GasGas EC 300 (2025) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van GasGas EC 300 (2025) (178 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over GasGas EC 300 (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | GasGas |
| Categorie: | Motor |
| Model: | EC 300 (2025) |
Handleiding GasGas EC 300 (2025) – volledige tekst
Beste GASGAS-klant,*3215225nl*3215225nl12/11/2024Beste GASGAS-klant,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw GASGAS-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern, sportief voertuigdat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken. We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe. Hieronder kunt u de serienummers van uw voertuig invoeren om de serienummers sneller te vinden als dat nodig is:Voertuigidentificatiennummer Stempel dealerMotornummer (pag. 18)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip dat deze ter perse gaat overeen met de nieuwste stand van het model. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet worden uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.
GASGAS GmbH houdt zich het recht voor technische gegevens, prijzen, kleu-ren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en dergelijke zonder voorafgaande aankon-diging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding te annuleren, deze aan te passen aan de plaat-selijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. GASGAS is nietaansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. Deafgebeelde modellen zijn voor een deel voorzien van speciale uitrustingen die niet standaard tot de leveringsomvang beho-ren. © 2024 GASGAS GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehouden. Afbeeldingen: Mitterbauer / Visus Studios / KISKA / GASGASVoor elke kopie of reproductie is schriftelijke toestemming van de auteur vereist.
Symbolen en formateringen 191.1 Conventies1.1.1 SymbolenKenmerkt een gewenst resultaat (bijv. van een werkstap of functie).Kenmerkt een ongewenst resultaat (bijv. van een werkstap of functie).Alle werkzaamheden die met dit pictogram zijn gekenmerkt vereisen vakkennis en technisch begrip.
Zorg ervoordat deze werkzaamheden worden uitgevoerd door of onder toezicht staan van opgeleid personeel van een geau-toriseerde GASGAS-werkplaats met indien nodig vereist speciaal gereedschap.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina.Kenmerkt een vermelding met aanvullende informatie.Kenmerkt een tip bijvoorbeeld om het werk gemakkelijker te maken.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een taak, inclusief eventuele nabewerkingen.1.1.2 FormatteringenEigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.MerkTMKenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte benamingenVerwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermen die in debegrippenlijst worden uitgelegd.1.1.3 Afkortingen2-dlg. 2-deligArtikelnr. Artikelnummerresp. respectievelijkca. circaetc. et ceteraevt. eventueelevt. eventueelcpl. compleetmin. minimaalNr. Nummerz.
2 Veiligheid102. 1 VeiligheidsaanwijzingenFunctie van waarschuwingsberichtenWaarschuwingsberichten waarschuwen voor gevaren bij de omgang met het product. De gevaren worden geclassificeerd,benoemd, beschreven en aangevuld met instructies om gevaar te vermijden. ● Wanneer een waarschuwing voorafgaat aan een lijst met instructies, bestaat er gedurende de hele activiteit gevaar. ● Als er vlak voor een instructie een waarschuwing verschijnt, is er gevaar bij de volgende handeling. Uiterlijk van waarschuwingsberichtenAlle waarschuwingsberichten worden gekenmerkt door een signaalwoord en een waarschuwingssymbool. De combinatievan het signaalwoord en waarschuwingssymbool bepaalt de mate van het gevaar. GEVAARGeeft een onmiddellijk dreigend gevaar aan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg heeft.
WAARSCHUWINGGeeft een mogelijk dreigend gevaar aan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg kan hebben. VOORZICHTIGGeeft een mogelijk dreigend gevaar aan dat lichte of geringe verwondingen tot gevolg kan hebben. AANWIJZINGGeeft een situatie aan die kan leiden tot schade aan het product of de omgeving van het product. AANWIJZINGBeschrijft een situatie die tot schade aan het milieu kan leiden. 2. 2 ManupilatieverbodAan systemen en geluiddempende onderdelen mogen geen wijzigingen worden aangebracht. Verboden manupilaties● Verwijderen of uitschakelen van apparatuur of componenten die worden gebruikt om geluid te dempen voordat hetnieuwe voertuig wordt verkocht of afgeleverd aan de eindklant. ● Verwijderen of uitschakelen van apparatuur of componenten die worden gebruikt om geluid te dempen voor anderedoeleinden dan service, reparatie of vervanging tijdens de levensduur van het voertuig.
Voorbeelden van verboden manipulaties● Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaatgassengeleiden. ● Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem. ● Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen van hetinlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 3 Veilig gebruikGEVAARGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zichzelf envoor anderen. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent.
Veiligheid 211GEVAARGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en de dood tot gevolg hebben. ‒ Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. ‒ Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien. WAARSCHUWINGGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet. ‒ Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze voer-tuigcomponenten zijn afgekoeld. ‒ Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Het voertuig mag uitsluitend door geïnstrueerde personen worden gebruikt. Voor het wegverkeer is het juiste rijbewijsvereist.
Storingen die de veiligheid beïnvloeden, moeten onmiddellijk door een geautoriseerde GASGAS-garage worden verholpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen. 2. 4 Beschermende kledingWAARSCHUWINGGevaar voor letsel Ontbrekende of onvoldoende beschermende kleding verhoogt het risico op letsel. ‒ Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmede broek enjas met bescherming. ‒ Draag uitsluitend beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke voor-schriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert GASGAS om het voertuig uitsluitend met geschikte beschermende kleding te gebruiken. 2. 5 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen met contactslot,modellen met transpondersleutel) resp.
Deze maken geen deel uit van het voertuig,maar kunnen worden besteld onder vermelding van de tussen haakjes aangegeven nummers. Voorbeeld: lagertrekker(15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ±5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijv. zelfborgende bouten en moeren, expansieschroeven, afdichtingen,dichtringen, O-ringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelen vervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijv. Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van de fabrikant bij hetgebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel al schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddel aanbrengen.
Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde ofversleten onderdelen vervangen. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is.
2 Veiligheid122. 6 MilieuEen verantwoorde omgang met het voertuig beperkt potentiële conflicten met andere verkeersdeelnemers en personendie zich in de buurt van het voertuig bevinden. De toekomst van het motorrijden is afhankelijk van of de motorfiets legaalwordt gebruikt, zich bewijst als een milieubewust transportmiddel en de rechten van anderen worden gerespecteerd. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de geldende wet- enregelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen, bestaat er geen wettelijkeregeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde GASGAS-dealer is u graag van dienst. 2. 7 BedieningshandleidingVóór de eerste rit de deze bedieningshandleiding volledig en aandachtig doorlezen.
De bedieningshandleiding bevat infor-matie en tips voor bediening, hantering en service, alsmede aanwijzingen voor optimale afstemming en vermijding van let-sel. TipSla deze bedieningshandleiding op op bijvoorbeeld uw smartphone, zodat u deze altijd bij de hand hebt. Bij onduidelijkheden kunt u altijd terecht bij een geautoriseerde GASGAS-dealer. De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig. Bij verkoop moet de bedieningshandleiding door denieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload. De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren worden gedownload. U kunt de bedieningshandleiding ook downloaden op de website van uw geautoriseerde GASGAS-dealer en op de GASGAS-website. Via uw geautoriseerde GASGAS-dealer kan ook een afgedrukt exemplaar worden besteld. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas. com/2.
Dit voer-tuig voldoet aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale motorsportbon-den. AanwijzingDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering (beperkt vermogen) toegelaten voor het rijden op deopenbare weg. In de niet-gehomologeerde uitvoering mag dit voertuig uitsluitend worden gebruikt op afgesloten trajectenbuiten het openbare wegennet. Dit voertuig is speciaal ontworpen voor langeafstandsraces op het terrein en niet voor het overwegende gebruikin de motocross. (alle US-modellen)Dit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij reguliere races kan weerstaan. Dit voer-tuig voldoet aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale motorsportbon-den. AanwijzingDit voertuig is niet goedgekeurd voor het rijden op openbare wegen.
Veiligheid 2132.9 Onjuist gebruikHet voertuig mag alleen voor het beoogde doel worden gebruikt.Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal en milieu.Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik.Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs- en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specificaties.
3 Belangrijke aanwijzingen143. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde GASGAS-garage wor-den uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden bevestigd, omdat anders de garantie volledig ver-valt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroorzaakt, bestaat er geenaanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenBedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3. 3 Reserveonderdelen, toebehorenOmwille van de veiligheid mogen uitsluitend reserveonderdelen en toebehoren worden gebruikt die door GASGAS zijn vrij-gegeven. De montage dient in een geautoriseerde GASGAS-werkplaats plaats te vinden. Voor andere producten en daar-door veroorzaakte schade is GASGAS niet aansprakelijk.
Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. GeautoriseerdeGASGAS-dealers helpen u graag. Het actuele GASGAS technisch toebehoren voor uw voertuig vindt u bij uw erkende GASGAS-dealer en op deGASGAS-website. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas. com/3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in de bedie-ningshandleiding genoemde service-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuistafgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.
Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals bij sterke regen, stoffige of zanderige omge-ving, hoge temperaturen of met zware bagage, kunnen onderdelen zoals aandrijving, remsysteem, luchtfilter of verings-componenten duidelijk sneller slijten. Daarom kan het nodig zijn om onderdelen al voor het bereiken van het volgendeservice-interval te controleren of te vervangen.
Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtneming daarvandraagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe illustraties in dit document bevatten deels speciale uitvoeringen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Demontage isniet altijd absoluut noodzakelijk om de beschreven handelingen uit te voeren. De informatie in de tekst heeft voorrang. 3. 6 KlantenserviceDe geautoriseerde GASGAS-dealers beantwoorden graag uw vragen over het voertuig en over GASGAS. De lijst met geautoriseerde GASGAS-dealers vindt u op de GASGAS-website. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas. com/.
Bedieningselementen 6196.1 KoppelingshendelA01314-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aangebracht.De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijgesteld.6.2 RemhendelF03161-10De remhendel1is rechts op het stuur aangebracht.Met de remhendel wordt de voorwielrem bediend.6.3 GashendelF03162-10De gashendel1is rechts op het stuur aangebracht.6.4 Claxonknop (alle EU-modellen)A01316-10De claxonknop1is links aan het stuur aangebracht.Toestand BetekenisClaxonknop in de uitgangspositie Geen functieClaxonknop ingedrukt In deze stand wordt de claxonbediend.
6 Bedieningselementen206.5 Lichtschakelaar (alle EU-modellen)A01315-10De lichtschakelaar1is links op het stuur aangebracht.Toestand BetekenisDimlicht aan. In deze stand zijn het dimlicht en het achterlicht ingescha-keld.Groot licht aan. In deze stand zijn het groot licht en het achterlicht inge-schakeld.6.6 Lichtschakelaar (alle US-modellen)W00419-10De lichtschakelaar1bevindt zich links naast het gecombineerde in-strument.Toestand BetekenisKnop bevindt zich in de uitgangs-positie. Het licht is uitgeschakeld.Licht uitLichtschakelaar is tot de vergren-deling ingedrukt.
Bedieningselementen 6216.8 Combischakelaar (optioneel)(Alle speciale modellen)W00016-10De combinatieschakelaar is links op het stuur aangebracht.Met de knop1en knop2van de combinatieschakelaar kan de motorkarakteristiek worden gewijzigd.AanwijzingAls geen combinatieschakelaar is ingebouwd, is het laatst geselecteerde mapping geactiveerd.Als nooit een combinatieschakelaar is gemonteerd, is het STANDARD-mapping geactiveerd.6.9 StartknopW00296-11De startknop1is rechts op het stuur aangebracht.Toestand BetekenisStartknop in de uitgangsposi-tieGeen functie.Startknop ingedrukt ‒ In dezestand wordt de startmotor geac-tiveerd.In deze stand wordt de startmo-tor geactiveerd.6.10 UitschakelknopW00296-10De uitschakelknop1is rechts op het stuur aangebracht.Toestand BetekenisDe uitschakelknop is niet inge-drukt.In deze stand is het ontstekings-circuit gesloten en kan de motorworden gestart.De uitschakelknop wordt inge-drukt gehouden.In deze stand is het ontstekings-circuit onderbroken.
Bedieningselementen 6236.13 Tankdop openenGEVAARGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.Brandstof zet uit als deze wordt verwarmd en kan uit de brandstoftank stromen als deze te vol wordt getankt.‒ Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of gloeiende of smeulende voorwerpen.‒ Zorg ervoor dat er tijdens het tanken niemand in de buurt van het voertuig rookt.‒ Zet de motor uit, als u brandstof tankt.‒ Voorkom dat er brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.‒ Veeg gemorste brandstof onmiddellijk af.‒ Tank de brandstoftank niet te vol.WAARSCHUWINGGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.‒ Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.‒ Raadpleeg onmiddellijk een arts als er brandstof is ingeslikt.‒ Adem geen brandstofdampen in.‒ Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.‒ De ogen onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts raadplegen als er remvloeistof in de ogen isgekomen.‒ Wissel uw kleding als er brandstof op is gekomen.‒ Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en houd brandstof buiten het bereik van kinderen.AANWIJZINGGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof vormt een gevaar voor het milieu.‒ Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.B06228-10‒ Ontgrendelknop1indrukken, tankdop tegen de klok in draaien ennaar boven toe verwijderen.6.14 Tankdop sluitenB06229-10‒ Tankdop plaatsen en met de klok mee draaien tot de ontgrendel-knop1vergrendelt.Slang van de brandstoftankontluchting2zonder knikken leg-gen.
Om de groterehoeveelheid brandstof te verbranden, wordt er extra zuurstof naar de motor geleid door de koude-startknop uit te trekken.AanwijzingBij een warme motor moet de koude-startknop gedeactiveerd zijn.B06232-10De koude-startknop1is zijdelings aan het smoorklephuisaangebracht.Toestand BetekenisKoude-startknop geactiveerd‒ Koude-startknop is tot de aan-slag ingedrukt.Koude-startknop is tot de aanslagingedruktKoude-startknop gedeactiveerd‒ Koude-startknop staat in deuitgangspositie.Koude-startknop staat in de uit-gangspositie6.18 Regelschroef stationair toerentalDe stationaire afstelling van de smoorklepeenheid is van grote invloed op het startgedrag, een stabiel stationair toerentalen de respons bij het gasgeven.Een motor met een correct ingesteld stationair toerental start makkelijker dan een motor met een verkeerd ingesteld stati-onair toerental.
Bedieningselementen 625A002031-1Het stationaire toerental wordt met de regelschroef stationair toeren-tal1afgesteld.AanwijzingAls het stationair toerental hoog is, de motor langzaam aftoert,de motorrem laag is en de gasaanname agressief is, moet destelschroef tegen de klok in worden gedraaid.Als het stationair toerental laag is, de motor snel aftoert, demotorrem hoog is en de gasaanname onzuiver is, moet destelschroef met de klok mee worden gedraaid.Voor optimaal vermogen wordt aanbevolen het stationairtoerental met de daarvoor bestemde functies in de diagnosetoolin te stellen.6.19 Versnellingshendel401950-10De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motor gemon-teerd.401950-11De positie van de versnellingen kan worden afgelezen van de afbeelding.De neutrale of stationaire stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnel-ling.
6 Bedieningselementen266.20 Rempedaal401956-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.6.21 Zijstandaard401944-10De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motorfiets.AanwijzingTijdens het rijden moet de zijstandaard1worden opgeklapt enmet de rubberband2zijn vastgezet.401943-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.6.22 Stuurslot (alle EU-modellen)Met het stuurslot kan het stuur worden geblokkeerd. Sturen en rijden is dan niet meer mogelijk.W00352-10Het stuurslot1is aan de linkerkant van het balhoofd aangebracht.
Bedieningselementen 6276.23 Stuur vergrendelen (alle EU-modellen)AANWIJZINGMateriële schade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig.Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan schade ontstaan.De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht.‒ Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.‒ Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.400732-01‒ Voertuig parkeren.‒ Het stuur volledig naar rechts draaien.‒Sleutel voor het stuurslot in het stuurslot steken, naar links draaien,indrukken en naar rechts draaien.
Sleutel voor het stuurslot verwij-deren.✓ Het stuur kan niet meer worden bewogen.AanwijzingSleutel voor het stuurslot nooit in het stuurslot laten zitten.6.24 Stuur ontgrendelen (alle EU-modellen)400731-01‒ Sleutel voor het stuurslot in het stuurslot steken, naar links draaien,uittrekken en naar rechts draaien. Sleutel voor het stuurslot verwij-deren.✓ Het stuur kan weer worden bewogen.AanwijzingSleutel voor het stuurslot nooit in het stuurslot laten zitten.
7 Gecombineerd instrument287.1 Overzicht gecombineerd instrumentV00799-01● Met de knop worden menu's geselecteerd en instellingen uitgevoerd.● Met de knop worden menu's geselecteerd en instellingen uitgevoerd.AanwijzingIn de leveringstoestand is alleen de weergavemodus SPEED/H en SPEED/ODO geactiveerd.7.2 activering en test7.2.1 Gecombineerd instrument activeren400313-01Het gecombineerde instrument wordt geactiveerd als u op een van deknoppen drukt of als het instrument van de wieltoerentalsensor eenimpuls ontvangt.7.2.2 Displaytest400313-01Voor de functiecontrole van het display lichten kort alle indicatieseg-menten op.
Gecombineerd instrument 7297.2.3 WS (wheel size)400314-01Na de functiecontrole van het display wordt kort de wielomtrek WS(wheel size) weergegeven.AanwijzingHet cijfer 2205 komt overeen met de omtrek van een 21"-voorwielmet standaardbanden.Daarna wisselt de weergave naar de laatst geselecteerde modus.7.3 kilometer of mijl instellenAanwijzingAls de eenheid wordt gewisseld, blijft de waarde ODO bewaard en wordt omgerekend naar de geselecteerde eenheid.De waarden TR1, TR2, A1, A2 en S1 worden bij het omstellen gewist.Voorwaarde: Motorfiets staat stil400329-01‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.✓ Het setupmenu wordt met de geactiveerde functies wordenweergegeven.‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie Km/h/Mphknippert.‒ Selecteer een van volgende alternatieven.Km/h Instellen‒ Knop indrukken.Mph Instellen‒ Knop indrukken.‒ 3 - 5 seconden wachten.✓ De instellingen worden opgeslagen.AanwijzingIndien er gedurende 10 - 12 seconden geen knopwordt ingedrukt of geen impuls wordt ontvangen vande wieltoerentalsensor, worden de instellingen automatischopgeslagen en het setupmenu wordt gesloten.
7 Gecombineerd instrument307.4 Functies gecombineerd instrument instellenAanwijzingIn de leveringstoestand is alleen de weergavemodus SPEED/H en SPEED/ODO geactiveerd.Voorwaarde: Motorfiets staat stil400318-01‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.✓ Het setupmenu wordt met de geactiveerde functies wordenweergegeven.AanwijzingAls er 10 - 12 seconden geen knop is ingedrukt, worden deinstellingen automatisch opgeslagen.Indien er gedurende 20 seconden geen knop wordt ingedruktof er een impuls wordt ontvangen van de wieltoerentalsensor,worden de instellingen automatisch opgeslagen en hetsetupmenu wordt gesloten.‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de gewenste functie knip-pert.✓ De geselecteerde functie knippert.‒ Selecteer een van volgende alternatieven.Functie activeren‒ Knop indrukken.✓ Pictogram blijft op het display staan en de weergave wisseltnaar de volgende functie.Functie deactiveren‒ Knop indrukken.✓ Pictogram op het display verdwijnt en de weergave wisseltnaar de volgende functie.7.5 Tijd instellenVoorwaarde: Motorfiets staat stil400330-01‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie CLK rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.✓ Uurweergave knippert.‒ Uurweergave met de knop resp.
knop instellen.‒ 3 - 5 seconden wachten.✓ Het volgende segment van de weergave knippert en kan wordeningesteld.‒ Door de knop en knop in te drukken kunnen de volgendesegmenten op dezelfde wijze als de uurweergave worden ingesteld.AanwijzingDe seconden kunnen alleen op nul worden gezet.Indien er gedurende 15 - 20 seconden geen knop wordtingedrukt of er een impuls wordt ontvangen van dewieltoerentalsensor, worden de instellingen automatischopgeslagen en wordt het setupmenu gesloten.
Gecombineerd instrument 7317.6 Rondetijd opvragenAanwijzingDeze functie kan alleen worden opgeroepen, als de rondetijden zijn gemeten.Voorwaarde: Motorfiets staat stil400321-01‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie LAP rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop kort indrukken.✓ Op de linkerkant van het display wordt LAP 1 weergegeven.‒ De ronden 1 - 10 kunnen met de knop worden opgeroepen.‒ De knop 3 - 5 seconden ingedrukt houden.✓ De rondetijden worden gewist.‒ Knop kort indrukken.✓ Volgende weergavemodusAanwijzingAls er een impuls wordt ontvangen van de wieltoerental-sensor, schakelt de linkerkant van het display terug naar deSPEED-modus.7.7 Weergavemodus SPEED (snelheid)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie SPEED links ophet display verschijnt.In de weergavemodus SPEED wordt de actuele snelheid weergegeven.De actuele snelheid kan in Km/h of in Mph worden weergegeven.AanwijzingLandspecifieke instelling aanpassen.Zodra er een impuls van het voorwiel komt, schakelt de linkerkantvan het display naar de SPEED-modus en wordt de actuelesnelheid weergegeven.7.8 Weergavemodus SPEED/H (bedrijfsuren)Voorwaarde: Motorfiets staat stil‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtsonderop het display verschijnt.In de weergavemodus H worden de bedrijfsuren van de motor weerge-geven.De bedrijfsurenteller slaat de totale rijtijd op.AanwijzingDe bedrijfsurenteller is nodig om te kunnen voldoen aan deservicewerkzaamheden.Als het gecombineerde instrument zich bij het starten in deweergavemodus H bevindt, wisselt het automatisch naar deweergavemodus ODO.De weergavemodus H wordt tijdens het rijden onderdrukt.
7 Gecombineerd instrument32‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Weergave wisselt naar het setupmenu voor defuncties van het gecombineerde instrument.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.9 SetupmenuVoorwaarde: Motorfiets staat stil‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.Het setupmenu geeft de geactiveerde functies weer.AanwijzingDe knop zo vaak kort indrukken totdat de gewenste functiebereikt is.Als er 20 seconden geen knop is ingedrukt, worden de instellingenautomatisch opgeslagen.‒ Knopkort in-drukken.Activeert de knipperende indicatie en gaat naar devolgende indicatie‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Deactiveert de knipperende indicatie en gaat naarde volgende indicatie‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒3 - 5 se-condenwachten.Wisselt naar de volgende weergave zonder wijzigin-gen‒10-12 se-condenwachten.Setupmenu start, slaat de instellingen op en wisseltnaar H of ODO.
Gecombineerd instrument 7337.10 Meeteenheid instellenVoorwaarde: Motorfiets staat stil‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie Km/h/Mphknippert.In de meeteenheden-modus kan de meeteenheid worden gewijzigd.AanwijzingAls er 5 seconden geen knop is ingedrukt, worden de instellingenautomatisch opgeslagen.‒ Knopkort in-drukken.Start van de selectie, activeert de Km/h weergave‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Activeert Mph weergave‒Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒3 - 5 se-condenwachten.Wisselt naar de volgende weergave, wisselt van deselectie naar het setupmenu‒10-12 se-condenwachten.Slaat het setupmenu op en sluit dit menu7.11 Weergavemodus SPEED/CLK (tijd)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie CLK rechtsonderop het display verschijnt.In de weergavemodus CLK wordt de tijd weergegeven.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Weergave wisselt naar het setupmenu voor de klok.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie
7 Gecombineerd instrument34‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.12 Tijd instellenVoorwaarde: Motorfiets staat stil‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie CLK rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Verhoogt de waarde‒ Knopkort in-drukken.Verhoogt de waarde‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Verlaagt de waarde‒ Knopkort in-drukken.Verlaagt de waarde‒3 - 5 se-condenwachten.Wisselt naar de volgende waarde‒10-12 se-condenwachten.Verlaten van het set-upmenu7.13 Weergavemodus SPEED/LAP (rondetijd)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie LAP rechtsonderop het display verschijnt.In de weergavemodus LAP kan met de chronometer maximaal 10 ronde-tijden worden gemeten.AanwijzingAls de rondetijd na het indrukken van de knop doorloopt, zijn9 geheugenplaatsen gebruikt.De ronde 10 moet met de knop worden gestopt.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.De chronometer en rondetijd worden teruggezet.
Gecombineerd instrument 735‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Stopt de klok.‒ Knopkort in-drukken.Start de klok of stopt de lopende rondetijd, slaatdeze op en de chronometer start de volgenderonde.7.14 Rondetijd opvragenVoorwaarde: Motorfiets staat stil‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie LAP rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop kort indrukken.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.De chronometer en rondetijd worden teruggezet.‒ Knopkort in-drukken.Ronden van 1-10 selecteren‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Volgende rondetijd oproepen.7.15 Weergavemodus SPEED/ODO (odometer)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie ODO rechtson-der op het display verschijnt.In de weergavemodus ODO wordt de totale gereden afstand weergege-ven.‒Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Geen functie
7 Gecombineerd instrument367.16 Weergavemodus SPEED/TR1 (tripmaster 1)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie TR1 rechtsbovenop het display verschijnt.De TR1 (tripmaster 1) loopt altijd mee en telt tot 999,9.Hiermee kan de lengte van het traject tijdens ritten of de afstand tussentwee tankstops worden gemeten.TR1 is aan A1 (gemiddelde snelheid 1) en S1 (chronometer 1) gekop-peld.AanwijzingAls 999,9 wordt overschreden, worden de waarden TR1, A1 enS1 automatisch teruggezet op 0,0.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Indicaties TR1, A1 en S1 worden op 0,0 gezet.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.17 Weergavemodus SPEED/TR2 (tripmaster 2)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie TR2 rechtsbovenop het display verschijnt.De TR2 (tripmaster 2) loopt altijd mee en telt tot 999,9.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.wist waarden TR2 en A2.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.verlaagt waarde TR2.‒ Knopkort in-drukken.verlaagt waarde TR2.
Deze functie is praktisch bij ritten op basis van hetroadbook.AanwijzingDe waarde TR2 kan ook tijdens het rijden handmatig wordengecorrigeerd met de knop en de knop .Als 999,9 wordt overschreden, wordt de waarde TR2 automatischteruggezet op 0,0.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.verhoogt waarde TR2.‒ Knopkort in-drukken.verhoogt waarde TR2.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.verlaagt waarde TR2.‒ Knopkort in-drukken.verlaagt waarde TR2.‒10-12 se-condenwachten.slaat het setupmenu op en sluit het.7.19 Weergavemodus SPEED/A1 (gemiddelde snelheid 1)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie A1 rechtsbovenop het display verschijnt.A1 (gemiddelde snelheid 1) geeft de gemiddelde snelheid weer op basisvan de berekening van TR1 (tripmaster 1) en S1 (chronometer 1) aan.De berekening van deze waarde wordt geactiveerd met de eerste impulsvan de wieltoerentalsensor en eindigt 3 seconden na de laatste impuls.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Indicaties TR1, A1 en S1 worden op 0,0 gezet.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie
7 Gecombineerd instrument38‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.20 Weergavemodus SPEED/A2 (gemiddelde snelheid 2)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie A2 rechtsbovenop het display verschijnt.A2 (gemiddelde snelheid 2) geeft de gemiddelde snelheid aan op basisvan de actuele snelheid als de chronometer S2 (chronometer 2) loopt.AanwijzingDe weergegeven waarde kan afwijken van de daadwerkelijkegemiddelde snelheid als S2 na het rijden niet is gestopt.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.21 Weergavemodus SPEED/S1 (chronometer 1)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie S1 rechtsbovenop het display verschijnt.S1 (chronometer 1) geeft de rijtijd weer op basis van TR1 en loopt doorals een impuls wordt ontvangen van de wieltoerentalsensor.De berekening van deze waarde start met de eerste impuls van de wiel-toerentalsensor en eindigt 3 seconden na de laatste impuls.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Indicaties TR1, A1 en S1 worden op 0,0 gezet.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus
Gecombineerd instrument 739‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.22 Weergavemodus SPEED/S2 (chronometer 2)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie S2 rechtsbovenop het display verschijnt.S2 (chronometer 2) is een met de hand te bedienen chronometer.Als S2 op de achtergrond loopt, knippert de weergave S2 op het display.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Weergaven van S2 en A2 worden op 0,0 gezet.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Start of stopt S2.7.23 FunctieoverzichtWeergaveKnop 2 -3 secondenindrukken.Knop kortindrukken.Knop 2 -3 secondenindrukken.Knop kortindrukken.3 - 5 secondenwachten.10-12 secon-den wachten.WeergavemodusSPEED/S2 (chro-nometer 2)Weergavenvan S2 en A2worden op 0,0gezet.Volgendeweergave-modusGeen functie Start of stoptS2.WeergavemodusSPEED/S1 (chro-nometer 1)IndicatiesTR1, A1 enS1 worden op0,0 gezet.Volgendeweergave-modusGeen functie Geen functieWeergavemo-dus SPEED/A2(gemiddeldesnelheid 2)Geen functie Volgendeweergave-modusGeen functie Geen functieWeergavemo-dus SPEED/A1(gemiddeldesnelheid 1)IndicatiesTR1, A1 enS1 worden op0,0 gezet.Volgendeweergave-modusGeen functie Geen functieTR2 (tripmas-ter 2) instellenverhoogtwaarde TR2.verhoogtwaarde TR2.verlaagtwaarde TR2.verlaagtwaarde TR2.slaat hetsetupmenu open sluit het.
8 Inbedrijfstelling428. 1 Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstellingGEVAARGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zichzelf envoor anderen. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Ontbrekende of onvoldoende beschermende kleding verhoogt het risico op letsel. ‒ Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmede broek enjas met bescherming. ‒ Draag uitsluitend beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke voor-schriften. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Verschillende profielen van de voor- en achterband kunnen de controle over het voertuigmoeilijker maken.
‒ Zorg ervoor dat voor- en achterwiel steeds van banden met hetzelfde profiel zijn voorzien. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Onaangepast rijgedrag vormt een groot risico. ‒ Pas de rijsnelheid aan de toestand van de rijweg en uw rijvaardigheden aan. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Het voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder. ‒ Neem geen bijrijder mee. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting. Als het rempedaal niet wordt losgelaten, slijten de remblokken continu. ‒ Neem de voet van het rempedaal, als u niet wilt afremmen. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Totaalgewicht en aslasten beïnvloeden het rijgedrag. ‒ Overschrijd het hoogst toegestane totaalgewicht en de aslasten niet. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen vormen een gevaar voor zichzelf en voor anderen.
‒ Laat het voertuig nooit onbeheerd achter als de motor draait. ‒ Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden. AanwijzingDenk er bij het gebruik van de motorfiets aan dat andere mensen last kunnen hebben van teveel lawaai.
‒ Zorg ervoor dat de werkzaamheden van de controle voor de verkoop worden uitgevoerd door een geautoriseerdeGASGAS-garage. ✓ Het leveringsdocument wordt bij de overdracht van het voertuig overhandigd. ‒ Voor de eerste rit de gehele bedieningshandleiding doorlezen. ‒ Met de bedieningselementen vertrouwd maken. ‒ Uitgangspositie van de koppelingshendel instellen. (pag. 99)‒ Vrije slag van de remhendel instellen. (pag. 102)‒ Uitgangspositie van de remhendel instellen. ‒ Uitgangspositie van het rempedaal instellen. (pag. 107).
138)‒ Wen eerst op een hiervoor geschikt terrein aan het rijgedrag van de motorfiets voordat u een veeleisende rit maakt.AanwijzingBij terreinrijden is het raadzaam iemand met een tweede voertuig mee te nemen om elkaar te assisteren.‒ Probeer ook eens zo langzaam mogelijk en staand te rijden, zodat u meer gevoel voor de motorfiets krijgt.‒ Maak geen ritten die te hoge eisen stellen aan uw eigen vaardigheden en ervaring.‒ Het stuur tijdens het rijden met beide handen vasthouden en de voeten op de voetsteunen laten rusten.‒ Wanneer bagage wordt meegenomen, moet deze zo veel mogelijk in het midden van het voertuig veilig worden vastge-zet en het gewicht moet gelijkmatig zijn verdeeld over het voor- en achterwiel.AanwijzingMotorfietsen zijn gevoelig voor veranderingen in de gewichtsverdeling.‒ Het maximaal toegestane totaalgewicht en de maximale asbelasting in acht nemen.Maximaal toegestaan totaalgewicht 335 kgMaximale aslast voor 145 kgMaximale aslast achter 190 kg‒ Spaakspanning controleren.
(pag. 118)AanwijzingDe spaakspanning moet na een half uur rijden worden gecontroleerd.‒ Motor inrijden. (pag. 43)8.2 Motor inrijden‒ Tijdens de inrijperiode het aangegeven motorvermogen niet overschrijden.maximaal motorvermogentijdens de eerste 3 rij-uren
De onderbrekingen zijn noodzakelijk opdat de ontstane warmte zich kan verdelen over de lithium-ion-accu en de12V-accu niet beschadigd raakt.Wanneer de opgeladen lithium-ion-accu bij temperaturen onder de 6 °C (45 °F) de startmotor niet of nauwelijks doortrekt,is hij niet defect, maar moet hij inwendig worden opgewarmd om het startvermogen (de stroomafgifte) te verhogen.Het startvermogen neemt toe met de opwarming.8.4 Voertuig voorbereiden op zwaardere gebruiksomstandighedenAanwijzingWanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals op zand of op een nat of modderigtraject/terrein, kunnen componenten zoals aandrijving, remsystemen of veringscomponenten duidelijk snellerverslijten. Daarom kan het nodig zijn om onderdelen al voor het bereiken van het volgende service-interval tecontroleren of te vervangen.‒ Luchtfilter en luchtfilterhuis reinigen. (pag.
151)‒ Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.8.8 Voertuig op hoge temperaturen of langzaam rijden voorbereiden600868-01‒ Secundaire overbrenging aanpassen aan het circuit.AanwijzingDe cardanolie wordt snel heet als de koppeling wegens een telange secundaire overbrenging vaak moet worden bediend.‒ Ketting reinigen.Kettingreinigingsmiddel (pag. 173)‒ Radiateurlamellen reinigen.‒ Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.‒ Koelvloeistofpeil controleren. (pag. 130)
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met GasGas EC 300 (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor GasGas
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor