Flyer Tour - Bosch 2016 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Flyer Tour - Bosch 2016 (249 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets E-bike. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 48 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Flyer Tour - Bosch 2016 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Flyer |
| Categorie: | Fiets E-bike |
| Model: | Tour - Bosch 2016 |
Handleiding Flyer Tour - Bosch 2016 – volledige tekst
167NLOndersteuningsniveau instellenU kunt op de bediencomputer de ondersteunings-sterkte van de e-bike-aandrijving bij het trappen instellen. Het ondersteuningsniveau kan op elk moment, ook tijdens de rit, aangepast worden. De volgende ondersteuningsniveaus staan tot uw beschikking:• “OFF”: de aandrijving is uitgeschakeld, de e-bike kan net als een normale ets alleen voortbewogen worden door te trappen. Alle overige functies (bv. de verlichting) blijven beschikbaar. • “ECO”: werkzame ondersteuning bij maximale efciëntie, voor maximaal bereik. • “TOUR”: gelijkmatige ondersteuning voor lan-ge tochten. • “SPORT”: krachtige ondersteuning, voor sportief rijden op heuvelachtig terrein of in het stadsverkeer. • “TURBO”: maximale ondersteuning met hoge trapfrequentie, voor sportief rijden.
Om het ondersteuningsniveau te verhogen, drukt u net zo vaak op de toets “+” 13 op het display van de bedieningseenheid tot het gewenste on-dersteuningsniveau verschijnt bij de indicatie b, voor het verlagen gebruikt u toets “–” 12. De ge-kozen motorprestatie verschijnt op display a. De maximale motorprestatie hangt af van het geko-zen ondersteuningsniveau. 10. Bedieningseenheid11. Toets indicatiefunctie “i” op de bedieningseenheid12. Toets waarde verlagen/naar onder scrollen “-”13. Toets waarde verhogen/naar boven scrollen “+”14. Toets duwhulp “WALK”Duwhulp/starthulp in-/uitschakelenDe duwhulp/starthulp kan het voortduwen van of starten met de e-bike makkelijker maken. Gebruik de duwhulp niet om mee te etsen. FLYER e-bikes met een trapondersteuning tot 25 km/u zijn uitgerust met een duwhulp. Deze is in de hoogste versnelling beperkt tot 6 km/u.
Door op de WALK-toets 14 te drukken, kan de FLYER gemakkelijk uit een diepe garage of op een steile oprit geduwd worden. Bij modellen met trapon-dersteuning van meer dan 25 km/u kan met de WALK-toets de starthulp ingezet worden. Deze 1413111012is beperkt op 18 km/u.
De installatie wordt uitge-voerd in overeenstemming met de landenspeci-eke normen. Voor het inschakelen van de duwhulp/starthulp drukt u op de knop “WALK” 14 op de bediening-seenheid en houdt u deze ingedrukt. De aandrij-ving van de e-bike wordt ingeschakeld. De duwhulp/starthulp wordt uitgeschakeld zo-dra zich één van de volgende gebeurtenissen voordoet:• u laat de knop “WALK” 14 los,• de wielen van de e-bike blokkeren (bv. door te remmen of door te rijden tegen een obstakel),• de snelheid ligt hoger dan 6 km/u respectieve-lijk 18 km/u. Verlichting aan-/uitschakelenIn de uitvoering waarbij het etslicht aangedre-ven wordt door het e-bikesysteem, kunnen met de knop 2 op de bediencomputer tegelijkertijd het voor- en achterlicht in- en uitgeschakeld worden. In de stand Speed is de verlichting altijd aan. Als u het systeem inschakelt, wordt ook de verlichting automatisch ingeschakeld.
Die kan niet met de toets 2 worden uitgeschakeld. VersnellingsadviesWanneer de indicatie g oplicht, dient u naar een hogere versnelling met een lagere trapfrequentie te schakelen. Wanneer de indicatie h oplicht, dient u een lage-re versnelling met een hogere trapfrequentie te kiezen. Laadtoestand van de accuDe weergave voor de laadtoestand i geeft de laadtoestand van de e-bike-accu aan, niet die van de interne accu van de bediencomputer. De laadtoestand van de e-bike-accu kan ook afge-lezen worden met behulp van de leds op de accu. In de weergave i komt elk balkje in het accusym-bool overeen met ongeveer 20% capaciteit: De accu is volledig opgeladen. De accu moet nageladen worden. De capaciteit voor de ondersteuning van de aandrijving is opgebruikt en de on-dersteuning wordt langzaamaan uitgeschakeld.
168van de accu A3 gaat branden, dan kan de accu mogelijk beschadigd zijn. Wanneer tenminste een, maar niet alle ledlampjes van de accuoplaadindi-catie A3 branden, laad de accu dan voor gebruik volledig op. De accu mag niet opgeladen worden als deze een storing aangeeft. De accu kan na een val of mechanische schok be-schadigd raken, ook als hier van buitenaf niets aan te zien is. Daarom dienen der-gelijke accu's altijd door de FLYER-dea-ler onderzocht te worden. Probeer de accu niet te openen of zelf te repareren. A1 Houder van de bagagedrageraccuA2 BagagedrageraccuA3 Gebruiks- en accuoplaadindicatieA4 Aan-uittoetsA5 Sleutel van het accuslotA6 AccuslotA7 Bovenste houder van de standaard accuA8 Standaard accuLaad nooit een beschadigde accu op en gebruik deze niet. Neem contact op met een geautoriseer-de FLYER-dealer. A1A6A5A2A3 A4A6A5A7A8A3A45.
2 Accu opladenSluit de oplader na een plotselinge tem-peratuurwisseling van koud naar warm niet direct aan op de contactdoos. Er kan sprake zijn van condensatie op de contacten, waarna zich kortsluiting kan voordoen. Sluit de accu na een plotselin-ge temperatuurwisseling van koud naar warm niet meteen aan op de lader. Wacht met het aansluiten van de opla-der of de accu net zo lang tot beide ap-paraten weer op kamertemperatuur zijn. Accu en oplader altijd gebruiken en be-waren in een droge, schone omgeving. Gebruik enkel de originele Bosch-op-lader die werd meegeleverd bij uw e-bike. Alleen deze oplader is afge-stemd op de in uw e-bike gebruikte Li-ion-accu. Om de volledige prestatie van de accu te garanderen, laadt u deze voor het eerste gebruik volledig op met de oplader. Lees de handleiding van de oplader en leef deze na.
De accu kan altijd los of in de ets opgeladen worden, zonder dat dit de levensduur verkort. Een onderbreking van het laadproces leidt niet tot schade aan de accu. De accu is voorzien van een temperatuurregeling die tijdens het opladen alleen temperaturen tus-sen de 0 °C en 40 °C toelaat.
Als de accu zich buiten het bereik van de laadtemperatuur bevindt, dan knipperen de drie ledlampjes van de laadtoe-standweergave A3. Haal de accu uit de oplader en laat deze afkoe-len. Sluit de accu pas weer aan op de oplader als deze de toegestane laadtemperatuur bereikt heeft. De laadtijd wordt verlengd als de accu-temperatuur erg laag is. • Voorkom sterke verhitting door wer-king van buitenaf of overbelasting. • Gebruik de accu alleen voor gebruik met de FLYER. • Gebruik geen beschadigde accu. Niet gebruiken als u scheuren,.
169NLvervormingen in de behuizing of lek-kage ziet. Laat de accu dan controle-ren door de FLYER-dealer. • Bij een lege accu is de werking van de verlichting nog ongeveer twee uur gegarandeerd. 5. 3 Accu plaatsen en verwijderenSchakel de accu altijd uit als u deze in de houder plaatst of uit de houder haalt. Voor het plaatsen van een standaard accu A8 plaatst u deze met de contacten op de onderste houder A9 op de e-bike (de accu kan tot 7° tegen het frame gekanteld zijn). Kantel deze helemaal naar de aansluiting in de bovenste houder A7. Controleer of de accu vastzit. Voor het plaatsen van de bagagedrageraccu A2 duwt u deze met de contacten naar voren, tot deze vastklikt in de houder A1 op de bagagedrager. Controleer of de accu vastzit. Sluit de accu altijd met het slot A6 af, omdat het slot anders geopend kan worden en de accu uit de houder kan vallen.
Verwijder de sleutel A5 na het afsluiten altijd uit het slot A6. Daarmee voorkomt u dat de sleutel eruit valt of dat de accu door derden uit de gepar-keerde e-bike meegenomen wordt. Voor het verwijderen van de standaard accu A8 schakelt u deze uit en ontgrendelt u het slot met de sleutel A5. Kantel de accu uit de bovenste houder A7 en trek hem uit de onderste houder A9. Voor het verwijderen van de bagagedragerac-cu A2 schakelt u deze uit en ontgrendelt u het slot met de sleutel A5. Trek dan de accu uit de houder A1. A1A2A5A5A6A6A77°A8A95. 4 Bediening met Nyon-bedienelement Als uw FLYER met de Nyon-bedieningseenheid van Bosch is uitgerust, beschikt u over een boord-computer met verschillende mogelijkheden en functies.
In het onderdeel Ride kan informatie over uw rij-gedrag, zoals snelheid, trapfrequentie, acculaad-toestand, motorondersteuning, bereik, afstand of hellingsproel, weergegeven worden. U hebt de mogelijkheid om in het onderdeel Na-vigatie de route te bekijken met behulp van het beschikbare kaartmateriaal. Daarbij heeft u de keuze uit verschillende opties: de snelste, de kort-ste of de mooiste route.
Dankzij het intelligente systeem berekent uw Nyon op basis van uw rijge-drag de resterende afstand die uw FLYER e-bike nog kan aeggen. In het onderdeel Fitness kunnen de gegevens van uw sportieve prestatie weergegeven worden. Deze wordt door onder andere de trapfrequentie en de pedaalkracht berekent. Zo kunt u de Nyon gebruiken om de efciëntie van uw training weer te geven. Met de Bluetooth-verbinding kunt u verbinding maken met uw smartphone, zelfs wanneer deze beschermd in uw tas opgeborgen is. Wanneer u een sms ontvangt, wordt u hierover door Nyon ge-informeerd. Laat u hierdoor echter niet tot onge-controleerde reacties verleiden en lees de berich-ten alleen wanneer u en uw voertuig stilstaan. Uw veiligheid gaat voor. Opdat u tijdens het rijden niet zou worden afgeleid, kunt u niet met Nyon ant-woorden. U moet in plaats daarvan uw smartpho-ne gebruiken.
Doe dit echter niet tijdens het rijden. Concentreer u altijd op het rijden. Laat u niet aeiden door de informatie op de boordcomputer. Bediening en weergaven Bosch Drive Unit / NyonAangezien de Nyon een groot aantal gevarieerde functies heeft, kunnen we in deze gebruiksaanwij-zing slechts een klein aantal en kort overzicht van deze functies behandelen. Voor meer informatie kunt u de bijgevoegde gebruiksaanwijzing van de Bosch Drive Unit / Nyon raadplegen. Meer infor-matie kunt u vinden op www. Bosch-eBike. com/nyon-manual. Niet alleen de boordcomputer hoort bij het Nyon-bediensysteem, maar ook de smartpho-ne-app eBike Connect en het online portaal eBike-Connect. com. Met deze drie Nyon-com-ponenten kunt u gebruikmaken van verschillen-de instellingen en functies. Vele instellingen en functies zijn beschikbaar op alle componenten, sommige slechts op twee of op één. Zo kan bv.
171NLgeactiveerd worden indien er een voldoende opgeladen accu geplaatst is en de boordcom-puter juist in de houder zit. • Druk op de aan-/uitknop op de accu. De voor-waarde is een ingeschakelde boordcomputer. De ondersteuning van de motor wordt geacti-veerd zodra u op de pedalen trapt. Uitschakelen van het bediensysteemOm het bediensysteem uit te schakelen:• Neem de boordcomputer uit de houder (4). • Druk eenmaal kort op de aan-/uittoets op het display (5). • Druk op de aan-/uitknop op de accu. Het aandrijfsysteem wordt, om energiebesparen-de redenen, na ongeveer 10 minuten uitgescha-keld, wanneer op de Nyon geen toetsen benut worden of er geen aandrijving plaatsvindt, omdat u bv. uw FLYER geparkeerd hebt. Keuze van de functiesMet de joystick (1 en 13) kunt u door het menu navigeren. De joystick bevindt zich zowel op het display als op de afstandsbediening.
Wanneer de Nyon bij het inschakelen op uw FLYER zit, wordt de modus “Ride” aangegeven. Wanneer de Nyon niet op de FLYER zit, wordt de modus “Dash-board” aangegeven. Bij het gebruik van de Home-toets (2 of 14) komt u direct in de modus die u in “Instellingen” > “Mijn Nyon” hebt ingesteld. Door de joystick naar beneden of naar boven te bewegen kunt u op deze pagina het gewenste menupunt selecte-ren. Door de joystick naar rechts te bewegen, komt u ofwel in een ondermenu van het geselecteerde punt, ofwel reeds op de gewenste weergave. Door de joys-tick naar links te bewegen, keert u weer terug. Om alle functies van de Nyon te kunnen gebrui-ken, hebt u de 3 systeemcomponenten nodig: • Boordcomputer Nyon met bedieningseenheid• Smartphonegebruik “Bosch eBike Connect”• Online portaal “www. eBike-Connect. com”Lees daarvoor de bijgevoegde gebruiksaanwij-zing van de fabrikant.
De volgende punten worden weergegeven in het hoofdmenu:• Dashboard• Ride• Kaart & navigatie• Fitness• Instellingen“Dashboard”In de modus “Dashboard” kunnen de sta-tistieke gegevens van uw FLYER e-bike weerge-geven worden. Zo kunt u bijvoorbeeld veriëren hoeveel u bezuinigd hebt door met uw FLYER in plaats van met de auto te rijden (d4), of hoeveel kilometer u in totaal gereden hebt (d6). d1 Klokd2 Geregistreerde tijdd3 Kostend4 Besparingd5 Aantal bespaarde bomend6 Totaal aantal gereden kilometers“Ride”In de modus “Ride” kunt u de actuele rijgegevens van uw FLYER e-bike aezen. r1 Klokr2 Eigen trapvermogenr3 Snelheidr4 Motorvermogenr5 Indicatie ondersteuningsniveaur6 Dagafstandr7 Gemiddelde snelheidr8 Resterende capaciteitr9 Accuoplaadindicatie FLYER accu“Kaart & navigatie”In de modus “Kaart & navigatie” kunt u terugval-len op het geïnstalleerde kaartmateriaal en bv.
de snelste, efciëntste of mooiste route opvragen. Door te drukken op de joystick kunt u het zoomni-veau van de kaart veranderen, of door het onder-menu aan de rechterkant te selecteren door de joystick naar rechts te drukken. Nyon kan voor navigatie alleen in verbinding met de ets worden gebruikt. Voor wandelen of auto-rijden is deze niet geschikt. n1 Klokn2 Kaartd1d5d6d2d3d4r1 r6r7r8r9r4r3r5r2n1 n4n5n7n6n2n3.
172n3 Zoomniveaun4 Kompasnaaldn5 Bochtaanduiding en afstand tot wegsplitsingenn6 Afstand tot het doeln7 Vermoedelijke aankomsttijd op het eindpunt“Fitness”In de modus “Fitness” hebt u toegang tot informatie over uw prestatie. Het trainingseffect wordt berekend op basis van uw activiteitsniveau dat u heeft ingesteld bij de registratie. Wanneer u een borstband met hartslagmeter via bluetooth met de Nyon heeft verbonden, kunt u uw hartslagfrequentie controleren. f1 Klokf2 Huidige prestatie/hartslag*f3 Weergave van de huidige trainingsefciëntief4 Trainingseffectf5 Verbruikte kilocalorieënf6 Huidige trapfrequentief7 Gemiddelde snelheidf8 Duur* Bij het gebruik van een borstband voor het meten van de hartslag (niet meegeleverd) wordt in plaats van de prestatie de huidige hartslag getoond.
“Instellingen”In de modus “Instellingen” kunt u de ba-sisinstellingen van uw boordcomputer vastleggen:• Verbindingen: Hier kunt u een smartphone- of Wi-Fi-verbinding, bluetoothinstellingen of een hartslagmeter congureren. • Mijn eBike: Wanneer de Nyon in de houder zit, kunt u de vooraf ingestelde waarde voor de wielomvang van uw FLYER e-bike met +/- 5% veranderen. • Landinstellingen: Hier kunt u de taal, tijdzo-ne en tijdsaanduiding (12- of 24-uursformaat) selecteren. U kunt eveneens kiezen of de snel-heid en afstand in kilometer of in mijl moet wor-den weergegeven. De tijd wordt automatisch aangepast via het gps-signaal. • Kaart & navigatie: Conguratie van de kaart-weergave en inschakeling van de automati-sche aanpassing van de weergave naargelang van de omgevingslichtsterkte. • Lichtsterkte: Aanpassing van de lichtsterkte van het display.
• HulpStatusweergavens1 Indicatie etsverlichting/accuoplaadindicatie Nyon accus2 Indicatie kloks3 Indicatie snelheids4 Indicatie noordens5 Weergave bluetooth ®/Wi-Fi-verbindings6 Indicatie ondersteuningsniveaus7 Accuoplaadindicatie FLYER-accus8 Indicatie GPS-signaals9 Indicatie zoomniveau/resterende capaciteitDe weergave van de statusweergaven hangt af van de modus waarin u zich bevindt. Ondersteuningsmodi instellenMet behulp van de bedieningseenheid 12 (afb. p. 9) kunt u het ondersteuningsniveau instellen. De volgende niveaus staan ter beschikking (de keu-ze kan naargelang van de uitvoering ook kleiner zijn):• OFF: Geen motorondersteuning: u rijdt met uw FLYER zoals met een gewone ets. Alle functies van de boordcomputer kunnen opge-roepen worden. • ECO: werkzaam ondersteuningsniveau bij maximale efciëntie, voor maximaal bereik. • TOUR: gelijkmatige ondersteuning voor lange tochten.
• SPORT: krachtige, rechtstreekse ondersteu-ning voor sportief rijden op terreinen en in het stadsverkeer. • TURBO: maximaal ondersteuningsniveau voor sportief rijden met hoge trapfrequenties. Met de knop “+” op de bedieningseenheid 12 (afb. p. 9) schakelt u een hoger ondersteunings- niveau in. Met de knop “-” schakelt u een lager 100 m14:30 22 km/hs1s5 s8s4s2s6 s7 s9s3105 km.
173NLniveau in. Druk net zolang op de toets tot u het gewenste ondersteuningsniveau gevonden hebt. De laadtoestand van uw FLYER-accu kan weer-gegeven worden in de modus “Ride” (r9) of via de statusaanduiding s7. Elk balkje in de weergave komt overeen met on-geveer 20% capaciteit:De accu is volledig opgeladen. De accu moet nageladen worden. Er is geen voldoende energie meer voor de ondersteuning van de aandrijving en de ondersteuning wordt langzaam afge-bouwd. De resterende energie wordt gebruikt voor de etsverlichting en de boordcomputer. Nyon werd nog niet in de houder ge-plaatst of Nyon werd teruggezet op de fabrieksinstellingen. Nyon heeft ook een eigen accu. De laadtoestand van deze accu kan afgelezen worden op de weer-gave s1. EnergievoorzieningWanneer de Nyon in de houder van uw FLYER zit, wordt deze van energie voorzien door de vol-doende opgeladen accu van uw FLYER e-bike.
Wanneer de Nyon niet in de houder zit, wordt deze door de Nyon-accu van energie voorzien. Voor meer informatie over het opladen van de Nyon-accu kunt u de bijgevoegde gebruiksaan-wijzing van de aandrijvingsfabrikant raadplegen. De duwhulp/starthulp wordt in- en uitgescha-keld via de toets “WALK” 17. De etsverlichting kan in- en uitgeschakeld wor-den via toets 6. Wanneer het licht ingeschakeld is, verschijnt het verlichtingssymbool s1. Wanneer er een fout optreedt in een van de compo-nenten van het e-bike-systeem, wordt er een fout-code getoond. Lees daarnaast ook de bijgevoegde gebruiksaanwijzing Bosch Drive Unit /Nyon. Laat het systeem door de FLYER-dealer controleren en indien nodig herstellen, wanneer er een foutcode verschijnt. Nyon resetDoor tegelijk op de toetsen 1, 2, 5 en 6 te druk-ken, kunt u de Nyon resetten, voor het geval dat uw Nyon niet meer bediend kan worden.
Het is mogelijk om de standaardfuncties van het aandrijvingssysteem “Nyon” door de aankoop van “premiumfuncties” uit te breiden. 6. Wettelijke bepalingenDe regels en voorschriften voor e-bikes worden voortdurend bijgewerkt en ver-anderd. Laat u informeren over verande-ringen in de wetsvoorschriften, zodat u altijd op de hoogte bent van de huidige toestand. Voor het gebruik van Pedelecs en e-bikes gelden gedeeltelijk bijzondere bepalingen, dat wil zeggen dat ze deels als een ets zijn te gebruiken, maar deels ook niet. Voor u met uw FLYER aan het wegverkeer deel-neemt, dient u zich daarom te informeren over de ter plaatse geldende nationale voorschriften. Deze informatie kunt u ook krijgen bij uw FLYER-dealer of bij de betreffende nationale (elektrische) etsersbond en is ook op internet te vinden.
Daar kunt u informatie krijgen hoe uw FLYER moet zijn uitgerust om aan het wegverkeer deel te kunnen nemen. Hier kunt u lezen welke lichttechnische inrichtin-gen moeten worden gemonteerd of meegenomen en met welke remmen de ets moet zijn uitgerust. In de ter plaatse geldende nationale voorschriften zijn ook leeftijdsbepalingen aangegeven en op welke leeftijd men waar mag of moet etsen. Ook de deelname van kinderen aan het wegverkeer is daar geregeld. Als er een helmplicht geldt, kan dit daar worden nagelezen. Controleer of uw persoonlijke aanspra-kelijkheidsverzekering eventuele scha-de veroorzaakt door het gebruik van FLYER e-bike dekt.
1747. Gebruik volgens de voorschriftenIn principe is de FLYER bedoeld voor het vervoer of de voortbeweging van een persoon. Het meerijden van een tweede persoon is alleen toegestaan in over-eenstemming met de nationale wetge-ving (kinderen in een kinderzitje of in een daarvoor bestemde aanhanger, zie hfdst. 19. 1). Het meenemen van bagage is alleen toegestaan met een geschikte voorziening die op de FLYER geïnstalleerd is en de bagage veilig bevestigt. Daarbij mogen de maximale capaciteit van de ba-gagedrager en het maximaal toegestane gewicht van het voertuig niet overschreden worden (zie hfdst. 23 “Technische gegevens”).
Toelaatbare totaalgewicht:Gewicht berijder + Gewicht FLYER + Gewicht accu + Gewicht bagage + Ge-wicht aanhangerWanneer ze zijn uitgerust zoals de nationale wet-geving het voorschrijft, mogen e-bikes die zijn uitgerust als City- en Trekkingetsen (B-serie, TS-serie, TX-serie), worden gebruikt in het weg-verkeer en op onverharde wegen, zoals bijv. landwegen. Elke vorm van aansprakelijkheid en garantie ver-valt voor de FLYER-dealer en fabrikant wanneer het gebruik de grenzen van de voorschriften te buiten gaat, wanneer veiligheidsaanwijzingen niet worden opgevolgd, wanneer de FLYER te zwaar wordt beladen, op terreinen wordt gebruikt of wanneer gebreken niet vakkundig worden verhol-pen. Ook moeten de voorschriften met betrekking tot onderhoud en verzorging nageleefd worden om de aansprakelijkheid en garantie te kunnen handhaven.
Uw FLYER is niet ontworpen voor extreme be-lastingen, zoals bijv. het rijden over trappen of maken van sprongen, ruw gebruik zoals bij ge-organiseerde wedstrijden en bij het uitvoeren van trucs of kunstsprongguren. FLYER e-bikes mogen niet worden gebruikt voor deelname aan wedstrijden. Wendt u zich bij vragen over het toegestane ge-bruik tot uw FLYER-dealer of de fabrikant. Informeer eerst naar de geldende wetgeving voor u met uw FLYER op de openbare weg gaat et-sen.
Fiets alleen op trajecten die zijn opengesteld voor voertuigen. 8. Vóór de eerste ritZorg ervoor dat het voertuig rijklaar en op u in-gesteld is. Dit betekent:• stand en bevestiging van het zadel en het stuur• instelling van de remmen• bevestiging van de wielen in frame en vorkLaat stuur en stuurpen door de FLYER-dealer op een voor u veilige en comfortabele positie instellen. Laat het zadel op een voor u veilige en comforta-bele positie instellen (zie hfdst. 11. 2). Laat de remhendels door de FLYER-dealer op zo'n manier instellen, dat ze altijd goed bereik-baar zijn en dat u moeiteloos kunt remmen. Neem de werking van de remhendels van de voor- en achterrem goed in u op: de linker remhendel is meestal voor de voorrem, de rechter remhendel voor de achterrem. Controleer toch altijd de wer-king van de remhendels voor het eerste gebruik van uw FLYER, omdat deze afwijkend kan zijn.
Voor u gaat etsen - en ook na elke, zelfs korte stop waarbij u de ets buiten uw zicht heeft la-ten staan - moet u alle schroeven, snelspanners, steekassen en belangrijke onderdelen controle-ren of ze nog goed zitten. Een tabel met belang-rijke schroefverbindingen en voorgeschreven aanhaalmomenten vindt u in hfdst. 23. 2, aanwij-zingen voor correct gebruik van snelspanners en steekassen in hfdst. 11. 1. Als u met klik-/systeempedalen rijdt:maak dan een functietest. Pedalen moeten pro-bleemloos en gemakkelijk bewegen. Controleer de luchtdruk in de banden. De instruc-ties van de fabrikant, waar u niet over of onder mag gaan, staan aan de zijkant van de banden.
176• verende onderdelen op werking en veilige bevestiging. • stuur, stuurpen, zadelpen en zadel op veilige bevestiging en juiste positie. • laadtoestand van de accu. • juiste en zekere positionering van de accu. Als u niet overtuigd bent van de technisch onberispelijke toestand van uw FLYER e-bike, rijd er dan niet mee. Laat uw FLYER eerst door de FLYER-dealer con-troleren en herstellen. Zeker als u uw FLYER intensief gebruikt (bij sportief of dagelijks gebruik) adviseren wij u deze re-gelmatig te laten controleren door uw FLYER-dealer. Inhoud en tijdstippen voor inspecties vindt u in hfdst. 22. Alle onder-delen van de FLYER zijn veiligheidsrele-vant en hebben een specieke levens-duur. Het overschrijden van deze levensduur kan leiden tot onverwacht uit-vallen van deze onderdelen. Dit kan leiden tot valpartijen en ernstige verwondingen.
Zoals bij alle mechanische onderdelen het geval is, wordt het voertuig aan slijta-ge en hoge belasting blootgesteld. Ver-schillende materialen en onderdelen kun-nen op verschillende manieren reageren als gevolg van slijtage of vermoeidheid wegens belasting. Als de levensduur van een onderdeel wordt overschreden, kan het onderdeel plotseling uitvallen en dat kan leiden tot verwonding van de berijder. Elke vorm van scheuren, krassen of kleurverandering in zwaar belaste zones is een aanwijzing dat de maximale le-vensduur van het onderdeel bereikt is en dat het vervangen moet worden. Na een val of als uw FLYER is omgevallen, moet de FLYER dringend worden gecon-troleerd door een FLYER-dealer. Veel onderdelen kunnen niet met zeker-heid opnieuw gebruikt worden en kunnen beschadigd zijn op een manier die niet zichtbaar is.
Neem een goed slot mee, zodat u uw FLYER ergens aan vast kunt maken als u hem neerzet. Zet onderdelen die met een snelspanner bevestigd zijn (bv. het voor-wiel) eventueel gescheiden vast. Zo kunt u diefstal van die onderdelen voorkomen.
De accu van uw FLYER is tegen diefstal beveiligd met een ABUS Plus slot, een zeer veilig en duurzaam slot. 10. Na een valLaat het voertuig en alle onderdelen na een val-partij door een FLYER-dealer nakijken op veran-deringen, beschadigingen, veilige plaatsing en juiste werking. Het kan hierbij vooral gaan om deuken en scheuren in het frame en de voorvork, verbogen onderdelen of onderdelen zoals het stuur of zadel, die verschoven of verdraaid zijn. De controle door een FLYER-dealer moet altijd de volgende punten bevatten:• Frame en voorvork goed controleren. Vervor-mingen zijn het beste te zien vanuit verschil-lende hoeken. • Bevinden het zadel, de zadelpen, de stuurpen en het stuur zich nog in de juiste positie. Als dit niet het geval is, dan mag het onderdeel NIET teruggezet worden zonder de bijbehorende schroefverbinding te openen. Houd u altijd aan het voorgeschreven aanhaalmoment.
Waarden en informatie daarover vindt u in hfdst. 23. 2 en in het hoofdstuk 'Snelspanners' (hfdst. 11. 1). • Test of beide wielen op de juiste manier in het frame en de voorvork zitten, het voor- en ach-terwiel vrij kunnen draaien, de velgen recht en zonder slagen door de remmen lopen. De ban-den mogen de remmen niet raken. • Test of beide remmen nog volledig functioneren. • Niet rijden zonder gecontroleerd te hebben of de ketting goed op het kettingwiel en het rond-sel ligt. Deze moet volledig over het kettingwiel lopen. Als u rijdt en de ketting valt van een kettingwiel af, kan dit leiden tot valpartijen en ernstige verwondingen. • Controleer of het display van de FLYER e-bike een foutmelding of een waarschuwing weergeeft. Rijd niet met de FLYER als er een waarschuwing wordt weergegeven. Neem dan direct contact op met uw FLYER-dealer.
• Controleer of het display en de accu onbe-schadigd zijn. Niet meer met uw FLYER rijden bij welke verandering dan ook (scheuren, kras-sen, enz. Laat de FLYER-dealer eerst alle on-derdelen en werking controleren.
Bij beschadiging van het omhulsel van de accu bestaat de kans dat er vocht of water binnendringt. Dit kan leiden tot kortsluiting en elektrische schokken. Stop direct het gebruik van de accu en neem meteen contact op met uw FLYER-dealer. Laad de accu niet op. Als u merkt dat er iets anders is aan uw ets, rijd dan NIET verder. Schroef losse onderdelen niet vast zon-der ze eerst te controleren en ook niet zonder mo-mentsleutel. Breng uw FLYER naar de FLYER-dea-ler, beschrijf de val en laat de ets controleren.
177NL11. Instellen op de behoeften van de berijderDe veerspanning kan worden aangepast met systeempedalen. Rijd eerst een paar ritten met een zeer licht ingestelde veerspanning. Maak systeempedalen regelmatig schoon en verzorg ze met een geschikt smeermiddel. 11. 1 Bediening van snelspanners en steekassenDe bevestiging van wielen, zadelpen, zadel, stuur-pen en stuur kan worden uitgevoerd met snel-spanners, steekassen of schroefverbindingen. Laat werkzaamheden aan de snelspan-ner en steekassen alleen uitvoeren door de FLYER-dealer. Dit zijn veiligheidsre-levante onderdelen: foutief werk en ver-keerd gereedschap kunnen leiden tot ernstige ongevallen. SnelspannersSnelspanners zijn klemhouders die onderdelen zoals schroeven vastzetten, waarbij de klem-kracht door middel van een hendel zonder ge-reedschap uitgevoerd wordt.
Door het openen en sluiten van de hendels wordt de klemkracht ge-activeerd. De klemkracht wordt bij een geopen-de hendel door het draaien van de tegenmoer ingesteld. 1. Om een klem te openen, bijvoorbeeld om de zadelpen te bewegen, opent u de snelspanhendel. 2. Nu kunt u de pen bewegen en verstellen. 3. Voor u de FLYER gebruikt, moet u de snelspanner weer goed sluiten. Daarvoor duwt u de snelspanhendel weer helemaal terug. Sluit alle beschikbare vergrendelingen volledig. Alleen als de kracht van de handbal no-dig is om de klemhendel te sluiten, wordt de snelspanner stevig gesloten. Als de klemkracht niet hoog genoeg is, zodat bij-voorbeeld het zadel niet vastzit, moet u de instel-moer van de snelspanner strakker aantrekken. Daarvoor moet de klemhendel geopend zijn.
Let erop dat er een rechter- en een linkerpedaal is. U kunt aan de schroefdraad zien welke pedaal aan welke kant hoort. Meestal staat er ook een “R” op het rechterpedaal en een “L” op het linkerpe-daal. Schroef het rechterpedaal met de klok mee en het linkerpedaal tegen de klok in op de krukas. Pedalen moeten met een geschikte sleutel vastgeschroefd worden. Houd bij het inschroeven het juiste aanhaalmo-ment aan, zie hoofdstuk 23. 2, “Aanhaal-momenten voor schroefverbindingen”. Let erop dat de pedalen recht inge-schroefd worden. Als ze schreef inge-schroefd worden, is er kans op breuken en valpartijen. Wij raden op grond van de veiligheid het gebruik van pedalen met riempjes (toe-clips) af. Lees bij het gebruik van systeem- of klik-pedalen altijd de handleidingen van de fabrikanten.
Oefen het in- en uittrekken van de schoenen in de steunvoorzienin-gen van de pedalen eerst op een veilig, verkeersvrij terrein. Slecht loslatende klikpedalen zijn een veiligheidsrisico. Rijrichting* zie hfdst. 23. 2.
179NLHet onderste been dient gestrekt te zijn. Als dat niet het geval is, stap dan af en verstel het zadel in de juiste richting en probeer het opnieuw. Let erop dat de snelspanner na het aanpassen weer helemaal gesloten wordt. Op de zadelpen staat aangegeven hoe ver deze maximaal uit het frame getrok-ken mag worden. Trek de zadelpen niet verder uit dan tot de markering. De za-delpen kan anders verbuigen of breken. Als u een langere zadelpen nodig hebt om te zorgen voor de juiste zithoogte, neem dan contact op met uw FLYER-dealer. Rijd niet met een verder uitgetrokken zadelpen, dit kan leiden tot ernstige valpartijen en verwondingen. Kinderen en personen die niet zeker zijn in het etsen, moeten met hun tenen bij de grond kunnen. Anders bestaat bij het stop-pen de kans op vallen en ernstig letsel. ZadelpositieOok de horizontale positie van het zadel kan en moet ingesteld worden.
De beste rijpositie heeft u als de voorste knie bij een horizontale krukaspositie recht boven het pe-daal staat. Een horizontale verstelling van het zadel mag al-leen binnen de markering of binnen het door de fabrikant aangegeven bereik gebeuren. Hoek arm-bovenlichaam 90° min. 7,5 cmSTOPTest voor het rijden of de zadelpen en het zadel goed vast zitten. Houd daar-voor het zadel aan de voor- en achter-kant vast en kijk of u het kunt draaien. Deze mag niet bewogen worden. StuurhoogteAls het zadel veilig en comfortabel gepositioneerd is, dient ook het stuur te worden aangepast op uw behoeften. Een goede uitgangspositie voor ontspannen rij-den is een zitpositie waarbij het bovenlichaam en de bovenarm een hoek van 90° vormen. Om de stuurhoogte aan te passen, moet de stuur-pen in de hoogte versteld worden. Laat de instellingen aan het stuur en de stuurpen uitvoeren door uw FLYER-dealer.
180Sluit nu de snelspanhendel weer volledig om het stuur vast te zetten (3). Om het stuur naar de zijkant te draaien, opent u de snelspanhendel (1).Trek de ontgrendelingsbouten aan (2).312Nu kunt u het stuur naar de zijkant draaien (3). De bout wordt nu automatisch vergrendeld in een po-sitie van 90 graden (4). Sluit nu de snelspanhen-del weer volledig om het stuur goed vast te zetten.Stuur terugdraaien: trek de ontgrendelingsbouten aan (1).Draai daarna het stuur terug in de rijpositie (2). Daarbij moeten de bouten weer vastklikken (3).Sluit nu de snelspanhendel weer volledig (4).4390°13290°4
181NLDe Speedlifter snelspanhendel moet, net als elke snelspanner, tijdens de tocht volledig gesloten zijn. Ook moet erop gelet worden dat de ontgrendelingsbou-ten in de boorgaten aan de voorkant vastzitten. Verstel het stuur niet tijdens het rijden. Lees de handleiding van de onderdelen-fabrikant en informeer u via www. speed-lifter. com. Stuurpen instellen Lees voor alle stuurpennen altijd de ge-bruikshandleiding van de fabrikant. Laat werkzaamheden aan het stuur en de stuurpen alleen uitvoeren door de FLYER-dealer. De volgende verschillende stuurpensoorten wor-den geplaatst in FLYER’s: A-Head-stuurpennenVerstelbare stuurpennenHier kan de helling van de stuurpen naar wens worden aangepast. Daarvoor moet de zijdelingse bevestigingsschroef worden losgemaakt en na verstelling weer met het juiste aanhaalmoment worden vastgezet.
Een verandering aan de stuurpen zorgt altijd voor een verandering in de stuur-positie. Handvatten en apparaten moe-ten altijd goed bereikbaar zijn en goed werken. Vooral handgrepen met een vleugelvorm moeten eventueel opnieuw geplaatst worden. Let er bij veranderingen aan de stuur- en stuurpenpositie altijd op dat er voldoen-de lengte is in de kabels en leidingen, om alle mogelijke stuurbewegingen te kunnen blijven uitvoeren. Verstelbare stuurpen Bevestigingsschroeven* zie hfdst. 23. 211. 3 Remhendels instellenDe remhendels moeten zodanig inge-steld worden, dat de handen als recht verlengstuk van de armen de remhen-dels veilig en moeiteloos kunnen bedienen. Zorg ervoor dat u voor uw eerste rit weet welke remhendel bij welk wiel hoort. Om de remhendels ook met kleinere handen goed vast te kunnen houden, kan de greepbreed-te van bepaalde remmodellen ingesteld worden.
Laat de reminstellingen altijd bepalen door uw FLYER-dealer, omdat het om veiligheidsrelevante onderdelen gaat. De remhendels moeten zo ingesteld zijn, dat ze ook bij sterk inknijpen nog niet de stuurgreep raken. 11.
4 Verende onderdelenDe FLYER-dealer moet het chassis instellen op het gewicht en bereik van de berijder, om zo de werking van de verende onderdelen te garanderen. De verende onderdelen moeten worden afgesteld zoals aangegeven in de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. Over het algemeen geldt dat veren-de onderdelen bij het rijden over oneffenheden weliswaar merkbaar moeten werken, maar niet tot de aanslag mogen inveren. Wanneer de be-rijder op de pedalen staat, moet het veerelement ongeveer 25% inveren. Let erop dat verende onderdelen even-tueel opnieuw afgestemd moeten wor-den als u met een hoger laadvermogen rijdt, bijvoorbeeld tijdens een etstocht. Wanneer u een volledig geveerde FLYER van de TX-serie heeft, is de achtervork van het frame be-weeglijk en wordt deze geveerd en gedempt met een schokdemper. De vering werkt door middel van een luchtkamer.
182Aanwijzingen voor het instellen van de veren-de onderdelenDe verende onderdelen (de verende vork en de achterdemper) kunnen worden afgesteld op uw ge-wicht, uw rijstijl en het terrein. Bij het afstellen van de vering dient u steeds een verandering die u uit-voert te noteren. Zodoende weet u precies welk ef-fect elke verandering heeft op de rijeigenschappen. De beschrijving kunt u toepassen zowel voor de verende vork als voor de achterdemper. Wanneer een opmerking alleen geldt voor een van beide componenten, dan wordt dit vermeld. In dit gedeelte wordt de algemene afstelling van luchtgeveerde onderdelen beschreven. U stelt hier twee instellingen af: de ingaande en de uit-gaande demping. Laat u adviseren door een FLYER-dea-ler over de correcte instelling van de verende onderdelen. Een tabel met aan-bevelingen voor de instelling van de verende onderdelen vindt u ook op www. FLYER-bikes.
com/manuals. De ingaande dempingDe verende onderdelen zijn uitgerust met een Lockout, waarmee de vering desge-wenst kan worden geblokkeerd, bijv. bij steil omhoog lopende asfalthellingen. De volgende instellingen kunnen alleen bij een geopende Lockout worden uitgevoerd. De ingaande demping is de mate waarin het veer- element wordt ingedrukt wanneer de berijder op de pedalen staat. De ingaande demping spant het voorste verende onderdeel en houdt de achter-kant van de ets bij geringe belasting en kleine oneffenheden aan de grond. Dit verbetert de weg-ligging en de aandrijving in ruw terrein. De ingaande demping bedraagt normaal gespro-ken 25% van de totaal beschikbare veerweg. Om de ingaande demping van uw verende on-derdelen af te stellen, dient u de weerstand van de veer/de luchtdruk in te stellen. Wanneer u de luchtdruk instelt, verandert de totale stijfheid van het verende onderdeel.
Om het verende onderdeel optimaal af te stellen tus-sen de ingaande demping die door de fabrikant is aanbevolen en de gewenste stijfheid, dient u de volgende instelinstructie te volgen:Instellen van de ingaande dempingWees er zeker van dat de drukventielen op de vork en de demper open zijn, dat wil zeggen in de positie “Open” staan. Vul de luchtkamer aan de hand van de tabel. Om lucht uit de luchtkamer af te blazen, kunt u de luchtdop eraf halen en de ventielpen naar be-neden drukken of op de luchtafblaasknop op de demperpomp drukken. De luchtdruk in de achterdemper mag niet hoger zijn dan de maximumwaarde die aangegeven staat in de gebruiksaanwijzing. Op bepaalde vorken zijn richtwaarden voor de luchtdruk aangegeven. 1. Het kan zijn dat er een andere lucht-druk of andere instellingen nodig zijn.
Bijvoorbeeld: verschillende rijstijlen en verschillend gebruik maken een ande-re luchtdruk en ingaande demping noodzakelijk. Deze instelinstructie dient daarom alleen als uitgangspunt. 2. De ventieldop moet tijdens het etsen altijd op het ventiel van het verende onderdeel zitten, zodat er geen vuil in het ventiel kan komen. Schuif de 0-ring voor de veerwegindicatie tegen de luchtkamer/het onderste vorkdeel. Ga voorzichtig op de pedalen van de ets staan en stap weer af. Belangrijk: als u de ets bij het op- en afstap-pen te sterk belast, krijgt u onnauwkeurige meetwaarden. Controleer de positie van de 0-ring aan het om-hulsel van het verende onderdeel. Controleer of de ingaande demping rond de 25% is. Wanneer de ingaande demping minder is dan de door de etsfabrikant aanbevolen waarde, dus wan-neer het veerelement minder dan 25% wordt inge-drukt, dient u de luchtdruk te verminderen.
Plaats de luchtdop weer op het ventiel. Instelbare uitgaande dempingDe uitgaande demping bepaalt de snelheid waar-mee het verende onderdeel na het inveren weer volledig uitveert. De verende onderdelen beschik-ken over een rode knop, waarmee u de uitgaande demping kunt instellen. Het verende onderdeel veert het snelst uit wanneer de instelknop tegen de klok in wordt gedraaid tot aan de aanslag. Het veert het langzaamst uit wanneer de knop met de klok mee wordt gedraaid tot aan de aanslag. Instellen van de uitgaande dempingDe instelling van de uitgaande demping kunt u bepalen bij een stoeprand.
186Bij vragen over de montage, het onderhoud, de instelling en bediening neemt u contact op met uw FLYER-dealer. Lees daarvoor de gebruiks-handleidingen op de websites van de betreffende fabrikanten. Ook als de derailleur perfect is ingesteld, kan een schuin lopende etsketting lei-den tot geruisvorming. Dit is normaal en veroorzaakt geen beschadigingen aan de schakelonderdelen. Trap tijdens het schakelen niet terug, daardoor kunnen de versnellingen beschadigen. Het gebruik van defecte, verkeerd inge-stelde of versleten schakelonderdelen is gevaarlijk en kan leiden tot valpartijen. Laat dit in geval van twijfel ook altijd con-troleren en eventueel opnieuw instellen door een FLYER-dealer. 14. Fietsketting en rondselOnderhoud van etskettingenFietskettingen zijn slijtageonderdelen. De mate van slijtage kan verschillen.
Laat uw kettingen van uw FLYER regelmatig controleren door uw FLYER-dealer. • Naafschakeling: vanaf ca. 3000 km• Kettingschakeling: ca. 1500-2000 kmEen versleten etsketting kan breken en daardoor ernstige valpartijen veroorza-ken. Daarom moeten versleten etsket-tingen direct door uw FLYER-dealer ver-vangen worden. Onderhoud uw etsketting regelmatig door deze te reinigen en te smeren. Deze maatregelen ver-kleinen de kans op vroegtijdige slijtage. * zie hfdst. 23. 2Voor een veilige werking van de ketting en schakeling moet de ketting op de juiste spanning staan. Kettingschakelingen spannen de ketting automatisch. Bij naaf-schakelingen moet een ketting die teveel doorhangt gespannen worden. Deze kan losschieten, wat kan leiden tot valpartijen. Na elke aanspanprocedure van de ket-ting moeten de asmoeren en, bij de te-rugtraprem, de remsteunen juist beves-tigd worden.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Flyer Tour - Bosch 2016 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fiets E-bike Flyer
Handleiding Fiets E-bike
Nieuwste handleidingen voor Fiets E-bike