AEG Electrolux 75320 GA Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van AEG Electrolux 75320 GA (36 pagina’s), behorend tot de categorie Vrieskast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 34 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over AEG Electrolux 75320 GA of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/36
ARCTIS
no_frost Gefrierautomaten
no-frost Congélateurs électroniques
Congelatori elettronici no_frost
Electronic Freezer no_frost
Electronische diepvrieskasten no-frost
Gebrauchsanweisung
Notice d’utilisation
Istruzioni per l’uso
Operating Instructions
Gebruiksaanwijzing
818 36 14-00/0

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: AEG Electrolux
Categorie: Vrieskast
Model: 75320 GA

Handleiding AEG Electrolux 75320 GA – volledige tekst

142 818 36 14-00/0Geachte klant,Lees eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door voordat u uw nieuwe apparaat in gebruik neemt. Hierin staat belangrijke informatie over een veilig gebruik, over het opstellen en over het onderhoud van het apparaat.De gebruiksaanwijzing s.v.p. bewaren voor latere naslag. Aan eventuele volgende bezitters van het apparaat doorgeven.Deze gebruiksaanwijzing is voor meerdere, technisch vergelijkbare modellen in diverse uitvoeringen bestemd. S.v.p. alleen op de aanwijzingen letten die op uw apparaat betrekking hebben.1 Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden (Waarschuwing!, Voorzichtig!, Let op!) wordt de aandacht gevestigd op aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het juist functioneren van het apparaat. Hier absoluut op letten.0 1. Dit symbool en nummeren voeren u stap voor stap door de bediening van het apparaat. 2.

....3 Na dit symbool wordt uitleg gegeven over de bediening en het praktisch gebruik van het apparaat.2 Met het klaverblad worden tips en aanwijzingen voor een economisch en milieuvriendelijk gebruik van het apparaat gegeven.Verklaringen van vaktermen die in de gebruiksaanwijzing gebruikt worden, vindt u aan het eind in het Hoofdstuk "Vaktermen".Voor eventueel optredende storingen staan in de handleiding aanwijzingen om deze zelf op te lossen, zie Hoofdstuk "Wat te doen als...". Als deze aanwijzingen niet voldoende informatie bieden staat onze klantendienst u te allen tijde ter beschikking.Gedrukt op milieuvriendelijk vervaardigd papierwie ecologisch denkt, handelt ook zo ...

818 36 14-00/0 1451 VeiligheidDe veiligheid van onze apparaten voldoet aan de Europese en Neder-landse normen. Desondanks zien wij ons genoodzaakt U met de vol-gende veiligheidsaanwijzingen vertrouwd te maken:Juist gebruik• Het apparaat is voor huishoudelijk gebruik bedoeld. Naar gelang de ingestelde stand kan het apparaat gebruikt worden voor invriezen, diepgekoeld opslaan, voor het maken van ijs of voor het koelen van levensmiddelen. Als het apparaat anders dan bedoeld of verkeerd gebruikt wordt, is de fabrikant niet verantwoordelijk voor eventuele schaden.• Het ombouwen van of veranderingen aan het apparaat aanbrengen is uit veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.• Als het apparaat commercieel of voor andere doeleinden dan voor het invriezen en bewaren van diepgevroren levensmiddelen gebruikt wordt, s.v.p.

letten op de hiervoor van kracht zijnde wettelijke bepa-lingen.Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomen wordt• Controleren of het apparaat transportschade heeft. Een beschadigd apparaat in geen geval aansluiten! In geval van schade dient u zich tot de leverancier te wenden.• Controleer of het elektriciteitssnoer niet klem zit aan de achterzijde van het apparaat, waardoor dit beschadigd zou kunnen raken. Een beschadigd elektriciteitssnoer kan oververhit raken en brand veroorzaken.• Steek de netstekker nooit in een loszittende of beschadigde contactdoos.

Gevaar voor elektrische schokken en brand!KoelmiddelenHet apparaat bevat in het koelvloeistofcircuit de koelvloeistof Isobu-taan (R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter wel brandbaar is.• Waarschuwing - Bij het transport en het opstellen van het apparaat erop letten dat geen onderdelen van het koelvloeistofcircuit bescha-digd worden.• Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit:– open vuur en brandhaarden absoluut vermijden;– het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren.

Veiligheid146 818 36 14-00/0Veiligheid van kinderen• Verpakkingsonderdelen (bijv. folie, piepschuim) kunnen gevaarlijk zijn voor kinderen. Verstikkingsgevaar. Verpakkingsmateriaal weghouden bij kinderen. • Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar maken voordat ze weggegooid worden. Stekker er afhalen, netsnoer doorknippen, even-tuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Hierdoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten worden (verstikkingsgevaar. ) of in andere levensgevaarlijke situaties terechtkomen. • Kinderen zien de gevaren die in het omgaan met huishoudelijke apparaten schuilen vaak niet. Zorg daarom voor het nodige toezicht en laat kinderen niet met het apparaat spelen. Bij dagelijks gebruik• Houders met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen door bevrie-zing lek raken. Explosiegevaar.

Geen houders met brandbare stoffen, zoals sprays, aanstekervullingen etc. in het apparaat plaatsen. • Flessen en dozen niet in de diepvriesruimte plaatsen. Deze kunnen springen als de inhoud bevriest - bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen. Geen limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in de diepvriesruimte bewaren. Uitzondering: Dranken met een hoog alco-holgehalte kunnen wel in de diepvriesruimte bewaard worden. • Consumptieijs en ijsblokjes niet direct vanuit de diepvriesruimte in de mond stoppen. Zeer koud ijs kan aan de lippen of de tong vastvriezen en verwondingen veroorzaken. • Diepgevroren producten niet met natte handen aanraken. De handen kunnen eraan vastvriezen. • Waarschuwing - Geen elektrische apparaten (bijv. electrische ijsma-chines, mixers etc. ) in het apparaat gebruiken.

• Waarschuwing - Ventilatie-openingen in de ommanteling van het apparaat of in inbouwmeubelen niet afsluiten. • Waarschuwing - Het apparaat wordt automatisch ontdooid.

Voor bespoedigen van het ontdooiproces geen mechanische voorzieningen of andere kunstmatige middelen gebruiken die niet door de fabrikant worden aanbevolen. • Voordat met het schoonmaken van het apparaat begonnen wordt altijd het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de woning uitschakelen, er resp. uitdraaien.

818 36 14-00/0 147• Als u boven op het apparaat bevroren producten legt, kan zich door de kou in de holle ruimte van de opbergplaat condenswater vormen. In deze holle ruimte zitten elektronische onderdelen. Als er condens-water op deze onderdelen druppelt, kan kortsluiting het apparaat beschadigen. Leg daarom geen bevroren producten boven op het apparaat.• De netstekker nooit aan het elektriciteitssnoer uit het stopcontact trekken. Een beschadiging van het elektriciteitssnoer kan leiden tot kortsluiting, brand en/of elektrische schokken.• Plaats geen zware voorwerpen of het apparaat zelf op het elektriciteitssnoer. Gevaar voor kortsluiting en brand!• Een beschadigd elektriciteitssnoer moet worden vervangen door een gekwalificeerd technicus of de klantenservice. Bij storing• Bij storing aan het apparaat eerst in deze handleiding onder "Wat te doen als..." kijken.

Als de daar genoemde aanwijzingen niet verder helpen, niet zelf reparaties uitvoeren.• Elektrische apparaten mogen alleen door vaklieden gerepareerd wor-den. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan. Wendt u zich voor reparaties s.v.p. tot de AEG klantenservice. 2 WeggooienInformatie over de verpakking van het apparaatAlle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn niet milieu-onvriendelijk en kunnen hergebruikt worden. De grondstoffen: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt wor-den en worden als volgt gekarakteriseerd:>PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakken binnen in. >PS< voor schuimpolystyrol, bijv.

bij de bekledingsdelen, in principe CFK-vrij.De kartonnen delen zijn van oud papier gemaakt en kunnen ook weer bij het oud-papier gedaan worden.Weggooien van oude apparatenWegens milieuredenen dienen koelapparaten vakkundig ontmanteld te worden. Dit geldt voor uw huidige apparaat en - als het ook aan ver-vanging toe is - ook voor uw nieuwe apparaat.

148 818 36 14-00/01 Waarschuwing! Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar maken voordat ze weggegooid worden. Stekker er afhalen, netsnoer doorknippen, eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapot-maken. Hierdoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het appa-raat opgesloten worden (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terechtkomen.Aanwijzingen voor het weggooien:• Het apparaat mag niet bij het huis- of grofvuil gezet worden.• Het koelvloeistofcircuit, in het bijzonder de warmtewisselaar aan de achterkant, mag niet beschadigd worden.• Informatie over afhaaltijden of inzamelplaatsen zijn te verkrijgen bij de plaatselijke reinigingsdienst of op het gemeentehuis. Transport apparaatEr zijn twee personen nodig om het apparaat te transporteren.

Voor een betere grip zijn voor aan de onderkant en achter aan de bovenkant van het apparaat twee grepen aanwezig.0 1. Het apparaat vastpakken aan de grepen op de plaatsen zoals op de tekening afgebeeld en transporteren.2. Om het apparaat op de definitieve plaats te schuiven voorzichtig boven aan de deur duwen en het apparaat iets naar achteren kantelen. Het gewicht wordt daardoor naar de achterste rolletjes verplaatst, waar-door het apparaat gemakkelijker te schuiven is. Transportbescherming verwijderenHet apparaat alsmede delen van het interieur zijn voor het transport beschermd.0 1. Alle plakband en vulling uit het interieur van het apparaat verwijderen.3 Eventuele plakbandresten kunnen met wasbenzine verwijderd worden.

Een optimale plaats voor diepvrieskasten is de kelder.De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik en het onberispelijk functioneren van het apparaat.Het apparaat daarom– niet aan directe straling van de zon blootstellen;– niet bij radiatoren, naast een kachel of andere warmtebronnen plaat-sen;– alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatcategorie waarvoor het apparaat is ont-worpen.De klimaatcategorieën staan op het typeplaatje dat zich links aan de binnenkant van het apparaat bevindt.De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welke klimaatcategorie behoort:Klimaatcategorie voor een omgevingstemperatuur vanSN +10 tot +32 °CN +16 tot +32 °CST +18 tot +38 °CT +18 tot +43 °C

Opstellen150 818 36 14-00/0Als het onvermijdelijk is het apparaat naast een warmtebron te plaat-sen, aan weerszijden minimaal de volgende afstanden aanhouden:– tot elektrische kachels 3 cm;– tot olie- en kolenkachels 30 cm.Als men zich niet aan deze afstanden kan houden, is een warmte-isola-tieplaat tussen kachel en koelapparaat aan te bevelen.Het apparaat heeft lucht nodigLucht wordt onder de deur toegevoerd via de ventilatieopeningen in de sokkel en gaat dan via de ontluchting langs de achterwand naar boven. Deze ventila-tieopeningen nooit afdekken of versper-ren zodat de lucht kan circuleren.Let op! Als het apparaat bijv.

onder een kast geplaatst wordt, dient een afstand van minstens 10 cm tussen de bovenkant van het apparaat en het daarboven aan-gebrachte meubel aangehouden te wor-den.De beide wandafstandhouders die met het apparaat zijn meegeleverd plaatst u conform de afbeelding in de openingen bovenaan de achterzijde van het apparaat. Op deze manier wordt de benodigde wandafstand gegarandeerd voor de noodzakelijke ventilatie aan de achterzijde van het apparaat. Apparaat uitlijnen0 1. Het apparaat dient horizontaal en stevig te staan. Oneffenheden van de bodem compenseren door in- of uitdraaien van de beide stelvoetjes aan de voorkant. 2. Wanneer twee kasten naast elkaar opgesteld worden moeten de twee afstandhouders die in de plastic zak zijn meegeleverd tussen de kasten vastgeplakt worden, zoals op de afbeelding te zien is.

Opstellen818 36 14-00/0 151. Elektrische aansluitingVoor de elektrische aansluiting is een overeenkomstig de voorschriften geïnstalleerd, randgeaard stopcontact vereist. De elektrische beveiliging dient minstens 10 Ampère te bedragen.Als het stopcontact na het opstellen van het apparaat niet meer bereik-baar is, dient een passende maatregel in de elektrische installatie ervoor te zorgen dat het apparaat van het lichtnet afgekoppeld kan worden (bijv. zekering, LS-schakelaar, foutstroomveiligheidsschakelaar e.d. met een contactopeningswijdte van minstens 3 mm).0 1. Voor ingebruikneming op het typeplaatje van het apparaat controleren of de netspanning en stroomsoort overeenkomen met de waarden van het lichtnet op de plaats waar het apparaat komt te staan.bijv: AC 220 ... 240 V 50 Hz of220 ... 240 V~ 50 Hz(d.w.z.

220 tot 240 Volt wisselstroom, 50 Hertz)Het typeplaatje bevindt zich links aan de binnenkant van het apparaat. Attentie: De netaansluiting mag alleen door een vakman worden ver-vangen. Wend u in geval van reparatie tot uw vakhandelaar of tot onze service-afdeling.Waarschuwing: Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten aan elektronische „energiezuinige stekkers“ en aan omvormers, die gelijkstroom omzetten in 230 V wisselstroom (bijv. solarinstallaties, scheepsnetten).

152 818 36 14-00/0Draairichting van de deur wisselen De draairichting van de deur kan van rechts (aflevertoestand) naar links omgezet worden, als dat voor de opstellingsplaats nodig is. 1 Waarschuwing! Tijdens het verwisselen van de deurdraairichting mag het apparaat niet op het elektriciteitsnet aangesloten zijn. Trek tevoren de stekker uit het stopcontact. 0 1. Open de deur en trek de sokkel-plaat er naar voren toe af. Zet de deurlagerafdekking op de sokkel-plaat van links naar rechts om. Sluit de deur. 2. Schroef bij gesloten deur de kruis-kopschroeven uit het onderste deurlager en haal het deurlager er naar beneden toe uit. 3. Haal het deurbeslag van het deur-lager af (1, 2). Zet de scharnierstift van het rechter in het linker gat (3). Zet het meegeleverde deurbe-slag op de scharnierstift (4, 5).

154 818 36 14-00/0De belangrijkste kenmerken van het apparaat• Naar gelang de behoefte kan het apparaat als diepvriesapparaat of als koelapparaat gebruikt worden. Hiervoor kan op het apparaat de stand "Vriezen" of "Koelen" gekozen worden. – In de stand "Vriezen" is het apparaat te gebruiken voor het invriezen en diepgekoeld opslaan met temperaturen van -15 °C tot -24 °C. – In de stand "Koelen" kan het apparaat als "longfresh"-koelapparaat gebruikt worden met temperaturen van 0 °C tot +2 °C, waarbij door de no-frost-technologie een droog binnenklimaat bereikt wordt. Door de instelbare temperatuur tot +16 °C kan het apparaat echter ook prima als vooraad- en drankenkoeler gebruikt worden. Natuurlijk is het ook als "normale" koelkast te gebruiken voor temperaturen rond de +5 °C. • Voor TURBO/FROSTMATIC kan gekozen worden naar gelang het doel en de behoefte.

– De TURBO/FROSTMATIC-functie (op stand "Koelen") is geschikt voor het snel afkoelen van grotere hoeveelheden koelproducten in de koelruimte, bijv. voor dranken of salades voor een feestje. Daarbij wordt automatisch een GEWENSTE temperatuur van +2 °C ingesteld. Na 6 uur wordt de TURBO/FROSTMATIC-functie automatisch beëindigd. – De TURBO/FROSTMATIC-functie (in de stand "Vriezen") zorgt voor snel invriezen van verse levensmiddelen en beschermt tegelijkertijd de reeds opgeslagen producten tegen ongewenste temperatuurstijgingen in de diepvriesruimte. De electronica van het apparaat herkent zelfstandig wanneer het snel invriezen beëindigd kan worden, en schakelt de TURBO/FROSTMATIC-functie dan automatisch uit (naar gelang de hoeveelheid in te vriezen producten na 30 tot maximaal 50 uur).

• Met het no-frost-systeem kunnen zowel verse levensmiddelen inge-vroren worden als bevroren of gekoelde producten opgeslagen worden door koude lucht. Een verdamper koelt de lucht binnen in het apparaat af, die door een ventilator gecirculeerd en gelijkmatig verdeeld wordt.

Deze gelijkmatig circulerende luchtstroom zorgt voor een droog klimaat, geringe temperatuurwisselingen en -verschillen in het gehele apparaat. De in de lucht aanwezige vochtigheid slaat op de verdamper neer als rijp. De verdamper wordt volautomatisch ontdooid, zodra dat nodig is. Het dooiwater wordt naar buiten naar de compressor gevoerd en verdampt daar door de opgewekte warmte. Daardoor blijven het interieur van het apparaat en de opgeslagen koel-, resp. diepvriesproducten steeds rijp- en ijsvrij. Handmatig ontdooien is niet nodig.

818 36 14-00/0 155Beschrijving apparaatVooraanzicht(diverse modellen)áBedieningspaneelàBinnenverlichtingâKoudevakken met ladenäMaxi-BoxãLade (alleen voor bewaren)Koude-accu (niet bij alle modellen)In het apparaat bevindt zich een koude-accu. Lees voor het invriezen van de koude-accu hoofdstuk “Voor ingebruik-neming”. 3 Als de stroom is uitgevallen of bij een storing aan het apparaat, verlengt de koudeaccu de tijd tot de ongeoorloofde opwarming van het ingevroren product met meerdere uren, wanneer u de koudeaccu in het bovenste vak voor op het ingevroren product legt.De koude-accu kunt u ook tijdelijk als koelelement voor koeltassen gebruiken.

Beschrijving apparaat156 818 36 14-00/0Bedieningspaneel1Toets AAN/UIT met lichtnetcontrolelampje (groen)2Temperatuurindicatie3Toetsen voor temperatuurinstelling4Toets TURBO/FROSTMATIC met indicatie voor ingeschakelde TURBO/FROSTMATIC-functie (geel)5Toets WAARSCHUWING UIT met waarschuwingslampje (rood)(zie hoofdstuk "Controle- en Informatiesysteem") Toetsen voor het instellen van de temperatuurDe temperatuur wordt ingesteld via de toetsen „+“ (WARMER) en „-“ (KOUDER).De toetsen staan in verbinding met de temperatuurindicatie.• Door te drukken op één van de twee toetsen „+“ (WARMER) of „-“ (KOUDER) wordt de temperatuuraanwijzing van de WERKELIJKE tem-peratuur (temperatuurindicatie brandt) op de GEWENSTE tempera-tuur (temperatuurindicatie knippert) omgeschakeld.• Met elke verdere druk op één van beide toetsen wordt de GEWENSTE temperatuur 1 °C verder gesteld.• Als geen toets wordt ingedrukt, schakelt de temperatuuraanwijzing na korte tijd (ca.

5 sec.) automatisch weer op de WERKELIJKE tempe-ratuur terug. GEWENSTE temperatuur betekent:De temperatuur die in het apparaat heerst. De GEWENSTE temperatuur wordt met knipperende cijfers aangegeven.WERKELIJKE temperatuur betekent:De temperatuuraanwijzing geeft de temperatuur aan die op dat moment werkelijk in het apparaat heerst. De WERKELIJKE temperatuur wordt met brandende cijfers aangegeven.3 Bij ingeschakelde TURBO/FROSTMATIC-functie kan er geen wijziging in de temperatuurinstelling worden uitgevoerd.

Beschrijving apparaat818 36 14-00/0 157TemperatuurindicatieDe temperatuurindicatie kan meerdere soorten informa-tie aangeven.• Bij normaal gebruik wordt de temperatuur aangegeven die op dat moment in het apparaat heerst (WERKELIJKE temperatuur).• Als de temperatuur wordt ingesteld, wordt knipperend de op dat moment ingestelde temperatuur getoond (GEWENSTE temperatuur). • In de bedrijfsmodus „koelen“ verschijnt „IC“ voor intensief koelen in de temperatuurindicatie als de functie TURBO/FROSTMATIC is ingeschakeld.In de bedrijfsmodus „vriezen“ verschijnt de actuele temperatuur in de vriesruimte in de temperatuurindicatie als de functie TURBO/FROSTMATIC is ingeschakeld. Wanneer u drukt op een toets voor de temperatuurinstelling, verschijnt gedurende 5 seconden „SF“ voor supersnel vriezen in de indicatie.

Vervolgens verschijnt de actuele temperatuur in de vriesruimte weer in de indicatie.• Als bijv. door langere stroomuitval de diepvriesproducten gedeeltelijk of geheel ontdooid zijn, geeft de temperatuurindicatie, als u toets WAARSCHUWING UIT indrukt, de warmste temperatuur aan, die de diepvriesproducten bij het terugkeren van de stroomverzorging heb-ben bereikt.• Is er sprake van een storing, dan verschijnt in de temperatuurindicatie een vierkant of een letter.

Beschrijving apparaat158 818 36 14-00/0TURBO/FROSTMATIC-toetsIn de bedrijfsmodus „vriezen“ versnelt de functie TURBO/FROSTMATIC het invriezen van verse levensmiddelen en beschermt tegelijk de reeds opgeslagen producten tegen ongewenste opwarming.In de bedrijfsmodus „koelen“ is de functie TURBO/FROSTMATIC geschikt om snel grotere hoeveelheden te koelen product af te koelen, bijvoorbeeld dranken of salades voor een feest. Daarbij wordt automatisch een SOLL-temperatuur van +2 °C aangegeven.0 1. Door te drukken op de toets TURBO/FROSTMATIC schakelt u de functie TURBO/FROSTMATIC in. De gele indicatie gaat branden. In de bedrijfsmodus „vriezen“ verschijnt gedurende 5 seconden „SF“ in de temperatuurindicatie. Vervolgens verschijnt de actuele temperatuur in de vriesruimte weer in de indicatie.

In de bedrijfsmodus „koelen“ verschijnt „IC“ in de temperatuurindicatie.De compressor is continu in werking.2. Door opnieuw te drukken op de toets TURBO/FROSTMATIC kunt u de functie TURBO/FROSTMATIC op elk moment handmatig beëindigen. De gele indicatie gaat uit.Als u de functie TURBO/FROSTMATIC niet handmatig beëindigt, schakelt de elektronica van het apparaat de functie TURBO/FROSTMATIC in de bedrijfsmodus „vriezen“ uit na ca. 50 uur en in de bedrijfsmodus „koelen“ na 6 uur. De gele indicatie gaat uit.Let op! Bij ingeschakelde TURBO/FROSTMATIC-functie kan de tempera-tuurinstelling niet worden gewijzigd. WAARSCHUWING UIT toetsMet de toets WAARSCHUWING UIT kan het akoestische waarschuwingssignaal uitgeschakeld worden, bijv. de "Open Deur"-waarschuwing als gedurende langere tijd diepvriesproducten in- of uitgeladen worden.

818 36 14-00/0 159Voor ingebruikneming1 Laat het apparaat, voordat u het op het elektriciteitsnet aansluit en voor de eerste ingebruikname, 30 minuten staan, als het rechtop vervo-erd is. Als het liggend vervoerd is, moet het apparaat voor ingebruik-name eerst 4 uur staan, zodat de olie naar de compressor kan terugstromen. Anders kan de compressor beschadigd worden.0 1. Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomen wordt eerst van binnen en alle accessoire hoofdstuk "Rei-s schoonmaken (zieniging en Onderhoud").2. Voordat het voor de eerste keer in gebruik wordt genomen dient het apparaat aan de hand van hoofdstuk "Opstellen en Aansluiten" juist opgesteld te worden. Let er in het bijzonder op dat de netspanning en netfrequentie met de gegevens van het apparaat overeenstemmen. 3. De koude-accu uit het apparaat nemen.4.

De koude-accu pas na het bereiken van de optimale bewaartempera-tuur van -18 °C in een vak/lade leggen en laten bevriezen.5. Na ca. 24 uur de koude-accu vooraan in het bovenste vak leggen.6. Ontdooide koude-accu op dezelfde manier weer invriezen, bijv. na rei-niging van het apparaat. Ingebruikneming0 1. Stekker in het stopcontact stoppen.2. AAN/UIT toets indrukken. Er klinkt een alarmtoon en het rode waar-schuwingslampje gaat knipperen om aan te geven dat de noodzakelijke bewaartemperatuur nog niet bereikt is.3. Druk de toets WAARSCHUWING UIT in om het alarm uit te schakelen. 4. Temperatuur op -18 °C of lager instellen (zie hoofdstuk "Temperatuur instellen").Let op! Met het opbergen van diepvriesartikelen wachten tot de vries-ruimtetemperatuur -18 °C is, resp. tot het rode waarschuwingslampje uit gaat.3 Bij aflevering staat het apparaat op de stand "Vriezen".

160 818 36 14-00/0"Vriezen" of "Koelen" kiezenDesgewenst met de volgende stappen tussen "Vriezen" en "Koelen" schakelen:0 1. Toets WAARSCHUWING UIT en toets „-“ (KOUDER) tegelijk 5 seconden ingedrukt houden. • Bij het omschakelen van “vriezen” op “koelen” verschijnt in de tempe-ratuurindicatie “FC” (Freezing -> Cooling), een akoestisch signaal bevestigt dat er omgeschakeld is en de temperatuurindicatie gaat over op knipperende cijfers (GEWENSTE temperatuur voor koelen 5 °C) Met de toetsen voor temperatuurinstelling kan nu de gewenste temperatuur voor het koelen worden ingevoerd. • Bij het omschakelen van “koelen” op “vriezen” verschijnt in de tempe-ratuurindicatie “CF” (Cooling -> Freezing), een akoestisch signaal bevestigt dat er omgeschakeld is en de temperatuurindicatie gaat over op knipperende cijfers (GEWENSTE temperatuur voor vriezen -18 °C).

Met de toetsen voor temperatuurinstelling kan nu de gewenste temperatuur voor het vriezen worden ingevoerd. 3 De stand waarin het apparaat zich op dat moment bevindt is te herkennen aan het feit of temperaturen boven of onder 0 °C ingesteld kunnen worden. 2. Temperatuur naar gelang de gekozen stand instellen (zie hoofdstuk "Temperatuur instellen"). Let op. Als het apparaat als vriezer gebruikt wordt: Met het opslaan van diepvriesproducten wachten tot de temperatuur in de diepvries-ruimte -18 °C bereikt heeft, resp. tot het rode waarschuwingslampje uit is. Let op. Als het apparaat als koelapparaat gebruikt wordt, nadat het als diepvriesapparaat gebruikt is: Met het opslaan van producten wachten tot de temperatuur in de koelruimte tot boven 0 °C gestegen is. Temperatuur instellen0 1. Druk op de toetsen „+“ (WARMER) of „-“ (KOUDER).

818 36 14-00/0 161De volgende GEWENSTE temperatuurinstellingen zijn mogelijk:• Stand "Vriezen": van -15 °C tot -24 °C in 1 °C-stappen;• Stand "Koelen": van 0 °C tot 16 °C in 1 °C-stappen.Aanwijzing: Uit voedingswetenschappelijk oogpunt is -18 °C een vol-doende lage bewaartemperatuur.3 Als na het instellen van de temperatuur de toetsen niet meer ingedrukt worden, schakelt de temperatuurindicatie na korte tijd (ca. 5 sec.) om en geeft weer de in de vriesruimte aanwezige WERKELIJKE temperatuur aan. De indicatie wisselt van knipperen op continu branden.Belangrijk! Regelmatig via het rode alarmlampje en de temperatuur-indicatie de juiste bewaartemperatuur controleren.Apparaat uitschakelenTer bescherming van de diepvriesproducten is het apparaat beschermd tegen abusievelijk uitschakelen (kinderbeveiliging).0 1. Om het apparaat uit te schakelen houdt u de toets AAN/UIT ca. 1 seconde ingedrukt.

In de temperatuuraanwijzing volgt een zogenaamde "count down", waarbij terug geteld wordt van "3" naar "1". Als de "1" bereikt is, wordt het apparaat uitgeschakeld. De verlichting van de temperatuuraanwijzing gaat uit.3 De stroomtoevoer is pas volledig verbroken wanneer de stekker uit het stopcontact is getrokken.Aanwijzing:De instelling van het apparaat kan niet veranderd worden, als de stek-ker uit het stopcontact getrokken is of als er anderszins geen elektrici-teit aanwezig is. 3 Na aansluiting op het elektriciteitsnet start het apparaat weer op de stand waar het voor de stroomonderbreking op stond.Als het apparaat gedurende langere tijd buiten bedrijf wordt gesteld:0 1. Apparaat uitschakelen, daartoe AAN/UIT toets ca. 1 seconde ingedrukt houden.2. Stekker uit het stopcontact halen of zekering uitschakelen, er resp. uit-halen.3.

162 818 36 14-00/0Controle- en informatiesysteemHet controle- en informatiesysteem bestaat uit temperatuurindicatie, optische waarschuwingsindicaties en akoestische waarschuwingsin-richting.Het systeem waarschuwt:– bij ingebruikneming van het apparaat (wanneer de opslagtemperatuur nog niet is bereikt);– als de deur van het apparaat langer dan 80 seconden (in de stand "Vriezen") en langer dan 5 minuten (in de stand "Koelen") open staat;– als de temperatuur in de vriesruimte te hoog wordt (alleen in de stand "Vriezen");– bij functiestoringen aan het apparaat."Open Deur"-waarschuwing Als de deur langer dan 80 seconden (in de stand "Vriezen") en langer dan 5 minuten (in de stand "Koelen") openstaat, knippert het rode waarschuwingslampje en klinkt tevens een alarm.

Als er meer tijd nodig is voor het inruimen of eruit halen van diepvriesproducten kan het alarm gedurende 80 seconden (in de stand "Vriezen") en gedurende 5 minuten (in de stand "Koelen") uitgeschakeld worden door de toets WAARSCHUWING UIT in te drukken.Het rode waarschuwingslampje gaat uit als de deur gesloten wordt.Temperatuurwaarschuwing(alleen in de stand ’’Vriezen’’)De rode waarschuwingsindicatie knippert en er klinkt een waarschu-wingssignaal zodra de temperatuur in de vriesruimte hoger dan -11 °C wordt. Een dergelijke temperatuurstijging kan eventueel veroorzaakt worden door:– het vaak en langdurig openen van de deur;– het opslaan van grotere hoeveelheden warme levensmiddelen;– hoge omgevingstemperatuur– een defect in het apparaat.0 1. Met toets WAARSCHUWING UIT kunt u het signaal uitschakelen.

818 36 14-00/0 163Temperatuurgeheugen3 Zolang de actuele vriesruimtetemperatuur boven -11 °C ligt, is de warmste temperatuur, die tijdens het temperatuuralarm in de vries-ruimte is bereikt, opgeslagen en kan deze met toets WAARSCHUWING UIT altijd weer worden opgeroepen. Wanneer de temperatuur in de vriesruimte onder -11 °C daalt, zonder dat van te voren op de toets WAARSCHUWING UIT is gedrukt, wordt de waarschuwingstoon automatisch uitgeschakeld. De rode waarschuwingsindicatie en de temperatuurindicatie blijven knipperen. Wordt nu toets WAARSCHUWING UIT ingedrukt, dan wordt de rode waarschuwingsindicatie uitgeschakeld. Bovendien geeft de tempera-tuurindicatie vijf seconden lang de warmste temperatuur aan die de diepvriesproducten hebben bereikt. Daarna schakelt de indicatie op de actuele vriesruimtetemperatuur om. De opgeslagen warmste tempera-tuur is nu gewist. Let op.

Als de verdenking bestaat dat de levensmiddelen ontdooid zijn, de kwaliteit en het verdere gebruik ervan controleren. FunctiestoringenAls de elektronica van het apparaat een technische storing heeft her-kend, die door de service-afdeling moet worden verholpen, laat de temperatuurindicatie een vierkant of een letter in het onderste deel van de temperatuurindicatie zien. De rode waarschuwingsindicatie knippert. Het apparaat loopt in noodschakeling verder. 2 Tips voor energiebesparing• Het apparaat niet bij kachels, verwarmingen of andere warmtebron-nen zetten. Bij een hoge omgevingstemperatuur werkt de compressor vaker en langer. • Zorgen voor voldoende be- en ontluchting aan de onder- en achter-kant van het apparaat. Ventilatieopeningen nooit afdekken. • Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerst laten afkoelen. • Deur slechts zolang open laten staan als nodig is.

164 818 36 14-00/0Invriezen(alleen in de stand ’’Vriezen’’)Behalve de onderste lade, die alleen voor bewaren bestemd is, kunnen alle andere vakken en laden voor invriezen van kleine hoeveelheden levensmiddelen gebruikt worden. Voor het invriezen van grotere hoe-veelheden levensmiddelen zijn de twee bovenste vakken het best geschikt. Let op. • Voor het invriezen van levensmiddelen moet de WERKELIJKE tempe-ratuur in de diepvriesruimte -18 °C of kouder zijn. • Let op het invriesvermogen op het typeplaatje. Het invriesvermogen is de maximale hoeveelheid verse producten die binnen 24 uur inge-vroren kan worden. Neem slechts 2/3 tot 3/4 van de hoeveelheid die aangegeven staat op het typeplaatje als er gedurende meerdere dagen achter elkaar ingevroren wordt. • Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerst laten afkoelen.

• Bij het invriezen van grotere hoeveelheden levensmiddelen de bevro-ren koude-accu boven op de in te vriezen producten leggen. • Eenmaal ontdooide levensmiddelen zonder verdere verwerking (bereiden tot panklare gerechten) in geen geval een tweede keer invriezen. 0 1. Voor gebruik van de maximale invriesmogelijkheid de TURBO/FROST-MATIC toets 24 uur - bij kleinere hoeveelheden zijn 4 tot 6 uur vol-doende - voor het invriezen indrukken. Het gele lampje gaat branden. 3 De TURBO/FROSTMATIC toets behoeft niet ingedrukt te worden bij kleine in te vriezen hoeveelheden tot 3 kg. 2. Alle levensmiddelen voor het invriezen luchtdicht verpakken, zodat ze niet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de smaak niet op andere diepvriesproducten overgebracht wordt. Voorzichtig. Niet met natte handen aan diepvriesproducten komen. De handen kunnen eraan vastvriezen. 3.

De verpakte levensmiddelen in de vakken of laden leggen. Niet bevro-ren producten mogen niet in aanraking komen met reeds bevroren pro-ducten omdat deze laatste dan kunnen ontdooien. 3 De elektronica van het apparaat schakelt de TURBO/FROSTMATIC-functie na ca.

818 36 14-00/0 165Tips:• Geschikt voor het verpakken van diepvriesproducten zijn:– diepvrieszakken en -folie van polyethyleen;– speciale diepvriesdozen;– aluminiumfolie, extra sterk.• Voor het sluiten van zakken en folie zijn geschikt: plastic klemmen, elastiekjes of plakband.• Voor het sluiten de lucht uit zakken en folie strijken, omdat lucht het uitdrogen van de diepvriesproducten bevordert.• Maak platte pakjes, deze bevriezen sneller.• Diepvriesdozen niet tot aan de bovenrand vullen met (half)vloeibare diepvriesproducten omdat vloeistof tijdens het invriezen uitzet.Aanwijzing voor testinstituten:Stapelschema’s ter vaststelling van de diepvriesprestatie resp. opwarm-tijd kunnen direct bij de fabrikant aangevraagd worden. Bewaren van diepvriesproductenLet op!

Voordat voor de eerste keer reeds bevroren diepvriesproducten in de diepvriesruimte worden gedaan, moet de vereiste bewaartempe-ratuur van -18 °C bereikt zijn.• Alleen verpakte diepvriesproducten bewaren opdat ze niet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de geur- of smaak niet op andere pro-ducten overgedragen wordt.• Let op de bewaartijd resp. houdbaarheidsdatum van de diepvriespro-ducten.2 Diepvriesproducten zo mogelijk naar soort apart in de vakken/laden leggen. Daardoor heeft men een beter overzicht, staat de deur niet te lang open en wordt stroom bespaard. Het maken van ijsblokjes0 1. IJsbakje voor 3/4 met koud water vullen en in een la plaatsen en laten bevriezen.2. Als de ijsblokjes klaar zijn kunnen ze uit het ijsbakje gehaald worden door de schaal om te draaien of kort onder de kraan te houden.Let op!

166 818 36 14-00/0Symbolen bewaarde producten/Diepvrieska-lender(niet bij alle modellen)• De symbolen op de laden geven de diverse soorten diepvriesproducten aan.• De getallen geven voor iedere soort diepvriesproduct de bewaartijd in maanden aan. Of de hoogste of de laagste waarde van de aangegeven bewaartijd geldt, hangt af van de kwaliteit van de levensmiddelen en de behandeling voorafgaand aan het invriezen. Voor levensmiddelen met een hoog vetgehalte geldt altijd de laagste waarde.Maximale belading Om grotere hoeveelheden of veel plaats in beslag nemende levensmid-delen op te bergen, kunt u er laden uithalen en de levensmiddelen direct op het verdamprooster neerleggen. De onderste lade mag er niet uitgehaald worden, omdat deze zorgt voor correcte luchtcirculatie. Als de laden eruit gehaald zijn, mogen de levensmiddelen niet over de voorkant van de roosters uitsteken.

Het openen van de deurAls het apparaat ingeschakeld is en de deur gesloten wordt, kan hij niet direct weer geopend worden omdat er eerst een vacuüm ontstaat dat de deur gesloten houdt tot de druk weer gelijk is. Na een paar minuten kan de deur weer geopend worden.Als het apparaat van een QUICK-deurope-ner voorzien is - een in het deurhandvat geïntegreerd openingsmechanisme - kan de deur op elk moment gemakkelijk geopend worden.

818 36 14-00/0 167KoelenHet apparaat is, afhankelijk van de ingestelde temperatuur, geschikt voor• "longfresh"-koelen• "standaard"-koelen• koelen van dranken.3 De laden van het apparaat kunnen er afzonderlijk uitgenomen worden. De mogelijkheid om deze eruit te nemen is een groot voordeel als diepvriesproducten die opgeslagen moeten worden te groot zijn om in een lade te leggen. In dat geval kan in de lade daaronder hoger opgestapeld worden. In plaats van laden kunnen er ook roosters ingeschoven worden. De roosters kunnen als extra accessoires in de vakhandel aangeschaft worden. "longfresh"-koelenDoor een GEWENSTE temperatuur van 0 °C tot +2 °C te kiezen kan het apparaat als "longfresh"-koelapparaat gebruikt worden.Het "longfresh"-koelen schept optimale voorwaarden voor het opslaan van verse levensmiddelen.

De levensmiddelen blijven tot driemaal zo lang vers vergeleken met opslag in de normale koelkast.• Geschikt voor "longfresh"-koelen zijn:– Vlees en vleeswaren– vers gevogelte– verse vis– melk, boter, kwark– bessen, fruit en groente– sla, paddestoelen.• Niet geschikt voor "longfresh"-koelen zijn:– koudegevoelig fruit, bijv. bananen, papaja’s, passievruchten, avocado’s en citrusfruit;– koudegevoelige groentes, bijv. paprika, augurken, zucchini, aubergines, aardappelen en tomaten;– fruit en groente dat nog moet rijpen, bijv. peren.• Alle levensmiddelen voor het "longfresh"-koelen verpakken. Hierdoor blijven aroma, vochtigheid en kleur langer bewaard.

168 818 36 14-00/0• Voor het verpakken zijn geschikt:– vershoudzakken en -folie van polyethyleen– afsluitbare plastic dozen– aluminiumfolie. "Standaard"-koelenDoor een GEWENSTE temperatuur rond +5 °C te kiezen kan het apparaat als normale koelkast gebruikt worden.• Levensmiddelen dienen altijd afgedekt of verpakt in de koelruimte geplaatst te worden om te vermijden dat ze uitdrogen en de geur of smaak op andere producten overgebracht worden.• Voor het verpakken zijn geschikt:– vershoudzakken en -folie van polyethyleen– plastic dozen met deksel– speciale plastic kappen met rubberband– aluminiumfolie. Dranken koelenDoor de keuze van de GEWENSTE temperatuur tot +16 °C is het apparaat ook prima als koelapparaat voor dranken te gebruiken. Reiniging en onderhoudOm hygiënische redenen dient het apparaat aan de binnenkant met toebehoren geregeld gereinigd te worden.1 Waarschuwing!

• Het apparaat mag tijdens het schoonmaken niet op het lichtnet aan-gesloten zijn. Gevaar voor elektrische schok! Voor het schoonmaken het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen of de zekering uitschakelen er resp. uithalen.• Het apparaat nooit met stoomapparaten schoonmaken. Er zou anders vocht in de elektrische onderdelen kunnen komen, gevaar voor elek-trische schokken! Hete damp kan de kunststof onderdelen beschadi-gen.• Het apparaat dient droog te zijn voordat het weer in gebruik geno-men wordt.• Het apparaat wordt automatisch ontdooid. Geen elektrische verwar-mingsapparaten en andere mechanische of kunstmatige hulpmidde-len gebruiken om het ontdooien te versnellen.

Reiniging en onderhoud818 36 14-00/0 169Let op!• Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststof onderdelen aantasten, bijv.– sap van de schil van citroenen of sinaasappels;– boterzuur;– schoonmaakmiddelen die azijnzuur bevatten. Dergelijke substanties niet met de apparaatonderdelen in contact brengen.• Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.0 1. Ca. 12 uur voor het ontdooien de TURBO/FROSTMATIC toets indrukken om in de diepvriesproducten genoeg koudereserve op te slaan voor het tijdelijk uitschakelen van het apparaat.Voorzichtig! Niet met natte handen aan diepvriesproducten komen. De handen kunnen eraan vastvriezen.2. De diepvriesproducten eruit halen, in een aantal lagen krantenpapier wikkelen en afgedekt op een koele plaats leggen.3. Apparaat uitschakelen, daartoe AAN/UIT toets ca. 1 seconde ingedrukt houden.4.

Stekker uit het stopcontact halen of zekering uitschakelen, er resp. uit-halen.5. Apparaat binnen en buiten met een doek en lauwwarm water schoon-maken. Eventueel een beetje normaal afwasmiddel toevoegen.6. Daarna met schoon water afnemen en droogmaken.7. Controleer en reinig de magnetische deurvergrendelingen regelmatig.2 Stof op de condensor verhoogt het energieverbruik. Daarom eenmaal per jaar de condensor aan de achterkant van het apparaat met een zachte borstel of met de stofzuiger voorzichtig schoonmaken.8. Als alles droog is het apparaat weer in gebruik nemen.

170 818 36 14-00/0Wat te doen als ...Hulp bij storingenHet kan zich bij een storing om een klein defect handelen dat u zelf met behulp van de volgende aanwijzingen kunt oplossen. Geen verdere actie ondernemen als de volgende informatie in concrete gevallen niet verder helpt.1 Waarschuwing! Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen door vakmensen uitgevoerd worden. Door verkeerd uitgevoerde reparaties kunnen grote gevaren voor de gebruiker ontstaan. Went u voor reparaties tot de AEG klantenservice wenden.Storing Mogelijke oorzaak HulpApparaat werkt niet, temperatuur-indicatie is donker.Apparaat is niet ingescha-keld. Apparaat inschakelen.Stekker zit niet in stopcon-tact of zit los.Stekker in stopcontact ste-ken.Zekering zit los of is kapot.

Zekering controleren, eventueel vernieuwen.Stopcontact is kapot.Storingen in het lichtnet door uw elektrovakman laten verhelpen.Rode waarschuwingsindi-catie knippert, tempera-tuurindicatie geeft temperatuur beneden -11 °C aan, deur is geslo-ten.Temperatuur-waarschuwing.Temperatuur van diepvriesproducten is zo gestegen dat ze ontdooid zijn.Nalezen in hoofdstuk "Controle- en Informatiesysteem".Rode waarschuwingsindi-catie knippert, waarschu-wingssignaal klinkt, temperatuurindicatie geeft temperatuur boven -11 °C aan, deur is gesloten.Temperatuur-waarschuwing.Temperatuur van diepvriesproducten is zo gestegen dat ze ontdooid zijn.Nalezen in hoofdstuk "Controle- en Informatiesysteem".Rode waarschuwingsindi-catie knippert, tempera-tuurindicatie geeft een vierkant of een letter aan.Er is een functiestoring opgetreden.Aangegeven storing note-ren en contact opnemen met de service-afdeling.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AEG Electrolux 75320 GA stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden