AEG Electrolux A 70120 GS Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van AEG Electrolux A 70120 GS (25 pagina’s), behorend tot de categorie Vrieskast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over AEG Electrolux A 70120 GS of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/25
ARCTIS
Gefrierschrank
Diepvriezer
Freezer
Gebrauchsanweisung
Gebruiksaanwijzing
Operating instructions
PERFEKT IN FORM UND FUNKTION

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: AEG Electrolux
Categorie: Vrieskast
Model: A 70120 GS

Handleiding AEG Electrolux A 70120 GS – volledige tekst

24Geachte klant,Lees eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door voordat u uw nieu-we koelapparaat in gebruik neemt. Hierin staat belangrijke informatieover een veilig gebruik, over het opstellen en over het onderhoud vanhet apparaat.De gebruiksaanwijzing s.v.p. bewaren om later nog eens iets na te kun-nen lezen. Aan eventuele volgende bezitters van het apparaat doorge-ven. Deze gebruiksaanwijzing is voor meerdere, technisch vergelijkbaremodellen in diverse uitvoeringen bestemd. S.v.p. alleen op de aanwij-zingen letten die op uw apparaat betrekking hebben.Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden(Waarschuwing!, Voorzichtig!, Let op!) wordt de aandacht gevestigdop aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het juistfunctioneren van het apparaat. Hier absoluut op letten.☞1.

Dit symbool leidt u stap voor stap door de bediening van het apparaat.2.Na dit symbool wordt uitleg gegeven over de bediening en het prak-tisch gebruik van het apparaat.Met het klaverblad worden tips en aanwijzingen voor een economischen milieuvriendelijk gebruik van het apparaat aangegeven.Voor eventueel optredende storingen staan in de handleiding aanwij-zingen om deze zelf op te lossen, zie hoofdstuk "Wat te doen als...". Alsdeze aanwijzingen niet voldoende informatie bieden staat onze servi-ce-afdeling u te allen tijde ter beschikking.Gedrukt op milieuvriendelijk vervaardigd papierwie ecologisch denkt, handelt ook zo ...

25InhoudVeiligheid. 26Weggooien. 28Informatie over de verpakking van het apparaat. 28Weggooien van oude apparaten. 28Transportbescherming verwijderen. 29Opstellen. 29Opstelplaats. 29Het apparaat heeft lucht nodig. 30Apparaat richten. 30Overzetten van het deurscharnier. 30Elektrische aansluiting. 31Beschrijving van het apparaat. 32Vooraanzicht. 32Bedieningspaneel. 33Toetsen voor temperatuurinstelling. 33Temperatuurindicatie. 34Voor ingebruikname. 34Ingebruikname - Temperatuur instellen. 34FROSTMATIC. 35FROSTMATIC-toets. 35Controle- en informatiesysteem. 36Temperatuurwaarschuwing. 36Functiestoringen. 36Apparaat uitschakelen. 37Invriezen en diepvriesproducten bewaren. 37Symbolen bewaarde producten/Diepvrieskalender. 39Maken van ijsblokjes. 39Ontdooien. 39Reiniging en onderhoud. 40Magnetische deursluiting. 41Tips om energie te besparen. 42Wat te doen als. 42Hulp bij storingen.

26VeiligheidDe veiligheid van onze koelapparaten voldoet aan de Europese enNederlandse normen. Desondanks zien wij ons genoodzaakt u met devolgende veiligheidsaanwijzingen vertrouwd te maken:Toepassing volgens de voorschriften• Het apparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Het is geschiktvoor het invriezen en diepgevroren bewaren van levensmiddelen envoor het maken van ijs. Als het apparaat voor andere doeleindengebruikt wordt kan de fabrikant geen verantwoording nemen vooreventuele schade. • Constructieve wijzigingen of veranderingen aan het apparaat zijn uitveiligheidsoverwegingen niet toegestaan. • Als het apparaat commercieel of voor andere doeleinden dan voorhet diepgevroren bewaren en invriezen van levensmiddelen gebruiktwordt, s. v. p. letten op de hiervoor van kracht zijnde wettelijke bepa-lingen.

Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomen wordt• Controleer het diepvriesapparaat op transportschade. Een beschadigdapparaat in geen geval aansluiten. Wend u in geval van schade totde leverancier. • Overtuig u er van dat het apparaat niet op het aansluitsnoer staat. Belangrijk: Het aansluitsnoer mag alleen door vakmensen vervangenworden; deze onderdelen zijn verkrijgbaar bij onze service-afdeling. KoelmiddelenHet apparaat bevat in het koelvloeistofcircuit de koelvloeistof isobu-taan (R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter welbrandbaar is. • Bij het transport en het opstellen van het apparaat erop letten datgeen onderdelen van het koelvloeistofcircuit beschadigd worden. • Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit:– open vuur en brandhaarden absoluut vermijden;– het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren.

Veiligheidraken (verstikkingsgevaar. ) of in andere levensgevaarlijke situatiesterecht komen. • Kinderen kunnen gevaren die in het omgaan met huishoudelijkeapparaten schuilen vaak niet herkennen. Zorg daarom voor het nodi-ge toezicht en laat kinderen niet met het apparaat spelen. In het dagelijks gebruik•Bussen of flessen met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lekraken door de inwerking van koude. Explosiegevaar. Leg geen bussenof flessen met brandbare stoffen zoals spuitbussen, navullingen vooraanstekers etc. in het vriesapparaat. • Flessen en blikken mogen niet in de vriesruimte. Ze kunnen springenals de inhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs explode-ren. Leg nooit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in devriesruimte. Uitzondering: sterke drank met een zeer hoog alcohol-percentage kan in de vriesruimte gelegd worden.

• Consumptie-ijs en ijsblokjes niet direct vanuit de vriesruimte in demond steken. Zeer koud ijs kan aan de lippen of de tong vastvriezenen verwondingen veroorzaken. • Niet met natte handen aan diepvriesartikelen komen. De handenkunnen daaraan vastvriezen. •Waarschuwing - Geen elektrische apparaten (bijv. elektrische ijsma-chines, mixers etc. ) in het koelapparaat gebruiken. •Waarschuwing - Om het functioneren van het apparaat niet nadeligte beïnvloeden, mogen de ventilatie-openingen van het apparaat ofhet inbouwmeubel niet worden afgedekt of versperd. •Als u boven op het apparaat bevroren producten legt kan zich doorde kou in de holle ruimte van het bovenblad condenswater vormen. In deze holle ruimte zitten elektronische onderdelen. Als er condens-water op deze onderdelen druppelt, kan kortsluiting het apparaatbeschadigen. Leg daarom geen bevroren producten boven op hetapparaat.

•Waarschuwing - Gebruik m. u. v. de in deze gebruiksaanwijzing aan-bevolen hulpmiddelen geen mechanische of kunstmatige hulpmidde-len om het ontdooiproces te bespoedigen.

•Waarschuwing - Voor het schoonmaken het apparaat altijd uitscha-kelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in dehuisinstallatie uitschakelen. • De stekker altijd aan de stekker zelf uit het stopcontact trekken,nooit aan het snoer. Bij storing• Als er een storing aan het apparaat optreedt eerst in de gebruiksaan-wijzing kijken onder “Wat te doen als. ”. Als de daar gegeven aanwij- 27.

WeggooienInformatie over de verpakking van het apparaatAlle gebruikte materialen zijn niet schadelijk voor het milieu! Ze kun-nen zonder gevaar weggegooid of in de vuilverbrandingsoven verbrandworden!De materialen: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt wordenen hebben de volgende aanduidingen:>PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakkenbinnen in.>PS< voor schuimpolystyreen, bijv. bij de bekledingsdelen, volkomenCFK-vrij.De kartonnen delen zijn van oud papier gemaakt en moeten ook weerin een container voor oud papier gedeponeerd worden.Weggooien van oude apparatenWegens milieuredenen dienen koelapparaten vakkundig ontmanteld teworden. Dit geldt voor uw huidige apparaat en - als het ook aan ver-vanging toe is - ook voor uw nieuwe apparaat.Waarschuwing! Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaarmaken voordat ze weggegooid worden.

Stekker uit het stopcontacttrekken, aansluitsnoer doorknippen, eventuele snap- of grendelslotenverwijderen of kapotmaken. Hierdoor wordt voorkomen dat spelendekinderen in het apparaat opgesloten worden (verstikkingsgevaar!) of inandere levensgevaarlijke situaties terechtkomen.Aanwijzingen voor het weggooien:• Het apparaat mag niet bij het huis- of grofvuil gezet worden.• Het koelvloeistofcircuit, in het bijzonder de warmtewisselaar aan deachterkant, mag niet beschadigd worden.• Informatie over afhaaltijden of inzamelplaatsen zijn te verkrijgen bijde plaatselijke reinigingsdienst of het gemeentehuis.28zingen niet verder helpen zelf verder geen werkzaamheden aan hetapparaat uitvoeren.• Koelapparaten mogen alleen door vakmensen gerepareerd worden.Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan. Wendu bij reparaties tot uw vakhandel of tot onze service-afdeling.

Alle plakband en bekledingsdelen uit het interieur verwijderen.OpstellenOpstelplaatsHet apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte neerzetten.De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik.Het apparaat daarom– niet aan directe straling van de zon blootstellen;– niet bij radiatoren, naast een fornuis of andere warmtebronnen plaatsen;– alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklasse waarvoor het apparaat is ontworpen.De klimaatklasse staat op het typeplaatje dat zich links aan de binnen-kant van het apparaat bevindt.De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welkeklimaatklasse behoort:Als het onvermijdelijk is het apparaat naast een warmtebron te plaat-sen, aan weerszijden minimaal de volgende afstanden aanhouden:– tot elektrische fornuizen 3 cm;– tot olie- en kolenfornuizen 30 cm.Als men zich niet aan deze afstanden kan houden, is een warmte-isole-rende plaat tussen fornuis en koelapparaat aan te bevelen.

Als het koelapparaat naast een ander koel- of diepvriesapparaat staat,is een afstand van 5 cm aan weerszijden aan te bevelen, zodat zichgeen condens vormt aan de buitenkant van de apparaten.Klimaatklasse voor een omgevingstemperatuur vanSN +10 tot +32 °CN+16 tot +32 °CST +18 tot +38 °CT+18 tot +43 °C29

30OpstellenOverzetten van het deurscharnierHet deurscharnier kan van rechts (stand waarin het wordt afgeleverd)naar links overgezet worden als dat voor de opstelplaats nodig is.Waarschuwing! Bij het overzetten van het deurscharnier mag hetapparaat niet op het lichtnet aangesloten zijn. Van te voren de stekkeruit het stopcontact trekken.☞1. Apparaat schuin naar achteren kan-telen.2. Deurscharnierschroeven (K) uitdraai-en en deurscharnier (1) naar benedenuit de scharnierbus nemen.3. Deur iets openen en naar benedenuitnemen.AEG97K1Apparaat richtenHet apparaat moet waterpas en stabiel staan. Eventuele oneffenhedenin de vloer compenseren door in- of uitdraaien van de twee stelvoetjesvoor.Het apparaat heeft lucht nodigHet apparaat behoeft geen onderhoud.

Wat echter nooit mag ontbre-ken is een goede ventilatie.De luchttoevoer geschiedt onder de deur, door de ventilatiesleuf tussenapparaat en vloer. De luchtafvoer vindt plaats via het bovenste ventila-tierooster. Let u erop, dat deze openingen niet door sokkelpanelen endergelijke worden afgedekt.

Opstellen4. Bovenste scharnierstift (A) uitdraaienen op de tegenoverliggende zijdeweer monteren.5. Deur in de bovenste scharnierstift (A)zetten en deur sluiten.6. Scharnierstift van het deurscharnier(1) in de linker scharnierbus van dedeur zetten en deurscharnier met deschroeven (K) goed vastdraaien.7. Deurgreep op de tegenoverliggendezijde monteren (de schroefgaatjeszijn reeds geboord).AEG98A12AEG75Elektrische aansluitingVoor de elektrische aansluiting is een volgens de voorschriften geïn-stalleerd stopcontact met randaarde vereist.Het stopcontact moet zodanig worden geïnstalleerd, dat de stekkeraltijd uit het stopcontact kan worden getrokken.De elektrische zekering dient minstens 10 ampère te zijn.

Indien hetstopcontact bij een ingebouwd apparaat niet meer toegankelijk is,dient een maatregel in de elektrische installatie er voor te zorgen dathet apparaat van de stroom kan worden afgesloten (bijv. zekering,beveiligingsschakelaar, aardlekschakelaar of dergelijke met een contactopeningsbreedte van minimaal 3 mm).Voor ingebruikneming op het typeplaatje van het apparaat controlerenof de netspanning en stroomsoort overeenkomen met de waarden vanhet lichtnet op de plaats waar het apparaat komt te staan.Bijv.: AC 220 ... 240 V 50 Hz of220 ... 240 V ~50 Hz(d.w.z. 220 tot 240 Volt wisselstroom, 50 hertz)Het typeplaatje bevindt zich links aan de binnenkant van het apparaat.☞31

32Beschrijving van het apparaatVooraanzicht➀= Lade (voor invriezen)➁= Lade (voor invriezen)➂= Lade (voor bewaren)➃= Lade (voor bewaren)➄= Bedieningspaneel➅= TypeplaatjeEIN/AUSWARNUNGAUSFROSTMATICEINWÄRMER °C-16-18-20-22 -24KÄLTER6De stabiele laden kunnen niet kiepen en zijn voorzien van een eind-stop.Daardoor kunt u diepvriesproducten makkelijk en veilig rangschikkenen uitnemen.Voor het uitnemen van de lade deze tot de eindstop naar buiten trek-ken, optillen en naar voren uitnemen.

33Beschrijving apparaatToetsen voor temperatuurinstellingDe temperatuurinstelling wordt geregeld met behulp van de toetsen „+“ (WARMER) en „-“ (KOUDER).De toetsen zijn verbonden met de lampjes van de temperatuurindicatie.• Door te drukken op één van de twee toetsen „+“ (WARMER) of „-“(KOUDER) wordt de temperatuurindicatie van de WERKELIJKE tempe-ratuur (een lampje brandt) op de GEWENSTE temperatuur (eenlampje knippert) omgeschakeld.• Elke keer als er opnieuw op een van beide toetsen wordt gedrukt,wordt de GEWENSTE temperatuur steeds een indicatievakje verdergezet.• Als geen toets wordt ingedrukt, schakelt de temperatuurindicatie nakorte tijd (ca. 5 sec.) automatisch weer op de WERKELIJKE tempera-tuur terug. GEWENSTE temperatuur betekent:De temperatuur die in de vriesruimte bereikt moet worden, kan inge-steld worden op een in de indicatie aanwezige temperatuur.

34WERKELIJKE temperatuur betekent:De temperatuurindicatie (lampje) geeft de temperatuur aan die nu inde vriesruimte heerst. De WERKELIJKE temperatuur wordt aangegevendoor het continu branden van een lampje.Temperatuurindicatie (lampjes)De temperatuurindicatie kan meerdere soorten informatie aangeven.• Bij normaal gebruik wordt de temperatuur aangegeven die op ditogenblik in de vriesruimte heerst (WERKELIJKE temperatuur), hetovereenkomstige lampje brandt.

• Als de temperatuur in de vriesruimte hoger is dan het bereik van detemperatuurindicatie, zijn alle lampjes voor temperatuurindicatie uit.• Als de temperatuur in de vriesruimte lager is dan het bereik van detemperatuurindicatie, blijft het lampje voor de laagste indicatie bran-den.• Tijdens de temperatuurinstelling wordt knipperend de op datmoment ingestelde temperatuur aangegeven (GEWENSTE tempera-tuur).Voor ingebruikname☞Het interieur van het apparaat en alle accessoires schoonmaken voorhet eerste gebruik (zie hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”).Ingebruikname - Temperatuur instellen☞1. Stekker in het stopcontact steken. 2. Toets AAN/UIT indrukken. Het groene lichtnetlampje gaat branden. Hetrode alarmlampje laat u knipperend weten, dat de gewenste bewaar-temperatuur nog niet bereikt is. 3.

35stelling"). De temperatuurindicatie geeft onmiddellijk de gewijzigdeinstelling aan. Bij elke druk op een toets wordt de temperatuur een vakje verdergezet.Opmerking: In de voedingswetenschap wordt een bewaartemperatuurvan -18°C als voldoende koud beschouwd. 5. Wanneer na het instellen van de temperatuur de toetsen niet weeringedrukt worden, dan schakelt de temperatuurindicatie na korte tijd(ongeveer 5 seconden) om en geeft opnieuw de, op dat moment in devriesruimte heersende, WERKELIJKE temperatuur aan. De indicatie gaatvan knipperen naar constant branden over.De compressor start en loopt dan automatisch.Aanwijzing: als de instelling veranderd wordt, start de compressor nietdirect.In de fabriek is de temperatuur ingesteld op -18°C.Wacht met het opslaan van diepvriesproducten totdat in de vriesruim-te een temperatuur van -18°C bereikt is en dus het rode alarmlampjeniet meer brandt.

FROSTMATICFROSTMATIC-toetsDe FROSTMATIC-functie versnelt het invriezen van verselevensmiddelen en beschermt tegelijkertijd de reeds inge-vroren waren tegen ongewenste verwarming.☞1. Door te drukken op de FROSTMATIC-toets wordt de FROSTMATIC-functieingeschakeld. Het gele lampje gaat branden.Als de FROSTMATIC-functie niet handmatig beëindigd wordt, schakeltde elektronica van het apparaat de FROSTMATIC-functie na 48 uur uit.Het gele lampje gaat uit.2. Door opnieuw op de FROSTMATIC-toets te drukken kan de FROSTMA-TIC-functie te allen tijde handmatig beëindigd worden. Het gele lampjegaat uit.Als de FROSTMATIC-functie is ingeschakeld, kan de WERKELIJKE tem-peratuur in de vriesruimte iets dalen. Na uitschakelen van de FROST-MATIC- functie heerst de gekozen GEWENSTE temperatuur weer.Als de FROSTMATIC-functie is ingeschakeld, kan de temperatuurinstel-ling niet worden gewijzigd.

36Controle- en informatiesysteemHet controle- en informatiesysteem bestaat uit de temperatuurindica-tie, een optisch alarm en een akoestisch alarm.Het systeem waarschuwt:- wanneer de temperatuur in de vriesruimte te hoog wordt- bij functiestoringen aan het apparaat.TemperatuurwaarschuwingHet rode alarmlampje knippert en er klinkt een geluidssignaal zodra detemperatuur in de vriesruimte meer dan 4°C boven het bereik van detemperatuurindicatie uitkomt. Een dergelijke temperatuurstijging kan veroorzaakt worden door: - vaak of langdurig openen van de deur- opslaan van grote hoeveelheden warme levensmiddelen- te hoge omgevingstemperatuur- storing aan het apparaatMet de toets ALARM UIT kunt u het geluidssignaal uitscha-kelen.

Alarmlampje en geluidssignaal worden automatischuitgeschakeld zodra de WERKELIJKE temperatuur in devriesruimte weer daalt en binnen de waarden van de tem-peratuurindicatie komt.Opmerking:Het geluidssignaal wordt afgebroken:- na het inschakelen van het apparaat zodra de ingestelde GEWENSTE temperatuur bereikt wordt.- als de FROSTMATIC-toets ingedrukt is.Tip: controleer regelmatig aan de hand van het rode alarmlampje debewaartemperatuur.FunctiestoringenAls de elektronica van het apparaat een storing ontdekt die verhindertdat de WERKELIJKE temperatuur behouden wordt, dan knipperen allelampjes van de temperatuurindicatie. Het apparaat schakelt over opeen noodprogramma totdat de service-afdeling de storing verholpenheeft.

37Apparaat uitschakelenOm uit te schakelen toets AAN/UIT ca. 5 seconden ingedrukt houden.De verlichting van de temperatuurindicatie gaat uit.Aanwijzing: De instelling van het apparaat kan niet veranderd worden,als de stekker uit het stopcontact getrokken is of als er anderszins geenelektriciteit aanwezig is.Na aansluiting op het elektriciteitsnet start het apparaat weer op destand waar het voor de stroomonderbreking op stond.Als het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt wordt:☞1. Apparaat uitschakelen door toets AAN/UIT in te drukken tot de indica-tie uitgaat (zie boven).2. Stekker uit het stopcontact trekken of zekering in de huisinstallatieuitschakelen.3. De vriesruimte ontdooien en goed schoonmaken (zie hoofdstuk“Reiniging en onderhoud”).4.

Deur daarna open laten om geurvorming te voorkomen.☞Invriezen en diepvriesproducten bewarenIn uw diepvrieskast kunt u diepvriesproducten bewaren en verselevensmiddelen zelf invriezen.Attentie!• Voor het invriezen van levensmiddelen dient de WERKELIJKE tempe-ratuur in de vriesruimte –18°C of lager te zijn.• Let op het op het typeplaatje aangegeven invriesvermogen. Hetinvriesvermogen is de maximale hoeveelheid verse waren die binnen24 uur ingevroren kan worden. Als er gedurende meerdere dagenachter elkaar ingevroren wordt, neem dan slechts 2/3 tot 3/4 van dehoeveelheid aangegeven op het typeplaatje.• Warme levensmiddelen voor het invriezen laten afkoelen. De warmteleidt tot verhoogde ijsvorming en verhoogt het energieverbruik.• Let op de bewaartijd resp.

38Invriezen en bewaren☞1. Om het maximale invriesvermogen te benutten, dient u 24 uur - bijkleinere hoeveelheden zijn 4 tot 6 uur voldoende - voor het invrie-zen de FROSTMATIC-toets in te drukken. Het gele lampje brandt.Voor het invriezen van hoeveelheden tot 3 kg hoeft u de FROSTMATIC-functie niet in te schakelen.2. Alle levensmiddelen voor het invriezen luchtdicht verpakken, zodat zeniet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de smaak niet op ande-re diepvriesproducten overgebracht wordt.Voorzichtig! Diepvriesartikelen niet met natte handen aanraken. Dehanden kunnen daaraan vast vriezen.3. De verpakte levensmiddelen in de laden leggen. De in te vriezenlevensmiddelen in de bovenste laden (1) en (2) van het apparaat plaat-sen.Niet-bevroren artikelen mogen niet in aanraking komen met reedsbevroren waren omdat anders de bevroren artikelen kunnen ontdooien.4.

Deur van de vriezer goed sluiten.De elektronica van het apparaat schakelt de FROSTMATIC-functie na48 uur automatisch uit. Het gele lampje gaat uit. U kunt de FROSTMA-TIC- functie ook handmatig beëindigen door nog een keer op deFROSTMATIC-toets te drukken.Als de FROSTMATIC-functie is ingeschakeld, kan de WERKELIJKE tem-peratuur in de vriesruimte iets dalen.

Na uitschakelen van de FROST-MATIC- functie heerst de gekozen GEWENSTE temperatuur weer.Diepvriesartikelen het liefst naar soort apart in de laden leggen.Tips:• Geschikt voor het verpakken van diepvriesproducten zijn:– diepvrieszakken en -folie van polyethyleen;– speciale diepvriesdozen;– aluminiumfolie, extra sterk.• Voor het sluiten van zakken en folies zijn geschikt: plastic clips, elastiekjes of plakband.• Voor het sluiten de lucht uit de zakjes en folies strijken omdat luchthet uitdrogen van bevroren artikelen bevordert.• Maak platte pakjes, deze bevriezen sneller.• Diepvriesdozen niet tot aan de bovenrand vullen met (half)vloeibarediepvriesproducten omdat vloeistof tijdens het invriezen uitzet.

39Symbolen bewaarde producten/Diepvrieska-lender• De symbolen op de laden geven dediverse soorten diepvriesproductenaan.• De getallen geven voor iedere soortdiepvriesproduct de bewaartijd in maanden aan. Of de hoogste of delaagste waarde van de aangegeven bewaartijd geldt, hangt af van dekwaliteit van de levensmiddelen en de behandeling voorafgaand aanhet invriezen. Voor levensmiddelen met een hoog vetgehalte geldtaltijd de laagste waarde.OntdooienAls het apparaat aanstaat en als de deur geopend wordt, slaat vocht inhet interieur, in het bijzonder op de verdampers, als rijp neer. Deze rijpvan tijd tot tijd met de bijgevoegde plastic schraper verwijderen. Ingeen geval hiervoor harde of spitse voorwerpen gebruiken.Het apparaat dient in ieder geval ontdooid te worden als de rijplaagca. 4 mm dik is: echter minimaal eenmaal per jaar.

Een geschiktmoment voor het ontdooien is als het apparaat leeg is of als er nogmaar weinig artikelen in liggen.Waarschuwing!• Geen elektrische verwarmingsapparaten en geen andere mechanischeof kunstmatige hulpmiddelen gebruiken om het ontdooien te ver-snellen, met uitzondering van de hulpmiddelen die in deze gebruiks-aanwijzing aanbevolen worden.• Geen ontdooisprays gebruiken, deze kunnen gevaarlijk voor degezondheid zijn en/of stoffen bevatten die kunststof aantasten.Maken van ijsblokjes☞1. IJsbakje voor 3/4 met koud water vullen, in de diepvrieskast plaatsenen laten bevriezen.2. Om de ijsblokjes los te maken het ijsbakje verdraaien of kort onderstromend water houden.Attentie! Een eventueel vastgevroren ijsbakje in geen geval met spitseof scherpe voorwerpen losmaken. Gebruik de bijgevoegde ijsschraper.

40Voorzichtig! Niet met natte handen aan bevroren artikelen komen. Dehanden kunnen daaraan vastvriezen.☞1. Als er grote hoeveelheden diepvriesproducten in het apparaat liggen,ca. 12 uur vóór het ontdooien de FROSTMATIC-functie inschakelen omte zorgen voor een koudereserve in de diepvriesproducten.2. Bevroren artikelen er uitnemen, in meerdere lagen krantenpapier wik-kelen en op een koele plaats leggen, bijv. in de koelkast.3. Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of dezekering in de huisinstallatie uitschakelen.4. Alle laden er uit halen. De onderste ladedient als praktische dooiwateropvang. Ladeuittrekken en de ijsschraper als verlenggootjevoor de opvang van het dooiwater in de uit-sparing in het apparaat plaatsen (zie afb.).Tip: Om het ontdooien te versnellen een panmet heet water in het apparaat zetten en dedeur sluiten.

Afgevallen stukken ijs voordatze volledig ontdooien verwijderen.5. Na het ontdooien apparaat incl. accessoires grondig reinigen (ziehoofdstuk "Reiniging en onderhoud").6. Levensmiddelen terugplaatsen en apparaat weer in gebruik nemen.7. Niet vergeten de FROSTMATIC-functie weer uit te schakelen.Reiniging en onderhoudOm hygiënische redenen dient het apparaat aan de binnenkant incl.toebehoren geregeld gereinigd te worden.Waarschuwing!• Het apparaat mag tijdens het schoonmaken niet op het elektriciteits-net aangesloten zijn. Gevaar voor schokken! Schakel voor hetschoonmaken het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontactof schakel de zekering uit.• Het apparaat nooit met stoomreinigingsapparaten schoonmaken. Erkan vocht in de elektrische onderdelen komen. Gevaar voor schok-ken!

41Let op!• Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststofonderdelen aantasten, bijv.- sap van citroen– of sinaasappelschillen;- boterzuur;- schoonmaakmiddelen die azijnzuur bevatten.Dergelijke substanties niet in contact brengen met apparaatonder-delen.• Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.☞1. Bevroren artikelen er uit halen en in meerdere lagen krantenpapierpakken. Alles afgedekt op een koele plaats leggen.2. Apparaat voor het schoonmaken ontdooien (zie hoofdstuk“Ontdooien”).3. Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of dezekering in de huisinstallatie uitschakelen.4. Apparaat en interieur met een doek en lauwwarm water schoonmaken.Eventueel een beetje normaal afwasmiddel gebruiken.5. Daarna met schoon water afnemen en droogmaken.Stof op de condensor verhoogt het energieverbruik.

42Tips om energie te besparen• Het apparaat niet in de buurt van kachels, verwarmingselementen ofandere warmtebronnen plaatsen. Bij een hoge omgevingstempera-tuur werkt de compressor vaker en langer.• Zorgen voor voldoende ventilatie van het apparaat.Ventilatieopeningen nooit afdekken.• Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerstlaten afkoelen.• Deur slechts zo lang open laten als nodig is.• De temperatuur niet lager dan nodig instellen.• Diepvriesartikelen voor het ontdooien in de koelkast leggen. Dekoude in de diepvriesartikelen wordt zo voor koeling van de koelkastgebruikt.• Houd de warmte afgevende verdamper, het metalen rooster aan deachterzijde van het toestel, schoon.Wat te doen als ...Hulp bij storingenHet kan bij een storing om kleine defecten gaan die u zelf aan de handvan de volgende aanwijzingen kunt oplossen.

Voer zelf geen verderewerkzaamheden uit als de volgende informatie in concrete gevallenniet verder helpt.Waarschuwing! Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen doorvakmensen uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnengrote gevaren ontstaan voor de gebruiker. Wend u bij reparatie altijdtot onze service-afdeling.Indien het koelaggregaat niet meer werkt, kan de koudereserve in dediepvriesproducten bij volle belading een periode van ca. 22 uur over-bruggen.

43Wat te doen als ...StoringHet apparaat werkt niet: erbrandt geen enkel lampje. Mogelijke oorzakenHet apparaat is niet inge-schakeldDe stekker zit niet of nietgoed in het stopcontact.De zekering is doorgesla-gen of defect.Het stopcontact is defect. Een elektriciën roepen omhet defect aan het stroom-net te verhelpen.OplossingHet apparaat inschakelen.De stekker in het stop-contact steken.De zekering controleren eneventueel vervangen.Het groene lampje brandtniet, het gele lampjebrandt bij ingeschakeldeFROSTMATIC-functie.Groene lampje defect. Contact opnemen metonze service-afdeling.Het gele lampje brandtniet bij ingeschakeldeFROSTMATIC-functie,apparaat werkt.Gele lampje defect. Contact opnemen metonze service-afdeling.Het apparaat koelt te sterk.

44Storing Mogelijke oorzaken OplossingOngewone geluiden.Apparaat staat niet recht.Apparaat komt tegen demuur of tegen anderevoorwerpen aan.Een onderdeel, bijv. een lei-ding, aan de achterkant vanhet apparaat komt tegeneen ander onderdeel van hetapparaat aan of tegen demuur.Stelvoetjes bijstellen.Apparaat iets wegtrekken.Dit onderdeel voorzichtigwegbuigen.Nadat u op de toetsFROSTMATIC gedrukt heeftof nadat de temperatuur-instelling gewijzigd is, startde compressor niet gelijk. Dit is normaal, er zijn geenstoringen.De compressor start na eentijdje automatisch. Geluiden tijdens de werkingDe volgende geluiden zijn karakteristiek voor koelapparaten: •KlikkenElke keer als de compressor in- of uitschakelt, hoort u een klik.•ZoemenZodra de compressor functioneert, hoort u gezoem.•Borrelen/klotsenWanneer het koelmiddel door smalle leidingen stroomt, kunt u eenborrelend of klotsend geluid horen.

Ook na het uitschakelen van decompressor is dit geluid nog korte tijd te horen.Op de ondichte plaatsende deurafdichting voor-zichtig met een haardrogerverwarmen (niet heter danca. 50 °C).Tegelijkertijd de verwarm-de deurafdichting met dehand zo in vorm trekkendat hij weer helemaal sluit.Deurafdichting is lek(eventueel na het overzet-ten van het deurscharnier).Sterke rijpvorming in hetapparaat, eventueel ookaan de deurafdichting.

46Vaktermen•KoelmiddelVloeistoffen die gebruikt kunnen worden voor koudeproductie, wor-den koelmiddelen genoemd. Deze stoffen hebben verhoudingsgewijseen laag kookpunt, zo laag dat de warmte van de aanwezige levens-middelen in het koelapparaat, het koelmiddel tot koken ofwel totverdampen kan brengen.•KoelmiddelkringloopGesloten kringloopsysteem waarin het koelmiddel zich bevindt. Dekoelmiddelkringloop bestaat hoofdzakelijk uit verdamper, compressor,condensor en leidingen.•VerdamperIn de verdamper verdampt het koelmiddel. Net als alle vloeistof,heeft het koelmiddel warmte nodig om te kunnen verdampen. Dezewarmte wordt onttrokken aan de binnenruimte van het koelappa-raat, de ruimte koelt daardoor af. Daarom is de verdamper in de bin-nenruimte geplaatst of direct achter de binnenwand ingeschuimd endaardoor niet zichtbaar. •CompressorDe compressor ziet eruit als een tonnetje.

Hij wordt aangedrevendoor een ingebouwde elektromotor en is achter, aan de onderkantvan het apparaat geplaatst. De compressor zorgt ervoor dat hetdampvormige koelmiddel aan de verdamper onttrokken wordt envervolgens verdicht en naar de condensor geleid wordt.•CondensorDe condensor heeft meestal de vorm van een rooster. In de conden-sor wordt het koelmiddel dat door de compressor verdicht is, gecon-denseerd. Hierbij komt warmte vrij die door de oppervlakte van decondensor aan de omgevingslucht afgegeven wordt. De condensor isdaarom aan de buitenkant, meestal aan de achterkant van het appa-raat, aangebracht.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AEG Electrolux A 70120 GS stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden