GasGas MC 85 (2026) Handleiding

GasGas Motor MC 85 (2026)

Bekijk gratis de handleiding van GasGas MC 85 (2026) (136 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 45 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over GasGas MC 85 (2026) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/136
Bedieningshandleiding2026
MC85
Artikelnr.3215264nl

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: GasGas
Categorie: Motor
Model: MC 85 (2026)

Handleiding GasGas MC 85 (2026) – volledige tekst

Beste GASGAS-klant,*3215264nl*3215264nl22/08/2025Beste GASGAS-klant,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw GASGAS-motorfiets. U bent nu in het bezit van een moderne en sportievemotorfiets die, mits goed onderhouden, u en uw kind lang plezier zal schenken. We wensen uw kind altijd een goede en veilige rit. Hieronder kunt u de serienummers van uw voertuig invoeren om de serienummers sneller te vinden als dat nodig is:Voertuigidentificatiennummer (pag. 14)Stempel dealerMotornummer (pag. 14)De bedieningshandleiding kwam op het tijdstip van publicatie overeen met de nieuwste stand van deze modelserie. Kleineafwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet worden uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.

GASGAS GmbH houdt zich het recht voor technische gegevens, prijzen, kleu-ren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en dergelijke zonder voorafgaande aankon-diging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding te annuleren, deze aan te passen aan de plaat-selijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. GASGAS GmbH isniet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissin-gen. De afgebeelde modellen zijn voor een deel voorzien van speciale uitrustingen die niet standaard tot de leveringsom-vang behoren. © 2025 GASGAS GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehouden. Afbeeldingen: Mitterbauer / Visus Studios / KISKA / GASGASVoor elke kopie of reproductie is schriftelijke toestemming van de auteur vereist.

Symbolen en formateringen 171.1 Conventies1.1.1 SymbolenKenmerkt een gewenst resultaat (bijv. van een werkstap of functie).Kenmerkt een ongewenst resultaat (bijv. van een werkstap of functie).Alle werkzaamheden die met dit pictogram zijn gekenmerkt vereisen vakkennis en technisch begrip.

Zorg ervoordat deze werkzaamheden worden uitgevoerd door of onder toezicht staan van opgeleid personeel van een geau-toriseerde GASGAS-werkplaats met indien nodig vereist speciaal gereedschap.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina.Kenmerkt een vermelding met aanvullende informatie.Kenmerkt een tip bijvoorbeeld om het werk gemakkelijker te maken.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een taak, inclusief eventuele nabewerkingen.1.1.2 FormatteringenEigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.MerkTMKenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte benamingenVerwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermen die in debegrippenlijst worden uitgelegd.1.1.3 Afkortingen2-dlg. tweedeligArtikelnr. Artikelnummerresp. respectievelijkca. circaetc. et ceteraevt. eventueelevt. eventueelcpl. compleetmin. minimaalNr.

2 Veiligheid82. 1 VeiligheidsaanwijzingenFunctie van waarschuwingsberichtenWaarschuwingsberichten waarschuwen voor gevaren bij de omgang met het product. De gevaren worden geclassificeerd,benoemd, beschreven en aangevuld met instructies om gevaar te vermijden. ● Wanneer een waarschuwing voorafgaat aan een lijst met instructies, bestaat er gedurende de hele activiteit gevaar. ● Als er vlak voor een instructie een waarschuwing verschijnt, is er gevaar bij de volgende handeling. Uiterlijk van waarschuwingsberichtenAlle waarschuwingsberichten worden gekenmerkt door een signaalwoord en een waarschuwingssymbool. De combinatievan het signaalwoord en waarschuwingssymbool bepaalt de mate van het gevaar. GEVAARGeeft een onmiddellijk dreigend gevaar aan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg heeft.

WAARSCHUWINGGeeft een mogelijk dreigend gevaar aan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg kan hebben. VOORZICHTIGGeeft een mogelijk dreigend gevaar aan dat lichte of geringe verwondingen tot gevolg kan hebben. AANWIJZINGGeeft een situatie aan die kan leiden tot schade aan het product of de omgeving van het product. AANWIJZINGBeschrijft een situatie die tot schade aan het milieu kan leiden. 2. 2 ManupilatieverbodAan systemen en geluiddempende onderdelen mogen geen wijzigingen worden aangebracht. Verboden manupilaties● Verwijderen of uitschakelen van apparatuur of componenten die worden gebruikt om geluid te dempen voordat hetnieuwe voertuig wordt verkocht of afgeleverd aan de eindklant. ● Verwijderen of uitschakelen van apparatuur of componenten die worden gebruikt om geluid te dempen voor anderedoeleinden dan service, reparatie of vervanging tijdens de levensduur van het voertuig.

Voorbeelden van verboden manipulaties● Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaatgassengeleiden. ● Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem. ● Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen van hetinlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 3 Veilig gebruikGEVAARGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zichzelf envoor anderen. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent.

Veiligheid 29GEVAARGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en de dood tot gevolg hebben. ‒ Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. ‒ Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien. WAARSCHUWINGGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet. ‒ Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze voer-tuigcomponenten zijn afgekoeld. ‒ Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de beoogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Het voertuig mag uitsluitend door geïnstrueerde personen worden gebruikt.

Storingen die de veiligheid beïnvloeden, moeten onmiddellijk door een geautoriseerde GASGAS-garage worden verholpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen. 2. 4 Beschermende kledingWAARSCHUWINGGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. ‒ Zorg ervoor dat uw kind bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenenalsmede broek en jas met bescherming draagt. ‒ Zorg ervoor dat uw kind altijd beschermende kleding draagt die zich in een goede staat bevindt en voldoet aande wettelijke eisen. ‒ Als u zelf motorfiets rijdt zorg er dan voor dat u altijd het goede voorbeeld geeft en zelf ook geschikte bescher-mende kleding draagt tijdens het rijden. Voor uw eigen veiligheid adviseert GASGAS om het voertuig uitsluitend met geschikte beschermende kleding te gebruiken. 2.

5 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen met contactslot,modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpondersleutel).

Voor sommige werkzaamheden zijn speciale gereedschappen vereist. Deze maken geen deel uit van het voertuig,maar kunnen worden besteld onder vermelding van de tussen haakjes aangegeven nummers. Voorbeeld: lagertrekker(15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ±5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijv. zelfborgende bouten en moeren, expansieschroeven, afdichtingen,dichtringen, O-ringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelen vervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijv. Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van de fabrikant bij hetgebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel al schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddel aanbrengen.

Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde ofversleten onderdelen vervangen. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is.

2 Veiligheid102. 6 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan, kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen en conflic-ten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen gebruiken waar en wanneerdat wettelijk is toegestaan, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de geldende wet- enregelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen, bestaat er geen wettelijkeregeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde GASGAS-dealer is u graag van dienst. 2. 7 BedieningshandleidingLees de bedieningshandleiding beslist goed en volledig door voordat uw kind voor het eerst gaat rijden.

In de bedienings-handleiding vinden u en uw kind veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudiger maken. Alleen zokomt u te weten hoe u het voertuig het beste afstemt op uw kind en hoe u en uw kind zich kunnen beschermen tegen let-sel. TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen. Neem contact op met een geautoriseerde GASGAS-dealer wanneer u meer over het voertuig wilt weten of wanneer tijdenshet lezen iets niet duidelijk is. De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig. Bij verkoop moet de bedieningshandleiding door denieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload. De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren worden gedownload. U kunt de bedieningshandleiding ook downloaden op de website van uw geautoriseerde GASGAS-dealer en op de GAS-GAS-website.

8 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikDit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij reguliere races kan weerstaan. Dit voertuigvoldoet aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale motorsportbonden. AanwijzingGebruik dit voertuig uitsluitend op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet. 2. 9 Onjuist gebruikHet voertuig mag alleen voor het beoogde doel worden gebruikt. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal en milieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs- en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specificaties.

Belangrijke aanwijzingen 3113. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde GASGAS-garage wor-den uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden bevestigd, omdat anders de garantie volledig ver-valt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroorzaakt, bestaat er geenaanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenBedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3. 3 Reserveonderdelen, toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door GASGAS zijn vrijgegeven en/of aanbevo-len en laat deze alleen in een geautoriseerde GASGAS-garage monteren. Voor andere producten en daardoor veroorzaakteschade is GASGAS niet aansprakelijk.

Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uw geautori-seerde GASGAS-dealer adviseert u graag. De actuele GASGAS Technical Accessories voor uw voertuig vindt u op de GASGAS-website. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas. com/3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in de bedie-ningshandleiding genoemde service-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuistafgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken. Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals bij sterke regen, stoffige of zanderige omge-ving, hoge temperaturen of met zware bagage, kunnen onderdelen zoals aandrijving, remsysteem, luchtfilter of verings-componenten duidelijk sneller slijten.

Daarom kan het nodig zijn om onderdelen al voor het bereiken van het volgendeservice-interval te controleren of te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen.

De inachtneming daarvandraagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe illustraties in dit document bevatten deels speciale uitvoeringen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Demontage isniet altijd absoluut noodzakelijk om de beschreven handelingen uit te voeren. De informatie in de tekst heeft voorrang. 3. 6 KlantenserviceDe geautoriseerde GASGAS-dealer beantwoordt graag uw vragen over uw voertuig en over GASGAS GmbH. De lijst met geautoriseerde GASGAS-dealers vindt u op de GASGAS-website. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas. com/.

6 Bedieningselementen166.1 KoppelingshendelI01102-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aangebracht.De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijgesteld.6.2 RemhendelI01103-10De remhendel1is rechts op het stuur aangebracht.Met de remhendel wordt de voorwielrem bediend.6.3 GashendelI01103-11De gashendel1is rechts op het stuur aangebracht.6.4 UitschakelknopI01102-11De uitschakelknop1is links op het stuur aangebracht.Toestand BetekenisDe uitschakelknop is nietingedrukt.In deze stand is het ontstekings-circuit gesloten en kan de motorworden gestart.De uitschakelknop wordtingedrukt gehouden.In deze stand is het ontstekings-circuit onderbroken. Een draai-ende motor schakelt uit en eenstilstaande motor schakelt niet in.

Bedieningselementen 6176.5 Tankdop openenGEVAARGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.Brandstof zet uit als deze wordt verwarmd en kan uit de brandstoftank stromen als deze te vol wordt getankt.‒ Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of gloeiende of smeulende voorwerpen.‒ Zorg ervoor dat er tijdens het tanken niemand in de buurt van het voertuig rookt.‒ Zet de motor uit, als u brandstof tankt.‒ Voorkom dat er brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.‒ Veeg gemorste brandstof onmiddellijk af.‒ Tank de brandstoftank niet te vol.WAARSCHUWINGGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.‒ Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.‒ Raadpleeg onmiddellijk een arts als er brandstof is ingeslikt.‒ Adem geen brandstofdampen in.‒ Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.‒ De ogen onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts raadplegen als er remvloeistof in de ogen isgekomen.‒ Wissel uw kleding als er brandstof op is gekomen.‒ Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en houd brandstof buiten het bereik van kinderen.AANWIJZINGGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof vormt een gevaar voor het milieu.‒ Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.I01104-10‒ Tankdop1tegen de klok in draaien en naar boven toe verwijde-ren.6.6 Tankdop sluitenI01104-11‒ Tankdop plaatsen en met de klok mee draaien tot de brandstoftankgoed gesloten is.Slang van de brandstoftankontluchting1zonder knikken leg-gen.

6 Bedieningselementen186.7 BrandstofkraanI01105-10Met de draaihendel1op de brandstofkraan wordt de brandstoftoe-voer naar de carburateur geopend of gesloten.De brandstofkraan bevindt zich aan de linkerkant van de brandstoftank.6.8 ChokeI01106-10Als de chokefunctie is geactiveerd wordt er in de carburateur een ope-ning vrijgegeven waardoor de motor extra brandstof kan aanzuigen.Daardoor ontstaat een rijker brandstof-luchtmengsel dat voor de koudestart nodig is.AanwijzingBij een warme motor moet de chokefunctie gedeactiveerd zijn.De chokeknop1is aan de linkerkant van de carburateur aangebracht.6.9 Versnellingshendel401950-10De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motor gemon-teerd.401950-11De positie van de versnellingen kan worden afgelezen van de afbeelding.De neutrale of stationaire standNbevindt zich tussen de 1e en 2e ver-snelling.

Bedieningselementen 6196.10 Kickstarterhendel401954-10De kickstarterhendel1is rechts aan de motor aangebracht.De kickstarterhendel kan worden gezwenkt.AanwijzingVoor het rijden eerst de kickstarterhendel naar de motorzwenken.6.11 Rempedaal401956-10Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.6.12 Plug-in-standaard402001-10De plug-in standaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.AanwijzingDe plug-in-standaard verwijderen voordat u gaat rijden.De opname voor de plug-in-standaard1is de linkerzijde van de stee-kas.

7 Inbedrijfstelling207. 1 Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstellingWAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Het voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder. ‒ Vertel uw kind dat het geen bijrijder mag meenemen. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen De rijwerkcomponenten worden door overbelasting beschadigd of onbruikbaar. ‒ Zorg ervoor dat het hoogst toelaatbare bestuurdergewicht niet wordt overschreden. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Onaangepast rijgedrag vormt een groot risico. ‒ Let erop dat uw kind de rijsnelheid aanpast aan de situatie op de rijweg en de rijvaardigheden. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting. Als het rempedaal niet wordt losgelaten, slijten de remblokken continu. ‒ Let erop dat uw kind de voet van het rempedaal neemt als hij of zij niet wil afremmen.

WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen vormen een gevaar voor zichzelf en voor anderen. ‒ Laat het voertuig nooit onbeheerd achter als de motor draait. ‒ Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Ontbrekende fysieke of psychische geschiktheid van het kind vormt een groot risico. Kinderen kunnen gevaren vaak onderschatten of geheel niet herkennen. ‒ Uw kind moet al zelf kunnen fietsen. ‒ Uw kind moet het voertuig na vallen zelf weer rechtop kunnen zetten. ‒ Bovendien moet uw kind begrijpen dat voorschriften en aanwijzingen van u of van een andere toezichthou-dende persoon opgevolgd moeten worden. ‒ Vertel uw kind dat het in geen geval zonder toezichthoudende persoon met het voertuig mag rijden. ‒ Vertel uw kind dat het niet sneller mag rijden dan voor uw kind beheersbaar. ‒ Vraag niet teveel van uw kind.

WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Verschillende profielen van de voor- en achterband kunnen de controle over het voertuigmoeilijker maken. ‒ Zorg ervoor dat voor- en achterwiel steeds van banden met hetzelfde profiel zijn voorzien. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. ‒ Zorg ervoor dat uw kind bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenenalsmede broek en jas met bescherming draagt. ‒ Zorg ervoor dat uw kind altijd beschermende kleding draagt die zich in een goede staat bevindt en voldoet aande wettelijke eisen. ‒ Als u zelf motorfiets rijdt zorg er dan voor dat u altijd het goede voorbeeld geeft en zelf ook geschikte bescher-mende kleding draagt tijdens het rijden.

Inbedrijfstelling 721AanwijzingDenk er bij het gebruik van de motorfiets aan dat andere mensen last kunnen hebben van teveel lawaai. ‒ Zorg ervoor dat de werkzaamheden van de controle voor de verkoop worden uitgevoerd door een geautoriseerdeGASGAS-garage. ✓ U ontvangt het leveringsdocument bij de overdracht van het voertuig. ‒ Lees voordat uw kind voor het eerst gaat rijden samen met uw kind de volledige bedieningshandleiding aandachtigdoor. AanwijzingGa daarbij vooral in op de veiligheidsaanwijzingen en het risico op letsel. Geef uw kind uitleg over de rij- en valtechnieken, zoals de effecten van gewichtsverschuivingen op het rijgedrag. ‒ Zorg ervoor dat uw kind vertrouwd raakt met de bedieningselementen. ‒ Uitgangspositie van de koppelingshendel instellen. (pag. 71)‒ Vrije slag van de remhendel instellen. (pag. 74)‒ Uitgangspositie van het rempedaal instellen. (pag.

80)‒ Voordat uw kind voor het eerst gaat rijden moet u eerst controleren of de basisinstelling van het chassis geschikt is voorhet gewicht van het kind. ‒ Laat uw kind op een geschikt terrein wennen aan de besturing van de motorfiets, bij voorkeur op een groot open veld. AanwijzingOm ervoor te zorgen dat uw kind een gevoel krijgt voor de werking van de rem, moet u uw kind eerst aanduwen. Pas als uw kind de voorwielrem kan doseren, kan de motor worden gestart. Laat uw kind eerst naar een andere persoon toe rijden, die uw kind helpt bij het stoppen en keren. ‒ Stel hindernissen op waar uw kind omheen moet rijden, zodat uw kind kan wennen aan de omgang met het voertuig. ‒ Uw kind moet ook proberen om zo langzaam mogelijk en staand te rijden om een beter gevoel voor de motorfiets tekrijgen. ‒ Laat uw kind geen terreinritten uitvoeren, die de vaardigheden en ervaring van uw kind te boven gaan.

‒ Zorg ervoor dat het hoogst toelaatbare bestuurdergewicht niet wordt overschreden. Maximaal bestuurdersgewicht 75 kg‒ Spaakspanning controleren. (pag. 89)AanwijzingDe spaakspanning moet na een half uur rijden worden gecontroleerd. ‒ Motor inrijden. (pag. 21)7. 2 Motor inrijden‒ Tijdens de inrijperiode het aangegeven motorvermogen niet overschrijden. maximaal motorvermogentijdens de eerste 3 rij-uren.

7 Inbedrijfstelling227.3 Voertuig voorbereiden op zwaardere gebruiksomstandighedenAanwijzingWanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals op zand of op een nat of modderigtraject/terrein, kunnen componenten zoals aandrijving, remsystemen of veringscomponenten duidelijk sneller slijten.Daarom kan het nodig zijn om onderdelen al voor het bereiken van het volgende service-interval te controleren of tevervangen.‒ Luchtfilter en luchtfilterhuis reinigen. (pag. 57)AanwijzingLuchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.‒ Elektrische stekkers controleren op vocht en corrosie. Controleren of ze goed vastzitten.» Als ze vochtig, gecorrodeerd of beschadigd zijn:‒ Stekker reinigen en drogen, indien nodig vervangen.‒ Rijden op droog zand. (pag. 22)‒ Rijden op nat zand. (pag. 23)‒ Rijden op nat en modderig circuit. (pag. 23)‒ Rijden bij hoge temperaturen of langzaam rijden.

7 Inbedrijfstelling247.7 Voertuig op hoge temperaturen of langzaam rijden voorbereiden‒ Ervoor zorgen dat er geen radiateurafdekkingen (pag. 91) zijningebouwd.600868-01‒ Secundaire overbrenging aanpassen aan het circuit.AanwijzingDe motorolie wordt snel heet als de koppeling wegens een telange secundaire overbrenging vaak moet worden bediend.‒ Radiateurlamellen reinigen.‒ Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.‒ Koelvloeistofpeil controleren. (pag. 94)7.8 Voertuig voor lage temperaturen of sneeuw voorbereidenM01107-01‒ Carburateur en sproeiers aanpassen.AanwijzingDe geautoriseerde GASGAS-garage kan u adviseren over dejuiste afstelling van de carburateur.‒ Afhankelijk van de temperatuur een radiateurafdekking met of zon-der uitsparing gebruiken.

Rij-instructies 8258.1 Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfstellingAanwijzingTelkens voordat u gaat rijden controleren of het voertuig in een goede staat is en of er veilig mee kan wordengereden.Bij het rijden moet het voertuig technisch in een onberispelijke staat zijn.H02217-01‒ Cardanoliepeil controleren. (pag. 107)‒ Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. (pag. 75)‒ Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. (pag. 81)‒ Remvoeringen en remvoeringborging van de voorwielrem controle-ren. (pag. 76)‒ Remvoeringen en remvoeringborging van de achterwielrem contro-leren. (pag. 82)‒ Controleren of het remsysteem goed werkt.‒ Koelvloeistofpeil controleren. (pag. 94)‒ Kettingvervuiling controleren. (pag. 63)‒ Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding contro-leren. (pag. 66)‒ Kettingspanning controleren. (pag. 64)‒ Toestand van de banden controleren.

(pag. 88)‒ Bandenspanning controleren. (pag. 89)‒ Spaakspanning controleren. (pag. 89)AanwijzingDe spaakspanning moet regelmatig worden gecontroleerd,omdat bij verkeerde spaakspanning de rijveiligheid ernstignadelig wordt beïnvloed.‒ Vuilschrapers van de vorkpoten reinigen. (pag. 43)‒ Vorkpoten ontluchten. (pag.

42)‒ Luchtfilter controleren.‒ Controleren of alle bedieningselementen goed zijn ingesteld ensoepel bewegen.‒ Regelmatig controleren of alle bouten, moeren en slangklemmengoed vastzitten.‒ Brandstofvoorraad controleren.8.2 Voertuig startenGEVAARGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en de dood tot gevolg hebben.‒ Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie.‒ Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.AANWIJZINGMotorschade Hoge toerentallen bij koude motor hebben een negatief effect op de levensduur van de motor.‒ Leer uw kind om de motor altijd met een laag toerental warm te laten draaien.

8 Rij-instructies26AanwijzingAls de motorfiets niet goed start kan dat worden veroorzaakt door oude brandstof in de vlotterkamer. De lichtontvlambare stoffen in de brandstof vervluchtigen als de motorfiets langere tijd stilstaat. Als de vlotterkamer met verse ontsteekbare brandstof is gevuld zal de motor meteen starten. ‒ Vlotterkamer van de carburateur aftappen. (pag. 103)‒ Kartelschroef op de brandstofkraan tegen de klok in draaien tot de aanslag. ✓ Er kan brandstof van de brandstoftank naar de carburateur stromen. ‒ Motorfiets van de standaard nemen. ‒ Transmissie in stationaire stand schakelen. ‒ Chokeknop tot de aanslag uittrekken. ‒ Kickstarterhendel krachtig en volledig intrappen. AanwijzingGeen gas geven. 8. 3 Beginnen met rijdenAanwijzingVoor het rijden moet de plug-in standaard worden verwijderd.

‒ Aan de koppelingshendel trekken, in de 1e versnelling zetten, koppelingshendel langzaam op laten komen en gelijktijdigvoorzichtig gas geven. 8. 4 Schakelen, rijdenWAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Terugschakelen bij een hoog motortoerental blokkeert het achterwiel en overbelast demotor. ‒ Vertel uw kind dat het bij een hoog toerental niet naar een lagere versnelling mag terugschakelen. AanwijzingAls u tijdens het rijden ongewone geluiden hoort, meteen stoppen, de motor uitzetten en contact opnemen met eengeautoriseerde GASGAS-garage. De 1e versnelling is de wegrijd- of bergversnelling. ‒ Als de verhoudingen het toestaan (helling, rijsituatie etc. ) kan uw kind naar een hogere versnelling schakelen. Daarvoorgas loslaten, tegelijkertijd koppelingshendel intrekken, naar de volgende versnelling schakelen, koppelingshendel losla-ten en gas geven.

‒ Als de chokefunctie is geactiveerd, moet deze worden gedeactiveerd als de motor warm is. ‒ Nadat met een volledig opengedraaide gashendel de maximale snelheid is bereikt, deze tot ¾ gas terugdraaien. Pasuw snelheid aan de weggesteldheid en weersituatie aan.

De snelheid verlaagt nauwelijks, maar er wordt aanmerkelijkminder brandstof verbruikt. ‒ Uw kind mag altijd slechts zoveel gas geven als de motor op dat moment kan verwerken – abrupt opendraaien van degashendel verhoogt het verbruik. ‒ Voor het terugschakelen de motorfiets afremmen en tegelijkertijd gas terugnemen. ‒ Aan de koppelingshendel trekken en naar een lagere versnelling schakelen, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gasgeven resp. nog een keer schakelen. ‒ Uw kind moet de motor uitzetten, als de motorfiets langere tijd stationair draait of stilstaat.

Rij-instructies 827≥ 2 min‒ Uw kind moet frequent en lang laten slippen van de koppeling vermijden. Daardoor verhit de motorolie, de motor enhet koelsysteem. ‒ Leg uw kind uit dat het beter is met een lager toerental dan met een hoog toerental en slippende koppeling te rijden. 8. 5 AfremmenWAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Een sponzig aanvoelend drukpunt van de voor- en/of achterrem vermindert deremwerking. ‒ Zorg dat uw kind niet met het voertuig rijdt als het remsysteem een sponzig aanvoelend drukpunt heeft. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Door te sterk afremmen blokkeren de wielen. ‒ Vertel uw kind dat het de manier van remmen moet aanpassen aan de rijsituatie en de toestand van de weg. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Vocht en vuil beïnvloeden het remsysteem nadelig.

‒ Vertel uw kind om meerdere keren voorzichtig te remmen, om de remplaketten en remschijven te drogen envuil te verwijderen. ‒ Op een zandige, regennatte of gladde ondergrond zoveel mogelijk de achterwielrem gebruiken. ‒ Indien mogelijk ophouden met remmen voordat u een bocht inrijdt. Afhankelijk van de snelheid naar een lagere ver-snelling schakelen. ‒ Tijdens langdurig bergaf rijden de remwerking van de motor gebruiken. Hiervoor een of twee versnellingen terugscha-kelen, maar hierbij de motor niet met een te hoog toerental laten draaien. Zo hoeft er aanzienlijk minder te wordengeremd en raakt het remsysteem niet oververhit. 8. 6 Stoppen, parkerenWAARSCHUWINGGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet.

‒ Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze voer-tuigcomponenten zijn afgekoeld. ‒ Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen vormen een gevaar voor zichzelf en voor anderen. ‒ Laat het voertuig nooit onbeheerd achter als de motor draait.

‒ Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden. AANWIJZINGGevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand- en explosiegevaar. ‒ Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen. ‒ Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken. AANWIJZINGMateriële schade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig. Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan schade ontstaan. De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht. ‒ Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond. ‒Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat. ‒ Motorfiets afremmen.

8 Rij-instructies28‒ Transmissie in stationaire stand schakelen. ‒ Uitschakelknop bij stationair toerental van de motor indrukken totdat de motor stilstaat. ‒ Kartelschroef op de brandstofkraan met de klok mee draaien tot de aanslag. ‒ Motorfiets op vaste ondergrond parkeren. 8. 7 TransporterenAANWIJZINGGevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand- en explosiegevaar. ‒ Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen. ‒ Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken. AANWIJZINGMateriële schade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig. Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan schade ontstaan. De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht. ‒ Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.

‒ Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat. 401475-01‒ Motor uitzetten. ‒ Voertuig met spanriemen of andere geschikte bevestigingsmiddelenborgen tegen omvallen en wegrollen. 8. 8 Brandstof tankenGEVAARGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar. Brandstof zet uit als deze wordt verwarmd en kan uit de brandstoftank stromen als deze te vol wordt getankt. ‒ Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of gloeiende of smeulende voorwerpen. ‒ Zorg ervoor dat er tijdens het tanken niemand in de buurt van het voertuig rookt. ‒ Zet de motor uit, als u brandstof tankt. ‒ Voorkom dat er brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig. ‒ Veeg gemorste brandstof onmiddellijk af. ‒ Tank de brandstoftank niet te vol. WAARSCHUWINGGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.

Rij-instructies 829AANWIJZINGGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof vormt een gevaar voor het milieu.‒ Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.‒ Motor uitzetten.‒ Tankdop openen. (pag. 17)401522-10‒ Brandstoftank maximaal tot maatAmet brandstof vullen.MaatA35 mmInhoud brandstoftank ca.Superbrandstof loodvrij (98octaan) gemengd met 2-takt-motorolie (pag. 129)Mengverhouding: 1:405,4 l‒ Tankdop sluiten. (pag. 17)

9 Serviceschema309. 1 ServiceschemaVoor alle verdergaande werkzaamheden, die resulteren uit de servicewerkzaamheden, moet een extra opdracht wordenverstrekt, die ook apart in rekening wordt gebracht. Afhankelijk van de lokale gebruiksomstandigheden kunnen per land afwijkende service-intervallen gelden. In het kader van technische ontwikkelingen kunnen intervallen en omvang van afzonderlijke servicebeurten veranderen. Het laatst geldige serviceschema is beschikbaar bij erkende GASGAS-dealers voor de elektronische onderhoudsgegevens. Uw geautoriseerde GASGAS-dealer adviseert u graag. Het gebruik van een bedrijfsurenteller wordt aanbevolen om de kilometerstand steeds te kunnen controleren. om de 24 maandenom de 90 bedrijfsurenom de 45 bedrijfsurenom de 15 bedrijfsurenna 1 bedrijfsuurRemvoeringen en remvoeringborging van de voorwielrem controleren. (pag.

10 Chassis afstellen3210. 1 Basisinstelling chassis voor bestuurdersgewicht controlerenAanwijzingVoor de basisinstelling van het chassis eerst de schokdemper en daarna de voorvork instellen. 401030-01‒ Om optimale rijeigenschappen van de motorfiets te bereiken en ombeschadiging aan voorvork, schokdemper, achterbrug en frame tevoorkomen moeten de basisinstelling en veringscomponenten bijhet gewicht van de bestuurder passen. ‒ Dit voertuig is in de leveringstoestand ingesteld op het standaardge-wicht van een bestuurder (met complete beschermende kleding). Standaard bestuurdersgewicht 40 kg … 50 kg‒ Als het gewicht van de bestuurder buiten dit bereik ligt moet debasisinstelling van de veringscomponenten worden aangepast.

‒ Kleine afwijkingen van het gewicht kunnen door het wijzigen van deveervoorspanning worden gecompenseerd, bij grotere afwijkingenmoet een aangepaste vering worden gemonteerd. 10. 2 Luchtvering XACT 5543In de voorvork WP Suspension XACT 5543 wordt luchtvering toegepast. Bij dit systeem bevindt de vering zich in de linker voorvorkpoot en de demping in de rechter voorvorkpoot. Aangezien de voorvorkveren niet nodig zijn, wordt een aanzienlijk gewichtsvoordeel bereikt ten opzichte van conventionelevoorvorken. Ook het reageren op kleine oneffenheden is aanzienlijk verbeterd. Onder normale rijomstandigheden zorgt alleen een luchtkussen voor de vering. Als eindslag bevindt zich een stalen veer inde linkervorkpoot. AanwijzingAls de voorvork regelmatig doorslaat, moet de luchtdruk in de voorvork worden verhoogd om beschadiging van devoorvork en het frame te voorkomen.

De luchtdruk in de voorvork kan met een voorvorkpomp snel worden aangepast aan het bestuurdersgewicht, de omstan-digheden van het terrein en de wens van de bestuurder. De voorvork hoeft niet te worden gedemonteerd. De ingewikkeldemontage van hardere of zachtere vorkveren kan achterwege blijven.

Als de luchtkamer als gevolg van een beschadigde afdichting lucht zou verliezen, zakt de voorvork desondanks toch nietdoor. De lucht wordt in dit geval in de vork tegengehouden. De veerweg blijft grotendeels behouden. De demping wordtharder en het rijcomfort neemt af. De demping kan net als bij een conventionele vork qua ingaand en uitgaand niveau worden ingesteld. De instelling uitgaande demping bevindt zich aan de bovenzijde van de rechter vorkpoot. De instelling ingaande demping bevindt zich aan de onderzijde van de rechter vorkpoot.

Chassis afstellen 103310.3 Ingaande demping schokdemperDe ingaande demping van de schokdemper is verdeeld in twee bereiken: highspeed en lowspeed.High- en lowspeed hebben betrekking op de snelheid waarmee het achterwiel inveert en niet op de rijsnelheid.De highspeed-instelling voor ingaande demping is bijvoorbeeld van invloed op de landing na een sprong. Het achterwielveert daarbij snel in.De lowspeed-instelling voor ingaande demping is bijvoorbeeld van invloed bij het rijden over lange hobbels. Het achterwielveert daarbij langzaam in.Beide bereiken kunnen apart worden ingesteld, de overgang tussen high- en lowspeed is echter vloeiend.

Daarom zijn wijzi-gingen in het highspeedbereik van de ingaande demping ook van invloed op het lowspeedbereik en omgekeerd.10.4 Ingaande demping lowspeed van de schokdemper instellenVOORZICHTIGGevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd als de schokdemper onvakkundig uit elkaarwordt genomen.De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerde stikstof.‒ Let op de aangegeven beschrijving.AanwijzingDe lowspeed instelling voor ingaande demping toont zijn effect wanneer de schokdemper langzaam tot normaalinveert.I01107-10‒ Stelschroef1met een schroevendraaier met de klok mee draaientot de laatste voelbare klik.Schroefverbinding2niet losdraaien.‒ Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegen deklok in draaien.Ingaande demping lowspeedComfort 18 klikkenStandaard 15 klikkenSport 12 klikkenAanwijzingDraaien met de klok mee verhoogt de demping, draaientegen de klok in verlaagt de demping.10.5 Ingaande demping highspeed van de schokdemper instellenVOORZICHTIGGevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd als de schokdemper onvakkundig uit elkaarwordt genomen.De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerde stikstof.‒ Let op de aangegeven beschrijving.

10 Chassis afstellen34AanwijzingDe highspeed instelling voor ingaande demping toont zijn effect wanneer de schokdemper snel inveert.I01107-11‒ Stelschroef1tot de aanslag met de klok mee draaien.Schroefverbinding2niet losdraaien.‒ Afhankelijk van het schokdempertype een aantal slagen tegen deklok in draaien.Ingaande demping highspeedComfort 2 omwStandaard 1,5 omwSport 1 omwAanwijzingDraaien met de klok mee verhoogt de demping, draaientegen de klok in verlaagt de demping.10.6 Uitgaande demping van de schokdemper instellenVOORZICHTIGGevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd als de schokdemper onvakkundig uit elkaarwordt genomen.De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerde stikstof.‒ Let op de aangegeven beschrijving.I01108-10‒ Stelschroef1met de klok mee draaien tot de laatste voelbare klik.‒ Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegen deklok in draaien.Uitgaande dempingComfort 18 klikkenStandaard 15 klikkenSport 12 klikkenAanwijzingDraaien met de klok mee verhoogt de demping, draaientegen de klok in verlaagt de demping bij het uitveren.10.7 Maat achterwiel zonder belasting bepalenVoorwerk‒ Motorfiets met hefbok opkrikken.

Chassis afstellen 1035Hoofdwerkzaamheden402415-10‒ Een zoveel mogelijk verticale afstand tussen de achterwielas en eenvast punt meten - bijv. een markering op de zijbekleding.‒ Waarde als maatAnoteren.Nawerk‒ Motorfiets van hefbok nemen. (pag. 42)10.8 Statische veerweg schokdemper controleren402416-10‒ Maat achterwiel zonder belasting bepalen. (pag. 34)‒ De motorfiets met behulp van iemand die assisteert rechtop hou-den.‒ Opnieuw de afstand meten tussen de achterwielas en het vastepunt.‒ Waarde als maatBnoteren.AanwijzingDe statische veerweg is het verschil tussen maatAenB.‒ Statische veerweg controleren.Statische veerweg 30 mm» Als de statische veerweg kleiner of groter is dan de aangegevenmaat:‒ Veervoorspanning van de schokdemper instellen.(pag. 36)

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met GasGas MC 85 (2026) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden