GasGas TXT GP 300 (2025) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van GasGas TXT GP 300 (2025) (147 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over GasGas TXT GP 300 (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | GasGas |
| Categorie: | Motor |
| Model: | TXT GP 300 (2025) |
Handleiding GasGas TXT GP 300 (2025) – volledige tekst
Beste GASGAS-klant,*3215232nl*3215232nl02/07/2025Beste GASGAS-klant,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw GASGAS-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern, sportief voertuigdat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken.We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe!Hieronder kunt u de serienummers van uw voertuig invoeren om de serienummers sneller te vinden als dat nodig is:Voertuigidentificatiennummer (pag. 16)Stempel dealerMotornummer (pag. 16)De bedieningshandleiding kwam op het tijdstip van publicatie overeen met de nieuwste stand van deze modelserie. Kleineafwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet worden uitgesloten.Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.
GASGAS GmbH houdt zich het recht voor technische gegevens, prijzen, kleu-ren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en dergelijke zonder voorafgaande aankon-diging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding te annuleren, deze aan te passen aan de plaat-selijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. GASGAS is nietaansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. Deafgebeelde modellen zijn voor een deel voorzien van speciale uitrustingen die niet standaard tot de leveringsomvang beho-ren.© 2025 GASGAS GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehouden.
Symbolen en formateringen 191.1 Conventies1.1.1 SymbolenKenmerkt een gewenst resultaat (bijv. van een werkstap of functie).Kenmerkt een ongewenst resultaat (bijv. van een werkstap of functie).Alle werkzaamheden die met dit pictogram zijn gekenmerkt vereisen vakkennis en technisch begrip.
Zorg ervoordat deze werkzaamheden worden uitgevoerd door of onder toezicht staan van opgeleid personeel van een geau-toriseerde GASGAS-werkplaats met indien nodig vereist speciaal gereedschap.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina.Kenmerkt een vermelding met aanvullende informatie.Kenmerkt een tip bijvoorbeeld om het werk gemakkelijker te maken.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een taak, inclusief eventuele nabewerkingen.1.1.2 FormatteringenEigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.MerkTMKenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte benamingenVerwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermen die in debegrippenlijst worden uitgelegd.1.1.3 Afkortingen2-dlg. tweedeligArtikelnr. Artikelnummerresp. respectievelijkca. circaetc. et ceteraevt. eventueelevt. eventueelcpl. compleetmin. minimaalNr.
2 Veiligheid102. 1 VeiligheidsaanwijzingenFunctie van waarschuwingsberichtenWaarschuwingsberichten waarschuwen voor gevaren bij de omgang met het product. De gevaren worden geclassificeerd,benoemd, beschreven en aangevuld met instructies om gevaar te vermijden. ● Wanneer een waarschuwing voorafgaat aan een lijst met instructies, bestaat er gedurende de hele activiteit gevaar. ● Als er vlak voor een instructie een waarschuwing verschijnt, is er gevaar bij de volgende handeling. Uiterlijk van waarschuwingsberichtenAlle waarschuwingsberichten worden gekenmerkt door een signaalwoord en een waarschuwingssymbool. De combinatievan het signaalwoord en waarschuwingssymbool bepaalt de mate van het gevaar. GEVAARGeeft een onmiddellijk dreigend gevaar aan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg heeft.
WAARSCHUWINGGeeft een mogelijk dreigend gevaar aan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg kan hebben. VOORZICHTIGGeeft een mogelijk dreigend gevaar aan dat lichte of geringe verwondingen tot gevolg kan hebben. AANWIJZINGGeeft een situatie aan die kan leiden tot schade aan het product of de omgeving van het product. AANWIJZINGBeschrijft een situatie die tot schade aan het milieu kan leiden. 2. 2 ManupilatieverbodAan systemen en geluiddempende onderdelen mogen geen wijzigingen worden aangebracht. Verboden manupilaties● Verwijderen of uitschakelen van apparatuur of componenten die worden gebruikt om geluid te dempen voordat hetnieuwe voertuig wordt verkocht of afgeleverd aan de eindklant. ● Verwijderen of uitschakelen van apparatuur of componenten die worden gebruikt om geluid te dempen voor anderedoeleinden dan service, reparatie of vervanging tijdens de levensduur van het voertuig.
Voorbeelden van verboden manipulaties● Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaatgassengeleiden. ● Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem. ● Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen van hetinlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 3 Veilig gebruikGEVAARGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zichzelf envoor anderen. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent.
Veiligheid 211GEVAARGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en de dood tot gevolg hebben. ‒ Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. ‒ Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien. WAARSCHUWINGGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet. ‒ Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze voer-tuigcomponenten zijn afgekoeld. ‒ Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Het voertuig mag uitsluitend door geïnstrueerde personen worden gebruikt. Voor het wegverkeer is het juiste rijbewijsvereist.
Storingen die de veiligheid beïnvloeden, moeten onmiddellijk door een geautoriseerde GASGAS-garage worden verholpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen. 2. 4 Beschermende kledingWAARSCHUWINGGevaar voor letsel Ontbrekende of onvoldoende beschermende kleding verhoogt het risico op letsel. ‒ Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmede broek enjas met bescherming. ‒ Draag uitsluitend beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke voor-schriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert GASGAS om het voertuig uitsluitend met geschikte beschermende kleding te gebruiken. 2. 5 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen met contactslot,modellen met transpondersleutel) resp.
Deze maken geen deel uit van het voertuig,maar kunnen worden besteld onder vermelding van de tussen haakjes aangegeven nummers. Voorbeeld: lagertrekker(15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ±5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijv. zelfborgende bouten en moeren, expansieschroeven, afdichtingen,dichtringen, O-ringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelen vervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijv. Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van de fabrikant bij hetgebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel al schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddel aanbrengen.
Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde ofversleten onderdelen vervangen. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is.
2 Veiligheid122. 6 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan, kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen en conflic-ten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen gebruiken waar en wanneerdat wettelijk is toegestaan, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen evt. de oude motorfietszelf aan de geldende wet- en regelgeving in het desbetreffende land. 2. 7 BedieningshandleidingLees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaat rijden. In debedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudiger maken.
Alleen zo komtu te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letsel kunt beschermen. TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen. Neem contact op met een geautoriseerde GASGAS-dealer wanneer u meer over het voertuig wilt weten of wanneer tijdenshet lezen iets niet duidelijk is. De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig. Bij verkoop moet de bedieningshandleiding door denieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload. De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren worden gedownload. U kunt de bedieningshandleiding ook downloaden op de website van uw geautoriseerde GASGAS-dealer en op de GAS-GAS-website. Via uw geautoriseerde GASGAS-dealer kan ook een afgedrukt exemplaar worden besteld. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas.
AanwijzingDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering (beperkt vermogen) toegelaten voor het rijden op deopenbare weg. In de niet-gehomologeerde uitvoering mag dit voertuig uitsluitend worden gebruikt op afgesloten trajectenbuiten het openbare wegennet. Dit voertuig is ontworpen voor trialwedstrijden en is niet geschikt voor motocross-gebruik. (alle US-modellen)Dit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij trial-gebruik kan weerstaan. AanwijzingDit voertuig is niet goedgekeurd voor het rijden op openbare wegen. Dit voertuig is ontworpen voor trialwedstrijden en is niet geschikt voor motocross-gebruik. 2. 9 Onjuist gebruikHet voertuig mag alleen voor het beoogde doel worden gebruikt. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal en milieu.
Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs- en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specificaties.
Belangrijke aanwijzingen 3133. 1 GarantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde GASGAS-garageworden uitgevoerd en moeten in het GASGAS Dealer. net worden bevestigd, omdat anders de garantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig zijn veroorzaakt, bestaat er geen aan-spraak op garantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenBedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3. 3 Reserveonderdelen, toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door GASGAS zijn vrijgegeven en/of aanbevo-len en laat deze alleen in een geautoriseerde GASGAS-garage monteren. Voor andere producten en daardoor veroorzaakteschade is GASGAS niet aansprakelijk.
Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uw geautori-seerde GASGAS-dealer adviseert u graag. Het actuele toebehoren voor uw voertuig vindt u op de GASGAS-website. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas. com/3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in de bedie-ningshandleiding genoemde service-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuistafgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken. Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals bij sterke regen, stoffige of zanderige omge-ving, hoge temperaturen of met zware bagage, kunnen onderdelen zoals aandrijving, remsysteem, luchtfilter of verings-componenten duidelijk sneller slijten.
Daarom kan het nodig zijn om onderdelen al voor het bereiken van het volgendeservice-interval te controleren of te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen.
De inachtneming daarvandraagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe illustraties in dit document bevatten deels speciale uitvoeringen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Demontage isniet altijd absoluut noodzakelijk om de beschreven handelingen uit te voeren. De informatie in de tekst heeft voorrang. 3. 6 KlantenserviceDe geautoriseerde GASGAS-dealer beantwoordt graag uw vragen over uw voertuig of over GASGAS. De lijst met geautoriseerde GASGAS-dealers vindt u op de GASGAS-website. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas. com/.
6 Bedieningselementen186.1 KoppelingshendelI00086-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aangebracht.De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijgesteld.6.2 RemhendelI00087-10De remhendel1is rechts op het stuur aangebracht.Met de remhendel wordt de voorwielrem bediend.6.3 GashendelI00087-11De gashendel1is rechts op het stuur aangebracht.
Bedieningselementen 6196.4 Magneetschakelaar (Optie: Niet gehomologeerd)I00086-11Toestand BetekenisMagneetschakelaar gemon-teerd ‒ Als de magneetschake-laar is gemonteerd, kan het voer-tuig worden gestart en kan er-mee worden gereden.In deze stand is het ontstekings-circuit gesloten en kan de motorworden gestart.Magneetschake-laar verwijderd ‒ Als demagneetschakelaar is verwijderd,kan het voertuig niet wordengestart en kan er niet meeworden gereden.In deze stand is het ontstekings-circuit onderbroken.
Een draai-ende motor schakelt uit en eenstilstaande motor schakelt niet in.WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Als de magneetschakelaar bij een val in deopname blijft, wordt het voertuig niet onmiddellijk geactiveerd.‒ Zorg ervoor dat de lus van de magneetschakelaar veilig aande beschermende kleding of aan de pols is bevestigd zodatde magneetschakelaar bij een val van de opname wordtgescheiden.De houder voor de magneetschakelaar1is op het stuur links aange-bracht.Als de rode magneetschakelaar op het stuur bijvoorbeeld bij een val vande houder losraakt, wordt het voertuig uitgeschakeld.Door verwijderen van de magneetschakelaar op het stuur kan het voer-tuig in elke bedrijfstoestand snel worden uitgeschakeld.6.5 Uitschakelknop (Optie: Gehomologeerd)I00140-10De uitschakelknop1is rechts op het stuur aangebracht.Toestand BetekenisDe uitschakelknop is nietingedrukt.In deze stand is het ontstekings-circuit gesloten en kan de motorworden gestart.De uitschakelknop wordtingedrukt gehouden.In deze stand is het ontstekings-circuit onderbroken.
Een draai-ende motor schakelt uit en eenstilstaande motor schakelt niet in.6.6 Lichtschakelaar (Optie: Niet gehomologeerd)I00088-10De lichtschakelaar1bevindt zich op het frame links achter het bal-hoofd.AanwijzingDe lichtschakelaar is in gehomologeerde (gesmoorde) toestandvan de motorfiets zonder functie.
6 Bedieningselementen206.7 Lichtschakelaar (Optie: Gehomologeerd)I00141-10De lichtschakelaar1is links op het stuur aangebracht.Toestand BetekenisDimlicht aan ‒ De lichtschakelaar be-vindt zich in de middelste stand. Indeze stand zijn het dimlicht en het ach-terlicht ingeschakeld.In deze stand zijn het dimlicht en het achterlicht ingescha-keld.Groot licht aan ‒ Lichtschakelaar naarlinks geschakeld.
In deze stand zijn hetgroot licht en het achterlicht ingescha-keld.In deze stand zijn het groot licht en het achterlicht inge-schakeld.6.8 Claxonknop (Optie: Gehomologeerd)I00141-11De claxonknop1is links aan het stuur aangebracht.Toestand BetekenisClaxonknop in de uitgangspo-sitieGeen functieClaxonknop ingedrukt ‒ Indeze stand wordt de claxon be-diend.In deze stand wordt de claxonbediend.6.9 Richtingaanwijzerschakelaar (Optie: Gehomologeerd)I00141-12De richtingaanwijzerschakelaar1is links aan het stuur aangebracht.Toestand BetekenisRichtingaanwijzerschakelaar naar linksgeschakeldRichtingaanwijzer links aan.Richtingaanwijzerschakelaar naarrechts geschakeld.Richtingaanwijzer rechts aan.
Bedieningselementen 6216.10 Ontstekingscurveschakelaar (Optie: Niet gehomologeerd)I00089-10De ontstekingscurveschakelaar1bevindt zich op het frame rechtsachter het balhoofd.Met de ontstekingscurveschakelaar kan de motorkarakteristiek wordengewijzigd.AanwijzingDe ontstekingscurveschakelaar is in gehmologeerde (gesmoorde)toestand van de motorfiets zonder functie.6.11 Overzicht controlelampjes(Optie: Gehomologeerd)I00149-10Toestand BetekenisControlelampje groot licht brandtblauwGroot licht is ingeschakeld.Controlelampje storingbrandt/knippert geelDe OBD heeft een fout in devoertuigelektronica geconsta-teerd. Volgens de verkeersregelsstoppen en contact opnemenmet een geautoriseerde GASGAS-garage.Controlelampje richtingaanwijzerknippert groenRichtingaanwijzer is ingeschakeld.6.12 Stuurslot (Optie: Gehomologeerd)I00142-10Met het stuurslot kan het stuur worden geblokkeerd.
6 Bedieningselementen226.14 Chokeknop (Optie: Niet gehomologeerd)I00118-10Als de chokefunctie is geactiveerd wordt er in de carburateur een ope-ning vrijgegeven waardoor de motor extra brandstof kan aanzuigen.Daardoor ontstaat een rijker brandstof-luchtmengsel dat voor de koudestart nodig is.AanwijzingBij een warme motor moet de chokefunctie gedeactiveerd zijn.De chokeknop1is aan de linkerkant van de carburateur aangebracht.6.15 Chokehendel (Optie: Gehomologeerd)I00141-14Als de chokefunctie is geactiveerd wordt er in de carburateur een ope-ning vrijgegeven waardoor de motor extra brandstof kan aanzuigen.Daardoor ontstaat een rijker brandstof-luchtmengsel dat voor de koudestart nodig is.AanwijzingBij een warme motor moet de chokefunctie gedeactiveerd zijn.De chokehendel1is aan de linkerkant van het stuur aangebracht.6.16 Versnellingshendel401950-10De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motor gemon-teerd.401950-11De positie van de versnellingen kan worden afgelezen van de afbeelding.De neutrale of stationaire stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnel-ling.
Bedieningselementen 6236.17 Kickstarterhendel401954-10De kickstarterhendel1is rechts aan de motor aangebracht.De kickstarterhendel kan worden gezwenkt.AanwijzingVoor het rijden eerst de kickstarterhendel naar de motorzwenken.6.18 Rempedaal401956-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.6.19 ZijstandaardE01322-01De zijstandaard1wordt gebruikt voor het parkeren van de motorfiets.AanwijzingTijdens het rijden moet de zijstandaard1opgeklapt zijn.E01323-01De zijstandaard1bevindt zich aan de rechterkant van het voertuig.
6 Bedieningselementen246.20 Stuur vergrendelen (Optie: Gehomologeerd)Voorwerk‒ Stoppen en parkeren. (pag. 37)Montageprocedure400732-01‒ Het stuur volledig naar rechts draaien.‒ Sleutel voor het stuurslot in het stuurslot steken, naar links draaien,indrukken en naar rechts draaien. Sleutel voor het stuurslot verwij-deren.✓ Het stuur kan niet meer worden bewogen.AanwijzingSleutel voor het stuurslot nooit in het stuurslot laten zitten.6.21 Stuur ontgrendelen (Optie: Gehomologeerd)400731-01‒ Sleutel voor het stuurslot in het stuurslot steken, naar links draaien,uittrekken en naar rechts draaien.
Sleutel voor het stuurslot verwij-deren.✓ Het stuur kan weer worden bewogen.AanwijzingSleutel voor het stuurslot nooit in het stuurslot laten zitten.6.22 Tankdop openenGEVAARGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.Brandstof zet uit als deze wordt verwarmd en kan uit de brandstoftank stromen als deze te vol wordt getankt.‒ Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of gloeiende of smeulende voorwerpen.‒ Zorg ervoor dat er tijdens het tanken niemand in de buurt van het voertuig rookt.‒ Zet de motor uit, als u brandstof tankt.‒ Voorkom dat er brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.‒ Veeg gemorste brandstof onmiddellijk af.‒ Tank de brandstoftank niet te vol.WAARSCHUWINGGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.‒ Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.‒ Raadpleeg onmiddellijk een arts als er brandstof is ingeslikt.‒ Adem geen brandstofdampen in.‒ Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.‒ De ogen onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts raadplegen als er remvloeistof in de ogen isgekomen.‒ Wissel uw kleding als er brandstof op is gekomen.‒ Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en houd brandstof buiten het bereik van kinderen.
Bedieningselementen 625AANWIJZINGGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof vormt een gevaar voor het milieu.‒ Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.I00091-10‒ Snelsluiting brandstoftank1omhoog klappen, tegen de klok indraaien en naar boven toe verwijderen.6.23 Tankdop sluitenI00091-10‒ Snelsluiting brandstoftank1met het opschrift GASGAS naar bo-ven plaatsen en met de klok mee draaien tot de brandstoftank goedgesloten is.Ontluchtingsslang zonder knikken leggen.
7 Gecombineerd instrument (Optie: Gehomologeerd)267.1 overzicht402819-101Overzicht controlelampjes (pag. 21)2Linker knop3display4Rechter knop7.2 Activering7.2.1 Gecombineerd instrument activeren402819-01Het gecombineerde instrument wordt geactiveerd als u op een van deknoppen drukt of als hij van de wieltoerentalsensor een impuls ontvangt.7.3 Meldingen op het gecombineerde instrument401901-01Toestand BetekenisBatterijspan-ning van hetgecombi-neerde in-strumentDe batterijspanning van het ge-combineerde instrument is telaag. Batterij gecombineerd in-strument vervangen.Service Er moet een servicebeurt wor-den uitgevoerd. Contact opne-men met geautoriseerde GAS-GAS-garage.7.4 Gecombineerd instrument instellenVoorwaarde: Motorfiets staat stil401909-01‒ Beide knoppen 3-5 seconden ingedrukt houden.✓ Setupmenu wordt weergegeven.
Gecombineerd instrument (Optie: Gehomologeerd) 727401911-01‒ 5 seconden wachten.✓ Het gecombineerde instrument gaat naar het volgende menu-punt. Het symbool klok knippert.‒ Een van de knoppen indrukken om de 24-uursweergave of12-uursweergave van de klok te selecteren.401912-01‒ 5 seconden wachten.✓ Het gecombineerde instrument gaat naar het volgende menu-punt. Het symbool klok knippert.‒ Selecteer een van volgende alternatieven.Tijd terugzetten‒ Linker knop indrukken.✓ De waarde verlaagt.Tijd vooruit zetten‒ Rechter knop indrukken.✓ De waarde verhoogt.401913-01‒ 5 seconden wachten.✓ Het gecombineerde instrument gaat naar het volgende menu-punt. Het symbool Service knippert.‒ Service instellen.‒ Selecteer een van volgende alternatieven.Service-interval verkorten‒ Linker knop indrukken.✓ De waarde verlaagt.Service-interval verlengen‒ Rechter knop indrukken.✓ De waarde verhoogt.
7 Gecombineerd instrument (Optie: Gehomologeerd)28Service-indicatie uitschakelen401914-01‒ Linker knop ingedrukt houden.✓ Op het display verschijnt off.7.5 kilometer of mijl instellenAanwijzingAls de eenheid wordt gewijzigd, blijft de waarde ODO bewaard en wordt dienovereenkomstig omgerekend.Voorwaarde: Motorfiets staat stil401909-01‒ Beide knoppen 3-5 seconden ingedrukt houden.✓ Setupmenu wordt weergegeven. De indicatie UNIT knippert.‒ Eén van de knoppen indrukken om de eenheid UNIT voor de snel-heid in kilometer KM/H of mijl M/H te selecteren.7.6 tijd instellenVoorwaarde: Motorfiets staat stil401911-01‒ Beide knoppen 3-5 seconden ingedrukt houden.✓ Setupmenu wordt weergegeven.
De indicatie UNIT knippert.‒ Wachten totdat het menu voor de klok knippert.‒ Een van de knoppen indrukken om de 24-uursweergave of12-uursweergave van de klok te selecteren.401912-01‒ 5 seconden wachten.✓ Het gecombineerde instrument gaat naar het volgende menu-punt. Het symbool klok knippert.‒ Selecteer een van volgende alternatieven.
Gecombineerd instrument (Optie: Gehomologeerd) 729Tijd terugzetten‒ Linker knop indrukken.✓ De waarde verlaagt.Tijd vooruit zetten‒ Rechter knop indrukken.✓ De waarde verhoogt.7.7 service-indicatie instellenVoorwaarde: Motorfiets staat stil401913-01‒ Beide knoppen 3-5 seconden ingedrukt houden.✓ Setupmenu wordt weergegeven. De indicatie UNIT knippert.‒ Wachten totdat het menu voor de service-indicatie knippert.‒ Service instellen.‒ Selecteer een van volgende alternatieven.Service-interval verkorten‒ Linker knop indrukken.✓ De waarde verlaagt.Service-interval verlengen‒ Rechter knop indrukken.✓ De waarde verhoogt.Service-indicatie uitschakelen401914-01‒ Linker knop ingedrukt houden.✓ Op het display verschijnt off.
7 Gecombineerd instrument (Optie: Gehomologeerd)307.8 Snelheid, tijd en DST afstand 1‒ Eén van de knoppen indrukken tot DST op het gecombineerde in-strument wordt weergegeven.KM/H of M/H geeft de snelheid weer.Klok geeft de tijd weer.DST geeft de gereden afstand aan sinds de laatste reset, bijvoorbeeldtussen twee tankstops.AanwijzingAls de waarde 39999,9 wordt overschreden, wordt DSTautomatisch gereset op 0,0.‒ Linkerknop kortindrukken.Volgende weergavemodus‒ Linkerknop 3 -5 secondenindrukken.DST kan door het indrukken van de toetsen op eenwaarde tussen 0,0 en 39999,9 worden ingesteld.‒ Rechterknop kortindrukken.Volgende weergavemodus‒ Rechterknop 3 - 5secondenindrukken.DST wordt op 0,0 gereset.7.9 Snelheid, tijd en DST2 afstand 2‒ Eén van de knoppen indrukken tot DST2 op het gecombineerdeinstrument wordt weergegeven.KM/H of M/H geeft de snelheid weer.Klok geeft de tijd weer.DST2 geeft de afstand 2 aan sinds de laatste reset, bijvoorbeeld tussentwee tankstops.AanwijzingAls de waarde 39999,9 wordt overschreden, wordt DST2automatisch gereset op 0,0.‒ Linkerknop kortindrukken.Volgende weergavemodus‒ Linkerknop 3 -5 secondenindrukken.DST2 kan door het indrukken van de toetsen opeen waarde tussen 0,0 en 39999,9 worden inge-steld.‒ Rechterknop kortindrukken.Volgende weergavemodus
Gecombineerd instrument (Optie: Gehomologeerd) 731‒ Rechterknop 3 - 5secondenindrukken.DST2 wordt op 0,0 gereset.7.10 AVG gemiddelde snelheid, ART bedrijfsuren en ODO totale afstand‒ Eén van de knoppen indrukken tot AVG, ART en ODO in het gecom-bineerde instrument weergegeven worden.AVG geeft de gemiddelde snelheid sinds de laatste reset aan.ART geeft de bedrijfsuren weer.ODO geeft de totale afstand weer.‒ Linkerknop kortindrukken.Volgende weergavemodus‒ Linkerknop 3 -5 secondenindrukken.STEEKSLEUTELPICTOGRAM geeft de resterendebedrijfsuren aan tot de volgende servicebeurt.‒ Rechterknop kortindrukken.Volgende weergavemodus‒ Rechterknop 3 - 5secondenindrukken.AVG wordt op 0,0 gereset.
8 Inbedrijfstelling328. 1 Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstellingGEVAARGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zichzelf envoor anderen. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Ontbrekende of onvoldoende beschermende kleding verhoogt het risico op letsel. ‒ Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmede broek enjas met bescherming. ‒ Draag uitsluitend beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke voor-schriften. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Verschillende profielen van de voor- en achterband kunnen de controle over het voertuigmoeilijker maken.
‒ Zorg ervoor dat voor- en achterwiel steeds van banden met hetzelfde profiel zijn voorzien. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Onaangepast rijgedrag vormt een groot risico. ‒ Pas de rijsnelheid aan de toestand van de rijweg en uw rijvaardigheden aan. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Het voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder. ‒ Neem geen bijrijder mee. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting. Als het rempedaal niet wordt losgelaten, slijten de remblokken continu. ‒ Neem de voet van het rempedaal, als u niet wilt afremmen. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Totaalgewicht en aslasten beïnvloeden het rijgedrag. ‒ Overschrijd het hoogst toegestane totaalgewicht en de aslasten niet. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen vormen een gevaar voor zichzelf en voor anderen.
AanwijzingHoud er bij het gebruik van de motorfiets rekening mee dat andere mensen last kunnen hebben van overmatiglawaai. ‒ Zorg ervoor dat de werkzaamheden van de controle voor de verkoop worden uitgevoerd door een geautoriseerdeGASGAS-garage. ‒ Voor de eerste rit de gehele bedieningshandleiding doorlezen. ‒Met de bedieningselementen vertrouwd maken. ‒ Uitgangspositie van de koppelingshendel instellen. (pag. 80)‒ Uitgangspositie van de remhendel instellen. (pag. 82)‒ Uitgangspositie van het rempedaal instellen. (pag. 90).
Inbedrijfstelling 833‒ Uitgangspositie van de versnellingshendel instellen. (pag. 117)‒ Wen eerst op een hiervoor geschikt terrein aan het rijgedrag van de motorfiets voordat u een veeleisende rit maakt.AanwijzingBij terreinrijden is het raadzaam iemand met een tweede voertuig mee te nemen om elkaar te assisteren.‒ Probeer ook eens zo langzaam mogelijk en staand te rijden, zodat u meer gevoel voor de motorfiets krijgt.‒ Geen ritten maken die te moeilijk voor u zijn.‒ Het stuur tijdens het rijden met beide handen vasthouden en de voeten op de voetsteunen laten rusten.‒ Geen bagage meenemen.‒ Het maximaal toegestane totaalgewicht en de maximale asbelasting in acht nemen.‒ Spaakspanning controleren. (pag. 101)De spaakspanning moet na een half uur rijden worden gecontroleerd.‒ Motor inrijden. (pag.
9 Rij-instructies349.1 Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfstellingAanwijzingTelkens voordat u gaat rijden controleren of het voertuig in een goede staat is en of er veilig mee kan wordengereden.Bij het rijden moet het voertuig technisch in een onberispelijke staat zijn.H02217-01‒ Cardanoliepeil controleren. (pag. 120)‒Elektrische installatie controleren.‒ Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. (pag. 84)‒ Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. (pag. 90)‒ Remvoeringen en remvoeringborging van de voorwielrem controle-ren. (pag. 86)‒ Remvoeringen en remvoeringborging van de achterwielrem contro-leren. (pag. 93)‒ Controleren of het remsysteem goed werkt.‒ Koelvloeistofpeil controleren. (pag. 103)‒ Kettingvervuiling controleren. (pag. 75)‒ Kettingspanning controleren. (pag. 76)‒ Toestand van de banden controleren. (pag. 100)‒ Bandenspanning controleren. (pag.
50)‒ Luchtfilter controleren.‒ Controleren of alle bedieningselementen goed zijn ingesteld ensoepel bewegen.‒ Regelmatig controleren of alle bouten, moeren en slangklemmengoed vastzitten.‒ Brandstofvoorraad controleren.9.2 StartenGEVAARGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en de dood tot gevolg hebben.‒ Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie.‒ Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.AANWIJZINGMotorschade Hoge toerentallen bij koude motor hebben een negatief effect op de levensduur van de motor.‒ Rij de motor altijd met een laag toerental warm.
Rij-instructies 935AanwijzingAls de motorfiets niet goed start kan dat worden veroorzaakt door oude brandstof in de vlotterkamer. De lichtontvlambare stoffen in de brandstof vervluchtigen als de motorfiets langere tijd stilstaat.Als de vlotterkamer met verse ontsteekbare brandstof is gevuld zal de motor meteen starten.(Optie: Niet gehomologeerd)‒ Vlotterkamer van de carburateur aftappen. (pag.
119)‒ Draaihendel op de brandstofkraan in stand ON naar benedendraaien.✓ Er kan brandstof van de brandstoftank naar de carburateurstromen.E01322-01‒ Zijstandaard1omhoogzwenken.‒ Transmissie in stationaire stand schakelen.Voorwaarde: Motor koud‒ Chokeknop tot de aanslag uittrekken.‒ Chokehendel tot de aanslag trekken.‒ Kickstarterhendel krachtig en volledig intrappen.AanwijzingGeen gas geven.9.3 Beginnen met rijden.AanwijzingVoor het rijden het licht inschakelen om vroeger te worden gezien.Tijdens het rijden moet de zijstandaard opgeklapt zijn.‒ Aan de koppelingshendel trekken, in de 1e versnelling zetten, koppelingshendel langzaam op laten komen en gelijktijdigvoorzichtig gas geven.9.4 Schakelen, rijdenWAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Terugschakelen bij een hoog motortoerental blokkeert het achterwiel en overbelast demotor.‒ Schakel bij een hoog toerental niet terug naar een lagere versnelling.
9 Rij-instructies36AanwijzingAls u tijdens het rijden ongewone geluiden hoort, meteen stoppen, de motor uitzetten en contact opnemen met eengeautoriseerde GASGAS-werkplaats. De 1e versnelling is de wegrijd- of bergversnelling. ‒ Als de omstandigheden het toestaan (helling, rijsituatie etc. ) kunt u naar een hogere versnelling schakelen. Daarvoorgas loslaten, tegelijkertijd koppelingshendel intrekken, naar de volgende versnelling schakelen, koppelingshendel losla-ten en gas geven. ‒ Als de chokefunctie is geactiveerd, moet deze worden gedeactiveerd als de motor warm is. ‒ Nadat met een volledig opengedraaide gashendel de maximale snelheid is bereikt, deze tot ¾ gas terugdraaien. Pasuw snelheid aan de weggesteldheid en weersituatie aan. De snelheid verlaagt nauwelijks, maar er wordt aanmerkelijkminder brandstof verbruikt.
‒ Slechts zoveel gas geven als de motor op dat moment aankan - abrupt opentrekken van de gashendel verhoogt hetverbruik. ‒ Voor het terugschakelen de motorfiets afremmen en tegelijkertijd gas terugnemen. ‒ Aan de koppelingshendel trekken en naar een lagere versnelling schakelen, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gasgeven resp. nog een keer schakelen. ‒ Motor uitschakelen als u een langdurig stationair toerental of langere stilstand verwacht. ≥ 2 min‒ Regelmatig of langdurig slippen van de koppeling vermijden. Daardoor verhitten de cardanolie, de motor en het koel-systeem. ‒ Rijd met een lager toerental in plaats van met een hoger toerental en een slippende koppeling. 9. 5 AfremmenWAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Door te sterk afremmen blokkeren de wielen. ‒Pas de manier van remmen aan op de rijsituatie en de toestand van het wegdek.
WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Een sponzig aanvoelend drukpunt van de voor- en/of achterrem vermindert deremwerking. ‒ Rijd niet met het voertuig als het remsysteem een sponzig aanvoelend drukpunt heeft.
WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Vocht en vuil beïnvloeden het remsysteem nadelig. ‒ Rem meerdere keren voorzichtig om de remblokken en remschijven te drogen en van vuil te ontdoen. ‒ Op zandige, natte of gladde ondergrond moet overwegend de achterwielrem worden gebruikt. ‒ Het remmen moet altijd voor het begin van de bocht zijn afgerond. Afhankelijk van de snelheid naar een lagere versnel-ling schakelen.
Rij-instructies 9379. 6 Stoppen, parkerenWAARSCHUWINGGevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen vormen een gevaar voor zichzelf en voor anderen. ‒ Laat het voertuig nooit onbeheerd achter als de motor draait. ‒Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden. AANWIJZINGMateriële schade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig. Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan schade ontstaan. De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht. ‒ Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond. ‒ Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat. AANWIJZINGGevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand- en explosiegevaar. ‒ Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen. ‒ Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken.
WAARSCHUWINGGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet. ‒ Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze voer-tuigcomponenten zijn afgekoeld. ‒ Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. ‒ Motorfiets afremmen. ‒ Transmissie in stationaire stand schakelen. ‒ Magneetschakelaar bij stationair toerental van de motor uit de houder op het stuur verwijderen. ‒ Uitschakelknop bij stationair toerental van de motor indrukken totdat de motor stilstaat. ‒ Motorfiets op vaste ondergrond parkeren. 9. 7 TransporterenAANWIJZINGMateriële schade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig. Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan schade ontstaan. De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht.
‒ Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond. ‒ Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.
9 Rij-instructies38401475-01‒ Motor uitzetten.‒ Voertuig met spanriemen of andere geschikte bevestigingsmiddelenborgen tegen omvallen en wegrollen.9.8 Brandstof tankenGEVAARGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.Brandstof zet uit als deze wordt verwarmd en kan uit de brandstoftank stromen als deze te vol wordt getankt.‒ Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of gloeiende of smeulende voorwerpen.‒ Zorg ervoor dat er tijdens het tanken niemand in de buurt van het voertuig rookt.‒ Zet de motor uit, als u brandstof tankt.‒ Voorkom dat er brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.‒ Veeg gemorste brandstof onmiddellijk af.‒ Tank de brandstoftank niet te vol.WAARSCHUWINGGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.‒ Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.‒ Raadpleeg onmiddellijk een arts als er brandstof is ingeslikt.‒ Adem geen brandstofdampen in.‒ Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.‒ De ogen onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts raadplegen als er remvloeistof in de ogen isgekomen.‒ Wissel uw kleding als er brandstof op is gekomen.‒ Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en houd brandstof buiten het bereik van kinderen.AANWIJZINGGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof vormt een gevaar voor het milieu.‒ Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.‒ Motor uitzetten.‒ Tankdop openen.
Serviceschema 103910. 1 ServiceschemaVoor alle verdergaande werkzaamheden, die resulteren uit de servicewerkzaamheden, moet een extra opdracht wordenverstrekt, die ook apart in rekening wordt gebracht. Afhankelijk van de lokale gebruiksomstandigheden kunnen in uw land afwijkende service-intervallen gelden. In het kader van technische ontwikkelingen kunnen intervallen en omvang van afzonderlijke servicebeurten veranderen. Het laatst geldige serviceschema is beschikbaar bij erkende GASGAS-dealers voor de elektronische onderhoudsgegevens. Uw geautoriseerde GASGAS-dealer adviseert u graag. om de 24 maandenna iedere raceom de 120 bedrijfsurenom de 60 bedrijfsurenom de 20 bedrijfsurenna 3 bedrijfsurenRemvoeringen en remvoeringborging van de voorwielrem controleren. (pag. 86)● ● ● ● ●Remvoeringen en remvoeringborging van de achterwielrem controleren. (pag. 93)● ● ● ● ●Remschijven controleren.
Chassis afstellen 114111.1 Basisinstelling chassis voor bestuurdersgewicht controlerenAanwijzingVoor de basisinstelling van het chassis eerst de schokdemper en daarna de voorvork instellen.401030-01‒ Om optimale rijeigenschappen van de motorfiets te bereiken en ombeschadiging aan voorvork, schokdemper, achterbrug en frame tevoorkomen moeten de basisinstelling en veringscomponenten bijhet gewicht van de bestuurder passen.‒ Dit voertuig is in de leveringstoestand ingesteld op het standaardge-wicht van een bestuurder (met complete beschermende kleding).Standaard-bestuurdersgewicht 75 kg … 85 kg‒ Als het gewicht van de bestuurder buiten dit bereik ligt moet debasisinstelling van de veringscomponenten worden aangepast.‒ Kleine afwijkingen van het gewicht kunnen door het wijzigen van deveervoorspanning worden gecompenseerd, bij grotere afwijkingenmoet een aangepaste vering worden gemonteerd.11.2 Uitgaande demping van de schokdemper instellenVOORZICHTIGGevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd als de schokdemper onvakkundig uit elkaarwordt genomen.De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerde stikstof.‒ Let op de aangegeven beschrijving.Voorwerk‒ Spatbord achter demonteren.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met GasGas TXT GP 300 (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor GasGas
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor