Citroën DS3 (2015) Handleiding

Citroën Auto DS3 (2015)

Bekijk gratis de handleiding van Citroën DS3 (2015) (78 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 70 mensen. Heb je een vraag over Citroën DS3 (2015) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

INSTRUCTIEBOEKJE

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Citroën
Categorie: Auto
Model: DS3 (2015)

Handleiding Citroën DS3 (2015) – volledige tekst

De online-gebruiksaanwijzingAls de rubriek "MyCITROËN" niet beschikbaar is op de website van Citroën voor uw land, kunt u uw gebruiksaanwijzing op het volgende internetadres raadplegen: http://service.citroen.com/ddb/Uw gebruiksaanwijzing is ook te vinden op de website van Citroën, in de rubriek " MyCITROËN".Selecteer:Selecteer een van de volgende toegangen om uw gebruiksaanwijzing online te raadplegen...Op deze persoonlijke pagina vindt u informatie over onze producten en diensten en kunt u rechtstreeks contact opnemen met het merk.de taal,het model van uw auto en de carrosserie-uitvoering,de uitgifteperiode van uw gebruiksaanwijzing die overeenkomt met de eerste registratiedatum van uw auto.Scan deze code voor directe toegang tot uw gebruiksaanwijzing.Als u de gebruiksaanwijzing online raadpleegt, hebt u tevens toegang tot de meest recente informatie.

Citroën beschikt wereldwijd over, een uitgebreid gamma modellen, Modellen die worden gekenmerkt door,een geraffineerde mix van hoogwaardige techniek en constante innovatie, evenals een moderne en creatieve benadering, van het begrip mobiliteit.Wij danken u voor uw keuze en wensen u veel plezier met uw auto.Om optimaal en in alle veiligheid gebruik te kunnen maken van uw auto is het lezen van de hoofdstukken met uitgebreide informatie noodzakelijk.Uw auto is, afhankelijk van het uitrustingsniveau, de uitvoering en de specifieke kenmerken voor het land waarvoor uw auto bestemd is, slechts van een deel van de in dit boekje vermelde uitrustingen voorzien.Het monteren van elektrische uitrustingen of accessoires die niet onder een artikelnummer in het assortiment van CITROËN voorkomen, kan storingen in het elektronische systeem van uw auto veroorzaken.

Neem contact op met een vertegenwoordiger van het merk CITROËN om u te laten informeren over het assortiment uitrustingen en accessoires voorzien van een artikelnummer.Achter het stuur van uw nieuwe auto, geniet u optimaal,als u elke uitrusting, elke schakelaar en elke instelling kent.Goede reis.Wij maken u attent op het volgende:

BuitenzijdeStickerset voor persoonlijke stylingDeze bestickering maakt deel uit van een divers gamma aan leverbare stickersets voor de buitenkant, waarmee u uw auto kunt verfraaien en een persoonlijk tintje kunt geven.Follow me home-verlichtingNa het afzetten van het contact blijven de koplampen nog enkele seconden branden om het uitstappen in het donker te vergemakkelijken.Active City BrakeDit systeem is bedoeld om een kop-staartbotsing te voorkomen of, wanneer dit niet mogelijk is, de snelheid te verlagen waarmee de voorligger wordt geraakt. Het grijpt in als de bestuurder niet of onvoldoende reageert.241135157Stop & Start-systeemDit systeem zet de motor tijdelijk af (STOP-stand) als de auto stilstaat (bij rood licht, opstoppingen enz.). De motor wordt automatisch weer gestart (START-stand) als u weer weg wilt rijden.

Het Stop & Start-systeem zorgt voor een lager brandstofverbruik, minder uitstoot van schadelijke stoffen en een lager geluidsniveau in het interieur tijdens het wachten.118

9OverzichtBandenspanningscontrolesysteemDit systeem controleert automatisch de bandenspanning tijdens het rijden en waarschuwt u wanneer de spanning van een band te laag wordt.150202BandenreparatiesetMet deze complete set, bestaande uit een compressor en een flacon met afdichtmiddel, kunt u een noodreparatie aan een band uitvoeren.Buitenzijde126Parkeerhulp achterDeze functie waarschuwt u tijdens het achteruitrijden voor obstakels achter de auto.128AchteruitrijcameraDeze camera wordt automatisch geactiveerd als de achteruitversnelling wordt ingeschakeld. De beelden van de camera worden weergegeven op het scherm.

InterieurSfeerverlichtingHet gedimde licht van de sfeerverlichting verbetert bij weinig buitenlicht het zicht in het interieur. De verlichting bestaat uit verscheidene lampen die in de voetenruimte en in het onderste opbergvak van het dashboard zijn aangebracht.OpschakelindicatorAfhankelijk van de rijomstandigheden en uw rijstijl kan dit systeem u adviseren op te schakelen om het brandstofverbruik te verminderen.ParfumeurDe in het ventilatiesysteem opgenomen parfumeur zorgt voor de verspreiding van een aangename geur (naar keuze) in het gehele interieur.Automatische airconditioningDeze functie maakt het mogelijk de airconditioning op een bepaald comfortniveau in te stellen.

Als bij het instappen blijkt dat de temperatuur in de auto hoog is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters alvorens de airconditioning in te schakelen. Sluit vanaf een snelheid van 50 km/h de ruiten, maar laat de ventilatieroosters geopend. Gebruik de voorzieningen in het interieur die de temperatuurstijging kunnen beperken (blinderingspaneel van het panoramadak, zonneschermen, enz. ). Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning). Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn als deze niet automatisch worden aangestuurd. Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit. Schakel de verlichting en de mistlampen uit als het zicht voldoende is.

Laat de motor vooral 's winters na het starten niet stationair warmdraaien, maar rijd zo snel mogelijk weg: uw auto warmt sneller op als u rijdt. Eco-rijdenDoor in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kunt u het brandstofverbruik en de CO 2-uitstoot van uw auto verminderen. Maak optimaal gebruik van de versnellingsbakAls uw auto is voorzien van een handgeschakelde versnellingsbak, rijd dan rustig weg, schakel zo snel mogelijk de tweede versnelling in en schakel bij het accelereren bij voorkeur relatief snel over naar een hogere versnelling. Als uw auto is voorzien van een automatische transmissie of een elektronisch gestuurde versnellingsbak, gebruik dan bij voorkeur de automatische stand en trap het gaspedaal niet bruusk of diep in.

De schakelindicator adviseert u de versnelling in te schakelen die het best geschikt is voor de rijomstandigheden: volg het op het instrumentenpaneel weergegeven schakeladvies zo snel mogelijk op. Bij auto's met een elektronisch gestuurde versnellingsbak of een automatische transmissie wordt de opschakelindicator uitsluitend in de handmatige stand weergegeven.

Kies voor een soepele rijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in. Als u deze aanwijzingen naleeft, neemt het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot af en wordt de geluidsoverlast door het verkeer beperkt. Gebruik op slimme wijze de elektrische voorzieningenAls het verkeer goed doorstroomt, gebruik dan vanaf een snelheid van ongeveer 40 km/h de snelheidsregelaar (indien aanwezig). Sluit als passagier zo min mogelijk multimedia-apparatuur (DVD-speler, MP3-speler, spelcomputer, enz. ) op de auto aan om het elektriciteitsverbruik, en dus het brandstofverbruik, te beperken. Koppel externe apparatuur los als u de auto verlaat.

Gebruik liever een dakkoffer.Verwijder na gebruik de dakdragers en het imperiaal.Vervang na de winter zo snel mogelijk de winterbanden door zomerbanden.Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer regelmatig de bandenspanning (bij koude banden), houd u daarbij aan de bandenspanning die staat vermeld op de sticker op de portiersponning aan bestuurderszijde.Controleer de bandenspanning met name: - voor een lange rit, - bij de wisseling van de seizoenen, - als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt.Vergeet niet de bandenspanning van het reservewiel en van de wielen van de aanhanger of de caravan te controleren.Laat uw auto regelmatig onderhouden (olie verversen, oliefilter, luchtfilter en interieurfilter vervangen, enz.) en houd u daarbij aan het in het garantie- en onderhoudsboekje voorgeschreven interval.Uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor: bij een storing in het SCR-systeem stoot de auto schadelijke stoffen uit.

Ga zo spoedig mogelijk naar het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om de uitstoot van stikstofoxiden terug te brengen tot onder de wettelijke normen.Laat bij het tanken het vulpistool niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u dat brandstof uit de tank stroomt.U zult bij een nieuwe auto merken dat pas na 3000 km het gemiddelde brandstofverbruik zich stabiliseert.

19Controle tijdens het rijdenDisplay E. Onderhoudsintervalindicator (km of miles), vervolgens, kilometerteller. Deze twee functies worden achtereenvolgens na het aanzetten van het contact weergegeven. F. Olieniveaumeter. Na het aanzetten van het contact wordt gedurende enkele seconden het olieniveau weergegeven. A. Snelheidsbegrenzer (km/h of mph) of Snelheidsregelaar. B. Opschakelindicator. C. Informatie EGS-versnellingsbak of automatische versnellingsbak. D. Actieradius (km of mijlen) of Dagteller.

21Controle tijdens het rijdenDisplay C. Onderhoudsintervalindicator (km of miles), vervolgens, kilometerteller. Deze twee functies worden achtereenvolgens na het aanzetten van het contact weergegeven. D. Olieniveaumeter. Na het aanzetten van het contact wordt gedurende enkele seconden het olieniveau weergegeven. A. Snelheidsbegrenzer (km/h of mph) of Snelheidsregelaar. B. Actieradius (km of mijlen) of Dagteller.

De controle- en waarschuwingslampjes geven de bestuurder informatie over de werking van een systeem (controlelampje dat aangeeft of een systeem ingeschakeld of uitgeschakeld is) of waarschuwen de bestuurder in het geval van een storing (waarschuwingslampje).Controle- en waarschuwingslampjesBijbehorende waarschuwingenSommige lampjes kunnen gaan branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display.De lampjes kunnen constant branden of knipperen.Een aantal lampjes heeft beide mogelijkheden.

Of het constant branden of knipperen van een lampje duidt op een storing, is afhankelijk van de werkingsfase van de auto.Als het lampje blijft branden, controleer dan voordat u gaat rijden welke functie het betreft.Het controlelampje voor de passagiersairbag blijft na het aanzetten van het contact nog ongeveer een minuut branden, ook nadat de motor is gestart.Bij het aanzetten van het contactAls het contact wordt aangezet, gaan bepaalde waarschuwingslampjes enkele seconden branden.Zodra de motor wordt gestart, moeten deze lampjes weer uitgaan.

Controlelampje brandt Oorzaak Acties / OpmerkingenVoorgloeien dieselmotor permanent. De sleutel staat in de tweede stand (contact) van het contactslot.Wacht met starten tot het controlelampje uitgaat.De wachttijd is afhankelijk van de weersomstandigheden (in extreme gevallen 30 seconden).Als de motor niet wil aanslaan, zet dan het contact af. Zet het contact dan weer aan en wacht opnieuw tot het lampje uitgaat voordat u de motor start. Handrem permanent. De handrem is aangetrokken of niet goed vrijgezet.Zet de handrem vrij zodat het verklikkerlampje uitgaat; trap het rempedaal in.Houd u aan de veiligheidsvoorschriften.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de handrem.

Stop & Start permanent.Het Stop & Start-systeem heeft de motor in de STOP-stand gezet (verkeerslicht, stopbord, opstopping, enz.).Het lampje gaat uit en de motor wordt automatisch gestart als u wilt wegrijden.knippert enkele seconden en gaat dan uit.De STOP-stand is nu niet beschikbaar.ofDe motor wordt automatisch in de START-stand gezet.Raadpleeg voor meer informatie over de bijzonderheden van de STOP- en START-stand de rubriek "Stop & Start".

25Controle tijdens het rijdenVoet op het rempedaal permanent. Het rempedaal moet worden ingetrapt.Trap bij de gestuurde handgeschakelde versnellingsbak het rempedaal in om de motor te starten (selectiehendel in stand N). Bij de automatische versnellingsbak moet u bij een draaiende motor en voordat u de handrem vrijzet het rempedaal intrappen om de selectiehendel vanuit stand in een andere stand te kunnen zetten.PAls u de handrem vrijzet zonder het rempedaal in te trappen, zal dit controlelampje blijven branden. knippert. Als u de auto met een gestuurde handgeschakelde versnellingsbak op een helling te lang probeert tegen te houden door het gaspedaal in te trappen, raakt de koppeling oververhit.Gebruik het rempedaal en/of de handrem.Automatische ruitenwissers permanent. De ruitenwisserschakelaar is naar beneden bewogen.De automatische stand van de ruitenwissers vóór is geactiveerd.

Verklikkerlampjes uitgeschakelde functiesDe volgende verklikkerlampjes geven aan dat de desbetreffende functie handmatig is uitgeschakeld.Soms klinkt er ook een geluidssignaal en verschijnt er een bericht op het multifunctionele display. Controlelampje brandt Oorzaak Acties / Opmerkingen Passagiersairbag permanent. De schakelaar in het dashboardkastje staat in de stand "OFF".De frontairbag aan passagierszijde is uitgeschakeld.U kunt een kinderzitje met de "rug in de rijrichting" plaatsen, behalve in het geval van een storing in het airbagsysteem (verklikkerlampje airbags brandt).Zet de schakelaar in de stand " " om de frontairbag ONaan passagierszijde in te schakelen. Bevestig in dit geval op deze zitplaats geen kinderzitje met de "rug in de rijrichting".

27Controle tijdens het rijdenWaarschuwingslampjesAls bij draaiende motor of tijdens het rijden een van de volgende waarschuwingslampjes gaat branden, wijst dit op een storing in het desbetreffende systeem en moet de bestuurder actie ondernemen.Lees in het geval van een storing waarbij een waarschuwingslampje gaat branden de aanvullende informatie, die via een melding op het multifunctionele display wordt weergegeven.Raadpleeg indien nodig het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Controlelampje brandt Oorzaak Acties / Opmerkingen STOP permanent, alleen of in combinatie met een ander controlelampje, een geluidssignaal en een bericht op het display.Dit controlelampje brandt bij een ernstige storing aan het remsysteem of bij een te hoge koelvloeistoftemperatuur.Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats, omdat de motor onder het rijden kan afslaan.Zet het contact af en neem contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Service tijdelijk.

Er is een kleine storing opgetreden waarbij geen specifiek controlelampje gaat branden.Identificeer de storing met behulp van de melding op het display zoals bijvoorbeeld: - het motorolieniveau, - het niveau van de ruitensproeiervloeistof, - de batterij van de afstandsbediening, - vervuiling van het roetfilter, bij uitvoeringen met dieselmotor (zie hoofdstuk "Controles - rubriek Roetfilter").Raadpleeg in andere gevallen het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats. permanent. Er is een ernstige storing opgetreden waarbij geen specifiek controlelampje gaat branden.Identificeer de storing met behulp van de melding op het display en raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Remsysteem permanent, in combinatie met het STOP-lampje. Het remvloeistofniveau is te laag. Stop onmiddellijk op een veilige plek.Vul het niveau bij met remvloeistof voorzien van een artikelnummer van CITROËN.Als het probleem zich blijft voordoen, laat het systeem dan controleren door het CITROËN-netwerk of door eengekwalificeerde werkplaats.+permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje ABS en het STOP-lampje.Er is een storing in de elektronische remdrukregelaar (EBD).Stop onmiddellijk op een veilige plek.Laat het systeem controleren door het CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. Controlelampje brandt Oorzaak Acties / OpmerkingenAntiblokkeersysteem (ABS) permanent.

Er is een storing in het antiblokkeersysteem.De normale remwerking blijft behouden.Rijd voorzichtig met lage snelheid en raadpleeg zo snel mogelijk het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Dynamische stabiliteitscontrole (ESP/ASR) knippert. De ESP-/ASR-regeling is actief. Deze functie verbetert de aandrijving en zorgt voor een betere koersstabiliteit.permanent, gekoppeld aan het branden van het lampje van de toets "ESP OFF" in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het scherm. Het ESP-/ASR-systeem is defect. Laat het systeem controleren door het CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.

29Controle tijdens het rijden Controlelampje brandt Oorzaak Acties / OpmerkingenZelfdiagnose motor knippert. Er is een storing in het motormanagementsysteem.Kans op beschadiging van de katalysator.Laat dit controleren door het CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. permanent. Er is een storing in de emissieregeling.Het verklikkerlampje moet doven als de motor wordt gestart.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is.Laag brandstofniveau permanent.

Als het lampje gaat branden zit er nog in ongeveer 5 liter brandstofde tank.Ga zo snel mogelijk tanken om te voorkomen dat u met een lege tank strandt.Dit verklikkerlampje gaat elke keer na het aanzetten van het contact branden zolang er niet voldoende brandstof getankt is.Inhoud brandstoftank: ongeveer 50 liter (benzine), 46 liter (diesel) of 33 liter (LPG); (Afhankelijk van de uitvoering: ongeveer 30 liter (benzine of diesel)).Rijd nooit door tot de tank helemaal leeg is, hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken.Te hoge koelvloeistoftemperatuur permanent. De temperatuur van de koelvloeistof is te hoog.Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.Wacht met het eventueel bijvullen van de koelvloeistof tot de motor is afgekoeld.Als het probleem zich blijft voordoen, raadpleeg dan het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Controlelampje brandt Oorzaak Acties / Opmerkingen Motoroliedruk permanent. Er is een storing in de motorsmering. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.Parkeer de auto, zet het contact af en raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Laadstroom accu permanent. Er is een storing in het laadstroomcircuit van de accu (vervuilde of losgeraakte accuklemmen, aandrijfriem dynamo ontspannen of gebroken...).Het lampje moet bij het starten van de motor uitgaan. Parkeer de auto op een veilige plek.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is.Een of meer portieren geopendpermanent, bij een snelheid lager dan 10 km/h.Een portier of de achterklep is niet goed gesloten. Sluit het desbetreffende carrosseriedeel.permanent in combinatie met een geluidssignaal, bij een snelheid hoger dan 10 km/h.

31Controle tijdens het rijden Airbags tijdelijk. Het lampje brandt gedurende enkele seconden en dooft als het contact wordt aangezet.Het lampje moet doven zodra de motor wordt gestart.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is. permanent. Er is een storing in een van de airbags of de pyrotechnische gordelspanners.Laat dit controleren door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Controlelampje brandt Oorzaak Acties / OpmerkingenVeiligheidsgordel niet vastgemaakt of losgemaaktpermanent, en knippert vervolgens in combinatie met een in volume toenemend geluidssignaal.De bestuurder en/of de voorpassagier heeft zijn veiligheidsgordel niet vastgemaakt of losgemaakt.Trek aan de gordel en klik de gesp vast in de gesphouder.Stuurbekrachtiging permanent.

Er is een storing met betrekking tot de stuurbekrachtiging.Rijd voorzichtig en met lage snelheid.Laat het systeem nakijken door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Controlelampje brandt Oorzaak Acties / OpmerkingenBandenspanning te laagpermanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding.De bandenspanning van een of meerdere wielen is te laag.Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning.De controle dient bij voorkeur bij koude banden te worden uitgevoerd.Elke keer nadat u een of meer banden op spanning hebt gebracht en na het verwisselen van een of meer wielen, moet u het systeem resetten.Raadpleeg voor meer informatie de rubriek "Detectie te lage bandenspanning"+knippert en brandt vervolgens permanent, in combinatie met het verklikkerlampje Service.Er zit een storing in de functie: de bandenspanning wordt niet meer gecontroleerd.Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning.Laat het systeem controleren door het CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.

33Controle tijdens het rijden Controlelampje brandt Oorzaak Acties / Opmerkingenadditief AdBlue® (BlueHDi-diesel)permanent zodra het contact is aangezet, in combinatie met een geluidssignaal en een melding van het aantal kilometers dat u nog kunt rijden.De actieradius ligt tussen de 600 en 2400 km.Laat het AdBlue®-reservoir snel bijvullen: neem contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats of vul zelf het reservoir bij. Raadpleeg daarvoor de desbetreffende rubriek.+knippert, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE, een geluidssignaal en een melding van het aantal kilometers dat u nog kunt rijden.De actieradius ligt tussen de 0 en 600 km.Laat het AdBlue®-reservoir zo snel mogelijk bijvullen om storingen te voorkomen: neem contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats of vul zelf het reservoir bij.

Raadpleeg daarvoor de desbetreffende rubriek.knippert, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE, een geluidssignaal en een melding dat starten niet is toegestaan.Het AdBlue®-reservoir is leeg: het starten van de motor wordt geblokkeerd door het wettelijk verplichte startblokkeringssysteem.Om de motor te kunnen starten u het AdBluemoet ®-reservoir (laten) bijvullen: neem contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats of vul zelf het reservoir bij. Raadpleeg daarvoor de desbetreffende rubriek.U het reservoir bijvullen met minimaal 3,8 liter moetAdBlue ®.

Controlelampje brandt Oorzaak Acties / Opmerkingen++SCR-emissieregelsysteem(BlueHDi-diesel)permanent zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE en het verklikkerlampje zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding met betrekking tot een storing in het emissieregelsysteem.Er is een storing in het SCR-emissieregelsysteem.Deze waarschuwing verdwijnt zodra de uitstoot van uitlaatgassen weer aan de normen voldoet.knippert zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE en het verklikkerlampje zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding met betrekking tot de actieradius.De actieradius ligt tussen de 0 en 1100 km.Raadpleeg zo snel mogelijk het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om .storingen te voorkomenknippert zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE en het verklikkerlampje zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding dat starten niet is toegestaan.U hebt de toegestane actieradius overschreden: het starten van de motor wordt geblokkeerd door het startblokkeringssysteem.Neem contact op met het verplichtCITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om de motor weer te kunnen starten.

35Controle tijdens het rijdenAls bij draaiende motor de wijzer zich bevindt in:- zone A, is de temperatuur in orde,- zone B, is de temperatuur te hoog. De waarschuwingslampjes STOP en het koelvloeistoftemperatuurlampje 1 gaan rood branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display.Stop zo snel mogelijk op een veilige plaats.Wacht enkele minuten voordat u de motor afzet.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.KoelvloeistoftemperatuurmeterDe temperatuur en de druk in het koelcircuit beginnen na enkele minuten rijden te stijgen.Om koelvloeistof bij te vullen: F wacht tot de motor is afgekoeld, F draai de dop twee omwentelingen los om de druk te laten dalen, F verwijder vervolgens de dop, F vul bij tot aan het merkteken "MAXI".

De onderhoudsindicator geeft aan hoeveel kilometer u nog verwijderd bent van de eerstvolgende onderhoudsbeurt volgens het onderhoudsschema van de fabrikant.OnderhoudsindicatorDe afstand tot de eerstvolgende beurt is 1000 tot 3000 kmAls het contact wordt aangezet, gaat gedurende 5 seconden de onderhoudssleutel branden.

De kilometerteller geeft de resterende kilometers tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan.Voorbeeld: de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt bedraagt 2800 km.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan :5 seconden na het aanzetten van het contact, verdwijnt de sleutel; de teller geeft de kilometerstand aan.Bij de BlueHDi-uitvoeringen met dieselmotor heeft de mate van vervuiling van de motorolie ook invloed op de berekening (volgens land van bestemming).Deze termijn wordt berekend op basis van de laatste reset van de onderhoudsindicator en is afhankelijk van het aantal afgelegde kilometers en de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt.De afstand tot de eerstvolgende beurt is meer dan 3000 kmAls het contact wordt aangezet, verschijnt er geen onderhoudsinformatie op het display.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Citroën DS3 (2015) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden