Yamaha YZF-R125 (2024) Handleiding

Yamaha Motor YZF-R125 (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Yamaha YZF-R125 (2024) (102 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Yamaha YZF-R125 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/102
PANTONE285C
YZF125-A (YZF-R125)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
HANDLEIDING
MOTORFIETS
Lees deze handleiding
aandachtig door voordat u deze
machine gaat gebruiken.
Gebruikersinformatie
Index
Specificaties
Verzorging en stalling van de motorfiets
Speciale kenmerken
Beschrijving
Veiligheidsinformatie
Periodiek onderhoud en afstelling
Gebruik en belangrijke rij-informatie
Voor uw veiligheid – controles
voor het rijden
Functies van instrumenten en
bedieningselementen
BNU-F819D-D1
[Dutch (D)]

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Yamaha
Categorie: Motor
Model: YZF-R125 (2024)

Handleiding Yamaha YZF-R125 (2024) – volledige tekst

PANTONE285CYZF125-A (YZF-R125)1234567891011HANDLEIDINGMOTORFIETS Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken.GebruikersinformatieIndexSpecificatiesVerzorging en stalling van de motorfietsSpeciale kenmerkenBeschrijvingVeiligheidsinformatiePeriodiek onderhoud en afstellingGebruik en belangrijke rij-informatieVoor uw veiligheid – controles voor het rijdenFuncties van instrumenten en bedieningselementenBNU-F819D-D1[Dutch (D)]

DAU81566Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken. Deze handleiding dient bij demachine te blijven als deze wordt verkocht.DAUN3031Voor EuropaConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR CO., LTD dat de radioapparatuur van het type Communicatieregeleenheid, Y08U-A00,in overeenstemming is met Richtlijn 2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 2402~2480 MHzMaximaal radiofrequentievermogen:Bluetooth 4.2 2.75 dBm 1.88 mWBluetooth 5.0 2.59 dBm 1.82 mWFabrikant:PT Chao Long Motor Parts IndonesiaJL.MERANTI 1 BLOK, L2 NO.

DAU94441Voor het VKConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR CO., LTD dat de radioapparatuur van het type Communicatieregeleenheid, Y08U-A00,in overeenstemming is met de voorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 2402~2480 MHzMaximaal radiofrequentievermogen:Bluetooth 4.2 2.75 dBm 1.88 mWBluetooth 5.0 2.59 dBm 1.82 mWFabrikant:PT Chao Long Motor Parts IndonesiaJL.MERANTI 1 BLOK, L2 NO. 5-6 DELTA SILICON INDUSTRIALPARK LIPPO CIKARANG BEKASI 17550, INDONESIËImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA. Verenigd Koninkrijk.UBNUD1D0.book Page 2 Thursday, October 5, 2023 5:42 PM

InleidingDAU10103Welkom in de wereld van Yamaha!Als eigenaar van de YZF125-A profiteert u van de enorme ervaring en technische kennis van Yamaha op het gebied van het ontwerpenen fabriceren van hoogwaardige producten, waarmee Yamaha zijn reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.Neem rustig de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u plezier zult hebben van alle functies van uw YZF125-A. DeHandleiding geeft instructies voor de bediening, inspectie en het onderhoud van de machine en beschrijft hoe u uzelf en anderen kuntbeschermen tegen persoonlijk letsel of schade.Verder helpen allerlei tips in deze handleiding om uw machine in optimale conditie te houden. Als er ten slotte toch nog vragen zijn, aarzeldan niet en neem contact op met de Yamaha dealer.Het Yamaha team wenst u veilig en plezierig rijden toe.

En vergeet niet, veiligheid voor alles!Yamaha werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwaliteit. Om deze reden kan soms sprake zijn vankleine tegenstrijdigheden tussen uw machine en de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recenteproductinformatie ten tijde van publicatie. Als u vragen hebt over deze handleiding, neem dan contact op met uw Yamaha dealer.WAARSCHUWINGDWA10032Lees deze handleiding aandachtig helemaal door voordat u deze machine gaat gebruiken.UBNUD1D0.book Page 1 Thursday, October 5, 2023 5:42 PM

Belangrijke informatie in de handleidingDAU10134Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aanduidingen:*Product en specificaties kunnen zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.Dit is het Safety Alert-symbool. Het wordt gebruikt om u te waarschuwen voor risico’s op persoonlijk letsel. Volg alle veiligheidsaanwijzingen bij dit symbool op om mogelijk letsel of overlijden te voorkomen.Een WAARSCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan re-sulteren in ernstig letsel of overlijden.De aanduiding LET OP staat bij speciale voorzorgen die moeten worden genomen om scha-de aan de machine of andere eigendommen te voorkomen.De aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke informatie die procedures kan vergemakkelijken of verhelderen.WAARSCHUWINGLET OPOPMERKINGUBNUD1D0.book Page 1 Thursday, October 5, 2023 5:42 PM

6-1Inrijperiode. 6-1De motor starten. 6-2Schakelen. 6-3Tips voor een zuinig brandstofverbruik. 6-4Parkeren. 6-4Periodiek onderhoud en afstelling. 7-1Gereedschapsset. 7-2Periodiek onderhoudsschema voor het uitstootcontrolesysteem. 7-3Algemeen smeer- en onderhoudsschema. 7-4Het stroomlijnpaneel verwijderen en aanbrengen. 7-8Bougie controleren. 7-9Filterbus. 7-10Motorolie. 7-10Waarom Yamalube. 7-11Koelvloeistof. 7-11Vervangen van het luchtfilterelement en reinigen van de aftapslang. 7-13Afstellen van het stationair toerental. 7-13De vrije slag van de gasgreep controleren. 7-14Klepspeling. 7-14Banden. 7-15Gietwielen. 7-16Vrije slag van de koppelingshendel afstellen. 7-17Vrije slag van voorremhendel controleren. 7-17Vrije slag van rempedaal afstellen. 7-18Remlichtschakelaars. 7-19Controleren van voor- en achterremblokken. 7-19Controleren van remvloeistofniveau. 7-20De remvloeistof verversen.

1-11VeiligheidsinformatieDAU1028CWees een verantwoordelijke eigenaarAls eigenaar van de machine bent u verant-woordelijk voor de veilige en juiste bedie-ning ervan. Motorfietsen zijn tweewielige voertuigen. Voor een veilig gebruik zijn de toepassingvan de juiste rijtechnieken en de ervaringvan de bestuurder van belang. Elke be-stuurder moet bekend zijn met de volgendevereisten alvorens met deze motorfiets tegaan rijden. Hij of zij moet: Door een competente informatiebrongrondig zijn ingelicht over alle aspec-ten van het motorrijden.  Zich houden aan de waarschuwingenen onderhoudseisen zoals vermeld indeze Gebruikershandleiding.  Grondig getraind zijn in veilige en cor-recte rijtechnieken.  Gebruikmaken van professioneletechnische service, zoals aangegevenin deze Gebruikershandleiding en/ofwanneer de mechanische conditiesdit vereisen.

 Ga nooit rijden met een motorfietszonder passende rijopleiding of in-structies. Neem rijlessen. Beginnersmoeten les krijgen van een gediplo-meerd instructeur. Neem contact opmet een bevoegde motorfietsdealervoor informatie over rijlessen bij u inde buurt. Veilig rijdenVoer vóór elke rit de controles voor het rij-den uit om u ervan te verzekeren dat demachine in veilige staat verkeert. Onvol-doende inspectie of onderhoud van de ma-chine vergroot het risico op ongeval ofschade. Zie pagina 5-1 voor een lijst metcontroles voor het rijden.  Deze motorfiets is gebouwd voor hetvervoer van de bestuurder plus eenpassagier.  Het niet opmerken en herkennen vanmotorfietsen door andere weggebrui-kers vormt de belangrijkste oorzaakvan auto-/motorongevallen. Vaakworden ongevallen veroorzaakt door-dat een autobestuurder de motor nietheeft gezien.

Zorg dat u opvalt, datblijkt het meest effectief om het risicoop een dergelijk type ongeval te ver-minderen. Dus:• Draag een jack in felle kleuren. • Wees extra voorzichtig bij het nade-ren en passeren van kruisingen,daar doen ongelukken met motor-fietsen zich namelijk het meestvoor.

• Ga daar rijden waar andere wegge-bruikers u kunnen zien. Ga niet rij-den in de dode zichthoek van eenandere weggebruiker. • Pleeg nooit onderhoud aan eenmotorfiets zonder voldoende ken-nis. Neem contact op met een be-voegde motorfietsdealer voorinformatie over het basisonderhoudvan een motorfiets. Bepaalde on-derhoudswerkzaamheden kunnenalleen worden uitgevoerd door ge-diplomeerd personeel.  Bij veel ongevallen zijn onervaren be-stuurders betrokken. Veelal zijn be-stuurders die bij een ongevalbetrokken waren zelfs niet in het bezitvan een geldig motorrijbewijs. • Zorg dat u bekwaam bent om te rij-den en leen uw motorfiets alleen uitaan ervaren motorrijders. • Weet wat u wel en niet aankunt. Door rekening te houden met uwbeperkingen helpt u ongelukkenvoorkomen. UBNUD1D0. book Page 1 Thursday, October 5, 2023 5:42 PM.

Veiligheidsinformatie1-21• We raden aan om het motorrijden teoefenen op plekken waar geen ver-keer is, totdat u grondig bekendbent met de motor en zijn bedie-ning.  Ongelukken worden vaak veroorzaaktdoor een fout van de motorbestuur-der. Veel bestuurders houden bij hetingaan van een bocht een te hoge rij-snelheid aan of gaan onvoldoendeschuinliggen voor de rijsnelheid,waardoor ze wijd uit de bocht komen. • Neem altijd de maximumsnelheid inacht en rijd nooit sneller dan dewegcondities en het verkeer toe-staan. • Geef altijd richting aan voordat u af-slaat of van rijstrook wisselt. Zorgdat andere weggebruikers u kun-nen zien.  De zithouding van de bestuurder ende passagier is belangrijk voor eengoede besturing. • De bestuurder moet tijdens het rij-den beide handen aan het stuurhouden en beide voeten op de be-stuurdersvoetsteunen, om zo demacht over het stuur te behouden.

• De passagier hoort steeds de be-stuurder, de zadelband of de hand-greep, indien aanwezig, met beidehanden vast te houden en beidevoeten op de passagiersvoetsteu-nen te houden. Neem nooit eenpassagier mee die niet in staat isom beide voeten stevig op de pas-sagiersvoetsteunen te zetten.  Rijd nooit onder invloed van alcohol ofandere drugs.  Deze motorfiets is uitsluitend ontwor-pen voor gebruik op verharde wegen. De machine is niet bedoeld voor off-roadgebruik. Beschermende uitrustingMotorongelukken met dodelijke afloop be-treffen meestal hoofdletsel. Het dragen vaneen helm is de belangrijkste factor bij hetvoorkomen of reduceren van hoofdletsel.  Draag altijd een goedgekeurde helm.  Draag ook een vizier of een veilig-heidsbril. Zonder oogbeschermingkan uw zicht door de rijwind verslech-teren, waardoor u gevaren mogelijk telaat opmerkt.

 Draag nooit loszittende kleding, dezekan blijven haken aan bedienings-handgrepen of door de wielen wordengegrepen en zo een ongeval of letselveroorzaken.  Draag altijd beschermende kledingdie uw benen, enkels en voeten be-dekt. De motor en het uitlaatsysteemkunnen tijdens en na het rijden zeerheet zijn en brandwonden veroorza-ken.  De hierboven vermelde voorzorgs-maatregelen gelden ook voor passa-giers. Voorkom koolmonoxidevergiftigingDe uitlaatgassen van verbrandingsmotorenbevatten koolmonoxide, een dodelijk gas. Inademing van koolmonoxide kan hoofd-pijn, duizeligheid, sufheid, misselijkheid,verwarring en uiteindelijk de dood veroor-zaken. Koolmonoxide is een kleurloos, reukloos,smaakloos gas dat ook aanwezig kan zijnals u geen uitlaatgassen ziet of ruikt. Hetkoolmonoxideniveau kan zeer snel oplo-pen, waardoor u het bewustzijn kunt verlie-zen en uzelf niet meer kunt redden.

Veiligheidsinformatie1-31symptomen van koolmonoxidevergiftigingervaart, verlaat de ruimte dan onmiddellijk,ga naar de open lucht en ROEP MEDISCHEHULP IN.  Laat de motor niet binnen draaien. Zelfs als u ventileert met ventilatorenof open ramen en deuren kan de hoe-veelheid koolmonoxide snel oplopentot gevaarlijke niveaus.  Laat de motor niet draaien in slechtgeventileerde of deels afgeslotenruimtes zoals schuren of garages.  Laat de motor niet buiten draaien opplaatsen waar de uitlaatgassen in eengebouw kunnen worden getrokken viaopeningen zoals ramen en deuren. BeladenHet monteren van accessoires of het ver-voer van bagage kan een negatief effecthebben op de rijstabiliteit en het wegge-drag als hierdoor de gewichtsverdeling vande motor verandert. Wees uiterst voorzich-tig bij het monteren van accessoires of hetbeladen van uw motor, om zo mogelijkeongevallen te vermijden.

Pas extra op wan-neer u op een motor rijdt die beladen is ofwaaraan accessoires zijn gemonteerd. Hieronder volgen naast de informatie overaccessoires enkele richtlijnen voor het be-laden van uw motorfiets:Het totale gewicht van de bestuurder, pas-sagier, accessoires en bagage mag demaximale gewichtslimiet niet overschrij-den. Rijden met een te zwaar belastemachine kan leiden tot een ongeval. Let op het volgende wanneer u tot deze ge-wichtslimiet belaadt: Het zwaartepunt van bagage en ac-cessoires moet zo laag mogelijk lig-gen en zo dicht mogelijk bij de motor. Bevestig zware goederen zo dichtmogelijk bij het midden van de machi-ne en verdeel het gewicht zo gelijkma-tig mogelijk over beide zijden omonbalans of instabiliteit te minimalise-ren.  Als gewicht gaat schuiven kan zicheen plotselinge onbalans voordoen.

• Pas de vering aan de te vervoerenbagage aan (alleen voor modellenmet instelbare vering) en controleerde toestand en spanning van uwbanden. • Bevestig nooit omvangrijke of zwa-re goederen aan het stuur, de voor-vork of het voorwielspatbord. Dergelijke voorwerpen, inclusiefbagage als slaapzakken, plunjezak-ken of tenten, kunnen een instabielweggedrag of een te trage reactieop het stuur veroorzaken.  Deze machine is niet ontworpenvoor het trekken van een aanhangerof bevestiging van een zijspan. Originele Yamaha accessoiresDe keuze van accessoires voor uw machi-ne vormt een belangrijke beslissing. Origi-nele Yamaha accessoires, die alleenverkrijgbaar zijn bij de Yamaha dealer, zijndoor Yamaha ontwikkeld, getest en goed-gekeurd voor gebruik op uw machine. Veel bedrijven die niet zijn gelieerd aanYamaha produceren onderdelen en acces-soires of bieden aanpassingssets voorYamaha voertuigen.

Yamaha kan niet alleproducten testen die deze bedrijven produ-ceren. Om die reden kan Yamaha acces-soires die niet door Yamaha zijn verkocht ofwijzigingen die niet door zijn Yamaha zijnaangeraden niet goedkeuren of aanbeve-len, zelfs niet als deze zijn verkocht engeenstalleerd door een Yamaha dealer. Maximale belasting:176 kg (388 lb)UBNUD1D0. book Page 3 Thursday, October 5, 2023 5:42 PM.

Veiligheidsinformatie1-41In de handel verkrijgbare onderdelen,accessoires en aanpassingssetsHoewel er producten verkrijgbaar zijn diequa ontwerp en kwaliteit sterk lijken op ori-ginele Yamaha accessoires, dient u te be-seffen dat sommige in de handelverkrijgbare accessoires of aanpassings-sets niet geschikt zijn vanwege mogelijkeveiligheidsrisico’s voor uzelf of anderen. Het monteren van in de handel verkrijgbareproducten of het verrichten van aanpassin-gen die de ontwerp- of bedieningskenmer-ken van uw machine wijzigen kan het risicoop ernstig letsel of overlijden van uzelf ofanderen vergroten. U bent verantwoordelijkvoor letsel dat voortvloeit uit wijzigingenaan de machine. Volg bij de montage van accessoires de on-derstaande richtlijnen en die vermeld onderhet kopje “Beladen”.

 Monteer nooit accessoires en vervoernooit bagage als deze een nadelige in-vloed hebben op de prestaties van uwmotor. Inspecteer het accessoirezorgvuldig alvorens het te gebruikenom te waarborgen dat het de grond-speling of de hellinghoek op geen en-kele manier vermindert, de veerweg,de stuuruitslag of de bediening nietbeperkt en geen lampen of reflectorsafdekt. • Accessoires die aan of nabij hetstuur of de voorvork zijn gemon-teerd zullen mogelijk instabiliteitveroorzaken door een foutieve ge-wichtsverdeling of door aerodyna-mische effecten. Accessoires aanhet stuur of nabij de voorvork moe-ten zo licht mogelijk zijn en tot eenminimum worden beperkt. • Omvangrijke accessoires kunnendoor hun aerodynamisch effect vaninvloed zijn op de rijstabiliteit van demotor. De motor kan door rijwindworden opgetild of bij zijwind insta-biel worden.

Zulke accessoireskunnen ook instabiliteit veroorza-ken terwijl u grote voertuigen in-haalt of door deze wordt ingehaald. • Sommige accessoires dwingen debestuurder om een andere dan denormale zitpositie in te nemen.

Zo’nverkeerde zitpositie beperkt de be-wegingsvrijheid van de bestuurderen kan een comfortabele bedieninghinderen, zodat we dergelijke ac-cessoires sterk afraden.  Wees voorzichtig bij het aanbrengenvan elektrische accessoires. Als elek-trische accessoires de capaciteit vanhet elektrisch systeem van de motor-fiets te boven gaan, kan zich een ge-vaarlijke elektrische storing voordoenwaardoor de verlichting of de motoruitvalt. In de handel verkrijgbare banden en vel-genDe banden en velgen die bij uw motorfietswerden geleverd, zijn ontworpen om demogelijkheden van de motorfiets te onder-steunen en bieden de beste combinatie vanrijprestaties, remvermogen en comfort. An-dere banden, velgen, maten of combinatieszijn mogelijk niet geschikt. Zie pagina 7-15voor de bandenspecificaties en informatieover het onderhouden en vervangen vanuw banden.

Veiligheidsinformatie1-51 Schakel een versnelling in (bij model-len met een handgeschakelde ver-snellingsbak). Zet de motorfiets vast met spanban-den of andere geschikte banden aanstevige delen van de motorfiets, zoalshet frame of de bovenste voorvork-klem (en niet aan, bijvoorbeeld, hetstuur, de richtingaanwijzers of onder-delen die kunnen afbreken). Kies deplaats voor de spanbanden zorgvuldigom te voorkomen dat deze tijdens hettransport schuurplekken op de lakveroorzaken. Zorg indien mogelijk dat de vering ietsdoor de spanbanden wordt ingedrukt,zodat de motorfiets tijdens het trans-port niet overmatig kan stuiteren.UBNUD1D0.book Page 5 Thursday, October 5, 2023 5:42 PM

Speciale kenmerken3-13DAUM4860TractieregelingDe tractieregeling draagt bij aan het behou-den van grip bij het optrekken op gladdeoppervlakken, zoals onverharde of nattewegen. Wanneer sensoren detecteren dathet achterwiel begint te slippen (ongecon-troleerde slip), grijpt de tractieregeling indoor het motorvermogen te reguleren tot-dat de grip is hersteld. Als de tractieregeling in werking is, knipperthet controlelampje “ ”. Mogelijk merkt uverandering in de reactie van de motor ofhet uitlaatgeluid. WAARSCHUWINGDWA18860De tractieregeling vormt geen vervan-ging voor verstandig rijgedrag dat isaangepast aan de omstandigheden. Detractieregeling biedt geen beschermingtegen gripverlies door te snel ingaan vanbochten, snel optrekken bij schuin over-hangen of door remmen, en kan wegglij-den van het voorwiel niet voorkomen.

Rijd altijd voorzichtig op oppervlakkendie mogelijk glad kunnen zijn en vermijdbijzonder gladde oppervlakken. Tractieregeling instellenAls u de machine inschakelt, wordt tractie-regeling automatisch ingeschakeld. De tractieregeling kan worden in- of uitge-schakeld, zie pagina 4-13. OPMERKING Als de machine vast is komen te zittenin modder, zand of een ander zachtoppervlak, schakel dan de tractiere-geling uit om het vrijmaken van hetachterwiel te vergemakkelijken.  Geef niet langdurig gas wanneer demachine op de middenbok staat. An-ders wordt de tractieregeling automa-tisch uitgeschakeld en moet dezeopnieuw worden ingesteld. LET OPDCA16801Gebruik uitsluitend de voorgeschrevenbanden. (Zie pagina 7-15. ) Bij gebruikvan banden met een andere maat zal detractieregeling de wielrotatie niet nauw-keurig kunnen regelen.

De tractieregeling terugstellenDe tractieregeling wordt onder de volgendeomstandigheden automatisch uitgescha-keld, bijvoorbeeld als een sensorfout wordtgedetecteerd of wanneer langer dan enkeleseconden slechts één wiel kan draaien. Alsdit gebeurt, gaat het controlelampje “ ”branden.

Als de tractieregeling automatisch wordtuitgeschakeld, stelt u deze terug door on-der normale omstandigheden te rijden. OPMERKINGAls het controlelampje “ ” blijft branden,kan nog steeds met de machine wordengereden; laat de machine echter zo snelmogelijk nakijken door een Yamaha dealer. UBNUD1D0. book Page 1 Thursday, October 5, 2023 5:42 PM.

Speciale kenmerken3-23DAUM4890Snelschakelsysteem (indien aan-wezig)Het snelschakelsysteem maakt bij volgasopschakelen zonder koppelingshendel mo-gelijk. Als de schakelschakelaar bewegingvan het schakelpedaal detecteert, wordenhet motorvermogen en aandrijfkoppel tijde-lijk aangepast om het opschakelen moge-lijk te maken. OPMERKING Het snelschakelsysteem werkt bij eenmotortoerental van 2000 tpm of hogeren alleen bij optrekken. Het werkt nietals de koppelingshendel wordt inge-trokken.  Voor dit systeem moeten aanvullendeoptionele accessoires worden geacti-veerd. Neem voor informatie contactop met uw Yamaha dealer. LET OPDCA26261Gebruik om schade aan de aandrijflijn tevoorkomen altijd de koppelingshendelvoor het schakelen bij lage snelheden,bij terugschakelen of als het snelscha-kelsysteem is uitgeschakeld.

DAUM5141CCU (communicatieregeleen-heid) (indien aanwezig)De CCU stelt u in staat om uw machine ensmartphone te koppelen door middel vandraadloze Bluetooth-technologie en deMyRide App. Via deze verbinding ontvangt u meldingenvan apps en inkomende en gemiste tele-foongesprekken, en wordt het accuniveauvan uw smartphone weergegeven. WAARSCHUWINGDWAN0070 Zet de machine altijd stil alvorensuw smartphone te bedienen.  Neem uw handen nooit van hetstuur terwijl u rijdt.  Concentreer u altijd op het rijdendoor uw ogen en aandacht op deweg te houden. LET OPDCAN0150De Bluetooth-verbinding werkt mogelijkniet in de volgende situaties.  Op een locatie die is blootgesteldaan sterke radiogolven of andereelektromagnetische ruis.  In de buurt van faciliteiten die ster-ke radiogolven uitzenden (televisie-of radiotorens, energiecentrales,uitzendstations, luchthavens etc. ).

De CCU en uw smartphone koppelen1. Installeer de MyRide App op uwsmartphone en activeer deze. OPMERKINGDe MyRide App kan worden gedownloaduit een appwinkel. 2. Verwijder het duozadel (Zie pagina4-21. ). 3. Trek de CCU naar buiten en scan deaanwezige QR-code met de MyRideApp. 1.

Speciale kenmerken3-334. Als het koppelen is voltooid, lichtenhet pictogram appverbinding en deaccuniveaumeter voor de smartphoneop.OPMERKING Na koppeling is de smartphone gere-gistreerd in de CCU. De volgende keerdat de machine wordt ingeschakelden de MyRide App actief is, wordt deverbinding automatisch tot stand ge-bracht. Er kan slechts één smartphone tege-lijk met de CCU worden verbonden. Als er meerdere telefoons in de CCUzijn geregistreerd, wordt verbindinggemaakt met de eerste telefoon diebinnen het bereik komt.UBNUD1D0.book Page 3 Thursday, October 5, 2023 5:42 PM

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-14DAU10462Contactslot/stuurslotVia het contactslot/stuurslot worden hetontstekingssysteem en de verlichtingssy-stemen bediend en wordt het stuur ver-grendeld. De diverse standen wordenhierna beschreven.DAU85050ONAlle elektrische circuits worden voorzienvan stroom en de voertuigverlichting wordtingeschakeld. De motor kan worden ge-start. De sleutel kan niet worden uitgeno-men.OPMERKING Laat om ontladen van de accu te voor-komen het contactslot niet ingescha-keld zonder dat de motor draait. De koplamp gaat automatisch bran-den als de motor wordt gestart. De koplamp blijft branden totdat desleutel naar “OFF” wordt gedraaid,zelfs als de motor afslaat.DAU10664OFFAlle elektrische systemen zijn uitgescha-keld. De sleutel kan worden uitgenomen.WAARSCHUWINGDWA10062Draai nooit de sleutel naar “OFF” of“LOCK” terwijl de machine rijdt.

Hier-door worden de elektrische systemenuitgeschakeld, wat mogelijk kan leidentot verlies van de controle of een onge-val.DAU10696LOCKHet stuur is vergrendeld en alle elektrischesystemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kanworden uitgenomen.Om het stuur te vergrendelen1. Draai het stuur helemaal naar links ofrechts.2. Druk de sleutel in de “OFF”-stand inen draai deze dan naar “LOCK”.3. Neem de sleutel uit.OPMERKINGAls het stuur niet wordt vergrendeld, pro-beer het dan iets terug naar rechts of linkste draaien.ZAUE09711. Drukken.2. Draaien.12UBNUD1D0.book Page 1 Thursday, October 5, 2023 5:42 PM

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-24Om het stuur te ontgrendelenDruk de sleutel in de stand “LOCK” in endraai deze dan naar “OFF”.DAU66059StuurschakelaarsLinksRechtsDAU76731Lichtsignaalschakelaar “ ”Druk deze schakelaar in om met de kop-lampen een lichtsignaal te geven.OPMERKINGAls de dimlichtschakelaar is ingesteldop “ ”, heeft de lichtsignaalschakelaargeen effect.DAUM4780Dimlichtschakelaar “ / ”Zet deze schakelaar op “ ” voor groot-licht en op “ ” voor dimlicht.OPMERKINGAls de schakelaar op dimlicht wordt inge-steld, gaan beide koplampen voor dimlichtbranden.Als de schakelaar op grootlicht wordt inge-steld, gaan beide koplampen op grootlichtbranden.DAU66040Richtingaanwijzerschakelaar “ / ”Druk deze schakelaar naar “ ” om afslaannaar rechts aan te geven. Druk deze scha-kelaar naar “ ” om afslaan naar links aante geven.

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-34tingaanwijzers uit te schakelen wordt deschakelaar ingedrukt nadat hij is terugge-keerd in de middenstand.DAU66030Claxonschakelaar “ ”Druk deze schakelaar in om een claxonsig-naal te geven.DAU66061Stop/Run/Start-schakelaar “ / / ”Om de motor te starten met de startmotor,zet u deze schakelaar op “ ” en drukt u deschakelaar vervolgens omlaag naar “ ”.Zie pagina 6-2 voor startinstructies voordatu de motor start.Zet deze schakelaar op “ ” om de motordirect uit te schakelen in een noodgeval,zoals wanneer de machine omslaat of alsde gaskabel blijft hangen.DAU98024Wielschakelaar “ ”Deze schakelaar bedient de informatie-weergave en het menusysteem.Bedien deze schakelaar als volgt:Draaien - draai het wiel omhoog/omlaag.Kort indrukken - druk het wiel kort naarbinnen.Lang indrukken - druk het wiel gedurendeeen seconde naar binnen.OPMERKING Zie pagina 4-4 voor meer informatieover het hoofdscherm en de bijbeho-rende functies. Zie pagina 4-11 voor meer informatieover het menusysteem en het wijzigenvan instellingen.DAUM4850WaarschuwingslampjeDAU91850ABS-waarschuwingslampje “ ”Dit waarschuwingslampje gaat branden alsde machine wordt ingeschakeld, en gaat uitals u begint te rijden.

Als het waarschu-wingslampje tijdens het rijden gaat bran-den, werkt het ABS-systeem mogelijk nietgoed.WAARSCHUWINGDWA16043Als het ABS-waarschuwingslampje nietuitgaat als u een snelheid van 10 km/h(6 mi/h) hebt bereikt of als het waar-schuwingslampje tijdens het rijden gaatbranden:  Rijd extra voorzichtig om te voorko-men dat de wielen blokkeren bij eennoodstop. 1. ABS-waarschuwingslampje “ ”1UBNUD1D0.book Page 3 Thursday, October 5, 2023 5:42 PM

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-44 Laat de machine zo snel mogelijkcontroleren door een Yamaha dea-ler.DAUM5150Hoofdscherm van weergaveHet hoofdscherm van de weergave heefttwee verschillende visuele thema’s:“Street” en “Track”. Sommige functies zijnniet in beide thema’s beschikbaar. U kunthet thema selecteren in het menusysteem.(Zie pagina 4-13.)WAARSCHUWINGDWA18210Zet de machine stil alvorens instellingente wijzigen. Het aanbrengen van wijzi-gingen tijdens het rijden kan u afleidenen vergroot het risico op een ongeval.Thema “Street”1. Indicatorpictogrammen2. Shift indicator3. Klok4. Controlelampje voor variabele klepbedie-ning (VVA)5. Snelheidsmeter6. Aanduiding ingeschakelde versnelling7. Brandstofniveaumeter8. Indicator snelschakelen “QS” (indien aanwe-zig)9.

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-54Thema “Track”OPMERKING Dit model is voorzien van een TFT-LCD (thin film transistor liquid crystaldisplay) voor een goede contrastwer-king en leesbaarheid onder uiteenlo-pende omstandigheden. Door de aardvan deze technologie is het normaaldat een klein aantal pixels inactief is. U kunt de weergave-eenheden wisse-len tussen kilometers/mijlen en Celsi-us/Fahrenheit. (Zie pagina 4-12.)Pop-upmenuDe eerste laag van het menusysteem is eenpop-upmenu dat aan de rechterkant vanhet hoofdscherm verschijnt.

Als het pop-upmenu wordt weergegeven, worden di-verse andere weergave-items verplaatst ofverborgen zoals aangegeven:Thema “Street”Thema “Track”SnelheidsmeterDe snelheidsmeter geeft de rijsnelheid vanhet voertuig aan.ToerentellerDe toerenteller geeft het motortoerentalaan op basis van meting van de draaisnel-heid van de krukas in omwentelingen perminuut (tpm).LET OPDCA10032Laat de motor niet draaien terwijl de toe-renteller in de rode zone wijst.Rode zone: 11000 tpm en hoger1. Indicatorpictogrammen2. Shift indicator3. Klok4. Controlelampje voor variabele klepbedie-ning (VVA)5. Rondetimer6. Aanduiding ingeschakelde versnelling7. Brandstofniveaumeter8. Snelheidsmeter9. Indicator snelschakelen “QS” (indien aanwe-zig)10.Pictogram tractieregeling11.Informatieweergave12.Toerenteller1 2 3 45687129,101111. Snelmenu2. Aanduiding ingeschakelde versnelling211. Snelmenu2.

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-64OPMERKINGIn het thema “Track” start de toerenteller bij6000 tpm. BrandstofniveaumeterDe brandstofniveaumeter geeft aan hoe-veel brandstof in de brandstoftank aanwe-zig is. De displaysegmenten van de meterverdwijnen van “F” (vol) naar “E” (leeg)naarmate het brandstofniveau verder daalt. Als het laatste segment begint te knippe-ren, dient u zo snel mogelijk te tanken. LET OPDCAE0121Voorkom volledig leegrijden van de tank. Dit kan schade aan de uitlaatkatalysatorveroorzaken. OPMERKINGAls alle displaysegmenten van de brand-stofniveaumeter knipperen, vraag dan uwYamaha dealer om de machine na te kijken. Shift indicatorDeze indicator ondersteunt de rijder dooreen opschakelindicatie weer te geven bijeen vooraf ingesteld motortoerental. U kunteen toerenbereik selecteren in het menusy-steem. (Zie pagina 4-14.

)De segmenten van de indicator lichten ach-tereenvolgens op wanneer de motor detoerenwaarde bereikt (het eerste segmentbij de ingestelde minimumwaarde, de an-dere segmenten in stappen van het totalebereik gedeeld door 4). Er zijn 3 instellingen:“Off”: De schakelindicator is uit (stan-daardinstelling). “Type 1”: Het laatste segment licht op bijde “High side” van de toerenwaarde. “Type 2”: Het laatste segment licht op enalle segmenten knipperen bij de “High side”van de toerenwaarde. Klok “ ”De klok maakt gebruik van een 12-uursy-steem. OPMERKINGU kunt de tijd aanpassen in het menusy-steem. (Zie pagina 4-13. )Aanduiding ingeschakelde versnellingGeeft weer welke versnelling is ingescha-keld. Dit model heeft 6 versnellingen en eenvrijstand. De vrijstand wordt aangegevendoor “ ”. OPMERKINGAls zich een storing voordoet, wordt “-”weergegeven.

Pictogram snelschakelen “QS” (indienaanwezig)Dit pictogram wordt weergegeven als hetsnelschakelsysteem actief is en er kan wor-den geschakeld. Als het pictogram nietzichtbaar is, werkt het snelschakelsysteemniet.

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-74LET OPDCA10022Laat de motor niet draaien terwijl dezeoververhit is. Storingsindicator (MIL) “ ”Dit pictogram licht op of knippert als er eenstoring wordt gedetecteerd in de motor ofeen ander regelsysteem van de machine. Als dit zich voordoet, vraag dan eenYamaha dealer de machine te inspecteren. OPMERKINGAls de machine wordt ingeschakeld, moetdit pictogram kort oplichten en vervolgensweer verdwijnen. Als het pictogram niet op-licht of aan blijft, vraag dan uw Yamahadealer om de machine te inspecteren. LET OPDCA26820Verlaag als het MIL begint te knipperenhet motortoerental om schade aan hetuitlaatsysteem te voorkomen. OPMERKINGDe motor wordt bewaakt door het boorddi-agnosesysteem, dat ook achteruitgang enstoringen in het uitstootcontrolesysteemdetecteert.

Daardoor kan de storingsindi-cator (MIL) oplichten of knipperen als ge-volg van aanpassingen, gebrek aanonderhoud of overmatig/onjuist gebruikvan de machine. Neem om dit te voorko-men het volgende in acht: Probeer niet om de software of demotorregeleenheid aan te passen.  Monteer geen elektrische accessoiresdie de motorregeling beïnvloeden.  Gebruik geen aftermarket-accessoi-res of -onderdelen zoals veringen,bougies, verstuivers, uitlaatsystemenetc.  Wijk niet af van de aandrijflijnspecifi-caties (ketting, tandwielen, wielen,banden etc. ).  Breng geen wijzigingen aan in de O2-sensor, het luchtinlaatsysteem of on-derdelen van het uitlaatsysteem (kata-lysatoren of EXUP etc. ), en verwijderdeze niet.  Onderhoud de aandrijfketting goed.  Zorg dat de banden op de juiste span-ning blijven.  Zorg dat de rempedaalhoogte correctafgesteld blijft om slepen van de ach-terrem te voorkomen.

Pictogram tractieregelingDit pictogram wordt weergegeven als detractieregeling is ingeschakeld. De tractie-regeling kan worden in- of uitgeschakeldvia het menusysteem. (Zie pagina 4-13. )Indicatorpictogram grootlicht “ ”Dit pictogram wordt weergegeven als dekoplamp is ingeschakeld voor grootlicht. Indicatorpictogrammenrichtingaanwijzers “ ”/“ ”Elk pictogram gaat knipperen wanneer debijbehorende richtingaanwijzer knippert. Indicatorpictogram batterijniveausmartphone “ ” (als een CCU aanwezigis)Dit pictogram geeft het huidige batterijni-veau van de verbonden smartphone weer.  Pictogram uitgeschakeld: Geensmartphone verbonden.  “ ”: De middenbalk beweegt om-hoog en omlaag om het batterijniveauaan te geven. UBNUD1D0. book Page 7 Thursday, October 5, 2023 5:42 PM.

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-84Als het batterijniveau lager is dan 11%,wordt het pictogram rood en knippert hetcontinu. Indicatorpictogramsmartphoneverbinding “” (als eenCCU aanwezig is)Dit pictogram licht op wanneer een smart-phone correct is verbonden met de CCU. Indicatorpictogrammen inkomende op-roep/inkomend bericht (als een CCUaanwezig is)Het indicatorpictogram inkomende oproepwordt weergegeven als de verbondensmartphone een oproep ontvangt. De indi-cator blijft 30 seconden branden. Het indicatorpictogram inkomend berichtwordt weergegeven als de verbondensmartphone een SMS-, e-mail- of anderemelding ontvangt. De indicator blijft 10 se-conden branden. OPMERKING Er kan slechts één indicatorpictogramtegelijk op het scherm actief zijn. Hetindicatorpictogram inkomende op-roep krijgt voorrang.

 Voor elke toepassing moeten meldin-gen vooraf op de verbonden smartp-hone worden ingesteld. Indicatorpictogram gemisteoproep “ ” (als een CCU aanwezig is)Het indicatorpictogram gemiste oproepwordt weergegeven als de verbondensmartphone een oproep mist. De indicatorblijft branden totdat de machinevoedingwordt uitgeschakeld of totdat “Cancel No-tification” wordt geselecteerd in het onder-deel “Telephone” van het menusysteem. (Zie pagina 4-15. )Indicatorpictogram ongelezenbericht “ ” (als een CCU aanwezig is)Het indicatorpictogram ongelezen berichtwordt weergegeven als de verbondensmartphone een bericht ontvangt. De indi-cator blijft branden totdat de machinevoe-ding wordt uitgeschakeld of totdat “CancelNotification” wordt geselecteerd in het on-derdeel “Message” van het menusysteem. (Zie pagina 4-15.

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-94 “TRIP F”: ritteller brandstofreserve “INST FUEL”: huidig brandstofver-bruik “AVG FUEL”: gemiddeld brandstof-verbruikDraai de wielschakelaar “ ” om door deitems te bladeren. Het voertuiginformatiedisplay wordt alsvolgt bediend:Draai de wielschakelaar “ ” om door devoor weergave beschikbare items te blade-ren. Druk kort op de wielschakelaar “ ” omhet huidige zichtbare item blauw te marke-ren. Als het betreffende item niet kan wor-den teruggesteld, heeft kort indrukken vande wielschakelaar “ ” geen effect. Druk lang op de wielschakelaar “ ” omhet blauw gemarkeerde item terug te stel-len. Druk kort op de wielschakelaar “ ” omeen blauw gemarkeerd item te deselecte-ren. OPMERKING De items “TRIP 1”, “TRIP 2”, “TRIP F”en “AVG FUEL” kunnen afzonderlijkworden teruggesteld.

 Als er geen input is via dewielschakelaar “ ”, verdwijnt deblauwe markering na enkele secon-den.  In het thema “Track” is alleen de kilo-meterteller “ODO” zichtbaar. Kilometerteller “ODO”:De kilometerteller toont de totale afstanddie door de machine is afgelegd. OPMERKINGDe kilometerteller wordt vergrendeld bij999999 km (621370 mijl) en kan niet wor-den teruggesteld. Koelvloeistoftemperatuur “COOLANT”:De koelvloeistoftemperatuur wordt ge-toond van 40 °C (104 °F) tot 116 °C (242 °F)in stappen van 1 °C (1 °F). OPMERKING Als de koelvloeistoftemperatuur lageris dan 40 °C (104 °F) geeft de weerga-ve koelvloeistoftemperatuur “LowTemp” weer.  Als de koelvloeistoftemperatuur hogeris dan 116 °C (242 °F) geeft de weer-gave koelvoeistoftemperatuur “HighTemp” weer.

Brandstofreserve-ritteller “TRIP F”:Wanneer het reservepeil in de brandstof-tank wordt bereikt, wordt automatisch“TRIP F” weergegeven en wordt de afge-legde afstand vanaf dat punt geregistreerd. Na het tanken en een bepaalde afstand tehebben gereden, zal “TRIP F” weer verdwij-nen. Huidig brandstofverbruik “INST FUEL”:De weergave van het huidige brandstofver-bruik kan in het menusysteem worden in-gesteld op “km/L”, “L/100km” of “MPG”. (Zie pagina 4-12. )OPMERKINGBij snelheden onder 10 km/h wordt “--. -”weergegeven. UBNUD1D0. book Page 9 Thursday, October 5, 2023 5:42 PM.

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-104Gemiddeld brandstofverbruik “AVG FUEL”:De weergave van het gemiddelde brand-stofverbruik kan in het menusysteem wor-den ingesteld op “km/L”, “L/100km” of“MPG”. (Zie pagina 4-12. )OPMERKINGNadat u de weergave van het gemiddeldebrandstofverbruik hebt teruggesteld, wordt“--. -” weergegeven totdat 1 km met de ma-chine is afgelegd. RondetimerDeze stopwatchfunctie meet en registreertmaximaal 25 ronden. De rondetimer toontde huidige rondetijd, de nieuwste rondetijd(“LATEST”), de snelste rondetijd (“FAS-TEST”) en het huidige rondenummer(“LAP”). De rondetimer gebruiken:1. Kies het thema “Track”. De rondeti-mer heeft de status STOP. 2. Druk kort op de wielschakelaar “ ”om de status van de rondetimer teveranderen in STOP SELECT. Dedubbele punt en decimaal in de ron-detijdweergave gaan knipperen.

 Als in de status MEASUREMENT hetthema “Street” wordt gekozen of hetcontactslot wordt uitgeschakeld, ver-andert de status van de rondetimer inSTOP.  Draai in het thema “Track” dewielschakelaar “ ” om te wisselentussen de weergaven van de nieuwsterondetijd (“LATEST”) en snelste ron-detijd (“FASTEST”).  Het rondetijdrecord kan worden weer-gegeven en teruggesteld via het me-nusysteem. (Zie pagina 4-14. )UBNUD1D0. book Page 10 Thursday, October 5, 2023 5:42 PM.

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-114DAUM5160MenusysteemDe eerste laag van het menusysteem is eenpop-upmenu dat aan de rechterkant vanhet hoofdscherm verschijnt. (Zie pagina4-5. ) Alle andere menuschermen vervan-gen het hoofdscherm met een weergave opvolledig scherm. Als het menusysteem opvolledig scherm wordt weergegeven, wor-den de items van het hoofdscherm ver-plaatst/verborgen zoals aangegeven:OPMERKING Het menusysteem kan niet wordengeopend terwijl de machine rijdt ofwanneer bepaalde waarschu-wingslampjes/indicatorpictogram-men oplichten. Als dit gebeurtwanneer het menusysteem al open is,keert de weergave terug naar hethoofdscherm.  Als de wielschakelaar “ ” gedu-rende 10 seconden niet wordt be-diend, wordt het menusysteemgesloten en keert de weergave terugnaar het hoofdscherm.

Algemene bediening van het menusy-steem:U bedient het menusysteem voor deze ma-chine met de wielschakelaar “ ” rechtsop het stuur: Terwijl het hoofdscherm wordt weer-gegeven, drukt u lang op dewielschakelaar “ ” om de boven-ste laag van het menusysteem te ope-nen.  Draai de wielschakelaar “ ” omdoor verschillende items te bladeren,items te selecteren of verschillendeitemwaarden aan te passen.  Druk kort op de wielschakelaar “ ”om een gemarkeerde module te ope-nen of een blauw gemarkeerd item teselecteren/deselecteren. Als een itemis geselecteerd, wordt het grijs weer-gegeven.  Als een menu-item is geselecteerd,wordt bij lang indrukken van dewielschakelaar “ ” de instellingbevestigd en keert het menu terugnaar het vorige scherm.

 Als er geen menu-item is geselec-teerd, wordt bij lang indrukken van dewielschakelaar “ ” het menusy-steem gesloten en keert de weergaveterug naar het hoofdscherm. Het menusysteem is verdeeld in de volgen-de hoofdmodules:“Setting”Hiermee past u de display-instellingen aan. (Zie pagi-na 4-12. )“Mode”Hiermee wijzigt u het weergavethema. (Zie pagi-na 4-13.

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-124“ Setting” Het menu Setting is verder verdeeld in devolgende modules:“Maintenance”Met deze module kunt u de afgelegde af-stand registreren tussen motorolieverver-singen “Oil” en voor twee andereonderhoudsintervallen naar keuze “Interval1”/“Interval 2”. Druk kort op dewielschakelaar “ ” om de submodulevan het item te openen, waar de huidige ki-lometerstand voor het item kan worden be-keken en het item kan wordenteruggesteld. Nadat onderhoud aan een van deze itemsis voltooid, drukt u kort op dewielschakelaar “ ” om het item te selec-teren en vervolgens lang op dewielschakelaar “ ” om het terug te stel-len.“Unit”Met deze module kunt u de eenheden wij-zigen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Yamaha YZF-R125 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden