GasGas MC 125 (2025) Handleiding

GasGas Motor MC 125 (2025)

Bekijk gratis de handleiding van GasGas MC 125 (2025) (146 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over GasGas MC 125 (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/146
Bedieningshandleiding2025
MC125
MC150
Artikelnr.3215219nl

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: GasGas
Categorie: Motor
Model: MC 125 (2025)

Handleiding GasGas MC 125 (2025) – volledige tekst

Beste GASGAS-klant,*3215219nl*3215219nl12/11/2024Beste GASGAS-klant,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw GASGASmotorfiets. U bent nu in het bezit van een modern, sportief voertuigdat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken. We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe. Hieronder kunt u de serienummers van uw voertuig invoeren om de serienummers sneller te vinden als dat nodig is:Voertuigidentificatiennummer (pag. 14)Stempel dealerMotornummer (pag. 14)De bedieningshandleiding kwam op het tijdstip van publicatie overeen met de nieuwste stand van deze modelserie. Kleineafwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet worden uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.

GASGAS GmbH houdt zich het recht voor technische gegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst en serviceverlening, constructies, uitrustingen en dergelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding te annuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. GASGAS is nietaansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. Deafgebeelde modellen zijn voor een deel voorzien van speciale uitrustingen die niet standaard tot de leveringsomvang behoren. © 2024 GASGAS GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehouden. Afbeeldingen: Mitterbauer / Visus Studios / KISKA / GASGASVoor elke kopie of reproductie is schriftelijke toestemming van de auteur vereist.

Symbolen en formateringen 171.1 Conventies1.1.1 SymbolenKenmerkt een gewenst resultaat (bijv. van een werkstap of functie).Kenmerkt een ongewenst resultaat (bijv. van een werkstap of functie).Alle werkzaamheden die met dit pictogram zijn gekenmerkt vereisen vakkennis en technisch begrip.

Zorg ervoordat deze werkzaamheden worden uitgevoerd door of onder toezicht staan van opgeleid personeel van een geautoriseerde GASGASwerkplaats met indien nodig vereist speciaal gereedschap.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina.Kenmerkt een vermelding met aanvullende informatie.Kenmerkt een tip bijvoorbeeld om het werk gemakkelijker te maken.Kenmerkt het resultaat uit een test/controlestap.Kenmerkt het einde van een taak, inclusief eventuele nabewerkingen.1.1.2 FormatteringenEigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.MerkTMKenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte benamingenVerwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermen die in debegrippenlijst worden uitgelegd.1.1.3 Afkortingen2dlg. 2deligArtikelnr. Artikelnummerresp. respectievelijkca. circaetc. et ceteraevt. eventueelevt. eventueelcpl. compleetmin. minimaalNr. Nummerz.

2 Veiligheid82. 1 VeiligheidsaanwijzingenFunctie van waarschuwingsberichtenWaarschuwingsberichten waarschuwen voor gevaren bij de omgang met het product. De gevaren worden geclassificeerd,benoemd, beschreven en aangevuld met instructies om gevaar te vermijden. ● Wanneer een waarschuwing voorafgaat aan een lijst met instructies, bestaat er gedurende de hele activiteit gevaar. ● Als er vlak voor een instructie een waarschuwing verschijnt, is er gevaar bij de volgende handeling. Uiterlijk van waarschuwingsberichtenAlle waarschuwingsberichten worden gekenmerkt door een signaalwoord en een waarschuwingssymbool. De combinatievan het signaalwoord en waarschuwingssymbool bepaalt de mate van het gevaar. GEVAARGeeft een onmiddellijk dreigend gevaar aan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg heeft.

WAARSCHUWINGGeeft een mogelijk dreigend gevaar aan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg kan hebben. VOORZICHTIGGeeft een mogelijk dreigend gevaar aan dat lichte of geringe verwondingen tot gevolg kan hebben. AANWIJZINGGeeft een situatie aan die kan leiden tot schade aan het product of de omgeving van het product. AANWIJZINGBeschrijft een situatie die tot schade aan het milieu kan leiden. 2. 2 ManupilatieverbodAan systemen en geluiddempende onderdelen mogen geen wijzigingen worden aangebracht. Verboden manupilaties● Verwijderen of uitschakelen van apparatuur of componenten die worden gebruikt om geluid te dempen voordat hetnieuwe voertuig wordt verkocht of afgeleverd aan de eindklant. ● Verwijderen of uitschakelen van apparatuur of componenten die worden gebruikt om geluid te dempen voor anderedoeleinden dan service, reparatie of vervanging tijdens de levensduur van het voertuig.

Voorbeelden van verboden manipulaties● Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaatgassengeleiden. ● Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem. ● Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen van hetinlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 3 Veilig gebruikGEVAARGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zichzelf envoor anderen. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent.

Veiligheid 29GEVAARGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en de dood tot gevolg hebben. ‒ Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. ‒ Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien. WAARSCHUWINGGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet. ‒ Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze voertuigcomponenten zijn afgekoeld. ‒ Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids en milieubewust gebruiken. Het voertuig mag uitsluitend door geïnstrueerde personen worden gebruikt.

Storingen die de veiligheid beïnvloeden, moeten onmiddellijk door een geautoriseerde GASGAS Motorcyclesgarage wordenverholpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen. 2. 4 Beschermende kledingWAARSCHUWINGGevaar voor letsel Ontbrekende of onvoldoende beschermende kleding verhoogt het risico op letsel. ‒ Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmede broek enjas met bescherming. ‒ Draag uitsluitend beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke voorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert GASGAS om het voertuig uitsluitend met geschikte beschermende kleding te gebruiken. 2. 5 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen met contactslot,modellen met transpondersleutel) resp.

de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpondersleutel). Voor sommige werkzaamheden zijn speciale gereedschappen vereist. Deze maken geen deel uit van het voertuig,maar kunnen worden besteld onder vermelding van de tussen haakjes aangegeven nummers.

Voorbeeld: lagertrekker(15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ±5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijv. zelfborgende bouten en moeren, expansieschroeven, afdichtingen,dichtringen, Oringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelen vervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijv. Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van de fabrikant bij hetgebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel al schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddel aanbrengen. Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde ofversleten onderdelen vervangen.

2 Veiligheid102. 6 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan, kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen en conflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen gebruiken waar en wanneerdat wettelijk is toegestaan, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks en hulpstoffen en oude onderdelen aan de geldende wet enregelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EUrichtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen, bestaat er geen wettelijkeregeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde GASGAS Motorcyclesdealer is u graag van dienst. 2. 7 BedieningshandleidingLees de bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met het voertuig gaat rijden.

In debedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudiger maken. Alleen zo komtu te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letsel kunt beschermen. TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen. Neem contact op met een geautoriseerde GASGAS Motorcyclesdealer als u meer over het voertuig wilt weten of als tijdenshet lezen iets niet duidelijk is. De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig. Bij verkoop moet de bedieningshandleiding door denieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload. De bedieningshandleiding kan via de QRcode of de link op het leveringscertificaat meerdere keren worden gedownload.

U kunt de bedieningshandleiding ook downloaden op de website van uw geautoriseerde GASGAS Motorcyclesdealer enop de GASGAS Motorcycleswebsite. Via uw gecertificeerde GASGAS Motorcyclesdealer kan ook een afgedrukt exemplaarworden besteld. Internationale GASGASwebsite: https://www. gasgas. com/2.

8 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikDit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij reguliere races kan weerstaan. Dit voertuigvoldoet aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale motorsportbonden. AanwijzingGebruik dit voertuig uitsluitend op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet. 2. 9 Onjuist gebruikHet voertuig mag alleen voor het beoogde doel worden gebruikt. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal en milieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specificaties.

Belangrijke aanwijzingen 3113. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde GASGAS Motorcyclesgarage worden uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden bevestigd, omdat anders de garantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroorzaakt,bestaat er geen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenBedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3. 3 Reserveonderdelen, technisch toebehoren GASGAS MotorcyclesGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door GASGAS zijn vrijgegeven en/of aanbevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde GASGAS Motorcyclesgarage monteren.

Voor andere producten en daardoorveroorzaakte schade is GASGAS niet aansprakelijk. De artikelnummers van sommige reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjesaangegeven. Uw geautoriseerde GASGAS Motorcyclesdealer adviseert u graag. Het actuele GASGAS Motorcycles technisch toebehoren voor uw voertuig vindt u bij uw erkende GASGAS Motorcyclesdealer en op de GASGAS Motorcycleswebsite. Internationale GASGASwebsite: https://www. gasgas. com/3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in de bedieningshandleiding genoemde service, onderhouds en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuistafgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.

Daarom kan het nodig zijn om onderdelen al voor het bereiken van het volgendeserviceinterval te controleren of te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en serviceintervallen. De inachtneming daarvandraagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe illustraties in dit document bevatten deels speciale uitvoeringen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Demontage isniet altijd absoluut noodzakelijk om de beschreven handelingen uit te voeren. De informatie in de tekst heeft voorrang. 3. 6 KlantenserviceDe geautoriseerde GASGAS Motorcyclesdealer beantwoordt graag uw vragen over uw voertuig of over GASGAS.

6 Bedieningselementen166.1 KoppelingshendelJ0007510De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aangebracht.De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijgesteld.6.2 RemhendelJ0007710De remhendel1is rechts op het stuur aangebracht.Met de remhendel wordt de voorwielrem bediend.6.3 GashendelJ0007610De gashendel1is rechts op het stuur aangebracht.6.4 UitschakelknopA0199910De uitschakelknop1is rechts op het stuur aangebracht.Toestand BetekenisDe uitschakelknop is niet ingedrukt.In deze stand is het ontstekingscircuit gesloten en kan de motorworden gestart.De uitschakelknop wordt ingedrukt gehouden.In deze stand is het ontstekingscircuit onderbroken. Een draaiende motor schakelt uit en eenstilstaande motor schakelt niet in.

Bedieningselementen 6176.5 StartknopA0199810De startknop1is rechts op het stuur aangebracht.Toestand BetekenisStartknop in de uitgangspositie.Geen functie.Startknop ingedrukt.In deze stand wordt de startmotor geactiveerd.6.6 CombinatieschakelaarW0001610De combinatieschakelaar is links op het stuur aangebracht.Toestand Betekenis1Mager Bij brandend witcontrolelampjeAis de mageremapping geactiveerd. Dezemapping wordt aanbevolen voorvaste/harde ondergrond.2Vet Bij brandend groen controlelampjeBis de vette mappinggeactiveerd. Deze mapping wordtaanbevolen voor zandige/losseondergrond.Met de knop1en knop2van de combinatieschakelaar kan de motorkarakteristiek worden gewijzigd.6.7 Overzicht controlelampjesW0001710Toestand BetekenisControlelampje storing brandt/knippertoranjeDe OBD heeft een fout in de voertuigelektronica geconstateerd.ControlelampjeAbrandt witMagere Mapping is geactiveerd.

Deze mapping wordt aanbevolen voor vaste/harde ondergrond.ControlelampjeBbrandt groenVette Mapping is geactiveerd. Deze mapping wordt aanbevolen voor zandige/losse ondergrond.

6 Bedieningselementen186.8 Gecombineerd instrumentS0582710Het gecombineerde instrument1is voor het stuur aangebracht.Het gecombineerde instrument toont het totaal aantal bedrijfsuren vande motor.De bedrijfsuren worden geteld als de motor wordt gestart en stopgezetals de motor wordt uitgeschakeld.AanwijzingOp het gecombineerde instrument kan niets worden gewist ofingesteld.Zodra de diagnosetool is aangesloten, loopt de bedrijfsurenteller.Voor langere diagnosesessies de bedrijfsurenteller achter hetstartnummerbord loskoppelen.6.9 Tankdop openenGEVAARGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.Brandstof zet uit als deze wordt verwarmd en kan uit de brandstoftank stromen als deze te vol wordt getankt.‒ Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of gloeiende of smeulende voorwerpen.‒ Zorg ervoor dat er tijdens het tanken niemand in de buurt van het voertuig rookt.‒ Zet de motor uit, als u brandstof tankt.‒ Voorkom dat er brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.‒ Veeg gemorste brandstof onmiddellijk af.‒ Tank de brandstoftank niet te vol.WAARSCHUWINGGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.‒ Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.‒ Raadpleeg onmiddellijk een arts als er brandstof is ingeslikt.‒ Adem geen brandstofdampen in.‒ Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.‒ De ogen onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts raadplegen als er remvloeistof in de ogen isgekomen.‒ Wissel uw kleding als er brandstof op is gekomen.‒ Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en houd brandstof buiten het bereik van kinderen.AANWIJZINGGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof vormt een gevaar voor het milieu.‒ Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.S0582810‒ Tankdop1tegen de klok in draaien en naar boven toe verwijderen.

Om de grotere hoeveelheidbrandstof te verbranden, wordt er extra zuurstof aan de motor toegevoerd door de koudestartknop uit te trekken.Als er kort gas wordt gegeven en de gashendel wordt losgelaten of degashendel naar voren wordt gedraaid, springt de koudestartknop terugin de uitgangspositie.AanwijzingControleer of de koudestartknop is teruggekeerd naar deuitgangspositie.Toestand BetekenisKoudestartknop geactiveerd Koudestartknop tot de aanslagindrukken.Koudestartknop gedeactiveerd Koudestartknop staat in de uitgangspositie.6.12 Regelschroef stationair toerentalS0583010De stationaire afstelling van de smoorklepeenheid is van grote invloedop het startgedrag, een stabiel stationair toerental en de respons bij hetgasgeven.Een motor met een correct ingesteld stationair toerental start makkelijker dan een motor met een verkeerd ingesteld stationair toerental.Het stationaire toerental wordt met de regelschroef stationair toerental1afgesteld.Als de regelschroef stationair toerental met de klok mee wordt gedraaid,wordt het stationaire toerental hoger.Als de regelschroef stationair toerental tegen de klok in wordt gedraaid,wordt het stationaire toerental lager.

6 Bedieningselementen206.13 Versnellingshendel40195010De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motor gemonteerd.40195011De positie van de versnellingen kan worden afgelezen van de afbeelding.De neutrale of stationaire stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnelling.6.14 Rempedaal40195610Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.6.15 Plug-in-standaardH0262910De opname voor de pluginstandaard1is de linkerzijde van de steekas.De pluginstandaard dient om de motorfiets te parkeren.Bij het transporteren van de motorfiets wordt de pluginstandaard alsvorkblokkering gebruikt.AanwijzingDe pluginstandaard verwijderen voordat u gaat rijden.

Inbedrijfstelling 7217. 1 Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstellingGEVAARGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zichzelf envoor anderen. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Ontbrekende of onvoldoende beschermende kleding verhoogt het risico op letsel. ‒ Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmede broek enjas met bescherming. ‒ Draag uitsluitend beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke voorschriften. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Verschillende profielen van de voor en achterband kunnen de controle over het voertuigmoeilijker maken.

‒ Zorg ervoor dat voor en achterwiel steeds van banden met hetzelfde profiel zijn voorzien. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Onaangepast rijgedrag vormt een groot risico. ‒ Pas de rijsnelheid aan de toestand van de rijweg en uw rijvaardigheden aan. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Het voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder. ‒ Neem geen bijrijder mee. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting. Als het rempedaal niet wordt losgelaten, slijten de remblokken continu. ‒ Neem de voet van het rempedaal, als u niet wilt afremmen. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Totaalgewicht en aslasten beïnvloeden het rijgedrag. ‒ Overschrijd het hoogst toegestane totaalgewicht en de aslasten niet. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen vormen een gevaar voor zichzelf en voor anderen.

AanwijzingHoud er bij het gebruik van de motorfiets rekening mee dat andere mensen last kunnen hebben van overmatiglawaai. ‒ Ervoor zorgen dat de werkzaamheden van de controle voor de verkoop worden uitgevoerd door een geautoriseerdeGASGAS Motorcyclesgarage. ✓ U ontvangt het leveringsdocument bij de overdracht van het voertuig. ‒ Voordat u voor het eerst gaat rijden, moet u de volledige bedieningshandleiding aandachtig doorlezen. ‒ Met de bedieningselementen vertrouwd maken. ‒ Uitgangspositie van de koppelingshendel instellen. (pag. 76)‒ Uitgangspositie van de remhendel instellen. (pag. 79)‒ Uitgangspositie van het rempedaal instellen. (pag. 85).

7 Inbedrijfstelling22‒ Uitgangspositie van de versnellingshendel instellen. (pag. 115)‒ Wen eerst op een hiervoor geschikt terrein aan het rijgedrag van de motorfiets voordat u een veeleisende rit maakt.AanwijzingDit voertuig is niet goedgekeurd voor het rijden op openbare wegen.Bij terreinrijden is het raadzaam iemand met een tweede voertuig mee te nemen om elkaar te assisteren.‒ Probeer ook eens zo langzaam mogelijk en staand te rijden, zodat u meer gevoel voor de motorfiets krijgt.‒ Maak geen terreinritten die uw vaardigheden en ervaring te boven gaan.‒ Het stuur tijdens het rijden met beide handen vasthouden en de voeten op de voetsteunen laten rusten.‒ Geen bagage meenemen.‒ Houd u aan het maximaal toegestane totaalgewicht en de maximaal toegestane aslasten.Maximaal toegestaan totaalgewicht 335 kgMaximale aslast voor 145 kgMaximale aslast achter 190 kg‒ Spaakspanning controleren.

(pag. 96)AanwijzingDe spaakspanning moet na een half uur rijden worden gecontroleerd.‒ Motor inrijden. (pag. 22)7.2 Motor inrijden‒ Tijdens de inrijperiode het aangegeven motorvermogen niet overschrijden.maximaal motorvermogentijdens de eerste 3 rijuren

Inbedrijfstelling 7237.4 Voertuig voorbereiden op zwaardere gebruiksomstandighedenAanwijzingWanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals op zand of op een nat of modderigtraject/terrein, kunnen componenten zoals aandrijving, remsystemen of veringscomponenten duidelijk sneller slijten.Daarom kan het nodig zijn om onderdelen al voor het bereiken van het volgende serviceinterval te controleren of tevervangen.‒ Luchtfilterhuisdeksel op borging voorbereiden. (pag. 63)‒ Luchtfilter en luchtfilterhuis reinigen. (pag. 62)AanwijzingLuchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.‒ Elektrische stekkers controleren op vocht en corrosie. Controleren of ze goed vastzitten.» Als ze vochtig, gecorrodeerd of beschadigd zijn:‒ Stekker reinigen en drogen, indien nodig vervangen.‒ Mapping wijzigen. (pag. 112)Mapping passend bij de ondergrond selecteren.‒ Rijden op droog zand.

Inbedrijfstelling 72560086801‒ Staalkettingwiel monteren.‒ Motorfiets reinigen. (pag. 120)‒ Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.7.8 Voertuig op hoge temperaturen of langzaam rijden voorbereiden60086801‒ Secundaire overbrenging aanpassen aan het circuit.AanwijzingDe cardanolie wordt snel heet als de koppeling wegens een telange secundaire overbrenging vaak moet worden bediend.‒ Ketting reinigen. (pag. 69)‒ Radiateurlamellen reinigen.‒ Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.‒ Koelvloeistofpeil controleren. (pag. 98)7.9 Voertuig voor lage temperaturen of sneeuw voorbereidenF0366801‒ Luchtfilterwaterbescherming monteren.Luchtfilterwaterbescherming (A46006921000)AanwijzingMeegeleverde montagehandleiding in acht nemen.

8 Rij-instructies268.1 Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfstellingAanwijzingTelkens voordat u gaat rijden controleren of het voertuig in een goede staat is en of er veilig mee kan wordengereden.Bij het rijden moet het voertuig technisch in een onberispelijke staat zijn.H0221701‒ Cardanoliepeil controleren. (pag. 117)‒ Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. (pag. 80)‒ Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. (pag. 85)‒ Remvoeringen en remvoeringborging van de voorwielrem controleren. (pag. 81)‒ Remvoeringen en remvoeringborging van de achterwielrem controleren. (pag. 87)‒ Controleren of het remsysteem goed werkt.‒ Koelvloeistofpeil controleren. (pag. 98)‒ Kettingvervuiling controleren. (pag. 69)‒ Ketting, kettingwiel, kettingaandrijfwiel en kettinggeleiding controleren. (pag. 72)‒ Kettingspanning controleren. (pag. 70)‒ Toestand van de banden controleren.

(pag. 95)‒ Bandenspanning controleren. (pag. 95)‒ Spaakspanning controleren. (pag. 96)AanwijzingDe spaakspanning moet regelmatig worden gecontroleerd,omdat bij verkeerde spaakspanning de rijveiligheid ernstignadelig wordt beïnvloed.‒ Vuilschrapers van de vorkpoten reinigen. (pag. 46)‒ Vorkpoten ontluchten. (pag.

45)‒ Luchtfilter controleren.‒ Controleren of alle bedieningselementen goed zijn ingesteld ensoepel bewegen.‒ Regelmatig controleren of alle bouten, moeren en slangklemmengoed vastzitten.‒ Brandstofvoorraad controleren.8.2 Voertuig startenGEVAARGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en de dood tot gevolg hebben.‒ Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie.‒ Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.AANWIJZINGMotorschade Hoge toerentallen bij koude motor hebben een negatief effect op de levensduur van de motor.‒ Rij de motor altijd met een laag toerental warm.

8 Rij-instructies28‒ Nadat met een volledig opengedraaide gashendel de maximale snelheid is bereikt, deze tot ¾ gas terugdraaien. Pasuw snelheid aan de weggesteldheid en weersituatie aan. De snelheid verlaagt nauwelijks, maar er wordt aanmerkelijkminder brandstof verbruikt. ‒ Slechts zoveel gas geven als de motor op dat moment aankan  abrupt opentrekken van de gashendel verhoogt hetverbruik. ‒ Voor het terugschakelen de motorfiets afremmen en tegelijkertijd gas terugnemen. ‒ Aan de koppelingshendel trekken en naar een lagere versnelling schakelen, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gasgeven resp. nog een keer schakelen. ‒ Motor uitschakelen als u een langdurig stationair toerental of langere stilstand verwacht. ≥ 1 min‒ Regelmatig of langdurig slippen van de koppeling vermijden. Daardoor verhitten de cardanolie, de motor en het koelsysteem.

‒ Rijd met een lager toerental in plaats van met een hoger toerental en een slippende koppeling. 8. 5 AfremmenWAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Door te sterk afremmen blokkeren de wielen. ‒ Pas de manier van remmen aan op de rijsituatie en de toestand van het wegdek. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Een sponzig aanvoelend drukpunt van de voor en/of achterrem vermindert deremwerking. ‒ Rijd niet met het voertuig als het remsysteem een sponzig aanvoelend drukpunt heeft. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Vocht en vuil beïnvloeden het remsysteem nadelig. ‒ Rem meerdere keren voorzichtig om de remblokken en remschijven te drogen en van vuil te ontdoen. ‒ Op een zandige, natte of gladde ondergrond zo veel mogelijk de achterwielrem gebruiken. ‒ Het remmen moet altijd voor het begin van de bocht zijn afgerond. Afhankelijk van de snelheid naar een lagere versnelling schakelen.

‒ Tijdens langdurig bergaf rijden de remwerking van de motor gebruiken. Hiervoor een of twee versnellingen terugschakelen, maar hierbij de motor niet met een te hoog toerental laten draaien.

Zo hoeft er aanzienlijk minder te wordengeremd en raakt het remsysteem niet oververhit. 8. 6 Stoppen, parkerenWAARSCHUWINGGevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen vormen een gevaar voor zichzelf en voor anderen. ‒ Laat het voertuig nooit onbeheerd achter als de motor draait. ‒ Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden. AANWIJZINGMateriële schade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig. Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan schade ontstaan. De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht. ‒ Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond. ‒ Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.

Rij-instructies 829AANWIJZINGGevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand en explosiegevaar.‒ Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen.‒ Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken.WAARSCHUWINGGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet.‒ Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze voertuigcomponenten zijn afgekoeld.‒ Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert.‒ Motorfiets afremmen.‒ Transmissie in stationaire stand schakelen.‒ Uitschakelknop bij stationair toerental van de motor indrukken totdat de motor stilstaat.8.7 TransporterenAANWIJZINGMateriële schade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig.Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan schade ontstaan.De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht.‒ Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.‒ Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.AANWIJZINGGevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand en explosiegevaar.‒ Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen.‒ Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken.H0262801‒ Motor uitzetten.‒ Pluginstandaard aan de vorkpoten monteren.Pluginstandaard (A46029094000)AanwijzingDe pluginstandaard maakt deel uit van de levering.Zorg ervoor dat de remleiding voor de pluginstandaardverloopt en niet wordt ingeklemd.40147501‒ Voertuig met spanriemen of andere geschikte bevestigingsmiddelenborgen tegen omvallen en wegrollen.AanwijzingSpanriemen samentrekken tot pluginstandaard stevig tegenhet spatbord en de band ligt.Op uitlijning van de pluginstandaard ten opzichte van despatbordonderzijde letten.

8 Rij-instructies308.8 Brandstof tankenGEVAARGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.Brandstof zet uit als deze wordt verwarmd en kan uit de brandstoftank stromen als deze te vol wordt getankt.‒ Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of gloeiende of smeulende voorwerpen.‒ Zorg ervoor dat er tijdens het tanken niemand in de buurt van het voertuig rookt.‒ Zet de motor uit, als u brandstof tankt.‒ Voorkom dat er brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.‒ Veeg gemorste brandstof onmiddellijk af.‒ Tank de brandstoftank niet te vol.WAARSCHUWINGGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.‒ Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.‒ Raadpleeg onmiddellijk een arts als er brandstof is ingeslikt.‒ Adem geen brandstofdampen in.‒ Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.‒ De ogen onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts raadplegen als er remvloeistof in de ogen isgekomen.‒ Wissel uw kleding als er brandstof op is gekomen.‒ Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en houd brandstof buiten het bereik van kinderen.AANWIJZINGGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof vormt een gevaar voor het milieu.‒ Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.‒ Motor uitzetten.‒ Tankdop openen.

Serviceschema 9319. 1 ServiceschemaVoor alle verdergaande werkzaamheden, die resulteren uit de servicewerkzaamheden, moet een extra opdracht wordenverstrekt, die ook apart in rekening wordt gebracht. Afhankelijk van de lokale gebruiksomstandigheden kunnen in uw land afwijkende serviceintervallen gelden. Bij gebruik onder bijzonder veeleisende omstandigheden, bijvoorbeeld zware regenval, modder, zand, sneeuw, extremetemperaturen, groot aandeel volle last enz. kunnen kortere onderhoudsintervallen dan in de tabel aangegeven noodzakelijkzijn. In het kader van technische ontwikkelingen kunnen intervallen en omvang van afzonderlijke servicebeurten veranderen. Het laatst geldige serviceschema is beschikbaar bij erkende dealers voor de elektronische onderhoudsgegevens. Uw geautoriseerde dealer adviseert u graag.

Chassis afstellen 103310. 1 Basisinstelling chassis voor bestuurdersgewicht controlerenAanwijzingVoor de basisinstelling van het chassis eerst de schokdemper en daarna de voorvork instellen. 40103001‒ Om optimale rijeigenschappen van de motorfiets te bereiken en ombeschadiging aan voorvork, schokdemper, achterbrug en frame tevoorkomen moeten de basisinstelling en veringscomponenten bijhet gewicht van de bestuurder passen. ‒ GASGAS offroadmotorfietsen zijn in de leveringstoestand ingesteldop een bestuurder met standaard gewicht (met beschermendekleding). Standaardbestuurdersgewicht 75 kg … 85 kg‒ Als het gewicht van de bestuurder buiten dit bereik ligt moet debasisinstelling van de veringscomponenten worden aangepast.

‒ Kleine afwijkingen van het gewicht kunnen door het wijzigen van deveervoorspanning worden gecompenseerd, bij grotere afwijkingenmoet een aangepaste vering worden gemonteerd. 10. 2 Ingaande demping schokdemperDe ingaande demping van de schokdemper is verdeeld in twee bereiken: highspeed en lowspeed. High en lowspeed hebben betrekking op de snelheid waarmee het achterwiel inveert en niet op de rijsnelheid. De highspeedinstelling voor ingaande demping is bijvoorbeeld van invloed op de landing na een sprong. Het achterwielveert daarbij snel in. De lowspeedinstelling voor ingaande demping is bijvoorbeeld van invloed bij het rijden over lange hobbels. Het achterwielveert daarbij langzaam in. Beide bereiken kunnen apart worden ingesteld, de overgang tussen high en lowspeed is echter vloeiend.

Daarom zijn wijzigingen in het highspeedbereik van de ingaande demping ook van invloed op het lowspeedbereik en omgekeerd. 10. 3 Ingaande demping lowspeed van de schokdemper instellenVOORZICHTIGGevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd als de schokdemper onvakkundig uit elkaarwordt genomen. De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerde stikstof. ‒ Let op de aangegeven beschrijving.

10 Chassis afstellen34F0363911‒ Instelelement1met de klok mee draaien tot de laatste voelbareklik.‒ Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegen deklok in draaien.Ingaande demping lowspeedComfort 17 klikkenStandaard 15 klikkenSport 13 klikkenAanwijzingDraaien met de klok mee verhoogt de demping, draaientegen de klok in verlaagt de demping.10.4 Ingaande demping highspeed van de schokdemper instellenVOORZICHTIGGevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd als de schokdemper onvakkundig uit elkaarwordt genomen.De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerde stikstof.‒ Let op de aangegeven beschrijving.AanwijzingDe highspeed instelling voor ingaande demping toont zijn effect wanneer de schokdemper snel inveert.F0363910‒ Instelelement1tot de aanslag met de klok mee draaien.‒ Afhankelijk van het schokdempertype een aantal slagen tegen deklok in draaien.Ingaande demping highspeedComfort 2 omwStandaard 1,5 omwSport 1 omwAanwijzingDraaien met de klok mee verhoogt de demping, draaientegen de klok in verlaagt de demping.10.5 Uitgaande demping van de schokdemper instellenVOORZICHTIGGevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd als de schokdemper onvakkundig uit elkaarwordt genomen.De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerde stikstof.‒ Let op de aangegeven beschrijving.

Chassis afstellen 1035F0364010‒ Instelelement1met de klok mee draaien tot de laatste voelbareklik.‒ Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegen deklok in draaien.Uitgaande dempingComfort 17 klikkenStandaard 15 klikkenSport 13 klikkenAanwijzingDraaien met de klok mee verhoogt de demping, draaientegen de klok in verlaagt de demping bij het uitveren.10.6 Maat achterwiel zonder belasting bepalenVoorwerk‒ Motorfiets met hefbok opkrikken. (pag. 45)Controleproces40241510‒ Veerwegmal in de achterwielas positioneren en de afstand tot demarkering SAG op het achterspatbord meten.Veerwegmal (00029090200)‒ Waarde als maatAnoteren.

35)‒ Met behulp van een persoon die de motorfiets vasthoudt, gaat debestuurder met volledige beschermende kleding in een normalezitpositie (voeten op de voetsteunen) op de motorfiets zitten enbeweegt enkele keren op en neer.✓ De achterwielophanging beweegt zo in de juiste positie.‒ Een tweede persoon meet nu opnieuw met de veerwegmal de afstand tussen de achterwielas en de markering SAG op het achterspatbord.‒ Waarde als maatCnoteren.AanwijzingDe dynamische veerweg is het verschil tussen maatAenC.‒ Dynamische veerweg controleren.Dynamische veerweg 105 mm» Als de dynamische veerweg afwijkt van de aangegeven maat:‒ Dynamische veerweg instellen. (pag. 38)

55)‒Schokdemper in gedemonteerde toestand grondig reinigen.InstelprocedureF0362710‒ Schroef1losdraaien.‒ Stelring2draaien tot de veer volledig ontspannen is.Haaksleutel (90129051000)AanwijzingAls de veer niet geheel kan worden ontspannen, moet deveer worden gedemonteerd voor een nauwkeurige metingvan de veerlengte.‒ Totale veerlengte in ontspannen toestand meten.‒ Veer door het draaien van de stelring2op de aangegevenmaatAspannen.Veervoorspanning 8 mmAanwijzingAfhankelijk van de statische of dynamische veerweg kan eenhogere of lagere veervoorspanning nodig zijn.‒ Schroef1vastdraaien.Schroef stelring schokdemperM5 5 NmErvoor zorgen dat de instelring in gemonteerde toestand geenandere componenten raakt.

10 Chassis afstellen38Nawerk‒ Schokdemper monteren. (pag. 56)‒ Vrije slag van het rempedaal controleren. (pag. 84)‒ Framebescherming monteren. (pag. 59)‒ Motorfiets van hefbok nemen. (pag. 45)10.10 Dynamische veerweg instellenVoorwerk‒ Motorfiets met hefbok opkrikken. (pag. 45)‒ Framebescherming demonteren. (pag. 59)‒ Schokdemper demonteren. (pag. 55)‒ Schokdemper in gedemonteerde toestand grondig reinigen.InstelprocedureB0029210‒ Een geschikte veer kiezen en monteren.VeerconstanteGewicht bestuurder: 65 kg … 75 kg 36 N/mmGewicht bestuurder: 75 kg … 85 kg 39 N/mmGewicht bestuurder: 85 kg … 95 kg 42 N/mmAanwijzingDe veerconstante staat vermeld op de buitenkant van deveer.Nawerk‒ Schokdemper monteren. (pag. 56)‒ Vrije slag van het rempedaal controleren. (pag. 84)‒ Framebescherming monteren. (pag. 59)‒ Motorfiets van hefbok nemen. (pag. 45)‒ Statische veerweg van de schokdemper controleren.

Chassis afstellen 103910. 11 Luchtvering XACTF0362901In de voorvork WP XACT wordt luchtvering toegepast. Bij dit systeem bevindt de vering zich in de linker voorvorkpoot en dedemping in de rechter voorvorkpoot. Aangezien de voorvorkveren niet nodig zijn, wordt een aanzienlijk gewichtsvoordeel bereikt ten opzichte van conventionele voorvorken. Ookhet reageren op kleine oneffenheden is aanzienlijk verbeterd. Onder normale rijomstandigheden zorgt alleen een luchtkussen voor devering. Als eindslag bevindt zich een stalen veer in de linkervorkpoot. AanwijzingAls de voorvork regelmatig doorslaat, moet de luchtdruk in devoorvork worden verhoogd om beschadiging van de voorvork enhet frame te voorkomen. De luchtdruk in de voorvork kan met een voorvorkpomp snel wordenaangepast aan het bestuurdersgewicht, de omstandigheden van het terrein en de wens van de bestuurder.

De voorvork hoeft niet te wordengedemonteerd. De ingewikkelde montage van hardere of zachtere vorkveren kan achterwege blijven. Als de luchtkamer als gevolg van een beschadigde afdichting lucht zouverliezen, zakt de voorvork desondanks toch niet door. De lucht wordtin dit geval in de vork tegengehouden. De veerweg blijft grotendeelsbehouden. De demping wordt harder en het rijcomfort neemt af. De demping kan net als bij een conventionele vork qua ingaand en uitgaand niveau worden ingesteld. De instelling van de uitgaande demping bevindt zich aan de onderzijdevan de rechter vorkpoot. De instelling van de ingaande demping bevindt zich aan de bovenzijdevan de rechter vorkpoot. 10. 12 Basisinstelling voorvork controlerenAanwijzingBij de voorvork kan om verschillende redenen geen exacte dynamische veerweg worden vastgelegd.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met GasGas MC 125 (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden