlechte zichtbaarheid voor andere weggebruikers.Risico op ongevallen en verwondingen! xDraag bij het fietsen heldere kleding met reflecterende ele-menten.

Voertuig Veiligheid23WAARSCHUWINGVerkeerd of oneigenlijk gebruik.Risico op ongevallen en verwondingen! xNeem de nationale en regionale voorschriften voor het weg-verkeer in acht. xGebruik het voertuig alleen in het wegverkeer als de uitrusting beantwoordt aan de nationale en regionale voorschriften voor het wegverkeer. xRespecteer het voor uw voertuigcategorie geldende reguliere gebruik.WAARSCHUWINGOnoplettendheid in het wegverkeer.Risico op ongevallen en verwondingen! xLaat u tijdens het fietsen niet afleiden door andere activiteiten, bijvoorbeeld door het inschakelen van de verlichting. xGebruik tijdens het fietsen geen mobiele apparaten, bijv. smartphone of MP3-spelers. xGebruik tijdens het fietsen geen drankbussen. xRijd niet met het voertuig wanneer u alcohol, verdovende mid-delen of beïnvloedende medicamenten hebt ingenomen.

VoertuigVeiligheid24 xGebruik fietskarren alleen als uw voertuig geschikt is voor het gebruik van fiets-karren (zie hoofdstuk “Veiligheid / Instructies voor het meenemen van kinderen / Fietskar”). xGebruik kinderstoeltjes alleen als uw voertuig geschikt is voor het gebruik van kin-derstoeltjes (zie hoofdstuk “Veiligheid / Instructies voor het meenemen van kinderen / Kinderstoel”). xNeem de nationale en regionale voorschriften voor het wegverkeer in acht. xNeem het wegenverkeersreglement in acht. xRicht u tot uw handelaar als u vragen heeft.Wetten en voorschriften kunnen op elk moment worden gewijzigd. Infor-meer u regelmatig over de nationale en regionale voorschriften.3.3 Instructies voor het meenemen van kinderenGEVAARBreuk van componenten door overbelasting van het voertuig.Risico op ongevallen en verwondingen! xNeem het maximaal toegestane totale gewicht van het voer-tuig in acht.

xZorg ervoor dat een kinderstoeltje of fietskar wordt gemon-teerd door uw handelaar.WAARSCHUWINGOntbrekend hoofddeksel.Risico op verwondingen! xZorg ervoor dat uw kind steeds een geschikte en gepaste helm draagt. xVraag aan uw handelaar welke helm voor uw kind geschikt is. xVraag aan uw handelaar dat hij toont hoe de helm bij uw kind moet worden gebruikt.

Voertuig Veiligheid25VOORZICHTIGVerbrandingsgevaar door hete schijfrem rotoren.Risico op verwondingen! xZorg ervoor dat uw kind niet in de buurt van het voertuig speelt.VOORZICHTIGVerwonding van uw kind door het omvallen van het voertuig.Risico op verwondingen! xHoud het voertuig steeds vast als u het neerzet, zolang uw kind in het kinderstoeltje zit of zolang het in de buurt van het voertuig verblijft. xZorg ervoor dat uw kind niet onbewaakt in de buurt van het geparkeerde voertuig speelt. xZorg ervoor dat uw kind nooit in het kinderstoeltje of in de fietskar blijft zitten wanneer u het voertuig op de fietsstan-daard plaatst om het te parkeren.LET OPMateriaalschade door overbelasting van het voertuig.Beschadigingsgevaar!

xNeem het maximaal toegestane totale gewicht van het voer-tuig in acht.Het gebruik van kinderstoeltjes, fietskarren en andere aanhangers (aanhangers voor las-ten en honden) is slechts toegestaan voor voertuigen van de voertuigcategorieën 2en3 (zie hoofdstuk “Grondslagen / Voertuigcategorieën”), echter zonder de kinder- en jon-gerenvoertuigen met wielgroottes 20" en 24". Hiervan uitgezonderd zijn: – Voertuigen met carbon frame – het voertuigtype S-Pedelec

VoertuigVeiligheid26Voertuigen met een volledig geveerd frame moeten beschikken over de jongste genera-tie van achtervorkbouten met borgring (doorgaans in serie gemaakt vanaf het modeljaar 2017).Volgende punten moeten in acht worden genomen vooraleer u kinderen meeneemt: xVervoer een kind alleen in de kinderstoel of fietskar als de nationale en regionale voorschriften dit toelaten. xNeem voor het gebruik van kinderstoeltjes en fietskarren de nationale en regionale voorschriften in acht. xInformeer u bij een specialist over geschikte kinderstoelen en fietskarren. xZorg ervoor dat kinderstoeltjes of fietskarren uitsluitend worden gemonteerd door uw handelaar. xNeem de bijgeleverde informatie van de fabrikant van de kinderstoel of fietskar in acht. xRespecteer het toegestane maximale gewicht voor de kinderstoel of fietskar in de bijbehorende gebruiksaanwijzing.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met HAIBIKE 2019 - General stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden