GasGas EC 350F (2025) Handleiding

GasGas Motor EC 350F (2025)

Bekijk gratis de handleiding van GasGas EC 350F (2025) (160 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over GasGas EC 350F (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/160
Bedieningshandleiding2025
EC350F
Artikelnr.3215227nl

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: GasGas
Categorie: Motor
Model: EC 350F (2025)

Handleiding GasGas EC 350F (2025) – volledige tekst

Beste GASGAS-klant,*3215227nl*3215227nl13/12/2024Beste GASGAS-klant,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw GASGAS-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern, sportief voertuigdat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken.We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe!Hieronder kunt u de serienummers van uw voertuig invoeren om de serienummers sneller te vinden als dat nodig is:Voertuigidentificatiennummer Stempel dealerMotornummer (pag. 15)De bedieningshandleiding kwam op het tijdstip van publicatie overeen met de nieuwste stand van deze modelserie. Kleineafwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling van de motorfietsen kunnen echter niet worden uitge-sloten.Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.

GASGAS GmbH houdt zich het recht voor technische gegevens, prijzen, kleu-ren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en dergelijke zonder voorafgaande aankon-diging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding te annuleren, deze aan te passen aan de plaat-selijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. De afgebeeldemodellen zijn voor een deel voorzien van speciale uitrustingen die niet standaard tot de leveringsomvang behoren.© 2024 GASGAS GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehouden.

Symbolen en formateringen 171.1 Conventies1.1.1 SymbolenKenmerkt een gewenst resultaat (bijv. van een werkstap of functie).Kenmerkt een ongewenst resultaat (bijv. van een werkstap of functie).Alle werkzaamheden die met dit pictogram zijn gekenmerkt vereisen vakkennis en technisch begrip.

Zorg ervoordat deze werkzaamheden worden uitgevoerd door of onder toezicht staan van opgeleid personeel van een geau-toriseerde GASGAS-werkplaats met indien nodig vereist speciaal gereedschap.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina.Kenmerkt een vermelding met aanvullende informatie.Kenmerkt een tip bijvoorbeeld om het werk gemakkelijker te maken.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een taak, inclusief eventuele nabewerkingen.1.1.2 FormatteringenEigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.MerkTMKenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte benamingenVerwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermen die in debegrippenlijst worden uitgelegd.1.1.3 Afkortingen2-dlg. 2-deligArtikelnr. Artikelnummerresp. respectievelijkca. circaetc. et ceteraevt. eventueelevt. eventueelcpl. compleetmin. minimaalNr. Nummerz.

2 Veiligheid82. 1 VeiligheidsaanwijzingenFunctie van waarschuwingsberichtenWaarschuwingsberichten waarschuwen voor gevaren bij de omgang met het product. De gevaren worden geclassificeerd,benoemd, beschreven en aangevuld met instructies om gevaar te vermijden. ● Wanneer een waarschuwing voorafgaat aan een lijst met instructies, bestaat er gedurende de hele activiteit gevaar. ● Als er vlak voor een instructie een waarschuwing verschijnt, is er gevaar bij de volgende handeling. Uiterlijk van waarschuwingsberichtenAlle waarschuwingsberichten worden gekenmerkt door een signaalwoord en een waarschuwingssymbool. De combinatievan het signaalwoord en waarschuwingssymbool bepaalt de mate van het gevaar. GEVAARGeeft een onmiddellijk dreigend gevaar aan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg heeft.

WAARSCHUWINGGeeft een mogelijk dreigend gevaar aan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg kan hebben. VOORZICHTIGGeeft een mogelijk dreigend gevaar aan dat lichte of geringe verwondingen tot gevolg kan hebben. AANWIJZINGGeeft een situatie aan die kan leiden tot schade aan het product of de omgeving van het product. AANWIJZINGBeschrijft een situatie die tot schade aan het milieu kan leiden. 2. 2 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgende maatregelenof de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1.

Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluidsdempingdienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van het voertuig voor an-dere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2. Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten werking isgesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1.

Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaatgassengeleiden. 2. Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem. 3. Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4. Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen van hetinlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 3 Veilig gebruikGEVAARGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zichzelf envoor anderen. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent.

Veiligheid 29GEVAARGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en de dood tot gevolg hebben. ‒ Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. ‒ Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien. WAARSCHUWINGGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet. ‒ Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze voer-tuigcomponenten zijn afgekoeld. ‒ Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de beoogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Voor het wegverkeer is het juiste rijbewijs vereist.

Storingen die de veiligheid beïnvloeden, moeten onmiddellijk door een geautoriseerde GASGAS-garage worden verholpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen. 2. 4 Beschermende kledingWAARSCHUWINGGevaar voor letsel Ontbrekende of onvoldoende beschermende kleding verhoogt het risico op letsel. ‒ Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmede broek enjas met bescherming. ‒ Draag uitsluitend beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke voor-schriften. 2. 5 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen met contactslot,modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpondersleutel).

Voor sommige werkzaamheden zijn speciale gereedschappen vereist. Deze maken geen deel uit van het voertuig,maar kunnen worden besteld onder vermelding van de tussen haakjes aangegeven nummers. Voorbeeld: lagertrekker(15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen.

Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ±5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijv. zelfborgende bouten en moeren, expansieschroeven, afdichtingen,dichtringen, O-ringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelen vervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijv. Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van de fabrikant bij hetgebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel al schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddel aanbrengen. Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde ofversleten onderdelen vervangen. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is.

2 Veiligheid102. 6 MilieuEen verantwoorde omgang met het voertuig beperkt potentiële conflicten met andere verkeersdeelnemers en personendie zich in de buurt van het voertuig bevinden. De toekomst van het motorrijden is afhankelijk van of de motorfiets legaalwordt gebruikt, zich bewijst als een milieubewust transportmiddel en de rechten van anderen worden gerespecteerd. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de geldende wet- enregelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen, bestaat er geen wettelijkeregeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Meer informatie is beschikbaar bij geautoriseerde GASGAS-dealers. 2. 7 BedieningshandleidingVóór de eerste rit de deze bedieningshandleiding volledig en aandachtig doorlezen.

De bedieningshandleiding bevat infor-matie en tips voor bediening, hantering en service, alsmede aanwijzingen voor optimale afstemming en vermijding van let-sel. TipSla deze bedieningshandleiding op op bijvoorbeeld uw smartphone, zodat u deze altijd bij de hand hebt. Bij onduidelijkheden kunt u altijd terecht bij een geautoriseerde GASGAS-dealer. De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig. Bij verkoop moet de bedieningshandleiding door denieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload. De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren worden gedownload. U kunt de bedieningshandleiding ook downloaden op de website van geautoriseerde GASGAS-dealers en op deGASGAS-website. Via gecertificeerde GASGAS-dealers kan ook een afgedrukt exemplaar worden besteld. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas. com/2.

Dit voertuigvoldoet aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale motorsportbonden. AanwijzingDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering (beperkt vermogen) toegelaten voor het rijden op de openbareweg. In de niet-gehomologeerde uitvoering mag dit voertuig uitsluitend worden gebruikt op afgesloten trajecten buitenhet openbare wegennet. Dit voertuig is speciaal ontworpen voor langeafstandsraces op het terrein en niet voor het overwegende gebruik inde motocross. Dit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij recreatief offroad-gebruik kan weerstaan. AanwijzingDit voertuig is niet gehomologeerd en goedgekeurd voor het rijden op openbare wegen. Er mogen geen voor de homologatie relevante componenten worden verwijderd of gewijzigd.

Veiligheid 2112.9 Onjuist gebruikHet voertuig mag alleen voor het beoogde doel worden gebruikt.Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal en milieu.Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik.Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs- en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specificaties.

3 Belangrijke aanwijzingen123. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde GASGAS-garage wor-den uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden bevestigd, omdat anders de garantie volledig ver-valt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroorzaakt, bestaat er geenaanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenBedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3. 3 Reserveonderdelen, toebehorenOmwille van de veiligheid mogen uitsluitend reserveonderdelen en toebehoren worden gebruikt die door GASGAS zijn vrij-gegeven. De montage dient in een geautoriseerde GASGAS-werkplaats plaats te vinden. Voor andere producten en daar-door veroorzaakte schade is GASGAS niet aansprakelijk.

Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. GeautoriseerdeGASGAS-dealers helpen u graag. Het actuele technisch toebehoren voor uw voertuig vindt u bij uw erkende GASGAS-dealer en op de GASGAS-website. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas. com/3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in de bedie-ningshandleiding genoemde service-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuistafgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.

Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals bij sterke regen, stoffige of zanderige omge-ving, hoge temperaturen of met zware bagage, kunnen onderdelen zoals aandrijving, remsysteem, luchtfilter of verings-componenten duidelijk sneller slijten. Daarom kan het nodig zijn om onderdelen al voor het bereiken van het volgendeservice-interval te controleren of te vervangen.

Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtneming daarvandraagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe illustraties in dit document bevatten deels speciale uitvoeringen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Demontage isniet altijd absoluut noodzakelijk om de beschreven handelingen uit te voeren. De informatie in de tekst heeft voorrang. 3. 6 KlantenserviceDe geautoriseerde GASGAS-dealers beantwoorden graag uw vragen over het voertuig en over GASGAS. De lijst met geautoriseerde GASGAS-dealers vindt u op de GASGAS-website. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas. com/.

Serienummers 5155.1 Voertuigidentificatiennummer401945-10Het voertuigidentificatienummer1is aan de rechterkant van het bal-hoofd gegraveerd.5.2 Typeplaatje401946-10Het typeplaatje1is vooraan op het balhoofd aangebracht.5.3 Sleutelnummer402247-10Het sleutelnummer1voor het stuurslot is ingefreesd in de sleutelhan-ger.5.4 MotornummerH01047-10Het motornummer1is aan de linkerkant van de motor boven hetketting-aandrijfwiel gegraveerd.

Bedieningselementen 6176.1 KoppelingshendelA01314-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aangebracht.De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijgesteld.6.2 RemhendelF03161-10De remhendel1is rechts op het stuur aangebracht.Met de remhendel wordt de voorwielrem bediend.6.3 GashendelF03162-10De gashendel1is rechts op het stuur aangebracht.6.4 ClaxonknopA01316-10De claxonknop1is links aan het stuur aangebracht.Toestand BetekenisClaxonknop in de uitgangspo-sitieGeen functieClaxonknop ingedruktIn deze stand wordt de claxonbediend.

6 Bedieningselementen186.5 LichtschakelaarA01315-10De lichtschakelaar1is links op het stuur aangebracht.Toestand BetekenisDimlicht aan‒ De licht-schakelaarbevindt zichin de middel-ste stand.In deze stand zijn het dimlicht enhet achterlicht ingeschakeld.Groot lichtaan ‒ Licht-schakelaar istegen de klokin gedraaid.In deze stand zijn het groot lichten het achterlicht ingeschakeld.6.6 RichtingaanwijzerschakelaarA01317-10De richtingaanwijzerschakelaar1is links aan het stuur aangebracht.Toestand BetekenisRichtingaan-wijzerschake-laar naar linksgeschakeldRichtingaanwijzer links aanRichtingaan-wijzerscha-kelaar naarrechts ge-schakeld.Richtingaanwijzer rechts aan6.7 StartknopW00296-11De startknop1is rechts op het stuur aangebracht.Toestand BetekenisStartknop in de uitgangsposi-tieGeen functieStartknop ingedruktIn deze stand wordt de startmo-tor geactiveerd.

Bedieningselementen 6196.8 UitschakelknopW00296-10De uitschakelknop1is rechts op het stuur aangebracht.Toestand BetekenisDe uitschakelknop is niet inge-drukt.In deze stand is het ontstekings-circuit gesloten en kan de motorworden gestart.De uitschakelknop wordt inge-drukt gehouden.In deze stand is het ontstekings-circuit onderbroken. Een draai-ende motor schakelt uit en eenstilstaande motor schakelt niet in.6.9 Overzicht controlelampjesA01319-10Toestand BetekenisControlelampje groot licht brandtblauwGroot licht is ingeschakeld.Controlelampje storing brandt/knippertgeelDe OBD heeft een fout in de voertuigelektronica gecon-stateerd.

Volgens de verkeersregels stoppen en contactopnemen met een geautoriseerde GASGAS-garage.Waarschuwingslampje brandstofpeilbrandt geelBrandstofpeil heeft de reservemarkering bereikt.Controlelampje richtingaanwijzer knip-pert groenRichtingaanwijzer is ingeschakeld.6.10 Tankdop openenGEVAARGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.Brandstof zet uit als deze wordt verwarmd en kan uit de brandstoftank stromen als deze te vol wordt getankt.‒ Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of gloeiende of smeulende voorwerpen.‒ Zorg ervoor dat er tijdens het tanken niemand in de buurt van het voertuig rookt.‒ Zet de motor uit, als u brandstof tankt.‒ Voorkom dat er brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.‒ Veeg gemorste brandstof onmiddellijk af.‒Tank de brandstoftank niet te vol.WAARSCHUWINGGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.‒ Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.‒ Raadpleeg onmiddellijk een arts als er brandstof is ingeslikt.‒ Adem geen brandstofdampen in.

6 Bedieningselementen20‒ Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.‒ De ogen onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts raadplegen als er remvloeistof in de ogen isgekomen.‒ Wissel uw kleding als er brandstof op is gekomen.‒ Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en houd brandstof buiten het bereik van kinderen.AANWIJZINGGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof vormt een gevaar voor het milieu.‒ Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.A01320-20‒ Ontgrendelknop1indrukken, tankdop tegen de klok in draaien ennaar boven toe verwijderen.6.11 Tankdop sluitenA01320-10‒ Tankdop plaatsen en met de klok mee draaien tot de ontgrendel-knop1vergrendelt.Slang van de brandstoftankontluchting2zonder knikken leg-gen.6.12 Koude-startknopBij koude motor en lage omgevingstemperatuur verlengt de elektronische brandstofinspuiting de inspuittijd.

Om de groterehoeveelheid brandstof te verbranden, wordt er extra zuurstof aan de motor toegevoerd door de koude-startknop uit tetrekken.Als kort gas wordt gegeven en de gashendel dan wordt losgelaten of de gashendel naar voren wordt gedraaid, springt dekoude-startknop terug in de uitgangspositie.AanwijzingControleer of de koude-startknop is teruggekeerd naar de uitgangspositie.

Bedieningselementen 621A01321-10De koude-startknop1is onder aan het smoorklephuis aangebracht.Toestand BetekenisKoude-startknop geactiveerd Koude-startknop is tot de aanslagingedrukt.Koude-startknop gedeactiveerd Koude-startknop staat in de uit-gangspositie.6.13 Regelschroef stationair toerentalA01322-10De stationaire afstelling van de smoorklepeenheid is van grote invloedop het startgedrag, een stabiel stationair toerental en de respons bij hetgasgeven.Een motor met een correct ingesteld stationair toerental start makkelij-ker dan een motor met een verkeerd ingesteld stationair toerental.Het stationaire toerental wordt met de regelschroef stationair toeren-tal1afgesteld.Als de regelschroef stationair toerental met de klok mee wordt gedraaid,wordt het stationaire toerental hoger.Als de regelschroef stationair toerental tegen de klok in wordt gedraaid,wordt het stationaire toerental lager.

6 Bedieningselementen226.14 Versnellingshendel401950-10De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motor gemon-teerd.401950-11De positie van de versnellingen kan worden afgelezen van de afbeelding.De neutrale of stationaire stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnel-ling.6.15 Rempedaal401956-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.6.16 Zijstandaard401943-10De zijstandaard1is aan de linker voertuigzijde aangebracht.

Bedieningselementen 623401944-10De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motorfiets.AanwijzingTijdens het rijden moet de zijstandaard1worden opgeklapt enmet de rubberband2zijn vastgezet.6.17 StuurslotW00352-10Het stuurslot1is aan de linkerkant van het balhoofd aangebracht.Met het stuurslot kan het stuur worden geblokkeerd.

Sturen en rijden isniet meer mogelijk.6.18 Stuur vergrendelenAANWIJZINGMateriële schade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig.Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan schade ontstaan.De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht.‒ Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.‒ Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.400732-01‒ Voertuig parkeren.‒ Het stuur volledig naar rechts draaien.‒ Stuurslot regelmatig smeren.Universele oliespray (pag. 153)‒ Sleutel voor het stuurslot in het stuurslot (pag. 23) steken,linksom draaien, indrukken, rechtsom draaien en eruit trekken.Sleutel voor het stuurslot nooit in het stuurslot laten zitten.

Gecombineerd instrument 7257.1 Gecombineerd instrument-overzichtV00799-01● Met de knop worden verschillende functies aangestuurd.● Met de knop worden verschillende functies aangestuurd.AanwijzingIn de leveringstoestand is alleen de weergavemodus SPEED/H en SPEED/ODO geactiveerd.7.2 activering en test7.2.1 Gecombineerd instrument activeren400313-01Het gecombineerde instrument wordt geactiveerd als u op een van deknoppen drukt of als het instrument van de wieltoerentalsensor eenimpuls ontvangt.7.2.2 Displaytest400313-01Voor de functiecontrole van het display lichten kort alle indicatieseg-menten op.

7 Gecombineerd instrument267.2.3 WS (wheel size)400314-01Na de functiecontrole van het display wordt kort de wielomtrek WS(wheel size) weergegeven.AanwijzingHet cijfer 2205 komt overeen met de omtrek van een 21"-voorwielmet standaardbanden.Daarna wisselt de weergave naar de laatst geselecteerde modus.7.3 Kilometer of mijl instellenAanwijzingAls de eenheid wordt gewijzigd, blijft de waarde ODO bewaard en wordt dienovereenkomstig omgerekend.De waarden TR1, TR2, A1, A2 en S1 worden bij het omstellen gewist.Voorwaarde: Motorfiets staat stil400329-01‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.✓ Het setupmenu wordt met de geactiveerde functies wordenweergegeven.‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie Km/h/Mphknippert.‒ Selecteer een van volgende alternatieven.Km/h Instellen‒ Knop indrukken.Mph Instellen‒ Knop indrukken.‒ 3 - 5 seconden wachten.✓ De instellingen worden opgeslagen.AanwijzingAls er een impuls wordt ontvangen van de wieltoerental-sensor, worden de instellingen automatisch opgeslagen enwordt het setupmenu gesloten.7.4 Gecombineerd instrument instellenAanwijzingIn de leveringstoestand is alleen de weergavemodus SPEED/H en SPEED/ODO geactiveerd.Voorwaarde: Motorfiets staat stil

Gecombineerd instrument 727400318-01‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.✓ Het setupmenu wordt met de geactiveerde functies wordenweergegeven.AanwijzingAls er een impuls wordt ontvangen van de wieltoerental-sensor, worden de instellingen automatisch opgeslagen enwordt het setupmenu gesloten.‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de gewenste functie knip-pert.✓ De geselecteerde functie knippert.‒ Selecteer een van volgende alternatieven.Functie activeren‒ Knop indrukken.✓ Pictogram blijft op het display staan en de weergave wisseltnaar de volgende functie.Functie deactiveren‒ Knop indrukken.✓ Pictogram op het display verdwijnt en de weergave wisseltnaar de volgende functie.7.5 Tijd instellenVoorwaarde: Motorfiets staat stil400330-01‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie CLK rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.✓ Uurweergave knippert.‒ Uurweergave met de knop resp.

knop instellen.‒ 3 - 5 seconden wachten.✓ Het volgende segment van de weergave knippert en kan wordeningesteld.‒ Door de knop en knop in te drukken kunnen de volgendesegmenten op dezelfde wijze als de uurweergave worden ingesteld.AanwijzingDe seconden kunnen alleen op nul worden gezet.Als er een impuls wordt ontvangen van de wieltoerental-sensor, worden de instellingen automatisch opgeslagen enwordt het setupmenu gesloten.

7 Gecombineerd instrument287.6 Rondetijd opvragenAanwijzingDeze functie kan alleen worden opgeroepen, als de rondetijden zijn gemeten.Voorwaarde: Motorfiets staat stil400321-01‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie LAP rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop kort indrukken.✓ Op de linkerkant van het display wordt LAP 1 weergegeven.‒ De ronden 1 - 10 kunnen met de knop worden opgeroepen.‒ De knop 3 - 5 seconden ingedrukt houden.✓ De rondetijden worden gewist.‒ Knop kort indrukken.✓ Volgende weergavemodusAanwijzingAls er een impuls wordt ontvangen van de wieltoerental-sensor, schakelt de linkerkant van het display terug naar deSPEED-modus.7.7 Weergavemodus SPEED (snelheid)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie SPEED links ophet display verschijnt.In de weergavemodus SPEED wordt de actuele snelheid weergegeven.De actuele snelheid kan in Km/h of in Mph worden weergegeven.AanwijzingLandspecifieke instelling aanpassen.Zodra er een impuls van het voorwiel komt, schakelt de linkerkantvan het display naar de SPEED-modus en wordt de actuelesnelheid weergegeven.7.8 Weergavemodus SPEED/H (bedrijfsuren)Voorwaarde: Motorfiets staat stil‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtsonderop het display verschijnt.In de weergavemodus H worden de bedrijfsuren van de motor weerge-geven.De bedrijfsurenteller slaat de totale rijtijd op.AanwijzingDe bedrijfsurenteller is nodig om te kunnen voldoen aan deservicewerkzaamheden.Als het gecombineerde instrument zich bij het starten in deweergavemodus H bevindt, wisselt het automatisch naar deweergavemodus ODO.De weergavemodus H wordt tijdens het rijden onderdrukt.

Gecombineerd instrument 729‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Weergave wisselt naar het setupmenu voor defuncties.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.9 SetupmenuVoorwaarde: Motorfiets staat stil‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.Het setupmenu geeft de geactiveerde functies weer.AanwijzingDe knop zo vaak kort indrukken totdat de gewenste functiebereikt is.Als er 20 seconden geen knop is ingedrukt, worden de instellingenautomatisch opgeslagen.‒ Knopkort in-drukken.Activeert de knipperende weergave en gaat naar devolgende weergave‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Deactiveert de knipperende weergave en gaat naarde volgende weergave‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒3 - 5 se-condenwachten.Wisselt naar de volgende weergave zonder wijzigin-gen‒10 - 12secondenwachten.Setupmenu start, slaat de instellingen op en wisseltnaar H of ODO.

7 Gecombineerd instrument307.10 Meeteenheid instellenVoorwaarde: Motorfiets staat stil‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie Km/h/Mphknippert.In de modus Meeteenheden kan de meeteenheid worden gewijzigd.AanwijzingAls er 5 seconden geen knop is ingedrukt, worden de instellingenautomatisch opgeslagen.‒ Knopkort in-drukken.Start van de selectie, activeert de Km/h weergave‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Activeert Mph weergave‒Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒3 - 5 se-condenwachten.Wisselt naar de volgende weergave, wisselt van deselectie naar het setupmenu‒10 - 12secondenwachten.Slaat het setupmenu op en sluit het7.11 Weergavemodus SPEED/CLK (tijd)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie CLK rechtsonderop het display verschijnt.In de weergavemodus CLK wordt de tijd weergegeven.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Weergave wisselt naar het setupmenu voor de klok.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie

Gecombineerd instrument 731‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.12 Tijd instellenVoorwaarde: Motorfiets staat stil‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie CLK rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Verhoogt de waarde‒ Knopkort in-drukken.Verhoogt de waarde‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Verlaagt de waarde‒ Knopkort in-drukken.Verlaagt de waarde‒3 - 5 se-condenwachten.Wisselt naar de volgende waarde‒10 - 12secondenwachten.Verlaten van het set-upmenu7.13 Weergavemodus SPEED/LAP (rondetijd)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie LAP rechtsonderop het display verschijnt.In de weergavemodus LAP kan met de chronometer maximaal 10 ronde-tijden worden gemeten.AanwijzingAls de rondetijd na het indrukken van de knop doorloopt, zijn9 geheugenplaatsen gebruikt.De ronde 10 moet met de knop worden gestopt.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.De chronometer en rondetijd worden teruggezet.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus

7 Gecombineerd instrument32‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Stopt de klok‒ Knopkort in-drukken.Start de klok of stopt de lopende rondetijd, slaatdeze op en de chronometer start de volgenderonde.7.14 Rondetijd opvragenVoorwaarde: Motorfiets staat stil‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie LAP rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop kort indrukken.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.De chronometer en rondetijd worden teruggezet.‒ Knopkort in-drukken.Ronden van 1 - 10 selecteren‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Volgende rondetijd oproepen7.15 Weergavemodus SPEED/ODO (odometer)‒Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie ODO rechtson-der op het display verschijnt.In de weergavemodus ODO wordt de totale gereden afstand weergege-ven.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Geen functie

Gecombineerd instrument 7337.16 Weergavemodus SPEED/TR1 (tripmaster 1)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie TR1 rechtsbovenop het display verschijnt.De TR1 (tripmaster 1) loopt altijd mee en telt tot 999,9.Hiermee kan de lengte van het traject tijdens ritten of de afstand tussentwee tankstops worden gemeten.TR1 is aan A1 (gemiddelde snelheid 1) en S1 (chronometer 1) gekop-peld.AanwijzingAls 999,9 wordt overschreden, worden de waarden TR1, A1 enS1 automatisch teruggezet op 0,0.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Indicaties TR1, A1 en S1 worden op 0,0 gezet.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.17 Weergavemodus SPEED/TR2 (tripmaster 2)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie TR2 rechtsbovenop het display verschijnt.De TR2 (tripmaster 2) loopt altijd mee en telt tot 999,9.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Wist waarden TR2 en A2‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Verlaagt waarde TR2‒ Knopkort in-drukken.Verlaagt waarde TR2

Deze functie is praktisch bij ritten op basis van hetroadbook.AanwijzingDe waarde TR2 kan ook tijdens het rijden handmatig wordengecorrigeerd met de knop en de knop .Als 999,9 wordt overschreden, wordt de waarde TR2 automatischteruggezet op 0,0.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Verhoogt waarde TR2‒ Knopkort in-drukken.Verhoogt waarde TR2‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Verlaagt waarde TR2‒ Knopkort in-drukken.Verlaagt waarde TR2‒10 - 12secondenwachten.Slaat op en sluit het setupmenu7.19 Weergavemodus SPEED/A1 (gemiddelde snelheid 1)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie A1 rechtsbovenop het display verschijnt.A1 (gemiddelde snelheid 1) geeft de gemiddelde snelheid weer op basisvan de berekening van TR1 (tripmaster 1) en S1 (chronometer 1) aan.De berekening van deze waarde wordt geactiveerd met de eerste impulsvan de wieltoerentalsensor en eindigt 3 seconden na de laatste impuls.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Indicaties TR1, A1 en S1 worden op 0,0 gezet.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie

Gecombineerd instrument 735‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.20 Weergavemodus SPEED/A2 (gemiddelde snelheid 2)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie A2 rechtsbovenop het display verschijnt.A2 (gemiddelde snelheid 2) geeft de gemiddelde snelheid aan op basisvan de actuele snelheid als de chronometer S2 (chronometer 2) loopt.AanwijzingDe weergegeven waarde kan afwijken van de daadwerkelijkegemiddelde snelheid als S2 na het rijden niet is gestopt.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.21 Weergavemodus SPEED/S1 (chronometer 1)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie S1 rechtsbovenop het display verschijnt.S1 (chronometer 1) geeft de rijtijd weer op basis van TR1 en loopt doorals een impuls wordt ontvangen van de wieltoerentalsensor.De berekening van deze waarde start met de eerste impuls van de wiel-toerentalsensor en eindigt 3 seconden na de laatste impuls.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Indicaties TR1, A1 en S1 worden op 0,0 gezet.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Geen functie

7 Gecombineerd instrument367.22 Weergavemodus SPEED/S2 (chronometer 2)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie S2 rechtsbovenop het display verschijnt.S2 (chronometer 2) is een met de hand te bedienen chronometer.Als S2 op de achtergrond loopt, knippert de weergave S2 op het display.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Weergaven van S2 en A2 worden op 0,0 gezet.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Start of stopt S2

Inbedrijfstelling 8378. 1 Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstellingGEVAARGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zichzelf envoor anderen. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Ontbrekende of onvoldoende beschermende kleding verhoogt het risico op letsel. ‒ Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmede broek enjas met bescherming. ‒ Draag uitsluitend beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke voor-schriften. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Verschillende profielen van de voor- en achterband kunnen de controle over het voertuigmoeilijker maken.

‒ Zorg ervoor dat voor- en achterwiel steeds van banden met hetzelfde profiel zijn voorzien. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Onaangepast rijgedrag vormt een groot risico. ‒ Pas de rijsnelheid aan de toestand van de rijweg en uw rijvaardigheden aan. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Het voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder. ‒ Neem geen bijrijder mee. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting. Als het rempedaal niet wordt losgelaten, slijten de remblokken continu. ‒ Neem de voet van het rempedaal, als u niet wilt afremmen. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Totaalgewicht en aslasten beïnvloeden het rijgedrag. ‒ Overschrijd het hoogst toegestane totaalgewicht en de aslasten niet. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen vormen een gevaar voor zichzelf en voor anderen.

AanwijzingHoud er bij het gebruik van de motorfiets rekening mee dat andere mensen last kunnen hebben van overmatiglawaai. ‒ Zorg ervoor dat de werkzaamheden van de controle voor de verkoop worden uitgevoerd door een geautoriseerdeGASGAS-garage. ✓ Het leveringsdocument wordt bij de overdracht van het voertuig overhandigd. ‒ Voor de eerste rit de gehele bedieningshandleiding doorlezen. ‒ Met de bedieningselementen vertrouwd maken. ‒ Uitgangspositie van de koppelingshendel instellen. (pag. 88)‒ Uitgangspositie van de remhendel instellen. (pag. 91)‒ Uitgangspositie van het rempedaal instellen. (pag. 96).

8 Inbedrijfstelling38‒ Uitgangspositie van de versnellingshendel instellen. (pag. 128)‒ Wen eerst op een hiervoor geschikt terrein aan het rijgedrag van de motorfiets voordat u een veeleisende rit maakt. AanwijzingBij terreinrijden is het raadzaam iemand met een tweede voertuig mee te nemen om elkaar te assisteren. ‒ Probeer ook eens zo langzaam mogelijk en staand te rijden, zodat u meer gevoel voor de motorfiets krijgt. ‒ Maak geen terreinritten die uw vaardigheden en ervaring te boven gaan. ‒ Het stuur tijdens het rijden met beide handen vasthouden en de voeten op de voetsteunen laten rusten. ‒ Wanneer bagage wordt meegenomen, moet deze zo veel mogelijk in het midden van het voertuig veilig worden vastge-zet en het gewicht moet gelijkmatig zijn verdeeld over het voor- en achterwiel. AanwijzingMotorfietsen zijn gevoelig voor veranderingen in de gewichtsverdeling.

‒ Houd u aan het maximaal toegestane totaalgewicht en de maximaal toegestane aslasten. Maximaal toegestaan totaalgewicht 335 kgMaximale aslast voor 145 kgMaximale aslast achter 190 kg‒ Spaakspanning controleren. (pag. 107)AanwijzingDe spaakspanning moet na een half uur rijden worden gecontroleerd. ‒ Motor inrijden. (pag. 38)8. 2 Motor inrijden‒ Tijdens de inrijperiode het aangegeven motortoerental en motorvermogen niet overschrijden. Maximaal motortoerentalTijdens het eerste rij-uur 7. 000 omw/minMaximaal motorvermogentijdens de eerste 3 rij-uren ≤ 75 %‒ Volgas geven vermijden. 8. 3 Startvermogen van lithium-ion-accu's bij lage temperaturen402555-01Lithium-ion-accu's zijn veel lichter dan lood-zuur-accu's, hebben een lage zelfontlading en bij temperaturen boven 6 °C(43 °F) meer startvermogen. Er kunnen meerdere startpogingen nodig zijn.

Inbedrijfstelling 839Let er steeds op dat de lithium-ion-accu opgeladen is zodat bij lage temperaturen voldoende reserves voor de eerste startvoorhanden zijn.Na 6 mislukte startpogingen niet meer verder starten, maar het voertuig op andere fouten controleren.8.4 Voertuig voorbereiden op zwaardere gebruiksomstandighedenAanwijzingWanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals op zand of op een nat of modderigtraject/terrein, kunnen componenten zoals aandrijving, remsystemen of veringscomponenten duidelijk snellerverslijten. Daarom kan het nodig zijn om onderdelen al voor het bereiken van het volgende service-interval tecontroleren of te vervangen.‒ Luchtfilter en luchtfilterhuis reinigen. (pag. 75)Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.‒ Stekkers controleren op vocht en roest.

Inbedrijfstelling 841600868-01‒ Staalkettingwiel monteren.‒ Motorfiets reinigen. (pag. 134)‒ Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.8.8 Voertuig op hoge temperaturen of langzaam rijden voorbereiden600868-01‒ Secundaire overbrenging aanpassen aan het circuit.AanwijzingDe motorolie wordt snel heet als de koppeling wegens een telange secundaire overbrenging vaak moet worden bediend.‒ Ketting reinigen.Kettingreinigingsmiddel (pag. 155)‒ Radiateurlamellen reinigen.‒ Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.‒ Koelvloeistofpeil controleren. (pag. 119)8.9 Voertuig voor lage temperaturen of sneeuw voorbereiden102137-01‒ Luchtfilter-waterbescherming monteren.Meegeleverde montagehandleiding in acht nemen.Luchtfilter-waterbescherming (A46006921000)

9 Rij-instructies429.1 Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfstellingAanwijzingTelkens voordat u gaat rijden controleren of het voertuig in een goede staat is en of er veilig mee kan wordengereden.Bij het rijden moet het voertuig technisch in een onberispelijke staat zijn.H02217-01‒ Motoroliepeil controleren. (pag. 130)‒Elektrische installatie controleren.‒ Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. (pag. 91)‒ Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. (pag. 97)‒ Remvoeringen en remvoeringborging van de voorwielrem controle-ren. (pag. 93)‒ Remvoeringen en remvoeringborging van de achterwielrem contro-leren. (pag. 99)‒ Controleren of het remsysteem goed werkt.‒ Koelvloeistofpeil controleren. (pag. 119)‒ Kettingvervuiling controleren. (pag. 81)‒ Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding contro-leren. (pag. 84)‒ Kettingspanning controleren. (pag.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met GasGas EC 350F (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden