Citroën DS4 (2011) Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Citroën DS4 (2011) (94 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen. Heb je een vraag over Citroën DS4 (2011) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/94

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Citroën
Categorie: Auto
Model: DS4 (2011)

Handleiding Citroën DS4 (2011) – volledige tekst

UW INSTRUCTIEBOEKJE OP INTERNET! Citroën biedt u de mogelijkheid om gratis en eenvoudig uw boorddocumentatie online te raadplegen. Daarbij hebt u ook toegang tot het archief en tot de meest recente informatie. Surf naar : http://service.citroen.com1 Selecteer uw taal. Klik op de link in het veld "Toegang voor particulieren" om de Boorddocumentatie te raadplegen. Er wordt een nieuw venster geopend waarin u toegang hebt tot alle instructieboekjes. Selecteer het model en de carrosserie-uitvoering van uw auto en vervolgens de uitgiftedatum van het boekje. Klik ten slotte op de gewenste rubriek. 23 4

Citroën beschikt wereldwijd over een uitgebreid gamma modellen. Modellen die worden gekenmerkt door een geraffineerde mix van hoogwaardige techniek en constante innovatie, evenals een moderne en creatieve benadering van het begrip mobiliteit. Wij danken u voor uw keuze en wensen u veel plezier met uw auto. Uw auto is, afhankelijk van hetuitrustingsniveau, de uitvoering en despecifieke kenmerken voor het land waarvoor uw auto bestemd is, slechts van een deel van de in dit boekje vermelde uitrustingen voorzien. Het monteren van elektrische uitrustingen of accessoires die niet onder een artikelnummer in het assortiment van Citroën voorkomen,kan storingen in het elektronisch systeemvan uw auto veroorzaken.

Wij verzoeken uhier rekening mee te houden en contact op te nemen met een vertegenwoordiger van hetmerk Citroën om u te laten informeren over het assortiment uitrustingen en accessoires voorzien van een artikelnummer. Achter het stuur van uw nieuwe auto geniet u optimaal als u elke uitrusting, elke schakelaar en elke instelling kent. Goede reis. Wij maken u attent op het volgende:

IIIIInnnnnhhhhhooooouuuuudddddsssssooooopppppgggggaaaaavvvvve e e e e Inhoudsopgave 6 IN EEN OOGOPSLAG34 MILIEUBEWUST RIJDEN380 ZOEKEN OP AFBEELDING384 TREFWOORDENREGISTERCONTROLE TIJDENS HET RIJDEN38 Instrumentenpanelen4 0Toerenteller41Controlelampjes52 Informatie op instrumentenpaneel 55 Handmatige test58 Persoonlijke voorkeurenSymbolen veiligheidswaarschuwing aanvullende informatie adviezen met betrekking tot debescherming van het milieu programmeren van een functie via het configuratiemenu001001001001001001verwijzing naar aangegeven pagina

Het Stop & Start-systeem zorgt voor een lager brandstofverbruik, minder uitstoot van schadelijke stoffen en een aangename rust in het s het wachten.224 Meedraaiende koplampen Deze verlichting biedt u automatisch extrazicht in bochten.129Panoramische voorruit De voorruit met extra groot glasoppervlak vergroot de lichtinval en het zicht in het interieur opongeëvenaarde wijze.12 Statische bochtverlichting Bij lage snelheid zorgt dit systeemautomatisch voor een betere verlichting in bochten, op kruispunten en bijparkeermanoeuvres, door het branden vande corresponderende mistlamp voor. 130

9Eerste kennismaking Buitenzijde Instapverlichting Deze extra buiten- en interieurverlichting, die met de afstandsbediening wordt ingeschakeld,vergemakkelijkt op donkere plaatsen het lokaliseren van de auto en het instappen. Bandenreparatieset Deze complete set bestaat uit een compressor en een flacon met afdichtmiddel voor eentijdelijke reparatie van de band.127Bandenspanningscontrole Dit systeem controleert parmenent de spanning van elke afzonderlijke band en waarschuwtwanneer een band lek is of een te lagespanning heeft. 174 Dodehoekbewaking Dit systeem "ziet" een auto in de dodehoek links of rechts achter de auto en waarschuwt de bestuurder door middel van een lampje in de buitenspiegel aan de desbetreffende zijde.216

100 Openen A. Uitklappen/inklappen van de sleutel(eerst op dit knopje drukken).Afstandsbedieningmet 3 knopjes Als bij het ontgrendelen met deafstandsbediening een sensor vaststelt dat het buiten donker is, gaan dimlichten, parkeerlichten en de verlichting in de buitenspiegels branden, zodat u de autogemakkelijk kunt vinden. Instapverlichting Geheel of gedeeltelijk ontgrendelenvan de auto (de richtingaanwijzers knipperen even).Ruiten openen(ingedrukt houden tot de gewenste stand is bereikt). Alleen de achterklep ontgrendelen. Normaal vergrendelen (één keer drukken; derichtingaanwijzers blijven evenbranden). Ruiten sluiten (ingedrukt houden tot de gewenste stand is bereikt).127 Ook de verlichting in de auto, zoals de plafonniers en de beenruimteverlichting, gaat dan branden.

Panoramische voorruit Zonnescherm ) Openen: trek het zonnescherm aan dehandgreep A naar achteren, tot u degewenste stand hebt bereikt. ) Sluiten: trek het zonnescherm aan de handgreep A naar voren, tot u de gewenste stand hebt bereikt. Zorg ervoor dat de zonneklep is ingeklapt,voordat u het zonnescherm opent of sluit.De panoramische voorruit heeft een groot raamoppervlak van getint glas voor meer licht en een beter zicht in het interieur. Aan beide kanten bevindt zich een zonnescherm voor het thermisch comfort en een zonneklep om verblinding te voorkomen. Zonneklep Dit is voorzien van een make-upspiegeltje en een tickethouder.)Klap de zonneklep naar beneden, om verblinding door de zon van voren te voorkomen. )Om verblinding van de zon van opzij te voorkomen, trek u de zonneklep uit debevestiging en klapt u deze naar de zijruit toe om.

13Eerste kennismaking Interieur EGS 6-versnellingsbak Deze versnellingsbak combineertde voordelen van een automatischeversnellingsbak met die van een handgeschakelde versnellingsbak. Sfeerverlichting De gedempte interieurverlichting verbetert hetzicht in de auto als deze zich in een donkereomgeving bevindt. Audio- en communicatiesystemen Deze systemen bestaan in verschillende uitvoeringen en maken gebruik van demodernste technologie: radio, CD-/USB-speler, Bluetooth, navigatie met kleurendisplay, AUX-aansluitingen enz.Radio203137345293 Elektrische parkeerrem De elektrische parkeerrem wordt automatischaangetrokken als de motor wordt afgezet. Alsu wegrijdt, wordt de parkeerreem automatischvrijgezet. U kunt de elektrische parkeerrem ook altijdhandmatig aantrekken en vrijzetten. 192 Navigatiesysteem eMyWay Massagefunctie Deze functie masseert u lendenen gedurende60 minuten.

Comfortabel zitten Hoogte en hellingshoek van de hoofdsteun Voorstoelen Overige beschikbarefuncties...Lendenmassage.Opslaan van de zitposities(elektrisch verstelbare bestuurdersstoel). Stoelverwarming.901. Ontgrendelen van het stuurwiel met de hendel. 2.Verstellen in hoogte en diepte. 3. Vergrendelen van het stuurwiel met de hendel. Stuurwiel verstellen94 Voer deze handelingen om veiligheidsredenen uitsluitend uit bijstilstaande auto. Lendensteun91

19Eerste kennismaking Om het rijden nog comfortabeler te maken,is de armleuning tussen de voorstoelenafhankelijk van de uitvoering in hoogte en in lengterichting te verstellen. Armleuning vóór 147, 148De armleuning is ook voorzien van eenopbergvak met daarin een 230V/50Hz-aansluiting. Comfortabel zitten

21Eerste kennismaking Zicht Verlichting Ring A Ring BRichtingaanwijzer 122Beweeg de verlichtingshendel omhoog of omlaag tot voorbij het zware punt. De richtingaanwijzers aan de desbetreffende zijde functioneren totdat ze worden uitgeschakeld. 172 Hendel A: ruitenwissers vóór In- en uitschakelen "AUTO")Duw de hendel omlaag en laat deze dan los. Ring B: ruitenwisser achter 132135Uit. Automatisch inschakelen verlichting.Parkeerlicht. Dimlicht/grootlicht. Mistlampen vóór en mistachterlicht. Uit.Interval. Ruit sproeien/wissen.Functie "snelweg"Beweeg de verlichtingshendel kort omhoog of omlaag tot aan het zware punt. De richtingaanwijzers aan de desbetreffende zijde knipperen drie keer.Deze functie is bij elke snelheid beschikbaar, en is in het bijzonder geschikt voor het wisselenvan rijstrook op snelwegen. Ruitenwissers 131

23Eerste kennismaking Controle tijdens het rijden A.Als u het contact aanzet, geven de segmenten van de brandstofmeter aanhoeveel brandstof er nog in de tank zit.B.Bij een draaiende motor moethet waarschuwingslampje laagbrandstofniveau uitgaan. C.Als u het contact aanzet, moet demotorolieniveaumeter enkele seconden demelding "OK" of "correct" aangeven. Ga tanken of vul olie bij als dat nodig blijkt. Instrumentenpanelen381.Als u het contact aanzet, gaan de oranje en rode controlelampjes branden. 2. Bij een draaiende motor moeten dezelampjes weer uitgaan.Raadpleeg de desbetreffende bladzijde als er lampjes blijven branden.Controlelampjes 41A.Oproep naar Urgence. Schakelaars op centrale bedieningspaneel 173, 291B. Oproep naar CITROËN-Assistance. 173, 291C. Alarmknipperlichten. 172D.Centrale vergrendeling.107E.Black panel (zwart scherm).58

Controle tijdens het rijden Het branden van een lampje geeft de staat vande desbetreffende functie aan. Schakelaars aan de zijkantvan het dashboard177B.Parkeerhulp uitschakelen.226C. Stop & Start-systeem uitschakelen.212D.Dodehoekbewaking inschakelen. 216E. Lane Departure Warning System inschakelen 215F.Interieuralarm uitschakelen. 109A. ESP/ASR-systeem uitschakelen.

25Eerste kennismaking Schakelaars snelheidsregelaar/snelheidsbegrenzer Schakelaars op het stuurwiel58Schakelaars van extra functies220, 222572. Lichtsterkte instrumentenpaneel.296, 347 Bediening audio-installatie 296, 347 Bediening Bluetooth of telefoon 1.Black panel (zwart scherm). 68of Regeling centrale kleurendisplaygekoppeld aan het navigatiesysteem.1363. In-/uitschakelen plafonnier. 224of Parkeerplaatsassistent. Controle tijdens het rijden

Veiligheid voor de inzittenden 1. Open het dashboardkastje.2. Steek de sleutel in de schakelaar. 3.Selecteer de stand: "OFF" (uitschakelen) wanneer een kinderzitje "met de rug in de rijrichting" isbevestigd, "ON" (inschakelen) wanneer een passagier op de voorstoel zit of een kinderzitje "met het gezicht in de rijrichting" is bevestigd. 4. Verwijder de sleutel zonder de stand van de schakelaar te veranderen.Airbag voorpassagier 184A. Controlelampje veiligheidsgordel linksvoor.B. Controlelampje veiligheidsgordelrechtsvoor.C. Controlelampje veiligheidsgordelrechtsachter.D.Controlelampje veiligheidsgordelmiddenachter. E.Controlelampje veiligheidsgordellinksachter. F. Controlelampje airbag vóór aanpassagierszijde uitgeschakeld.G.Controlelampje airbag vóór aanpassagierszijde ingeschakeld. Veiligheidsgordels en airbag vóór aan passagierszijde179, 185

27Eerste kennismaking1041.UIT.T2.Contact AAN. 3.Starten . Contactslot Wanneer u het contact aanzet, slaan de snelheidsmeter, de toerenteller en de brandstofmeter helemaal uit, om vervolgens terug te keren in de nul-stand. Starten De Hill Start Assist houdt de auto bij het wegrijden op een helling nog even tegenzodat u voldoende tijd hebt om de voet vanhet rempedaal te halen en het gaspedaal in te trappen.Dit werkt alleen als:- de auto helemaal stilstaat en u het rempedaal intrapt,- de hellingshoek aan bepaalde eisen voldoet,- het bestuurdersportier gesloten is. 211 Stap nooit uit als de auto door de HillStart Assist wordt tegengehouden. Hill Start Assist

Onder het rijden Handmatig aantrekken/vrijzetten U kunt de parkeerrem handmatig aantrekkendoor aan de hendel A te trekken. Als het contact aan is, kunt u de parkeerrem handmatig vrijzettendoor het rempedaalinte trappen en de hendel A aan te trekken endan los te laten. Elektrische parkeerrem Automatisch aantrekken/vrijzetten Geef gas en laat de koppeling(handgeschakelde versnellingsbak) opkomen:de parkeerrem wordt bij het wegrijdengeleidelijk vrijgezet. Als de auto stilstaat wordt de parkeerrembij het afzetten van de motor automatischaangetrokken. Als dit controlelampje op het instrumentenpaneel brandt, is de automatische bediening van de parkeerrem uitgeschakeld: u moet de parkeerrem zelf aantrekken en vrijzetten. Controleer voordat ude auto verlaat of het controlelampje van het remsysteem op het instrumentenpaneel en het lampje P op de parkeerremhendel Abeideconstant branden .

192 Als u het bestuurdersportier opent terwijl de motor draait, klinkt er eengeluidssignaal om u eraan te herinneren de parkeerrem aan te trekken. Laat geen kinderen alleen achter in deauto als de sleutel in het contact steekt. Als het contact aan is, zouden ze de parkeerrem kunnen vrijzetten. Trek de parkeerrem extra stevig aan alsu een aanhanger achter de autohebt - doe dit door deparkeerremhendel Aextra lang aan tetrekken.

29Eerste kennismaking Onder het rijden Deze versnellingsbak met zes versnellingen biedt u de keuze tussen het comfort van automatisch schakelen en het plezier vanhandmatig schakelen. EGS 6-versnellingsbak1. Selectiehendel. 2.Flipper "-".3.Flipper "+".Weergave op hetinstrumentenpaneel De ingeschakelde versnelling of degeselecteerde rijstand wordt op het display van het instrumentenpaneel weergegeven.N: Neutral (Vrij).R: Reverse (Achteruit). 1 2 3 4 5 6: ingeschakelde versnelling.AUTO:automatische stand. Starten ) Selecteer de stand N et trap het rempedaaltijdens het starten stevig in. ) Schakel de eerste versnelling in door deselectiehendel 1 in stand Aof M te zetten, of schakel de achteruit in door deselectiehendel 1 in stand Rte zetten. ) Zet de handrem vrij.) Haal de voet van het rempedaal en geef vervolgens gas.203

Onder het rijden Automatische transmissieDeze automatische transmissie met zesversnellingen biedt u de keuze tussen hetcomfort van automatisch schakelen en hetplezier van handmatig schakelen.1. Selectiehendel. 2. Toets "S" (sport).3. Toets "7 " (sneeuw). Weergave op hetinstrumentenpaneel De geselecteerde rijstand en/of deingeschakelde versnelling wordt op het linker display van het instrumentenpaneelweergegeven. P.Park (Parkeerstand). R. Reverse (Achteruit).N.Neutral (Vrij).D.Drive (Automatisch schakelen). S. Programma sport. 7. Programma sneeuw. 1 - 6. Ingeschakelde versnelling. -. Ongeldige waarde bij handmatige bediening. Starten )Trap het rempedaal in en selecteer de stand P of N . )Start de motor. )Selecteer vervolgens de stand R , D of M.)Neem uw voet van het rempedaal en geef gas. 207

31Eerste kennismaking Stop & Start Activering van de STOP-stand 212Het controlelampje "ECO" op het instrumentenpaneel gaat branden ende motor wordt automatisch in eenstandby-stand geschakeld: - bij een handgeschakeldeversnellingsbak: bij snelheden beneden 20 km/h, wanneer u de versnellingsbak in zijn vrij zet en de koppeling loslaat,-bij een EGS6-versnellingsbak:bijsnelheden beneden 8 km/h, wanneer u het rempedaal intrapt en de selectiehendel in stand N zet. Activering van de START-stand Uit-/inschakelen U kunt deze functie op elk willekeurig moment uitschakelen door de schakelaar "ECO OFF"inte drukken; het controlelampje in de schakelaar gaat branden. 213213 Het systeem wordt automatisch weer geactiveerd zodra u het contact opnieuw aanzet. Zet het contact altijd af als u gaat tanken en als u handelingen onder de motorkap uit wilt voeren.

Het controlelampje "ECO" gaat uit en de motor wordt automatisch gestart: - bij een handgeschakeldeversnellingsbak; wanneer u hetkoppelingspedaal helemaal intrapt, -bij eenEGS6-versnellinsbak: ● met de selectiehendel in stand Aof M , wanneer u het rempedaal loslaat, ● of met de selectiehendel in stand Nenhet rempedaal niet ingetrapt, wanneer ude selectiehendel in stand Aof Mzet, ● of wanneer u de achteruitversnelling inschakelt. Onder bepaalde omstandigheden is deStop-stand niet beschikbaar; het controlelampje "ECO" knippert even en gaatdaarna uit.Onder bepaalde omstandigheden kande START-stand automatisch wordeningeschakeld; het controlelampje "ECO"knippert even en gaat daarna uit. Onder het rijden

Onder het rijden )Druk op de schakelaar Aom deze functiein te schakelen; het controlelampje in deschakelaar gaat branden.Dodehoekbewaking 216Het signaleringslampje in de buitenspiegel gaatbranden als er een auto in de dode hoek achter uw auto wordt geconstateerd. ) Druk op de schakelaar Bom deze functie in te schakelen; het controlelampje in de schakelaar gaat branden. ) Schakel de richtingaanwijzer aan de kantvan de parkeerplaats die u wilt meten in; er verschijnt een bericht ter bevestiging van de meting.) Rijd niet harder dan 20 km/h tijdens het meten. Parkeerplaatsassistent Het systeem geeft aan hoe moeilijk hetinparkeren zal zijn: - Parkeren mogelijk.224-Parkeren moeilijk. - Parkeren afgeraden.

33Eerste kennismaking Onder het rijden 1. Selecteren/deactiveren van desnelheidsbegrenzer.2.Verlagen van de ingestelde snelheid. 3.Verhogen van de ingestelde snelheid. 4. Snelheidsbegrenzer aan/uit.5. Weergave van eerder opgeslagen snelheden. Snelheidsbegrenzer "LIMIT" 2191.Selecteren/deactiveren van de snelheidsregelaar.2. Instellen van een snelheid / Verlagen vande ingestelde snelheid.3. Instellen van een snelheid / Verhogen van de ingestelde snelheid.4. Snelheidsregelaar uit / Hervatten snelheidsregelaar.5.Weergave van eerder opgeslagen snelheden.Snelheidsregelaar "CRUISE"219 Als de snelheidsregelaar of -begrenzer isingeschakeld, verschijnen de instellingen van het systeem op het instrumentenpaneel. Weergave op het instrumentenpaneel Het instellen van de snelheid is alleen mogelijk bij draaiende motor.

220222Het instellen van een snelheid en het activeren van de snelheidsregelaar is alleen mogelijk bijeen wagensnelheid hoger dan 40 km/h, vanaf de vierde versnelling bij een handgeschakelde versnellingsbak (tweede bij een EGS6-versnellingsbak of een automatischeversnellingsbak). Snelheidsbegrenzer Snelheidsregelaar

Eco-rijden Door in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kunt u het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van uw auto verminderen. Maak optimaal gebruik van de versnellingsbak Als uw auto is voorzien van eenhandgeschakelde versnellingsbak, rijddan rustig weg, schakel zo snel mogelijkde tweede versnelling in en schakel bij voorkeur relatief snel over naar een hogereversnelling. Volg de aanwijzingen van deschakelindicator (indien aanwezig) die op hetinstrumentenpaneel worden weergegeven. Als uw auto is voorzien van een automatischetransmissie of een EGS-versnellingsbak,laat de selectiehendel dan in de stand Drive"D" of Auto "A" (afhankelijk van het typeversnellingsbak) staan en trap het gaspedaal niet bruusk of diep in.

Kies voor een soepelerijstijl Houd afstand van de auto's voor u, rem bijvoorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaalgeleidelijk in. Als u deze aanwijzingen naleeft,neemt het brandstofverbruik en de CO2-uitstootaf en wordt de geluidsoverlast door het verkeer beperkt. Als het verkeer goed doorstroomt, gebruik dan vanaf een snelheid van ongeveer 40 km/h desnelheidsregelaar (indien aanwezig). Gebruik op slimme wijze de elektrische voorzieningen Als bij het instappen blijkt dat de temperatuur in de auto hoog is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters alvorens deairconditioning in te schakelen. Sluit vanaf een snelheid van 50 km/h deruiten, maar laat de ventilatieroosters geopend. Gebruik de voorzieningen in het interieur die de temperatuurstijging kunnen beperken (blinderingspaneel van het panoramadak, zonneschermen, enz.).

Schakel de airconditioning uit zodra degewenste temperatuur is bereikt (behalve bijauto's met een automatische airconditioning). Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn als deze niet automatisch worden aangestuurd. Schakel de stoelverwarming zo snelmogelijk uit.

35Beperk de oorzaken van eenhoger brandstofverbruikVerdeel het gewicht evenwichtig over deauto: plaats de zwaarste voorwerpen in de bagageruimte, zo dicht mogelijk bij deachterbank. Beperk de belading en de luchtweerstand (dakdragers, imperiaal, fietsendrager,aanhanger, enz.) van uw auto. Gebruik liever een dakkoffer. Verwijder na gebruik de dakdragers en de imperiaal.Vervang na de winter zo snel mogelijk de winterbanden door zomerbanden. Houd u aan deonderhoudsvoorschriften Controleer regelmatig de bandenspanning(bij koude banden), houd u daarbij aan de bandenspanning die staat vermeld op de sticker op de portiersponning aan bestuurderszijde. Controleer de bandenspanning met name: - voor een lange rit, - bij de wisseling van de seizoenen, - als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt.

Vergeet niet de bandenspanning vanhet reservewiel en van de wielen van de aanhanger of de caravan te controleren. Laat uw auto regelmatig onderhouden (olie verversen, oliefilter en luchtfilter vervangen, enz.) en houd u daarbij aan het door de fabrikant voorgeschreven interval. Laat bij het tanken het vulpistool niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u datbrandstof uit de tank stroomt.

U zult bij een nieuwe auto merken dat pas na 3000 km het gemiddelde brandstofverbruikzich stabiliseert.Schakel de verlichting en de mistlampen uitals het zicht voldoende is.Laat de motor vooral 's winters na het starten niet stationair warmdraaien, maar rijd zo snel mogelijk weg: uw auto warmt sneller op alsu rijdt.Sluit als passagier zo min mogelijkmultimedia-apparatuur (DVD-speler,MP3-speler, spelcomputer, enz.) op de auto aan, teneinde het elektriciteitsverbruik, en dus het brandstofverbruik, te beperken. Koppel externe apparatuur los als u de auto verlaat.

Instrumentenpaneel met kleurinstelling en radio 1. Toerenteller (x 1000 tr/min of rpm). 2. Opschakelindicator bij een handgeschakelde versnellingsbakof de stand van de selectiehendel en ingeschakelde versnelling bij eenEGS-versnellingsbak of automatischeversnellingsbak. 3.Analoge snelheidsmeter (km/h of mph). 4. Instellingen van snelheidsregelaar of snelheidsbegrenzer .5. Digitale snelheidsmeter (km/h of mph).6.Motorolieniveaumeter. Meters en displays Toetsen 7.Onderhoudsintervalindicator (km of mijl) vervolgens, kilometerteller. Beide functies worden bij het aanzettenvan het contact na elkaar weergegeven. Niveau lichtsterkte (tijdens het instellen).8. Dagteller (km of mijl) .9.Brandstofmeter en bijbehorendwaarschuwingslampjeminimumbrandstofniveau.10. Actieradius (km of mijl). A."COLOR Meters" (kleur van meters):achtergrondkleur van meters naar eigen wens instellen.

39Controle tijdens het rijden1. Toerenteller (x 1.000 tr/min of rpm).2.Opschakelindicator bij een handgeschakelde versnellingsbakof de stand van de selectiehendel en ingeschakelde versnelling bij eenelektronisch bediende of een automatische versnellingsbak. 3.Snelheidsmeter (km/h of mph).4. Centrale kleurendisplay vannavigatiesysteem. Meters en displays 5. Brandstofmeter en waarschuwingslampjeminimumbrandstofniveau. 6. Dagteller (km of mijl). 7. Onderhoudsintervalindicator (bij naderen of overschrijden vanvoorgeschreven onderhoud),kilometertotaalteller. (km of mijl) Toetsen Instrumentenpaneel met kleurinstelling en navigatiesysteem A."COLOR Meters" (kleur van meters): achtergrondkleur van meters naar eigen wens instellen). B. "COLOR Displays" (kleur van displays): achtergrondkleur van displays naar eigen wens instellen. C.

1. Instellingen van de snelheidsregelaar of desnelheidsbegrenzer.2. Motorolieniveaumeter. Herhaling onderhoudsinformatie.Bij het aanzetten van het contact verschijnt eerst het opstartscherm; daarna wordendeze functies na elkaar weergegeven, voordat het overzicht met beschikbarefuncties verschijnt. Centrale kleurendisplay gekoppeld aan navigatiesysteem Verdraai het linker knopje op het stuur om éénvan de aangegeven functies permanent weer tegeven (boordcomputer, navigatie enz.). Dichtbij het maximum toerental: schakel door naar een hogere versnelling als de streepjesvan de toerenteller rood worden en gaanknipperen. Toerenteller Er kan tijdelijk een waarschuwingsmelding of informatie worden weergegeven.

41Controle tijdens het rijden De controlelampjes waarschuwen de bestuurder in het geval van een storing(waarschuwingslampje) of geven hem informatie over de werking van een systeem(ingeschakeld of uitgeschakeld). ControlelampjesBij het aanzetten van het contact Als het contact wordt aangezet, gaan sommigewaarschuwingslampjes enkele secondenbranden. Zodra de motor wordt gestart, moeten deze lampjes weer uitgaan.Als het lampje blijft branden, controleer dan voordat u gaat rijden welke functie het betreft. Bijbehorende waarschuwingen Sommige lampjes gaan branden(permanent of knipperend) in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctioneel display of het centralekleurendisplay van het navigatiesysteem.

Als een van de volgende lampjes bij eendraaiende motor of onder het rijden gaatbranden, wijst dit op een storing in het desbetreffende systeem en moet de bestuurder actie ondernemen. Het lampje brandt op het instrumentenpaneel of op het centrale kleurendisplay van het navigatiesysteem.Indien uw auto voorzien is van een display, gaat een waarschuwingslampje altijd branden in combinatie met een aanvullende melding om u te helpen bij het opsporen van de storing. Raadpleeg indien nodig het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.ControlelampjebrandtOorzaakActies / Opmerkingen STOP permanent, alleenof in combinatiemet een ander waarschuwingslampje,een geluidssignaal en een melding op het display. Dit waarschuwingslampje brandtbij een ernstige storing in het remsysteem, de stuurbekrachtiging,het motoroliecircuit, het koelcircuit en bij een lekke band.

Zet de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats stil, want de motor kan onder het rijden afslaan. Zet het contact af en neem contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Te hogekoelvloeistoftemperatuur permanent rood. De temperatuur van de koelvloeistof is te hoog. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats. Wacht met het eventueel bijvullen van de koelvloeistof tot de motor is afgekoeld. Als het probleem zich blijft voordoen, raadpleeg dan het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Motoroliedruk permanent. Er is een storing in de motorsmering. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats. Parkeer de auto, zet het contact af en raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

43Controle tijdens het rijdenControlelampjebrandt Oorzaak Acties / OpmerkingenLaadstroom accupermanent. Er is een storing in het laadstroomcircuitvan de accu (vervuilde of losgeraakteaccuklemmen, aandrijfriem dynamo ontspannen of gebroken...).Het lampje moet bij het starten van de motor uitgaan. Parkeer de auto op een veilige plek.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is. Remsysteempermanent, incombinatie met het STOP-lampje. Het remvloeistofniveau is te laag . Zet de auto zo snel mogelijk stil, in veiligeomstandigheden. Vul het niveau bij met de door CITROËNvoorgeschreven remvloeistof. Als het probleem zich blijft voordoen, laat het systeem dan controleren door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. +permanent, incombinatie methet storingslampje van de elektrischeparkeerrem, indien deze is vrijgezet.

Er is een storing in het remcircuit. Zet de auto zo snel mogelijk stil, in veilige omstandigheden. Zet het contact af en raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats . + permanent, incombinatie met het STOP-LAMPJE en het ABS-lampje. Er is een storing in de elektronische remdrukregelaar (EBD).Zet de auto zo snel mogelijk stil, in veiligeomstandigheden. Laat het systeem controleren door hetCITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.

ControlelampjebrandtOorzaakActies / OpmerkingenElektrischeparkeerrem knipp ert. Het aantrekken of vrijzetten van de elektrische parkeerrem is onderbroken. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats. Parkeer de auto op een horizonale ondergrond, zet het contact af en raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.+Storingelektrischeparkeerrem permanent. Er is een storing in de elektrischeparkeerrem. Het automatisch aantrekken/vrijzetten is niet meer mogelijk. Raadpleeg zo snel mogelijk het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. De rem kan handmatig worden vrijgezet via de speciale noodontgrendeling. Raadpleeg voor meer informatie over de elektrische parkeerrem het hoofdstuk "Rijden".Een of meer portieren geopend permanent, bij eensnelheid lager dan 10 km/h. Een portier of de achterklep is nietgoed gesloten. Sluit het desbetreffende carrosseriedeel.

permanent incombinatie met eengeluidssignaal, bij een snelheid hoger dan10 km/h. * Afhankelijk van het land van bestemming. Gordel los * permanent, daarnaknipperend, vergezeld van eengeluidssignaal. De bestuurder of de passagier voorinheeft zijn gordel niet vastgemaakt . Rol de gordel uit en steek de gesp in de gordelsluiting. Dit lampje is een aanvulling op de informatie die door de waarschuwingslampjes in de dakconsole wordt gegeven. Minstens één achterpassagier heeft zijn gordel niet vastgemaakt.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Citroën DS4 (2011) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden