Zodiac Power Force Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Zodiac Power Force (128 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Zodiac Power Force of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Zodiac |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | Power Force |
Handleiding Zodiac Power Force – volledige tekst
1 WAARSCHUWINGEN• Voordat u enige handeling uitvoert op het apparaat, is het noodzakelijk dat u deze handleiding voor installae en gebruik leest, evenals het boekje "Garanes" dat wordt meegeleverd met het apparaat. Dit niet doen, kan leiden tot schade aan eigendommen, ernsge verwondingen of de dood, naast de annulering van de garane. • Bewaar jdens de levensduur van het apparaat deze documenten voor toekomsg gebruik en geef deze door. • Het is verboden om dit document op generlei wijze te verspreiden of te wijzigen zonder toestemming van Zodiac®. • Zodiac® verbetert voortdurend de kwaliteit van haar producten en de informae in dit document kan worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving. ALGEMENE WAARSCHUWINGEN• Het negeren van de waarschuwingen kan leiden tot schade aan de zwembadinstallae of tot ernsg letsel, en kan zelfs de dood tot gevolg hebben.
• Alleen een vakman op het gebied van de betreende technische vakgebieden (elektriciteit, hydraulica of koeltechnieken) is bevoegd onderhoud of reparaes uit te voeren aan het apparaat. De gekwaliceerde technicus die werkzaamheden op het apparaat uitvoert, moet persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken / dragen (zoals een veiligheidsbril, handschoenen, etc. ) om het risico op verwondingen te voorkomen jdens werkzaamheden op het apparaat. • Controleer vóór het uitvoeren van ongeacht welke werkzaamheden of de stroom uitgeschakeld is en de toegang tot het apparaat vergrendeld is. • Het apparaat is bedoeld voor een specieke toepassing voor zwembaden en spa’s en mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor het is ontworpen.
• Dit apparaat is niet bestemd voor een gebruik door personen (inclusief kinderen) waarvan de lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens verminderd zijn of door personen zonder enige ervaring of kennis, tenzij zij via een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon onder toezicht staan of van tevoren instruces hebben ontvangen betreende het gebruik van het apparaat. Kinderen moeten onder toezicht staan, om te voorkomen dat zij niet met het apparaat spelen. • Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van minstens 8 jaar en door personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of personen zonder enige ervaring of kennis, mits zij onder correct toezicht staan of van tevoren instruces hebben ontvangen met betrekking tot het veilige gebruik van het apparaat, en zij de mogelijke gevaren begrijpen.
De door de gebruiker uit te voeren reinigings- en onderhoudswerkzaamheden mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd. • Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de instruces van de fabrikant en met respect voor de heersende lokale en naonale normen. De installateur is verantwoordelijk voor het installeren van het apparaat en de naleving van de naonale regelgeving met betrekking tot de installae. De fabrikant kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld wanneer de ter plaatse geldende installaenormen niet worden gerespecteerd. • Voor alle andere handelingen dan het eenvoudig gebruikersonderhoud zoals beschreven in deze handleiding, moet het product worden onderhouden door een vakman. • Bij storing van het apparaat niet zelf proberen het apparaat te repareren, maar contact opnemen met een vakbekwame monteur.
2• Spuit geen inseccide of andere chemische producten (brandbaar of niet brandbaar) in de richng van het apparaat; dit kan de behuizing beschadigen en brand veroorzaken. • Raak de venlator en de bewegende delen niet aan en houd voorwerpen en uw vingers uit de buurt van de bewegende delen jdens de werking van het apparaat. De bewegende delen kunnen ernsg en zelfs dodelijk letsel tot gevolg hebben. WAARSCHUWINGEN MET BETREKKING TOT ELEKTRISCHE APPARATEN• De elektrische voeding van het apparaat moet worden beschermd door een speciale aardlekbeveiliging (RCD) van 30 mA conform de normen van het land waar het geïnstalleerd wordt. • Gebruik geen verlengsnoer om het apparaat aan te sluiten; dit moet rechtstreeks aangesloten worden op een geschikt voedingscircuit.
• Een aangepaste scheidingsmethode die voldoet aan alle lokale en naonale regelgeving voor overspanning van categorie III, die alle polen van het voedingscircuit snijdt, moet worden geïnstalleerd in het voedingscircuit van het apparaat. Deze scheidingsmethode wordt niet meegeleverd met het apparaat en moet door de installateur worden geleverd. • Controleer vóór alle werkzaamheden dat: - De op het kenplaatje van het apparaat vermelde vereiste ingangsspanning overeenkomt met de spanning van de netvoeding; - De netvoedingsservice compabel is met de elektriciteit die het apparaat nodig hee, en of deze op de juiste wijze geaard is. • In geval van abnormale werking of bij verspreiding van geuren door het apparaat, dit onmiddellijk uitschakelen, de stekker uit het stopcontact verwijderen en contact opnemen met een vakman.
• Voor het uitvoeren van onderhoud of een servicebeurt controleren of hier geen spanning op staat en volledig losgekoppeld is van het elektriciteitsnet.
Bovendien dient geverieerd te worden of de prioriteit verwarming (in het voorkomende geval) is uitgeschakeld en of elk(e) ander(e) op het apparaat aangesloten apparatuur of accessoire eveneens losgekoppeld is van het elektriciteitsnet. • Een apparaat in bedrijf niet loskoppelen en opnieuw aansluiten. • Niet aan de voedingskabel trekken om deze los te koppelen. • Als de voedingskabel beschadigd is, dient deze uitsluitend vervangen te worden door de fabrikant, een geautoriseerde vertegenwoordiger of een reparaewerkplaats. • Geen onderhoud of een servicebeurt uitvoeren aan het apparaat met vochge handen of wanneer het apparaat vochg is. • Alvorens het apparaat aan te sluiten op de voedingsbron veriëren of het aansluitblok of het stopcontact waar het apparaat op zal worden aangesloten, in goede staat verkeert en niet beschadigd of verroest is.
• Voor elke component of subgeheel met een baerij: niet herladen, niet uit elkaar halen, en niet in het vuur gooien. Deze niet blootstellen aan hoge temperaturen of direct zonlicht. • Haal bij onweerachg weer de stekker van het apparaat uit het stopcontact om te voorkomen dat dit wordt beschadigd door de bliksem. • Dompel het apparaat niet onder in water of modder. WAARSCHUWINGEN VOOR APPARATEN DIE KOELVLOEISTOF R410A BEVATTEN • De vloeistof R410A niet alazen in de atmosfeer. Deze vloeistof is een geuoreerd broeikasgas, dat valt onder het Protocol van Kyoto, met een potenële bijdrage aan de globale opwarming (GWP) = 2088 (zie Europese reglementering EG 517/2014). • Om te voldoen aan de relevante milieu- en installaenormen, in het bijzonder aan decreet nr.
2015-1790 en/of de EU-reglementering EG 517/2014, moet jdens de indienststelling en minstens eenmaal per jaar een lektest worden uitgevoerd op het koelcircuit. Deze bewerking moet worden uitgevoerd door een gecerceerde specialist in koelsystemen.
INSTALLATIE EN ONDERHOUD• Het apparaat mag niet in de buurt van brandbare materialen, of de luchnlaatmond van een aangrenzend gebouw worden geïnstalleerd. • Voor bepaalde apparaten is het verplicht om een accessoire van het volgende type te gebruiken: “beschermend rooster” als de installae zich bevindt op een plaats.
3waarvan de toegang niet is gereglementeerd. • Tijdens de installae-, reparae- en onderhoudsfasen, is het verboden om de leidingen als opstap te gebruiken: onder deze belasng zouden de leidingen kunnen breken en zou de koelvloeistof ernsge brandwonden kunnen veroorzaken. • Tijdens de onderhoudsfase van het apparaat, dienen de samenstelling en de staat van de warmtegeleidende vloeistof gecontroleerd te worden en dienen eventuele sporen van koelvloeistof opgespoord te worden. • Tijdens de jaarlijkse controle dient in overeenstemming met de van kracht zijnde wetgeving de afdichng van het apparaat, de juiste aansluing van de hoge en lage drukregelaars op het koelcircuit en de onderbreking van het elektrisch circuit in geval van acvering gecontroleerd te worden.
• Tijdens de onderhoudsfase dient men te controleren of er geen sporen zijn van corrosie of olievlekken rond de koelcomponenten. • Voorafgaand aan welke werkzaamheden ook aan het koelcircuit, dient men het apparaat verplicht uit te schakelen en enkele minuten te wachten alvorens temperatuur- of drukmeters aan te brengen, omdat bepaalde onderdelen, zoals de compressor en de leidingen, temperaturen van meer dan 100 °C kunnen bereiken en de hoge drukken ernsge brandwonden kunnen veroorzaken. STORINGOPLOSSING• Soldeerwerkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door erkende soldeerspecialisten. • Voor de vervanging van de leidingen mag uitsluitend gebruik gemaakt worden van koperen buizen overeenkomsg de norm NF EN 12735-1.
• Detece van lekken, testen onder druk: - nooit droge zuurstof of lucht gebruiken (gevaar voor brand of ontplongen), - gedehydreerde skstof of een mengsel van skstof en het op het typeplaatje aangegeven koelmiddel gebruiken, - de druk van de test aan de lage- en hogedrukzijde mag niet hoger zijn dan 42 bar (voor R410A) ingeval het apparaat is voorzien van de manometerope.
• Voor leidingen van het hogedrukcircuit uitgevoerd met een koperen buis met een diameter gelijk aan of meer dan 1’’5/8, zal er een cercaat § 2. 1 overeenkomsg de norm NF EN 10204 worden aangevraagd bij de leverancier, en worden toegevoegd aan het technisch installaedossier. • De technische informae met betrekking tot de veiligheidseisen van de verschillende toegepaste richtlijnen staan aangegeven op het typeplaatje. Al deze informae dient geregistreerd te worden in de installaehandleiding van het toestel die deel uit dient te maken van het technische installaedossier: model, code, serienummer, max. en min. TS, PS, fabricaejaar, CE-markering, adres van de fabrikant, koelvloeistof en gewicht, elektrische instellingen, thermodynamische en akoessche prestaes.
RecyclingDit symbool wordt opgelegd door de Europese AEEA-richtlijn 2012/19/EU (richtlijn betreende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) en betekent dat uw apparaat niet met het huisvuil mag worden weggegooid. Dit moet selecef worden verwerkt voor hergebruik, recyclage of herstelling. Als het apparaat mogelijk milieugevaarlijke stoen bevat, dan moeten deze verwijderd of geneutraliseerd worden. Vraag uw dealer om informae over de wijze van recycling. NL.
4INHOUDSOPGAVE❶ Installae 51.1 I Keuze van de plaats 51.2 I Hydraulische aansluingen 61.3 I Aansluingen van de elektrische voeding 71.4 I Oponele aansluingen 7❷ Gebruik 92.1 I Werkingsprincipe 92.2 I Presentae van de gebruikersinterface 92.3 I Inwerkingstelling 102.4 I Gebruikersfunces 102.5 I Voorstelling van het menu 11❸ Onderhoud 123.1 I Overwintering 123.2 I Onderhoud 12❹ Probleemoplossing 134.1 I Gedrag van het apparaat 134.2 I Weergave foutcode 144.3 I Aanvullende menu's 154.4 I Elektrische schema's 16❺ Kenmerken 175.1 I Beschrijving 175.2 I Technische eigenschappen 175.3 I Afmengen en markering 18Tip: om contact met uw dealer te vergemakkelijken• Noteer de contactgegevens van uw dealer om ze gemakkelijker te vinden en vul de volledige "producnformae" in op de achterkant van de handleiding; uw dealer zal u hierom vragen.
5❶ Installae 1.1 I Keuze van de plaats• Het apparaat moet op een minimale afstand van de rand van het zwembad worden geplaatst. Deze afstand wordt bepaald door de elektrische voorschrien die gelden in het land van installae.• Het apparaat niet opllen door het vast te houden op het lichaam, neem het vast bij de basis. • Installeer het apparaat buiten en voorzie een vrije ruimte rondom het apparaat (zie § “1.2 I Hydraulische aansluingen”).• Installeer de 4 trillingsdempers onder de basis en plaats het apparaat op een stabiele, stevige en horizontale ondergrond, • Het oppervlak moet het gewicht van het apparaat kunnen dragen (belangrijk bij een installae op een dak, balkon of een andere drager). • U kunt de eenheid monteren op de grond, met de gaten in de apparaatvoeten. Het apparaat mag niet geïnstalleerd worden: • op plaatsen blootgesteld aan sterke wind.
• met het uitblazen in de richng van een permanente of jdelijke hindernis (luifel, takken ...) op minder dan 4 meter. • binnen het bereik van sproeiers, waterstralen of modder (rekening houdend met de wind).• vlakbij een hiebron, of ontvlambaar gas. • in de buurt van hogefrequeneapparatuur.• op een plek waar deze kan lijden onder de ophoping van sneeuw of zand.• op een plaats waar deze kan worden overspoeld door condenswater geproduceerd door het apparaat jdens het gebruik. Tip: minimaliseren van mogelijk lawaai van de warmtepomp• Niet installeren onder of in de richng van een raam. • Niet richten naar de buren. • Installeren in een open ruimte (geluidsgolven weerkaatsen op oppervlakken). • Installeer een akoessch scherm rond de warmtepomp, met respect voor de voorziene afstanden.• Installeer de trillingsdempers onder de warmtepomp, en vervang deze regelmag.
6 1.2 I Hydraulische aansluingen• De verbindingen worden uitgevoerd met PVC-buis Ø63, met behulp van de aansluingen voorzien op het zwembadltercircuit na het lter en voor de waterbehandeling.• De hydraulische aansluitrichng respecteren.• Verplichte installae van een bypass om werkzaamheden aan het apparaat te vergemakkelijken.• Stel het waterdebiet in met klep A, en laat de kleppen B, C, D en E open. : waterinlaatklep: bypassklep: wateruitlaatklep: regelklep waterinlaat (facultaef): regelklep wateruitlaat (facultaef)* minimale afstandAansluing op een standaard ltercircuitTip: condensafvoerWaarschuwing, uw apparaat kan meerdere liters water per dag afvoeren. Het wordt ten zeerste aanbevolen dat u een verbinding naar het riool aanlegt.
7 1. 3 I Aansluingen van de elektrische voeding• Losse aansluingen kunnen oververhing van het klemmenbord veroorzaken, en doen de garane vervallen. • Voor het uitvoeren van werkzaamheden in het apparaat, is het noodzakelijk om de stroomvoorziening te onderbreken, vanwege risico's op elektrische schokken die kunnen leiden tot materiële schade, ernsg letsel of de dood. • Alleen een gekwaliceerde en ervaren elektricien mag de bekabeling in het apparaat uitvoeren of de voedingskabel vervangen. • De installateur moet, na indien nodig het raadplegen van de elektriciteitsleverancier, ervoor te zorgen dat de apparatuur goed is aangesloten op een elektriciteitsnet van minder dan 0,095 Ohm impedane.
• De elektrische voeding van de warmtepomp dient aomsg te zijn van een inrichng met diereneelschakelaar en veiligheidsschakelaar (niet meegeleverd), die voldoen aan de van kracht zijnde normen en voorschrien van het land waar de installae uitgevoerd wordt. • Het apparaat is ontworpen voor aansluing op een algemene voeding met neutraal regime TT en TN. S,• Elektrische beveiliging: stroomonderbreker (curve D) (voor dimensie, zie § “5. 2 I Technische eigenschappen”), met een speciaal diereneel beschermingssysteem 30 mA (stroomonderbreker of schakelaar). • Een extra bescherming kan nodig zijn bij de installae om bescherming tegen overspanning categorie II te verzekeren. • De elektrische voeding moet overeenkomen met de spanning op het typeplaatje van het apparaat.
• De elektrische kabel moet geïsoleerd zijn van elk snijdend of warm element dat deze zou kunnen beschadigen of plat drukken. • Het apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact. • De elektrische leidingen moeten vast zijn. • Gebruik de wartel voor doorgang van de voedingskabel in het apparaat.
• Gebruik een voedingskabel (type RO2V) geschikt voor gebruik buiten of ingegraven (of voorzie de kabel van een beschermende buis) met uitwendige diameter tussen 9 en 18 mm. • Het wordt aanbevolen om de kabel 50 cm diep in te graven (85 cm onder een weg of pad), in een elektrische buis (rood geringd). • In het geval dat de ingegraven kabel een andere kabel of andere lijn passeert (gas, water,. ), dient de afstand tussen beide groter dan 20 cm te zijn. • Sluit de voedingskabel aan op het klemmenbord in het apparaatU-V-W : fase N: neutraal: aarding 1. 4 I Oponele aansluingenOponele aansluingen «Prioriteit verwarmen», «Bediening “aan/uit” op afstand» en «Alarm» :• Alle onjuiste aansluingen op de klemmen 1 tot 8 kunnen het apparaat beschadigen en de garane doen vervallen. • In geen geval direct de klemmen 1-2 aansluiten op de motor van de lterpomp.
• Bij werkzaamheden op de klemmen 1 tot 8 bestaat het risico op een terugkeer van elektrische stroom, letsel, schade of overlijden. • Gebruik kabels met minimum 2x1,5mm² van het type RO2V, met een diameter tussen 8 en 13 mm. • Gebruik de wartel voor doorgang van de kabels in het apparaat. De opekabels en de voedingskabel moeten worden gescheiden (kans op interferene)met een kraag in het apparaat direct na de wartels. 1. 4. 1 Ope "Afstandsbediening"• Deze ope maakt het mogelijk om het bedieningspaneel van het apparaat te ontdubbelen om het van op afstand te bedienen. Gebruik hiervoor de afstandsbedieningskit in ope. • Zie voor de aansluing de instruces bij de kit meegeleverd. NL.
81.4.2 Ope "Prioriteit verwarming"• Deze funce helpt om de temperatuur van het water constant te houden door deze te controleren op regelmage jdsppen (cyclus van minstens 5 minuten om de 60 minuten) met de ltraepomp als slaaf.
De ltrae wordt in werking gehouden als de zwembadtemperatuur lager is dan de gevraagde temperatuur.• Voor de verbinding sluit u de lterklok aan op de klemmen 1 en 2 (droog contact zonder polariteit, maximale stroom 8A).121- 2 : voeding van de spoel van de vermogencontactor van de lterpomp: lterklok: vermogencontactor (driepolig of tweepolig), die de motor van de lterpomp voedt : onaankelijk aansluitkabel voor funce "prioriteit verwarmen": klemmenbord warmtepomp: zekering1.4.1 Ope "Alarm"• Deze ope maakt de aansluing van een relais op het alarmcontact mogelijk voor het signaleren van een storing op afstand.• Voor de verbinding sluit u de kabels aan op de klemmen 5 en -6 (droog contact zonder polariteit, maximale stroom 2A).: klemmenbord warmtepomp: relais alarmcontact: onaankelijke aansluitkabel: zekering1.4.3 Ope "Bediening “aan/uit” op afstand"• Deze ope maakt het mogelijk om de funce van de knop "aan/uit" te bedienen door middel van een schakelaar die op afstand wordt geïnstalleerd.• Voor de aansluing, verwijder de shunt tussen de klemmen 7 en 10 en sluit de schakelaarkabel ter plaatse aan (potenaalvrij contact, zonder polariteit 220-240V ~ 50Hz).• Acveer het commando door gedurende 5 seconden te drukken op als de regeling zich niet in de wachtstand bevindt: Vervolgens op , • Druk gedurende 3 seconden op .
9❷ Gebruik 2. 1 I WerkingsprincipeUw warmtepomp neemt de calorieën (warmte) op uit de lucht om het zwembadwater te verwarmen. Het opwarmingsproces van uw zwembad tot de gewenste temperatuur kan enkele dagen duren, omdat het aankelijk is van de weersomstandigheden, het vermogen van uw warmtepomp en het verschil tussen de temperatuur van het water en de gewenste temperatuur. De warmtepomp is ideaal voor het onderhouden van de temperatuur. Hoe warmer en vochger de lucht is, hoe eciënter uw warmtepomp zal zijn. De externe parameters voor een opmale werking zijn 27ºC luchemperatuur, 27ºC watertemperatuur en 80% luchtvochgheid. Tip: het verbeteren van het opwarmen en het onderhouden van de zwembadtemperatuur• Ancipeer de ingebruikname van uw zwembad voldoende jd voor het gebruik. • Om de temperatuur te doen sjgen, de circulaepomp van het water connu laten werken (24/24).
• Om de temperatuur gedurende het seizoen te behouden, overschakelen naar "automasche" circulae gedurende minstens 12 uur/dag (hoe langer deze jd is hoe langer de warmtepomp over een voldoende werkbereik voor verwarming zal beschikken). • Bedek het zwembad met een afdekking (bubble cover, opklapbare bedekking. ), om warmteverlies te voorkomen. • Haal projt uit een periode met milde buitentemperaturen (gemiddeld > 10ºC 's nachts), dit zal het nog eciënter zijn als deze werkt jdens de warmste uren van de dag. • Houd de verdamper schoon. • Stel de gewenste temperatuur in en laat de warmtepomp werken(de ingestelde waarde instellen op maximum zal het water niet sneller doen verwarmen). • Schakel "Prioriteit verwarmen" in, de duur van de werking van de lterpomp en de warmtepomp zullen worden geregeld volgens de behoeen. 2.
10 2. 3 I Inwerkingstelling• Zorg ervoor dat er zich geen werktuigen of andere vreemde voorwerpen in de machine bevinden,• Het paneel voor de toegang tot het technische gedeelte moet zijn aangebracht,• Plaats de kleppen als volgt: B klep wijd open, kleppen A, C, D en E gesloten: waterinlaatklep: bypassklep: wateruitlaatklep: regelklep waterinlaat (facultaef): regelklep wateruitlaat (facultaef)• Een onjuiste bypassinstelling kan een storing van de warmtepomp veroorzaken. • Het correct aanhalen van de hydraulische verbindingen nagaan, en controleren of er geen lekken zijn. • Controleer de stabiliteit van het apparaat. • Zet de waterstroom in werking. • Sluit geleidelijk klep B om de lterdruk met 150 g (0,150 bar) te verhogen,• Volledig open kleppen A, C en D, en vervolgens klep E voor de hel open (opgehoopte lucht in de condensor van de warmtepomp en het ltercircuit wordt afgelaten).
Als de kleppen D en E afwezig zijn, open A volledig en klep C voor de hel. • Koppel de elektriciteit van de warmtepomp aan. • Als de warmtepomp zich in de wachtstand bevindt , druk 3 seconden op , verschijnt gedurende 2 seconden, dan op (sowarenr. aankelijk van-modellen) gedurende 3 seconden, en de ingestelde watertemperaturen zullen worden weergegeven , een wachjd van 2 minuten begint. • Regel de gewenste waarde van de temperatuur (genaamd ingestelde waarde). Na de stappen van het inwerking stellen van uw warmtepomp: • Stop jdelijk de watercirculae (door het stoppen van het lteren of het sluiten van de klep B of C) om te controleren of het apparaat stopt na enkele seconden (door het acveren van de debietregelaar). • Schakel de warmtepomp uit door 3 seconden op te drukken en controleer of deze correct stopt. 2. 4 I Gebruikersfunces2. 4.
11 2.5 I Voorstelling van het menuOm toegang te krijgen tot het menu, druk op .Om te navigeren tussen menu's, en waarden te wijzigen druk op of Om een keuze te bevesgen druk op .Om toegang te krijgen tot het menu, druk op .FacultaefSelecteer de interfacetaal (2 talen beschikbaar: Frans en Engels)Kies de werkingsmodus van het apparaat:Enkel verwarmen van waterVerwarmen of koelen van water (automasch op basis van de behoee) Het indicatorlampje moet vast branden.Geen waterdebiet: Waterdebiet zeer zwak: of Waterdebiet te zwak: of Pas het debiet aan met behulp van de klep E (of C als er geen klep E is). Wacht in deze aanpassingsfase een paar minuten na elke wisseling van de klepposie opdat het evenwicht zich in het apparaat zou kunnen herstellen.NL
12❸ Onderhoud 3. 1 I Overwintering• De overwintering is verplicht, om breuk van de condensor door bevriezing te voorkomen. Deze situae wordt niet gedekt door de garane. • Om schade aan het apparaat door condensae te voorkomen, dit niet hermesch afdekken.
• Stel de regelaar in "slaapstand" door te drukken op 3 seconden en schakel de elektrische voeding uit, • Open klep B,• Sluit de kleppen A en C en open de kleppen D en E (indien aanwezig), • Zorg dat er in de warmtepomp geen watercirculae plaatsvindt, • Laat het water van de condensor af (bevriezingsrisico) door de twee aansluingen van ingang en uitgang aan de achterkant van de warmtepomp los te draaien, • Voor een volledige overwintering van het zwembad (volledig uitschakelen van het ltersysteem, het aaten van het ltraecircuit, leegmaken van het zwembad): draai de twee verbindingen met één slag vast om de penetrae van vreemde voorwerpen in de condensor te voorkomen, • In het geval van een overwintering van alleen de warmtepomp (enkel uitschakeling van de verwarming, de connue ltrae blij in werking): de twee aansluingen niet terug vastschroeven maar vervangen door 2 doppen (meegeleverd) op de in- en uitgangen van het condensorwater.
3. 2 I Onderhoud• Een algemeen onderhoud van het toestel minstens één keer per jaar wordt aangeraden, om het goed funconeren van het toestel te controleren en de prestaes op peil te houden evenals ter voorkoming van bepaalde storingen. Deze handelingen vallen ten laste van de gebruiker, en moeten worden uitgevoerd door een gekwaliceerd technicus. 3. 2. 1 Onderhoud uit te voeren door de gebruiker• Zorg er voor dat er geen vreemde lichamen het venlatorrooster belemmeren. • Reinig de verdamper (zie voor locae § “5. 3 I Afmengen en markering”) met behulp van een borstel met soepele haren en een zachte waternevel (trek de stekker uit).
Buig de metalen vinnen niet om, en reinig de condensaapleiding om onzuiverheden die zouden kunnen leiden tot verstoppingen te verwijderen. • Gebruik geen hogedrukwaterstraal. Niet sproeien met regenwater, zout water of mineralenrijk water. • Maak de buitenkant van het apparaat schoon, maar gebruik geen product op basis van oplosmiddelen. Wij bieden u in ope een specieke reinigingskit aan: PAC NET, zie § “5. 1 I Beschrijving”. 3. 2. 2 Onderhoud uit te voeren door een gekwaliceerde technicus• Controleer de goede werking van de gebruikersinterface. • Controleer de correcte condensafvoer jdens de werking van het apparaat. • Controleer de veiligheidsorganen. • Controleer het verbinden van de metaalmassa's met de aarding. • Controleer de aanspanning en de aansluingen van de elektrische kabels en de netheid van de elektrische kast.
13❹ Probleemoplossing• Wij verzoeken u voordat u contact opneemt met uw dealer eenvoudige controles uit te voeren in geval van storing aan de hand van de volgende tabellen. • Als het probleem aanhoudt, neem contact op met uw verkoper. • : Aces enkel voor gekwaliceerde technici 4. 1 I Gedrag van het apparaatHet apparaat begint niet onmiddellijk op te warmen• Bij het opstarten van het apparaat blijven er 3 minuten 'pauze' voordat dit zich in werking stelt. • Wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt, stopt de warmtepomp met het verwarmen: de temperatuur van het water is hoger dan of gelijk aan de gewenste temperatuur. • Wanneer het waterdebiet nul of onvoldoende is, zal de warmtepomp stoppen: controleer of het water correct stroomt in de warmtepomp (zie § “2. 5 I Voorstelling van het menu”) en dat de hydraulische aansluingen correct zijn uitgevoerd.
• De warmtepomp stopt wanneer de buitentemperatuur lager is dan -12ºC. • Het is mogelijk dat de warmtepomp een defect hee gedetecteerd (zie § “4. 2 I Weergave foutcode”). • Als deze punten zijn gecontroleerd en het probleem aanhoudt: neem contact op met uw verkoper. Het apparaat loost water • Dit wordt vaak condenswater genoemd. Dit water is het vocht in de lucht dat condenseert bij contact met sommige koudeorganen in de warmtepomp, met name op de verdamper. Hoe vochger de buitenlucht is, hoe meer condens uw warmtepomp produceert (uw apparaat kan meerdere liters water per dag afvoeren). Dit water wordt opgevangen door de basis van de warmtepomp en afgevoerd via een gat. • Om te controleren of het water niet aomsg is van een lek in het zwembadcircuit op de warmtepomp, stop de warmtepomp en start de lterpomp zodat het water door de warmtepomp stroomt.
De verdamper wordt omgeven door ijs• Uw warmtepomp zal binnenkort met een ontdooicyclus beginnen om het ijs te doen smelten. • Als uw warmtepomp de verdamper niet kan doen ontdooien, zal deze vanzelf stoppen, dit betekent dat de buitentemperatuur te laag is (lager dan -12ºC). Het apparaat "rookt" • Dit kan gebeuren jdens de ontdooicyclus, het water is dan omgezet in damp. Het apparaat werkt niet• Als er niets op scherm wordt weergegeven, controleer dan de voedingsspanning en zekering F1. • Wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt, stopt de warmtepomp met het verwarmen: de temperatuur van het water is hoger dan of gelijk aan de gewenste temperatuur. • Wanneer het waterdebiet nul of onvoldoende is, zal de warmtepomp stoppen: controleer of het water correct stroomt in de warmtepomp (zie § “2. 5 I Voorstelling van het menu”).
• De warmtepomp stopt wanneer de buitentemperatuur lager is dan -12ºC. • Het is mogelijk dat de warmtepomp een defect hee gedetecteerd (zie § “4. 2 I Weergave foutcode”). Het apparaat werkt, maar de watertemperatuur sjgt niet• Het is mogelijk dat de warmtepomp een defect hee gedetecteerd (zie § “4. 2 I Weergave foutcode”). • Controleer dat de automasche vulklep niet in de open stand wordt geblokkeerd. Dit zou een connue toevoer van koud water in het zwembad veroorzaken, en zou de temperatuursjging beleen. • Er is te veel warmteverlies omdat de lucht koud is, installeer een geïsoleerde bedekking op uw zwembad. • De warmtepomp kan niet genoeg calorieën opnemen omdat de verdamper vuil is. Reinig deze om diens prestaes te recupereren (zie § “3. 2 I Onderhoud”). • Controleer of de externe omgeving de goede werking van de warmtepomp niet in het gedrang brengt (zie § “❶ Installae”).
De venlator draait, maar de compressor stopt van jd tot jd zonder een foutmelding• Als de buitentemperatuur laag is, zal de warmtepomp ontdooicycli uitvoeren. • De warmtepomp kan niet genoeg calorieën opnemen omdat de verdamper vuil is. Reinig deze om diens prestaes te recupereren (zie § “3. 2 I Onderhoud”). Het apparaat doet de stroomonderbreker uitslaan• Controleer of de stroomonderbreker correct gedimensioneerd is en dat de doorsnede van de gebruikte kabel correct is (zie § “5. 2 I Technische eigenschappen”). • De voedingsspanning is te laag, neem contact op met uw elektriciteitsleverancier. • De varistor(en) V1 en/of V11 is/zijn beschadigd, vervang deze. NL.
14 4. 2 I Weergave foutcodeDisplay Mogelijke oorzaken Oplossingen UitschakelingBescherming van de warmtewisselaar in koelmodusTemperatuur sensor ST4 te laagWacht tot de buitentemperatuur sjgtAutomaschStoring temperatuur verdamper hoog in koelmodusTemperatuursonde ST3 hoger dan 60 °C of vervuilde verdamperMaak de condensor schoon, als de storing aanhoudt, raadpleeg dan een erkend technicusAutomasch als de temperatuursensor ST3 lager is dan 45 °CStoring fasevolgordeNiet-naleving van de bedrading op de voedingsklemmen van het apparaat Keer de volgorden van de fasen om op de voedingsklemmen (apparaat spanningsvrij)Door het onderbreken van de elektrische voeding of door één keer te drukken op Wijziging van de volgorde van de fasen door de elektriciteitsleverancierRaadpleeg de elektriciteitsleverancier om te weten of er wijzigingen zijn aangebracht aan uw installae.
Ogenblikkelijke stroomuitval van één of meer fasenStoring lage druk koelcircuitDruk storing in het lagedrukcircuit (als storing blij na eliminae)Laat een erkend technicus tussenkomenAutomasch (indien minder dan 4 fouten per uur) of drukken op Storing lage druk koelcircuitVuile of verstopte watercondensorMaak de condensor schoon met waterAutomasch (indien minder dan 4 fouten per uur) of drukken op Verkeerd waterdebietHet debiet verhogen met behulp van de bypass, controleer of het zwembadlter niet verstopt isEmulsie van lucht en water in het apparaatControleer het hydraulische circuit van het zwembadGeblokkeerde debietregelaar Controleer de debietregelaarStoring temperatuur perszijde compressorTemperatuur perszijde compressor te hoogLaat een erkend technicus tussenkomenDrup op gedurende 3 secondenStoring ST2-sensor wateringangSensor buiten werking of niet aangesloten (connector J2-A1)Sluit de sensor aan of vervang dezeDoor het onderbreken van de elektrische voeding of door te drukken op Storing ST2-sensor vloeistoijnSensor buiten werking of niet aangesloten (connector J8-A1)Sluit de sensor aan of vervang dezeDoor het onderbreken van de elektrische voeding of automasch als de storing verdwijntStoring ST3-sensor ontdooiingSensor buiten werking of niet aangesloten (klemmen 1-2 van de connectorJ7-A1)Sluit de sensor aan of vervang dezeDoor het onderbreken van de elektrische voeding of door te drukken op Storing ST2-sensor luchnlaatSensor buiten werking of niet aangesloten (klemmen 3-4 van de connectorJ7-A1)Sluit de sensor aan of vervang dezeDoor het onderbreken van de elektrische voeding of door te drukken op.
15Display Mogelijke oorzaken Oplossingen UitschakelingStoring ST5-sensor perszijde compressorSensor buiten werking of niet aangesloten (connectorJ7-A1)Sluit de sensor aan of vervang dezeDoor het onderbreken van de elektrische voeding of automasch als de storing verdwijnt.Communicaefout tussen het bedieningspaneel en de displaykaartSlechte verbinding tussen de A1- en A2-kaartenControleer de connectoren J8, J9, J7 en J4-J5-van de verbindingskabel tussen de kaartenDoor het onderbreken van de elektrische voeding of automasch als de storing verdwijntStroomuitval kaartenControleer de voeding van de kaartenKaarten werken nietVervang de kaarten Storing sturing venlaeGebrek aan informae over de venlatorsnelheidLaat een erkend technicus tussenkomenDoor het onderbreken van de elektrische voeding of door te drukken op Communicaefout op de venlaekaart A3 Slechte aansluing Controleer de aansluingenDoor het onderbreken van de elektrische voeding of automasch als de storing verdwijntStroomuitval Controleer de voedingVerkeerde congurae Controleer de posie van de schakelaarsSW1 en SW2 en de brug JPCKaart buiten dienst Vervang de kaart 4.3 I Aanvullende menu's Om toegang te krijgen tot het menu, druk op .Om te navigeren tussen menu's, en waarden te wijzigen druk op of Om toegang te krijgen tot het menu, druk op .U kunt de laatste fouten bekijken: U kunt de meetwaarden van de sensoren en de werking van de elektronische ontspanner en venlator aezen.Temperatuur water bij de ingangLuchemperatuurOntdooiingssensorSensor vloeistoijnTemperatuur perszijde compressorOpenen van de elektronische ontspannerWerksnelheid venlatorNL
17❺ Kenmerken 5.1 I Beschrijving * * *In een zakje in het technische comparment APower ForceB Aansluing Ø63 (x2)C Trillingsdempers (x4)D Overwinteringsdop (x2)Prioriteit verwarmingE AfstandsbedieningF CondensbakG PAC NET (schoonmaakproduct): geleverd : beschikbaar als accessoire 5.2 I Technische eigenschappenPower Force 25 35Werkingstemperaturenlucht van -12 tot 40ºCwater van 10 tot 32ºCSpanning 380-415 V - 50Hz 380-415 V - 50HzAanvaardbare spanningsvariae ± 6 % (jdens de werking)Vervuilingsklasse IVervuilingsgraad 2Overspanningscategorie IINominale opgenomen stroomsterkte A 10,6 12,9Maximaal stroomverbruik A 14,2 18,1Minimale doorsnede van de kabel*mm² 5x45G4Testdruk bar 3Werkdruk bar 1,5Drukverlies bar 0,13Gemiddeld waterdebiet m³/u 10* Waarden ter informae voor een maximum lengte van 20 meter (berekeningsbasis: NFC 15-100) moeten worden gecontroleerd en aangepast aan de installaeomstandigheden en de normen van het land van installae.NL
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Zodiac Power Force stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd Zodiac
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd