Nordland NVT 8398 IMP Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Nordland NVT 8398 IMP (40 pagina’s), behorend tot de categorie Vrieskast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 57 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Nordland NVT 8398 IMP of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Nordland |
| Categorie: | Vrieskast |
| Model: | NVT 8398 IMP |
Handleiding Nordland NVT 8398 IMP – volledige tekst
2Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u het apparaatinstalleert en in gebruik neemt. U vindt hierin aanwijzingen m.b.t. de veiligheid,praktische informatie, informatie m.b.t. het milieu en tips. Als u het apparaatvolgens de aanwijzingen gebruikt, zal het naar volle tevredenheid werken.M.b.v. onderstaande symbolen kunt u informatie makkelijk vinden:Aanwijzingen m.b.t. de veilligheidAanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het functioneren vanhet apparaat.Praktische informatieInformatie m.b.t. het milieuTipsTips m.b.t. levensmiddelen en het bewaren daarvan.Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat ditproduct niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moetechter naar een plaats worden gebracht waar elektrische enelektronische apparatuur wordt gerecycled.
Als u ervoor zorgt dat ditproduct op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijkvoor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnenvoordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meer details inverband met het recyclen van dit product, neemt u het best contact opmet de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met deverwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebtgekocht.NL
3InhoudsopgaveBelangrijke aanwijzingen m. b. t. de veiligheid. 4Algemene aanwijzingen m. b. t. de veiligheid. 4Veiligheid van kinderen. 5Vóór het in gebruik nemen. 5Veiligheidsmaatregelen voor isobutaan. 5Aanwijzingen voor de gebruiker. 6Algemene informatie. 6Beschrijving van het apparaat, belangrijkste onderdelen. 6Schakel- en weergavepaneel. 7Bedienen van het apparaat. 7In gebruikname van het apparaat. 7Instelling van de temperatur. 7Invriezen. 8IJsblokjes maken. 8Bewaren. 8Praktische informatie. 8Tips. 9Energie besparen. 9Het apparaat en het milieu. 10Onderhoud. 10Ontdooien. 10Reiniging en onderhoud. 11Apparat buiten gebruik. 11Problemen oplossen. 11Aanwijzingen voor de installateur. 13Technische gegevens. 13Installeren van het apparaat. 13Vervoer, uitpakken. 13Reiniging. 13Opstelling. 13Deurdraairichting omzetten. 15Elektrische aansluiting. 16Bewaartijdentabel. 16Garantievoorwaarden.
4Belangrijke aanwijzingen m. b. t. de veiligheidAlgemene aanwijzingen m. b. t. de veiligheidBewaar deze gebruiksaanwijzing goeden geef hem door aan een evt. volgendeeigenaar van het apparaat. Dit apparaat is alleen bedoeld voorgebruik in het huishouden, voor hetbewaren van levensmiddelen en dientvolgens de voorschriften te wordengebruikt. Reparaties aan dit apparaat, ookvervangen van het aansluitsnoer,mogen alleen door Service wordenuitgevoerd. Daarbij mogen alleenoriginele Service-onderdelen gebruiktworden. Onvakkundige reparatieskunnen tot aanzienlijke risico's voor degebruiker leiden. Het apparaat is alleen spanningloos alsde stekker uit het stopcontact isgetrokken. Voordat u het apparaat gaatreinigen, dient u het altijd spanningloos temaken. Trek de stekker nooit aan hetsnoer, maar aan de stekker zelf uit hetstopcontact.
Als het stopcontact moeilijkbereikbaar is, schakel dan de zekering inde huisinstallatie uit. Het aansluitsnoer mag niet verlengdworden. Zorg ervoor dat de stekker niet wordtplatgedrukt of beschadigd door deachterkant van hetkoel/vriesapparaat. - Een beschadigde stekker kanoververhit raken en brand veroorzaken. Plaats geen zware voorwerpen of hetkoel/vriesapparaat zelf op hetaansluitsnoer. - Daardoor bestaat kans op kortsluitingen brand. Trek de stekker niet uit hetstopcontact door aan het snoer tetrekken, vooral niet als hetkoel/vriesapparaat uit de nis wordtgetrokken. - Schade aan het snoer kan kortsluiting,brand en/of een elektrische schokveroorzaken. - Als het aansluitsnoer beschadigd is,moet het worden vervangen door onzeservice-afdeling of door een erkendinstallateur. Als het stopcontact los zit, steek destekker er dan niet in.
- Daardoor bestaat kans op eenelektrische schok of brand. Gebruik bij het schoonmaken, hetontdooien of het uitnemen vandiepvriesproducten of het ijsblokjesbakjegeen scherpe of puntige voorwerpen. Die kunnen het apparaat beschadigen.
Zorg ervoor dat er geen vloeistoffen bijde temperatuurregelaar, hetschakelmechanisme en de indicatorkomen. Consumptie-ijs en ijsblokjes niet direct uitde vriesruimte in de mond stoppen. IJskan aan lippen of tong vastvriezen enverwondingen veroorzaken. Eenmaal ontdooide levensmiddelenmogen niet opnieuw ingevroren worden,maar moeten zo snel mogelijkgeconsumeerd worden. Kant-en-klare diepvriesproductenvolgens de aanwijzingen van de fabrikantvan deze producten bewaren. Probeer niet het ontdooiproces teversnellen m. b. v. elektrischeverwarmingstoestellen of chemischestoffen. Laat kunststof onderdelen niet met hetevoorwerpen in aanraking komen. Waarschuwing: Wanneer u diepgevrorenproducten op het apparaat legt, kan hetNL.
5Veiligheid van kinderenHoud de verpakking uit de buurt vankinderen. Kunststof folie kanverstikkingsgevaar opleveren. Het apparaat is bedoeld voor gebruikdoor volwassenen. Laat kinderen nietmet het apparaat of debedieningselementen spelen. Als u het apparaat afdankt, trek dan destekker uit het stopcontact, snijd hetaansluitsnoer af (zo dicht mogelijk bijhet apparaat) en haal de deur eruit. Uverhindert daardoor, dat spelendekinderen een elektrische schokkrijgen of elkaar of zichzelf in hetapparaat opsluiten. Dit apparaat is niet bedoeld voorgebruik door kinderen, personen metverminderde lichamelijke, zintuigelijkeof geestelijke capaciteiten of eengebrek aan kennis en ervaring, tenzijer toezicht is ingesteld door depersoon die verantwoordelijk is voorhun veiligheid of tenzij zij van dezepersoon instructies hebben gekregenover het gebruik.
Vóór het in gebruik nemenZet het apparaat tegen de muur om tevoorkomen dat u zich verbrandt aanwarmte afgevende onderdelen(compressor, condensor). Trek altijd eerst de stekker uit hetstopcontact voordat u het apparaatgaat verplaatsen. Let erop dat het apparaat niet op hetaansluitsnoer staat. Rond het apparaat moet voldoendeluchtcirculatie zijn. Gebrek aanluchtcirculatie kan tot oververhittingleiden. Volg daarom de aanwijzingenm. b. t. de installatie. Als u zich niet aan dezeaanwijzingen houdt, kan defabrikant niet aansprakelijk wordengesteld voor eventuele schade. Veiligheidsmaatregelen voorisobutaanWaarschuwingHet koelmiddel van het apparaat isisobutaan (R 600a) dat in hoge matebrandbaar en explosief is. Houd ventilatie-openingen in hetapparaat of in het inbouwmeubel vrij.
Gebruik geen mechanischeapparaten of andere middelen om hetontdooiproces te bespoedigen, dieniet door de fabrikant wordenaangeraden. Beschadig het koelcircuit niet. Gebruik geen elektrische apparatenbinnenin het apparaat, tenzij ze doorde fabrikant worden geadviseerd.
gebeuren, dat er door het contact metde koude vochtigheid condenseert in deholle ruimte onder het bovenstegedeelte. In deze holle ruimte zittenelektrische onderdelen en als daarwaterdruppels op terecht komen, kan dattot kortsluiting leiden en daardoorschade aan het apparaat veroorzaken. Leg dus nooit diepgevroren productenop het bovenste gedeelte van hetapparaat. Geen bussen of flessen met brandbaargas of vloeistof in het apparaat bewaren. Explosiegevaar. Geen koolzuurhoudende dranken,flessen en blikjes in de diepvriezerbewaren. NL.
6Aanwijzingen voor de gebruikerAlgemene informatieDit apparaat is een huishoud-diepvriezer.Het is geschikt voor het bewaren vandiepvriesproducten, het invriezen vanlevensmiddelen en het maken vanijsblokjes.Het apparaat is geschikt voor gebruik ineen bepaalde klimaatklasse (bepaaldeomgevingstemperaturen).De klimaatklasse vindt u op hettypeplaatje.Beschrijving en belangijke onderdelen van het apparaat1. Ice server2. Diepvrieslade3. Diepvriesladen4. Typeplaatje5. Schakel- en weergavepaneel6. Dooiwaterafvoer7. Verstelbare pootjes8. Deurafdichtingsprofiel9. Ventilatierooster10. Condensator11. Richting luchtstroom12. CompressorNL
7Schakel- en weergavepaneelA) Aan/Uit lampje groenB) Thermostaat- en Aan/UitknopC) Vriescontrolelampje geelD) Uitschakeling Geluidsalarm envriesknopE) WaarschuwingslampjeroodBediening van het apparaatIngebruikname van hetapparaatStop de stekker in het stopcontact. Draaide thermostaatknop (B) op een kouderestand dan > om het apparaat in teschakelen. Het groene controlelampjegaat branden en het rode controlelampjegaat knipperen. Het controlelampje voorin- en uitschakelen (A) gaat branden omaan te geven dat het apparaat isingeschakeld. Als het rode controlelampjeknippert, geeft dit aan dat de temperatuurin het vriesvak niet correct is. Bovendienhoort men een onderbroken toonsignaal,dat uitgeschakeld kan worden door op de(D) knop te drukken. Om het vriesvak uit teschakelen de knop (B) in stand >zetten.
Instelling van de temperatuurDe binnentemperatuur van de vrieskastwordt elektronisch geregeld, er zijn vijfverschillende temperatuurstanden eneen uitschakelstand >. De stand > geeft de hoogste (minstkoude) en de stand > geeft delaagste (koudste) temperatuur aan. Zetde thermostaatknop op de door ugewenste stand. Normaal gesproken kunt u de schakelaarhet best op > zetten, u moet, bijhet instellen van de temperatuur echterrekening houden met:de kamertemperatuur, in de ruimtewaar het apparaat geplaatst is,hoe vaak de deur geopend zalworden,de hoeveelheid levensmiddelen die inde kast bewaard worden,de plaats van het apparaat. Bij het kiezen van de juiste temperatuurmoet met al deze factoren rekeninggehouden worden, het kan gebeuren dathet raadzaam is hiermee een beetje teexperimenteren.
Waarschuwingslampje (rood)Als het waarschuwingslampje vooronregelmatige temperatuur (E) gaatbranden, betekent dat dat debinnentemperatuur van de vrieskast tehoog is (hoger dan -12 °C), een juisteconservering van de levensmiddelen isniet meer gegarandeerd. Wanneer devrieskast voor het eerst wordtingeschakeld, gaat hetwaarschuwingslampje knipperen tot detemperatuur, die nodig is omdiepgevroren voedsel correct tebewaren, bereikt is. NL.
8Temperatuurstoring:De temperatuur in het vriesvakgarandeert, bij normale werking van hetapparaat, de correcte conservering vande levensmiddelen in het vak. Wanneerdeze temperatuur, om welke reden ook,boven een bepaalde waarde (-12 °C)komt, gaat er een waarschuwingslampjebranden en klinkt er een alarmsignaal. Het waarschuwingslampje is een continubrandend rood lampje (E), hetgeluidsalarm klinkt met tussenpozes. Ukunt het geluidsalarm uitschakelen dooreenmaal op de knop (D) te drukken. IJsblokjes makenVul het ijsblokjesbakje met water en zethet in de vriesruimte. Als u de bodem vanhet ijsblokjesbakje nat maakt, gaat hetinvriezen sneller. U kunt de ijsblokjes makkelijkerlosmaken door het ijsblokjesbakje onderstromend water te houden en het dan ietste verdraaien. InvriezenVries de verschillende levensmiddelen nade geschikte voorbereiding altijd in hetvriesvak in.
Haal voor de maximalevriesprestatie de vriesdoos en devrieskorf uit de vriezer en leg de in tevriezen levensmiddelen rechtstreeks opde verdamper. Bij het invriezen vankleinere hoeveelheden is het niet nodigde vriesdoos of vrieskorf uit de vriezer tehalen. Druk voor het inschakelen van deinvriesmodus 2 - 3 seconden op de Aan-/Uitschakelaar voor invriezen (D); bijkleine hoeveelheden levensmiddelenduurt het ongeveer 4 uur en bij groterehoeveelheden ongeveer 24 uur, voordatverse levensmiddelen diep gevroren zijn. Dan gaat het gele lampje (C) branden. Dan werkt de compressor continu om devoor het invriezen vereiste temperatuur tebereiken. Nadat de levensmiddelen volledigdiepgevroren zijn (wat tot 24 uur kanduren), kan de invriesmodus ookhandmatig uitgeschakeld worden, door2-3 seconden op de knop (D) tedrukken.
Als u de invriesfunctie niethandmatig uitschakelt, zorgt deBewarenNa het invriezen kunt u dediepvriesproducten het beste naar debewaarvakken verplaatsen, zodat u weerruimte hebt in het invriesvak.
Indien u een grotere hoeveelheidlevensmiddelen moet opslaan, dan kuntde laden (behalve het onderste lade)verwijderen, zodat het voedsel directnaar de rekken kan worden gelegd. Tussentijds invriezen heeft geen nadeligeinvloed op reeds ingevroren producten. Praktische informatieNa openen en sluiten van de deur vande vriezer ontstaat in het apparaat eenvacuüm. Na sluiten van de deur duurthet 2-3 minuten voordat u de deurweer kunt openen. elektronica van het apparaat ervoor datdit na verloop van 48 uur automatischgebeurt. Het gele lampje (C) gaat danook uit. De vriesdoos is geschikt voor hetinvriezen van klein fruit (frambozen,aardbeien, aalbessen, enz. ). Het fruitmoet zonder verpakking in een dunnelaag in de lade gelegd worden. Nadat hetis ingevroren kan het verpakt engesorteerd worden en dan in een van dediepvriesladen gelegd worden. NL.
9TipsIn dit hoofdstuk vindt u praktische tips omhet apparaat zo energiezuinig mogelijk tegebruiken. U vindt hier ook informatiem.b.t. het milieu.Energie besparenZet het apparaat liever niet in de zon ofnaast een warmte afgevend apparaat.Zorg ervoor dat de condensor en decompressor voldoende ventilatiehebben. Bedek de ventilatie-openingen niet.Doe levensmiddelen in een afgeslotenschaaltje of in vershoudfolie omonnodige rijpvorming te voorkomen.Zorg ervoor dat nog in te vriezenlevensmiddelen niet in aanrakingkomen met reeds ingevrorenlevensmiddelen.Open de deur niet onnodig en laathem niet langer open staan dan nodigis.Stel de vriezer zodanig in dat debinnentemperatuur nooit warmer dan -18 °C wordt. Bij te hoge temperaturenbederven de diepvriesproducten.Controleer elke dag even of hetapparaat goed functioneert. Zoconstateert u evt.
10OntdooienDe werking van het apparaat veroorzaaktdat een deel van de vochtigheid in debinnenruimte in de vorm van rijp- ofrespectievelijk ijslagen neerslaat. De rijp-c. q. ijslaag werkt isolerend en heeft eenslechte invloed op de vriesprestatie, ditleidt tot hogere binnentemperaturen, eenstijgend energieverbruik en bij eenbepaalde dikte van een dergelijke laag totproblemen bij het openen van hetvriesvak, dat kan leiden totbeschadigingen aan de deur. Bij geringe rijp- en ijsvorming is hetwegkrabben resp. verwijderen van deontstane rijp- en ijslaag mogelijk met debij het apparaat geleverde krabber. De op de afbeelding getoonde bak wordtniet bij het apparaat geleverd.
Als de rijp- en ijslaag zo dik is, dat hij nietmeer verwijderd kan worden met deOnderhoudHet apparaat en het milieuDit apparaat bevat, zowel in hetkoelcircuit als in het isolatiemateriaal,geen gassen die de ozonlaag kunnenaantasten. Het apparaat mag niet samenmet huisvuil of gesloopte apparatenweggegooid worden. Uit het oogpunt vanmilieubescherming moeten afgedanktekoel- en vriestoestellen volgens deplaatselijke regelingen op deskundigewijze verwerkt worden. Informeer bij degemeente naar de mogelijkheden in uwwoonplaats. Zorg ervoor dat hetkoelcircuit, vooral aan de achterkant bijde warmtewisselaar, niet beschadigdwordt. De materialen met het symbool „ ”zijn geschikt voor recycling. krabber, dan is ontdooien noodzakelijk. De frequentie hiervan is afhankelijk vanhet gebruik. Verloop van het ontdooien:Zet de thermostaatknop op stand>. Trek de stekker uit het stopcontact.
Haal alle ingevroren levensmiddelen uithet apparaat en leg ze, ingepakt in papierof doeken, in een korf en zet die op eenkoele plaats of leg ze in het vriesvak c. q. de koelruimte van een gewone koelkast. Laat de deur open staan.
Veeg het dooiwater van tijd tot tijd meteen doek of spons in de richting van dezijkant van het apparaat weg, daar kanhet zich in een daarvoor bedoeldafvoerkanaal verzamelen en vervolgensop de volgende manier verwijderdworden:Zet een geschikte opvangbak voor hetapparaat. Trek de dooiwaterafvoer, in het middenvan het onderste gedeelte van hetNL.
11apparaat, voorzichtig in de richting vande pijl naar buiten, via deze opening loopthet dooiwater in de bak. U kunt het verloop van het ontdooienbespoedigen door op de koelplaten eeneen kopje of pan heet water te zetten. Maak na het ontdooien de vochtigeoppervlaktes droog en zet dedooiwaterafvoer terug op zijn plaats.Steek de stekker in het stopcontact.Draai de thermostaatknop op de stand en laat het apparaat minstens2 uur in de invriesmodus werken. Legdan de eerder verwijderdelevensmiddelen terug in de kast.Reiniging en onderhoudU kunt de vriezer het beste tegelijkontdooien en schoonmaken.Gebruik geen reinigingsmiddel of zeep.Trek de stekker uit het stopcontact.
Debinnenzijde van het apparaat methandwarm water schoonmaken en droogwrijven.Reinig het deurrubber met schoon water.Steek na het reinigen de stekker weer inhet stopcontact.Stof en vuil die zich op de condensor ende achterkant van de koelkast hebbenafgezet, dient u één of twee maal per jaarte verwijderen.Apparaat buiten gebruikAls u het apparaat voor langere tijd nietgebruikt, gaat u als volgt te werk:Zet de thermostaatknop op de stand .Trek de stekker uit het stopcontact.Haal alle levensmiddelen uit hetapparaat.Laat het apparaat ontdooien en maak hetschoon, zoals beschreven.Laat de deur een klein eindje open staan,dan kunnen er in de kast geen nareluchtjes ontstaan.Problemen oplossenEr kan soms een kleine storing optreden,die u zelf kunt verhelpen. In de tabel vindtu informatie m.b.t.
het opheffen van zulkekleine storingen.Als het apparaat aanstaat, is er soms watgeluid te horen (compressor, circulatie).Dan is er geen sprake van een storing.Wij willen u er nogmaals op wijzendat het apparaat metonderbrekingen werkt. Als decompressor stopt, wil dat niet zeggen dathet apparaat niet werkt. Daarom moet ualtijd eerst de stekker uit het stopcontacttrekken, voordat u elektrischeonderdelen aanraakt.NL
12Als de adviezen het probleem niet oplossen, neem dan contact op met dedichtstbijzijnde dealer.Storing in de werkingWanneer de elektronica van het apparaat de waarde van de WERKELIJKEtemperatuur niet waarneemt, begint het waarschwuwingslampje op hetweergavepaneel te knipperen.
Het apparaat werkt nu met behulp van eenreserveprogramma todat een medewerker van de Technische dienst van deplaatselijke dealer het probleem heeft opgelost.Probleem Het apparaat koeltniet voldoende.Het apparaat koeltte sterk.Het apparaat koelthelemaal niet.Het apparaatmaakt veel geluid.OplossingOp een hogere stand instellen.Het apparaat langer op eenlagere temperatuur zetten.Levensmiddelen in portiesverdelen.Minder levensmiddelen tegelijkinvriezen.Levensmiddelen eerst totkamertemperatuur laten afkoelen.Controleren of de deur dicht is.Op een lagere stand instellen.De aansluiting controleren.Stopcontact controleren.Controleer de instelling van dethermostaatknop.Controleren of het apparaatstabiel staat (alle vier voetenmoeten op de vloer staan).Mogelijke oorzaakDe temperatuurregelaar is te laagingesteld.Voor het invriezen was detemperatuur niet laag genoeg.U hebt levensmiddelen met groteafmetingen in het apparaat gezet.U wilt te veel levensmiddelentegelijk invriezen.U hebt warme levensmiddelen inhet apparaat gezet,De deur is niet goed gesloten.De temperatuurregelaar is te hoogingesteld.De stekker zit niet in hetstopcontact.Er staat geen spanning op hetstopcontact.De thermostaat staat op "0".Het apparaat staat niet goed.NL
13Aanwijzingen voor de installateurTechnische gegevensModelbruto-inhoud (l)nuttige inhoud (l)breedte (mm)hoogte (mm)diepte (mm)Energieverbruik (kWh/24 uur)(kWh/jaar)energie-efficiëntieklasseinvriesvermogen (kg/24 h)max. bewaartijd bij stroomuitval (uur)Neutrale stroomsterkte (A)gewicht (kg)NVT 8398115985958506350,504184A+15200,739Installeren van het apparaatVervoer, uitpakkenU kunt het apparaat het besterechtop in de originele verpakkingvervoeren. Zie ook de aanwijzingen opde verpakking.Na elk transport mag het apparaat pas naca. 2 uur ingeschakeld worden.Pak het apparaat uit en controleer het optransportschade. Neem in geval vantransportschade contact op met deleverancier en sluit het apparaat niet aan.OpstellingDe omgevingstemperatuur heeft invloedop het stroomverbruik.
Daarom moet hetapparaat op een plaats staan waarvan deomgevingstemperatuur overeenkomt metde klimaatklasse waarvoor het uitgevoerdis, zie onderstaande tabel. Deklimaatklasse vindt u op het typeplaatje.Als de omgevingstemperatuur te laag is,kan de temperatuur in de koelruimte tehoog worden.Als de omgevingstemperatuur te hoog is,moet de compressor langer werken, detemperatuur in de diepvriezer stijgt en erwordt meer energie verbruikt.Het apparaat moet waterpas staan.Daartoe kunt u de stelvoeten (1) aan devoorzijde verstellen. De afstandsringenKlimaatklasse Omgevings-temperatuurSN +10 ..,+32 °CN +16 ..,+32 °CST +18 ..,+38 °CReinigingVerwijder het plakband waarmee deonderdelen in het apparaat vastgezetzijn.Neem de binnenkant van het apparaatmet handwarm water en wat mildreinigingsmiddel af. Gebruik een zachtedoek.Wrijf daarna de binnenkant van hetapparaat droog.NL
14(2) zijn onderdeel van de stelvoeten. Alshet apparaat waterpas moet wordengezet, kunnen deze afstandsringenworden verwijderd.Zet het apparaat niet direct in de zon ofdicht bij een verwarming of fornuis.Is opstelling naast een warmtebron niet tevermijden, dan moeten de volgendeminimale afstanden wordenaangehouden:Naast een gas- of elektrisch fornuis3 cm. Als de afstand kleiner is,plaats dan een warmte-isolerendeplaat van 0,5 tot 1 cm dik tussen detwee apparaten.Naast een olie- of kolenkachel 30cm.De koelkast moet geheel tegen de muurstaan.Houd de minimale afstanden aan(zie afb.).A: opstelling onder een keukenkastjeB: vrije opstellingNL
15Deurdraairichting omzettenAls dat handiger in het gebruik is, kunt ude deurdraairichting van rechts naar linksomzetten.Ga als volgt te werk:Trek de stekker uit het stopcontact.Kantel het apparaat voorzichtigachterover en zorg ervoor dat decompressor de vloer niet raakt.
U kuntdit het beste met twee personendoen.Draai de stelvoeten aan beide zijdenuit (2 stuks), daarna de schroeven diede onderste deurscharnierenvasthouden (2 stuks) en de schroefaan de andere kant van het apparaat.Zet de deur van het koelapparaat neerdoor ze een beetje naar beneden tetrekken.Schroeft u het hengsel van hetbovenste scharnier van de deur los,en schroeft u ze aan de andere kantin.Zet u de deur van het koelapparaatnaar de deurhouder bovenaan.Zet de stift in de onderstedeurscharnierplaat in de richting vande pijl over.Neem de deur los.Draai de stift van het bovenstedeurscharnier uit en plaats hem aande andere kant.Schuift u de armen naar de anderekant en brengt u de plastic stoppen inhet plastic zakje van de handleidingnaar de vrije gaten.Zet het apparaat op z'n plek, zet hetwaterpas en steek de stekker in hetstopcontact.U kunt ook contact opnemen metService.
16Elektrische aansluitingDeze koelkast is ontworpen voor 230 VAC (~) 50 Hz.Het apparaat moet wordenaangesloten aan een volgens devoorschriften geïnstalleerdstopcontact met randaarde. Als zo'nstopcontact niet aanwezig is, laat hetdan door een erkend installateur in debuurt van de koelkast aanbrengen.Dit apparaat voldoet aan devolgende EU-richtlijnen:– 73/23/EEG van 19.02.1973 (incl.wijzigingsrichtlijnen) -laagspanningsrichtlijn– 89/336/EEG van 03.05.1989 (incl.wijzigingsrichtlijnen - EMC-richtlijn– 96/57 EEC - 96/09/03 (richtlijnenergie-efficiëntie) en latereaanvullingenSoort in de koelruimte in de ****-vriesruimte +2 – +7 °C -18°Cgroente 1 dag 12 maandenkant-en-klare producten 1 dag 6 maandenaardappelgerechten, pastagerechten 1 dag 12 maandensoep 1 dag 6 maandenfruit 1 dag 12 maandenvlees 1 dag 5 maandenconsumptie-ijs 1 dag 3 wekenBewaartijdentabel Diepvriesproducten bewarenNL
17NLKlanteserviceKunt u de storing niet zelf lokaliseren enverhelpen,raadpleeg dan onze service-afdeling.Vermeld de volgende gegevens van hetapparaat:ModelnaamProductnummer (PNC)Productienummer (S-No.)Deze gegevens vindt u op hetgarantiebewijs of ophet typeplaatje datzich linksonder aan debinnenzijde van hetapparaat bevindt.Aanbevolen wordt deze gegevens hier inte vullenom ze snel bij de hand te hebben.
18GarantievoorwaardenOnze producten worden met de grootstmogelijke zorgvuldigheid geproduceerd. Desondanks kan het voorkomen dat ereen defect optreedt. Onze servicedienstzal dit op verzoek herstellen, zowelbinnen als buiten de garantietermijn. Delevensduur van het product wordtdaardoor niet negatief beďnvloed. Onderstaande garantievoorwaarden zijngestoeld op de EU Richtlijn 99/44/EGen het BurgerlijkWetboek. De daaruit voortvloeienderechten blijven onverlet. Ook de garantieverplichtingen van deverkoper naar de eindgebruiker blijvenonaangetast. Voor dit product verlenen wij garantievolgens onderstaande voorwaarden:1. Wij verhelpen kosteloos metinachtneming van de voorwaarden 2tot en met 16 gebreken aan hetproduct die zich openbaren binnen24 maanden vanaf de datum vanlevering aan de eindgebruiker.
Ingeval van professioneel of daarmeegelijk te stellen gebruik is de garantiebeperkt tot 12 maanden. Voortweedehands producten geldteveneens een termijn van 12maanden. 2. De garantieprestatie houdt in dat hetproduct kosteloos wordtteruggebracht in de toestand die hethad voor het defect optrad. Gebrekkige onderdelen wordenhersteld of vervangen. Kosteloosvervangen onderdelen worden onseigendom. 3. Het gebrek moet terstond gemeldworden om mogelijke verdere schadete voorkomen. De garantieaanspraakvervalt indien het gebrek niet binnentwee maanden na vaststelling isgemeld. 4. Voor een beroep op garantie dienthet aankoopbewijs met aankoop-en/of leveringsdatum te wordenoverlegd. Bij ontbreken daarvan dientander overtuigend bewijs te wordenoverlegd. 5.
abnormale milieuomstandighedenin het algemeen,c. voor het product oneigenlijkebedrijfsomstandigheden,d. contact met agressieve stoffen. 8. De garantie heeft geen betrekking opgebreken door transportschade diebuiten onze verantwoordelijkheid isontstaan, niet-vakkundige installatieof montage, verkeerd gebruik,gebrekkig onderhoud, of het niet inacht nemen van de gebruiks- ofmontageaanwijzingen. 9. Het recht op garantie vervalt wanneerhet defect werd veroorzaakt doorherstelling of ingrepen door derdendie niet bevoegd of niet deskundigNederlandNL.
19NLzijn, of wanneer het product voorzienwerd van toebehoren of onderdelendie niet origineel zijn en daardooreen defect veroorzaken. 10. Producten die gemakkelijk kunnenworden vervoerd dienen te wordenoverhandigd aan of gezonden naaronze servicedienst. Herstelling terplaatse kan slechts worden gevraagdvoor grote of ingebouwde producten. 11. Indien het product zodanig isingebouwd, ondergebouwd,opgehangen of geplaatst dat debenodigde tijd voor het in- enuitbouwen samen meer dan 30minuten bedraagt, worden dehierdoor ontstane extra kosten aande gebruiker in rekening gebracht. Schade die ontstaat door abnormalein- of uitbouw komt ten laste van degebruiker. 12. Indien binnen de garantieperiode deherstelling van hetzelfde defectherhaaldelijk mislukt of deherstellingkosten disproportioneelzijn wordt in overleg met de gebruikereen gelijkwaardige vervanginggeleverd.
In geval van vervangingbehouden we ons het recht voor omeen vergoeding te rekenen naar ratovan de verstreken gebruiksperiode. 13. Herstelling onder garantie heeftgeen verlenging van degarantietermijn noch aanvang vaneen nieuwe garantietermijn totgevolg. 14. Op herstellingen geven wij eengarantie van 12 maanden, uitsluitendop hetzelfde gebrek. 15. Verdere of andere aanspraken, in hetbijzonder vergoeding van schadeontstaan buiten het product, zijnuitgesloten voor zover eenaansprakelijkheid niet wettelijk isvastgelegd. 16. In geval van aansprakelijkheid zaleen vergoeding de aankoopwaardevan het product niet overtreffen,tenzij wettelijk anders is bepaald. Deze garantievoorwaarden gelden voorin Nederland gekochte en/of in gebruikzijnde producten. Indien een productnaar het buitenland wordt gebracht dientde gebruiker na te gaan of het productvoldoet aan de technische voorwaarden (o. a.
20Onze reparatievoorwaarden zijnconform de afspraak tussen deConsumentenbond en Vlehan*. Art. 1. Aan de consument zal na eenmelding van een storing zomogelijk direct, doch uiterlijkbinnen één werkdag wordenmedegedeeld op welke dag hetbezoek van de technicus zalplaatsvinden. De reparatie zal alsregel binnen zeven werkdagen nade melding zijn uitgevoerd. Art. 2. a) Alvorens de reparatie wordtverricht zal de technicus eenonderzoek uitvoeren naar devermoedelijke oorzaak van degemelde storing. Aan de handhiervan zal hij een zo nauwkeurigmogelijke, gespecificeerdebegroting maken van de totalereparatiekosten inclusiefvoorrijkosten en diagnosekosten. Desgevraagd zal deze begrotingdoor de technicus schriftelijkworden vastgelegd.
b) Indien de consument met hetbegrote bedrag niet akkoord gaat,zal op verzoek het te reparerentoestel worden teruggebracht inde staat waarin het aan detechnicus werd aangeboden. Nadat dit is geschied, zullen alleende kosten van voorrijden enarbeidsloon in rekening wordengebracht op basis van dewerkelijke bestede tijd, danwel vaneen vooraf vastgesteld tarief. Art. 3. Indien tijdens het uitvoeren van dereparatie duidelijk wordt dat:a) de oorspronkelijke reparatiedoor redelijkerwijs niet tevoorziene omstandigheden niettegen het begrote bedrag kanworden uitgevoerd, of b) ook andere dan in de begrotingvoorziene reparaties noodzakelijkzijn, zal overleg met de consumentplaatsvinden en een herzienekostenbegroting worden gemaakt. In geval de consument daarmeealsnog niet akkoord gaat, geldteveneens het in artikel 2bbepaalde. Art. 4.
De reparatie zal zoveel mogelijktijdens het eerste bezoek wordenuitgevoerd. Indien om het toestelin werkende staat te brengen eentweede bezoek noodzakelijk is,zal:a) direct, doch uiterlijk binnen éénwerkdag door de betreffendeservice-organisatie of door detechnicus met de consument dedatum voor een tweede bezoekworden afgesproken. b) een herhalingsbezoek zal alsregel binnen tien werkdagen na demelding plaatsvinden.
21NLArt. 6. Op elke uitgevoerde en betaaldereparatie zal bij normaalhuishoudelijk gebruik eenvolledige garantie van minimaal 3maanden worden gegeven. Dezegarantie omvat het kosteloosuitvoeren van een hernieuwdereparatie. Op de uitgewisselde enbetaalde onderdelen geldt eengarantietermijn van 12 maanden.Bij een beroep op garantie op dereparatie dient de consument opverzoek de gespecificeerderekening van de voorgaandereparatie aan de technicus teoverleggen.Art. 7.Indien na driemaal uitvoeren vaneenzelfde reparatie hetzelfdedefect bij normaal huishoudelijkgebruik opnieuw optreedt binnende onder art.
6 bedoeldegarantietermijn en redelijkerwijseen afdoend resultaat bij hetopnieuw uitvoeren van dereparatie niet verwacht kanworden, zal aan de consumenteen nieuw exemplaar ofsoortgelijk toestel van hetzelfdemerk worden aangeboden tegenbijbetaling op basis van een perproduct te bepalen jaarlijksafschrijvingspercentage.Art. 8. Vervangen onderdelen stelt detechnicus weer ter beschikkingvan de consument, metuitzondering van de ondergarantie of tegen eengereduceerde prijs vervangenonderdelen.Art. 9. Een reparatie dient op zodanigewijze te worden uitgevoerd, dateen toestel daarna weer volledigvoldoet aan deveiligheidsvoorschriften, die opgrond van een van fabriekswegeaangebracht veiligheidskeurmerkgelden, danwel bij het ontbrekendaarvan, aan de wettelijkevereisten terzake.
22ServiceIn de paragraaf “Wat te doen als...?” zijnsommige storingen opgesomd die uzelfkunt oplossen. Lees deze paragraaf doorin het geval van een storing. Als u hetprobleem (storing) niet kunt oplossen,neem dan contact op met hetservicecentrum middels de websitewww.nordlandservice.nl waar u directeen afspraak met een monteur kuntmaken. Ook is het mogelijk de storing temelden in de winkel waar u het apparaatgekocht heeft. Leg uw probleem zo duidelijk mogelijk uitom het oplossen van uw probleem tevergemakkelijken: de servicemonteurbepaalt dan of het noodzakelijk is eenmonteur te sturen.Schrijf het serienummer (Ser. nr.) en hetproductnummer op (Prod. nr.) die op hetplaatje staan.Ser. nr. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Prod. nr. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Nordland NVT 8398 IMP stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vrieskast Nordland
Handleiding Vrieskast
Nieuwste handleidingen voor Vrieskast