Zibro laser 56 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Zibro laser 56 (26 pagina’s), behorend tot de categorie Klimaatbeheersing. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 55 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Zibro laser 56 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Zibro |
| Categorie: | Klimaatbeheersing |
| Model: | laser 56 |
Handleiding Zibro laser 56 – volledige tekst
1221GEBRUIKSAANWIJZINGGeachte mevrouw, meneer,Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw kachel. U hebt een kwaliteits-product aangeschaft, waar u nog vele, vele jaren plezier van zult hebben, mitsude kachel verantwoord gebruikt. Lees daarom eerst deze gebruiksaanwijzing,voor een optimale levensduur van uw kachel. Wij geven u namens de fabrikant 24 maanden garantie op alle optredendemateriaal- en fabricagefouten. Wewensen u veel warmte en comfortmet uw kachel.Met vriendelijke groet,PVG International B.V.Afdeling klantenservice1LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.2RAADPLEEG BIJ TWIJFEL UW DEALER.
123WAT U VOORAF MOET WETENDE JUISTE BRANDSTOFUw kachel is ontworpen voor het gebruik van watervrije, zuivere kerosine van hoge kwaliteit. Wanneer ustookt met Zibro Extra of Zibro Kristal, bent u verzekerd van de juiste kwaliteit brandstof. Brandstof vanmindere kwaliteit kan leiden tot:Everhoogde kans op storingenEonvolledige verbrandingEbeperkte levensduur van de kachelEaanslag op rooster of mantelDe juiste brandstof is dus essentieel voor een veilig, efficiënt en comfortabel gebruik van uw kachel.Overleg altijd met de dichtstbijzijnde dealer over de juiste brandstof voor uw kachel.TIPS VOOR EEN VEILIG GEBRUIK1Wijs kinderen altijd op de aanwezigheid van een brandende kachel.2 Plaats de voorkant van de kachel op minimaal 1,5 meter van muur, gordijnen en meubels. 3 Gebruik de kachel niet in stoffige ruimtes en niet op plaatsen waar het sterk tocht.
In beide gevallenkrijgt u geen optimale verbranding. Gebruik de kachel nooit in natte ruimtes zoals in de nabijheid vaneen bad, douche of zwembad.4 Zet de kachel uit voordat u vertrekt of naar bed gaat. Bent u langere tijd weg (bv. vakantie), trek danook de stekker uit het stopcontact.5 Bewaar en vervoer de brandstof uitsluitend in de daarvoor bestemde tankjes en jerrycans.6 Zorg ervoor dat de brandstof niet bloot staat aan hitte of extreme temperatuurverschillen. Bewaar debrandstof altijd op een koele, droge en donkere plaats (zonlicht tast de kwaliteit aan).7 Gebruik de kachel nooit op plaatsen waar schadelijke gassen of dampen aanwezig kunnen zijn (bv.uitlaatgassen of verfdampen).8 Het rooster van de kachel wordt heet.
De kachel mag niet afgedekt worden (brandgevaar).•De eerste keer zal uw kachel tijdens het branden even naar ‘nieuw’ ruiken.•Bewaar uw brandstof op een koele, donkere plaats.•Brandstof veroudert: Begin elk stookseizoen met nieuwe brandstof.•Wanneer u stookt met Zibro Extra of Zibro Kristal, bent u verzekerd van de juistekwaliteit brandstof.
Hoofdstuk 1, INSTALLATIE124☞☞1. InleidingDit hoofdstuk bevat alle relevante informatie, met name:•Installatiespecificaties•Lijst van installatiegereedschap•Basisvereisten voor installatie van brandstoftank•Instructies voor installatie van het Laser SystemDe kachel kan overal worden geïnstalleerd, op voor-waarde dat aan de elektrische, brandstof- en uitlaat-voorschriften wordt voldaan. Voor u het verwarmingssysteem (inclusief eventueleelektrische bedrading en brandstoftoevoeruitrusting)begint te installeren, moet u de plaatselijke bouw-, enbrandveiligheidregelementen nagaan. De vereistenhiervan moeten worden gerespecteerd om een wette-lijk goedgekeurde installatie en een correct gebruik tewaarborgen. De kachel is ontworpen voor gebruik maximum 1000 m boven zeeniveau. Bij gebruik op grotere hoogte dient u contact op te nemen met uw dealer voor denodige aanpassingen. 2.
Verplaatsen van de kachelNaast de door de kachel ingenomen ruimte moet ookenige extra ruimte worden vrijgehouden voor luchtcir-culatie. Wij raden u aan brandstoffen elders op teslaan. Tenzij brandstof- of brandveiligheidregelemen-ten dit anders bepalen, kan het Laser System op elkvloeroppervlak (inclusief vast tapijt of ander brandbaarmateriaal) worden geplaatst en aldus een veilige wer-king bieden. Controleer de tussenruimtes volgens deinstructies in de gebruikershandleiding.
Aanbevolen gereedschapskit 1) Kruiskopschroevendraaier2) Stalen meetlint3) Viltpen of potlood4) Kit voor buitengebruik5) Elektrische boor (aanbevolen links- en rechtsdraaiend)6) Gatenzaag, figuurzaag of ander gepast gereedschap voor het uitsnijden van een gat van 70~80 mm voor afvoerpijp7) Lange boor8) Standaardschroevendraaiers9) Verstelbare sleutels (verschillende maten)10) Koperbuissnijder11) Ruimer12) Volt-, Ohmmeter 13) Waterpas 14) Loodgieterstape voor buisschroefdraad15) Klein assortiment zelftappende schroeven16) Reeks tangen (schuiftang, kabeltang, snijtang, opsluittang)17) Geïsoleerde schroevendraaier18) Beschermingsmateriaal voor uw vloer19) Opvangbak voor aftappen van brandstof3. Het voedingssysteemHet elektrisch systeem moet beschermd worden tegenoverbelasting door ten minste een 5 ampère zekeringof onderbreker.
Bij sommige installaties (zoals voor gebruik in mobilhomes) moet een vaste ver-binding met de huisstroomkringen voorzienworden. Laat dit door een erkende elektricien uitvoeren. 4. BrandstoftankKachelbrandstof (uitsluitend watervrije, zuiverepetro-leum) kan worden opgeslagen in buiten opgesteldebrandstoftanks van 200/1000-liter. Bij gebruik van grotetanks moet een drukregelaar met een max. van 2,5 PSI (is ± 0,17 bar) bij de inlaat van de kachel worden ge-ïnstalleerd. Hierbij moet worden voldaan aan alleplaatselijke normen en/of bouwreglementen.
Hoofdstuk 1, INSTALLATIE125☞☞Afbeelding 1-1: Tussenruimtes kachel / afvoerpijpLaser 56Meer dan 60 cmMeer dan 30 cmMeer dan 1,5 mMeer dan 30 cmMeer dan 10 cm5. Bedrading voor kamertemperatuursensorEen temperatuursensor meet de kamertemperatuur omde verwarming automatisch te regelen en kan tegeneen wand worden gemonteerd. De standaard sensor-draad is ca. 2,5 m lang.De sensor mag niet geplaatst worden in detocht, direct zonlicht of de warme lucht-stroom van de kachel. Dit kan een onjuistetemperatuuraanduiding veroorzaken.6.
Hoofdstuk 1, INSTALLATIE126Afbeelding 1-2 Tussenruimtes kachel/afvoerpijpAfbeelding 1-1 (vervolg) Tussenruimtes kachel/afvoerpijpBrandbaar objectNiet minder dan 60 cmBrandbaar objectOnbrandbaar object45°CNiet minder dan 30 cmAfvoerpijpNiet minder dan 60 cmNiet minder dan 20 cmNiet minder dan 45 cmNiet minder dan 45 cmFrontale hindernis45 cm of meer50 cm of meerSneeuwoppervlak of grondBelangrijk: In gebieden met zwaresneeuwval, moet de tussenruimte met de grond worden vergroot. Belangrijk: In open gebieden met sterke wind kan een windbreker noodzakelijk zijn.Verlengbuis van max 2,5 meter Moet hoger zijnSneeuwSterke windAfstand afvoerpijptot windbrekerminimaal 45 cm. Niet minder dan 45 cmWindbreker
Hoofdstuk 1, INSTALLATIE127☞Laser 56Achterkant kachelBrandstofinlaat(82 mm)(31 mm)Middelpunt vandoorvoerstuk(305 mm)(127 mm)VloerAfbeelding 1-3 MalNa de installatiemal als richtlijn te hebben gebruiktvoor het boren van het gat voor de afvoerpijp kan deLaser normaal worden geïnstalleerd volgens de afge-beelde procedure.Voor het geval dat de mal verloren raakt of het toestel moet worden verplaatst, geven we hier dematen en locatie van de gaten voor de brandstof-leiding en afvoerpijp.Verwijder zelf geen onderdelen van dekachel. Neem voor een eventuele reparatie altijd contact op met uw dealer.Indien het elektriciteitssnoer beschadigd is,mag alleen een erkend installateur ditvervangen door het type H05 VV-F.
Hoofdstuk 1, INSTALLATIE1301. Voor een standaardinstallatie gebruikt u de bijgeleverde mal om het gat voor de afvoerpijp op dejuiste plaats te krijgen. Gebruik plakband of spijkertjesom de mal op de gewenste plaats op de muur te bevestigen (zie fig. 4).Fig. 4PlakbandOpmerking: De kachel moet op een stevige vloer wor-den geïnstalleerd. De vloer dient vlak en waterpas tezijn. Zoniet dan kan de kachel middels verstelbarepootjes waterpas worden gesteld. Dit is te controlerenmet het schietloodje.2. Boor het gat voor de afvoerpijp. Gebruik een op eenboormachine bevestigde gatenzaag met een diametervan 70~80 mm (zie fig. 5). De opening aan de binnen-zijde van de muur moet iets hoger zijn dan de openingaan de buitenzijde, zodat de muurdoorvoer en deafvoerpijp na installatie iets naar beneden hellen(ongeveer 2°) (zie fig. 6).
Hoofdstuk 1, INSTALLATIE131Fig. 7Buitendeel luchtdoorvoerLuchtafvoerbuisLuchttoevoerbuisFig. 83. Installeer de binnen afvoerleidinga. Voor muurdiktes van 230-320 mmSteek de afvoerleiding van binnenuit door het gat. Zorg dat de pijl op het binnendeel van de luchtdoor voer naar boven wijst. Bevestig het binnendeel van de luchtdoorvoer aan de muur met de drie houtschroeven (zie fig. 7).b. Voor muurdiktes van 130–230 mmNeem de luchttoevoerbuis en de uitlaatverbinding uit het buitendeel luchtdoorvoer (zie fig. 8)Binnendeel luchtdoorvoerHoutschroevenPijlBinnen Buiten230~320mm2°naar benedenminimaal
SlangklemDopUitlaatstukHaakse afvoerbochtHaakse luchtslangFlexi-luchtslangHoofdstuk 1, INSTALLATIE132Fig. 94. Bevestig de haakse afvoerbocht aan het uitlaatstukvan de afvoerpijp. Snij, indien nodig, de flexi-luchtslangop maat. Bevestig de haakse luchtslang aan beide uit-einden van de flexi-luchtslang: bevestig vervolgens dehaakse luchtslang aan het inlaatstuk van de afvoerpijp.Zet de haakse luchtslang aan beide uiteinden van deflexi-luchtslang: bevestig vervolgens de haakse lucht-slang aan het inlaatstuk van de afvoerpijp. Zet de haakse luchtslang met een slangklem op hetinlaatstuk vast. Dicht de in- en uitlaatstukken die nietworden gebruikt af met de bijgeleverde doppen.Controleer of de doppen stevig vastzitten (zie fig. 10).Gebruik water of zeepsop wanneer de haakse lucht-slang niet soepel op de flexi-luchtslang past. De totalelengte van de afvoerpijp mag max.
3 m bedragen (max.3bochten).Fig. 10BinnendeelluchtdoorvoerBinnen BuitenPijl2°naarbeneden minimaalBuitendeel luchtdoorvoerABuitendeelluchtdoorvoerOpstaande rand (flens)buitendeel luchtdoorvoerc. Steek de buiten afvoerleiding van buitenaf door het gat. Bevestig de buiten afvoerleiding aan de wand door het naar rechts te draaien. Dit sluit de twee helften op elkaar aan (zie fig. 9).Opmerking:Zorg dat de pijl op de opstaande rand (flens) van het buitendeel luchtdoorvoer naar boven wijst. Zorg dat de buiten afvoerleiding stevig vast zit (onderdeel –A, aangegeven in fig. 9).
Fig. 11Fig. 12UitlaatstukInlaatstukHaakse afvoerbochtHaakse luchtslangHoofdstuk 1, INSTALLATIE1335. Mocht de afdekplaat van het schakelpaneel in de weg zitten bij het aansluiten van de standaard afvoer-leiding, gebruik dan de verlengingsleiding (S) voor de uitlaatklep van de verwarming. (zie fig. 11).Verlengingsleiding6. Zet de kachel op zijn plaats. Bevestig de haakse afvoerbocht aan het uitlaatstuk (de bovenste opening) en bevestig de haakse luchtslang aan het inlaatstuk. Controleer of alles goed vastzit (zie fig. 12).
Hoofdstuk 1, INSTALLATIE1347. Bevestig de haakse luchtslang aan het inlaatstuk metde slangklem. Bevestig de haakse afvoerbocht aan deafvoerpijp met de pijphouder (bevestig ook de pijphou-der aan de verbinding van de haakse afvoerbocht).Bevestig de haakse afvoerbocht aan het uitlaatstukdoor pijpvergrendeling in de klem van het uitlaatstukte schuiven (zie fig. 13).Fig. 13PijphouderPijpvergrendeling8. Installatie van een externe brandstoftankDe installatie van een externe brandstoftank is weerge-geven op een tekening (afbeelding 1-11). Omdat deinstallatietechnieken voor brandstoftanks variëren, kangeen specifieke installatieprocedure worden opgege-ven. Bepaalde criteria bepalen echter de brandstof-voorzieningswijze voor de kachel. Gebruik de volgendecontrolelijst als richtlijn voor de installatie van eenexterne tank.
Hoofdstuk 1, INSTALLATIE135☞CONTROLELIJST•Controleer of de kachel op een gepast stopcontact isaangesloten. •Controleer dat een gepaste hoeveelheid kerosine inde brandstoftank beschikbaar is. •Verzeker u er van dat de brandstof vrij van water ofandere contaminanten is. •Controleer of de brandstoftank in goede bedrijfsstaatis; ze moet vrij van roest, corrosie en lekken zijn. •Inspecteer de brandstofleiding op tekenen van lek-ken, losse aansluitingen, scheurtjes, luchtzakken ofblokkeringen. •Controleer of de brandstofkleppen op de brandstof-tank en de brandbeveiligingsklep open zijn, zodat debrandstof vrij kan stromen. •Controleer buiten het gebouw of het gebiedonmiddellijk rond de afvoerpijp geen brandstof ofbelemmeringen voor een vrije luchtcirculatie bevat. •Inspecteer de inlaatluchtleiding op scheuren, losseaansluitingen of blokkering.
•Controleer de uitlaatluchtleiding op scheuren, losseaansluitingen of blokkering. •Controleer aan de achterkant van de kachel of deluchtstroom naar de luchtcirculatieventilator nietgeblokkeerdis. •Inspecteer binnen in het gebouw of het gebiedonmiddellijk rond de kachel wel vrij is van brandstof-fen en objecten die de vrije luchtstroom kunnenbelemmeren. •Controleer of de kamersensor niet is blootgesteld aantocht, direct zonlicht of directe warmte van dekachel. •Controleer met behulp van de waterpas of de kachelwaterpas staat. Als deze inspectie enige systeemgebreken aan het lichtbrengt, moet u de problemen verhelpen voor u dekachel in gebruik neemt. Gebruik uitsluitend watervrije kerosine vanhoogwaardige kwaliteit. Gebruik nooit ben-zine, LPG, campinggas of andere ontvlamba-re vloeistoffen. Het gebruik van dergelijkebrandstoffen kan ontploffing en brand ver-oorzaken.
Sluit het vrije uiteinde van de brandstofslang aan ophet koppelstuk van de uitneembare brandstoftank endruk deze stevig aan tot u een klik hoort. Controleer het geheel op eventuele brandstoflekken. Voer wekelijkse controles uit. Door zwaartekracht gevoede externe tank met grotecapaciteit: Om een grote, door zwaartekracht gevoede externetank te installeren moet u onderstaande instructies uit-voeren. Het is aan te raden hiervoor de hulp van eenerkende installateur in te roepen. De inlaatdruk naar de kachel mag niet meer dan 2,5 psibedragen. Gebruik een drukreduceerklep met een max. stuwkracht van 2,5 psi (is ± 0,17 bar). De installatiehoogte van de bodem van de brandstof-tank moet 40 cm of meer zijn boven het vloeroppervlakwaarop de kachel staat. Dit staat borg voor voldoendebrandstofinlaatdruk.
De afstand tussen het vloeropper-vlak waarop de kachel staat en de bovenkant van debrandstoftank mag niet meer dan 2,5 m bedragen. Ditzorgt ervoor dat de brandstofinlaatdruk niet te hoogkan zijn. De leiding mag geen omgekeerde U-bochten bevatten(om luchtzakken te vermijden die brandstoftoevoerkunnen blokkeren). Een waterblokkeerfilter is aanbevolen voor gebruik opde brandstofleiding bij de tank. Er moet een afsluitklepop de tank worden geïnstalleerd. Het is aan te bevelen om in de brandstofleiding een brandbeveiligingsklep en een brandstoffilter te installeren.
Hoofdstuk 1, INSTALLATIE136Het gebruik van een afsluitklep, geplaatst net voordatde leiding het gebouw binnenkomt, zal de af te tappenhoeveelheid brandstof bij eventueel aan de kachel ver-eiste werkzaamheden tot een minimum beperken.Als een brandstofleiding binnen het gebouw meer dan90 cm lang is, moet u een bijkomende afsluitklepgebruiken.De externe brandstoftank moet minstens op 2 metervan een eventuele warmtebron worden geplaatst. De externe brandstoftank moet een vulopening aan de bovenkant hebben en een ontluchtingsopening meteen weersbestendige kap aan de zijkant. Bij sommigetanks wordt voor ontluchting en vulling dezelfde ope-ning gebruikt.Belangrijk: Zorg dat brandstofleiding vrij is van stof enafvaldeeltjes.
Deze deeltjes kunnen problemen veroorzaken in de brandstofopvangbak.Koperbuis met een buitendiameter van 3/8” moet worden gebruikt voor de brandstofleiding.De installatie van de externe tank moet voldoen aanbrandveiligheidsregelement NFPA31 en/of plaatselijktoepasselijke regelementen. Raadpleeg hiervoor de plaatselijke verantwoordelijken.Afbeelding 1-11 Aansluiting brandstofleidingLaser 56Brandbevei-ligingsklep (aan te bevelen)Brandstof-opvangbak metontgrendelknopAfsluiter (aan te bevelen)2,5 m (max.)40 cm (min.)BrandstoftankbuitenshuisBrandstoffilter:Voorkeurtype watervangAfsluitklepLusKoperbuis met 3/8” buitendiameter
1. InleidingDe Laser is een makkelijk te bedienen geventileerdepetroleumkachel. Deze biedt een grote warmteop-brengst, automatische regeling van de kamertempera-tuur, laag brandstof- en stroomverbruik en keuze tus-sen automatische of manuele kachelbediening.Dit hoofdstuk verstrekt alle vereiste informatie voorhet gebruik van het Laser kachel systeem. Alle gespeci-ficeerde bedieningsprocedures moeten worden uitge-voerd in de volgorde waarin ze beschreven worden.2.
3. Bedieningselementen en -lampjes1. AAN/UIT toets:Hoofdschakelaar om kachelbrander aan en uit te zet-ten. Als deze op “ON” wordt gezet, treedt de kachelin werking en de verbranding begint na 3-9 minutenvoorverwarmingsperiode. De kachel werkt in 4 trap-pen “HIGH” (hoog), “MEDIUM” (midden), “LOW”(laag) en “OFF” (uit). 2. Toets voor in/uitschakelen geprogrammeerde timer. De schakelaar zet de automatische-werkingsstandaan en uit zoals deze in de timer werdgeprogram-meerd. 3. Toets voor instellen temperatuur“NORMAL”- en “SET-BACK”-temperatuurkeuzescha-kelaars bieden de gebruiker de mogelijkheid degewenste temperatuur te kiezen tijdens manuele ofautomatische bediening. Aanpassingen verlopenuiterst eenvoudig. 4. Toetsen voor instellen klok en timerTimer- en klokinstellingen kunnen worden ingestelddoor op uren- en minutentoetsen te drukken. 5.
TijdkeuzeschakelaarAls de timer en de klok programmeerd is en u wilteen tijdaanduiding moet u de keuzeschakelaar terugzetten in de “normal” stand. Begin- en eindtijdstipvan “SET-BACK” (timer) worden ook met deze scha-kelaar ingesteld. 6. InformatiedisplayGeeft klok, insteltemperatuur, kamertemperatuur enfoutcode weer. 7. Bedrijfsstandlampjes-Geven aan of de kachel in “HIGH”, “MEDIUM” of“LOW” bedrijfsstand staat. -Geven aan wanneer de kachel in bedrijf is en knip-peren wanneer de kachel in reinigingsstand staat. - Gaan aan bij automatisch bedrijf. - Gaan aan wanneer de kachel manueel werkt of in“NORMAL”-stand van de automatische werkingstaat. - Gaan aan wanneer de kachel in “SET-BACK”-standvan automatische werking staat. 138Hoofdstuk 2, BEDIENINGAfbeelding 2-1 Bedieningspaneel2. Toets voor in/uitschakelen geprogrammeerde timer(auto-schakelaar)3. Toets voor instellentemperatuur5.
4. Voor ingebruiknameStap 1: Open de klep(pen)Schroef de klep aan de bovenzijde van de uitneembare tankopen of open de klep voor de externe brandstoftank en debrandbeveiligingsklep (indien aanwezig) van de kachel. Stap 2: Start de brandstofstroomDruk eenmaal gedurende een seconde voorzichtig opde rode ontgrendelknop om de vlotter van de brand-stofopvangbak vrij te maken. De brandstofopvangbak hoeft slechts te worden ontgrendeldals de kachel voor het eerst wordt aangezet of nadat hij zon-der brandstof was gevallen, of als de kachel gedurende lan-gereperiode niet werd gebruikt. Het ontgrendelen kan ookvereist zijn als de brandstofinlaatdruk boven 2,5 psi (is ± 0,17bar) stijgt. In dit geval moet een drukreduceerklep wordengeïnstalleerd. Stap 3: Stel de klok inBelangrijk: De klok op de kachel moet steeds op dejuiste tijd zijn ingesteld. A.
Zet de tijdkeuzeschakelaar op “CLOCK SET” (klok instellen). B. Druk op de “HOUR” (uur)- en de “MINUTE” (minuten)-toets om respectievelijk de uren en deminuten aan te passen. Bij eenmaal drukken op de“HOUR”- of “MINUTE” (minuten)-toets zal de tijdaanpassen per eenheid (resp. per uur, per minuut). Als u de toets continu ingedrukt houdt, dan kan detijdsaanduiding versneld veranderd worden. Bij een stroomuitval van meer dan tien seconden wor-den alle klok- en timerinstellingen gewist. Het informa-tiedisplay laat een knipperende “PM 12:00” zien wan-neer de kachel uit staat. Men moet dan de klok en detimer herprogrammeren. C. Zet de timerkeuzeschakelaar op “(NORMAL-stand)”na het voltooien van de klokinstelling. De huidigetijd wordt dan weergegeven op de digitale indicator. 5. Manuele werkingDe werking van de kachel wordt rechtstreeks gestuurddoor de gebruiker.
Stap 1: Selecteer manuele werkingAls de kachel in “AUTO”-bedrijf staat, moet u de“AUTO”-schakelaar op “OFF” (uit) zetten om over teschakelen op “MANUAL”-bedrijf. Stap 2: Zet de kachel AANZet de ON/OFF-schakelaar op “ON” (aan). De huidigekamertemperatuur en de ingestelde temperatuur wor-den weergegeven op het informatiedisplay. De ON/OFF-lamp begint te knipperen waarna de kachelzal opstarten. De kachel treedt niet in werking wan-neer de kampertemperatuur hoger is dan de gewenstetemperatuurinstelling. Noot: (*) De opstarttijd is afhankelijk van de kamer-temperatuur. Na 9-15 minuten zal de kachel automatisch de juistebedrijfsstand kiezen en de ON/OFF knop zal nu continubranden. Kamertemperatuur:onder 0°C - 15 minuten0°C - 15°C - 12 minuten15°C - 9 minutenAls er geen vlam zichtbaar wordt na de opstarttijd, valtde kachel stil en wordt vervolgens automatisch her-start.
Als dan nog geen vlam wordt gedetecteerd, valtde kachel stil en moet ze manueel worden herstart(foutcode EE-2 op informatiedisplay). Stap 3: De kampertemperatuur instellenSchuif de “NORMAL”-temperatuurkiezer in de gekozenstand om de gewenste kamertemperatuur in te stellen. De gewenste temperatuurinstelling wordt weergege-ven op het informatiedisplay wanneer u de kamertem-peratuur instelt. De schaal op de temperatuurkiezerdient slechts als referentiepunt. De cijfers op het infor-matiedisplay en op de schaal kunnen afwijken, dit isnormaal. De bedrijfsstand wordt automatisch geregeld in over-eenstemming met de door de kamertemperatuursensorgeregistreerde kamertemperatuur. De kachel werkt in“HIGH”-bedrijfsstand tot de kamertemperatuur hetgekozen temperatuurniveau bereikt. 139Hoofdstuk 2, BEDIENING.
Wanneer de kamertemperatuur de gekozen instellingbereikt, schakelt de kachel automatisch over opde “MED”- of “LOW”-bedrijfsstand om de gewenste temperatuur in stand te houden. Wanneer de kamer-temperatuur de gekozen instelling overschrijdt metongeveer 2°C, wordt de kachel automatisch uitge-schakeld. Als de kamertemperatuur daalt, zal de kachelautomatisch herstarten om de gewenste temperatuurin stand te houden. Noot: De bedrijfsstandlampjes geven aan in welkebedrijfsstand de kachel op elk ogenblik werkt. Dekachel schakelt automatisch over tussen de “HIGH”-,“MED”- en “LOW”-bedrijfsstanden om de gewenstetemperatuur in stand te houden. 6. Automatische werkingAutomatische werking wordt tot stand gebracht doorde tijd/temperatuurinstellingen voor een specifieke tijdte programmeren. Werking in “SET-BACK”-stand wordtgeprogrammeerd in een 24-urenperiode.
Deze stand isontworpen voor energiebesparing door gebruik vaneen lagere temperatuurinstelling, meestal ’s nachts. Ga als volgt te werk voor het programmeren(nachtstand). Let erop dat de klok al wel geprogrammeerd is (ziestap 4 hoofdstuk 2-5). Stap 1: Stel de begintijd van de “SET-BACK”-stand inA. Schuif de tijdkeuzeschakelaar in de “START SET-BACK”-stand. B. Druk op “HOUR” en “MINUTE” om het gewenstebegintijdstip in te stellen. (let hierbij op de keuze AM of PM)Bij het instellen van de “SET-BACK”-tijd zal de “MINU-TE”-toets de tijd per 10 minuten laten verspringen. (Bijv. 10:00, 10:10, 10:20 enzovoort). C. De begintijd van de “SET-BACK”-stand wordt dan weergegeven op het informatiedisplay (bijv. PM 10:00). Stap 2: Stel de eindtijd van de “SET-BACK”-stand in.
Terwijl de tijdkeuzeschakelaar in de “END SET-BACK”-stand staat, moet u ook nu de eind-tijd programmeren op dezelfde manier als hierbovenbeschreven (bijv. AM 6:00). Zet de tijdkeuzeschakelaar na het programmeren terugop NORMAL-stand.
Stap 3: Stel de kamertemperatuur inSchuif de “SET-BACK”-temperatuurkiezer (nachttempe-ratuur) in de gewenste stand (bijv. 15°C)Zet de AUTO-schakelaar op “ON”. Stap 4: Zet de ON/OFF-schakelaar op ONIndien de kamertemperatuur lager is of wordt dan degevraagde temperatuur zal de kachel automatischopstarten. 7. De kachel herprogrammerenHet kan in bepaalde omstandigheden (bijv. stroomuit-val) noodzakelijk zijn de kachel te herprogrammeren. Bij het herprogrammeren van de timer moet u de hier-boven beschreven stappen volgen. Vergeet hierbij nietde klok in te stellen (stap 4 hoofdstuk 2-5). 140Hoofdstuk 2, BEDIENINGAfbeelding 2-2Ongeveer 2°COngeveer 0,7°CIngesteldetemp. Hoog Midden Laag UitHerontstekingAfbeelding 2-3PM 10:00(22:00) PM 10:00(22:00)AM 6:00(06:00)1Begin terugstelling 2Einde terugstelling 1215°C(60°F)20°C(75°F)15°C (60°F).
141Hoofdstuk 2, BEDIENING☞☞8. Reinigingssysteem voor de ontstekingsstaafAutomatisch reinigingssysteem van de ontstekingsstaafDe kachel zal iedere dag om 2:00 ’s morgens automatisch in de off-stand springen en de ontstekingsstaaf zal gedurende 10 minuten zichzelf reinigen. Op de display zal dan CL:10 verschijnen eniedere minuut aftellen CL:09 enz…Manueel reinigingssysteemHierbij dient de kachel uit te staan. De ontstekingsstaaf kan manueel gereinigd worden (10minuten) op de volgende manier:Druk gedurende 3 seconden tegelijkertijd op de ‘Hour’-en de ‘Minute’-knop. Op het informatiediplay zal dan CL:10 verschijnen. Hetreinigen begint dan automatisch zonder enige andereinput. Opgelet: Het reinigen van de ontsteking is belangrijkom de levensduur van de ontstekingsstaaf te verlen-gen. Het is aan te raden de ontstekingsstaaf minstens1x per week te reinigen. 9.
KamertemperatuursensorDe kamertemperatuursensor is voorzien van een kabelvan 2,5 m. Deze bevindt zich aan de achterkant van dekachel. Zorg dat de kabel de uitlaatbuis niet raakt. Dekamertemperatuursensor kan worden geïnstalleerd metplakband of met een houtschroef. Kies de installatieplaats voor de sensor zo dat deze zichniet in het pad van direct zonlicht, tocht of de warmte-stroom van de kachel bevindt. 10. De kachel uitzettenZet de ON/OFF-schakelaar op “OFF” (Auto-lamp, tem-peratuurlamp gaat uit). De bedrijfsstandlamp begint teknipperen tot de vlam verdwijnt. De luchtcirculatieven-tilator en de ventilatormotor blijven draaien geduren-de ongeveer drie (3) minuten om de kachel af te koe-len. Controleer of de ON/OFF-lamp wel uitgaat wan-neer de ventilator tot stilstand komt.
Stroomuitval-herstelsysteemAls een stroomuitval optreedt terwijl de kachel inbedrijf is, worden alle elektrische systemen automatischuitgeschakeld. Wanneer de stroomvoorziening terug-keert, zal de kachel automatisch opnieuw worden ont-stoken echter alleen op manuele werking. Het klokinstelling- en Set-Back-timerprogramma wor-den gewist wanneer de stroomuitval langer dan 10seconden duurt. De AUTO-lamp zal knipperen wanneerde stroomvoorziening hersteld wordt. Hierna dientmen de kachel opnieuw te programmeren. Als een korte stroomonderbreking optreedt en devlamsensor blijft een vlam detecteren, dan zullen bij deherstelling van de stroomvoorziening alleen de blazer-en circulatieventilatoren opnieuw in werking treden. De “HIGH”-, “MED”- en “LOW”-bedrijfsstandlampjesbeginnen tegelijk te knipperen (de ontsteker wordtniet geactiveerd).
De kachel even uit en aanzettenom een normale werking te verkrijgen. 12. Herstel na oververhittingDe kachel is beveiligd tegen schade ten gevolge vanoververhitting. Een sensor zal in werking treden als de temperatuur inde mantel tot boven 90°C stijgt. Stap 1: Schakel de kachel UIT. Stap 2: Laat de kachel afkoelen. Zorgdat de metalen mantel voldoende isafgekoeld alvorens deze aan te raken. Een periode van 30 tot 45 minuten is onder normaleomstandigheden voldoende om de kachel volledig telaten afkoelen. Stap 3: Haal de stekker van de kachel uit het stopcon-tact.
142☞Hoofdstuk 2, BEDIENINGStap 4: Zoek de oorzaak van de oververhitting. Deze wordt meestel veroorzaakt door voor-werpen die de vrije luchtcirculatie belemme-ren. Controleer of de circulatieventilator nietgeblokkeerd wordt en kijk na of de afvoer-pijp niet verstopt is. Controleer of er geenobjecten het uitlaatsysteem belemmeren (zieook installatie fig 1-1 en 1-2). Stap 5: Verwijder het frontpaneel. Stap 6: Maak de kachel aan de binnenkant schoon. Voor u de kachel begint schoon te maken,moet u zeker zijn dat de binnenkant vol-doende koel is om aan te raken. Veeg alle stof en vuil aan de buitenkant vande mantel met behulp van een schone, niet-pluizende vochtige doek of een andergeschikt reinigingsmateriaal en vergeetdaarbij de buitenkant van de warmtekameren de warmtewisselaar niet. Stap 7: Breng het frontpaneel weer aan. Stap 8: Steek de stekker van de kachel weer in hetstopcontact.
Stap 9: Zet de kachel AAN. Stap 10: Herprogrammeer de kachel (klok en set back timer). Let op: Als de kachel na voltooiing van een herstelpro-cedure opnieuw oververhit raakt, neem dan contact opmet uw dealer en stel de kachel niet in werking tot deoorzaak van de storing is verholpen. 13. Schoonmaken van de filter (maandelijks)De filter van de brandstofpomp dient maandelijks énaan het einde van het stookseizoen schoongemaakt teworden. a) Maak het klepje aan de rechterzijde van de kachelopen. b) Draai de afsluiter van de brandstofleiding dicht. c) Plaats het brandstof-opvanggootje onder hetvlotterhuis om morsen van brandstof te voorkomen. Vang de brandstof op in een bakje. d) Schroef het afdekplaatje waarachter de filtergemonteerdis los. e) Neem de filter uit en reinig deze voorzichtig metperslucht. f) Plaats de filter terug en schroef het afdekplaatjeweer vast.
Alvorens een vakman te raadplegenDe volgende situaties duiden niet op een defect.Tijdens het starten of uitschakelen van de kachel:Er is witte rook zichtbaar wanneer de kachel voor heteerst gestart wordt.Machine-olie of stof op de branderpot ofwarmtewisselaar verbranden.Na het ontsteken van de kachel flakkeren de vlammenenige minuten.Wanneer de kachel koud is blijft de ontstekingsstaaffunctioneren, ook enkele minuten na het ontsteken.Dit kan iets hogere vlammen geven.Wanneer de kachel opwarmt of afkoelt maakt dezeincidenteel een licht krakend geluid.Expansie en krimpen van metalen delen kunnen eenlicht krakend geluid veroorzaken.Wanneer de kachel ontstoken is wordt de circulatie vande lucht in de ruimte niet direct gestart.Om onaangename koude luchtstromen te vermijdengaat de ventilator pas draaien wanneer de kachelenigszins opgewarmd is.Tijdens het eerste gebruik of na het leegbranden vande kachel is een hard tikkend geluid hoorbaar.Er zit lucht in de brandstofpomp.
Dit moet binnen ca. 1minuut verdwenen zijn.Wanneer het tikkend geluid van de brandstofpompniet verdwijnt binnen ca. 1 minuut, duw dan de rode"reset"-knop op de vlotterkamer even in (nietvasthouden). Controleer tevens of allebrandstofafsluiters open staan, de brandstoffiltersschoon zijn en of er voldoende brandstof aanwezig is.NB: Tijdens normaal bedrijf kan de brandstofpomp eenzeer licht tikkend geluid maken. Dit duidt niet op eenprobleem.Tijdens het branden van de kachel:Een deel van de branderpot en/of warmtewisselaarlicht rood op tijdens bedrijf.Dit is normaal en duidt niet op een probleem.143Hoofdstuk 2, BEDIENING
144Hoofdstuk 3, FOUTMELDINGENFoutcode Probleem Oorzaak OplossingPowerlampje brandt niet Stekker uit het stopcontact. Steek stekker in stopcontact. Slecht functioneren Controleer zekering of neem van de printplaat. contact op met uw dealer. EE2 Geen ontsteking Geen brandstof. Controleer brandstofmeter;eventueel bijvullen. Klep van brandstoftank Open de klep door deze tegenis afgesloten. de klokrichting in te draaien. Luchtbel in brandstofleiding. Druk op de rode resetknop. Verstopte afvoerpijp. Reinig de afvoerpijp. Verstopte brandstoffilter. Reinig het brandstoffilter. Defecte ontsteking, printplaat Neem contact op met de dealer. of brandstofpomp. EE6 Vlam dooft direct Luchtbel in brandstofleiding. Druk op de rode reset-knop. na ontsteking Geen brandstof meer. Controleer de brandstofmeter op de tank; bijvullen indien nodig.
kamertemperatuursensor juist is. Lo De kamertemperatuur is Controleer of de positie van de lager dan –10°C. kamertemperatuursensor juist is. Waarschuwing: Gebruik de kachel niet meer wanneer de storing EE10 zich voordoet. Herstart de kachel pas nadatdeze storing verholpen is. Noot: Wanneer u alle mogelijke oorzaken van de storing gecontroleerd/verholpen heeft en de kachel na 3xinschakelen nog niet start, neem dan contact op met uw dealer.
Binnen deze periode worden allemateriaal- en fabricagefouten kosteloos verholpen.Hierbij gelden de volgende regels:Alle verdere aanspraken op schadevergoeding,inclusief gevolgschade wijzenwij uitdrukkelijk af.Reparatie of vervanging van onderdelen binnen degarantietermijn leidt niet tot verlenging van degarantie.De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijnaangebracht, niet originele onderdelen zijngemonteerd of reparaties aan de kachel zijnverricht door derden.Onderdelen die aan normale slijtage onderhevigzijn, zoals het brandermatje en het brandstof-hevelpompje, vallen buiten de garantie.De garantie geldt uitsluitend als u de originele,gedateerde aankoopbon overlegt en als daaropgeen veranderingen zijn aangebracht.De garantie geldt niet bij schade ontstaan doorhandelingen die afwijken van de gebruiks-aanwijzing, door verwaarlozing en door hetgebruik van verkeerde of verouderde brandstof.Verkeerde brandstof kan zelfs gevaarlijk zijn*.
De verzendkosten en het risico van het opsturenvan de kachel of onderdelen daarvan, komen altijdvoor rekening van de koper.Om onnodige kosten te voorkomen, raden wij u aan eerst altijd zorgvuldig de gebruiksaanwijzing te raadplegen. Wanneer deze geen uitkomst biedt,geef de kachel dan in reparatie bij uw dealer.* Licht ontvlambare stoffen kunnen bijvoorbeeldleiden tot een oncontroleerbareverbranding, met uitslaande vlammen als gevolg. Probeer in dat geval nooit de kachel te verplaatsen, maar zet de kachel onmiddellijk uit. In noodgevallen kunt u een brandblusser gebruiken, maar dan uitsluitend van het type B: een koolzuur- of poederblusser.7654321
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Zibro laser 56 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Klimaatbeheersing Zibro
Handleiding Klimaatbeheersing
Nieuwste handleidingen voor Klimaatbeheersing