Derby Cycle 2012 General Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Derby Cycle 2012 General (68 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets E-bike. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Derby Cycle 2012 General of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Derby Cycle |
| Categorie: | Fiets E-bike |
| Model: | 2012 General |
Handleiding Derby Cycle 2012 General – volledige tekst
Wij gaan ervan uit dat u over een basiskennis met de omgang met etsen beschikt.Iedereen die deze ets bedient, reinigt, onderhoudt of verwijdert, moet de volledige inhoud van deze gebruikers-handleiding hebben gelezen.In de gebruikershandleiding vindt u naast teksten, tabel-len en opsommingen de volgende symbolen als verwijzing naar belangrijke informatie of gevaren.WAARSCHUWING voor mogelijk letsel, ver-hoogd val- of overig letselrisicoBELANGRIJKE AANVULLENDE INFORMATIE of speciale informatie over het gebruik van de etsVERWIJZING naar mogelijke materiële of mi-lieuschade
4 I Algemene gebruikershandleiding 3 Inhoud1 De ets en zijn onderdelen 22 Voorwoord 33 Inhoud 44 Veiligheidsrichtlijnen 74.1 Fundamentele veiligheidsrichtlijnen 74.2 Voor uw veiligheid 74.3 Informatie voor ouders en opvoeders 74.4 Veiligheid in het verkeer 74.5 Veiligheid op de ets 85 Wettelijke bepalingen 85.1 Voorschrien van het geldige wegenverkeersreglement 86 Reglementair gebruik 96.1 Algemeen 96.2 Trekkingets / All Terrain Bike (ATB), voorzover uitgerust conform het geldige wegenverkeersreglement 96.3 City-, touring-, sport-, kinder- en tienerets, voorzover uitgerust conform het geldige wegenverkeersreglement 96.4 Mountainbike (MTB) / crossbike 106.5 Raceets / tnessbike 106.6 BMX 107 Voor de eerste rit 118 Voor elke rit 129 Instelling op de gebruiker 129.1 Montage van de pedalen 129.2 Zitpositie instellen 139.2.1 Fietszadel instellen 139.2.2 Snelspanners gebruiken 139.2.3 De juiste zadelhoogte bepalen 149.2.4 Zadelhoek instellen 159.2.4.1 bij een 2-schroef zadelpenklem 159.2.4.2 bij een klembevestiging 159.2.4.3 bij een geveerde zadelpen 169.3 Stuurpositie instellen 169.3.1 Stuurhoogte bij conventionele stuurpen aanpassen / instellen 169.3.2 Stuurhoogte bij A-Head-systemen aanpassen 179.3.3 Stuur bij A-Head-systeem in de juiste stand brengen met het voorwiel 179.3.4 Stuurpositie door draaien van het stuur instellen 179.3.5 Stuurhoogte bij verstelbare stuurpen aanpassen 1810 Frame 1811 Balhoofdset 1912 Vork 1913 Geveerde ames en verende elementen 2013.1 Frames met achterbouwvering 2013.2 Verzorging en onderhoud 2014 Trapassen en crankstellen 2115 Trapas controleren 2116 Wielen 2116.1 Wielen controleren 2116.2 Naven controleren 2116.3 Velgen controleren 2217 Banden en binnenbanden 2217.1 Banden 2217.2 Tubeless banden 2317.3 Tubes 2317.4 Binnenbanden 2318 Bandenpech verhelpen 2418.1 Rem openen 2418.1.1 Cantilever- of V-brake openen 24
I Algemene Gebruikershandleiding 74 Veiligheidsrichtlijnen4. 1 Fundamentele veiligheidsrichtlijnenLees alle waarschuwingen en verwijzingen in deze gebrui-kershandleiding volledig door voordat u de ets gebruikt. Bewaar de gebruikershandleiding in de buurt van uw ets, zodat u deze altijd kunt raadplegen. Wanneer u uw ets aan derden doorgee, dient u ook deze gebruikershandleiding mee te geven. 4. 2 Voor uw veiligheid Draag altijd een geschikte etshelm en draag deze op de juiste manier. Draag lichte of reecterende kleding, zodat an-dere verkeersdeelnemers u tijdig opmerken. Draag schoenen met een stevige en, indien mo-gelijk, antislipzool. Draag nauwsluitende beenkleding of gebruik broekklemmen. Draag beschermende kleding, zoals stevige schoenen of handschoenen. 4.
3 Informatie voor ouders en opvoeders Zorg ervoor dat uw kind weet hoe het in de betreende omgeving op een veilige en verant-woordelijke manier met de ets omgaat. Leg aan uw kind de bediening, werking en bij-zonderheden van alle remmen uit. Belangrijke informatie hierover vindt u in Hoofdstuk 21 „Rem, remhendels en remsystemen“. Als opvoeder bent u verantwoordelijk voor de veiligheid van uw kind en eventuele schade die het tijdens het etsen kan veroorzaken. Zorg daarom voor een goede technische staat van de ets en pas de instellingen van de ets regelma-tig aan de lichaamslengte van uw kind aan. 4. 4 Veiligheid in het verkeer Neem de toepasselijke verkeersregels in acht. Fiets nooit zonder handen aan het stuur. In sommige landen moeten kinderen onder een bepaalde leeijd op de stoep etsen en afstap-pen als zij willen oversteken. Informeer naar de toepasselijke regels in uw land.
Pas uw rijgedrag aan als de weg nat of glad is. Rij langzamer en rem voorzichtig en tijdig aan-gezien de remweg onder deze omstandigheden langer is. Pas uw snelheid aan het terrein en uw rijcapaci-teiten aan. U mag tijdens het etsen geen muziek via een koptelefoon beluisteren.
8 I Algemene gebruikershandleiding Zorg er met name op onoverzichtelijke plaatsen en als u bergaf rijdt voor dat u elk moment kunt remmen. 4. 5 Veiligheid op de ets Gebruik in het verkeer alleen etsen die zijn toegestaan voor gebruik in het verkeer, zoals in Duitsland conform de StVO. Houd rekening met het toegestane totaalgewicht van de verschillende etstypen, omdat er anders sprake kan zijn van breuk of niet-nctioneren van veiligheidsrelevante onderdelen. Ook de reminstallatie is alleen voor het toegestane to-taalgewicht van de ets voorzien. In Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“ vindt u een lijst met de toegestane totaalgewichten. Het totale gewicht bestaat uit het gewicht van de ets + gewicht van de gebruiker + gewicht van de bagage. Ook getrokken lasten, zoals een aanhanger, worden bij het totale gewicht geteld.
Veel onder-delen aan etsen, met name van lichte sportetsen, zijn voor een bepaalde gebruiksduur bedoeld. Bij overschrijding van deze gebruiksduur, bestaat het risico dat de betreende onderdelen niet goed of niet meer werken. Verzorg en onderhoud uw ets daarom regelmatig. Controleer hierbij alle belangrijke onderdelen, zoals ame, vork, wielophanging, stuur, stuurpen, zadel-pen en remmen op vervormingen en beschadigingen. Wanneer u veranderingen zoals scheuren, deuken of vervormingen opmerkt, dient u uw ets eerst door uw dealer te laten nakijken, voordat u hem weer gebruikt. 5 Wettelijke bepalingenWanneer u met uw ets aan het verkeer deelneemt, dient u te controleren of uw ets voldoet aan de verkeersvoor-schrien. Raadpleeg eventueel Hoofdstuk 22. 2 „Speciale regeling voor raceetsen“. 5.
1 Voorschrien van het geldige wegenverkeersreglementVoordat u aan het verkeer deelneemt, dient u zich te infor-meren over de toepasselijke nationale voorschrien – in Duitsland zijn dat de StVZO (Straßenverkehrszulassungs-ordnung) en de StVO (Straßenverkehrsordnung). In Zwitserland staan de geldende richtlijnen bijvoorbeeld in de verordeningen over de technische eisen van weg-voertuigen, artikel 213 tot 218. Voor de deelname aan het openbare verkeer in Oostenrijk dient u de 146e verordening / etsverordening raadplegen. Zorg ervoor dat uw ets bij elk gebruik werkelijk in de voorgeschreven, rijvaardige staat verkeert, dat de remmen optimaal zijn afgesteld en dat bel en verlichtingsinstalla-tie voldoen aan de wettelijke eisen.
I Algemene Gebruikershandleiding 117 Voor de eerste rit Controleer of uw ets gereed is voor gebruik en op uw lengte is ingesteld. Controleer: •de positie en bevestiging van zadel en stuur •de montage en instelling van de remmen •de bevestiging van wielen in ame en vorkStel het stuur en de stuurpen in een voor u veilige en comfortabele positie in. In Hoofdstuk 9. 3 „Stuurpo-sitie instellen“ vindt u een handleiding voor het instel-len van het stuur. Stel het zadel in een voor u veilige en comfortabele positie in. In Hoofdstuk 9. 2 „Zitpositie instellen“ vindt u een handleiding voor het instellen van het zadel. Controleer of u de remgrepen op elk moment goed kunt bereiken en zorg ervoor dat u vertrouwd bent met het gebruik en de positie van de remgrepen rechts / links. Onthoud met welke remgreep u de voor-wiel- resp. achterwielrem aanstuurt.
Moderne remsystemen hebben mogelijk een veel sterker en ander remeect dan u gewend bent. Maak u voor het begin van de rit op een veilig, leeg terrein vertrouwd met het eect van uw remmen. Wanneer u op een ets rijdt met velgen van koolstof-vezel (carbon), dient u er rekening mee te houden dat dit materiaal een aanzienlijk slechter remgedrag hee dan u dat gewend bent van velgen van aluminium. Controleer of de wielen stevig in ame en vork zijn bevestigd. Controleer of de snelspanners en alle belangrijke bevestigingsschroeven en -moeren goed vastzitten. In Hoofdstuk 9. 2. 2 „Snelspanners gebruiken“ vindt u een handleiding over een veilige bediening van snelspanners en onder Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“ een tabel met de aanhaalkoppels van belangrijke schroeven en moeren. Controleer de bandenspanning.
onderweg, kunt u ter controle als volgt te werk gaan: Als u de duim op de opgepompte band legt, mag u de band ook met sterke druk niet vervormen. Controleer de banden en ook de velgen op beschadi-gingen, ingedrongen voorwerpen, zoals glassplinters of puntige steentjes, en vervormingen. Wanneer u een snee, scheuren of gaten kunt zien, mag u niet vertrekken, maar dient u uw ets eerst door een erkende etsenmaker te laten nakijken.
I Algemene Gebruikershandleiding 13Wanneer u de pedalen scheef plaatst of vastschroe, kan de schroefdraad in de krukarm beschadigd raken.1 Systeempedalen 2 Tour- of sportpedalen3 Systeempedalen raceets123Gebruik MTB-, race- en systeempedalen alleen met de hiervoor geschikte schoenplaatjes en schoenen. Met andere schoenen kunt u van de pedalen glijden.Het gebruik van systeem-MTB-pedalen of systeem-racepedalen, de zogenoemde klikpedalen, kan wanneer u ongeoefend bent tot ernstige valpartijen leiden. Wanneer u systeempedalen gebruikt, kunt u het inklikken in het pedaal en het losmaken van de schoen uit het pedaal het beste eerst staand oefenen. Oefen dit nooit in het verkeer. Raadpleeg de gebruikershandleiding van de pedaal- en schoenenfabrikant.Informatie hierover is ook op internet te vinden.
Een lijst met links staat in Hoofdstuk 29 „Lijst met links“afgedrukt.9.2 Zitpositie instellen9.2.1 Fietszadel instellenDe zitpositie is bepalend voor uw comfort en prestaties tijdens het etsen. Verwijder of wijzig de zadelpen of zadelklem niet. Wanneer u onderdelen verandert of om-bouwt, vervalt de garantie. Trek alle schroeven met het voorgeschreven aanhaalkoppel aan. Anders kunnen de schroeven afscheuren en kunnen onderdelen losraken (zie Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“).Gebruik voor werkzaamheden aan de ets alleen ge-schikt gereedschap en voer deze alleen uit als u over voldoende kennis beschikt. Laat complexe werkzaam-heden of werkzaamheden die uw veiligheid betreen altijd uitvoeren door een erkende etsenmaker.9.2.2 Snelspanners gebruiken Alle snelspanners moeten stevig aangetrokken zijn, voordat u vertrekt. Controleer voor elke rit of ze stevig vastzitten.
Controleer of alle snelspanners goed vastzitten als u uw ets een tijd zonder toezicht hebt gepar-keerd en weer wilt vertrekken. Bij het omslaan van de spanhendel is zoveel kracht vereist dat u hiervoor uw handbal moet gebruiken. Anders kan de snelspanner losraken.
I Algemene Gebruikershandleiding 15De minimale insteekdiepte staat op de zadelpen ver-meld. Zo niet, moet de minimale insteekdiepte 7,5 cm bedragen. Bij ames met een langere zitbuis die boven de bovenbuis uitsteekt, bedraagt de minimale insteekdiepte 10 cm. Op stopmakering letten. 9. 2. 4 Zadelhoek instellenLijn uw etszadel zo horizontaal mogelijk uit. Tijdens een langere etstocht merkt u vanzelf wel-ke zitpositie het prettigste is. Wanneer u uw zadel toch wilt laten hellen, is een lichte helling naar voren het beste. Als u het zadel naar achteren laat hellen, kunt u pijn krijgen of letsel oplopen. De zadelhoek stelt u als volgt in:Om de klemschroef los te maken, draait u deze tegen de wijzers van de klok in. Kiep het etszadel in de gewenste stand. Om de klemschroef weer vast te zetten, draait u deze met de wijzers van de klok mee.
(Zie voor aanhaalkoppels Hoofdstuk 30 „Technische speci-caties“). 9. 2. 4. 1 bij een 2-schroef zadelpenklemSommige zadelpennen hebben twee schroeven voor het instellen van de zadelhoek, een voor en een achter de zadelpenbuis. Wanneer u het zadel naar voren wilt laten hellen, maakt u met een inbussleutel de achterste schroef los en trekt u de voorste met hetzelfde aantal omwentelin-gen aan. Wanneer u het zadel naar achteren wilt laten hel-len, maakt u de voorste schroef los en trekt u de achterste dienovereenkomstig aan. Trek beide schroeven hierna nog een keer aan. Houd hierbij rekening met de juiste aanhaal-koppels (zie Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“). 2-schroef zadelpenklem9. 2. 4. 2 bij een klembevestigingBij een zadel met klembevestiging zit de klemmoer aan de zijkant.
De zadelhoek stelt u als volgt in:Om de klemmoer los te maken, draait u deze tegen de richting van de wijzers van de klok in. Eventu-eel moet u met een tweede sleutel de moer aan de andere kant vasthouden. Kiep het etszadel in de gewenste stand. Om de klemmoer aan te trekken, draait u deze met de wijzers van de klok mee.
16 I Algemene gebruikershandleiding 9. 2. 4. 3 bij een geveerde zadelpenGeveerde zadelpennen verminderen de schokken die ontstaan door een oneen terrein en ontzien daardoor de ruggengraat. Voor een instelling van de verende elementen van de za-delpen kunt u bij uw dealer terecht. Geveerde zadelpen9. 3 Stuurpositie instellenTrek alle schroeven met het voorgeschreven aanhaal-koppel aan. Anders kunnen de schroeven losscheuren en kunnen onderdelen losraken (zie Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“). Ook door een verandering van de stuurhoogte kunt u uw zitpositie op de ets bepalen. Hoe lager u het stuur instelt, des te verder u uw bovenli-chaam naar voren moet buigen. Hierdoor neemt de belas-ting op de handgewrichten, de armen en het bovenlichaam toe en moet u uw rug verder buigen. Hoe hoger u het stuur instelt, hoe rechter u op de ets zit.
Hierbij neemt de belasting van de ruggengraat door stoten toe. Zo bepaalt u de voor uw lengte optimale stuurhoogte:Ga op het etszadel zitten. Vraag eventueel een tweede persoon om de ets vast te houden. Buig uw bovenlichaam in de richting van het stuur totdat u een comfortabele houding hebt gevonden. Strek uw armen in de richting van het stuur. Onthoud de ongevere positie van uw handen om het stuur op deze hoogte in te stellen. 9. 3. 1 Stuurhoogte bij conventionele stuurpen aanpassen / instellenOm de balhoofdbuis in de stuurbuis los te maken, gaat u als volgt te werk:Maak de expanderbout los om de stuurpen los te maken. Draai deze met een inbussleutel twee tot drie omwentelingen tegen de richting van de wij-zers van de klok in. Om ervoor te zorgen dat de vork bij het losmaken van de balhoofdbuis niet meebeweegt, klemt u het voorwiel tussen uw benen.
Houd het stuur aan de grepen vast en draai ais-selend naar rechts en links. Wanneer dit niet mogelijk is, slaat u licht met een kunststoamer van boven op de expanderbout, totdat de klemvoorziening van de stuurpen loslaat.
Stel de stuurpen op de gewenste hoogte in. Lijn het stuur zo uit dat het in een rechte hoek staat ten opzichte van het voorwiel. Om de balhoofdbuis weer te bevestigen, trekt u de expanderbout met een inbussleutel in de richting van de wijzers van de klok vast (zie Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“).
I Algemene Gebruikershandleiding 17Trek de stuurpen nooit boven de maximale of stop-markering uit de buis. Indien u geen markering kunt vinden, steekt u de stuurpen minimaal 6,5 cm diep in de stuurbuis. Anders kan de stuurpen losraken of breken.9.3.2 Stuurhoogte bij A-Head-systemen aanpassenBij de hier getoonde A-Head-stuurpennen moet een er-kende etsenmaker de hoogteverstelling van het stuur uitvoeren.9.3.3 Stuur bij A-Head-systeem in de juiste stand brengen met het voorwielGa als volgt te werk om het stuur in de juiste stand te brengen met het voorwiel: Draai voor het openen de inbusschroeven aan de achterkant van de stuurpen met een inbussleutel tegen de richting van de wijzers van de klok in. Draai de stuurbeugel zodanig dat het stuur precies in een rechte hoek tot het voorwiel staat.
Trek de inbusschroef in de richting van de wijzers van de klok met een inbussleutel aan (zie Hoofd-stuk 30 „Technische specicaties“).9.3.4 Stuurpositie door draaien van het stuur instellenOpen de inbusschroeven aan de voorkant van de stuurpen. Draai het stuur totdat het in een comfortabele positie staat. Zorg ervoor dat het stuur precies in het midden in de stuurpen wordt geklemd. Trek de inbusschroeven in de richting van de wijzers van de klok weer aan. Wanneer het aanhaalkoppel op de stuurpen staat vermeld, dient u zich aan deze waarde te houden. Anders vindt u de aanhaal-koppels in Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“.Nadat u het stuur hebt ingesteld, moet u de remhendels en schakelhendels aanpassen. Maak de inbusschroeven aan de greeprubbers los. Ga op het zadel zitten en plaats uw vingers op de hendel. Draai de hendel totdat u arm in een rechte lijn met uw onderarm ligt.
18 I Algemene gebruikershandleiding 9. 3. 5 Stuurhoogte bij verstelbare stuurpen aanpassenBij sommige soorten stuurpennen kunt u de stuurhoek variëren. De klemschroeven voor de instelling van de hoek van de stuurpen zitten aan de zijkant van het scharnier of aan de boven- of onderkant van de stuurpen. Er zijn ook modellen met aanvullende vergrendelingshendels of jus-teerschroeven. Inbusschroef (geïntegreerde vergren-delingshendel)InstelschroefZo stelt u de stuurhoek in: Maak de klemschroef los met een inbussleutel die u twee tot drie omwentelingen tegen de richting van de wijzers van de klok in draait. Wanneer u een model met aanvullende arrêteer-standen hebt, maakt u de vertanding van de arrê-teerstanden los door de klemschroef verder tegen de richting van de wijzers van de klok te draaien.
Wanneer u een model hebt met een geïntegreerde vergrendelingshendel, moet u de schroef van de vergrendelingshendel losmaken. Deze is bij veel modellen aan de onderkant van de stuurpen te vinden. Kiep de stuurpen in de gewenste hoek. Voor de bevestiging van de stuurpen trekt u de klemschroef met een inbussleutel in de richting van de wijzers van de klok vast. Wanneer de aan-haalkoppels op de stuurpen vermeld staan, dient u deze precies aan te houden. Wanneer dit niet het geval is, vindt u een tabel met aanhaalkoppels in Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“. Bij modellen met een geïntegreerde vergrende-lingshendel draait u de schroef van de vergrende-lingshendel in de richting van de wijzers van de klok voorzichtig vast. De vergrendelingshendel moet hierbij in de vertanding vastgrijpen. 10 FrameDe vorm van het ame is aankelijk van het etstype en de nctie van de ets.
Frames worden uit diverse materi-alen vervaardigd, zoals staal- of aluminiumlegeringen of carbon (koolstoezels). Het amenummer van etsen staat op de zitbuis, op de uitvaleinden of op de trapasbehuizing vermeld. Bij Pedelecs kan het nummer ook op de motorophan-ging staan.
Via het amenummer kan uw ets ingeval van een diefstal worden geïdenticeerd. Voor een eenduidige identicatie is het belangrijk dat u het volledige nummer in de juiste volgorde noteert. Gebruik de ets nooit als het ame vervormd of ge-scheurd is. Probeer niet beschadigde onderdelen zelf te repareren. Dat kan tot ongevallen leiden. Vervang defecte onderdelen, voordat u uw ets weer gebruikt. Na een ongeval of een val dient u uw ets door een erkende etsenmaker te laten nakijken, voordat u de ets opnieuw gebruikt. Defecten aan ame of onder-delen die niet worden herkend, kunnen tot ongevallen leiden. Wanneer uw ets niet goed rechtdoor rijdt, kan dit wijzen op een vervormd ame. Laat het spoor in dit geval door een erkende etsenmaker instellen.
I Algemene Gebruikershandleiding 1911 BalhoofdsetBalhoofdset Het balhoofdset is het lager van de vork in het ame. Een correct ingesteld balhoofdset kan licht worden gedraaid. Hier mag geen sprake zijn van speling.Door schokken tijdens het etsen wordt het balhoofdset zwaar belast. Het kan losraken of verdraaien. Laat de spe-ling en lichte loop van het balhoofdset regelmatig door uw dealer controleren (intervallen zie Hoofdstuk 28.1 „Inspectieschema“).Balhoofdset controlerenWanneer u het balhoofdset onjuist instelt of te strak aantrekt, kunnen er breuken ontstaan. Ga hiervoor dus altijd naar een erkende etsenmaker. Als u met een los zittend balhoofdset etst, kunnen de lagerschalen of vork beschadigd raken.12 VorkHet voorwiel wordt door de vork vastgehouden.
De vork bestaat uit twee vorkpoten, de brug en de vorkschacht.Carbonvork Verende voorvorkHet overgrote deel van mountainbikes, trekkingetsen en citybikes is voorzien van verende voorvorken. Zij beschik-ken over diverse instellingen en zorgen voor meer rijcom-fort.Informatie over de werking, het onderhoud en de verzor-ging van de verende elementen vindt u in Hoofdstuk 13 „Geveerde ames en verende elementen“. Speciale infor-matie over uw verende voorvork vindt u in de handleidin-gen van de fabrikant van de verende voorvork die u op de cd of op de website van de fabrikant kunt vinden.Gebruik uw ets nooit als de vork beschadigd is. U mag een defecte vork niet zelf repareren. Dat kan tot ernstige ongevallen leiden. Laat een vervormde of anderszins beschadigde vork altijd vervangen voordat u uw ets weer gebruikt.Voorkom springen en rijdt niet van hoge stoepranden af.
20 I Algemene gebruikershandleiding 13 Geveerde ames en verende elementen13. 1 Frames met achterbouwveringWanneer u met uw ets extra sportief en bijzonder com-fortabel in het terrein wilt rijden, hebt u mogelijk een volledig geveerd model gekocht. Hier is de achterbouw van het hoofdame niet stijf, maar bewegelijk gelagerd en geveerd en gedempt met een schokdemper. Volledig geveerd ameEr worden verschillende soorten verende elementen ge-bruikt. Met name schokdempers die via een metalen veer veren en schokdempers met een luchtkamer waarvan de lucht bij het inveren wordt gecomprimeerd. Bij hoogwaar-dige schokdempers is de demping, die de snelheid tijdens het in- en uitveren regelt, instelbaar. Hiervoor is een sys-teem van oliereservoirs en -kanalen verantwoordelijk.
Een dergelijk model biedt niet alleen aanzienlijk meer rij-veiligheid en comfort, maar hee ook een speciale behan-deling nodig. In deze gebruikershandleiding vindt u alleen algemene informatie hierover. Uitgebreide informatie en advies vindt u op de bij de cd bijgevoegde handleidingen van de fabrikant van de schokdemper. U kunt hiervoor ook terecht bij uw dealer. Een belangrijke informatiebron kan ook de website van de betreende fabrikant van het verende element zijn. Informatieve en nuttige links vindt u in Hoofd-stuk 29 „Lijst met links“. Wanneer u uw ets ophaalt, dient de dealer de vering voor u in te stellen. Het is mogelijk dat uw ets en de zitpositie er anders uitzien en tijdens het etsen ook anders aanvoe-len dan dat u het gewend bent. De demper dient zodanig te worden afgesteld dat hij zacht reageert, maar niet door-slaat als u over een hindernis rijdt.
Hiervoor moet de dem-per een beetje wegzinken als u op de ets gaat zitten. 13. 2 Verzorging en onderhoudU kunt u volledig geveerde MTB zoals gewoonlijk reinigen. Hiervoor geschikt zijn warm water met een beetje aas-middel of een mild reinigingsmiddel dat bij uw dealer verkrijgbaar is.
Reinig uw ets bij voorkeur niet met een hogedrukrei-niger. Door de hoge druk komt de reinigingsvloeistof ook in dichte lagers terecht en beschadigd deze. De binnenpoten van de schokdemper en de dichting die-nen tijdens het regelmatige onderhoud met een zachte doek voorzichtig te worden afgeveegd. Wanneer u een beetje spuitolie, bijvoorbeeld van Brunox, op het loopvlak van de demper en de dichting spuit, kunt u de werking en levensduur verbeteren. U moet regelmatig controleren of er bij de scharnieren van de achterbouw geen sprake is van speling. Til uw ets hiervoor op en probeer het achterwiel zijwaarts te bewe-gen. Wanneer u het achterwiel optilt en snel weer neerzet, kunt u zien of er sprake is van speling bij de bevestigingspun-ten van de demper.
Wanneer u vaststelt dat er sprake is van speling of wanneer u een klepperend geluid hoort, moet u uw ets door een erkende etsenmaker laten na-kijken. De werking en de stevige bevestiging van de verende elementen zijn van wezenlijk belang voor uw veilig-heid. Onderhoud en controleer uw volledig geveerde ets daarom regelmatig. Trek alle schroeven met het voorgeschreven aanhaalkoppel aan. Anders kunnen de schroeven afscheuren en kunnen onderdelen losraken (zie Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“).
I Algemene Gebruikershandleiding 2114 Trapassen en crankstellen Tandwielen behoren tot de slijtageonderdelen. De levens-duur is aankelijk van diverse factoren, zoals •onderhoud en verzorging, •soort gebruik en •het afgelegde traject. 15 Trapas controlerenTrapassen moeten vastzitten. Anders kan de crankset beschadigd worden. Aangezien crankstellen los kunnen raken, dient u regelmatig te controleren of de trapas nog stevig vastzit. U wiebelt hiervoor aan de crankstellen. Wanneer bij de crankstellen sprake is van speling, laat u uw ets door een erkende etsenmaker na-kijken en laat u de crankarmen correct bevestigen. Wanneer uw ets een carboname en een trapas-behuizing voor een BB30-binnenlager hee, dient u rekening te houden met het volgende:er bestaat de mogelijkheid hier een adapter voor gebruik van een binnenlager met een gangbare BSA-schroefdraad te monteren.
Hierbij dient u echter reke-ning te houden met het feit dat •de adapter alleen in volledig onbeschadigde ames mag worden gemonteerd. Hij is er niet voor bedoeld om defecte BB30-binnenlagers te repareren. Wanneer deze niet correct wordt ingebouwd, kan de trapasbehuizing beschadigd raken en vervalt als gevolg hiervan de garantie. Laat een dergelijke adapter alleen door een dea-ler monteren. •de adapter niet meer mag worden verwijderd nadat hij in het carboname is gemonteerd. 16 Wielen16. 1 Wielen controlerenWielen vormen de verbinding tussen ets en de weg. Door oneenheden in de weg en door het gewicht van de ge-bruiker worden de wielen aanzienlijk belast. Voor de levering worden de wielen zorgvuldig gecontro-leerd en gecentreerd. De spaken zetten zich echter pas tijdens de eerste gereden kilometers.
Het wiel kan op verschillende manieren in het ame en de vork bevestigd zijn. Naast de bekende systemen waarbij het wiel door asmoeren of snelspanners wordt vastgezet, bestaan er ook verschillende soorten steekassen. Deze kunnen door een schroeerbinding of verschillende soor-ten snelspanners worden gexeerd. Wanneer uw ets is voorzien van een steekas, raadpleegt u de bijgeleverde gebruikershandleiding van de fabrikant of de website van de betreende fabrikant. Trek alle schroeven met het voorgeschreven aanhaal-koppel aan. Anders kunnen de schroeven losscheuren en kunnen onderdelen losraken (zie Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“). 16. 2 Naven controlerenOm de naaagers te controleren, gaat u als volgt te werk: Til het wiel op en draai eraan. Controleer hierbij of het wiel enkele omwentelin-gen doordraait en vervolgens tot stilstand komt.
22 I Algemene gebruikershandleiding Om vast te stellen of het naaager speling hee, probeert u het wiel dwars op de rijrichting in de vork resp. achterbouw heen en weer te bewegen. Wanneer u vaststelt dat er sprake is van speling tussen de lagers of dat u het wiel maar moeilijk kunt draaien, laat u het naaager door een dealer bijstellen. 16. 3 Velgen controlerenWanneer u een velgrem gebruikt, zullen de velgen sneller slijten. Wanneer een velg versleten is, verliest hij zijn stabili-teit. Bovendien is de velg dan gevoeliger voor bescha-digingen. Een vervormde, gescheurde of gebroken velg kan ernstige ongevallen tot gevolg hebben. Wan-neer u veranderingen aan de velgen van uw ets vast-stelt, kunt u uw ets beter niet meer gebruiken. Laat de ets eerst door een erkende etsenmaker nakijken. Bij etsen vanaf maat 24" zijn de velgen voorzien van een aanduiding voor de slijtage.
Op de zijkant van de velg zit een markeringslijn of groef die over de gehele velg loopt. Vervang de velg zodra u op een plek van de velg markeringen (groeven, gekleurde punten) ziet, een markering is verdwenen of een kleurige markering is afgesleten. Wanneer de markering uit een groef of meerdere pun-ten op de velg bestaat, laat u de velg vervangen zodra deze markeringen zijn weggesleten. 17 Banden en binnenbanden 17. 1 BandenEr zijn talloze soorten banden verkrijgbaar. De terrein-waardigheid en de rolweerstand zijn aankelijk van het bandenproel. Vul de band maximaal tot de toegestane bandenspan-ning. Anders kan de band knappen. Vul de band minimaal met de aangegeven minimale bandenspanning. Als de bandenspanning te laag is, kan de band losraken van de velg.
De waarde van de maximaal toegestane bandenspan-ning en meestal ook de minimaal toegestane banden-spanning vindt u op de zijkant van de band. Gebruik bij de bandenwissel alleen banden van het-zelfde type, dezelfde maat en hetzelfde proel. Dit hee anders mogelijk een negatief eect op de rij-eigenschappen.
I Algemene Gebruikershandleiding 23De bandenspanning wordt in de Engelse eenheid PSI aangegeven. U vindt in Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“ een tabel voor de omrekening van de bandenspanning van PSI in bar. 17. 2 Tubeless bandenVooral voor moderne mountainbikes, minder vaak voor raceetsen, worden tegenwoordig ook banden zonder binnenband gebruikt, de zogenoemde "tubeless banden". Zij bieden enkele voordelen, maar dienen voorzichtig te worden geplaatst en behandeld. Gebruik tubeless banden alleen voor hiervoor ge-schikte velgen. Deze worden speciaal aangeduid, bij-voorbeeld met de aorting "UST". Gebruik de tubeless banden alleen zoals voorgeschre-ven, met de juiste bandenspanning en eventueel met de aanbevolen dichtingsvloeistof. Tubeless banden mogen alleen zonder gereedschap van de velg worden verwijderd, anders kunnen er ondichte plekken ontstaan.
Wanneer de dichtingsvloeistof niet voldoende is om een defect te voorkomen, kan na verwij-dering van het ventiel een normale binnenband worden geplaatst. 17. 3 TubesMet name etsen die voor wedstrijden worden gebruikt, zijn voorzien van zogenoemde "tubes". Hier is de bin-nenband in de buitenband ingenaaid. Deze eenheid wordt met een speciale lijm op de betreende velg vastgelijmd. Voordelen van tubes zijn de hogere lekbescherming en betere noodloopeigenschappen. Gebruik tubes alleen voor hiervoor geschikte velgen. Deze hebben geen hoge randen (velgranden), maar aan de buitenzijde een glad, naar binnen gewelfd op-pervlak. Hierop wordt de tube gelijmd. Gebruik tubes alleen volgens de voorschrien en met de correcte bandenspanning. Het lijmen van tubes vereist speciale vaardigheden en veel ervaring. Laat tubes door een erkende etsenma-ker vervangen.
Informeer u over de juiste behandeling en het veilig verwisselen van tubes. 17. 4 BinnenbandenDe binnenband is nodig om de druk in de band te handha-ven. Hij wordt via een ventiel gevuld. Er bestaan drie ventielsoorten:12 31 Sclaverand- resp.
24 I Algemene gebruikershandleiding 18 Bandenpech verhelpenWanneer u bandenpech wilt verhelpen, hebt u de volgende uitrusting nodig: •kunststof bandenlichters •plakkers •bandenplak •schuurpapier •evtl. vervangende binnenband •evtl. vervangend ventiel •gaelsleutel (indien uw ets geen snelspanners hee) •etspompWij raden u aan om eerst het wiel te demonteren. Open of verwijder eerst de rem. De werkwijze hiervoor is aanke-lijk van het type etsrem dat u hebt.Lees het hoofdstuk over remmen, voordat u de rem-men demonteert. Anders beschadigt u mogelijk de reminstallatie en dat kan tot ongevallen leiden.18.1 Rem openen18.1.1 Cantilever- of V-brake openen Omklem met één hand het wiel. Duw de remvoeringen of remarmen tegen de velgen samen.
Hang de remkabel aan een van de remarmen.18.1.2 Hydraulische velgrem verwijderen Wanneer er remsnelspanners aanwezig zijn, de-monteert u een remeenheid (zie Hoofdstuk 9.2.2 „Snelspanners gebruiken“). Wanneer geen remsnelspanner aanwezig is, laat u de lucht uit de band ontsnappen.Om een binnenband met een Sclaverand- resp Frans ven-tiel te vullen, gaat u als volgt te werk: Schroef de ventieldop met de vingers tegen de richting van de wijzers van de klok los. Schroef de kartelmoer tegen de richting van de wijzers van de klok los. Duw de kartelmoer even met uw vinger in het ven-tiel, zodat er lucht vrijkomt. Pomp de binnenband met een geschikte etspomp op. Draai de kartelmoer weer vast. Schroef de ventieldop in de richting van de wijzers van de klok op het ventiel.Informeer bij uw dealer welke etspomp geschikt is voor uw ventiel.Om een binnenband met een Dunlop- resp.
I Algemene Gebruikershandleiding 2518. 2. 2 Achterwiel verwijderen Wanneer u ets een kettingversnelling hee, scha-kelt u naar het kleinste tandwiel. In deze positie belemmert de achterderailleur de demontage niet. Wanneer uw ets over snelspanners beschikt, opent u deze (zie Hoofdstuk 9. 2. 2 „Snelspanners gebruiken“). Wanneer uw ets asmoeren hee, maakt u deze met een geschikte gaelsleutel los door de moeren tegen de richting van de wijzers van de klok in te draaien. Klap de achterderailleur iets naar achteren. Til de ets licht op. Trek het wiel uit het ame. Wanneer u het wiel er nog niet kunt uittrekken, opent u de snelspanner nog verder door de contra-moer tegen de richting van de wijzers van de klok in te draaien. Sla van boven met uw vlakke hand licht op het wiel. Het wiel valt er naar onder toe uit.
Als voorbeeld volgt hier de demontage van een Shimano-naaersnelling:Losmaken van de schakelkabel voor de verwijdering van het achterwiel Maak de kabel los van de cassettekoppeling om het achterwiel uit het ame te kunnen halen. CJ-8S20JAPANLOCKCassettekoppeling 1. Stel de Revo-schakelhendel in op 1. op 1 instellen18. 1. 3 Zij-optrek-velgrem openen Open de snelspanhendel aan de remarm of de remhendel. Wanneer er geen remsnelspanners aanwezig zijn, laat u de lucht uit de banden ontsnappen. U kunt het wiel nu tussen de remvoeringen uit trekken. 18. 1. 4 Naaersnelling-, rol-, trommel- of terugtrapremmen ontspannen Maak de kabelklemschroef resp. de snelspanner aan de remarm los. Bij terugtrapremmen moet u de schroeerbinding van de remarm op de liggende achtervork openen. 18. 2 Wiel verwijderenHoudt u er rekening mee dat de hier beschreven stappen als voorbeeld dienen.
Wanneer uw ets asmoeren hee, maakt u deze met een geschikte gaelsleutel los door de moeren tegen de richting van de wijzers van de klok in te draaien. Wanneer het voorwiel door bijzonder gevormde uitvaleinden tegen eruit vallen is beveiligd, maakt u de moeren verder los door ze tegen de richting van de wijzers van de klok in te draaien. Als de onderlegplaatjes en moeren de uitvaleinden niet meer aanraken, trekt u het voorwiel uit de vork. Wanneer uw ets beschikt over borgschijes van plaatstaal, opent u de moeren verder door ze te-gen de richting van de wijzers van de klok in de draaien. Trek de borgschijes zo ver uit elkaar totdat ze het uitvaleinde niet meer raken. Trek nu het voorwiel uit de vork.
26 I Algemene gebruikershandleiding 5. Maak de wielmoeren los en leg ze terzijde. Ver-wijder de onderlegplaatjes van de wielas. 6. Trek het achterwiel uit de gleuven van de uitvaleinden. 18. 3 Band en binnenband verwijderen Schroef de ventieldop, de bevestigingsmoer en eventueel de wartelmoer van het ventiel. Bij Dunlop- of Blitzventielen verwijdert u het ventielinzetstuk. Laat de resterende lucht uit de binnenband ontsnappen. Plaats de bandenlichter tegenover het ventiel aan de binnenrand van de band. Til de zijkant van de band over de velgrand. Schuif de tweede bandenlichter op ca. 10 cm van de eerste tussen velg en band. Til de band met de bandenlichter zo vaak over de velg totdat de band helemaal los is. Haal de binnenband uit de band. 18. 4 Binnenband plakken Pomp de binnenband op.
Om te controleren op welke plaats de binnenband is beschadigd, legt u de binnenband in een met water gevulde bak. Duw de binnenband onderwater. Op de plaats waar de binnenband is gescheurd of een gat vertoont, komen luchtbellen vrij. Als zich het defect onderweg voordoet en u niet kunt vaststellen waar het gat zich bevindt, pompt u de binnenband gewoon heel hard op. Hij wordt dan groter en door de hogere druk van de ontsnap-pende lucht kunt u beter horen waar het gat zit. Laat de binnenband drogen. Ruw de binnenband op de plek van het gat voor-zichtig met schuurpapier op. Bestrijk de betreende plek met bandenplak. Wacht enkele minuten totdat de bandenplak is aangedroogd. 2. Trek de buitenkabel uit de buitenkabelhouder van de cassettekoppeling en verwijder de kabel uit de gleuf in de houder.
CJ-8S20JAPANLOCKKabelbevestigingsschroefSchakelwieltje Wanneer het moeilijk is om de buitenkabel uit de houder in de cassettekoppeling te trekken, steekt u een 2-mm-inbussleutel of een spaak # 14 in het gat van het schakelwieltje en draait u deze om de ka-bel op deze manier los te maken. Verwijder hierna eerst de kabelbevestigingsbout uit het schakelwiel-tje, voordat u de buitenkabel uit de buitenkabel-houder trekt. CJ-8S20JAPANLOCKSchakel-wieltje draaienGat van schakelwieltje2-mm-inbussleutel of spaak # 14Kabelbevestigings-bout verwijderen uit de buiten-kabelhouder trekken123 4. Maak de schroef van de remarm los en verwijder de schroef.
I Algemene Gebruikershandleiding 2718. 6 Wiel terugplaatsenHoudt u er rekening mee dat de hier beschreven stappen als voorbeeld dienen. Zie de informatie van de betreende fabrikant of neem contact op met uw dealer. 18. 6. 1 Voorwiel plaatsenLet bij het plaatsen van het voorwiel op de looprich-ting van de band. Wanneer uw ets een schijem hee, moet u contro-leren of de remschijven correct tussen de remvoerin-gen zitten. 18. 6. 2 Achterwiel plaatsen18. 6. 2. 1 bij etsen met kettingversnelling Wanneer uw ets een kettingversnelling hee, plaatst u bij het plaatsen van het achterwiel de ket-ting weer op het kleinste tandwiel. Plaats het wiel tot aan de aanslag en in het midden in de uitvaleinden. Trek de naafmoer vast aan resp. sluit de snelspan-ner stevig (zie Hoofdstuk 9. 2. 2 „Snelspanners gebruiken“). 18. 6. 2.
2 bij etsen met naaersnellingMontage van een wiel met versnellingsnaaf in het ame 1. Leg de ketting op de cassette en breng de naafas aan op de uitvaleinden. CJ-NX10JAPANNaafasUitvaleinde Druk de bandenplakkers stevig op de beschadigde plek. Laat de bandenplakker enkele minuten drogen. 18. 5 Band en binnenband terugplaatsenVoorkom dat er voorwerpen in de band terechtkomen. Zorg ervoor dat de binnenband niet gevouwen is en nergens beklemd zit. Let bij de montage van de band op de looprichting. Als de band een looprichting hee, staat deze aan de zijkant vermeld. Controleer of de velgband over de spaaknippels ligt en niet beschadigd is. Plaats de velg met een kant in de band. Duw een kant van de band volledig in de velg. Steek het ventiel door het ventielgat en leg de bin-nenband in de band. Duw de band over de velgrand. Trek de band stevig naar het midden van de velg.
28 I Algemene gebruikershandleiding 2. Plaats de borgplaatjes aan beide zijden van de naafas. Draai de schakelarm zodanig dat de uitste-kende delen van de borgplaatjes in de gleuven van de uitvaleinden vastgrijpen. In dit geval kan de schakelarm bijna parallel met de vork worden ge-monteerd. CJ-NX10JAPANLOCK7RBorgplaatjes (linkerkant)SchakelarmFramevorkGleuf van uitvaleindeBorgplaatje (rechterkant) Het vooruitstekende deel moet aan de kant van het uitvaleinde zitten. Plaats de borgplaatjes zodanig dat de uitstekende delen precies in de gleuven van de uitvalein-den aan de voor- en achterkant van de naafas vastgrijpen. 3. Span de ketting en bevestig het wiel met de dop-moeren aan het ame. CJ-NX10JAPANLOCK7RDopmoerBorgplaatjeAanhaalkoppel 30 – 45 Nm 4. Breng de remarm met de remarmklem correct op de vork aan.
RemarmKlemmoerKlemschroefRemarmklemFramevorkHoud bij de montage van de remarmklem voor het aantrekken van de klemschroef de klemmoer met een 10-mm-sleutel vast. Aanhaalkoppel 2 – 3NmControleer na de montage van de remarmklem of de klemschroef ongeveer tot 2 tot 3mm uit de klemmoer steekt. RemarmklemKlemschroef (M6 × 16mm)2 – 3 mmRemarmKlemmoer 5. Controleer voor het gebruik van de terugtraprem of de rem goed werkt en het wiel licht kan worden gedraaid. Trek alle schroeven met het voorgeschreven aanhaal-koppel aan. Anders kunnen de schroeven losscheuren en kunnen onderdelen losraken (zie Hoofdstuk 30.3 „Aanhaalkoppels voor schroeerbindingen“). Plaats de remkabel en bevestig hem of sluit de remsnelspanner. Controleer of de remvoeringen de remoppervlakken raken. Controleer of de remarm correct is bevestigd. Voer een remproef uit.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Derby Cycle 2012 General stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fiets E-bike Derby Cycle
Handleiding Fiets E-bike
Nieuwste handleidingen voor Fiets E-bike