Zibro R 617e Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Zibro R 617e (16 pagina’s), behorend tot de categorie Klimaatbeheersing. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 40 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Zibro R 617e of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Zibro |
| Categorie: | Klimaatbeheersing |
| Model: | R 617e |
Handleiding Zibro R 617e – volledige tekst
Geachte mevrouw, meneer,Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw Zibro, het A-merk onder deverplaatsbare kachels. U hebt een kwaliteitsproduct aangeschaft, waar u nogvele, vele jaren plezier van zult hebben, mits u de kachel verantwoord gebruiktnatuurlijk. Lees daarom eerst deze gebruiksaanwijzing, voor een optimalelevensduur van uw Zibro. Wij geven u namens de fabrikant 24 maanden garantie op alle optredendemateriaal- en fabricagefouten. We wensen u veel warmte en comfort met uw Zibro.Met vriendelijke groet,PVG International b.v.Afdeling klantenservice1LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.2RAADPLEEG BIJ TWIJFEL UW ZIBRO DEALER.3 VOUW VOOR HET LEZEN DE LAATSTE PAGINA UIT. EEEEEEEEEEE174
HET GEBRUIK IN HOOFDLIJNENDit zijn in grote lijnen de stappen die u moet nemenom uw kachel te gebruiken. Voor de precieze hande-lingen verwijzen wij u naar de HANDLEIDING (pag. 77enverder).•De eerste keer zal uw kachel tijdens het brandeneven naar ‘nieuw’ ruiken.•Bewaar uw brandstof op een koele, donkereplaats.•Brandstof veroudert.
E).Ontsteek de kachel door de draaiknop Bnaar rechts tedraaien tot deze niet verder kan (zie hoofdstuk C, fig. K).Na het ontsteken duurthet 10 à 15 minuten voordat u kunt controleren of de kachel goed brandt (zie hoofdstuk D).Schakel de kachel uit (zie hoofdstuk E).1234567175
Deze transportdop vindtulos in de doos. Alleenhiermee kunt u dekachel na gebruik probleemloos vervoeren. Goed bewaren dus. WAT U VOORAF MOET WETENALTIJD VOLDOENDE VENTILERENDeze kachel is voorzien van een bewakingssysteem voor luchtkwaliteit M. Wanneerde ruimte onvoldoende geventileerd wordt of wanneer de kachel in een te kleineruimte gebruikt wordt, dan zal de kachel automatisch uitschakelen. Voor comforta-bel en veilig gebruik dient u voor voldoende ventilatie te zorgen. NB: Om onverwacht uitschakelen van de kachel te voorkomen raden we aan altijdeen deur of raam op een kier te zetten wanneer de kachel in gebruik is. Voor elke verplaatsbare kachel geldt een bepaalde minimumruimte (zie hoofdstuk K)waarin u deze veilig, zonder extra ventilatie kunt gebruiken. Als de betreffenderuimte kleiner is dan aangegeven, dient u altijd een raam of deur op een kier tezetten (± 2,5 cm).
Dit raden wij ook aan bij ruimtes die sterk geïsoleerd of tochtvrijgemaakt zijn en/of boven 1500 m. liggen. Gebruik uw kachel niet in kelders enandere ondergrondse ruimtes. DE SAFE TOPDe kachel is voorzien van een safe top. Deze vermindert de temperatuur van debovenplaat. Hierdoor wordt bij eventueel contact met de bovenzijde van dekachel het risico op ongelukken verkleind. Let op: de bovenzijde wordt nog steedsheet. Vermijd elk contact met de bovenplaat en de grille. DE JUISTE BRANDSTOFUw verplaatsbare kachel is ontworpen voor het gebruik van watervrije, zuiverekerosine van hoge kwaliteit, zoals Zibro Extra of Zibro Kristal. Alleen deze zorgtvoor een schone en optimale verbranding.
HANDLEIDINGAHET INSTALLEREN VAN DE KACHELHaal uw kachel voorzichtig uit de doos en controleer de inhoud. Naast de kachel moet u ook beschikken over:Eeen brandstofhevelpompjeEeen transportdopEeen tankdop-openerEdeze gebruiksaanwijzingBewaar de doos en het verpakkingsmateriaal (fig. A) voor opslag en/of trans-port.Verwijder het overige verpakkingsmateriaal:EVerwijder het stukje verpakkingsmateriaal bij de grille G.Licht de grille uit de inkeping (fig. B) en trek hem naar voren. EDruk het verpakkingsmateriaal boven de verbrandingskamer Diets naar beneden en verwijder het uit de kachel (fig. C).ENeem de verbrandingskamer uit de kachel en verwijder het daaronder aanwezige verpakkingsmateriaal (fig. D). EZet de verbrandingskamer terug op zijn plaats. De verbrandingskamer staat goed als u hem met de handgreep Esoepel een beetje naar links enrechts kunt schuiven (fig. E).
Sluit de grille.EOpen de deksel van de wisseltank Hen verwijder het stukje karton.Vul de wisseltank zoals aangegeven in hoofdstuk B.Plaats de batterijen in de daarvoor bestemde houder 3aan de achterzijdevan de kachel (fig. F). Let op de + en - polen.De vloer moet stevig en waterpas zijn. Verplaats de kachel als deze niet waterpas staat. Probeer dit niet te corrigeren door er boeken of iets anders onder te leggen.Uw kachel is nu gebruiksklaar.BVULLEN MET BRANDSTOFVul de wisseltank niet in de woonruimte, maar op een meer geschikte plaats (er kan altijd een beetje gemorst worden). U gaat daarbij als volgt te werk:Zorg dat de kachel uit is.Open het deksel Hen til de wisseltank Iuit de kachel (fig. G). Let op: detank kan even nadruppelen. Zet de wisseltank neer (dop naar boven) enschroef de tankdop eraf met behulp van de tankdop-opener (fig. H).21654321177EEEEEEGBCDEHF
☞☞Neem het brandstofhevelpompje en steek de gladde, meest stugge pijp in dejerrycan. Zorg dat deze hoger staat dan de wisseltank (fig. I). De geribbeldeslang steekt u in de opening van de wisseltank. Draai de knop bovenop het pompje vast (naar rechts). Knijp enkele keren in het pompje, totdat de brandstof in de wisseltank stroomt. Als dat eenmaal het geval is, hoeft u niet meer te knijpen. Let tijdens het vullen op de brandstofmeter van de wisseltank J(fig. J). Als u ziet dat deze vol is, stop dan met vullen door de knop boven op het pompjeweer los te draaien (naar links). Maak de tank nooit te vol. Vooral niet als debrandstof erg koud is (brandstof zet uit als deze warmer wordt). Laat de brandstof die nog aanwezig is in het pompje, terugstromen in dejerrycan en verwijder het pompje voorzichtig. Schroef de tankdop nauwkeurig op de tank met behulp van de tankdop-opener.
Deze laatste kunt u na gebruik weer bevestigen op de achterzijde van de kachel. Veeg eventueel gemorste brandstof weg. Controleer of de tankdop recht zit en goed is aangedraaid. Plaats de wisseltank weer in de kachel (dop naar beneden). Sluit het deksel. CHET AANMAKEN VAN DE KACHELEen nieuwe kachel veroorzaakt in het begin extra geur. Zorg dus voor extra venti-latie of ontsteek uw kachel de eerste keer buiten de leefruimte. Als u de kachel voor de eerste keer gebruikt, moet u na het plaatsen van degevulde wisseltank zo’n 30 minuten wachten met aanmaken. Zo kan de kouszich volzuigen met brandstof. Dit geldt ook nadat u de kachel helemaal leeghebt laten branden en na het vervangen van de kous. Kijk vóór het aanmaken van de kachel altijd even op de brandstofindicatie Fomte weten of u eerst de wisseltank moet bijvullen. Maak de kachel altijd aan met behulp van de draaiknop 2.
Met enigedruk zou u de draaiknop dan nog wat verder kunnen draaien; deze veertdan echter vanzelf terug. Zo zet u de kous in de hoogste stand en stelt u de beveiliging in werking. Wanneer de kachel kort na het aanmaken weer uitschakelt, dienen de batterijenvervangen te worden. Het best kunt u nieuwe alkaline batterijen gebruiken (4 xtype D). De kachel is sinds kort in gebruik en de draaiknop wordt niet vergrendeld. Draai de draaiknop (fig. L) eerst geheel linksom alvorens de kous in de hoog-ste positie te brengen voor ontsteking (hoofdstuk C). Controleer na het ontsteken van de kachel altijd of de verbrandingskamer Dgoed recht staat, door deze aan de handgreep Eeven naar links en rechts teschuiven (fig. E). Dit moet soepel gaan. Als de verbrandingskamer ongelijkstaat, leidt dit tot rook- en roetontwikkeling. 1876543178KJleeg volIE☞.
179MDHET BRANDEN VAN DE KACHELNa het ontsteken van de kachel duurt het 10 à 15 minuten voordat u kuntcontroleren of de kachel goed brandt. Op de pagina naast het uitvouwblad kunt uzien hoe hoog uw kachel minimaal en maximaal mag branden (fig. R). Een te hogevlam kan rook- en roetvorming veroorzaken, terwijl een te lage verbranding totgeurontwikkeling leidt. Als de verbranding te laag blijft, moet de koushoogte worden bijgesteld (zie hoofdstuk F). Een te lage verbranding kan ontstaan door:Ete weinig brandstof (vul de tank)Eslechte brandstof (raadpleeg uw dealer)Ete weinig ventilatie (zet een raam of deur op een kier)Eslijtage van de kous (raadpleeg uw dealer, of vervang de kous, zie hoofdstuk M)Wanneer in de ruimte onvoldoende geventileerd wordt, dan zal een intermitte-rende pieptoon te horen zijn en het “VENT” lampje (geel) zal gaan branden.
Zodra dit signaal gegeven wordt dient meer geventileerd te worden om te voor-komen dat de kachel uitschakelt (bv. door een deur of raam iets verder te ope-nen). Wanneer de ventilatie verbeterdis zullen het “VENT” lampje en de pieptoonniet meer geactiveerdworden. Indien er echter nog steeds onvoldoende geventi-leerdwordt, dan zal de kachel automatisch uitschakelen. Na het verbeteren vande ventilatie (b. v. door een deur of raam iets verder te openen) kan de kachelweer ingeschakeld worden. Deze kachel is uitgerust met een veiligheidssysteem dat er voor zorgt dat dekachel afslaat wanneer u de wisseltank langer dan 5 seconden uit de kachel tilt. Om de kachel weer aan te zetten dient u de wisseltank weer terug te plaatsenen de stappen te volgen zoals beschreven in hoofdstuk C. EHET UITZETTEN VAN DE KACHELUschakelt de kachel uit door de UIT-toets Ain te drukken.
Neem de plastic ring tussen duim en wijsvinger en trek deze naar voren. Draaide ring één stap hoger naar stand 2 of 3 (fig. N). Druk de ring voorzichtig aan, zodat de uitsparing weer om het palletje sluit. Duw de draaiknop voorzichtig op zijn plaats. Dit kan maar op één manier: bekijk de achterkant van de dop voor de juiste positie. Als het verstellen van de koushoogte niet het gewenste effect heeft, moet u dekachel helemaal laten leegbranden (hoofdstuk H). Blijft de verbranding ook dan nog te laag en staat uw kous inmiddels op stand 3,neem dan contact op met uw dealer of vervang de kous, zie hoofdstuk M)Als de verbranding na het bijstellen te hoog wordt (fig. R), moet u de koushoogtevergrendeling weer een stand lager zetten. Anders hebt u kans op rook- en roet-ontwikkeling.
GSTORINGEN, OORZAKEN EN OPLOSSINGENAls u een storing niet kunt oplossen met behulp van de onderstaande aanwijzin-gen, dient u contact op te nemen met uw dealer. HET AANMAKEN LUKT NIET. EDe batterijen zitten niet goed in de houder. Controleren (fig. O). EDe batterijen zijn niet meer krachtig genoeg voor de ontsteking. Vervangen (fig. O). EUhebt de kachel helemaal leeggestookt of de kous is vervangen. Na het plaatsen van de gevulde wisseltank 30 minuten wachten met ontsteken. SLECHTE VERBRANDING EN/OF ROET/GEUR. EDe verbrandingskamer Dis niet goed geplaatst. Zet deze recht met de handgreep E,tot u hem makkelijk wat naar links en rechts kunt schuiven. EUgebruikt verouderde brandstof. Begin elk stookseizoen met nieuwe brandstof. EUgebruikt verkeerde brandstof. Zie DE JUISTE BRANDSTOF (hoofdstuk ”Wat u vooraf moet weten”). EEr is sprake van stofophoping onder in de kachel. Raadpleeg uw dealer.
EDe koushoogte is niet goed ingesteld. Zie hoofdstuk F. DE KACHEL GAAT LANGZAAM UIT. EDe wisseltank is leeg. Zie hoofdstuk B. EEr zit vocht in het zeefje. Maak het zeefje droog (hoofdstuk H, fig. P). EEr zit vocht in het onderreservoir. Raadpleeg uw dealer. EDe kous is aan de bovenzijde verhard.
DE KACHEL BLIJFT LAAG BRANDEN. EDe kous staat te laag. Zet de koushoogtevergrendeling een stand hoger (hoofdstuk F). EDekachel had voor het bijvullen vrijwel alle brandstof verbruikt. Na het plaatsen van de volle wisseltank 30 minuten wachten met ontsteken. EUgebruikt oude of verkeerde brandstof. Zie DE JUISTE BRANDSTOF (hoofdstuk ”Wat u vooraf moet weten”). EDe ruimte wordt onvoldoende geventileerd. Zet even een raam of deur wijd open en laat deze daarna op een kier staan. DE KACHEL BRANDT TE HOOG. EUgebruikt verkeerde, te vluchtige brandstof. Zie DE JUISTE BRANDSTOF (hoofdstuk ”Wat u vooraf moet weten”). EDe kous staat te hoog. Zet de koushoogtevergrendeling een stand lager (hoofdstuk F). HOVER HET ONDERHOUDUw kachel vergt weinig onderhoud. Wel dient u stof en vlekken bijtijds af tenemen met een vochtige doek, omdat er anders hardnekkige vlekken kunnen ont-staan.
Normaal gesproken zijn er slechts twee onderdelen aan slijtage onderhevig:1. DE BATTERIJENDeze kunt u zelf vervangen. Gooi de oude batterijen niet in de vuilnisbak. Volg deregels zoals die in uw gemeente gelden voor Klein Chemisch Afval. 2. DE KOUSOm de levensduur van de kous te verlengen, moet u de kachel van tijd tot tijdhelemaal laten leegbranden (tot hij vanzelf uitgaat). Doe dit wanneer u merkt datde verbranding wat minder wordt. Het leegbranden veroorzaakt enige geur,dushet is raadzaam dit buiten de leefruimte te doen. HET BRANDSTOFZEEFJEControleer ook met enige regelmaat het brandstofzeefje:haal de wisseltank Iuit de kachel en verwijder het brandstofzeefje (fig. P). Ditkan wat nadruppelen; houd een doekje bij de hand. Klop het brandstofzeefjeomgekeerd leeg op een harde ondergrond, om het vuil te verwijderen. (Nooitreinigen met water. ) Plaats het brandstofzeefje weer in de kachel.
Maak de kachel schoon met een vochtige doek en droog deze af.Haal de batterijen uit de batterijhouder 3en bewaar deze op een droge plaats.Reinig het brandstofzeefje (zie hoofdstuk H).Berg de kachel stofvrij op, zo mogelijk in de originele verpakkingsmaterialen.Overgebleven brandstof kunt u een volgend stookseizoen niet meer gebruiken.Houdt u toch wat over gooi deze brandstof dan niet weg, maar volg de regels zoals die in uw gemeente gelden voor Klein Chemisch Afval. Begin het nieuwe stookseizoen in elk geval met nieuwe brandstof en raadpleeg opnieuw deze gebruiksaanwijzing.JVERVOEROm te voorkomen dat uw kachel tijdens transport brandstof lekt, moet u de vol-gende maatregelen nemen:Laat de kachel afkoelen. Haal de wisseltank Iuit de kachel en verwijder het brandstofzeefje (fig. P).
Dit kan wat nadruppelen; houd een doekje bij de hand.Bewaar het brandstofzeefje en de wisseltank buiten de kachel.Duw de transportdop op de plaats van het brandstofzeefje (fig. Q) en druk deze goed aan.
Alle verdere aanspraken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade wijzenwij uitdrukkelijk af. Reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet tot verlenging van de garantie. De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijn aangebracht, niet-originele onderdelen zijn gemonteerd of reparaties aan de kachel zijn verricht door derden. Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn, zoals de batterijen,de kous, de ontstekingsspiraal en het brandstofhevelpompje, vallen buiten degarantie. De garantie geldt uitsluitend als u de originele, gedateerde aankoopbonoverlegt en als daarop geen veranderingen zijn aangebracht. De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken vande gebruiksaanwijzing, door verwaarlozing en door het gebruik van ver-keerde of verouderde brandstof. Verkeerde brandstof kan zelfs gevaarlijk zijn*.
De verzendkosten en het risico van het opsturen van de kachel of onderdelendaarvan, komen altijd voor rekening van de koper. Om onnodige kosten te voorkomen, raden wij u aan eerst altijd zorgvuldig degebruiksaanwijzing te raadplegen. Wanneer deze geen uitkomst biedt, geef dekachel dan in reparatie bij uw dealer. *Licht ontvlambare stoffen kunnen bijvoorbeeld leiden tot een oncontroleerbare verbranding, met uitslaandevlammen als gevolg. Probeer in dat geval nooit de kachel te verplaatsen, maar zet de kachel onmiddellijk uit(zie hoofdstuk E). In noodgevallen kunt u een brandblusser gebruiken, maar dan uitsluitend van het type B: een koolzuur- of poederblusser. 10 TIPS VOOR EEN VEILIG GEBRUIK1Wijs kinderen altijd op de aanwezigheid van een brandende kachel. 2Verplaats de kachel niet als deze brandt of nog heet is. In dat geval ook niet bijvullen en geen onderhoud verrichten.
3Plaats de voorkant van de kachel op minimaal 1,5 meter van muur, gordijnen en meubels. Houd ook de ruimte boven de kachel vrij. 4Gebruik de kachel niet in stoffige ruimtes en niet op plaatsen waar het sterk tocht.
In beide gevallen krijgt u geen optimale verbranding. 5Zet de kachel uit voordat u vertrekt of naar bed gaat. 6Bewaar en vervoer de brandstof uitsluitend in de daarvoor bestemde wisseltankjes en jerrycans. 7Zorg ervoor dat de brandstof niet bloot staat aan hitte of extremetemperatuurverschillen. Bewaar de brandstof altijd op een koele,droge en donkere plaats (zonlicht tast de kwaliteit aan). 8Gebruik de kachel nooit op plaatsen waar schadelijke gassen of dampen aanwezig kunnen zijn (bv. uitlaatgassen of verfdampen). 9De bovenzijde van de kachel wordt heet. De kachel mag niet afgedekt worden (brandgevaar). Vermijd elk contact met de bovenplaat en de grille. 10 Zorgaltijd voor voldoende ventilatie. 7654321183150 cm50 cm50 cm 20 cm100 cm.
HET VERVANGEN VAN DE KOUSMVOORDAT U BEGINT MET HET VERVANGEN VAN DE KOUS, DIENT DE KACHEL UIT EN VOLLEDIG AFGEKOELD TE ZIJN.Open het tankklepje en haal de wisseltank eruit.Haal de batterijen uit de batterijhouder. Licht de grille uit de inkeping en trek hem naar voren.Neem de branderkop uit de kachel. Sluit de grille.Trek de draaiknop van de kachel af.Schroef de drie mantelschroeven, aan de onderzijde vande kachel, los. Trek de mantel iets naar voren en verwij-der deze van de bodemplaat.Draai de vleugelmoeren onder de branderzitting los.Til de branderzitting en het kousmechanisme omhoog.Knijp met uw hand de kous samen zodat de kous los-komt uit de koushouder en trek de kous eruit.
Draaghierbij handschoenen en zet een bakje klaar om deoude kous in te stoppen.Plaats de koushouder (zonder kous) terug, zo, dat degaten van de koushouder over de uitsparingen van debrander, aan de binnenzijde, vallen. Let erop dat degaten naar beneden wijzen. Vouw een nieuwe kous samen en plaats deze in dekoushouder.Duw de 3 kouspinnen in de gaten van dekoushouder en dus ook in de uitsparingen aan de bin-nenzijde van de branderzitting.1098765432118455bb1144991100aa881100bb332255aa6677
185Plaats de branderzitting en het kousmechanisme terug.Druk de kous met koushouder in de uitsparingen zoveromhoog dat het niet verder gaat. Druk de pinnen goedaan totdat u een klikgeluid hoort. Let erop dat de kousniet vervormt.Draai de vleugelmoeren gelijkmatig handvast aan.Plaats de draaiknop op het kousmechanisme. Draai deknop zover naar rechts tot deze niet verder kan. Drukde uittoets in. Controleer of de kous volledig zakt.Herhaal deze controle een aantal keer. Wanneer dekous niet volledig zakt, is deze niet goed geplaatst inhet kousmechanisme en dient de procedure vanaf 10herhaald te worden. Haal vervolgens de draaiknop eraf en zet de kousstandop 1.Plaats de mantel terug en draai de mantelschroevenvast. Plaats de draaiknop terug. Plaats vervolgens debranderkop terug. Controleer of deze goed recht staat,door deze aan de branderhandgreep even naar links enrechts te schuiven.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Zibro R 617e stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Klimaatbeheersing Zibro
Handleiding Klimaatbeheersing
Nieuwste handleidingen voor Klimaatbeheersing