AEG Electrolux Arctis 60250 GS Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van AEG Electrolux Arctis 60250 GS (60 pagina’s), behorend tot de categorie Vrieskast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over AEG Electrolux Arctis 60250 GS of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | AEG Electrolux |
| Categorie: | Vrieskast |
| Model: | Arctis 60250 GS |
Handleiding AEG Electrolux Arctis 60250 GS – volledige tekst
22Geachte mevrouw, heerHartelijk dank voor het kiezen van een van onze kwaliteitsproducten. Uheeft een goede keuze gemaakt. Zo kunt u dankzij de combinatie van func-tioneel design en hoogwaardige technologie rekenen op optimale prestatiesen bedieningsgemak. En onze zorg voor het milieu, komt o.a. tot uitdrukkingin het energiebesparend functioneren van dit apparaat. Om er zeker van tezijn dat uw apparaat optimaal en onberispelijk presteert, dient u dezegebruiksaanwijzing aandachtig door te lezen. Dan zult u alle processen per-fect en zeer efficiënt kunnen besturen.Wij raden u aan deze gebruiksaanwijzing goed te bewaren, zodat u nog eensiets kunt nalezen.
En wilt u dit boekje doorgeven aan een eventuele vol-gende eigenaar van het apparaat.Wij wensen u veel succes met uw nieuwe apparaat.In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende symbolen gebruiktBelangrijke informatie over uw persoonlijke veiligheid en informatie overhoe u schade aan het apparaat kunt voorkomenAlgemene informatie en tipsMilieu-informatie
23InhoudVeiligheid. 24Weggooien. 26Informatie over de verpakking van het apparaat. 26Weggooien van oude apparaten. 26Transportbescherming verwijderen. 27Opstellen. 27Opstelplaats. 27Uw apparaat heeft lucht nodig. 28Muur-afstandshouders. 28Overzettenvan van het deurscharnier. 28Elektrische aansluiting. 30Voor ingebruikname. 30Bedienings- en kontroleinrichting. 31In gebruik nemen en temperatuurregeling. 32Invriezen en diepgevroren bewaren. 33Diepvrieskalender. 35Maken van ijsblokjes. 35Ontdooien. 36Ontdooien en reinigen. 37Apparaat uitzetten. 38Tips om energie te besparen. 38Wat te doen als. 39Hulp bij storingen. 39Doel, normen, richtlijnen. 40.
24VeiligheidDe veiligheid van onze koelapparaten voldoet aan de Europese en Neder-landse normen. Desondanks zien wij ons genoodzaakt u met de volgendeveiligheidsaanwijzingen vertrouwd te maken:Reglementaire toepassing• Het koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Het is geschiktvoor het koelen, invriezen en diepgevroren bewaren van levensmiddelenen voor het maken van ijs. Als het apparaat voor andere doeleindengebruikt wordt kan de fabrikant geen verantwoording nemen voor even-tuele schaden.• Het ombouwen van of veranderingen aan het koelapparaat aanbrengenis uit veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.• Als het koelapparaat commercieel of voor andere doeleinden dan voor hetkoelen, diepgevroren bewaren en invriezen van levensmiddelen gebruiktwordt, s.v.p.
letten op de hiervoor van kracht zijnde wettelijke bepalingen.Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruikgenomen wordt• Controleer het koelapparaat op transportschaden. Een beschadigd appa-raat in geen geval aansluiten! Wend u in geval van schade tot de leve-rancier.KoelmiddelenHet apparaat bevat in het koelvloeistofcircuit de koelvloeistof Isobutan(R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter wel brandbaaris.• Bij het transport en het opstellen van het apparaat erop letten dat geenonderdelen van het koelvloeistofcircuit beschadigd worden.• Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit:– open vuur en brandhaarden absoluut vermijden;– het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren.Veiligheid van kinderen• Verpakkingsdelen (bijv. folies, piepschuim) kunnen voor kinderen gevaar-lijk zijn. Verstikkingsgevaar!
25stopcontact trekken, stroomkabel doorknippen, eventueel aanwezigesnap– of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Daardoor wordtvoorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten raken (ver-stikkingsgevaar. ) of in andere levensgevaarlijke situaties terecht komen. • Kinderen kunnen gevaren die in het omgaan met huishoudelijke appara-ten schuilen vaak niet herkennen. Zorg daarom voor de nodige toezichten laat kinderen niet met het apparaat spelen. Bij dagelijks gebruik• Containers met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lek raken doorde inwerking van koude. Explosiegevaar. Leg geen containers met brand-bare stoffen zoals bijv. spraybussen, aanstekers, navullingen van aan-stekers etc. in het koelapparaat. • Flessen en blikken mogen niet in het vriesvak. Ze kunnen springen als deinhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen.
Legnooit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in het vriesvak. Uit-zondering: sterke drank met een zeer hoog alcoholpercentage kan in hetvriesvak gelegd worden. • Consumptie-ijs en ijsblokjes niet direct vanuit de vriesruimte in de mondsteken. Zeer koud ijs kan aan de lippen of de tong vastvriezen en verwon-dingen veroorzaken. • Niet met natte handen aan diepvriesartikelen komen. De handen kunnendaaraan vastvriezen. • Geen elektrische apparaten (bijv. elektrische ijsmachines, mixers etc. ) in hetkoelapparaat gebruiken. • Voor het schoonmaken het apparaat altijd uitzetten en de stekker uit hetstopcontact trekken of de zekering in de uitschakelen huisinstallatie. • De stekker altijd aan de stekker zelf uit het stopcontact trekken, nooit aanhet snoer. Bij storing• Als er een storing aan het apparaat optreedt eerst in de gebruiksaanwij-zing kijken onder “Wat te doen als. ”.
26WeggooienInformatie over de verpakking van het apparaatAlle gebruikte grondstoffen zijn milieuvriendelijk! Ze kunnen zonder gevaarweggegooid of in de vuilverbrandingsoven verbrand worden!De grondstoffen: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt worden enworden als volgt gekarakteriseerd:>PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakken bin-nenin.>PS< voor schuimpolystyrol, bijv. bij de bekledingsdelen, in principe CFK-vrij.De kartonnen delen zijn van oud papier gemaakt en kunnen ook weer bijhet oud-papier gedaan worden.Weggooien van oude apparatenWegens milieuredenen dienen koelapparaten vakkundig ontmanteld teworden. Dit geldt voor uw huidige apparaat en - als het ook aan vervangingtoe is - ook voor uw nieuwe apparaat.Waarschuwing! Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar makenvoordat ze weggegooid worden.
Stekker er afhalen, netsnoer doorknippen,eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Hierdoorwordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten wor-den (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terechtko-men.Aanwijzingen voor het weggooien:• Het apparaat mag niet bij het huis- of grofvuil gezet worden.• Het koelvloeistofcircuit, in het bijzonder de warmtewisselaar aan de ach-terkant, mag niet beschadigd worden.• Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat ditproduct niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echternaar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische appa-ratuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correc-te manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk voor mens en milieunegatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval vanverkeerde afvalbehandeling.
Voor meer details in verband met het recy-clen van dit product, neemt u het best contact op met de gemeentelijkeinstanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van hui-shoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.
27Klimaatcategorie voor een omgevingstemperatuur vanSN +10 tot +32 °CN+16 tot +32 °CST +18 tot +38 °CT+18 tot +43 °CTransportbescherming verwijderenHet apparaat alsmede de onderdelen van het interieur zijn voor het tran-sport beschermd.• Alle plakband alsmede bekledingsdelen uit het interieur verwijderen.OpstellenOpstelplaatsHet apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte neerzetten.De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik.Het apparaat daarom– niet aan directe straling van de zon blootstellen;– niet bij radiatoren, naast een kachel of andere warmtebronnen plaatsen;– alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuur over-eenkomt met de klimaatklasse waarvoor het apparaat is ontworpen.De klimaatklassees staan op het typeplaatje dat zich links aan de binnenkantvan het apparaat bevindt.De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welke kli-maatklasse behoort:Als het onvermijdelijk is het apparaat naast een warmtebron te plaat-sen,aan weerszijden minimaal de volgende afstanden aanhouden:– tot elektrische fornuizen 3 cm;– tot olie- en kolenfornuizen 30 cm.Als men zich niet aan deze afstanden kan houden, is een warmte-isoleren-deplaat tussen fornuis en koelapparaat aan te bevelen.Als het koelapparaat naast een ander koel- of diepvriesapparaat staat, is eenafstand van 5 cm aan weerszijden aan te bevelen, zodat zich geen condensvormt aan de buitenkant van de apparaten.
28Uw apparaat heeft lucht nodigOm veiligheidsredenen moet de ven-tilatie zodanig zijn als de afbeeldingaangegeven. Attentie: zorg ervoor dat de ventila-tie openingen tijdens gebruik nietworden afgedekt.100 mm10 mm10 mmABNP007Muur-afstandshoudersMonteer de twee afstandshoudersdie zich in het documentatiezakjebevinden, aan de achterkant, opdatde warmte die tijdens het gebruikontstaat, zich op de juiste wijze kanverspreiden. Ga te werk zoals aange-geven in de figuren. Volg daarbij denummers..PR153Overzetten van het deurscharnierHet deurscharnier kan van rechts (stand waarin het wordt afgeleverd) naarlinks gewisseld worden als dat voor de opstelplaats nodig is.Waarschuwing! Bij het overzetten van de deurscharieren mag het apparaatniet op het lichtnet aangesloten zijn. Van te voren de stekker uit het stop-contact halen.Wij raden u aan met twee personenhet deurscharnier om te zetten.
Detweede persoon kan dan de deur vanhet apparaat stevig vasthouden.Leg het apparaat voorzichtig op z'nachterkant.1. Verwijder het ventilatierooster.T2. Verwijder het onderste scharnier (A)door de bevestigingsschroeven uit tedraaien.3. Neem de deur los.4. Draai de pen uit het onderste scharnier(f) en breng dit op de tegenoverlig-gende kant aan.
295. Draai de pen uit het bovenste schar-nier (d) en breng dit op de tegenover-liggende kant aan.6. Bevestig de deur in het bovenstescharnier en breng het bovenstescharnier (A) weer aan.Controleer of de bovenkant van dedeur parallel loopt met het bovenblad,stel anders de positie van het onderstescharnier van de deur (A) bij.7. Verwijder van het ventilatierooster deafdekking (e) en breng deze op detegenoverliggende kant weer aan.8. Breng het ventilatierooster weer aan.9. Draai de handgreep los. Breng dezeop de tegenoverliggende kant weeraan na de pennen m.b.v. een tang tehebben opengestoken. Sluit de ope-ningen af met de afdekpennen diemet de gebruiksaanwijzing meegele-verd zijn.10. Zet het apparaat weer op z'n plek, zethet waterpas, wacht minstens eenuur en steek dan de stekker weer inhet stopcontact.U kunt het deurscharnier ook tegenbetaling door een vakman latenomzetten.
Neem dan contact op metonze service-afdeling.Attentie:Na het overzetten van het deurscharnier moet u controleren of alle schroe-ven goed aangedraaid zijn en of de magnetische deurafdichting aan de kasthecht. Als de omgevingstemperatuur laag is (bijv. in de winter), is het moge-lijk dat de afdichting niet perfect aansluit. In dat geval kunt u het natuur-lijke proces bespoedigen door het betreffende gedeelte m.b.v. een haardro-ger te verwarmen.
30Voor ingebruikname• Het interieur van het apparaat en alle accessoires schoonmaken voor heteerste gebruik (zie Hoofdstuk “Reiniging en Onderhoud”).• De koude–acccu uit het apparaat nemen.• De koude–accu pas na het bereiken van de optimale opslagtemperatuurvan –18 °C in de bovenste lade leggen en laten bevriezen.• Ontdooide koude–accu’s op dezelfde wijze weer invriezen, bij v.
na hetschoonmaken van het apparaat.Elektrische aansluitingVoor de elektrische aansluiting is een volgens de voorschriften geïnstalleer-de contactdoos met randaardevereist.De contactdoos moet zodanig worden geïnstalleerd, dat de stekker altijd uitde contactdoos kan worden getrokken.De elektrische zekering dient minstens 10 Ampère te zijn.Indien het stopcontact bij een ingebouwd apparaat niet meer toegankelijkis, dient een maatregel in de elektrische installatie er voor te zorgen dat hetapparaat van de stroom kan worden afgesloten (bijv. zekering, beveiligings-schakelaar, aardlekschakelaar of dergelijke met een contactopeningsbreed-te van minimaal 3 mm).• Voor ingebruikneming op het typeplaatje van het apparaat controlerenof de netspanning en stroomsoort overeenkomen met de waarden vanhet lichtnet op de plaats waar het apparaat komt te staan.Bijv.: AC 230 ... 240 V 50 Hz of230 ...
31Bedienings- en kontroleinrichtingB DAC EA. Waarschuwingslampje (rood)B. Aanwijzing voor snel invriezen (geel)C. Snelinvriesschakelaar en reset geluidsalarmD. Lichtnetcontrolelampje (groen)E. Temperatuurregelaar en schakelaar ON/OFFDe bedienings- en controle-inrichting omvat:Temperatuurregelaar (E) die tevens dient om het toestel in- en uit teschakelen.Het groene controlelampje (D) brandt als het toestel aan netspanning aan-gesloten en ingeschakeld is. In deze schakelstand is het koelaggregaat auto-matisch in bedrijf.Met de temperatuurregelaar (E) kan de energiezuinigste bewaartempera-tuur traploos worden ingesteld.De optimale bewaartemperatuur is -18°C.
Op de thermometer kunt u detemperatuur controleren.Snelvriesschakelaar (C) met geel controlelampje (B).Het rood controlelampje knippert: – bij in gebruik nemen van het toestel, als de bewaartemperatuur nog nietbereikt is– als de temperatuur niet laag genoeg meer is (storing)– als grote hoeveelheden nog in te vriezen levensmiddelen in de kast wor-den gelegdAttentie: als u de snelvriesschakelaar inschakelt of de temperatuurregelaarverstelt, kan het voorkomen dat het koelaggregaat van uw diepvrieskastniet onmiddellijk, maar pas na enige tijd begint te werken. In dit geval iser geen sprake van een storing.
32In gebruik nemen en temperatuurregeling• Steek de stekker in een stopcontact met aarding. Het groene lampje lichtop.• Temperatuurregelaar (E) naar stand „1“ draaien, het rode lampje (A) gaanbranden, het koelaggregaat werkt automatisch.• Om het geluidsalarm te resetten dient men op de knop (C) te drukken. Hetalarmlichtje (A) knippert tot de bewaartemperatur bereikt wordt. • Bovendien schakelt u de snelvriesschakelaar (C) in, het gele lampje (B) gaatbranden, als weer opschakelaar (C) gedrukt wordt.• Pas als het rode lampje (A) niet meer brandt, schakelt u de snelvries-schakelaar (C) uit, het gele lampje (B) gaat uit.Stand „1“ betekent: hoogste, warmste binnentemperatuur.Stand „4“ betekent: laagste, koudste binnentemperatuur.
Bij het instellenvan de juiste stand dient u er rekening mee te houden dat de temperatuurin het apparaat afhankelijk is van:- de kamertemperatuur;- de frequentie waarmee de deuren geopend worden;- de hoeveelheid levensmiddelen in de kast;- de plaats van het apparaat.Attentie: controleer regelmatig aan de hand van het rode temperatuurcon-trolelampje (A) en de thermometer of de bewaartemperatuur laag genoegis.
33Invriezenen en diepgevroren bewarenIn uw diepvrieskast kunt u diepvriesprodukten bewaren en verse levensmid-delen zelf invriezen.Attentie!• Voor het invriezen van levensmiddelen dient de temperatuur in de vries-ruimte –18 °C of lager te zijn.• Let op het op het typebordje aangegeven vriesvermogen. Het vriesvermo-gen is de maximale hoeveelheid verse waren die binnen 24 uur ingevro-ren kunnen worden. Als er gedurende meerdere dagen achter elkaar inge-vroren wordt, neem dan slechts 2/3 tot 3/4 van de hoeveelheid aangege-ven op het typebordje. De kwaliteit is beter, als de levensmiddelen snel totin de kern bevriezen.• Warme levensmiddelen voor het invriezen laten afkoelen. De warmte leidttot verhoogde ijsvorming en verhoogt het energieverbruik.• Bij het bewaren van kant en klare diepvriesprodukten dient u zichbeslist aan de door de fabrikant opgegeven bewaartijd te houden.
•Eenmaal ontdooide levensmiddelen zonder verdere verwerking (berei-den tot panklare gerechten) in geen geval een tweede keer invriezen.• Containers met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lek raken doorde inwerking van koude. Explosiegevaar! Leg geen containers met brand-bare stoffen zoals bijv. spraybussen, aanstekers, navullin-gen van aan-stekers etc. in het vriesapparaat.• Flessen en blikken mogen niet in de vriesruimte. Ze kunnen springen alsde inhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen! Legnoot limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in de vriesruimte. Uit-zondering: sterke drank met een zeer hoog alcohol percentage kan in devriesruimte gelegd worden.•• Voor het invriezen op de snelvriesschakelaar drukken.
34Voorzichtig! Diepvriesartikelen niet met natte handenaanraken. De handen kunnen daaraanvast vriezen.1. De verpakte levensmiddelen in de ladenleggen. De in te vriezen levensmiddelen inde twee bovenste korven van het appa-raat plaatsen. Niet bevroren artikelenmogen niet in aanraking komen metreeds bevroren waren omdat anders debevroren artikelen ontdooien kunnen.2. Nadat de vereiste opslagtemperatuurbereikt is opnieuw op de snel-vries-schakelaar drukken.
Het gele lampje gaatuit.Tips:• Geschikt voor het verpakken van diepvriesproducten zijn:– diepvrieszakken en -folie van polyethyleen;– speciale diepvriesdozen;– aluminiumfolie, extra sterk.• Voor het sluiten van zakken en folies zijn geschikt: plastic klemmen, elastiekjesof plakband.• Voor het sluiten de lucht uit de zakjes en folies strijken omdat lucht het uit-drogen van bevroren artikelen bevordert.• Maak platte pakjes, deze bevriezen sneller.• Diepvriesdozen niet tot aan de bovenrand vullen met (half)vloeibare diepvrie-sproducten omdat vloeistof tijdens het invriezen uitzet.Aanwijzing voor keuringsbureaus:Stapelschema’s ter vaststelling van de diepvriesprestatie resp. opwarmtijd kun-nen direct bij de fabrikant aangevraagd worden.12 kg12 kg
35Maken van ijsblokjes1. IJsbakje voor 3/4 met koud water vullen, in de vriesruimte plaatsen en latenbevriezen.2. Om de ijsblokjes los te maken het ijsbakje omdraaien of kort onder stromendwater houden.Attentie! Een eventueel vastgevroren ijsbakje in geen geval metspitse of scherpe voorwerpen losmaken. Gebruik de bijgevoegde ijs-schraper.Diepvrieskalender• De symbolen op de laden geven dediverse soorten diepvriesproductenaan.• De getallen geven voor iedere soort diepvriesproduct de bewaartijd inmaanden aan. Of de hoogste of de laagste waarde van de aangegevenbewaartijd geldt, hangt af van de kwaliteit van de levensmiddelen ende behandeling voorafgaand aan het invriezen. Voor levensmiddelenmet een hoog vetgehalte geldt altijd de laagste waarde.
36OntdooienHet vriesgedeelte kan niet worden voorzien van een automatische ontdooi-functie,want de bevroren en diepgevroren levensmiddelen verdragen detemperatuur niet die nodig is om ijs te doen smelten.Daarom wordt er een kunststoffen schraper meegeleverd,waarmee kleinehoeveelheden ijs of rijp kunnen worden verwijderd.Wanneer de ijs-of rij-plaag echter te dik is en niet meer met de schraper kan worden verwij-derd,moet het vriesgedeelte worden ontdooit.De frequentie hiervan hangtaf van het gebruik (gemiddeld 2 of 3 keer per jaar).Haal de bevroren levensmiddelen uit het apparaat en leg deze,goed verpaktin isolerende materialen,op een koele plaats of in een andere vriezer.Trek de stekker uit het stopcontact,waardoor de stroomtoevoer naar beidegedeelten van het apparaat onderbroken wordt.Doe de deuren van beide gedeelten open en maak het koelgedeelte schoonvolgens de aanwijzingen in het hoofdstuk “Schoonmaken ”.Het schoon-maken van het vriesgedeelte moet alsvolgt worden uitgevoerd:Het afvoergootje onderin het vriesge deelte dient voor de optimale afvoervan het smeltwater.Haal het afvoergootje los en zet het op zijn plaats (zietekening).Plaats onder het afvoergootje eenbak,pan of kleine emmer.Vergeet het afvoergootje niet terugte plaatsen wanneer u klaar bent.Het bakje zichtbaar op de tekening isgeen meegeleverd accessoire!Na het ontdooien de binnenkantgoed droog wrijven.Steek de stekker weer in het stop-contact en leg de levensmiddelenweer in de laden.Het is aan te raden het apparaatgedurende enkele uren op de hoog-ste stand te zetten,zodat de gewen-ste bewaartemperatuur snel wordtbereikt.
37Ontdooien en reinigenElke temperatuurstijging vermindert de houdbaarheid van de diepvriespro-dukten. Schakel daarom ca. 12 uur van te voren het toestel op snelfriezen,om een koudereserve in de diepvriesprodukten te scheppen.Waarschuwing!1. Bevroren artikelen er uitnemen, in meerdere lagen krantenpapier wik kelenen op een koele plaats leggen. 2. Apparaat uitzetten en de stekker uit het stopcontact halen of de zeke-ringuitschakelen c.q. er uitdraaien.Waarschuwing!• Het apparaat mag tijden het schoonmaken niet op het electrici-teitsnetaangesloten zijn. Gevaar voor schokken! Zet voor het schoonmaken hetapparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact of schakel c.q. draai dezekering er uit.• Het apparaat nooit met stoomreinigingsapparaten schoonmaken. Er kanvocht in de electrische onderdelen komen. Gevaar voor schokken!
Hetedamp kan kunstoffen onderdelen beschadigen.• Het apparaat dient droog te zijn voordat het weer in gebruik genomenwordt..Let op!• Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststof onderde-len aantasten, bijv.– Sap van citroen– of sinaasappelschillen;–boterzuur;– Schoonmaakmiddelen die azijnzuren bevatten.Dergelijke substanties niet in contact brengen met apparaatonder-delen.• Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.3. Apparaat en interieur met een doek en lauwwarm water schoonmaken.Eventueel een beetje normaal afwasmiddel gebruiken. 4. Daarna met schoon water afnemen en droogmaken.5. Als alles droog is, schakel op snelvriezen. Laat de vriezer tenminste 2 uur leegvriezen. Daarna de levensmiddelen terug in de vriezer plaatsen en het appa-raat weer in bedrijf nemen.
38Tips om energie te besparen• Het apparaat niet in de buurt van kachels, verwarmingselementen ofandere warmtebronnen plaatsen. Bij een hoge omgevingstempera-tuurwerkt de compressor vaker en langer.• Zorgen voor voldoende be- en ontluchting aan de onderkant van hetapparaat. Ventilatieopeningen nooit afdekken.• Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerst latenafkoelen.• Deur slechts zo lang open laten als nodig is.• De temperatuur niet lager dan nodig instellen.• Kontroleer de bewaartemperatuur met behulp van de thermometer.• Diepvriesartikelen voor het ontdooien in de koelkast leggen. De koude inde diepvriesartikelen wordt zo voor koeling van de koelkast gebruikt.• Houd de warmte afgevende verdamper, het metalen rooster aan de ach-terzijde van het apparaat, schoon.Apparaat uitzettenAls het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt wordt:1.
39Wat te doen als ...Hulp bij storingenHet kan bij een storing om kleine defecten gaan die kunt oplossen zelf aande hand van de volgende aanwijzingen. Voer zelf geen verdere werk-zaamheden uit als de volgende informatie in concrete gevallen niet verderhelpt.Waarschuwing! Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen doorgeschoold personeel uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties kun-nen grote gevaren ontstaan voor de gebruiker. Wend u bij reparatie tot onzeservice-afdeling.Storing Mogelijke oorzaken OplossingApparaat werkt niet, geen con-trolelampje brandtApparaat is niet aangezet. Apparaat aanzetten.Stekker zit niet in het stopcon-tact of zit los. Stekker in stopcontact steken.Zekering is los of kapot. Zekering controleren, eventueelvernieuwen.Stopcontact is kapot.Storingen in het lichtnet dooruw electrovakman laten verhel-pen.Apparaat koelt te sterk.
Temperatuur is te laag inge-steld.Tenmperatuurregelaar tijdelijkop een hogere stand zetten.Klantendienst informeren.Groene lampje defect.Groene lampje brandt niet, gelelampje brandt bij ingeschakeldesnelvriesfunctie.Klantendienst informeren.Gele lampje defect.Gele lampje brandt niet bijingeschakelde snelvries-functie,apparaat werkt.De temperatuur in de vrie-sruimte is niet voldoende, rodelampje brandt.Temperatuur is niet juist inge-steld. Zie hoofdstuk “Ingebruikname”.Deur heeft te lang openge-staan.Deur slechts zo lang open latenals nodig is. Snel-vriesschake-laar gebruiken.In de laatste 24 uur zijn groterehoeveelheden warme levens-middelen opgeslagen.Snelvriesschakelaar gebruiken.Het apparaat staat naast eenwarmtebron. Zie hoofdstuk “Opstelplaats”.Storing aan het apparaatSnelvriesschakelaar aanzetten,vrieskast gesloten houden,klantendienst informeren.
40De compressor start na enigetijd automatisch.Dit is normaal, het betreft geenstoring.Na het wijzigen van de tempe-ratuurinstelling start de com-pressor niet direct.Ongewone geluiden.Apparaat komt tegen de muurof tegen andere voorwerpenaan.Apparaat staat niet recht.Een onderdeel, bijv. een leiding,aan de achterkant van hetapparaat komt tegen een anderonderdeel van het apparaataan of tegen de muur.Dit onderdeel voorzichtig weg-buigen.Apparaat iets wegtrekken.Instelvoetjes bijstellen.Storing Mogelijke oorzaken VerhelpenSterke rijpvorming in het appa-raat, eventueel ook aan de deu-rafdichting.Deurafdichting is lek (eventueelna het overzetten van hetdeurscharnier.Op de ondichte plaatsen dedeurafdichting voorzichtig meteen föhn verwarmen (niet heterdan ca. 50 °C).
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met AEG Electrolux Arctis 60250 GS stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vrieskast AEG Electrolux
Handleiding Vrieskast
Nieuwste handleidingen voor Vrieskast