Cannondale SuperSix Evo Neo Handleiding

Cannondale Fiets E-bike SuperSix Evo Neo

Bekijk gratis de handleiding van Cannondale SuperSix Evo Neo (102 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets E-bike. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen. Heb je een vraag over Cannondale SuperSix Evo Neo of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/102
Bicycle Owner‘s Manual
WARNING
THIS MANUAL CONTAINS IMPORTANT SAFETY,
PERFORMANCE AND SERVICE INFORMATION.
Read it before you take the first ride on your new
bicycle, and keep it for reference.

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Cannondale
Categorie: Fiets E-bike
Model: SuperSix Evo Neo

Handleiding Cannondale SuperSix Evo Neo – volledige tekst

1126517/NL 08/2018GEBRUIK VAN DEZE HANDLEIDINGCannondale etshandleidingDeze handleiding bevat belangrijke informatie met betrekking tot uw veiligheid en het juiste gebruik van etsen. De handleiding wordt met al onze etsen meegeleverd. De handleiding bestaat uit twee delen:DEEL IIs een algemene handleiding over de juiste werking en het juiste gebruik van etsen. Deze algemene informatie wordt door vele etsfabrikanten gebruikt. De meeste aspecten van etsen zijn algemeen of “generiek”. DEEL I van deze handleiding is de 9th editie van de algemene handleiding. DEEL IIBevat specieke informatie over Cannondale etsen en zaken die belangrijk zijn om over onze etsen te weten. Een handleiding alleen is niet genoeg om u te leren rijden. Zelfs een handleiding met het formaat van een encyclopedie kan nooit elke combinatie van ets, rijder en omstandigheden belichten.

De Cannondale handleidingen en supplementen richten zich dus op de ets en niet op het leren rijden. Deze handleiding is niet bedoeld als complete gebruiks-, onderhouds- en reparatiehandleiding. Ze bevat geen montage-instructies. Ze is ook geen onderhoudshandleiding voor onderdelen van uw ets. Ga voor alle reparatie- of onderhoudswerkzaamheden naar uw dealer. Uw dealer kan u wellicht ook verwijzen naar cursussen of boeken over etsgebruik en -onderhoud. Supplementen bij de handleidingDe supplementen bij deze handleiding bieden belangrijke modelspecieke informatie met betrekking tot veiligheid, onderhoud en techniek. De supplementen vormen geen vervanging voor deze of enig andere handleiding voor uw ets. U kunt Adobe Acrobat PDF-versies van alle Cannondale handleidingen, supplementen of technische informatiebladen downloaden van onze website. Ga naar: http://www. cannondale.

Gebruik uitsluitend originele Cannondale vervangingsonderdelenHet is belangrijk voor uw veiligheid en de prestaties van uw Cannondale ets dat u uitsluitend originele Cannondale vervangingsonderdelen gebruikt voor HeadShok/Lefty -voorvorken, Cannondale achterbruggen en achterveringen, derailleurbevestigingen en andere framedelen. Deze onderdelen worden beschreven in de supplementen bij deze handleiding. Deze opmerking geldt niet voor breed verkrijgbare algemene etsonderdelen zoals derailleurs. Deze handleiding voldoet aan de EN-normen 14764, 14766 en 14781.

B Na een botsing of val. 41DEEL IIHOOFDSTUK A. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINFORMATIE. 4250Er is een breed scala aan blessures mogelijk. 42Een ets biedt geen bescherming. 42De inherente risico’s van etsen. 42Waarschuwingssticker. 43Fietsen in het verkeer. 43Fietsen in de schemering of in het donker. 44Overspuiten. 45Aanpassingen. 45Kinderzitjes. 46Kinderen en hometrainers. 45Fietsen hebben scherpe randen. 46Bar Ends. 46Accessoires monteren. 46Aërodynamische sturen. 47Over frametrillingen. 48Contact tussen voet en voorwiel. 48Grootte van banden. 49Compatibiliteit van band- en velgdruk. 49Remkrachtmodulators. 50Andere remsystemen. 50Aandrijfsystemen. 50HOOFDSTUK B. GEBRUIKSDOEL. 5159Dit hoofdstuk bevat ook informatie over gewichtslimieten.

4DEEL IALGEMENE WAARSCHUWINGZoals bij elke sport bestaat er bij etsen risico op letsel en schade. Als u gaat etsen aanvaardt u dat risico, daarom is het belangrijk dat u bekend bent met de regels voor veilig en verantwoordelijk rijden en correct gebruik en onderhoud. Correct gebruik en onderhoud van uw ets verkleint het risico op letsel. Deze handleiding bevat veel waarschuwingen met betrekking tot de gevolgen van slecht onderhouden of inspecteren van uw ets en onveilig rijgedrag. De combinatie van het veiligheidssymbool en het woord WAARSCHUWING duidt op een potentieel gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, kan resulteren in ernstig letsel of overlijden. De combinatie van het veiligheidssymbool en de woorden LET OP duidt op een potentieel gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, kan leiden tot licht of middelzwaar letsel, of waarschuwt tegen onveilig rijgedrag.

Het woord LET OP zonder het veiligheidssymbool duidt op een situatie die, indien niet vermeden, kan resulteren in ernstige schade aan de ets of vervallen van de garantie. Veel waarschuwingen hebben betrekking op verlies van de controle over de ets en vallen. Omdat elke val kan resulteren in ernstig letsel en zelfs overlijden, herhalen we niet altijd de waarschuwing voor mogelijk letsel en overlijden. Aangezien het onmogelijk is om alle situaties die zich tijdens het rijden kunnen voordoen te voorzien, biedt deze handleiding geen instructies voor het veilige gebruik van de ets onder alle omstandigheden. Aan etsen zijn risico’s verbonden die niet kunnen worden voorspeld of vermeden, en die volledig voor verantwoordelijkheid van de rijder komen.

U dient ook te waarborgen dat uw kind bekend is met het veilige gebruik van de ets en de toepasselijke verkeersregels en zich in het verkeer veilig en verantwoordelijk gedraagt. Als ouder dient u deze handleiding te lezen en de waarschuwingen en functie- en bedieningsinformatie met uw kind door te nemen alvorens uw kind met de ets te laten rijden. WAARSCHUWINGLAAT UW KIND ALTIJD EEN GOEDGEKEURDE FIETSHELM DRAGEN TIJDENS HET FIETSEN, MAAR ZORG OOK DAT UW KIND BEGRIJPT DAT EEN FIETSHELM UITSLUITEND BEDOELD IS VOOR FIETSEN EN MOET WORDEN AFGEZET ALS HIJ OF ZIJ NIET RIJDT. De helm mag niet worden gedragen bij het spelen, op speelterreinen, op speeltoestellen, bij boomklimmen en elke andere activiteit anders dan het rijden met een ets. Het niet opvolgen van deze waarschuwing kan resulteren in ernstig letsel of overlijden.

5HOOFDSTUK 1. ALLEREERSTOPMERKING: We raden u sterk aan deze handleiding volledig door te lezen alvorens met de ets te gaan rijden. Lees in elk geval elk punt in dit hoofdstuk en raadpleeg de toepasselijke hoofdstukken als u enig onderwerp niet volledig begrijpt. Let erop dat niet alle etsen alle in deze handleiding beschreven kenmerken hebben. Vraag uw dealer om uitleg over de specieke kenmerken van uw ets. 1. A  FIETSMAAT1. Heeft uw ets de juiste maat. Raadpleeg om dit te controleren HOOFDSTUK 3. A. Als uw ets te groot of te klein voor u is, kunt u de controle over de ets verliezen en vallen. Als uw nieuwe ets niet de juiste maat heeft, ruil deze dan bij de dealer alvorens te gaan rijden. 2. Is de zadelhoogte correct. Raadpleeg om dit te controleren hoofdstuk 3. B. Volg bij het afstellen van de zadelhoogte de instructies voor de maximumstand in hoofdstuk 3. B. 3.

Zijn het zadel en de zadelpen stevig vastgezet. Een goed vastgezet zadel kan in geen enkele richting worden bewogen. Zie hoofdstuk 3. B. 4. Staan de stuurpen en het stuur op de juiste hoogte. Als dat niet het geval is, zie dan hoofdstuk 3. C. 5. Kunt u comfortabel de remmen bedienen. Als dat niet het geval is, kunt u mogelijk de remhendels afstellen. Zie hoofdstuk 3. D en 3. E. 6. Bent u volledig bekend met de bediening van uw nieuwe ets. Als dat niet het geval is, laat dan uw dealer alle functies of kenmerken uitleggen die u niet begrijpt. 1. B  VEILIGHEID VOOROP1. Draag altijd een goedgekeurde etshelm tijdens het etsen volg de instructies van de helmfabrikant voor de pasvorm, het gebruik en onderhoud. 2. Beschikt u over alle andere verplichte en aanbevolen veiligheidsmiddelen. Zie hoofdstuk 2.

Rijden met verkeerd afgestelde snelspanners kan resulteren in slingeren of loskomen van het wiel, met mogelijk ernstig letsel of overlijden tot gevolg. 4. Als uw ets is voorzien van toeclips of cliploze pedalen, zorg dan dat u vertrouwd bent met de werking ervan (zie hoofdstuk 4. E). Voor het gebruik van deze pedalen zijn specieke technieken en vaardigheden vereist. Volg de instructies van de fabrikant voor gebruik, afstelling en onderhoud. 5. Komt uw voet in contact met het voorwiel. Bij kleinere etsen kan uw voet of toeclip in contact komen met het voorwiel als een pedaal geheel naar voren staat en het stuur wordt gedraaid. Zie hoofdstuk 4. E. als uw voet het voorwiel raakt. 6. Is uw ets voorzien van vering. Als dit het geval is, lees dan hoofdstuk 4. F. Vering kan het rijgedrag van de ets beïnvloeden. Volg de instructies van de fabrikant voor gebruik, afstelling en onderhoud.

6DEEL I1. C  MECHANISCHE VEILIGHEIDSCONTROLEControleer de conditie van uw ets standaard voor elke rit. Moeren, bouten, schroeven en andere bevestigingsmiddelenOmdat fabrikanten een breed scala aan bevestigingsmiddelen gebruiken van uiteenlopende materialen die vaak nog per model of onderdeel verschillen, is het niet mogelijk een algemene richtlijn te geven voor de juiste aanhaalmomenten. Zorg dat de vele verschillende bevestigingsmiddelen op uw ets met het juiste moment zijn aangehaald. Zie pagina 78. Raadpleeg altijd de informatie over aanhaalmomenten in de instructies van de fabrikant van het betreende onderdeel. Voor het op juiste wijze vastdraaien van een bevestiging is een gekalibreerde momentsleutel vereist. Laat de bevestigingsmiddelen op uw ets vastzetten door een professionele etsmonteur met een momentsleutel.

Als u zelf werkzaamheden wilt uitvoeren aan uw ets, dient u een momentsleutel te gebruiken en de juiste aanhaalmomenten op te vragen bij de ets- of onderdelenfabrikant of bij uw dealer. Als u thuis of onderweg een afstelling wilt wijzigen, ga dan voorzichtig te werk en laat de bevestigingsmiddelen waaraan u hebt gewerkt zo snel mogelijk controleren door uw dealer. WAARSCHUWINGHET AANHAALMOMENT VAN BEVESTIGINGSMIDDELEN – MOEREN, BOUTEN, SCHROEVEN – OP UW FIETS IS BELANGRIJK. Bij een te laag aanhaalmoment kan de bevestiging loskomen. Bij een te hoog aanhaalmoment kan de schroefdraad vervormen of kan het bevestigingsmiddel uitrekken of breken. Een verkeerd aanhaalmoment kan resulteren in een defect, waardoor u de controle over de ets kunt verliezen en kunt vallen. Make sure nothing is loose. Lift the front wheel o the ground by two or three inches, then let it bounce on the ground.

Banden en wielenZorg dat de banden de juiste spanning hebben (zie hoofdstuk 4. G. 1). Controleer de bandenspanning door één hand op het zadel te plaatsen en de andere op de verbinding van stuur en stuurstang en vervolgens op de ets omlaag te drukken. Vergelijk wat u ziet met hoe het oogt wanneer de banden de juiste spanning hebben en pas de spanning indien nodig aan. Zijn de banden in goede staat. Draai de wielen langzaam rond en controleer op insnedes in het loopvlak en de wang. Vervang beschadigde banden alvorens met de ets te gaan rijden. Zijn de wielen recht. Draai elk wiel afzonderlijk rond en controleer op velgslingering. Als een velg ook maar enigszins slingert of de remblokken raakt, breng de ets dan naar een goede etsenmaker om het wiel te laten richten. LET OPVoor een juiste remwerking moeten de wielen recht zijn.

Het richten van wielen is een vaardigheid die speciaal gereedschap en ervaring vereist. Probeer niet om een wiel te richten tenzij u beschikt over de noodzakelijke kennis, ervaring en gereedschappen om de taak correct uit te voeren.

7Zijn de velgen schoon en onbeschadigd. Zorg dat de velgen schoon en niet beschadigd zijn aan de hiel van de buitenband en, wanneer u een rem met blokjes op de velg hebt, langs het remoppervlak. Controleer of een eventuele slijtage-indicator op de velg nergens zichtbaar is. WAARSCHUWINGDE VELGEN VAN FIETSEN ZIJN ONDERHEVIG AAN SLIJTAGE. Vraag uw dealer om meer informatie over de slijtage van velgen. Sommige velgen hebben een slijtage-indicator die zichtbaar wordt wanneer het remoppervlak van de velg te ver is afgesleten. Een zichtbare slijtage-indicator op de zijkant van een velg is een signaal dat de velg het einde van zijn maximale levensduur heeft bereikt. Rijden met een wiel dat aan het einde van zijn levensduur is, kan resulteren in een defect waardoor u de controle over de ets kunt verliezen en kunt vallen. RemmenControleer de remmen op een juiste werking (zie hoofdstuk 4. C).

Trek de remhendels in. Zijn de snelontspanners gesloten. Zitten alle bedieningskabels goed in de houders. Zijn de remblokken goed gericht en maken ze volledig contact met de velg. Raken de remblokken de velg binnen een remhendelslag van ca. 2 cm. Kan de maximale remkracht worden uitgeoefend zonder dat de remhendels het stuur raken. Als dit niet het geval is, moeten de remmen worden afgesteld. Rijd niet met de ets totdat de remmen goed zijn afgesteld door een professionele etsmonteur. WielborgsysteemControleer of het voor- en het achterwiel op juiste wijze zijn bevestigd. Zie hoofdstuk 4. A. ZadelpenWanneer uw zadelpen is uitgerust met een snelspanner om snel de hoogte te kunnen aanpassen, controleert u of deze goed is afgesteld en zich in de vergrendelde positie bevindt. Zie hoofdstuk 4. B.

Uitlijning van stuur en zadelZorg dat het zadel en de stuurstang parallel staan aan de bovenbuis van het frame en zo strak zijn vastgezet dat ze niet kunnen worden gedraaid. Zie hoofdstuk 3. B en 3. C. StuuruiteindenControleer of de stuurgrepen goed vastzitten en in goede toestand zijn.

Als dit niet het geval is, laat ze dan vervangen door de dealer. Controleer of de doppen in de uiteinden van het stuur en eventuele verlengstukken zitten. Als dit niet het geval is, plaats dan doppen voordat u gaat rijden. Als het stuur is voorzien van bar ends, zorg dan dat deze zo goed zijn vastgezet dat u ze niet kunt draaien. WAARSCHUWINGLOSSE OF BESCHADIGDE STUURGREPEN OF VERLENGSTUKKEN KUNNEN RESULTEREN IN CONTROLEVERLIES EN EEN VAL. HET ONTBREKEN VAN DOPPEN IN DE UITEINDEN VAN HET STUUR OF VERLENGSTUKKEN KAN RESULTEREN IN ERNSTIG LETSEL. ZEER BELANGRIJKE OPMERKING OVER DE VEILIGHEID: Zorg dat u grondig vertrouwd bent met de belangrijke informatie over de levensduur van uw ets en de onderdelen ervan in deel II, hoofdstuk D. Veiligheidsinspectie.

8DEEL I1. D  EERSTE RITAls u uw helm vastgespt voor de eerste rit met uw nieuwe ets, kies dan een vertrouwde omgeving zonder auto’s, andere etsers, obstakels of andere gevaren. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningselementen, kenmerken en prestaties van uw nieuwe ets. Maak uzelf vertrouwd met de remwerking van de ets (zie hoofdstuk 4. C). Test de remmen bij lage snelheden. Breng uw gewicht naar de achterkant van de ets en gebruik eerst de achterrem. Plotselinge of te sterke bekrachtiging van de voorrem kan ertoe leiden dat u over het stuur schiet. Te sterke bekrachtiging van de remmen kan resulteren in blokkering van de wielen, met mogelijk controleverlies en een val tot gevolg. De ets kan ook slippen als een wiel blokkeert. Als uw ets is voorzien van toeclips of cliploze pedalen, oefen dan met het in en uit de pedalen komen. Zie paragraaf B. 4 hierboven en hoofdstuk 4. E.

4. Als uw ets is voorzien van vering, maak uzelf dan vertrouwd met de reacties van de vering op bekrachtiging van de remmen en verplaatsing van uw gewicht. Zie paragraaf B. 6 hierboven en hoofdstuk 4. F. Oefen het schakelen (zie hoofdstuk 4. D). Schakel nooit terwijl u achteruit trapt en trap niet achteruit direct nadat u hebt geschakeld. Hierdoor kan de ketting vastlopen en kan ernstige schade aan de ets ontstaan. Controleer het rijgedrag en de respons van de ets en beoordeel het comfort. Als u vragen hebt of het gevoel hebt dat iets aan de ets niet is zoals het hoort te zijn, neem dan contact op met uw dealer alvorens te gaan rijden. HOOFDSTUK 2. VEILIGHEIDWAARSCHUWINGIN VEEL LANDEN ZIJN SPECIFIEKE VEILIGHEIDSMIDDELEN VEREIST.

92. A  DE BEGINSELEN1. Draag altijd een etshelm die voldoet aan de nieuwste certicatienormen en die geschikt is voor het specieke gebruik van uw ets. Volg altijd de instructies van de helmfabrikant voor pasvorm, gebruik en onderhoud van uw helm. Bij de meeste ernstige etsblessures gaat het om hoofdletsel dat mogelijk voorkomen had kunnen worden als de rijder een geschikte helm had gedragen. Afbeelding 1. FietshelmYour helmet should be:• Te zijn goedgekeurd door de Amerikaanse Consumer Product Safety Commission (CPSC) (zie het label op de helm)• De juiste maat te hebben• Op uw hoofd te zijn afgesteld• Goed te zijn bevestigd• Vrij te zijn van beschadigingenVRAAG UW DEALER OM HULPWAARSCHUWINGHET NIET DRAGEN VAN EEN HELM TIJDENS HET FIETSEN KAN RESULTEREN IN ERNSTIG LETSEL OF OVERLIJDEN. 2. Voer altijd de mechanische veiligheidscontrole (hoofdstuk 1. C) uit voordat u gaat etsen. 3.

Zorg dat u grondig vertrouwd bent met de bedieningselementen van uw ets: remmen (hoofdstuk 4. C. ); pedalen (hoofdstuk 4. E. ); schakelen (hoofdstuk 4. D. )4. Blijf met lichaamsdelen en andere objecten uit de buurt van de scherpe tanden van kettingwielen, de bewegende ketting, de rondwentelende pedalen en cranks en de draaiende wielen van uw ets. 5. Draag altijd: • Schoenen die stevig aan uw voeten zitten en grip hebben op de pedalen. Rijd nooit blootsvoets of met sandalen. • Goed zichtbare kleding die niet zo wijd is dat deze beklemd kan raken in de ets of objecten langs de weg of het pad. • Een etsbril om uw ogen te beschermen tegen vuil, stof en vliegjes - getint als de zon schijnt, helder als dat niet het geval is. 6. Maak geen sprongen met uw ets. Springen met een ets, met name een BMX of mountainbike, kan leuk zijn - maar het kan de ets en zijn onderdelen overmatig belasten.

10DEEL I2. B  RIJVEILIGHEIDHoud u aan alle verkeersregels1. U deelt de weg of het etspad met anderen - motorvoertuigen, voetgangers en andere etsers. Respecteer hun rechten. 2. Rijd defensief. Ga er steeds van uit dat anderen u niet hebben gezien. 3. Kijk voor u en wees alert op het volgende:• Voertuigen die langzamer gaan rijden of afslaan, voor u de weg opkomen of u willen inhalen. • Opengaande portieren van geparkeerde auto’s. • Opzijstappende voetgangers. • Kinderen of huisdieren die aan de kant van de weg spelen. • Gaten in de weg, rioolroosters, spoorrails, expansiestroken, werkzaamheden aan de weg of het trottoir, afval en andere voorwerpen die u kunnen dwingen uit te wijken, in uw wielen terecht kunnen komen of op andere wijze tot controleverlies of een ongeval kunnen leiden. • De vele andere gevaren en aeidingen die zich kunnen voordoen tijdens een etsritje. 4.

Rijd op daarvoor bestemde etsstroken of etspaden of zo dicht bij de rand van de weg als mogelijk, in de richting van de verkeersstroom of zoals aangegeven in de lokale verkeersregels. 5. Stop bij stopborden en verkeerslichten, minder vaart en kijk naar beide kanten bij kruisingen. Bedenk dat een etser altijd verliest bij een botsing met een motorvoertuig, dus wees voorbereid om ruimte te maken, zelfs als u voorrang hebt. 6. Gebruik goedgekeurde handsignalen voor afslaan en remmen. 7. Rijd nooit met een hoofdtelefoon op. Ze maken verkeersgeluiden en noodsirenes onhoorbaar, leiden u af van de omgeving en hun kabels kunnen beklemd raken in de bewegende delen van de ets, waardoor u de controle over de ets kunt verliezen. 8.

Neem nooit een passagier mee anders dan een klein kind dat een goedgekeurde helm draagt en is vastgezet in een goed gemonteerd kinderzitje of een aanhanger voor kinderen. 9. Neem nooit voorwerpen mee die uw zicht of controle over de ets hinderen, of die verstrikt kunnen raken in de bewegende delen van de ets. 10.

Laat u nooit slepen door een ander voertuig. 11. Maak geen sprongen of wheelies en probeer geen andere stunts uit te halen. Als u sprongen, wheelies of stunts wilt uitvoeren of ondanks negatief advies met uw ets wilt gaan racen, lees dan hoofdstuk 2. F, Stunt- of wedstrijdrijden. Beoordeel zorgvuldig uw vaardigheden voordat u besluit de grote risico’s neemt die met dit type rijden samenhangen. 12. Slinger u niet door het verkeer en maak geen manoeuvres die uw medeweggebruikers kunnen verrassen. 13. Geef waar nodig voorrang. 14. Ga nooit rijden met uw ets onder de invloed van alcohol of drugs. 15. Vermijd indien mogelijk rijden in slecht weer, bij slecht zicht, in de schemering of in het donker of bij extreme vermoeidheid. Elk van deze omstandigheden vergroot de kans op een ongeval.

112. C  VEILIGHEID OFFROADLaat kinderen alleen onder toezicht van een volwassene in ruw terrein rijden. 1. De variërende omstandigheden en gevaren van o-road rijden vragen om nauwgezette aandacht en specieke vaardigheden. Begin rustig op makkelijker terrein en ontwikkel uw vaardigheden. Als uw ets is voorzien van vering, brengt een grotere snelheid een groter risico op controleverlies of vallen met zich mee. Zorg dat u vertrouwd bent met de veilige bediening van uw ets voordat u met hogere snelheden of in ruwer terrein gaat rijden. 2. Draag veiligheidsmiddelen die geschikt zijn voor het type rijden dat u wilt gaan doen. 3. Rijd niet alleen in afgelegen gebieden. Zorg zelfs als u met anderen gaat rijden dat iemand weet waar u heengaat en wanneer u verwacht terug te zijn. 4.

Draag altijd een identicatiemiddel bij u, zodat mensen bij een ongeval kunnen zien wie u bent, en neem wat kleingeld mee voor een reep, frisdrank of een telefoontje in geval van nood. 5. Verleen voorrang aan voetgangers en dieren. Rijd zodanig dat u ze niet bang maakt of in gevaar brengt, en geef ze voldoende ruimte zodat hun onverwachte bewegingen u niet in gevaar brengen. 6. Wees voorbereid. Als er iets fout gaat terwijl u o-road rijdt, is er mogelijk geen hulp in de buurt. 7. Lees voordat u met de ets probeert te springen, racen of stunten hoofdstuk 2. F. Respect bij o-road rijdenHoud u aan de lokale regels inzake de plaatsen waar u o-road kunt rijden en respecteer privébezit. Mogelijk deelt u de route met anderen - wandelaars, ruiters of andere etsers. Respecteer hun rechten. Blijf op de route. Lever geen bijdrage aan erosie door in modder te rijden of onnodig te slippen.

Voorkom verstoring van het ecosysteem door het banen van eigen paden door vegetatie of stroompjes. Het is uw verantwoordelijkheid om uw impact op de omgeving te minimaliseren. Laat de dingen zoals u deze hebt aangetroen en laat niets achter in de natuur. 2.

D  RIJDEN IN NATTE OMSTANDIGHEDENIn natte omstandigheden is het remvermogen van uw ets (evenals dat van andere voertuigen) aanzienlijk kleiner en hebben uw banden veel minder grip. Hierdoor is het moeilijker om uw snelheid te regelen en verliest u sneller de controle over de ets. WAARSCHUWINGNAT WEER HEEFT EEN NEGATIEVE INVLOED OP DE GRIP, HET REMVERMOGEN EN DE ZICHTBAARHEID, ZOWEL VOOR FIETSERS ALS VOOR ANDERE VOERTUIGEN. Het risico op een ongeval neemt sterk toe onder natte omstandigheden. Rijd langzaam onder natte omstandigheden om te waarborgen dat u veilig kunt remmen en stoppen. Bekrachtig uw remmen eerder en geleidelijker dan u onder droge omstandigheden zou doen. Zie ook hoofdstuk 4. C.

12DEEL I2. E  RIJDEN IN HET DONKERMet een ets in het donker rijden is veel gevaarlijker dan rijden overdag. Een etser is erg slecht zichtbaar voor bestuurders en voetgangers. Laat kinderen daarom nooit in de schemering of in het donker rijden. Volwassenen die de extra risico’s van het rijden in de schemering of het donker accepteren dienen extra voorzichtig te zijn en een speciale uitrusting te kiezen die de risico’s vermindert. Neem contact op met uw dealer voor veiligheidsmiddelen voor ‘s nachts rijden. WAARSCHUWINGREFLECTORS ZIJN GEEN VERVANGING VOOR VERPLICHTE VERLICHTING. RIJDEN IN DE SCHEMERING, IN HET DONKER OF BIJ ANDERE OMSTANDIGHEDEN MET SLECHT ZICHT ZONDER EEN GOED VERLICHTINGSSYSTEEM EN ZONDER REFLECTORS IS GEVAARLIJK EN KAN RESULTEREN IN ERNSTIG LETSEL OF OVERLIJDEN.

Fietsreectors zijn ontworpen om straatverlichting en de lampen van motorvoertuigen te weerkaatsen, zodat u wordt waargenomen als een bewegende etser. LET OPControleer reectors en hun bevestigingsbeugels regelmatig om te waarborgen dat ze schoon, recht en onbeschadigd zijn en stevig zijn gemonteerd. Laat beschadigde reectors vervangen door uw dealer en zet verbogen of loszittende exemplaren weer vast of recht. De montagebeugels van voor- en achterreectors doen vaak tevens dienst als remkabelvangers die voorkomen dat de kabel in het wiel terechtkomt als deze uit de houder springt of breekt. WAARSCHUWINGVERWIJDER NOOIT DE VOOR- OF ACHTERREFLECTOR OF REFLECTORSTEUNEN VAN UW FIETS. Ze vormen een integraal onderdeel van het veiligheidssysteem van uw ets. VERWIJDERING VAN DE REFLECTORS KAN UW ZICHTBAARHEID VOOR ANDERE WEGGEBRUIKERS VERMINDEREN.

EEN AANRIJDING DOOR EEN ANDER VOERTUIG KAN RESULTEREN IN ERNSTIG LETSEL OF OVERLIJDEN. De reectorsteunen kunnen helpen voorkomen dat de remkabel in het wiel terechtkomt ingeval van een remkabeldefect. Als een remkabel in het bandproel grijpt, kan het wiel blokkeren, wat kan leiden tot controleverlies en een val.

Als u bij slecht zicht gaat rijden, zorg dan dat u alle lokale regels inzake rijden in het donker navolgt en neem de volgende voorzorgsmaatregelen:• Koop en monteer een batterij- of dynamo-aangedreven koplamp en achterlicht die voldoen aan alle wettelijke vereisten en zorg voor een goede zichtbaarheid. • Draag lichtgekleurde, reecterende kleding en accessoires, zoals een reecterend vest, reecterende arm- en beenbanden, reecterende strepen op uw helm, knipperlichten aan uw lichaam en/of uw ets - elk reecterend voorwerp en elke lichtbron die u helpt de aandacht van bestuurders, voetgangers en ander verkeer op u te vestigen. • Let erop dat uw kleding of de voorwerpen die u op de ets meeneemt uw reectors of lichten niet bedekken. • Zorg dat uw ets is voorzien van goed geplaatste en stevig bevestigde reectors.

13BIJ HET RIJDEN IN DE SCHEMERING OF IN HET DONKER:• Rijd langzaam. • Vermijd donkere gebieden en gebieden met druk of snelrijdend verkeer. • Voormijd gevaarlijke punten. • Rijd indien mogelijk alleen bekende routes. ALS U IN VERKEER RIJDT:• Gedraag u voorspelbaar. Rijd zodanig dat bestuurders u kunnen zien en uw bewegingen kunnen voorspellen. • Wees alert. Rijd defensief en verwacht het onverwachte. • Als u veel in verkeer gaat rijden, informeer dan bij uw dealer naar veiligheidscursussen of een goed boek over veilig etsen in het verkeer. 2. F  STUNT OF WEDSTRIJDRIJDENOf het nu aggro, hucking, freeride, north shore, downhill, jumping, stuntrijden, racen of anders wordt genoemd: meedoen aan dit type extreem, agressief rijden betekent dat u vrijwillig een groot risico aangaat op letsel of overlijden.

Niet alle etsen zijn geschikt voor dit type rijgedrag, en de etsen die dat wel zijn, zijn mogelijk niet geschikt voor alle typen agressief rijden. Vraag uw dealer of de etsfabrikant naar de geschiktheid van de ets alvorens u te begeven in extreme vormen van rijden. Bij het downhillen kunt u snelheden bereiken als van een motorets, met alle gevaren van dien. Laat de ets en uitrusting nauwkeurig nakijken door een gediplomeerde monteur en overtuig u ervan dat de ets perfect in orde is. Overleg met ervaren rijders en wedstrijdocials over de omstandigheden en de meest geschikte uitrusting. Draag geschikte veiligheidsmiddelen, inclusief een goedgekeurde helm, handschoenen en lichaamsbescherming. Het is uiteindelijk uw verantwoordelijkheid om over de juiste uitrusting te beschikken en bekend te zijn met de omstandigheden.

WAARSCHUWINGHOEWEL VELE CATALOGI, ADVERTENTIES EN ARTIKELEN OVER FIETSEN RIJDERS TONEN DIE EXTREEM RIJDEN IS DEZE ACTIVITEIT ZEER GEVAARLIJK EN VERGROOT DEZE HET RISICO OP ERNSTIG LETSEL OF OVERLIJDEN STERK.

Bedenk dat de afgebeelde acties wordt uitgevoerd door ervaren professionals die vele jaren training achter zich hebben. Ken uw grenzen en draag altijd een helm en andere geschikte veiligheidsmiddelen. Zelfs met de beste beschermingsmiddelen kunt u ernstig letsel oplopen of overlijden bij springen, stuntrijden of downhillen met grote snelheid of in wedstrijden. WAARSCHUWINGFietsen en etsonderdelen hebben beperkingen met betrekking tot sterkte en integriteit, en bij dit type rijden kunnen deze beperkingen worden overschreden.

14DEEL IWe raden extreem rijden af vanwege de grotere risico’s, maar als u deze risico’s wilt aangaan doe dan ten minste het volgende:• Neem vooraf lessen bij een bevoegde instructeur• Begin met eenvoudige oefeningen en ontwikkel langzaam uw vaardigheden voordat u gevaarlijkere dingen probeert te doen• Gebruik alleen de daarvoor aangewezen plaatsen voor stunts, sprongen, races en snel downhillen• Ga voor stunts, sprongen, downhillen of racen naar speciaal daarvoor aangewezen gebieden• Draag een helm, stootkussens en andere veiligheidsmiddelen Bedenk dat de krachten die op de ets worden uitgeoefend bij extreem rijden kunnen resulteren in breuk of beschadiging van de ets of onderdelen daarvan en de garantie ongeldig kunnen maken• Breng de ets naar uw dealer als iets beschadigd raakt of breekt. Rijd niet met uw ets als enig onderdeel is beschadigd.

Respecteer bij downhillen, racen of stunten de grenzen van uw vaardigheden en ervaring. Het voorkomen van blessures is uiteindelijk uw verantwoordelijkheid. 2. G  ONDERDELEN VERVANGEN / ACCESSOIRES TOEVOEGENEr zijn veel onderdelen en accessoires beschikbaar waarmee u het comfort, de prestaties en het uiterlijk van uw ets kunt verbeteren. Als u onderdelen vervangt of accessoires toevoegt, doet u dit voor eigen risico. De etsfabrikant heeft het onderdeel of accessoire mogelijk niet getest op geschiktheid, betrouwbaarheid of veiligheid voor uw ets. Controleer alvorens een onderdeel of accessoire te installeren, inclusief een andere maat banden, of dit geschikt is voor uw ets. Lees en volg de instructies die worden meegeleverd met de producten die u voor uw ets koopt. Zie ook deel II, hoofdstuk D. Veiligheidsinspectie.

15HOOFDSTUK 3. AFSTELLINGOPMERKING: Een juiste zit is essentieel voor veiligheid, prestaties en comfort. Het afstellen van uw ets voor uw lichaam en de rijomstandigheden vereist ervaring, vaardigheden en speciaal gereedschap. Laat het afstellen van uw ets over aan uw dealer. Als u beschikt over de vereiste ervaring, vaardigheden en gereedschappen om uw ets zelf af te stellen, laat uw werk dan nazien door uw dealer alvorens te gaan rijden. WAARSCHUWINGALS UW FIETS NIET GOED IS AFGESTELD, KUNT U DE CONTROLE VERLIEZEN EN VALLEN. Als uw nieuwe ets niet de juiste maat heeft, ruil deze dan de dealer alvorens te gaan rijden. 3. A  FRAMEHOOGEDe framehoogte is het basisgegeven van de etsmaat (zie afb. 2). Het is de afstand van de grond tot de bovenzijde van het etsframe op het punt waar uw kruis zich bevindt bij het opstappen.

Controleer de framehoogte door over de ets te stappen met de schoenen waarmee u wilt gaan etsen aan en druk uw hakken stevig in de grond. Als het frame uw kruis raakt, is het te groot voor u. Ga niet rijden met de ets, zelfs geen rondje door de straat. Een ets waarmee u alleen op verharde oppervlakken rijdt en nooit o-road gaat moet tussen kruis en bovenbuis een minimale speling bieden van 5 cm. Een ets waarmee u op onverharde oppervlakken gaat rijden moet tussen kruis en bovenbuis een minimale speling bieden van 7,5 cm. En een ets die u alleen o-road gebruikt dient een speling te bieden van 10 cm of meer. Afbeelding 2. FramehoogteWAARSCHUWINGALS U DE FIETS WILT GEBRUIKEN VOOR SPRINGEN OF STUNTEN, LEES DAN HOOFDSTUK 2. F NOGMAALS. 2. Fietsen met een open (“dames”) frameStahoogte is niet van toepassing op etsen met open (“dames”) frames.

16DEEL I3. B  ZADELPOSITIEEen juiste afstelling van het zadel is een belangrijke factor bij het verkrijgen van optimale prestaties en optimaal comfort van uw ets. Als de zadelpositie niet comfortabel aanvoelt, ga dan naar uw dealer. Het zadel kan in drie richtingen worden versteld:1. Omhoog en omlaag Controleer de zadelhoogte als volgt (afb. 3): • Neem plaats op het zadel;• Zet een hiel op een pedaal; • Draai de crank totdat het pedaal met uw hiel erop in de lage stand staat en de crank parallel is aan de zitbuis. Als uw been niet geheel is gestrekt, moet de zadelhoogte worden aangepast. Als u uw bekken moet kantelen om uw hiel op het pedaal te houden, staat het zadel te hoog. Als uw knie is gebogen met uw hiel op het pedaal, staat het zadel te laag.

Als het zadel op de juiste hoogte staat, let er dan op dat de zadelpen niet verder uit het frame steekt dan het merkteken voor de maximumstand (afb. 4). Afbeelding 3. ZadelpositieVraag uw dealer om het zadel af te stellen voor uw optimale zitpositie en om u te laten zien hoe deze afstelling wordt verricht. Als u er voor kiest zelf de hoogte van uw zadel in te stellen:• draai de zadelpenklem los• trek de zadelpen omhoog of druk hem omlaag in de zadelbuis• zorg dat het zadel voor en achter recht is• haal de zadelpenklem weer aan tot het aanbevolen aanhaalmoment (Zie instructies fabrikant). Als het zadel op de juiste hoogte staat, let er dan op dat de zadelpen niet verder uit het frame steekt dan het merkteken voor de maximumstand (afb. 4).

OPMERKING: Sommige etsen beschikken over een kijkgaatje in de zadelbuis waardoor u kunt zien of de zadelpen ver genoeg in de zadelbuis is gestoken om veilig te zijn bevestigd. Als uw ets over een dergelijk kijkgaatje beschikt, gebruikt u dat in plaats van de markering voor de maximumstand om er zeker van te zijn dat de zadelpen ver genoeg in de zadelbuis steekt en daardoor zichtbaar is in het kijkgaatje.

Als uw ets een onderbroken zitbuis heeft, zoals bij sommige etsen met vering, let er dan ook op dat de zadelpen zo ver in het frame zit dat u deze met een vingertop kunt voelen vanaf de onderzijde van de onderbroken zitbuis zonder uw vinger verder dan het eerste kootje in te steken (zie afb. 5). Zie ook opmerking hierboven en afb. 5). WAARSCHUWINGIf your seat post is not inserted in the seat tube as described in B. 1 above, the seat post may break, which could cause you to lose control and fall. Afbeelding 4. Merkteken voor de maximumstand.

17Afbeelding 5. De Buis van de Zetel van Interupted2. Afstelling naar voren en naar achterenHet zadel kan naar voren of naar achteren worden versteld om de juiste positie op de ets te vinden. Vraag uw dealer om het zadel af te stellen voor uw optimale zitpositie en om u te laten zien hoe deze afstelling wordt verricht. Als u zelf de voor- en achterafstelling verzorgt, controleert u of het klemmechanisme klemt op het rechte deel van de zadelrails en het gekromde deel daarvan niet raakt, en of u het aanbevolen aanhaalmoment gebruikt op de klembevestiging(en) (Zie instructies fabrikant). 3. Zadelhoek afstellenDe meeste mensen geven de voorkeur aan een horizontaal afgesteld zadel, maar sommige etsers willen de punt omhoog of iets omlaag hebben. Uw dealer kan de zadelhoek afstellen of u leren hoe deze afstelling te verrichten.

Als u er voor kiest zelf de hoek van uw zadel in te stellen en u beschikt over een zadelklem die met één bout op de zadelpen is bevestigd, is het van groot belang dat u de klembout voldoende losdraait om eventuele tanding los te laten komen voordat u de hoek van het zadel verandert, en vervolgens te zorgen dat deze tanding weer volledig in elkaar valt voordat u de klembout aandraait tot het aanbevolen aanhaalmoment (Zie instructies fabrikant). OPMERKING: Als uw ets is voorzien van een geveerde zadelpen, vraag dan uw dealer deze regelmatig te controleren. Kleine veranderingen in de zadelpositie kunnen een aanzienlijke invloed hebben op prestaties en comfort. Verricht om uw optimale zitpositie te vinden slechts één afstelling per keer.

WAARSCHUWINGWanneer u een zadel verstelt dat een zadelklem heeft met één enkele bout, moet u altijd controleren of de tanding op de beide oppervlakken die in elkaar moeten grijpen niet versleten is. Versleten tandingen in de klem zorgen dat het zadel kan bewegen, waardoor u de controle kunt verliezen en kunt vallen. Draai bevestigingen altijd tot het juiste aanhaalmoment aan.

Te strak aangehaalde bouten kunnen uitrekken en vervormen. Bouten die te los zitten kunnen bewegen en vermoeid raken. Beide montagefouten kunnen resulteren in plotselinge defecten aan deze bouten, waardoor u de controle verliest en kunt vallen. WAARSCHUWINGControleer na elke zadelafstelling of het zadelverstelmechanisme goed is vergrendeld alvorens te gaan rijden. Een losse zadelklem of zadelpenvergrendeling kan resulteren in schade aan de zadelpen, verlies van de controle en een val. Een correct vergrendeld zadelverstelmechanisme maakt beweging van hetzadel in welke richting dan ook onmogelijk. Controleer regelmatig of het zadelverstelmechanisme goed is vergrendeld.

18DEEL IAls ondanks een zorgvuldige afstelling van de zadelhoogte, de zadelhoek en de voor-achterpositie uw zadel nog steeds niet comfortabel zit, hebt u mogelijk een ander zadel nodig. Zadels zijn er in verschillende maten, vormen en hardheidsgraden. Uw dealer kan u helpen bij het uitzoeken van een zadel dat, indien juist afgesteld, comfortabel zit. WAARSCHUWINGVolgens sommige mensen kan langdurig etsen met een zadel dat verkeerd is afgesteld of uw bekkenbodem niet goed ondersteunt leiden tot korte- en langetermijnletsels aan zenuwen en bloedvaten en zelfs impotentie. Als uw zadel pijn, een verdoofd gevoel of ander ongemak veroorzaakt, luister dan naar uw lichaam en stop met etsen totdat u met uw dealer hebt overlegd over een gewijzigde zadelpositie of eenander zadel. 3.

C  STUURHOOGTE EN HOEKUw ets is ofwel voorzien van een draadloze stang die om de buitenzijde van de voorvorkbuis klemt of een holle stang die in de voorvorkbuis klemt door middel van een klembout. Als u niet zeker weet met welk type stuurstang uw ets is uitgerust, vraag dit dan aan uw dealer. Als uw ets is voorzien van een draadloze stang, kan uw dealer de stuurhoogte mogelijk aanpassen door afstandsstukken onder aan de stang naar boven te bewegen of andersom. Als dat niet kan, zult u een stang van een andere lengte moeten aanschaen. Raadpleeg uw dealer. Probeer niet dit zelf te doen, aangezien er speciale kennis voor nodig is. Als uw ets een stuurstang van het expansietype heeft, vraag uw dealer dan de stuurhoogte te verstellen door de stang hoger of lager te zetten. Een stuurstang van het expansietype is voorzien van een merkteken voor de minimum- of maximumstand.

Dit merkteken mag niet zichtbaar zijn boven het balhoofd. WAARSCHUWINGSTUURVOORBOUW: HET MERKTEKEN VOOR MAXIMUMHOOGTE VAN DE STUURPEN MAG NIET ZICHTBAAR ZIJN BOVEN HET BALHOOFD.

19WAARSCHUWINGBij sommige etsen kan het wijzigen van de stuurstang of stuurhoogte van invloed zijn op de spanning in de voorremkabel, waardoor de voorrem blokkeert of een overmatige kabelspeling ontstaat die de rembekrachtiging onmogelijk maakt. Als de voorremblokken naar de velg toe of van de velg af bewegen als de stuurstang of stuurstanghoogte wordt gewijzigd, moeten de remmen correct worden afgesteld voordat u met de ets gaat rijden. Sommige etsen hebben een stuurvoorbouw met afstelbare hoek. Als uw ets een stuurvoorbouw met afstelbare hoek heeft, vraag dan uw dealer te laten zien hoe deze wordt afgesteld. Probeer niet zelf af te stellen, aangezien er na het afstellen van de voorbouwhoek ook afstellingen van remmen en versnellingen van de ets nodig kunnen zijn. WAARSCHUWINGDraai bevestigingen altijd aan tot het juiste aanhaalmoment.

Te strak aangehaalde bouten kunnen uitrekken en vervormen. Bouten die te los zitten kunnen gaan bewegen en vermoeid raken. Beide fouten kunnen een plotseling losgaan van de bout veroorzaken, waardoor u uw controle kunt verliezen en kunt vallen. WAARSCHUWINGEEN ONVOLDOENDE AANGETROKKEN STUURSTANGBOUT, STUURBOUT OF BAR END-KLEMBOUT KAN NEGATIEVE GEVOLGEN HEBBEN VOOR DE STUURPRESTATIES, WAT KAN LEIDEN TOT CONTROLEVERLIES EN EEN VAL. Plaats het voorwiel van de ets tussen uw benen en probeer het stuur en de stuurstang te draaien. Als u de stang kunt draaien ten opzichte van het voorwiel, het stuur kunt draaien ten opzichte van de stang of de bar ends kunt draaien ten opzichte van het stuur zijn de bouten onvoldoende aangetrokken. Uw dealer kan ook de hoek van het stuur of de bar ends wijzigen. 3.

D  BEDIENINGSELEMENTEN AFSTELLENDe hoek van de rem- en schakelhendels en hun positie op het stuur kunnen worden gewijzigd. Vraag uw dealer om deze afstellingen voor u te verrichten. Als u zelf de hoeken van uw hendels wilt bijstellen, vergeet dan niet de klembevestigers opnieuw aan te draaien met het aanbevolen aanhaalmoment.

3. E  REMHENDELS AFSTELLENVeel etsen hebben remhendels waarvan de afstand tot het stuur kan worden afgesteld. Als u kleine handen hebt of moeite hebt om de remhendels in te knijpen, kan uw dealer de remhendels afstellen of andere exemplaren met een kortere greepafstand monteren. WAARSCHUWINGHOE KORTER DE AFSTAND VAN DE REMHENDEL, HOE BELANGRIJKER HET IS OM GOED AFGESTELDE REMMEN TE HEBBEN, ZODAT DE MAXIMALE REMKRACHT KAN WORDEN BEREIKT BINNEN DE BESCHIKBARE SLAG VAN DE REMHENDEL. Als de remhendelslag te kort is om de maximale remkracht te bereiken, kunt u de controle over de ets verliezen met ernstig letsel of overlijden als gevolg.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Cannondale SuperSix Evo Neo stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden