Alcatel XL375 Handleiding


Pagina's 86 Nederlands Telefoon

Bekijk de handleiding van Alcatel XL375 gratis online of download de PDF. 20 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Register your product and get support at
www.philips.com/welcome
XL370
XL375
NL Gebruiksaanwijzing

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Alcatel
Categorie: Telefoon
Model: XL375

Handleiding Alcatel XL375 – volledige tekst

3Nederlan d sNL 5 Intercomgesprek en telefonische conferenties 18Bellen naar een andere handset 18Een gesprek doorverbinden 18Een conferentiegesprek beginnen 18 6 Letters en cijfers 20Letters en cijfers invoeren 20Wisselen tussen hoofdletters en kleine letters 20 7 Telefoonboek 21Het telefoonboek weergeven 21Een vermelding zoeken 21Kiezen vanuit het telefoonboek 21Het telefoonboek openen tijdens een gesprek 21Een vermelding toevoegen 21Een vermelding bewerken 22Een vermelding verwijderen 22Alle vermeldingen verwijderen 22Snelkeuzenummer 22 8 Bellijst 23De belvermeldingen weergeven 23Een belvermelding opslaan in het telefoonboek 23Terugbellen 23Een belvermelding verwijderen 23Alle belvermeldingen verwijderen 24 9 Herhaallijst 25De herhaalvermeldingen bekijken 25 10 Persoonlijke instellingen 26Het telefoonscherm instellen 26Geluiden instellen 26Inhoudsopgave 1 Belangrijke veiligheidsinstructies 5 Conformiteitsverklaring 5 Compatibel met de GAP-norm 6Voldoet aan de norm voor elektromagnetische velden (EMF) 6Oude producten en batterijen weggooien 7 2 Uw XL370/XL375 8 Wat zit er in de doos?

5Bij het activeren van de handsfree-functie •kan het geluidsvolume sterk toenemen: zorg ervoor dat de handset zich niet te dicht bij uw oor bevindt. Deze apparatuur is niet ontworpen voor •het bellen van alarmnummers tijdens een stroomstoring. Zorg ervoor dat een alternatief beschikbaar is om het bellen van alarmnummers mogelijk te maken. Stel de telefoon niet bloot aan hoge •temperaturen veroorzaakt door verwarmingsapparatuur of direct zonlicht. Laat de telefoon niet vallen en laat geen •voorwerpen op de telefoon vallen. Gebruik geen schoonmaakmiddelen •die alcohol, ammoniak, benzeen of schuurmiddelen bevatten, omdat het apparaat hierdoor kan worden beschadigd. Gebruik het product niet op plaatsen waar •ontplofngsgevaar bestaat. Zorg ervoor dat het product niet in contact •komt met kleine metalen voorwerpen.

Is dit toch het geval, dan kan de geluidskwaliteit verminderen en kan het product beschadigd raken. Ingeschakelde mobiele telefoons in de •nabijheid kunnen interferentie veroorzaken. Metalen objecten kunnen magnetisch worden •aangetrokken wanneer deze zich in de nabijheid bevinden van de luidspreker in de handset. Informatie over de bedrijfstemperatuur en de opslagtemperatuurGebruik de telefoon uitsluitend bij een • temperatuur tussen 0 ºC en 35 ºC. Berg de telefoon uitsluitend op bij een • temperatuur tussen -20 °C en 45 °C. De levensduur van de batterij • kan worden verkort door lage temperatuuromstandigheden. ConformiteitsverklaringPhilips Consumer Lifestyle, P&A, verklaart hierbij dat het product XL370/XL375 voldoet aan de essentiële vereisten en andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG. U kunt de conformiteitsverklaring lezen op www. p4c. philips. com.

1 Belangrijke vei-ligheidsinstruc-tiesVereiste voedingDit product moet worden gevoed met • 100 - 240 volt wisselstroom. Bij een stroomstoring kan de communicatie worden onderbroken.

Het voltage op het telefoonnetwerk • is geclassiceerd als TNV-3 (Telecommunication Network Voltages) zoals gedenieerd in de standaard EN 60950. WaarschuwingHet elektrische netwerk is geclassiceerd als •gevaarlijk. De lader kan uitsluitend worden uitgeschakeld door de adapter uit het stopcontact te halen. Zorg ervoor dat het stopcontact altijd gemakkelijk kan worden bereikt. Voorkom schade of defectenLet opGebruik uitsluitend de voeding die in de •gebruiksaanwijzing wordt vermeld. Gebruik uitsluitend de batterijen die in de •gebruiksaanwijzing worden vermeld. Zorg ervoor dat de laadcontacten of de •batterijen niet in contact komen met metalen objecten. Open de handset, het basisstation of de lader •niet omdat u kunt worden blootgesteld aan hoogspanning. Stel de lader niet bloot aan vloeistoffen. •Ontplofngsgevaar als de batterij wordt •vervangen door een onjuist type.

Gooi gebruikte batterijen weg volgens de •instructies. Gebruik altijd de bij het product geleverde •kabels. Apparatuur die op het lichtnet wordt •aangesloten moet dicht bij een stopcontact worden geïnstalleerd dat gemakkelijk bereikbaar is. Nederlan d sNL.

Philips bevestigt dat als zijn producten correct voor het daartoe bestemde gebruik worden aangewend, deze volgens de nieuwste wetenschappelijke onderzoeken op het moment van de publicatie van deze handleiding veilig zijn om te gebruiken. Philips speelt een actieve rol in de ontwikkeling van internationale EMF- en veiligheidsnormen, wat Philips in staat stelt in te spelen op toekomstige normen en deze tijdig te integreren in zijn producten. Dit product is ontworpen, getest en vervaardigd volgens de Europese R&TTE-richtlijn 1999/5/EG. Volgens deze richtlijn kan dit product in de volgende landen in gebruik worden genomen: Compatibel met de GAP-normDe GAP-norm garandeert dat alle DECT™ GAP-handsets en -basisstations aan de minimale bedrijfsnorm voldoen, ongeacht het fabricaat. De handset en het basisstation voldoen aan de GAP-norm.

Dit houdt in dat de minimumfuncties worden ondersteund: een handset aanmelden, de lijn beleggen, bellen en een gesprek aannemen. De geavanceerde functies zijn mogelijk niet beschikbaar wanneer u de handsets gebruikt in combinatie met een ander fabricaat. Als u deze handset wilt aanmelden bij een GAP-compatibel basisstation van een ander fabricaat, volgt u eerst de procedure uit de instructies van de fabrikant van het basisstation.

Daarna volgt u de instructies voor het aanmelden van een handset in deze handleiding. Als u een handset van een ander fabricaat wilt aanmelden bij het basisstation, schakelt u op het basisstation de modus voor aanmelden in en volgt u daarna de instructies van de fabrikant voor het aanmelden van de handset. NL.

7Milieu-informatieEr is geen overbodig verpakkingsmateriaal gebruikt. We hebben ervoor gezorgd dat de verpakking gemakkelijk kan worden gescheiden in drie materialen: karton (de doos), polystyreen (buffer) en polyethyleen (zakken en afdekking). Het systeem bestaat uit materialen die kunnen worden gerecycled en opnieuw kunnen worden gebruikt wanneer het wordt gedemonteerd door een gespecialiseerd bedrijf. Houd u aan de plaatselijke regelgeving inzake het weggooien van verpakkingsmateriaal, lege batterijen en oude apparatuur. Uw product bevat batterijen die, overeenkomstig de Europese richtlijn 2006/66/EG, niet bij het gewone huishoudelijke afval mogen worden weggegooid. Informeer u over de lokale regels inzake de gescheiden ophaling van gebruikte batterijen.

Een goede afvalverwerking van uw oude product draagt bij tot het voorkomen van mogelijke schade voor het milieu en de volksgezondheid. Oude producten en batterijen weggooien Uw product is vervaardigd van kwalitatief hoogwaardige materialen en onderdelen die gerecycled en opnieuw gebruikt kunnen worden. Als u op uw product een doorstreepte afvalcontainer op wieltjes ziet, betekent dit dat het product valt onder de EU-richtlijn 2002/96/EG. Informeer naar het plaatselijke systeem voor de gescheiden inzameling van elektrische en elektronische producten. Houd u aan de plaatselijke regels en gooi uw oude producten niet samen met uw gewone, huishoudelijke afval weg. Als u oude producten correct verwijdert, voorkomt u negatieve gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid.

Uw product bevat batterijen die, overeenkomstig de Europese richtlijn 2006/66/EG, niet bij het gewone huishoudelijke afval mogen worden weggegooid. Win informatie in over de lokale wetgeving omtrent de gescheiden inzameling van batterijen. Door u op de juiste wijze van de batterijen te ontdoen, voorkomt u negatieve gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid.

10 10 Houd deze toets • ingedrukt om het toetsenblok te vergrendelen/ontgrendelen.11 Hiermee schakelt u de • microfoon in/uit.12 Hiermee bladert u • omlaag in het menu.Hiermee verlaagt u • het volume van de luidspreker.Hiermee opent u het • telefoonboek.13 / MENU Hiermee selecteert u • de functie die op het scherm van de handset recht boven de toets wordt weergegeven.Hiermee geeft u het • hoofdmenu weer. 14 Luidspreker 15 BatterijklepOverzicht van het basisstationXL370 1 Luidspreker2/RHiermee selecteert u • de functie die op het scherm van de handset recht boven de toets wordt weergegeven.Hiermee verzendt u • het ashsignaal.3Hiermee kunt u • bellen en gesprekken aannemen.Hiermee beëindigt u • het gesprek.Hiermee sluit u het • menu/de bewerking af.4Hiermee bladert u • omhoog in het menu.Hiermee verhoogt • u het volume van de luidspreker.Hiermee opent u de • bellijst.

5 Hiermee geeft u de REDIAL • herhaallijst weer en belt u het laatste nummer.6Hiermee schakelt u de • luidspreker in/uit.7Druk op deze toets om • een pauze in te lassen.Houd deze toets • ingedrukt om het belsignaal in of uit te schakelen.Hiermee schakelt u • tussen hoofdletters en kleine letters bij het bewerken van tekst.8Hiermee begint u een • intercomgesprek.Hiermee begint u een • conferentiegesprek. 9 MicrofoonNL

11Pictogrammen weergevenIn stand-bymodus geven de pictogrammen die op het hoofdscherm worden weergegeven aan welke functies op de handset beschikbaar zijn. Pictogram BeschrijvingWanneer de handset van het basisstation/de lader is genomen, geven de balkjes het batterijniveau aan (vol, halverwege en bijna leeg).Wanneer de handset zich op het basisstation/de lader bevindt, blijven de balkjes bewegen tot het opladen is voltooid.Het pictogram van de lege batterij knippert en u hoort een waarschuwingstoon. De batterij is bijna leeg en moet worden opgeladen.Dit pictogram geeft de verbindingsstatus tussen de handset en het basisstation weer.

Hoe meer balken er worden weergegeven, hoe beter de signaalsterkte is.De datum wordt weergegeven.De tijd wordt weergegeven.Het alarm is geactiveerd.Het belsignaal is uitgeschakeld.AntwoordapparaatEr is een niet-afgespeeld bericht.Blader omhoog om meer opties weer te gevenBlader omlaag om meer opties weer te geven ECO De ECO-modus is geactiveerd. Toets Naam Beschrijving1Hiermee zoekt u • handsets.Hiermee schakelt u • de modus voor het aanmelden in.XL375 1 Luidspreker (achterzijde) 2 LED-indicator3 / Hiermee verhoogt/• verlaagt u het volume van de luidspreker.4 / Hiermee spoelt u • vooruit/achteruit tijdens het afspelen.5Hiermee speelt u • berichten af.Hiermee stopt u • het afspelen van berichten.6Hiermee verwijdert • u berichten.7Hiermee • schakelt u het antwoordapparaat in/uit.8Hiermee zoekt u • handsetsHiermee schakelt u • de modus voor het aanmelden inNederlan d sNL

12 3 Sluit elk uiteinde van het telefoonsnoer aan op: de telefoonaansluiting aan de onderkant • van het basisstation;de telefoonaansluiting in de muur.• De handset installerenLet opOntplofngsgevaar! Houd batterijen uit •de buurt van hitte, zonlicht of vuur. Werp batterijen nooit in het vuur.Gebruik uitsluitend de meegeleverde •batterijen.Risico van verminderde levensduur! Gebruik •nooit verschillende merken of soorten batterijen door elkaar.OpmerkingLaad de batterijen voorafgaand aan het eerste •gebruik 16 uur lang op.WaarschuwingControleer de polariteit van de batterijen •wanneer u deze in het batterijcompartiment plaatst. Onjuiste plaatsing kan het product beschadigen. 3 Aan de slagLet opVergeet niet de veiligheidsinstructies te lezen •in het gedeelte “Belangrijk” voordat u de handset aansluit en installeert. Het basisstation aansluitenWaarschuwingHet product kan beschadigd raken!

Controleer •of de voedingsspanning overeenkomt met het voltage dat is vermeld op de achter- of onderzijde van de telefoon.Gebruik uitsluitend de meegeleverde adapter •om de batterijen op te laden.OpmerkingAls u zich via uw telefoonlijn abonneert •op de snelle DSL-internetservice (digital subscriber line), dient u een DSL-lter tussen het telefoonsnoer en het stopcontact te installeren. Dit lter voorkomt ruis en problemen met nummerherkenning die door de DSL-interferentie worden veroorzaakt. Neem contact op met uw DSL-serviceprovider voor meer informatie over DSL-lters.Het typeplaatje bevindt zich aan de onderkant •van het basisstation.

13Het batterijniveau controlerenHet batterijpictogram geeft het huidige batterijniveau weer.Wanneer de handset van het basisstation/de lader is genomen, geven de balkjes het batterijniveau aan (vol, halverwege en bijna leeg).Wanneer de handset zich op het basisstation/de lader bevindt, blijven de balkjes bewegen tot het opladen is voltooid.Het pictogram van een lege batterij knippert. De batterij is bijna leeg en moet worden opgeladen.Als de batterijen leeg zijn, wordt de handset uitgeschakeld. Tijdens een telefoongesprek hoort u waarschuwingstonen wanneer de batterijen bijna leeg zijn. Na de waarschuwing wordt de verbinding verbroken.Het land instellenSelecteer uw land om de telefoon goed te laten functioneren. 1 Druk op wanneer het [OK]welkomstbericht wordt weergegeven. 2 Selecteer uw land en druk ter bevestiging op . [OK]De landinstelling wordt opgeslagen.

» 3 Stel de datum en de tijd in. De telefoon is nu klaar voor gebruik. »Als u de datum en tijd later wilt »instellen, drukt u op om [TERUG]deze instelling over te slaan. a De batterijen zijn vooraf in de handset geïnstalleerd. Trek de batterijtape van de batterijklep voordat u gaat opladen. b Plaats de handset op het basisstation om de handset op te laden. U hoort een stationstoon wanneer de handset goed op het basisstation is geplaatst.De handset begint met opladen. » OpmerkingHet is normaal dat de handset warm wordt •tijdens het opladen van de batterijen.Nederlan d sNL

14De signaalsterkte controlerenDit pictogram geeft de verbindingsstatus tussen de handset en het basisstation weer. Hoe meer balken er worden weergegeven, hoe beter de signaalsterkte is.Zorg ervoor dat de handset met het • basisstation is verbonden voordat u belt of een gesprek aanneemt en de functies van de telefoon gebruikt. Als u tijdens een telefoongesprek • waarschuwingstonen hoort, is de batterij van de handset bijna leeg of is de handset buiten bereik. Laad de batterij op of beweeg de handset in de richting van het basisstation.De datum en de tijd instellen1 Druk op .MENU 2 Selecteer > [KLOK & ALARM][DATUM/TIJD] en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Druk op de cijfertoetsen om de datum in te voeren en druk vervolgens op [OK]om te bevestigen.Op de handset wordt het menu voor »het instellen van de tijd weergegeven.

4 Gebruik de cijfertoetsen om de tijd in te voeren.Als de tijd in 12-uursformaat wordt • weergegeven, drukt u op / om [AM] of [PM] te selecteren. 5 Druk op om te bevestigen.[OK]Het datum- en tijdsformaat instellen1 Druk op .MENU 2 Selecteer > [KLOK & ALARM][FORMAAT INSTEL] en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Selecteer of [DATUMFORMAAT][TIJDSFORMAAT]. 4 Selecteer de instelling. Selecteer [DD/MM] [MM/DD] of als de datumweergave en of als de [12-UUR] [24-UUR]tijdsweergave. Druk vervolgens op [OK]om te bevestigen.De instelling wordt opgeslagen. »Wat is de stand-bymodus?De telefoon staat in de stand-bymodus wanneer deze niet in gebruik is. Op het stand-byscherm wordt de handsetnaam, het handsetnummer, de datum en tijd, het signaalpictogram en het batterijpictogram weergegeven.NL

15 2 Druk op om het nummer te bellen.Het laatste nummer herhalen 1 Druk op . 2 Druk op .REDIAL 3 Druk op .Vervolgens wordt het laatst gekozen »nummer opnieuw gekozen.Kiezen vanuit de herhaallijstU kunt een nummer kiezen vanuit de herhaallijst.TipRaadpleeg voor meer informatie “Een nummer •herhalen” in het gedeelte Herhaallijst.Kiezen vanuit het telefoonboekU kunt een nummer kiezen vanuit het telefoonboek.TipRaadpleeg voor meer informatie “Kiezen •vanuit het telefoonboek” in het gedeelte Telefoonboek.Kiezen vanuit de bellijstU kunt een nummer terugbellen vanuit de bellijst met inkomende of gemiste gesprekken.TipRaadpleeg voor meer informatie “Terugbellen” •in het gedeelte Bellijst.OpmerkingDe gesprekstimer geeft de gesprekstijd weer •van het huidige gesprek. 4 Telefoonge-sprekken voerenOpmerkingTijdens een stroomstoring kunt u met de •telefoon geen alarmnummers bellen.

TipControleer de signaalsterkte voordat u •gaat bellen en terwijl u een telefoongesprek voert. Raadpleeg voor meer informatie “De signaalsterkte controleren” in het gedeelte Aan de slag.BellenU kunt op de volgende manieren bellen:Direct kiezen• Nummer vooraf kiezen• Het laatste nummer herhalen• Kiezen vanuit de herhaallijst• Kiezen vanuit het telefoonboek• Kiezen vanuit de bellijst• Direct kiezen 1 Druk op . 2 Kies het telefoonnummer. Het nummer wordt gebeld. »De duur van het huidige gesprek »wordt weergegeven.Nummer vooraf kiezen 1 Toets het telefoonnummer in.Als u een cijfer wilt wissen, drukt u • op . [TERUG]Als u een pauze wilt inlassen, houdt • u ingedrukt.Nederlan d sNL

16Het volume van de luidspreker aanpassen Druk op of om het volume aan te passen tijdens een gesprek.Het volume van de luidspreker wordt aangepast en het gespreksscherm wordt opnieuw weergegeven.De microfoon uitschakelen1 Druk op tijdens het gesprek. Op de handset wordt »[GELUID UIT] weergegeven.Uw gesprekspartner kan u niet horen, »maar u kunt uw gesprekspartner wel horen. 2 Druk nogmaals op om de microfoon weer in te schakelen.U kunt nu weer communiceren met »uw gesprekspartner.De luidspreker in- of uitschakelen Druk op .Een tweede gesprek beginnenOpmerkingDeze service is afhankelijk van het netwerk. • 1 Druk tijdens een gesprek op en Rvervolgens ter bevestiging op .[OK]Het eerste gesprek wordt in de wacht »gezet. 2 Kies het tweede nummer.

Het nummer dat op het scherm wordt »weergegeven wordt gebeld.OpmerkingAls u waarschuwingstonen hoort, is de batterij •van de handset bijna leeg of is de handset buiten bereik. Laad de batterij op of beweeg de handset in de richting van het basisstation.Een gesprek beëindigenU kunt een gesprek op de volgende manieren beëindigen:Druk op • , of:Plaats de handset op het basisstation • of laadstation.Een gesprek aannemen Als de telefoon overgaat, drukt u op om de oproep te beantwoorden.OpmerkingDe service nummerherkenning is beschikbaar •als u de service nummerherkenning hebt geactiveerd bij uw serviceprovider.TipAls u een gesprek hebt gemist, wordt op de •handset een bericht weergegeven.Het belsignaal uitschakelen voor alle inkomende gesprekkenU kunt het belsignaal op twee manieren uitschakelen: 1 Houd in de stand-bymodus ingedrukt. » wordt weergegeven op het scherm.

17Een conferentiegesprek beginnen met de externe bellersOpmerkingDeze service is afhankelijk van het netwerk. •Informeer bij uw serviceprovider naar mogelijke extra kosten.Wanneer u twee gesprekken voert, drukt u op R en vervolgens op . De twee gesprekken worden »gecombineerd en er komt een telefonische conferentie tot stand.Een tweede gesprek aannemenOpmerkingDeze service is afhankelijk van het netwerk. •Wanneer u een regelmatig piepje hoort om aan te geven dat u wordt gebeld, kunt u het gesprek op de volgende manieren aannemen: 1 Druk op en om het gesprek aan te Rnemen.Het eerste gesprek wordt in de wacht »gezet en u bent nu verbonden met de beller. 2 Druk op en om het huidige gesprek Rte beëindigen en het tweede gesprek te beantwoorden.Wisselen tussen twee gesprekkenU kunt op de volgende manieren wisselen tussen uw gesprekken: Druk op • R en .

18Tijdens een telefoongesprekU kunt een gesprek doorverbinden van de ene handset naar de andere: 1 Druk op . 2 Het huidige gesprek wordt in de wacht gezet. 3 Selecteer een handsetnummer en druk op om te bevestigen.[OK]Wacht tot de andere handset wordt »opgenomen.Wisselen tussen gesprekken Druk op om te wisselen tussen het externe gesprek en het intercomgesprek.Een gesprek doorverbinden1 Druk op tijdens het gesprek. 2 Selecteer een handsetnummer en druk op om te bevestigen.[OK] 3 Druk op wanneer de andere handset wordt opgenomen.Het gesprek is nu doorverbonden met »de geselecteerde handset.Een conferentiegesprek beginnenEen 3-weg telefonische conferentie is een gesprek tussen u, de gebruiker van een andere handset en externe bellers. U hebt daarvoor twee handsets nodig die zijn aangemeld bij hetzelfde basisstation.

5 Intercomge-sprek en telefo-nische conferen-tiesEen intercomgesprek is een gesprek met een andere handset die met hetzelfde basisstation is verbonden. Bij een telefonische conferentie is er sprake van een conversatie tussen u, een gebruiker van een andere handset en externe gesprekspartners.Bellen naar een andere handsetOpmerkingAls bij het basisstation slechts 2 handsets • zijn aangemeld, drukt u op om de andere handset te bellen. 1 Druk op . De voor de intercomfunctie »beschikbare handsets worden weergegeven. 2 Selecteer een handsetnummer en druk op om te bevestigen.[OK]De geselecteerde handset gaat over. » 3 Druk op op de geselecteerde handset.De intercomfunctie is nu actief. » 4 Druk op om te annuleren of het intercomgesprek te beëindigen.OpmerkingAls de geselecteerde handset bezet is met een •ander gesprek, hoort u een bezettoon.NL

19OpmerkingAls een handset tijdens een telefonische •conferentie de verbinding verbreekt, blijft de andere handset verbonden met het externe gesprek.Tijdens een extern gesprek 1 Druk op om intern te bellen.De voor de intercomfunctie »beschikbare handsets worden weergegeven.Het externe gesprek wordt in de »wacht gezet. 2 Selecteer een handsetnummer of voer dat in en druk vervolgens op om te [OK]bevestigen.De geselecteerde handset gaat over. » 3 Druk op op de geselecteerde handset.De intercomfunctie is nu actief. » 4 Houd ingedrukt op uw handset.U hebt nu een 3-weg telefonische »conferentie tot stand gebracht met het externe gesprek en de geselecteerde handset.

5 Druk op om de telefonische conferentie te beëindigen.Opmerking Druk op • om met een andere handset deel te nemen aan een conferentie die al gaande is als [GEAVANC.INST] > [CONFERENTIE] is ingesteld op [AAN].Tijdens een telefonische conferentie 1 Druk op om het externe gesprek in de wacht te zetten en terug te gaan naar het interne gesprek.Het externe gesprek wordt in de »wacht gezet. 2 Druk op om te wisselen tussen het externe en het interne gesprek. 3 Houd ingedrukt om de telefonische conferentie te herstellen.Nederlan d sNL

20 Toets Tekens (kleine letters) 0 . 0 , / : ; “ ‘ ! ¡ ? ¿ * + - % \ ^ ~ | 1 [Sp] 1 @ _ # = < > ( ) & € £ $ ¥ [ ] { } ¤ § … 2a b c 2 à â Æ á ã â ä å ą ç ć č 3d e f 3 ď đ ė ĕ è é ê ë ę Δ Φ 4g h i 4 ğ í ì î ï l Γ 5j k l 5 Λ ł ĺ ľ 6m n o 6 ñ ň ń ó ô õ ö ő 7p q r s 7 ř ş š ś β Π Θ Σ8t u v 8 ţ ť ù ú û ü ů ű 9w x y z 9 ý ž ź ż ø Ω Ξ ΨVoorbeeld “Paul”Druk één keer op 7: PDruk één keer op 2: aDruk twee keer op 8: uDruk drie keer op 5: lWisselen tussen hoofdletters en kleine lettersStandaard begint het eerste woord van een zin met een hoofdletter en bestaat de rest uit kleine letters. Houd ingedrukt om te wisselen tussen hoofdletters en kleine letters.

6 Letters en cijfersU kunt letters en cijfers invoeren voor de naam van de handset, vermeldingen in het telefoonboek en voor andere menu-items.Letters en cijfers invoeren1 Druk een of meerdere keren op de alfanumerieke toets om het gewenste teken in te voeren. 2 Druk op om het teken te [TERUG]wissen. Druk op / om de cursor naar links en rechts te bewegen. Toets Tekens (hoofdletters) 0 . 0 , / : ; “ ‘ ! ¡ ? ¿ * + - % | 1 [Sp] 1 @ _ # = < > ( ) & £ $ ¥ ¤ § ... 2A B C 2 Â Æ Á Ã Ă Ä Å Ą Ç Ć Č 3D E F 3 Ď Ð Ė Ě É Ê Ę Δ Φ 4G H I 4 Ğ Í Ì Î Ï İ Γ 5J K L 5 Λ Ł Ĺ Ľ 6M N O 6 Ñ Ň Ń Ó Ô Õ Ö Ő 7P Q R S 7 Ř Ş Š Ś β Π Θ Σ 8T U V 8 Ţ Ť Ù Ú Û Ü Ů Ű 9W X Y Z 9 Ý Ž Ź Ż ſ Ø Ω Ξ ΨNL

21 2 Druk op > MENU [TELEFOONBOEK] en selecteer vervolgens. [BELLIJST] 3 Druk op de alfanumerieke toets die overeenkomt met het teken. De eerste vermelding die met dit »teken begint wordt weergegeven. Kiezen vanuit het telefoonboek1 Druk op of op > MENU[TELEFOONBOEK] > om [BELLIJST]het telefoonboek te openen. 2 Selecteer een contactpersoon in het telefoonboek. 3 Druk op om het nummer te bellen. Het telefoonboek openen tijdens een gesprek1 Druk op , selecteer [OK][TELEFOONBOEK] en druk vervolgens nogmaals op om te bevestigen. [OK] 2 Selecteer de contactpersoon en druk vervolgens op om te bevestigen. [OK]Het nummer kan worden bekeken. »Een vermelding toevoegenOpmerkingAls het geheugen van het telefoonboek vol •is, wordt een bericht weergegeven op de handset. Verwijder enkele vermeldingen om nieuwe vermeldingen te kunnen toevoegen. 1 Druk op.

MENU 2 Selecteer [TELEFOONBOEK] > [NWE GEGEVENS] en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Voer de naam in en druk vervolgens op [OK] om te bevestigen. 4 Voer het nummer in en druk vervolgens op om te bevestigen. [OK] 7 TelefoonboekDeze telefoon beschikt over een telefoonboek met ruimte voor maximaal 100 vermeldingen. U kunt het telefoonboek openen met de handset. Elke vermelding kan een naam bevatten van maximaal 14 tekens en een nummer van maximaal 24 cijfers. Het telefoonboek weergevenOpmerkingU kunt het telefoonboek slechts op één •handset tegelijk weergeven. 1 Druk op of druk op > MENU[TELEFOONBOEK] > om [BELLIJST]het telefoonboekmenu te openen. 2 Selecteer een contactpersoon en bekijk de beschikbare informatie. Een vermelding zoekenU kunt als volgt vermeldingen zoeken in het telefoonboek:Schuif door de lijst met contactpersonen. • Voer het eerste teken in van de • contactpersoon.

22 3 Selecteer een contactpersoon en druk vervolgens op om te bevestigen. [OK]Op de handset wordt een verzoek om »te bevestigen weergegeven. 4 Druk op om te bevestigen. [OK]De vermelding is verwijderd. »Alle vermeldingen verwijderen1 Druk op. MENU 2 Selecteer [TELEFOONBOEK] > [ALLES WISSEN] en druk op [OK] om te bevestigen. Op de handset wordt een verzoek om »te bevestigen weergegeven. 3 Druk op om te bevestigen. [OK]Alle vermeldingen worden verwijderd. »SnelkeuzenummerEr zijn 2 snelkeuzenummers (toets 1 en 2). Om het opgeslagen telefoonnummer automatisch te bellen, houdt u de toetsen ingedrukt in de stand-bymodus. Afhankelijk van uw land zijn toets 1 en 2 respectievelijk ingesteld op [1_VOICEMAIL] (het voicemailnummer) en [2_INFOSERVICE] (het informatieservicenummer) van uw netwerkbeheerder. Het snelkeuzenummer bewerken 1 Druk op > MENU [TELEFOONBOEK] > [BEWERK GEGEV.

] en druk vervolgens op om te bevestigen. [OK]De 2 snelkeuzenummers staan »bovenaan de lijst met contactpersonen. 2 Selecteer een snelkeuzenummer. 3 Bewerk de naam (behalve en ) 1_ 2_en druk vervolgens op om te [OK]bevestigen. 4 Bewerk het nummer en druk vervolgens op om te bevestigen. [OK]De nieuwe vermelding wordt »opgeslagen. TipRaadpleeg voor meer informatie over het •bewerken van de naam en het nummer het gedeelte Letters en cijfers. OpmerkingIn het telefoonboek kunnen uitsluitend nieuwe •nummers worden opgeslagen. Tip Houd • ingedruk t om een pauze in te voegen. De nieuwe vermelding wordt »opgeslagen. TipRaadpleeg voor meer informatie over het •bewerken van de naam en het nummer het gedeelte Letters en cijfers. Een vermelding bewerken1 Druk op. MENU 2 Selecteer [TELEFOONBOEK] > [BEWERK GEGEV. ] en druk op [OK] om te bevestigen.

23 »De bellijst met inkomende gesprekken wordt weergegeven. 3 Selecteer een vermelding en druk vervolgens op om te bevestigen. [OK] 4 Selecteer en [NUMMER OPSLAAN]druk op om te bevestigen. [OK] 5 Voer de naam in en bewerk deze. Druk vervolgens op om te bevestigen. [OK] 6 Voer het nummer in en bewerk het. Druk vervolgens op om te bevestigen. [OK]De vermelding is opgeslagen. »Terugbellen1 Druk op. 2 Selecteer en druk vervolgens [BELLIJST]op. [OK] 3 Selecteer een vermelding in de lijst. 4 Druk op om het nummer te bellen. Een belvermelding verwijderen1 Druk op. 2 Selecteer en druk op [BELLIJST] [OK]om te bevestigen. 3 De bellijst met inkomende gesprekken wordt weergegeven. 4 Selecteer een vermelding en druk vervolgens op om te bevestigen. [OK] 5 Selecteer en druk vervolgens [WISSEN]op om te bevestigen. [OK] »Op de handset wordt een verzoek om te bevestigen weergegeven.

6 Druk op om te bevestigen. [OK]De vermelding is verwijderd. » 8 BellijstDe bellijst bevat de belgeschiedenis van alle inkomende en gemiste gesprekken. De belgeschiedenis van inkomende gesprekken bevat de naam en het nummer van de beller en het tijdstip en de datum waarop werd gebeld. Deze functie is beschikbaar als u bij uw serviceprovider de functie nummerherkenning hebt geactiveerd. De telefoon kan maximaal 20 belvermeldingen opslaan. Als de beller de weergave van zijn of haar identiteit heeft toegestaan, kunt u de naam of het nummer weergeven. De belvermeldingen worden in chronologische volgorde weergegeven met de laatst ontvangen oproep boven aan de lijst. OpmerkingControleer of het nummer in de bellijst juist •is voordat u rechtstreeks vanuit de bellijst terugbelt. De belvermeldingen weergeven1 Druk op. 2 Selecteer en druk op [BELLIJST] [OK]om te bevestigen.

De bellijst met inkomende gesprekken »wordt weergegeven. 3 Selecteer een vermelding en druk op [OK] om de beschikbare informatie te bekijken. Een belvermelding opslaan in het telefoonboek1 Druk op.

24Alle belvermeldingen verwijderen1 Druk op . 2 Selecteer en druk op [BELLIJST] [OK]om te bevestigen.De bellijst met inkomende gesprekken »wordt weergegeven. 3 Druk op om het optiemenu weer [OK]te geven. 4 Selecteer en druk op [ALLES WISSEN][OK] om te bevestigen.Op de handset wordt een verzoek om »te bevestigen weergegeven. 5 Druk op om te bevestigen.[OK]Alle vermeldingen worden verwijderd. »NL

25Een herhaalvermelding verwijderen 1 Druk op om de lijst met gebelde REDIALnummers weer te geven. 2 Selecteer een vermelding en druk vervolgens op om te bevestigen.[OK] 3 Selecteer en druk op [WISSEN] [OK]om te bevestigen.Op de handset wordt een verzoek om »te bevestigen weergegeven. 4 Druk op om te bevestigen.[OK]De vermelding is verwijderd. »Alle herhaalvermeldingen verwijderen 1 Druk op om de lijst met gebelde REDIALnummers weer te geven. 2 Druk op om het optiemenu weer [OK]te geven. 3 Selecteer en druk op [ALLES WISSEN][OK] om te bevestigen. 4 Op de handset wordt een verzoek om te bevestigen weergegeven. 5 Druk op om te bevestigen.[OK]Alle vermeldingen worden verwijderd. » 9 HerhaallijstDe herhaallijst bevat de belgeschiedenis van de uitgaande gesprekken. De lijst bevat de namen en/of nummers die u hebt gebeld.

De telefoon kan maximaal 5 herhaalvermeldingen opslaan.De herhaalvermeldingen bekijken1 Druk op om de lijst met gebelde REDIALnummers weer te geven. 2 Selecteer een vermelding en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Selecteer om de beschikbare [BEKIJK]informatie te bekijken.Een nummer herhalen 1 Druk op .REDIAL 2 Selecteer de vermelding die u wilt bellen. Druk op . Het nummer wordt gebeld. »Een herhaalvermelding opslaan in het telefoonboek 1 Druk op om de lijst met gebelde REDIALnummers weer te geven. 2 Selecteer een vermelding en druk vervolgens op om te bevestigen.[OK] 3 Selecteer en [NUMMER OPSLAAN]druk op om te bevestigen.[OK] 4 Voer de naam in en bewerk deze. Druk vervolgens op om te bevestigen.[OK] 5 Voer het nummer in en bewerk het. Druk vervolgens op om te bevestigen.[OK]De vermelding is opgeslagen. »Nederlan d sNL

26 1 Druk op .MENU 2 Selecteer > en [PERS. INSTEL] [TAAL]druk op om te bevestigen.[OK] 3 Selecteer een taal en druk op om [OK]te bevestigen.De instelling wordt opgeslagen. »Geluiden instellenDe beltoon van de handset instellenU kunt kiezen uit 10 beltonen. 1 Druk op .MENU 2 Selecteer > [PERS. INSTEL] [MELODIE] > en druk op om te [BELTONEN] [OK]bevestigen. 3 Selecteer een beltoon en druk vervolgens op om te bevestigen.[OK]De instelling wordt opgeslagen. »Het beltoonvolume van de handset instellenU kunt voor de beltoon 6 volumeniveaus instellen of selecteren.[UIT] 1 Druk op .MENU 2 Selecteer > [PERS. INSTEL] [MELODIE] > [BELTOON VOLUME] en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Selecteer een volumeniveau en druk vervolgens op om te bevestigen.[OK]De instelling wordt opgeslagen. »TipAls u in de stand-bymodus de beltoon wilt • uitschakelen, houdt u ingedrukt.

wordt op het scherm weergegeven.10 Persoonlijke instellingenPas de instellingen van de telefoon naar wens aan.Het telefoonscherm instellenDe handset een naam gevenDe naam van de handset mag maximaal 12 tekens lang zijn. De naam wordt in de stand-bymodus op het scherm van de handset weergegeven. 1 Druk op .MENU 2 Selecteer > [PERS. INSTEL][HANDSETNAAM] en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Voer de naam in of bewerk deze. Als u een teken wilt wissen, drukt u op [TERUG]. 4 Druk op om te bevestigen.[OK]De instelling wordt opgeslagen. »TipRaadpleeg voor meer informatie over het •invoeren en bewerken van de naam het gedeelte Letters en cijfers.De schermtaal instellenOpmerkingDeze functie is uitsluitend van toepassing •op modellen met ondersteuning voor verschillende talen.De talen waar u tussen kunt kiezen, kunnen •per land verschillen.NL

27De toetstoon instellenDe toetstoon is het geluid dat u hoort wanneer u op een toets van de handset drukt. 1 Druk op .MENU 2 Selecteer > [PERS. INSTEL] [MELODIE] > en druk op [TOETS TONEN] [OK]om te bevestigen. 3 Selecteer / en druk op [AAN] [UIT] [OK]om te bevestigen.De instelling wordt opgeslagen. »De stationstoon instellenDe stationstoon is het geluid dat klinkt wanneer u de handset op het basisstation/de lader plaatst. 1 Druk op .MENU 2 Selecteer > [PERS. INSTEL] [MELODIE] > [STATIONSTOON] en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Selecteer / en druk op [AAN] [UIT] [OK]om te bevestigen.De instelling wordt opgeslagen. »Nederlan d sNL

28 3 Selecteer / en druk op [AAN] [UIT] [OK]om te bevestigen.De instelling wordt opgeslagen. »KiesmodusOpmerkingDeze functie is uitsluitend van toepassing •op modellen die zowel puls- als toonkiezen ondersteunen.De kiesmodus moet worden ingesteld op het telefoonsignaal dat in uw land wordt gebruikt. De telefoon ondersteunt toonkiezen (DTMF) en pulskiezen (kiesschijf). Neem voor meer informatie contact op met de serviceprovider.De kiesmodus instellen 1 Druk op .MENU 2 Selecteer [GEAVANC.INST] > [KIESMODUS] en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Selecteer de kiesmodus en druk vervolgens op om te bevestigen.[OK]De instelling wordt opgeslagen. »OpmerkingAls de telefoon is ingesteld op de modus voor • pulskiezen, drukt u tijdens een gesprek op om tijdelijk om te schakelen naar de modus voor toonkiezen. Op het scherm wordt ‘d’ weergegeven.

De cijfers die voor dit gesprek worden ingetoetst, worden vervolgens als toonsignalen verzonden.11 BelfunctiesDe telefoon ondersteunt een aantal belfuncties waarmee u gesprekken kunt afhandelen en beheren.Automatisch ophangenAls u een gesprek wilt beëindigen, plaatst u de handset op het basisstation of op de lader.Automatisch ophangen activeren/deactiveren 1 Druk op .MENU 2 Selecteer [PERS. INSTEL] [AUT. > OPHANGEN] en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Selecteer / en druk op [AAN] [UIT] [OK]om te bevestigen.De instelling wordt opgeslagen. »OpmerkingWanneer automatisch ophangen is •uitgeschakeld, is de luidspreker automatisch ingeschakeld.Automatische conferentieAls u met een andere handset wilt deelnemen aan een extern gesprek, drukt u op .Automatische conferentie activeren/deactiveren 1 Druk op .MENU 2 Selecteer [GEAVANC.INST] > [CONFERENTIE] en druk op [OK] om te bevestigen.NL

29Automatische verwijdering van netnummer activeren 1 Druk op. MENU 2 Selecteer [GEAVANC. INST] > [NETNUMMER] en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Voer het netnummer in en druk op [OK]om te bevestigen. De instelling wordt opgeslagen. »Automatische voorkeuzeMet deze functie wordt het nummer dat u kiest gecontroleerd en opgemaakt voordat het daadwerkelijk wordt gebeld. Het voorkeuzenummer kan het in het menu instelde detectienummer vervangen. U stelt bijvoorbeeld 604 in als het detectienummer en 1250 als het voorkeuzenummer. Toetst u vervolgens nummer 6043338888 in, dan wijzigt uw telefoon het nummer in 12503338888 wanneer dit daadwerkelijk wordt gekozen. OpmerkingDe maximale lengte van een detectienummer •is 5 cijfers. De maximale lengte van een automatisch voorkeuzenummer is 10 cijfers. Automatisch voorkeuzenummer instellen 1 Druk op. MENU 2 Selecteer [GEAVANC. INST] > [VOORK. NUM.

] en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Voer het detectienummer in en druk vervolgens op om te bevestigen. [OK] 4 Voer het voorkeuzenummer in en druk vervolgens op om te bevestigen. [OK]De instelling wordt opgeslagen. »NetwerkcodeOpmerkingDeze functie is uitsluitend van toepassing •op modellen met ondersteuning voor netwerkcodes. Bij sommige serviceproviders moet u een netwerkcode toevoegen als u buiten het lokale gebied wilt bellen. Deze functie kan automatisch vaststellen of er een netwerkcode nodig is als u een nummer belt uit de bellijst met inkomende gesprekken. TipDe netwerkcode bestaat uit 2 of 3 cijfers. •Neem voor meer informatie contact op met de serviceprovider. De netwerkcode activeren 1 Druk op. MENU 2 Selecteer [GEAVANC. INST] > [NETWERKCODE] en druk vervolgens op. [OK] 3 Voer de netwerkcode in en druk op [OK]om te bevestigen. De instelling wordt opgeslagen.

30Eerste beltoonAls u bij de serviceprovider nummerherkenning hebt geactiveerd, kan de telefoon de eerste beltoon onderdrukken voordat de naam van de beller op het scherm wordt weergegeven. Nadat de telefoon opnieuw is ingesteld (reset), stelt de telefoon automatisch vast of de service nummerherkenning is geactiveerd en wordt de functie voor het onderdrukken van de eerste beltoon gestart. U kunt deze functie naar wens wijzigen. Deze functie is uitsluitend van toepassing op modellen met ondersteuning van de functie eerste beltoon. De eerste beltoon in-/uitschakelen 1 Druk op. MENU 2 Selecteer [GEAVANC. INST] > [1STE BELTOON] en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Selecteer / en druk op [AAN] [UIT] [OK]om te bevestigen. De instelling wordt opgeslagen. »OpmerkingAls u de status van de functie eerste beltoon •opnieuw wilt instellen, gaat u naar het menu Resetten.

ECO-modusDe -modus verlaagt het zendvermogen ECOvan de handset en het basisstation. 1 Druk op. MENU 2 Selecteer [GEAVANC. INST] > [ECO] en druk op om te bevestigen. [OK] 3 Selecteer / en druk op [AAN] [UIT] [OK]om te bevestigen. De instelling wordt opgeslagen. » »ECO wordt weergegeven. Opmerking Wanneer •ECO is geactiveerd, kan het verbindingsbereik tussen de handset en het basisstation worden verkleind. Opmerking Als u een pauze wilt inlassen, houdt u • ingedrukt. OpmerkingAls het voorkeuzenummer is ingesteld en •het detectienummer leeg is, wordt het voorkeuzenummer toegevoegd aan alle uitgaande gesprekken. OpmerkingDeze functie is niet beschikbaar wanneer het •te kiezen nummer begint met of. * #Flashsignaalduur instellenZorg ervoor dat de ashsignaalduur goed is ingesteld om tijdens een gesprek een tweede gesprek te kunnen aannemen.

31 2 Selecteer > [KLOK & ALARM][ALARM] en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Selecteer en druk op om te [UIT] [OK]bevestigen.De instelling wordt opgeslagen. »De alarmmelodie instellen 1 Druk op .MENU 2 Selecteer > [KLOK & ALARM][ALARMMELODIE] en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Selecteer een nieuwe melodie en druk op [OK] om te bevestigen.De instelling wordt opgeslagen. »OpmerkingHet alarmvolume wordt op hetzelfde •niveau ingesteld als het beltoonvolume. Als de beltoon is uitgeschakeld, wordt het alarmvolume ingesteld op niveau 1.Automatische klokOpmerkingDeze service is afhankelijk van het netwerk. •OpmerkingOm deze functie te kunnen gebruiken, moet •de service nummerherkenning actief zijn.Met de automatische klok wordt de datum en tijd op de telefoon automatisch gesynchroniseerd met het openbare telefoonnet. Om de datum te kunnen synchroniseren, moet het juiste jaar zijn ingesteld.

1 Druk op .MENU 2 Selecteer > [KLOK & ALARM][WEKFUNCTIE] en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Selecteer / . Druk op .[AAN] [UIT] [OK]De instelling wordt opgeslagen. . »12 Extra functiesDe telefoon beschikt over extra functies die u helpen georganiseerd en geïnformeerd te werken.AlarmklokDe telefoon heeft een ingebouwde alarmklok. Hieronder vindt u informatie over het instellen van de alarmklok.Het alarm instellen 1 Druk op .MENU 2 Selecteer > [KLOK & ALARM][ALARM] en druk op [OK] om te bevestigen. 3 Selecteer of [EENMALIG AAN][DAGELIJKS AAN] en druk op [OK] om te bevestigen. 4 Voer de alarmtijd in.

5 Druk op om te bevestigen.[OK]Het alarm wordt ingesteld en » wordt op het scherm weergegeven.Opmerking Druk op • / om te wisselen tussen / .[AM] [PM]Het alarm uitschakelenWanneer het alarm klinkt 1 Druk op een willekeurige toets om het alarm uit te schakelen.Voordat het alarm klinkt 1 Druk op .MENUNederlan d sNL

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Alcatel XL375 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden