BMW S 1000 R (2024) Handleiding

BMW Niet gecategoriseerd S 1000 R (2024)

Bekijk gratis de handleiding van BMW S 1000 R (2024) (302 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 34 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over BMW S 1000 R (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/302
HANDLEIDING
S1000R
BMW
MOTORRAD
MAKELIFEARIDE

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: BMW
Categorie: Niet gecategoriseerd
Model: S 1000 R (2024)

Handleiding BMW S 1000 R (2024) – volledige tekst

4 ALGEMENE AANWIJZINGENORIËNTATIEDe nadruk is gelegd op eensnelle oriëntatie in deze hand-leiding. Het snelst vindt u be-paalde onderwerpen via de in-dex aan het eind. Als u eersteen overzicht van de motor-fiets wilt hebben, vindt u datin hoofdstuk 2. In het hoofd-stuk Service worden alle uit-gevoerde onderhouds- en re-paratiewerkzaamheden ge-documenteerd. Voor coulan-ceregelingen is het absoluutnoodzakelijk dat kan wordenaangetoond dat de vereiste on-derhoudswerkzaamheden zijnuitgevoerd.AFKORTINGEN EN SYMBO-LENVOORZICHTIG Gevaarmet laag risico. Niet ver-mijden kan leiden tot gering ofmatig letsel.WAARSCHUWING Ge-vaar met gemiddeld risico.Niet vermijden kan leiden totde dood of ernstig letsel.GEVAAR Gevaar methoog risico. Niet vermij-den leidt tot de dood of ernstigletsel.ATTENTIE Bijzondereaanwijzingen en veilig-heidsmaatregelen.

Niet op-volgen kan de motorfiets ofaccessoires beschadigen endaarmee tot uitsluiting van degarantie leiden.Speciale aanwijzingenvoor een betere hante-ring bij bedienings-, controle-en afstelprocedures alsmedeverzorgingswerkzaamheden.Werkinstructie.Resultaat van een re-paratieactiviteit.Verwijst naar een pa-gina met extra infor-matie.Geeft het einde vanaccessoire- of uitrus-tingsafhankelijke infor-matie aan.Aanhaalmoment.Technische gegevens.LU Landuitvoering.

Wijvragen uw begrip voor het feitdat er ook uitrustingsvariantenworden beschreven die u mo-gelijk niet hebt geselecteerd.Tevens zijn landspecifiekeafwijkingen van de afgebeeldemotorfiets mogelijk.Als uw motorfiets niet beschre-ven uitvoeringen bevat, vindt ude beschrijving ervan in een af-zonderlijke handleiding.TECHNISCHE GEGEVENSAlle gegevens t.a.v. maten, ge-wichten en prestaties in dehandleiding hebben betrekkingop het Deutsches Institut fürNormung e. V. (DIN) en zijn in-clusief de hierdoor gehanteerdetoleranties.Technische gegevens en spe-cificatie in deze handleidingdienen ter indicatie. De voer-tuigspecifieke gegevens kun-nen daarvan afwijken, bijv. opgrond van geselecteerde speci-

6 ALGEMENE AANWIJZINGENale opties, de landuitvoering oflandspecifieke meetprocedures.Gedetailleerde waarden kun-nen worden ontleend aan dekentekenbewijsdocumenten ofbij uw BMW Motorrad Partnerof een andere gekwalificeerdeservicepartner of vakwerkplaatsworden opgevraagd. De speci-ficaties in de voertuigpapierenhebben steeds prioriteit bovende specificaties in deze hand-leiding.ACTUALITEITHet hoge veiligheids- en kwa-liteitsniveau van BMW motor-fietsen wordt door een conti-nue doorontwikkeling van deconstructie, uitrusting en acces-soires gegarandeerd. Hierdoorkunnen eventuele afwijkingentussen deze handleiding en deScooter ontstaan. Ten tijde vande fabricage van de motorfietsis de handleiding de meest ac-tuele bron.

7het voertuig of ondersteunenbij het rijden, bijv. hulpsyste-men. Daarenboven maken re-geleenheden comfort- of Info-tainmentfuncties mogelijk.Informatie over opgeslagen ofuitgewisselde gegevens is ver-krijgbaar bij de fabrikant vanhet voertuig, bijv. via een af-zonderlijke brochure.PersoonsgebondenheidElk voertuig is voorzien vaneen eenduidig voertuigidenti-ficatienummer. Landspecifiekkan met behulp van het voer-tuigidentificatienummer, hetkenteken en de verantwoorde-lijke autoriteiten de houder vanhet voertuig worden bepaald.Bovendien zijn er andere mo-gelijkheden om uit de in hetvoertuig vergaarde gegevensde berijder of voertuigbezitteraf te leiden, bijv.

Voor het verkrij-gen van deze informatie moeteen bewijs van houderschap ofgebruik worden overlegd.Het recht op informatie om-vat tevens informatie met be-trekking tot gegevens die aanandere ondernemingen of in-stanties zijn doorgegeven.Op de webpagina van de fa-brikant van het voertuig vindtu de telkens toepasselijke pri-vacyverklaringen. Deze priva-cyverklaringen bevatten infor-matie over het recht op wissen

8 ALGEMENE AANWIJZINGENof corrigeren van gegevens.De fabrikant van het voertuigvermeldt op internet ook zijncontactgegevens en die van detoezichthouder voor gegevens-bescherming.De voertuigbezitter kan bij eenBMW Motorrad Partner, eenandere gekwalificeerde serv-icepartner of een vakwerk-plaats eventueel tegen betalingde in het voertuig opgeslagengegevens laten uitlezen.Voor het uitlezen wordt dewettelijk voorgeschreven 12V-stekker voor diagnosecontact-doos (OBD) in het voertuig ge-bruikt.Wettelijke vereisten inzakede openbaarmaking vangegevensDe fabrikant van het voertuig isin het kader van het geldenderecht verplicht om bij hem op-geslagen gegevens aan de au-toriteiten beschikbaar te stel-len. Dit beschikbaar stellen vangegevens in de vereiste mategebeurt in specifieke gevallen,bijv.

voor het ophelderen vaneen misdrijf.Overheidsinstanties zijn in hetkader van het geldende rechtbevoegd om in specifieke ge-vallen zelf gegevens uit hetvoertuig uit te lezen.Bedrijfsgegevens in hetvoertuigVoor het bedrijf van het voer-tuig verwerken regeleenhedengegevens.Hiertoe behoren bijv.:Statusmeldingen van het voer-tuig en de afzonderlijke com-ponenten ervan, bijv. wieltoe-rental, wielomtreksnelheid,bewegingsvertragingOmgevingsomstandigheden,bijv. temperatuurDe verwerkte gegevens wordenalleen in het voertuig zelf ver-werkt en zijn doorgaans vluch-tig. De gegevens worden nietlanger dan de bedrijfstijd opge-slagen.Elektronische componenten,bijv. regeleenheden, bevattencomponenten voor het op-slaan van technische informa-tie.

Deze kunnen informatieover voertuigtoestand, com-ponentbelasting, voorvallen ofstoringen tijdelijk of permanentopslaan.Deze informatie documenteertin het algemeen de toestandvan een component, een mo-dule, een systeem of de omge-ving, bijv.:

9bedrijfstoestanden van sys-teemcomponenten, bijv. vul-peilen, bandenspanningswaar-denstoringen en functiestoringenin belangrijke systeemcompo-nenten, bijv. licht en remmenreacties van het voertuig inspeciale rijsituatie, bijv. active-ren van de rijdynamieksyste-meninformatie over voorvallen metschade aan het voertuigDe gegevens zijn noodzakelijkvoor het uitvoeren van de re-geleenheidfuncties. Bovendiendienen deze voor het herken-nen en het verhelpen van sto-ringen en het optimaliseren vanvoertuigfuncties door de fabri-kant van het voertuig.Deze gegevens zijn grotendeelsvluchtig en worden in het voer-tuig zelf verwerkt. Slechts eenklein deel van de gegevenswordt afhankelijk van de aan-leiding opgeslagen in voorval-of storingsgeheugens.Bij een beroep op onderhouds-activiteiten, bijv.

reparaties, on-derhoudsprocessen, garantie-claims en kwaliteitsborgings-maatregelen, kan deze techni-sche informatie samen met hetvoertuigidentificatienummer uithet voertuig worden uitgelezen.Het uitlezen van de informatiekan door een BMW MotorradPartner of een vakwerkplaatsgebeuren. Voor het uitlezenwordt de wettelijk voorge-schreven 12V-stekker voor dia-gnosecontactdoos (OBD) in hetvoertuig gebruikt.De gegevens worden door debetreffende functionarissenvan het dealernetwerk ver-gaard, verwerkt en gebruikt.De gegevens documenterentechnische toestanden van hetvoertuig, helpen bij het storing-zoeken, het nakomen van ga-rantieverplichtingen en bij dekwaliteitsverbetering.Daarenboven heeft de fabri-kant productobservatieplichtenkrachtens het productaanspra-kelijkheidsrecht. Voor het na-komen van deze plichten heeftde fabrikant van het voertuigtechnische gegevens uit hetvoertuig nodig.

De gegevensuit het voertuig kunnen ookworden gebruikt om garantie-claims van de klant te controle-ren.Storings- en eventdatarecor-ders in het voertuig kunnen inhet kader van reparatie- of ser-vicewerkzaamheden bij eenBMW Motorrad Partner of een

10 ALGEMENE AANWIJZINGENvakwerkplaats worden terugge-zet.Gegevensinvoer engegevensoverdracht in hetvoertuigAlgemeenAfhankelijk van de uitvoeringkunnen comfortinstellingen enpersoonlijke instellingen in hetvoertuig worden opgeslagen ente allen tijde worden gewijzigdof gereset.Gegevens kunnen evt. in hetentertainment- en communi-catiesysteem van het voertuigworden ingevoerd, bijv. via eensmartphone.Daartoe behoren afhankelijkvan de betreffende uitvoering:Multimediagegevens, zoalsmuziek voor afspelenAdresboekgegevens voor ge-bruik in combinatie met eencommunicatiesysteem of eengeïntegreerd navigatiesys-teemIngevoerde navigatiebestem-mingenGegevens m.b.t. het gebruikvan internetservices. Dezegegevens kunnen lokaal inhet voertuig worden opgesla-gen, of ze staan op een ap-paraat dat met het voertuig isverbonden, bijv. smartphone,USB-stick, MP3-speler.

Alsdeze gegevens in het voertuigworden opgeslagen, kunnendeze te allen tijde worden ge-wist.Deze gegevens worden uitslui-tend op persoonlijke wens inhet kader van het gebruik vanonlinediensten doorgegevenaan derden. Dit is afhankelijkvan de geselecteerde instel-lingen bij het gebruik van dediensten.Integratie van mobieleeindapparatenAfhankelijk van de uitvoeringkunnen met het voertuig ver-bonden mobiele eindappara-ten, bijv. smartphones, via debedieningselementen van hetvoertuig worden aangestuurd.Daarbij kunnen beeld en ge-luid van het mobiele eindappa-raat via het multimediasysteemworden uitgevoerd. Tegelijker-tijd wordt er bepaalde infor-matie aan het mobiele eindap-paraat overgedragen. Afhan-kelijk van het soort integratiebehoren daartoe bijv. positie-gegevens en andere algemenevoertuiginformatie.

11Het soort verdere gegevensver-werking wordt bepaald door deprovider van de desbetreffendegebruikte app. De omvang vande mogelijke instellingen hangtaf van de betreffende app enhet besturingssysteem van hetmobiele eindapparaat.DienstenAlgemeenAls het voertuig een draadlozeverbinding heeft, maakt dezehet uitwisselen van gegevenstussen het voertuig en anderesystemen mogelijk. De draad-loze verbinding wordt mogelijkgemaakt door een zend- enontvangstmodule in het voer-tuig zelf of via persoonlijk in-gebrachte mobiele eindappa-raten, bijv. smartphones. Viadeze draadloze verbinding kun-nen zogenaamde onlinefunctiesworden gebruikt. Dit zijn ondermeer onlinediensten en appsvan de fabrikant van het voer-tuig of van andere providers.Diensten van devoertuigfabrikantBij online-diensten van de fa-brikant van het voertuig wor-den de betreffende functiesbeschreven in de betreffendebron, bijv.

handleiding, webpa-gina van de fabrikant. Deze be-vat ook de relevante informatieover rechten m.b.t. gegevens-beveiliging. Voor het verlenenvan onlinediensten kunne per-soonsgebonden gegevens wor-den gebruikt. Gegevens wor-den uitgewisseld via een veiligeverbinding, bijv. met de daar-voor bedoelde IT-systemen vande fabrikant van het voertuig.Het vergaren, verwerken en ge-bruiken van persoonsgebon-den gegevens tot verder danhet verlenen van diensten ge-beurt uitsluitend op basis vaneen wettelijk toestemming,een contractuele afspraak of opgrond van een inwilliging. Hetis ook mogelijk om de gehelegegevensverbinding te latenactiveren of deactiveren.

Dewettelijk voorgeschreven func-ties zijn hiervan uitgesloten.Diensten van andere providersBij het gebruik van onlinedien-sten van andere providers val-len deze diensten onder de ver-antwoordelijkheid en de gege-vensbeveiligings- en gebruiks-voorwaarden van de betref-fende provider. De fabrikantvan het voertuig heeft geeninvloed op de daarbij uitge-wisselde content. Informatieover het soort, de omvang en

bij ongevallen.De noodoproepen worden aan-genomen door een alarmcen-trale in opdracht van de voer-tuigfabrikant.Informatie over de bedieningvan de intelligente noodoproepen de functies ervan vindt u inhet hoofdstuk Gebruik ( 91).Juridische grondslagDe verwerking van persoonsge-bonden gegevens via de intel-ligente noodoproep gebeurtconform de volgende voor-schriften:Bescherming van persoons-gebonden gegevens: Richtlijn95/46/EG van het EuropeesParlement en de Raad.Bescherming van persoons-gebonden gegevens: Richtlijn2002/58/EG van het Euro-pees Parlement en de Raad.De juridische grondslag voorde activering en werking vande intelligente noodoproep zijnde afgesloten ConnectedRideovereenkomst voor deze func-tie alsmede de betreffendewetgeving, verordeningen enrichtlijnen van het EuropeesParlement en de EuropeseRaad.De betreffende verordeningenen richtlijnen regelen de be-scherming van natuurlijke per-sonen bij de verwerking vanpersoonsgebonden gegevens.De verwerking van persoons-gebonden gegevens door deintelligente noodoproep is con-form de Europese richtlijneninzake bescherming van per-soonsgegevens.De intelligente noodoproepverwerkt persoonsgebondengegevens alleen met toestem-ming van de voertuigbezitter.De intelligente noodoproep enandere diensten met aanvullend

13nut mogen persoonsgebondengegevens alleen verwerken opbasis van de uitdrukkelijke toe-stemming van de persoon diede gegevensverwerking betreft,bijv. de voertuigbezitter.SIM-kaartDe intelligente noodoproepwerkt via de in het voertuigingebouwde SIM-kaart via demobiele communicatie. DeSIM-kaart is permanent aan-gemeld bij het mobiele-tele-foonnetwerk, om een snelleverbindingsopbouw mogelijk temaken. De gegevens wordenbij een noodgeval aan de voer-tuigfabrikant verzonden.Verbetering van de kwaliteitDe bij een noodoproep overge-dragen gegevens worden doorde fabrikant van het voertuigook gebruikt ter verbeteringvan de product- en servicekwa-liteit.StandplaatsbepalingDe positie van het voertuig kanop basis van de mobiele-te-lefooncellen uitsluitend wor-den bepaald door de providervan het mobiele-telefoonnet-werk.

Een koppeling tussenvoertuigidentificatienummeren telefoonnummer van de ge-monteerde SIM-kaart is voor deprovider mogelijk. Uitsluitendde fabrikant van het voertuigkan de koppeling tussen hetframenummer en het telefoon-nummer van de ingebouwdeSIM-kaart maken.Log-gegevens van denoodoproepenDe log-gegevens van de nood-oproepen worden opgeslagenin een geheugen in het voer-tuig. De oudste log-gegevensworden regelmatig gewist. Delog-gegevens bevatten bijv. in-formatie over wanneer en waarer een noodoproep is gedaan.De log-gegevens kunnen inuitzonderingsgevallen uit hetvoertuiggeheugen worden uit-gelezen.

In dat geval wordenlog-gegevens alleen uitgelezenop gerechtelijk bevel en dit isalleen mogelijk als de betref-fende apparaten rechtstreeksop het voertuig worden aange-sloten.Automatische noodoproepHet systeem is zodanig gecon-figureerd dat er bij een onge-val vanaf een zekere mate vanernst, dat door sensoren in hetvoertuig wordt herkend, auto-matisch een noodoproep wordtgeactiveerd.

14 ALGEMENE AANWIJZINGENVerzonden informatieBij een noodoproep door deintelligente noodoproep wordtdezelfde informatie doorgege-ven aan de betreffende alarm-centrale als bij de wettelijknoodoproep eCall aan de open-bare alarmcentrale.Bovendien wordt door de in-telligente noodoproep de vol-gende aanvullende informatieaan een alarmcentrale in op-dracht van de voertuigfabri-kant verzonden en evt. door-gestuurd aan de openbare red-dingsdienst:Ongevalgegevens, bijv. dedoor de voertuigsensoren her-kende botsrichting, om de in-zetplanning van de reddings-diensten te vergemakkelijken.Contactgegevens, zoals hettelefoonnummer van de in-gebouwde SIM-kaart en hettelefoonnummer van de berij-der, mits beschikbaar, om zonodig snel contact met de bijhet ongeval betrokken perso-nen mogelijk te maken.GegevensopslagDe gegevens van een geacti-veerde noodoproep wordenopgeslagen in het voertuig.

Degegevens bevatten informa-tie over de noodoproep, bijv.plaats en tijd van de noodop-roep.De geluidsopnamen van hetnoodoproepgesprek wordenopgeslagen bij de alarmcen-trale.De geluidsopnamen van deklant worden gedurende 24uur opgeslagen, als er detailsvan de noodoproep moetenworden geanalyseerd. Daarnaworden de geluidsopnamengewist. De geluidsopnamenvan de medewerker van dealarmcentrale worden voorkwaliteitsdoeleinden gedurende24 uur opgeslagen.Informatie overpersoonsgebonden gegevensDe in het kader van de intelli-gente noodoproep verwerktegegevens worden uitsluitendverwerkt voor het doen van denoodoproep. De fabrikant vanhet voertuig verschaft in het ka-der van de wettelijke verplich-ting informatie over de doorhem verwerkte en evt.

Met namewanneer meerdere apparatenin een Bluetooth-netwerk wor-den gebruikt, kan een onderalle omstandigheden probleem-loze verbinding niet wordengegarandeerd.Mogelijke storingsbronnen:Interfererende velden doorzendmasten en dergelijke.Apparaten met foutief geïm-plementeerde Bluetooth-stan-daard.Voor Bluetooth geschikte ap-paraten in de directe omge-ving.Afscherming door metalen oflichamen.CONNECTIVITY-FUNCTIESConnectivity-functies hebbenbetrekking op de onderwerpen"Media", "Telefonie" en "Na-vigatie". Connectivity-functieskunt u gebruiken als het instru-mentenpaneel met een mobieleindapparaat en een helm ver-bonden is ( 75).

Meer in-formatie over de Connectivity-functies vindt u op:bmw-motorrad.com/connecti-vityAfhankelijk van het mo-biele eindapparaat kan deomvang van de Connectivity-functies beperkt zijn.BMW MotorradConnected AppMet de BMW Motorrad Con-nected app kan gebruiks- envoertuiginformatie worden op-gevraagd. Voor het gebruik

16 ALGEMENE AANWIJZINGENvan sommige functies, zoalsde navigatie, moet de app ophet mobiele eindapparaat geïn-stalleerd zijn en met het instru-mentenpaneel verbonden zijn.Met de app wordt de routebe-geleiding gestart en de naviga-tie aangepast.Bij sommige mobieleeindapparaten, bijv. methet besturingssysteem iOS,moet voorafgaand aan het ge-bruik de BMW Motorrad Con-nected app worden geopend.

33Toerenteller1 Schaal2 Laag toerentalbereik3 Hoog/rood toerentalbe-reik4 Wijzer5 Sleepwijzer6 Eenheid voor toerenteller:1000 omwentelingen perminuutAfhankelijk van de koel-vloeistoftemperatuur ver-andert het rood gearceerdetoerentalbereik:Hoe kouder de motor, des telager is het toerental waarbijhet rood gearceerde toerental-bereik begint.Hoe warmer de motor, des tehoger is het toerental waarbijhet rood gearceerde toerental-bereik begint.Het volledig rode toe-rentalbereik geeft hetmaximale toerental aan, afhan-kelijk van bijvoorbeeld inrijcon-trole, Launch Control of storin-gen in de motorregeling.Met het knipperen van deShiftlight knippert ook detoerenteller.ActieradiusIn de statusregel van het instru-mentenpaneel kan de actiera-dius 1 worden weergegeven( 72).De actieradius 1 geeft aanwelke afstand nog met de res-terende brandstof kan wor-den afgelegd.

De berekeninggeschiedt aan de hand vanhet gemiddeld verbruik en debrandstofhoeveelheid.Als het voertuig op de zijstan-daard staat, kan de brandstof-hoeveelheid in verband metde schuine stand niet cor-rect worden bepaald. Daaromwordt de actieradius alleenopnieuw berekend als de zij-standaard is ingeklapt.De actieradius wordt samenmet een waarschuwing weer-

36 AANDUIDINGENBoordcomputer entripboordcomputerDe schermmenu's BOORDCOM-PUTER en REISBOORDCOMP.geven voertuig- en ritgegevenszoals bijv. gemiddelde waardenweer.Bandenspanningmet bandenspanningscontrole(RDC)SUVoor de weergave van de ban-denspanningen is er naast hetmenuvenster MIJN VOERTUIGen de Check-Control-meldin-gen ook het beeldvenster BAN-DENSPANNING:De waarden links hebben be-trekking op het voorwiel, dewaarden rechts op het achter-wiel.Boven de werkelijke en voor-geschreven bandenspanningenwordt het drukverschil weerge-geven.Meteen na het inschakelen vanhet contact worden er alleenstreepjes weergegeven. Deoverdracht van de bandenspan-ningswaarden begint pas nadatde volgende minimumsnelheidvoor het eerst is overschreden:RDC-sensor is niet actiefmin. 30 km/h (Pas na over-schrijding van de minimum-snelheid verzendt de RDC-sensor zijn signaal aan demotorfiets.)

37De bandenspanningenworden op het displaymet temperatuurcompensa-tie weergegeven en hebbenaltijd betrekking op de vol-gende luchttemperatuur in deband:20 °CAls bovendien het band-symbool geel of roodwordt weergegeven, betreft heteen waarschuwing. Het druk-verschil wordt gemarkeerd meteen uitroepteken in dezelfdekleur.Als de betreffende waardebinnen het grensgebiedvan de toelaatbare tolerantieligt, brandt bovendien het al-gemene waarschuwingslampjegeel.Als de gemeten banden-spanning buiten de toe-gestane tolerantie ligt, knipperthet algemene waarschuwings-lampje rood.Uitgebreide informatie over deBMW Motorrad RDC vindt uin het hoofdstuk Techniek indetail ( 183).OnderhoudsbehoefteAls de resterende tijd tot aanhet volgende onderhoud min-der dan een maand is of als hetvolgende onderhoud binnen1000 km noodzakelijk is, danverschijnt er een witte Check-Control-melding.

38 AANDUIDINGENCONTROLELAMPJESWeergaveWaarschuwingen worden doorhet betreffende waarschu-wingslampje weergegeven.Waarschuwingen worden doormiddel van het algemene waar-schuwingslampje in combina-tie met een dialoogveld in hetinstrumentenpaneel weergege-ven. Afhankelijk van de ernstvan de waarschuwing gaathet algemene waarschuwings-lampje rood of geel branden.Het algemene waarschu-wingslampje wordt samenmet de waarschuwing met dehoogste prioriteit weergegeven.Een overzicht van de mogelijkewaarschuwingen vindt u op devolgende pagina's.Check-Control-displayDe meldingen op het displayzien er verschillend uit.

39Weergave van waardenDe symbolen 4 zien er ver-schillend uit. Afhankelijk vande beoordeling worden er ver-schillende kleuren gebruikt. Inplaats van numerieke waar-den 8 met eenheden 7 wordener ook teksten 6 weergegeven:Kleur van het symboolGroen: (OK) Huidige waardeis optimaal.Blauw: (Cold!) Actuele tem-peratuur is laag.Geel: (Low!/High!) Huidigewaarde is te laag of te hoog.Rood: (Hot!/High!) Huidigetemperatuur of waarde is tehoog.Wit: (---) Er is geen geldigewaarde aanwezig. In plaatsvan de waarde worden erstreepjes 5 weergegeven.De beoordeling van deafzonderlijke waarden isdeels pas vanaf een bepaalderitduur of snelheid mogelijk.Als een meetwaarde nog nietweergegeven kan worden, om-dat niet aan de voorwaardenvoor de meting is voldaan, wor-den in plaats daarvan streepjesweergegeven.

Zolang er geengeldige meetwaarde beschik-baar is, volgt er ook geen be-oordeling in de vorm van eengekleurd symbool.Check-Control-dialoogvensterMeldingen worden als Check-Control-dialoogvenster 1 weer-gegeven.Als het symbool 2 actiefwordt weergegeven, kan demelding worden bevestigddoor de Multi-Controller naarlinks te drukken.Check-Control-meldingenworden dynamisch als extratabblad aan de pagina's inhet menu Mijn Motor toe-gevoegd. Zo lang de storingbestaat, kan de melding op-nieuw worden opgeroepen.

46 AANDUIDINGENBuitentemperatuurDe buitentemperatuur wordt inde statusregel van het instru-mentenpaneel weergegeven.Als het voertuig stilstaat kande warmte van de motor demeting van de omgevingstem-peratuur beïnvloeden.

Als deinvloed van de motorwarmte tegroot wordt, verschijnen er tij-delijk streepjes in plaats van dewaarde.Als de buitentemperatuurtot onder de grenswaardevan circa 3 °C zakt, is er gevaarvoor ijzelvorming.Als deze temperatuur voor deeerste keer wordt onderschre-den, knippert het ijskristalsym-bool in de statusregel van hetinstrumentenpaneel.Waarschuwingbuitentemperatuurwordt weergegeven.Mogelijke oorzaak:De bij de motorfiets ge-meten buitentempera-tuur is lager dan:circa 3 °CWAARSCHUWINGGevaar van gladheid ook viacirca 3 °CGevaar voor een ongevalBij lage buitentemperaturenmoet op bruggen en scha-duwrijke wegen rekeningworden gehouden met glad-heid.Vooruitziend rijden.Radiografische sleutel buitenhet ontvangstbereikmet Keyless RideSUbrandt geel.Radiog. sleutel nietin bereik.

47Blijf rustig als tijdens de rithet Check-Control-dialoog-venster verschijnt. U kuntdoorrijden, de motor wordtniet uitgeschakeld.Defecte radiografische sleu-tels door een BMW MotorradPartner laten vervangen.Batterij van de radiografischesleutel vervangenmet Keyless RideSUbrandt geel.Batt. radiogr. sl.bijna leeg. Functiebeperkt. Batterij ver-vangen.Mogelijke oorzaak:De batterij van de radiografi-sche sleutel heeft niet meerde volledige capaciteit. Dewerking van de radiografischesleutel is nog voor een be-perkte tijd gewaarborgd.Batterij van de radiografischesleutel vervangen. ( 89)Keyless Ride uitgevallenmet Keyless RideSUbrandt geel.Keyless Ride uit-gevallen! Motorniet afzetten. Evt.geen nieuwe motorstartmogelijk.Mogelijke oorzaak:De Keyless Ride-regeleenheidheeft een communicatiestoringgeregistreerd.De motor niet afzetten.

Zosnel mogelijk een vakwerk-plaats opzoeken, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Het starten van de motor kanniet meer met Keyless Rideworden ingeschakeld.DWA niet meer activeerbaar.Boordnetspanning te laagBoordnetspanninglaag. Onnodige ver-bruikers uitschakelen.De boordnetspanning is te laag.Bij doorrijden ontlaadt de voer-tuigelektronica de accu.Mogelijke oorzaak:Verbruikers met hoog stroom-verbruik, bijv. verwarmingsves-ten in gebruik, te veel verbrui-kers tegelijkertijd in gebruik, ofaccu defect.Niet benodigde verbruikersuitschakelen of losnemen vanboordnet.Wanneer de storing nogsteeds aanwezig is, ofoptreedt zonder dat ver-bruikers zijn aangesloten,de storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats laten

Niet verderrijden.WAARSCHUWINGUitval van de voertuigsyste-menGevaar voor ongevallenNiet verder rijden.De accu wordt niet opgeladen.De voertuigelektronica ontlaadtde accu.Mogelijke oorzaak:Storing dynamo, accu defect ofzekering doorgebrand.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Lampstoringbrandt geel.De defecte lamp wordtweergegeven:Grootlicht defect!

49Richtingaanwijzerlinksvoor defect!of Richtingaanwijzerrechtsvoor defect!Dimlicht defect!Stadslicht voor de-fect!Dagrijlicht defect!Achterlicht defect!Remlicht defect!Richtingaanwijzerlinksachter defect!of Richtingaanwijzerrechtsachter defect!Kentekenverlichtingdefect!Door specialist latencontroleren.knippert geel.De defecte lamp wordtweergegeven:Actieve koplamp de-fect. Door specia-list laten controleren.WAARSCHUWINGDe motorfiets wordt niet ge-zien in het wegverkeer dooruitvallen van de verlichtingvan de motorfietsVeiligheidsrisicoEen defecte gloeilamp zosnel mogelijk vervangen.Hiervoor contact opnemenmet een specialist, bij voor-keur een BMW Motorraddealer.Mogelijke oorzaak:Een of meer lampen zijn defect.Defecte lampen door visuelecontrole bepalen.LED-lampen compleet la-ten vervangen.

50 AANDUIDINGENLichtregeling uit-gevallen! Door spe-cialist laten controle-ren.WAARSCHUWINGDe motorfiets wordt niet ge-zien in het verkeer door uit-val van de voertuigverlich-tingVeiligheidsrisicoDe storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats la-ten verhelpen, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.De voertuigverlichting is ge-deeltelijk of volledig uitgevallen.Mogelijke oorzaak:De verlichtingsregeling heefteen communicatiefout ontdekt.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.DWA-accu zwakmet alarmsysteem (DWA)SUDWA-accucapaciteitzwak. Geen beperkin-gen. Maak een afspraakbij een specialist.Deze storingsmeldingwordt gedurende kortetijd alleen aansluitend op dePre-Ride-Check weergegeven.Mogelijke oorzaak:De DWA-accu heeft niet meerzijn volledige capaciteit.

Dewerking van de DWA is bij eenlosgekoppelde motorfietsaccunog slechts beperkt gewaar-borgd.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.DWA-accu leegmet alarmsysteem (DWA)SUbrandt geel.DWA-accu ontladen.Autoalarm niet ac-tief. Maak een afspraakbij een specialist.Deze storingsmeldingwordt gedurende kortetijd alleen aansluitend op dePre-Ride-Check weergegeven.Mogelijke oorzaak:De DWA-batterij is leeg. De ac-tivering van het alarm is nietmogelijk nadat de voertuigaccuis losgekoppeld. Alle anderefuncties van de DWA zijn func-tioneel.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.

Omaf te koelen gema-tigd verder rijden.ATTENTIERijden met oververhitte mo-torMotorschadeBeslist de hieronder ver-melde punten in acht ne-men.Mogelijke oorzaak:Het koelvloeistofpeil is te laag.Koelvloeistofpeil controleren.( 200)Als het koelvloeistofpeil te laagis:Motor laten afkoelen.Koelvloeistof bijvullen.Het koelsysteem dooreen vakwerkplaats latencontroleren, het beste dooreen BMW Motorrad Partner.Mogelijke oorzaak:De temperatuursensor heefteen hoge temperatuur in demotor herkend.Zo mogelijk de motor in deel-last laten draaien om hem afte koelen.Als de motortemperatuur va-ker te hoog is, de storing zosnel mogelijk laten verhelpendoor een vakwerkplaats, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Motor oververhitbrandt rood.Motor oververhit!Voorzichtig stoppenen de motor afzetten.

52 AANDUIDINGENATTENTIERijden met oververhitte mo-torMotorschadeBeslist de hieronder ver-melde punten in acht ne-men.Mogelijke oorzaak:Het koelvloeistofpeil is te laag.Koelvloeistofpeil controleren.( 200)Als het koelvloeistofpeil te laagis:Motor laten afkoelen.Koelvloeistof bijvullen.Het koelsysteem dooreen vakwerkplaats latencontroleren, het beste dooreen BMW Motorrad Partner.Mogelijke oorzaak:De motor is oververhit.Voorzichtig stoppen en demotor afzetten, wachten totde motor afgekoeld is.Als de motor vaker oververhitraakt, de storing zo snel mo-gelijk door een vakwerkplaatslaten verhelpen, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Storing aandrijfsysteemwordt weergegeven ofknippert.Aandrijving!

53Mogelijke oorzaak:De motorregeleenheid heefteen storing vastgesteld die totde beschadiging van het uit-laatsysteem kan leiden.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Het is mogelijk verder te rij-den, maar dit is niet aan teraden.Ernstige storing in demotorregelingknippert rood.Ernstige storing inde motorregeling!Rustig verder rijdenmog. Schade mogelijk.Door specialist latencontrol.WAARSCHUWINGBeschadiging van de motortijdens noodfunctieGevaar voor ongevallenLangzaam rijden, sterk acce-lereren en inhaalmanoeuvresvermijden.Indien mogelijk, voertuig la-ten ophalen en storingendoor een specialist laten ver-helpen, het liefst door eenBMW Motorrad Partner.Mogelijke oorzaak:De motorregeleenheid heefteen uitval gediagnosticeerd dietot ernstige gevolgstoringenkan leiden.

Anders draait demotor in de noodfunctie.Verder rijden mogelijk, hetmotorvermogen staat ech-ter niet zoals gewend ter be-schikking.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Bandenspanning in hetgrensgebied van detoelaatbare tolerantiebrandt geel.Bandenspanning nietop voorgeschr. Ban-denspanning controle-ren.Mogelijke oorzaak:De gemeten bandenspanningligt in het grensgebied van detoegestane tolerantie.Bandenspanning corrigeren.Vóór het aanpassen van debandenspanning de informatieover de temperatuurcompen-satie en over het aanpassenvan de bandenspanning in het

Bandenspanningcontroleren.WAARSCHUWINGBandenspanning buiten detoelaatbare tolerantie.Gevaar voor ongevallen, ver-slechtering van de rijeigen-schappen van het voertuig.Rijstijl aanpassen.Mogelijke oorzaak:De gemeten bandenspanningligt buiten de toegestane tole-rantie.Banden op beschadigingen enbruikbaarheid controleren.Is de band nog bruikbaar:Bij de volgende gelegenheidde bandenspanning corrige-ren.Vóór het aanpassen van debandenspanning de informatieover de temperatuurcompen-satie en over het aanpassenvan de bandenspanning in hethoofdstuk Techniek in detailter harte nemen:met bandenspanningscontrole(RDC)SUTemperatuurcompensatie( 184)met bandenspanningscontrole(RDC)SUAanpassing van de banden-spanning ( 184)

56 AANDUIDINGENDe voorgeschreven banden-spanningswaarden zijn op devolgende plaatsen te vinden:Achterkant omslag van dehandleidingInstrumentenpaneel in hetaanzicht BANDENSPANNINGBandenspanningstabelDe band bij een vakwerk-plaats op beschadigingen la-ten controleren, bij voorkeurbij een BMW Motorrad Part-ner.Bij eventuele twijfel over debruikbaarheid van de band:Niet verder rijden.Pechdienst informeren.Overdrachtsstoring"---"Mogelijke oorzaak:Het voertuig heeft de mini-mumsnelheid niet bereikt( 183).RDC-sensor is niet actiefmin. 30 km/h (Pas na over-schrijding van de minimum-snelheid verzendt de RDC-sensor zijn signaal aan demotorfiets.)RDC-weergave in het ooghouden bij hogere snelheid.Pas als daarnaast het alge-mene waarschuwingslampjegaat branden, gaat het omeen permanente storing.

In ditgeval:De storing bij een vakwerk-plaats laten verhelpen, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Mogelijke oorzaak:De radioverbinding met deRDC-sensoren is verstoord.Mogelijke oorzaak is radiogra-fische apparatuur in de omge-ving die de verbinding tussende RDC-regeleenheid en desensoren stoort.RDC-weergave in een andereomgeving observeren. Pas alsdaarnaast het algemene waar-schuwingslampje gaat bran-den, gaat het om een perma-nente storing. In dit geval:De storing bij een vakwerk-plaats laten verhelpen, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Batterij van debandenspanningssensor zwakbrandt geel.Batterij RDC-sensoren bijna leeg.Functie beperkt. Dooreen specialist latencontroleren.

57Deze storingsmeldingwordt gedurende kortetijd alleen aansluitend op dePre-Ride-Check weergegeven.Mogelijke oorzaak:De batterij van de bandenspan-ningssensor heeft niet meerzijn volledige capaciteit. Dewerking van de bandenspan-ningscontrole is nog voor eenbeperkte tijd gewaarborgd.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Sensor defect ofsysteemstoringbrandt geel."---"Mogelijke oorzaak:Er zijn wielen zonder RDC-sen-soren gemonteerd.Wielen met RDC-sensorenachteraf aanbrengen.Mogelijke oorzaak:Een of twee RDC-sensoren zijnuitgevallen of er is een sys-teemstoring aanwezig.De storing bij een vakwerk-plaats laten verhelpen, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Bandenspanningscontrole(RDC) uitgevallenbrandt geel.Bandenspann.controleuitgevallen! Func-tie beperkt.

58 AANDUIDINGENMogelijke oorzaak:De valsensor heeft herkend datde motorfiets is omgevallen enheeft de motor uitgeschakeld.Het voertuig overeind zettenen controleren op mogelijkebeschadigingen.Het contact uit- en weer in-schakelen of de nood-uit-schakelaar in- en weer uit-schakelen.Noodoproepfunctie beperktbeschikbaarmet intelligente noodop-roepSUbrandt geel.Noodoproep beperkt.Bij een herhaald op-treden door een garagelaten controleren.Mogelijke oorzaak:De noodoproep kan niet au-tomatisch of niet via BMW totstand worden gebracht.De informatie over de bedie-ning van de intelligente nood-oproep vanaf pagina ( 91)in acht nemen.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Mogelijke oorzaak:Stekkerverbinding losgenomen.Losgenomen stekkerverbin-ding aansluiten.

( 167)Noodoproepfunctieuitgevallenmet intelligente noodop-roepSUbrandt geel.Storing noodoproep.Maak een afspraakbij een specialist.Mogelijke oorzaak:De regeleenheid van het nood-oproepsysteem heeft een uitvalgediagnosticeerd. De noodop-roepfunctie is uitgevallen.In acht nemen dat de nood-oproep niet kan worden ver-stuurd.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Mogelijke oorzaak:Stekkerverbinding losgenomen.Losgenomen stekkerverbin-ding aansluiten. ( 167)Storing zijstandaardbewakingbrandt geel.Bewaking zijstan-daard defect. Ver-der rijden mogelijk. In

59stand motorstop! Doorspecialist laten contro-leren.Mogelijke oorzaak:Zijstandaardschakelaarof bedrading bescha-digdDe motor wordt bij het over-schrijden van de minimum-snelheid uitgeschakeld. In datgeval is rijden niet meer mo-gelijk.min. 5 km/hContact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.ABS-zelfdiagnose nietbeëindigdknippert.Mogelijke oorzaak:ABS-zelfdiagnose nietvoltooidDe ABS-functie is niet be-schikbaar, omdat de zelf-diagnose niet is afgesloten.(Voor de controle van dewieltoerentalsensoren moetde motorfiets een minimum-snelheid met draaiende mo-tor bereiken: min. 5 km/h)Langzaam wegrijden. Er reke-ning mee houden dat tot hetafsluiten van de zelfdiagnosede ABS-functie niet beschik-baar is.ABS-storingbrandt geel.brandt.ABS beperkt beschik-baar! Rustig door-rijden mog. Rij voor-zichtig naar de dichtst-bijz.

60 AANDUIDINGENnaar de dichtstbijz.specialist.Mogelijke oorzaak:De ABS-regeleenheid heeft eenstoring opgemerkt. De ABS-functie is niet beschikbaar.Verder rijden mogelijk.Nadere informatie overbijzondere situaties die toteen ABS-storingsmeldingkunnen leiden in acht nemen( 176).De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.ABS Pro uitgevallenbrandt geel.brandt.ABS Pro uitgevallen!Rustig verder rij-den mog. Rij voorzich-tig naar de dichtstbijz.specialist.Mogelijke oorzaak:De bewaking van de ABS Pro-functie heeft een storing op-gemerkt. De ABS Pro-functieis niet beschikbaar. De ABS-functie blijft beschikbaar.

ABSondersteunt alleen bij het rem-men bij rechtuitrijden.Verder rijden mogelijk.Nadere informatie overbijzondere situaties die eenABS Pro-storingsmeldingkunnen veroorzaken in achtnemen ( 176).De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.ABS-regeling alleen bij hetvoorwielmet rijmodi ProSUknippert niet regelmatig.Mogelijke oorzaak:De ABS-achterwielregeling is inde momenteel geselecteerderijmodus uitgeschakeld. Deachterwielrem kan het achter-wiel laten blokkeren.Instellingen van de rijmoduscontroleren.Voor meer informatie over deconfiguratie van de rijmodi,zie het hoofdstuk "Techniek indetail" ( 180).DTC-ingreepknippert snel.

61Mogelijke oorzaak:De DTC heeft een instabiliteitvan het achterwiel herkend envermindert het koppel.Het controle- en waarschu-wingslampje knippert langerdan dat de DTC-ingreep duurt.Daarmee heeft de berijder ookna de kritieke rijsituatie nogeen optische bevestiging vande uitgevoerde regeling.Verder rijden mogelijk. Voor-uitziend rijden.DTC-zelfdiagnose nietbeëindigdknippert langzaam.Mogelijke oorzaak:DTC-zelfdiagnose nietvoltooidDe DTC-functie is niet be-schikbaar, omdat de zelf-diagnose niet is afgesloten.(Voor de controle van dewieltoerentalsensoren moetde motorfiets een minimum-snelheid met draaiende mo-tor bereiken: min. 5 km/h)Langzaam wegrijden.

62 AANDUIDINGENATTENTIEBeschadiging van onderde-lenBeschadiging van bijv. senso-ren met daaruit resulterendestoringenGeen voorwerpen onder hetbestuurderszadel of de duo-buddyseat meenemen.Boordgereedschap vastzet-ten.Giermomentsensor niet be-schadigen.Er rekening mee houden datde DTC-functie en andere rij-dynamieksystemen niet be-schikbaar zijn.Verder rijden mogelijk. Uitge-breide informatie over situa-ties die tot een DTC-storingkunnen leiden in acht nemen( 178).De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.DTC beperkt beschikbaarbrandt geel.brandt.Tractiecontrole be-perkt! Rustig verderrijden mog. Rij voor-zichtig naar de dichtst-bijz. specialist.Mogelijke oorzaak:De motorregeleenheid heefteen DTC-storing herkend.ATTENTIEBeschadiging van onderde-lenBeschadiging van bijv.

senso-ren met daaruit resulterendestoringenGeen voorwerpen onder hetbestuurderszadel of de duo-buddyseat meenemen.Boordgereedschap vastzet-ten.Giermomentsensor niet be-schadigen.Er rekening mee houden datde DTC-functie en andere rij-dynamieksystemen slechtsbeperkt beschikbaar zijn.Verder rijden mogelijk. Uitge-breide informatie over situa-ties die tot een DTC-storingkunnen leiden in acht nemen( 178).De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.

63DDC-storingmet Dynamic Damping Con-trol (DDC)SUbrandt geel.Veerpootverstel-ling defect! Rus-tig verder rijden mog.Rij voorzichtig naar dedichtstbijz. specia-list.Mogelijke oorzaak:De DDC-regeleenheid heefteen storing opgemerkt.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.De motorfiets is in deze toe-stand mogelijk zeer hard af-geveerd en rijdt met name opslechte rijbanen oncomforta-bel.Mogelijke oorzaak:Er is een DDC sensorstoringherkend.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.De semi-actieve functionaliteitis gedeactiveerd.Brandstofreserve bereiktbrandt geel.Tankreserve be-reikt.

64 AANDUIDINGENHill Start Control automatischgedeactiveerdknippert geel.Mogelijke oorzaak:De Hill Start Control is automa-tisch gedeactiveerd.Zijstandaard is uitgeklapt.Hill Start Control is bij uitge-klapte zijstandaard gedeacti-veerd.Motor is afgezet.Hill Start Control is bij afge-zette motor gedeactiveerd.Hill Start Control Pro bedie-nen. ( 108)Hill Start Control nietactiveerbaarwordt weergegeven.Wegr.ass. niet besch.Motor draait niet.Mogelijke oorzaak:De Hill Start Control kan nietworden geactiveerd.Zijstandaard inklappen.Hill Start Control werkt al-leen bij een ingeklapte zijstan-daard.Motor starten.Hill Start Control werkt alleenbij draaiende motor.Versnelling niet ingeleerdmet schakelassistent ProSUVersnellingsindicator knip-pert.Mogelijke oorzaak:De versnellingssensor is nietvolledig ingeleerd.Motor starten.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met BMW S 1000 R (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden