Grizzly EKS 1835-3 Handleiding

Grizzly Zaagmachine EKS 1835-3

Bekijk gratis de handleiding van Grizzly EKS 1835-3 (232 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 32 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Grizzly EKS 1835-3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/232
Elektro-Kettensäge
Electric Chainsaw
Elektrische kettingzaag
Tronçonneuse électrique
Sega elettrica
Motosierra eléctrica
Elektryczna piła łańcuchowa
Elektrinis grandininis pjūklas
Elektrická řetězová pila
Elektrická reťazová píla
FR
DE
IT
ES
GB
NL
PL
CZ
LT
Originalbetriebsanleitung
Translation of the original instructions for use
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
Traduction de la notice d’utilisation originale
Traduzione delle istruzioni per l’uso in originale
Traducción del manual de instrucciones original
Tłumaczenie oryginalnej instrukcji obsługi
Vertimas iš originalių EB atitikties deklaracija
Překlad originálního návodu k obsluze
Preklad originálneho návodu na obsluhu
EKS 1835-3
SK

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Grizzly
Categorie: Zaagmachine
Model: EKS 1835-3

Handleiding Grizzly EKS 1835-3 – volledige tekst

47NLInleidingHartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuw apparaat. Daarmee hebt u voor een hoogwaardig product gekozen. Dit apparaat werd tijdens de productie op kwaliteit gecontroleerd en aan een eind-controle onderworpen. De functionaliteit van uw apparaat is bijgevolg verzekerd. De gebruiksaanwijzing vormt een bestanddeel van dit product. Ze omvat belangrijke aanwijzingen voor veiligheid, gebruik en af-valverwijdering. Maak u vóór het gebruik van het product met alle bedienings- en veiligheidsinstruc-ties vertrouwd. Gebruik het product uitsluitend zoals beschreven en voor de aangegeven toepassings-gebieden. Bewaar de handleiding goed en overhandig alle documenten bij het doorgeven van het product mee aan derden. DoeleindenDe elektrische kettingzaag is enkel voor het zagen van hout gekonstrueerd. Voor alle andere toepassingen (bv.

het snijden van metselwerk, kunststo?en of levens-middelen) is de zaag niet geschikt. De kettingzaag is voor de doe-het-zelver bedoeld. Ze werd niet voor industriëel langdurig gebruik ontwikkeld. De machine is voor gebruik door volwas-senen bedoeld. Jongeren onder de 16 InhoudInleiding. 47Doeleinden. 47Algemene beschrijving. 48Omvang van de levering. 48Functiebeschrijving. 48Overzicht. 48Technische informatie. 48Veiligheidsvoorschriften. 49Symbolen op de zaag. 49Symbolen in de handleiding. 50Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap. 50Veiligheidsfunkties. 55Ingebruikname. 56Zwaard en zaagketting monteren. 56Ketting aanspannen. 57Kettingsmering. 57Bedienen van de kettingzaag. 58Starten. 58Kettingrem kontroleren. 58Automatische oliebevloeiing kontroleren. 58Zaagtechnieken. 59Allgemeen. 59Doorzagen. 59Snoeien. 60Bomen vellen. 61Onderhoud en reiniging. 62Reiniging.

48NLjaar mogen enkel onder toezicht de ket-tingzaag gebruiken.De bediener of gebruiker van het appa-raat is verantwoordelijk voor ongelukken of schades aan andere personen of hun eigendom. De producent is niet verantwoordelijk voor schade die veroorzaakt wordt door foute bediening of door gebruik bij toepassin-gen waarvoor de zaag niet geschikt is.Algemene beschrijving De afbeeldingen voor de bediening en het onderhoud vindt u op de zijde 2 + 3.Omvang van de levering- Elektrische Kettingzaag- Zwaard- Ketting- Beschermkoker voor zwaard- 180 ml kettingolie- Gebruiksaanwijzing- MontagesleutelFunctiebeschrijvingDe kettingzaag wordt aangedreven door een elektromotor. De rondlopende ketting loopt over een zwaard (geleidingsrails). Het apparaat is uitgerust met een snel-stop-kettingrem. Door de automatische olievoorziening wordt de ketting continu gesmeerd.

49NLKettingsteek. Trilink CL15052PBZwaard. Trilink 14“M1501452-1041(9110436)Kettenteilung. 3/8“ (9,53 mm)Schakelsterkte. 1,27 mmTanden van het kettingwiel. 6Zaaglengte. max. 350 mmZwaardlengte. 420 mmGeluidsdrukniveau(LpA). 91,5 dB(A); KpA= 3,0 dBGeluidsniveau (LWA)gemeten. 103,4 dB(A); KWA= 2,55 dBgegarandeerd. 106 dB(A)Vibratie ah. max. 5,79 m/s2; K= 1,5 m/s2De aangegeven trillingemissiewaarde werd volgens een genormaliseerd testme-thode gemeten en kan ter vergelijking van een stuk elektrisch gereedschap met een ander gebruikt worden. De aangegeven trillingemissiewaarde kan ook voor een inleidende inschatting van de blootstelling benut worden. Waarschuwing: Afhankelijk van de manier, waarop het elektrische gereedschap gebruikt wordt, kan de trilingemissiewaarde tijdens het e?ectieve gebruik van het elektrische gereedschap van de aangegeven waarde verschillen.

De noodzaak bestaat, veiligheids-maatregelen ter bescherming van de operator vast te leggen, die op een inschatting van de blootstelling in de e?ectieve gebruiksomstan-digheden gebaseerd zijn (hierbij moet er met alle aandelen van de bedrijfscyclus rekening gehouden worden, zo bijvoorbeeld met tijden, tijdens dewelke het elektrische gereedschap uitgeschakeld is, en tijden, tijdens dewelke het welis-waar ingeschakeld is, maar zonder belasting functioneert). Dit apparaat is voor de werking op een elektriciteitsnet met een systeemimpedantie Zmax op het overdrachtpunt (huisaansluiting) van maximaal 0,335 ohm voorzien. De gebruiker dient ervoor te zor-gen dat het apparaat uitsluitend op een elektriciteitsnet bediend wordt, dat aan deze eis voldoet. Zo nodig, kan de systeemimpedantie bij het lokale energiebedrijf opgevraagd worden.

Oefen het hanteren van de zaag (doorzagen van rond hout op een zaagbok) en vraag uitleg aan een ervaren gebruiker of een vakman i. v. m. het functioneren, werkwijze en zaagtechnieken. Symbolen op de zaag Opgelet. Gevaar. Lees aandachtig de gebruiksaan-wijzing die bij de machine hoort. Draag een persoonlijke veiligheidsuitrusting. Draag vooral een veiligheidsbril of beter nog een veiligheids-masker, bescherming voor de oren, veiligheidshelm, snijvaste werkkledij, snijvas-.

50NLSymbolen in de handleiding Gevaarsymbolen met gegevens ter preventie van lichamelijke letsels en materiële schade. Gebodsteken (in plaats van het uitroepingsteken is het gebod toe-gelicht) met gegevens ter preven-tie van beschadigingen. Aanwijzingsteken met informatie voor een betere omgang met het apparaat.Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING! Lees alle vei-ligheidsinstructies en aanwijzin-gen.

51NLb) Werk met het elektrische gereed-schap niet in een explosieve om-geving, waarin er zich brandbare vloeisto?en, gassen of sto?en bevinden. Elektrisch gereedschap produceert vonken, die het stof of de dampen kunnen doen ontsteken. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektri-sche gereedschap op een veilige afstand. In geval van aeiding kunt u de controle over het apparaat verlie-zen. 2) ELEKTRISCHE VEILIGHEIDa) De aansluitstekker van het elektri-sche gereedschap moet in het stop-contact passen. De stekker mag op geen enkele manier veranderd worden. Gebruik geen adapterstek-kers samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten doen het risico voor een elektrische schok afne-men. b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken, zoals van buizen, verwarmingsinstallaties, fornuizen en koelkasten.

Er bestaat een verhoogd risico door een elektri-sche schok als uw lichaam geaard is. c) Houd elektrisch gereedschap op een veilige afstand tot regen of nattigheid. Het binnendringen van water in elektrisch gereedschap doet het risico voor een elektrische schok toenemen. d) Gebruik het snoer niet voor een ander doeleinde om het elektrische gereedschap te dragen, op te han-gen of om de stekker uit het stop-contact te trekken. Houd het snoer op een veilige afstand tot hitte, olie, scherpe kanten of bewegende ap-paraatonderdelen. Beschadigde of verstrikt geraakte snoeren doen het risico voor een elektrische schok toe-nemen. e) Als u met elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, maakt u enkel gebruik van verlengsnoeren, die ook voor buiten geschikt zijn. Het gebruik van een voor buiten geschikt verlengsnoer doet het risico voor een elektrische schok afnemen.

f) Als de werking van het elektrische gereedschap in een vochtige om-geving niet te vermijden is, maakt u gebruik van een RCD (Residual Current Device) met een uitscha-kelstroom van 30 mA of minder.

Het gebruik van een aardlekschakelaar doet het risico voor een elektrische schok afnemen. 3) VEILIGHEID VAN PERSONENa) Wees aandachtig, let erop wat u doet en ga verstandig aan het werk met elektrisch gereedschap. Ge-bruik geen elektrisch gereedschap als u moe bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicijnen staat. Een moment van onoplettend-heid bij het gebruik van het elektrische gereedschap kan tot ernstige verwon-dingen leiden. b) Draag persoonlijke beschermings-uitrusting en altijd een bescherm-bril. Het dragen van een persoonlijke beschermingsuitrusting, zoals stof-masker, slipvrije veiligheidsschoenen, beschermende helm of gehoorbe-scherming, al naargelang de aard en de toepassing van het elektrische.

52NLgereedschap, doet het risico voor ver-wondingen afnemen. c) Vermijd een onopzettelijke inge-bruikname. Vergewis u dat het elek-trische gereedschap uitgeschakeld is voordat u het op de stroomvoor-ziening en/of de accu aansluit, het opneemt of draagt. Als u bij het dra-gen van het elektrische gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of het apparaat ingeschakeld p de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschap of schroefsleutel voordat u het elek-trische gereedschap inschakelt. Gereedschap of een sleutel, die zich in een draaiend apparaatonderdeel bevindt, kan tot verwondingen leiden. e) Vermijd een abnormale lichaams-houding. Zorg voor een veilige stand en houd te allen tijde uw evenwicht. Daardoor kunt u het elek-trische gereedschap in onverwachte situaties beter controleren. f) Draag geschikte kledij.

Draag geen ruimzittende kleding of sieraden. Houd haar, kledij en handschoenen op een veilige afstand tot bewegen-de onderdelen. Loszittende kledij, sieraden of lang haar kan/kunnen door bewegende onderdelen vastgegrepen worden. g) Als er stofafzuig- en –opvanginrich-tingen gemonteerd kunnen worden, vergewist u zich dat deze aangeslo-ten zijn en correct gebruikt worden. Gebruik van een stofafzuiginrichting kan gevaren door stof doen afnemen. 4) GEBRUIK EN BEHANDELING VAN HET ELEKTRISCHE GEREED-SCHAPa) Overbelast het apparaat niet. Ge-bruik voor uw werk het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereed-schap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensgebied. b) Gebruik geen elektrisch gereed-schap, waarvan de schakelaar de-fect is. Elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan wor-den, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.

Deze voorzorgs-maatregel voorkomt een onopzettelijke start van het elektrische gereedschap. d) Bewaar ongebruikt elektrisch ge-reedschap buiten het bereik van kinderen. Laat personen het appa-raat niet gebruiken, die daarmee niet vertrouwd zijn of deze aanwij-zingen niet gelezen hebben. Elek-trisch gereedschap is gevaarlijk als het door onervaren personen gebruikt wordt. e) Verzorg elektrisch gereedschap met zorg. Controleer, of beweegbare onderdelen foutloos functioneren en niet klemmen, of er onderdelen gebroken of zodanig beschadigd zijn, dat de werking van het elektri-sche gereedschap in negatieve zin beïnvloed wordt. Laat beschadigde onderdelen vóór het gebruik van het apparaat repareren. Tal van on-gevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrisch gereedschap.

53NLf) Houd snijd-/snoeigereedschap scherp en netjes. Zorgvuldig onder-houden snijd-/snoeigereedschap met scherpe snijdkanten geraken minder gekneld en is gemakkelijker te bedie-nen. g) Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, gebruiksgereedschap enz. in overeenstemming met deze aanwijzingen. Houd daarbij reke-ning met de arbeidsomstandighe-den en de uit te voeren activiteit. Het gebruik van elektrisch gereed-schap voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situa-ties leiden. 5) SERVICEa) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwaliceerd, vakkundig geschoold personeel en enkel met originele reserveon-derdelen repareren. Daardoor wordt verzekerd dat de veiligheid van het elektrische gereedschap in stand ge-houden wordt.

6) VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR KETTINGZAGENa) Houd bij een in werking zijnde zaag alle lichaamsdelen op een veilige afstand tot de kettingzaag. Verge-wis u vóór het starten van de zaag dat de kettingzaag niets raakt. Bij het werken met een kettingzaag kan een moment van onoplettendheid ertoe leiden dat bekleding of lichaams-delen door de kettingzaag vastgegre-pen worden. b) Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand aan de achterste handgreep en uw linkerhand aan de voorste handgreep. Het vasthouden van de kettingzaag in een omgekeer-de werkhouding verhoogt het risico voor verwondingen en mag niet toege-past worden. c) Draag beschermbril en gehoorbe-scherming. Bijkomende bescher-mingsuitrusting voor hoofd, han-den, benen en voeten wordt aan-bevolen.

Passende beschermende kledij doet het gevaar afnemen voor verwondingen door rondslingerend spaanmateriaal en een toevallige aan-raking van de kettingzaag. d) Werk met de kettingzaag niet op een boom. Bij de werking van de kettingzaag op een boom bestaat er gevaar voor verwondingen. e) Let op een vaste stand en gebruik de kettingzaag enkel als u op een vaste, veilige en e?en grond staat.

Een glibberige ondergrond of onsta-biele standvlakken zoals op een lad-der kunnen tot verlies van het even-wicht of tot verlies van de controle over de kettingzaag leiden. f) Houd er bij het snoeien van een on-der spanning staande tak rekening mee dat deze laatste terugveert. Wanneer de spanning in de houtve-zels vrijkomt, kan de gespannen tak de persoon, die de kettingzaag be-dient, raken en/of de kettingzaag en de controle over de kettingzaag afhan-dig maken. g) Wees uiterst voorzichtig bij het snoeien van onderhout en jonge bomen. Het dunne materiaal kan in de kettingzaag verstrikt geraken en op u slaan of u uit uw evenwicht brengen.

54NLworden door een speciaal netsnoer, dat via de fabrikant of via zijn klanten-serviceafdeling verkrijgbaar is. o) Gebruik alleen goedgekeurde H07RN-F netkabels die bestemd zijn voor buitengebruik. De doorsnede van de litzedraad moet minstens 2,5 mm2 bedragen. Rol een kabeltrommel vóór gebruik steeds volledig af. Controleer de netkabel op schade. 7) OORZAKEN EN PREVENTIE VAN EEN TERUGSLAG Opgepast terugslag. Let tijdens het werken op terugslag van de machine. Er bestaat verwonding-gevaar. U kan terugslag vermijden door behoedzaamheid en de juiste zaagtechniek. Een terugslag kan zich voordoen als het uiteinde van de geleiderail een voorwerp raakt of wanneer het hout buigt en de zaagketting in de snede gekneld geraakt.

Een aanraking van het uiteinde van de rail kan in sommige gevallen tot een on-verwachtse, achterwaarts gerichte reactie leiden, waarbij de geleiderail naar boven en in de richting van de persoon, die de kettingzaag bedient, geslagen wordt. Het vastzitten van de kettingzaag aan de bovenkant van de geleiderail kan de rail heftig terug in de richting van de persoon, die de kettingzaag bedient, stoten. Iedere van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en u zich mogelijkerwijs ernstig verwondt. Vertrouw niet uitsluitend op de in de ket-tingzaag gemonteerde veiligheidsvoorzie-ningen. Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschillende maatregelen te tre?en om vrij van ongevallen en verwon-dingen te kunnen werken. h) Draag de kettingzaag aan de voor-ste handgreep in de uitgeschakelde toestand, de zaagketting van uw lichaam afgewend.

Een onoor-deelkundig gespannen of gesmeerde ketting kan ofwel scheuren, ofwel het risico voor terugslag doen toenemen. k) Houd handgrepen droog, netjes en vrij van olie en vet. Vettige, olieachti-ge handgrepen zijn glibberig en leiden ertoe dat u de controle verliest. l) Enkel hout zagen. De kettingzaag niet gebruiken voor werkzaamhe-den, waarvoor ze niet bestemd is. Voorbeeld: gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van plastic, metselwerk of bouwmaterialen, die niet van hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor niet-doelmatige werkzaamheden kan tot gevaarlijke situaties leiden. m) Houd het elektrische gereedschap uitsluitend aan de geïsoleerde handgreepoppervlakken vast om-dat de zaagketting in contact met verborgen stroomleidingen of met het netsnoer kan komen.

Het contact van de zaagketting met een spanning-voerende leiding kan metalen appa-raatonderdelen onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden. n) Als het netsnoer van dit apparaat be-schadigd wordt, moet het vervangen.

55NLEen terugslag is het gevolg van een foutief of verkeerd gebruik van het elek-trische gereedschap. Een terugslag kan door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hierna beschreven, voorkomen worden:a) Houd de zaag met beide handen vast, warbij duim en vinger de handgrepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw lichaam en uw armen in een positie, waarin u te-gen de krachten van een terugslag bestand kunt zijn. Wals er geschikte maatregelen getro?en worden, kan de persoon, die de kettingzaag bedient, de krachten van een terugslag beheer-sen. Nooit de kettingzaag loslaten. b) Vermijd een abnormale lichaams-houding en zaag niet boven schou-derhoogte. Daardoor wordt een onopzettelijk contact met het uiteinde van de rail vermeden en een betere controle van de kettingzaag in onver-wachte situaties mogelijk gemaakt.

c) Gebruik steeds door de fabrikant voorgeschreven reserverails en zaagkettingen. Verkeerde reserver-ails kunnen ertoe leiden dat de ketting scheurt en/of dat er terugslag ontstaat. d) Houd u aan de aanwijzingen vanwe-ge de fabrikant om de zaagketting te scherpen en te onderhouden. Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot terugslag8) RESTRISICO’SOok als u dit elektrische gereedschap zoals voorgeschreven bedient, blijven er altijd restrisico’s bestaan. Volgende gevaren kunnen zich in verband met de constructiewijze en uitvoering van dit elek-trische gereedschap voordoen:a) Snijdwondenb) Gehoorschade indien er geen ge-schikte gehoorbescherming gedragen wordt. c) Schade aan de gezondheid, die van hand-/armtrillingen het gevolg zijn indien het apparaat gedurende een langere periode gebruikt wordt of niet zoals reglementair voorgeschreven beheerd en onderhouden wordt. Waarschuwing.

Om het gevaar voor ernstige of dodelijke verwon-dingen te verminderen, adviseren wij personen met medische im-plantaten, hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine bediend wordt. Veiligheidsfunkties1 achterste handvat met bescherming voor de hand beschermt de hand tegen takken en twijgen en als de ketting losspringt. 4 kettingremhendel / bescherming van de hand Veiligheidsvoorziening, die de ketting bij terugslag onmiddellijk stopzet; de hendel is ook manueel te gebruiken; beschermt de linker hand van de ge-bruiker als deze van het voorste hand-vat afglijdt. 6 ketting met lichte terugslag helpt u door speciaal ontwikkelde vei-ligheids voorzieningen terugslagen op te vangen.

56NLverluchtingsopeningen in de bovenste tankrand veroorzaakt en is geen reden tot klacht. Aangezien elke zag in de productie gekontrolleerd en met olie getest wordt, kan het zijn dat ondanks lediging een klein beetje olie in de tank gebleven is, welke tijdens het transport de behuizing licht met olie bevuild. Maak de behuizing met een vod schoon. Zwaard en zaagketting monteren 1. Leg de zaag op een vlakke on-dergrond. 2. Draai de bevestigingsmoeren ( 14) los en verwijder de kettingwielafdekking ( 15). 3. Draai de kettingspanschroef (20) tegen de wijzers van de klok in totdat de kettingspanstift (21) in de richting van de zaag zich aan de aanslag bevindt. 4. Leg de ketting zo uit, dat de tanden met de klok mee wijzen (6). 5. Leg de ketting rond het zwaard (5) en in de zwaardmoer. Maak met de overtollige kettingelmen-ten aan de kant van de boorga-ten (24) in het zwaard (5) een lus. 6.

Houd de ingelegde ketting met een behandschoende hand op het zwaard vast. Leg nu de ketting rond het kettingrondsel (27). 7. Plaats het zwaard (5) en de ketting (6) op de railpin (24). Als de neus, rechts onder de railpin (23), in de onderste ronde uit-sparing aan het zwaard zit, zit het zwaard juist. Het is normaal dat de ketting (5) doorhangt. 8 klemmhendel versterkt de stabiliteit als vertikale sne-des doorgevoerd worden en maakt het zagen makkelijker. 10 elektromotor is om veiligheidsredenen dubbel ge-isoleerd11 Aan-/uitschakelaar met kettingblok-kering bij loslaten van de aan- en uitschake-laar stopt de machine onmiddellijk12 startvergrendeling om de machine te kunnen starten, moet eerst de startvergrendeling ont-grendeld worden. 13 kettingvanger vermindert het gevaar voor verwondin-gen als de ketting breekt of losspringt.

Voordat u de elektrische kettingzaag in gebruik neemt, moet u zwaard, ketting en kettingwielafdekking monteren, de ketting justeren, kettingolie ingieten, de werking van de kettingrem nagaan en het olieauto-matisme nakijken. Opgepast. De zaag kan olie verlie-zenLet u alstublieft erop dat de zaag na ge-bruik kan naoliën of leeglopen, vooral als ze zijdelings of op kop wordt gelegerd. Dit is normaal en wordt door de noodzakelijke.

57NL 8. Plaats de kettingwielkap (15). Plaats eerst de nok (25) op de afdekking in de daarvoor be-doelde inkeping op het apparaat worden geplaatst (26). Trek de bevestigingsschroef (16) slechts licht aan, omdat de ketting nog moet worden opgespannen. 9. Schroef de afdekking met de bevestigingsmoeren (14) vast. De ketting mag daarbij niet van het zwaard glijden. Draai de moer slechts losvast aan, omdat de zaagketting nog gespannen moet worden. Ketting aanspannenMet een goed aangespande ketting zijn goede prestaties en een langere levens-duur gegarandeerd. Kontroleer voor elk gebruik van de elektrische kettingzaag de spanning van de ketting. De ketting is juist aangespand als ze aan de onderkant van het zwaard niet door-hangt en men met de hand de ketting er volledig kan omheen trekken. Bij het trekken aan de zaagketting met een trek-kracht van 9 N (ca.

1 kg) mag de afstand tussen de zaagketting en de geleidingsrail niet meer dan 2 mm bedragen. 1. Controleer of de kettingrem los staat, d. w. z. of de kettingrem tegen de voor-ste handvat (2) is gedrukt. 2. Draai de bevestigingsmoeren (14) los. 3. Om de zaag te spannen, draait u de kettingspanschroef (20) met de klok mee. Om de spanning losser te maken, draait u de kettingspanschroef (20) tegen de wijzers van de klok in. 4. Draai de bevestigingsschroeven (14) vast aan. Een nieuwe zaagketting moet u na minimaal 5 zaagsneden nogmaals opspannen. Kettingsmering Zwaard en ketting mogen nooit zonder olie vallen. Gebruikt u de elektrische kettingzaag met te weinig olie, worden de prestaties van de zaag minder en wordt de levensduur korter, aangezien de ketting sneller stomp wordt. Bij te weinig olie is er rookontwikkeling of een verkleuring van het zwaard zichtbaar.

De motorzaag is met een automatische olie-bevloeiing uitgerust. Zodra de motor versnelt, vloeit ook de olie sneller naar het zwaard toe. Kettingolie bijvullen:• Controleer regelmatig de oliepeilin-dicatie (2) en giet olie bij als de mini-mummarkering is bereikt.

De olietank bevat ca. 270 ml olie. • Maakt u gebruik van Bio-olie. Deze olie omvat ter reductie van wrijving en slijtage bijvoegingen en schaadt het pompsysteem niet. U kunt deze olie via ons servicecenter bestellen. • Als u niet beschikt over bio-olie, kunt u het beste een kettingolie zonder hech-tende additieven gebruiken. 1. Draai de dop van de olietank (3) en vul de tank met kettingolie. 2. Veeg eventueel gemorste olie weg en sluit de dop weer.

58NL Kettingrem kontroleren De motor kan niet starten als de kettingrem vergrendeld is. Gebruik de kettingrem niet om de ketting-zaag te starten of te stoppen. 1. Ontgrendel de kettingrem door de remhendel tegen het voorste handvat te duwen (4). 2. Leg de elektrische kettingzaag op een vaste, e?en ondergrond. Ze mag niet met voorwerpen in aanraking komen. 3. Sluit de machine op de netspanning aan. 4. Houdt de elektrische kettingzaag goed met beide handen vast, met de rech-ter hand aan het achterste en met de linker hand aan het voorste handvat. Duimen en vingers moeten de hand-vaten goed omsluiten (ze ). 5. Start de elektrische kettingzaag (zie “Bedienen van de kettingzaag”). 6. Bedien bij lopende motor de ket-tingremhendel (2) met de linker hand. Ketting moeten abrupt stoppt. 7. Als de kettingrem goed functioneert, laat u de aan-/uitschakelaar los en haalt u de rem van de ketting.

Indien de kettingrem niet goed funtioneert, mag u de elektri-sche kettingzaag niet gebruiken. Laat de elektrische kettingzaag door onze klantenservice repa-reren. Automatische oliebevloeiing kontrolerenKontroleer voor het starten het oliepeil en de automatische olie-bevloeiing. Bedienen van de kettingzaag Start de kettingzaag pas als het zwaard, de ketting en de ketting-wielbescherming juist gemonteerd zijn. Let erop, dat de netspanning overeenkomt met het typelabel op de machine. Let bij het starten op een stabiele houding. Wees er zeker van voor het starten dat de elektrische kettingzaag geen voor-werpen raakt. Starten Kontroleer voor het starten of er genoeg olie in de tank is, vul anders olie bij (zie gedeelte over ingebruikname). 1. Ontgrendel de kettingrem door de remhendel (4) tegen het voorste hand-vat te drukken. 2.

Vorm aan het einde van de verleng-kabel een lus en plaats deze in de trekontlasting (17) aan de achterste greep. 3. Sluit de machine op de netspanning aan. 4.

Houdt de elektrische kettingzaag goed met beide handen vast, met de rech-ter hand aan het achterste en met de linker hand aan het voorste handvat. Duimen en vingers moeten de hand-vaten goed omsluiten. 5. Voor het starten ontgrendelt u met de rechter duim de startvergrendeling (12) en drukt dan op de aan- en uit-schakelaar (11), de elektro-motor loopt nu met de hoogste snelheid. Laat de startvergrendeling los. 6. De motorzaag stopt als u de aan- en uitschakelaar weer loslaat. Een conti-nu-schakeling is niet mogelijk.

59NL• Let ook op de veiligheidsmaatregelen i. v. m. terugslag (zie veiligheidsvoor-schriften). • Bij zaagwerkzaamheden op een hel-ling steeds boven de boomstam staan. Om op het moment van het „doorza-gen“ de volledige controle te behou-den tegen het einde van de snede de drukkracht verminderen zonder de vaste grip aan de handgrepen van de kettingzaag te lossen. Erop letten dat de kettingzaag niet de grond raakt. Na voltooiing van de snede de stilstand van de kettingzaag afwachten voordat men de zaagketting daar verwijdert. De motor van de kettingzaag altijd uitschakelen voordat men van de ene naar de andere boom overgaat. • Gebruik een RCD (Residual Current Device) met een aanspreekstroom van maximaal 30 mA. Als de ketting vast komt te zit-ten, probeer dan in geen geval de elektrische kettingzaag met geweld uit de boom te trekken. Er bestaat verwondingsgevaar.

Zet de motor af en gebruik een wig of een hefboomarm om de elektrische kettingzaag los te krijgen. DoorzagenDoorzagen is het zagen van de gevelde boom in kleinere, te hanteren stukken. Zorg ervoor dat u stabiel staat en dat uw lichaamsgewicht gelijkmatig is verdeeld over beide voeten. Indien mogelijk moet de stam zijn geplaatst op takken, balken of wiggen of erdoor ondersteund worden. • Let erop dat de ketting tijdens het za-gen niet de aarde raakt. • Start de kettingzaag en houdt ze bo-ven een lichte ondergrond. De zaag mag de bodem niet aanraken. Als u oliesporen ziet, funktioneert de ket-tingzaag naar behoren. Bij koud weer kan de olie dik wor-den. Indien u geen oliesporen ziet, reinig dan de olieleiding of laat de elektrische kettingzaag door onze klantenservice repareren. ZaagtechniekenAllgemeen Neem de bescherming tegen la-waai en lokale voorschriften bij het houthakken in acht.

• Leg het netsnoer zodanig, dat het tijdens het zagen niet door takken of dergelijke vastgegrepen wordt. • Zet bij iedere snede de klauwaanslag er vast tegen en begin dan pas met het zagen. • U heeft een betere kontrole over de zaag als u met de onderkant van het zwaard (met trekkende ketting) en niet met de bovenkant van het zwaard (met schuivende ketting) zaagt. • De ketting mag tijdens of na het door-zagen noch de aarde noch andere voorwerpen aanraken. • Let op dat de zaagketting nooit in de zaagsnede wordt geklemd. De boom-stam mag niet breken of scheuren.

60NL• Zorg voor een goede, stabiele houding en stelt u zich op steile terreinen bo-ven de stam. 1. Stam ligt op de grond Zaag de stam langs boven vol-ledig door en let erop, op het einde de bodem niet te raken. Indien de stam kan worden gedraaid, zaagt u hem voor 2/3 door. Vervolgens draait u de stam om en zaagt u de rest van boven naar beneden door. 2. Stam is aan 1 kant gestut Zaag de stam eerst van bene-den naar boven (met de bo-venkant van het zwaard) voor 1/3 door, om te voorkomen dat stam scheurt. Zaag vervolgens de boom van boven naar bene-den (met de onderkant van het zwaard) naar de eerste zaags-nede toe, om te voorkomen dat de ketting wordt vastgeklemd. 3. Stam is aan beide kanten ge-stut Zaag de stam eerst van boven naar beneden (met de onder-kant van het zwaard) voor 1/3 door.

Zaag de stam vervolgens van onder naar boven (met de bovenkant van het zwaard) door, tot de onderste zaagsnede is bereikt. 4. Zagen op een zaagbok Houd de elektrische kettingzaag met beide handen stevig vast en beweeg de kettingzaag tij-dens het zagen van het lichaam af. Als de stam is doorgezaagd, brengt u de zaag rechts langs uw lichaam (1). Houd uw linker-arm zo recht mogelijk (2). Let op de vallende stam. Ga zo staan, dat de vallende stam geen ge-vaar oplevert. Let op uw voeten. De vallende stam kan op uw voeten vallen. Denk ook om uw evenwicht (3). SnoeienMet snoeien wordt het afzagen van tak-ken en twijgen van een gevelde boom bedoeld. Er gebeuren vaak ongelukken bij het snoeien. Zaag nooit takken af als u op een boomstam staat. Let op een eventuele terugslag als takken onder spanning staan. • Verwijder de zijtakken pas na het doorzagen.

• Onder spanning staande takken moe-ten van onder naar boven gezaagd worden om vastklemmen van de ket-tingzaag te voorkomen. • Bij het afzagen van dikkere takken gebruikt men dezelfde techniek als bij het verzagen. • Werk links van de stam en zo dicht mogelijk bij de elektrische kettingzaag.

Laat het gewicht van de zaag zoveel mogelijk op de stam rusten. • Verander van plaats om takken aan de andere kant van de stam af te zagen. • Vertakte takken worden apart afge-zaagd. • Laat bij het snoeien de grotere naar beneden gerichte takken die de boom steunen, in eerste instantie staan. Kleinere takken, zoals afbeelding , met een snijbeweging afsnijden.

61NLBomen vellen Er is veel ervaring vereist om bomen te vellen. Vel enkel bo-men als u zeker en veilig met de elektrische kettingzaag kan omgaan. Gebruik de elektrische kettingzaag in ieder geval niet als u zich onzeker voelt. • Let erop dat er geen mensen of dieren in de buurt van het werkterrein zijn. De veilige afstand tussen de te vellen boom en de eerstvolgende werkplaats moet 2 ½ boomlengte bedragen. • Let op de valrichting. De gebruiker moet zich in de buurt van de gevelde boom veilig kunnen bewe-gen om de boom makkelijk te kunnen doorzagen en snoeien. • Vermijdt dat de vallende boom in een andere boom blijft hangen. Let op de natuurlijke valrichting die van neiging en kromming van de boom, van de windrichting en het aantal tallen afhan-kelijk is. • Sta bij steile terreinen steeds boven de te vellen boom.

• Kleine bomen met een diameter van 15-18 cm kunnen normaal met 1 sne-de afgezaagd worden. • Bij bomen met een grotere diameter moet er met kerfsnijwerk en een vals-nede gewerkt worden (zie onder). • Worden bomen door twee of meerdere personen tegelijk gesnoeid en geveld, dan moet de afstand tussen de perso-nen die bomen vellen en snoeien ten minste het dubbele van de hoogte van de boom bedragen die wordt geveld. Bij het vellen van bomen moet wor-den gegarandeerd dat andere per-sonen niet worden blootgesteld aan gevaar, dat er geen nutsvoorzieningen worden geraakt en er geen materië-le schade wordt veroorzaakt. Komt een boom met een voedingskabel in aanraking, dan moet het nutsbedrijf onmiddellijk op de hoogte worden gebracht. • Vuil, stenen, losse schors, nagels, klemmen en draad moeten van de boom worden verwijderd.

• Voor zagen op hellingen moet de ope-rator van de kettingzaag in het veld boven de te kappen boom blijven, om-dat de boom waarschijnlijk na het kap-pen zal rollen of naar beneden glijden.

Vel geen boom als er een sterke of draaiende wind is of als er gevaar voor beschadiging van eigendom bestaat of als de boom op leidingen zou kunnen vallen. Zet onmiddellijk na einde van de werkzaamheden de oorbescher-ming af zodat u waarschuwingssig-nalen en geluiden kan horen. 1. Snoeien: Verwijder takken die naar bene-den hangen door even boven de tak te beginnen. Snoei nooit hoger dan op schouderhoogte. 2. Vluchttraject: Verwijder het kreupelhout rond-om de boom, zodat u zich een-voudig kunt terugtrekken. Het vluchttraject (1) dient in onge-veer 45° te staan op de geplan-de valrichting (2). 3. Kerven zagen (A) Breng een inkeping aan in de richting waarin de boom moet vallen. Begin met de onderste,.

62NLhorizontale snede. De snijdiepte moet ongeveer 1/3 van de dia-meter van de stam bedragen. Daardoor wordt vermeden dat de zaagketting of de geleidings-rail bij de tweede inkeping inge-klemd raakt. Maak nu een schui-ne zaagsnede met een snijhoek van ongeveer 45°, van boven, die exact uitkomt op de onderste zaagsnede. Ga nooit voor een boom staan die ingekerfd is. 4. Valsnede (B) Voer de velsnede van de andere kant van de stam uit, terwijl u links van de boomstam staat en met trekkende zaagketting zaagt. De velsnede moet hori-zontaal minstens 5 cm boven de horizontale inkeping lopen. Zij moet zo diep zijn dat de afstand tot de lijn van de inkeping min-stens 1/10 van de stamdiameter bedraagt. Het niet doorgezaag-de gedeelte van de stam wordt bestempeld als scharnierstuk (valkerf). Het scharnierstuk ver-hindert dat de boom draait en in de verkeerde richting valt.

Zaag het scharnierstuk niet door. Schuif een velwig of een breek-ijzer in de zaagsnede, zodra de snijdiepte dit toelaat, om een vastklemmen van het blad te verhinderen. Als de velsnede aan het scharnierstuk wordt benaderd, zou de boom moeten beginnen te vallen. Als blijkt dat de boom eventueel niet in de gewenste richting valt of terug neigt en de zaagketting klem komt te zitten, onderbreekt u de velsnede en gebruikt u een wig van hout, kunststof of alu-minium om de snede te openen en de boom om te leggen in de gewenste vallijn. 5. als de stamdiameter groter is dan de lengte van het zwaard, maak dan 2 snedes. Wij raden onervaren gebruikers veiligheidshalve af om een boom-stam te vellen waarvan de diame-ter groter is dan de lengte van het zwaard. 6. Na het zagen van de valsnede valt de boom vanzelf of met behulp van de wig of het breekijzer.

Onderhoud en reiniging Voer onderhouds- en reinigings-werkzaamheden hoofdzakelijk bij uitgeschakelde motor en uit-getrokken stekker uit. Verwon-dinggevaar. Laat onderhoudswerkzaamhe-den die niet in deze handleiding worden genoemd door onze werkplaats uitvoeren. Gebruik enkel originele vervangstukken. Laat de machine eerst afkoelen vooraleer u de machine gaat rei-nigen of herstellen. Gevaar voor verbranding.

63NLReiniging• Reinig de machine grondig na elk gebruik. Daardoor verlengt u de le-vensduur van de machine en vermijdt u ongelukken. • Houdt de handvaten benzine-, olie- en vetvrij. Maak de handvaten indien no-dig met een vochtige, in zeep gewas-sen vod schoon. Gebruik geen oplos-middel of benzine voor het reinigen. • Reinig na elk gebruik de ketting. Ge-bruik hiervoor een penseel of handve-ger. Gebruik geen vloeisto?en voor het reinigen van de ketting. Na reiniging de ketting licht met olie instrijken.

Tabel onderhoudsintervallenMaschine-onderdeel Uit te voerenVoor elk ge-bruikNa 10 uur gebruikOnderdelen van de kettingremKontroleren, indien nodig vervangenKettingwielKontroleren, indien nodig vervangenKettingKontroleren, oliën, indien nodig slijpen of vervangenZwaardKontroleren, omdraaien, reinigen,Oliën • Reinig de verluchtingsgaten en de oppervlakken van de machine met een penseel, handveger of droge vod. Gebruik geen vloeisto?en voor het reinigen. OnderhoudsintervallenVoer de in onderstaande tabel opgesom-de onderhoudswerkzaamheden regelma-tig uit. Door regelmatig onderhoud van uw zaag wordt haar levensduur verlengd. Bovendien kan u dan optimaal zagen en worden ongelukken vermeden. Kettingen oliën Reinig en olie de ketting re-gelmatig. Daardoor houdt u de ketting scherp en levert de ma-chine topprestaties.

Bij schade veroorzaakt door ontoereikend onderhoud van de elektrische kettingzaag vervalt de garantie. Trek de stekker uit en gebruik snijvaste handschoenen als u aan de ketting of aan het zwaard werkt. • Olie de ketting na reiniging, na 10 uur gebruik of minstens 1 maal per week naar gelang wat eerst voorkomt. • Voor het oliën moet het zwaard, voor-namelijk de tanden van het geleispoor, grondig gereinigd worden. Gebruik hiervoor een handveger of een droge vod. • De delen van de ketting kan u het best met behulp van een oliespuit met punt oliën (in de vakhandel te verkrijgen).

64NLKetting slijpen Een fout geslepen ketting ver-hoogt het risico op terugslag. Gebruik snijvaste handschoe-nen als u aan de ketting of het zwaard werkt. Een scherpe ketting garandeert optimale prestaties. Ze gaat moei-teloos door het hout en laat grote, lange houtspanen achter. Als u het zwaard door het hout moet duwen en de houtspanen zeer klein zijn, betekent dat dat de ketting stomp is. Als de ketting zeer stomp is, heeft men überhaupt geen spanen, alleen houtstof. • De zagende delen van de ketting zijn de snij-onderdelen die uit een zaag-tand en een dieptebegrenzer bestaan. Het hoogteverschil tussen deze twee bepaalt de slijpdiepte.

• Bij het slijpen van de zaagtanden moeten volgende waarden in acht genomen worden: - slijphoek (30°) - borsthoek (85 °) - slijpdiepte (0,65 mm) - diameter van de ronde veil (4,0 mm) Afwijkingen van de aangegeven maten van de slijpgeometrie kunnen de neiging van de ma-chine tot terugslag verhogen. Vergroot het gevaar op ongeval-len. Voor het slijpen van de ketting zijn spe-ciale werktuigen noodzakelijk, waarvan de messen de juiste hoek hebben en in de juiste diepte geslepen zijn. Onervaren gebruikers van kettingzagen raden wij aan de ketting door een vakman of in een werkplaats te laten slepen. Als u toch zelf de ketting wil slepen, koop dan het nood-zakelijke gereedschap in de vakhandel. 1. Schakel de zaag uit en trek de stekker uit het stopcontact:2. Verwijder de ketting (zie hoofdstuk ‚Bedienen van de kettingzaag‘).

Om te zorgen dat de tanden goed kunnen worden geslepen, dient de ketting strak rond het zwaard te zitten. 3. Voor het slijpen is een ronde vijl met een diameter van 4,0 mm vereist. Andere diameters beschadigen de ketting en verhogen het ge-vaar op ongevallen bij het wer-ken met de zaag. 4. Slijp enkel van binnen naar buiten. Leidt de veil van de binnenkant van de zaagtand naar buiten. Houdt de veil omhoog als u ze terugtrekt. 5. Slijp eerst de tanden aan een kant.

65NL8. Na 3 keer slijpen, moet telkens de slijpdiepte (dieptebegrenzing) gekon-troleerd worden en de hoogte met behulp van een platte vijl aangepast worden. De dieptebegrenzing moet ca. 0,65 mm tegenover de zaagtand naar achter geplaatst worden. Rond daarna de dieptebegrenzing een beetje naar voor af. Spanning instellenHet instellen van de kettingspanning is in het gedeelte over ingebruikname, ketting-zaag spannen, beschreven. • Schakel de zaag uit en trek de stekker uit• Kontroleer de spanning regelmatig en stel deze zo veel mogelijk bij zodat de ketting nauw aan het geleispoor ligt, maar toch nog los genoeg zit om met de hand aan te kunnen trekken. Nieuwe ketting laten inlopenBij een nieuwe ketting vermindert de spankracht na enige tijd. Daarom moet u na de eerste 5 snedes, daarna in grotere afstanden, de ketting opnieuw aanspan-nen.

Bevestig nooit een ketting op een afgesleten aandrijfwiel of een beschadigd zwaard. Zwaard onderhouden Gebruik snijvaste handschoe-nen als u aan de ketting of het zwaard werkt. Het zwaard moet na alle 8-10 uren ge-bruik omgedraaid worden, om een ge-lijkmatige slijtage te garanderen (zie ook gedeelte ingebruikname)1. Schakel de zaag uit en trek de stekker uit. 2. Neem de kettingwielbescherming, de ketting en het zwaard af. 3. Kontroleer het zwaard op slijtage. Verwijder beschadigingen op het gel-eispoor met een platte vijl. 4. Reinig de olietoevoer ( 23) van het zwaard om een optimale, automa-tische oliebevloeiing van de ketting tijdens het zagen te garanderen. 5. Monteer zwaard, ketting en ketting-wielbescherming en span de ketting aan.

Bi optimale oliedoorvoer sproeit de ketting enkele seconden automa-tisch een beetje olie nadat de zaag wordt gestartBewaren• Reinig het apparaat voordat u het bewaart. • Maak de olietank leeg als u langere werkpauzes inlast. Verwijder de oude olie op een milieuvriendelijke wijze. (zie „Onderhoud en reiniging“). • Breng de beschermkoker voor zwaard hoes aan.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Grizzly EKS 1835-3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden