Yamaha Ténéré 700 (2025) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Yamaha Ténéré 700 (2025) (118 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Yamaha Ténéré 700 (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Yamaha |
| Categorie: | Motor |
| Model: | Ténéré 700 (2025) |
Handleiding Yamaha Ténéré 700 (2025) – volledige tekst
PANTONE285CXTZ690 (Ténéré 700 Low)XTZ690-U (Ténéré 700 Low 35KW)1234567891011HANDLEIDINGMOTORFIETS Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken.GebruikersinformatieIndexSpecificatiesVerzorging en stalling van de motorfietsConnectiviteitssysteem voor smartphoneBeschrijvingVeiligheidsinformatiePeriodiek onderhoud en afstellingGebruik en belangrijke rij-informatieVoor uw veiligheid – controles voor het rijdenFuncties van instrumenten en bedieningselementenD08-F819D-DC[Dutch (D)]
DAU81569Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken. Deze handleiding dient bij demachine te blijven als deze wordt verkocht.DAU81576Voor EuropaConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd. dat de radioapparatuur van het type STARTBLOKKERING,BEH-00, in overeenstemming is met Richtlijn 2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 134.2 kHzMaximaal radiofrequentievermogen: 49.0 [dBμV/m]Fabrikant:YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd.1450-6 Mori, Mori-machi, Shuchi-Gun, Shizuoka, 437-0292 JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V.Koolhovenlaan 101, 1119 NC Schiphol-Rijk, 1117 ZN, Schiphol, Nederland
DAU94373Voor het VKConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd. dat de radioapparatuur van het type STARTBLOKKERING,BEH-00, in overeenstemming is met de voorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 134.2 kHzMaximaal radiofrequentievermogen: 49.0 [dBμV/m]Fabrikant:YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd.1450-6 Mori, Mori-machi, Shuchi-Gun, Shizuoka, 437-0292 JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA. Verenigd Koninkrijk.
DAUM5330Voor EuropaConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR CO., LTD dat de radioapparatuur van het type Communicatieregeleenheid, YE97-A00in overeenstemming is met Richtlijn 2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 2402~2480 MHzMaximaal radiofrequentievermogen:Bluetooth 4.2 0.84 dBmBluetooth 5.0 0.83 dBmFabrikant:PT Chao Long Motor Parts IndonesiaJL.MERANTI 1 BLOK, L2 NO. 5-6 DELTA SILICON INDUSTRIALPARK LIPPO CIKARANG BEKASI 17550, INDONESIËImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V.Koolhovenlaan 101, 1119 NC Schiphol-Rijk, 1117 ZN, Schiphol, Nederland
DAUM5340Voor het VKConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR CO., LTD dat de radioapparatuur van het type Communicatieregeleenheid, YE97-A00,in overeenstemming is met de voorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 2402~2480 MHzMaximaal radiofrequentievermogen:Bluetooth 4.2 0.84 dBmBluetooth 5.0 0.83 dBmFabrikant:PT Chao Long Motor Parts IndonesiaJL.MERANTI 1 BLOK, L2 NO. 5-6 DELTA SILICON INDUSTRIALPARK LIPPO CIKARANG BEKASI 17550, INDONESIËImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA. Verenigd Koninkrijk.
DAU10103Welkom in de wereld van Yamaha!Als eigenaar van de XTZ690/XTZ690-U profiteert u van de enorme ervaring en technische kennis van Yamaha op het gebied van hetontwerpen en fabriceren van hoogwaardige producten, waarmee Yamaha zijn reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.Neem rustig de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u plezier zult hebben van alle functies van uw XTZ690/XTZ690-U. De Handleiding geeft instructies voor de bediening, inspectie en het onderhoud van de machine en beschrijft hoe u uzelf en anderenkunt beschermen tegen persoonlijk letsel of schade.Verder helpen allerlei tips in deze handleiding om uw machine in optimale conditie te houden. Als er ten slotte toch nog vragen zijn,aarzel dan niet en neem contact op met de Yamaha dealer.Het Yamaha team wenst u veilig en plezierig rijden toe.
En vergeet niet, veiligheid voor alles!Yamaha werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwaliteit. Om deze reden kan soms sprake zijn vankleine tegenstrijdigheden tussen uw machine en de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recen-te productinformatie ten tijde van publicatie. Als u vragen hebt over deze handleiding, neem dan contact op met uw Yamaha dealer.DWA10032WAARSCHUWINGLees deze handleiding aandachtig helemaal door voordat u deze machine gaat gebruiken.Inleiding
DAU10134Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aanduidingen:Dit is het Safety Alert-symbool. Het wordt gebruikt om u te waarschuwen voor risico’s op per-soonlijk letsel. Volg alle veiligheidsaanwijzingen bij dit symbool op om mogelijk letsel of overlij-den te voorkomen.WAARSCHUWINGEen WAARSCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan resulte-ren in ernstig letsel of overlijden.LET OPDe aanduiding LET OP staat bij speciale voorzorgen die moeten worden genomen om schadeaan de machine of andere eigendommen te voorkomen.OPMERKINGDe aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke informatie die procedures kan vergemakkelijken ofverhelderen.*Product en specificaties kunnen zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.Belangrijke informatie in de handleiding
DAU1031CWees een verantwoordelijke eigenaarAls eigenaar van de machine bent u verant-woordelijk voor de veilige en juiste bedie-ning ervan. Motorfietsen zijn tweewielige voertuigen. Voor een veilig gebruik zijn de toepassingvan de juiste rijtechnieken en de ervaringvan de bestuurder van belang. Elke be-stuurder moet bekend zijn met de volgen-de vereisten alvorens met deze motorfietste gaan rijden. Hij of zij moet:lDoor een competente informatiebrongrondig zijn ingelicht over alle aspec-ten van het motorrijden. lZich houden aan de waarschuwingenen onderhoudseisen zoals vermeld indeze Gebruikershandleiding. lGrondig getraind zijn in veilige en cor-recte rijtechnieken. lGebruikmaken van professioneletechnische service, zoals aangegevenin deze Gebruikershandleiding en/ofwanneer de mechanische conditiesdit vereisen. lGa nooit rijden met een motorfietszonder passende rijopleiding of in-structies.
Neem rijlessen. Beginnersmoeten les krijgen van een gediplo-meerd instructeur. Neem contact opmet een bevoegde motorfietsdealervoor informatie over rijlessen bij u inde buurt. Veilig rijdenVoer vóór elke rit de controles voor het rij-den uit om u ervan te verzekeren dat demachine in veilige staat verkeert. Onvol-doende inspectie of onderhoud van de ma-chine vergroot het risico op ongeval ofschade. Zie pagina 5-1 voor een lijstmet controles voor het rijden. l Deze motorfiets is gebouwd voor hetvervoer van de bestuurder plus eenpassagier. l Het niet opmerken en herkennen vanmotorfietsen door andere weggebrui-kers vormt de belangrijkste oorzaakvan auto-/motorongevallen. Vaakworden ongevallen veroorzaakt door-dat een autobestuurder de motor nietheeft gezien. Zorg dat u opvalt, datblijkt het meest effectief om het risicoop een dergelijk type ongeval te ver-minderen. Dus:• Draag een jack in felle kleuren.
• Ga daar rijden waar andere wegge-bruikers u kunnen zien. Ga niet rij-den in de dode zichthoek van eenandere weggebruiker. • Pleeg nooit onderhoud aan eenmotorfiets zonder voldoende ken-nis. Neem contact op met een be-voegde motorfietsdealer voorinformatie over het basisonder-houd van een motorfiets. Bepaaldeonderhoudswerkzaamheden kun-nen alleen worden uitgevoerd doorgediplomeerd personeel. lBij veel ongevallen zijn onervaren be-stuurders betrokken. Veelal zijn be-stuurders die bij een ongevalbetrokken waren zelfs niet in het bezitvan een geldig motorrijbewijs. • Zorg dat u bekwaam bent om te rij-den en leen uw motorfiets alleen uitaan ervaren motorrijders. • Weet wat u wel en niet aankunt. Door rekening te houden met uwbeperkingen helpt u ongelukkenvoorkomen. • We raden aan om het motorrijdente oefenen op plekken waar geenverkeer is, totdat u grondig bekendVeiligheidsinformatie1-11.
bent met de motor en zijn bedie-ning. lOngelukken worden vaak veroorzaaktdoor een fout van de motorbestuur-der. Veel bestuurders houden bij hetingaan van een bocht een te hoge rij-snelheid aan of gaan onvoldoendeschuinliggen voor de rijsnelheid,waardoor ze wijd uit de bocht komen. • Neem altijd de maximumsnelheidin acht en rijd nooit sneller dan dewegcondities en het verkeer toe-staan. • Geef altijd richting aan voordat uafslaat of van rijstrook wisselt. Zorgdat andere weggebruikers u kun-nen zien. lDe zithouding van de bestuurder ende passagier is belangrijk voor eengoede besturing. • De bestuurder moet tijdens het rij-den beide handen aan het stuurhouden en beide voeten op de be-stuurdersvoetsteunen, om zo demacht over het stuur te behouden.
• De passagier hoort steeds de be-stuurder, de zadelband of dehandgreep, indien aanwezig, metbeide handen vast te houden enbeide voeten op de passagiers-voetsteunen te houden. Neemnooit een passagier mee die niet instaat is om beide voeten stevig opde passagiersvoetsteunen te zet-ten. l Rijd nooit onder invloed van alcohol ofandere drugs. Beschermende uitrustingMotorongelukken met dodelijke afloop be-treffen meestal hoofdletsel. Het dragen vaneen helm is de belangrijkste factor bij hetvoorkomen of reduceren van hoofdletsel. l Draag altijd een goedgekeurde helm. l Draag ook een vizier of een veilig-heidsbril. Zonder oogbeschermingkan uw zicht door de rijwind verslech-teren, waardoor u gevaren mogelijk telaat opmerkt. l Door een jack, stevige schoenen, eenlange broek, handschoenen e. d. tedragen verkleint u de kans op schaaf-wonden of ontvellingen.
l Draag nooit loszittende kleding, dezekan blijven haken aan bedienings-handgrepen of door de wielen wordengegrepen en zo een ongeval of letselveroorzaken. l Draag altijd beschermende kledingdie uw benen, enkels en voeten be-dekt. De motor en het uitlaatsysteemkunnen tijdens en na het rijden zeerheet zijn en brandwonden veroorza-ken.
l De hierboven vermelde voorzorgs-maatregelen gelden ook voor passa-giers. Voorkom koolmonoxidevergiftigingDe uitlaatgassen van verbrandingsmotorenbevatten koolmonoxide, een dodelijk gas. Inademing van koolmonoxide kan hoofd-pijn, duizeligheid, sufheid, misselijkheid,verwarring en uiteindelijk de dood veroor-zaken. Koolmonoxide is een kleurloos, reukloos,smaakloos gas dat ook aanwezig kan zijnals u geen uitlaatgassen ziet of ruikt. Hetkoolmonoxideniveau kan zeer snel oplo-pen, waardoor u het bewustzijn kunt verlie-zen en uzelf niet meer kunt redden. Inafgesloten of slecht geventileerde ruimteskunnen dodelijke hoeveelheden koolmono-xide dagenlang blijven hangen. Als usymptomen van koolmonoxidevergiftigingervaart, verlaat de ruimte dan onmiddellijk,ga naar de open lucht en ROEP MEDI-SCHE HULP IN. lLaat de motor niet binnen draaien.
lLaat de motor niet draaien in slechtgeventileerde of deels afgeslotenruimtes zoals schuren of garages. lLaat de motor niet buiten draaien opplaatsen waar de uitlaatgassen in eengebouw kunnen worden getrokkenvia openingen zoals ramen en deuren. BeladenHet monteren van accessoires of het ver-voer van bagage kan een negatief effecthebben op de rijstabiliteit en het wegge-drag als hierdoor de gewichtsverdeling vande motor verandert. Wees uiterst voorzich-tig bij het monteren van accessoires of hetbeladen van uw motor, om zo mogelijkeongevallen te vermijden. Pas extra op wan-neer u op een motor rijdt die beladen is ofwaaraan accessoires zijn gemonteerd. Hieronder volgen naast de informatie overaccessoires enkele richtlijnen voor het be-laden van uw motorfiets:Het totale gewicht van de bestuurder, pas-sagier, accessoires en bagage mag demaximale gewichtslimiet niet overschrij-den.
Rijden met een te zwaar belastemachine kan leiden tot een ongeval. Maximale belasting:186 kg (410 lb)Let op het volgende wanneer u tot dezegewichtslimiet belaadt:l Het zwaartepunt van bagage en ac-cessoires moet zo laag mogelijk lig-gen en zo dicht mogelijk bij de motor. Bevestig zware goederen zo dichtmogelijk bij het midden van de machi-ne en verdeel het gewicht zo gelijkma-tig mogelijk over beide zijden omonbalans of instabiliteit te minimalise-ren. l Als gewicht gaat schuiven kan zicheen plotselinge onbalans voordoen. Controleer voordat u gaat rijden of ac-cessoires en bagage stevig aan demotor zijn bevestigd. Controleer debevestigingspunten voor accessoiresen bagage regelmatig. • Pas de vering aan de te vervoerenbagage aan (alleen voor modellenmet instelbare vering) en controleerde toestand en spanning van uwbanden.
• Bevestig nooit omvangrijke of zwa-re goederen aan het stuur, de voor-vork of het voorwielspatbord. Dergelijke voorwerpen, inclusiefbagage als slaapzakken, plunje-zakken of tenten, kunnen een in-stabiel weggedrag of een te tragereactie op het stuur veroorzaken.
l Deze machine is niet ontworpenvoor het trekken van een aanhan-ger of bevestiging van een zijspan. Originele Yamaha accessoiresDe keuze van accessoires voor uw machi-ne vormt een belangrijke beslissing. Origi-nele Yamaha accessoires, die alleenverkrijgbaar zijn bij de Yamaha dealer, zijndoor Yamaha ontwikkeld, getest en goed-gekeurd voor gebruik op uw machine. Veel bedrijven die niet zijn gelieerd aanYamaha produceren onderdelen en acces-soires of bieden aanpassingssets voorYamaha voertuigen. Yamaha kan niet alleproducten testen die deze bedrijven pro-duceren. Om die reden kan Yamaha ac-cessoires die niet door Yamaha zijnverkocht of wijzigingen die niet door zijnYamaha zijn aangeraden niet goedkeurenof aanbevelen, zelfs niet als deze zijn ver-kocht en geïnstalleerd door een Yamahadealer.
aanpassingssets niet geschikt zijn vanwe-ge mogelijke veiligheidsrisico’s voor uzelfof anderen. Het monteren van in de handelverkrijgbare producten of het verrichtenvan aanpassingen die de ontwerp- of be-dieningskenmerken van uw machine wijzi-gen kan het risico op ernstig letsel ofoverlijden van uzelf of anderen vergroten. U bent verantwoordelijk voor letsel datvoortvloeit uit wijzigingen aan de machine. Volg bij de montage van accessoires deonderstaande richtlijnen en die vermeldonder het kopje “Beladen”. lMonteer nooit accessoires en vervoernooit bagage als deze een nadeligeinvloed hebben op de prestaties vanuw motor. Inspecteer het accessoirezorgvuldig alvorens het te gebruikenom te waarborgen dat het de grond-speling of de hellinghoek op geen en-kele manier vermindert, de veerweg,de stuuruitslag of de bediening nietbeperkt en geen lampen of reflectorsafdekt.
• Accessoires die aan of nabij hetstuur of de voorvork zijn gemon-teerd zullen mogelijk instabiliteitveroorzaken door een foutieve ge-wichtsverdeling of door aerodyna-mische effecten. Accessoires aanhet stuur of nabij de voorvork moe-ten zo licht mogelijk zijn en tot eenminimum worden beperkt. • Omvangrijke accessoires kunnendoor hun aerodynamisch effectvan invloed zijn op de rijstabiliteitvan de motor. De motor kan doorrijwind worden opgetild of bij zij-wind instabiel worden. Zulke ac-cessoires kunnen ook instabiliteitveroorzaken terwijl u grote voertui-gen inhaalt of door deze wordt in-gehaald. • Sommige accessoires dwingen debestuurder om een andere dan denormale zitpositie in te nemen. Zo’n verkeerde zitpositie beperktde bewegingsvrijheid van de be-stuurder en kan een comfortabelebediening hinderen, zodat we der-gelijke accessoires sterk afraden.
Als elek-trische accessoires de capaciteit vanhet elektrisch systeem van de motor-fiets te boven gaan, kan zich een ge-vaarlijke elektrische storing voordoenwaardoor de verlichting of de motoruitvalt. In de handel verkrijgbare banden envelgenDe banden en velgen die bij uw motorfietswerden geleverd, zijn ontworpen om demogelijkheden van de motorfiets te onder-steunen en bieden de beste combinatievan rijprestaties, remvermogen en comfort. Andere banden, velgen, maten of combi-naties zijn mogelijk niet geschikt. Zie pagi-na 7-15 voor bandenspecificaties enmeer informatie over het vervangen van uwbanden. De motorfiets vervoerenVolg de onderstaande instructies als u demotorfiets in een ander voertuig wilt ver-voeren. l Verwijder alle loszittende voorwerpenvan de motorfiets. l Controleer of de brandstofkraan (in-dien aanwezig) in de “OFF”-standstaat en er geen brandstoflekkage is.
l Zorg dat het voorwiel recht naar vorenwijst op de aanhanger of de laadvloeren zet het wiel vast in een goot ombeweging te voorkomen. l Schakel een versnelling in (bij model-len met een handgeschakelde ver-snellingsbak). lZet de motorfiets vast met spanban-den of andere geschikte banden aanVeiligheidsinformatie1-41.
stevige delen van de motorfiets, zoalshet frame of de bovenste voorvor-kklem (en niet aan, bijvoorbeeld, hetstuur, de richtingaanwijzers of onder-delen die kunnen afbreken). Kies deplaats voor de spanbanden zorgvul-dig om te voorkomen dat deze tijdenshet transport schuurplekken op de lakveroorzaken.lZorg indien mogelijk dat de vering ietsdoor de spanbanden wordt ingedrukt,zodat de motorfiets tijdens het trans-port niet overmatig kan stuiteren.Veiligheidsinformatie1-51
DAUA4804Slimme functies: InleidingDWA21412WAARSCHUWINGlAandachtsverlies tijdens het rijdenkan resulteren in ernstig letsel ofoverlijden. Concentreer u altijd ophet rijden door uw ogen en aan-dacht op de weg te houden. lZet de machine stil alvorens instel-lingen te wijzigen. lHet aanbrengen van wijzigingen tij-dens het rijden kan u afleiden envergroot het risico op een ongeval. lNeem uw handen nooit van hetstuur terwijl u rijdt. lHoud het geluidsvolume zodaniglaag dat u zich bewust blijft van deomgeving en de veiligheid gewaar-borgd is. Deze machine is uitgerust met een uitge-breid pakket slimme functies dat gebruik-maakt van uw smartphone door middelvan een verbinding tussen een communi-catieregeleenheid (CCU) op de machine ende app MyRide op uw telefoon.
lTurn-by-turn GPS-navigatie (pagina4-16)lTelefoon (pagina 4-20)lAudiospeler (pagina 4-17)l Smartphonemeldingen (pagina4-20)l Weersinformatie (pagina 4-17)l Automatisch bijwerken van klok (pagi-na 4-23)OPMERKINGl De CCU heeft enige tijd nodig om deBluetooth-verbinding te starten enstabiliseren nadat u de machinevoe-ding hebt ingeschakeld of de accuopnieuw is aangesloten. l Sommige connectiviteitsfunctiesmoeten worden geactiveerd in de ge-koppelde smartphone voordat zefunctioneel worden in het menusys-teem. l Het kan zijn dat sommige functies nietbeschikbaar zijn, afhankelijk van uwsmartphone en/of de versie van hetbesturingssysteem. l Sommige muziek-, SNS- en anderesmartphone-apps en headsets wer-ken mogelijk niet goed. l De volgende factoren kunnen eenslechte werking van de connectivi-teitsfuncties veroorzaken:• De netwerkverbinding van desmartphone is overbezet.
App MyRideMyRide is een gratis app die u nodig hebtom de verbinding tussen de CCU en uwsmartphone tot stand te brengen.OPMERKINGlHet gebruik van MyRide is afhankelijkvan uw instemming met de gebruiks-voorwaarden van MyRide.lDe app MyRide werkt mogelijk niet opalle smartphones of met alle versiesvan besturingssystemen.lVoor de navigatie- en andere functiesmoeten de GPS-toegangsrechten opuw smartphone zijn ingesteld als “Al-tijd toestaan”.lElke smartphone werkt anders; raad-pleeg de instructies van uw eigen ap-paraat voor connectiviteit, Bluetooth-detectie, apptoestemmingen enandere instellingen.l Sommige connectiviteits- en/of weer-gavefuncties kunnen bij latere upda-tes van de app MyRide veranderen,waardoor ze afwijken van de inhoudvan deze handleiding.DAUM5371Eerste instelling (app MyRide)De CCU en uw smartphone koppelen1.Scan de QR-code hieronder endownload de app MyRide, of zoek deapp via zijn naam in een appwinkel.2.
Open het zadel. (Zie pagina 4-30.)3. Zoek de CCU en scan de aanwezigeQR-code met de app MyRide.211. CCU (Communicatieregeleenheid)2. QR-code CCUOPMERKINGDe CCU kan ook worden gekoppeld doorhet VIN (voertuigidentificatienummer) in deapp MyRide in te voeren. (Zie pagina10-1.)4. Als het koppelen is voltooid, gaan deindicator batterijniveau smartphoneConnectiviteitssysteem voor smartphone3-23
“ ” en de appindicator “” van deapp MyRide branden.1 21. Accuniveau-indicator smartphone “ ”2. Indicator smartphoneverbinding “ ”OPMERKINGl Na koppeling is de smartphone gere-gistreerd in de CCU. De volgendekeer dat de machine wordt ingescha-keld en de app MyRide actief is,wordt de verbinding automatisch totstand gebracht.l Er kan slechts één smartphone tege-lijk met de CCU worden verbonden.l Als er meerdere telefoons in de CCUzijn geregistreerd, wordt verbindinggemaakt met de eerste telefoon diebinnen het bereik komt.Eerste instelling: Turn-by-turn naviga-tie DWA21401WAARSCHUWINGl Zet de machine altijd stil alvorenshet navigatiesysteem te bedienen.l Concentreer u altijd op het rijdendoor uw ogen en aandacht op deweg te houden.Deze machine is uitgerust met een turn-by-turn navigatiesysteem dat routebegelei-ding biedt met visuele en tekstueleaanwijzingen.
Volg om het turn-by-turn na-vigatiesysteem te gebruiken de aanwijzin-gen in de app MyRide om GPS-rechten inte stellen en in te stemmen met de ge-bruiksvoorwaarden van Google.OPMERKINGl Navigatiegegevens in de app MyRideworden verkregen via Google Maps.Het gebruik van Google Maps is af-hankelijk van uw instemming met degebruiksvoorwaarden voor GoogleMaps. Yamaha is niet aansprakelijkvoor welke schade dan ook als gevolgvan het gebruik van Google.l U moet de GPS-toegangsrechten vande app MyRide instellen op “Altijdtoestaan” in de instellingen van uwsmartphone.l Als de routebegeleiding actief is,wordt de weersinformatie van de be-stemming weergegeven.Bluetooth-headset koppelenVolg de instructies van de fabrikant van uwheadset om de headset te koppelen aanuw smartphone.Connectiviteitssysteem voor smartphone3-33
DAU1097CStartblokkeersysteem1 21. Codeersleutel (rode stip)2. Standaardsleutels (zwart bovendeel)Dit voertuig is voorzien van een startblok-keersysteem waarmee diefstal kan wordenbemoeilijkt door de codering van de stan-daardsleutels te wijzigen. Het systeem be-staat uit de volgende onderdelen:leen codeersleutelltwee standaardsleutelsleen transponder (in elke sleutel)leen startblokkeereenheid (op hetvoertuig)leen ECU (op het voertuig)leen controlelampje voor het systeem(pagina 4-7)Over de sleutelsDe codeersleutel wordt gebruikt om destandaardsleutels te coderen. Bewaar decodeersleutel op een veilige plaats. Ge-bruik een standaardsleutel voor uw dage-lijkse ritten. Ga als een sleutel opnieuw moet wordengecodeerd of vervangen met de codeer-sleutel en resterende standaardsleutelsnaar een Yamaha dealer om de codering telaten uitvoeren.
OPMERKINGl Bewaar de standaardsleutels en desleutels van andere startblokkeersys-temen altijd op een andere plek dande codeersleutel. l Houd sleutels van andere startblok-keersystemen altijd uit de buurt vanhet contactslot, want anders kunnenze signaalstoring veroorzaken. DCA11823LET OPZORG DAT U DE CODEERSLEUTELNIET VERLIEST. NEEM DIRECT CON-TACT OP MET UW DEALER ALS U HEMVERLOREN HEBT. Als u de codeersleu-tel bent verloren, kan de machine nogworden gestart met de bestaande stan-daardsleutels. Het is echter niet meermogelijk om een nieuwe standaardsleu-tel te registreren. Als alle sleutels zijnverloren of beschadigd, moet het volle-dige startblokkeersysteem worden ver-vangen. Ga daarom zorgvuldig met desleutels om. l Dompel ze niet onder in water. l Stel ze niet bloot aan hoge tempe-raturen. l Plaats ze niet in de buurt van mag-neten.
l Plaats ze niet in de buurt van appa-raten die elektrische signalen uit-zenden. l Ga er niet ruw mee om. l Probeer ze niet te slijpen of te wijzi-gen. l Probeer ze niet uit elkaar te halen. l Hang nooit twee sleutels van eenstartblokkeersysteem aan dezelfdesleutelring.
DAU10475Contactslot/stuurslotONOFFLOCKVia het contactslot/stuurslot worden hetontstekingssysteem en de verlichtingssys-temen bediend en wordt het stuur vergren-deld. De diverse standen worden hiernabeschreven.OPMERKINGGebruik de standaardsleutel (zwarte greep)voor regelmatig gebruik van de machine.Bewaar de codeersleutel (rode greep) opeen veilige plaats en gebruik deze uitslui-tend voor hercodering om het risico op ver-lies te minimaliseren.DAU85050ONAlle elektrische circuits worden voorzienvan stroom en de voertuigverlichting wordtingeschakeld. De motor kan worden ge-start.
De sleutel kan niet worden uitgeno-men.OPMERKINGl Laat om ontladen van de accu tevoorkomen het contactslot niet inge-schakeld zonder dat de motor draait.l De koplamp gaat automatisch bran-den als de motor wordt gestart.l De koplamp blijft branden totdat desleutel naar “OFF” wordt gedraaid,zelfs als de motor afslaat.DAU10664OFFAlle elektrische systemen zijn uitgescha-keld. De sleutel kan worden uitgenomen.DWA10062WAARSCHUWINGDraai nooit de sleutel naar “OFF” of“LOCK” terwijl de machine rijdt. Hier-door worden de elektrische systemenuitgeschakeld, wat mogelijk kan leidentot verlies van de controle of een onge-val.DAU73803LOCKHet stuur is vergrendeld en alle elektrischesystemen zijn uitgeschakeld. De sleutelkan worden uitgenomen.Om het stuur te vergrendelen1 21. Drukken.2. Draaien.1. Draai het stuur helemaal naar links.2.Druk de sleutel in de “OFF”-stand inen draai deze dan naar “LOCK”.3.
Neem de sleutel uit.OPMERKINGAls het stuur niet wordt vergrendeld, pro-beer het dan iets terug naar rechts te draai-en.Functies van instrumenten en bedieningselementen4-24
DAUA6020Dimlichtschakelaar/lichtsignaalschakelaar “/ ”2311. Dimlichtschakelaar/lichtsignaalschakelaar“ / ”2. Richting A3. Richting BDuw deze schakelaar naar buiten (richtingA) om het grootlicht in te schakelen. Duwdeze schakelaar naar binnen (richting B)om terug te keren naar dimlicht.Druk met de koplampen op dimlicht deschakelaar naar binnen (richting B) om eengrootlichtsignaal te geven.OPMERKINGWanneer de koplampen op dimlicht staan,branden de twee onderste koplampen oplaag vermogen.DAUA1741Richtingaanwijzerschakelaar “/ ”Met deze schakelaar bedient u de richting-aanwijzers. Dit is een 2‐fasenschakelaar,wat inhoudt dat hard of zacht indrukkenverschillende effecten heeft.Zacht indrukken: Druk de schakelaar lichtin de richting die u wilt aangeven, totdat ueen zachte klik voelt.
De betreffende rich-tingaanwijzers knipperen doorlopend tot-dat (alle zijn tegelijk van toepassing):l De machine ongeveer 150 m (490 ft)heeft afgelegd.l Meer dan 15 seconden zijn verstre-ken.l De rijsnelheid meer dan 5 km/h (3mi/h) bedraagt.DCA28520LET OPAfhankelijk van de omstandighedenschakelt de richtingaanwijzer mogelijkniet automatisch uit binnen de gespeci-ficeerde tijd of afstand.Druk om een richtingaanwijzersignaalhandmatig te annuleren de schakelaarnogmaals in dezelfde richting in.DAU66030Claxonschakelaar “”Druk deze schakelaar in om een claxonsig-naal te geven.DAU94790Stop/Run/Start-schakelaar “/ / ”Om de motor te starten met de startmotor,zet u deze schakelaar op “” en drukt ude schakelaar vervolgens omlaag naar“”. Zie pagina 6-2 voor startinstruc-ties voordat u de motor start.Functies van instrumenten en bedieningselementen4-44
Zet deze schakelaar op “” om de motoruit te schakelen in een noodgeval, zoalswanneer de machine omslaat. DAU91671Schakelaar alarmverlichting “” Met deze schakelaar wordt de alarmver-lichting ingeschakeld (gelijktijdig knipperenvan alle richtingaanwijzers). De alarmver-lichting wordt gebruikt in een noodgeval ofom andere verkeersdeelnemers te waar-schuwen als uw machine stilstaat in eenmogelijk gevaarlijke verkeerssituatie. De alarmverlichting kan alleen worden in-of uitgeschakeld als het contactslot in destand “ON” staat. De ingeschakelde alarm-verlichting blijft knipperen als u het con-tactslot naar de stand “OFF” of “LOCK”draait. Om de alarmverlichting uit te scha-kelen, draait u het contactslot weer naar destand “ON” en bedient u opnieuw de scha-kelaar van de alarmverlichting.
DCA10062LET OPGebruik de alarmverlichting niet gedu-rende langere tijd als de motor nietdraait omdat hierdoor de accu kan ont-laden. DAUA5491Knop “MODE”Druk kort op deze knop om onderaan hethoofdscherm een pop-up voor de modus-weergave te openen. Zie pagina 4-14 voor meer informatie. DAUA5110Joystick “” en Startscherm-knop“ ”211. Joystick2. Startscherm-knop “ ”Deze worden gebruikt om het display/me-nusysteem te bedienen. In deze handleiding worden de volgendetermen gebruikt om het gebruik van de be-dieningselementen van het menu te be-schrijven:Kort drukkenDruk kort op de joystick ofknopLang drukkenHoud de joystick of knop 1seconde ingedruktZie pagina 4-9 en 4-19 voor meer in-formatie over hun werking. DAUA5122Knop “ABS”Met deze knop deactiveert/activeert u deanti-blokkeervoorziening remsysteem(ABS). Het ABS deactiveren:Houd de knop “ABS” gedurende 2 secon-den ingedrukt.
)Het controlelampje ABS OFF “” gaatbranden en de ABS-modusindicator ver-schijnt als “ABS OFF” / “REAR ABS OFF”. Het ABS activeren:Druk kort op de knop “ABS”. Het controle-lampje ABS OFF “” gaat uit en de ABS-modusindicator gaat uit. OPMERKINGl De knop “ABS” werkt niet als de ma-chine rijdt. lAls het ABS opnieuw wordt geacti-veerd, gaan de ABS-modusindicatorFuncties van instrumenten en bedieningselementen4-54.
Als het waarschu-wingslampje tijdens het rijden gaat bran-den, werkt het ABS-systeem mogelijk nietgoed.DWA16043WAARSCHUWINGAls het ABS-waarschuwingslampje nietuitgaat als u een snelheid van 10 km/h (6mi/h) hebt bereikt of als het waarschu-wingslampje tijdens het rijden gaatbranden:l Rijd extra voorzichtig om te voor-komen dat de wielen blokkeren bijeen noodstop.l Laat de machine zo snel mogelijkcontroleren door een Yamaha dea-ler.DAUA6030Indicatielampje ABS OFF “”Dit indicatielampje gaat branden als de an-ti-blokkeervoorziening remsysteem hand-matig is uitgeschakeld. De modusindicatorABS gaat tegelijkertijd branden. (Zie pagina4-11.)OPMERKINGHet ABS blijft uitgeschakeld totdat:l Het contactslot wordt uitgeschakeld.l De toets “ABS” wordt ingedrukt ter-wijl de machine stilstaat.Functies van instrumenten en bedieningselementen4-64
l Het ABS opnieuw wordt geactiveerdvia het menusysteem terwijl de ma-chine stilstaat.DWA21100WAARSCHUWINGRijd op verharde wegen altijd met hetABS ingeschakeld. Schakel het ABS al-leen uit als u op onverharde oppervlak-ken rijdt.DAUA0280Controlelampje startblokkering “”Als het contactslot wordt uitgeschakeld,gaat het controlelampje na 30 secondencontinu knipperen om aan te geven dat hetstartblokkeersysteem is ingeschakeld. Hetcontrolelampje stopt na 24 uur met knippe-ren, maar het startblokkeersysteem blijftingeschakeld.OPMERKINGAls de machine wordt ingeschakeld, moetdit lampje enkele seconden oplichten endan uitgaan.
Als het lampje niet gaat bran-den of blijft branden, vraag dan uwYamaha dealer om de machine te controle-ren.Storing in het transpondersignaalAls het controlelampje startblokkeringknippert in het patroon 5 keer langzaamgevolgd door 2 keer snel, betreft dit moge-lijk een storing in het transpondersignaal.Als deze fout zich voordoet, probeer danhet volgende.1. Houd andere startblokkeersleutels uitde buurt van het contactslot.2. Start de motor met behulp van de co-deersleutel.3. Als de motor start, zet deze dan weeruit en probeer hem opnieuw te startenmet de standaardsleutels.4. Als de motor niet kan worden gestartmet een of beide standaardsleutels,breng dan de machine en alle 3 sleu-tels naar een Yamaha dealer en laatde standaardsleutels opnieuw code-ren.Functies van instrumenten en bedieningselementen4-74
DAUM5401Hoofdscherm van weergaveHet hoofdscherm van de weergave heefttwee verschillende thema’s: “Explorer” en“Street”. Sommige functies zijn niet in allethema’s beschikbaar. (Zie pagina 4-19. )DWA18210WAARSCHUWINGZet de machine stil alvorens instellingente wijzigen. Het aanbrengen van wijzi-gingen tijdens het rijden kan u afleidenen vergroot het risico op een ongeval. OPMERKINGlDit model is voorzien van een TFT-LCD (thin film transistor liquid crystaldisplay) voor een goede contrastwer-king en leesbaarheid onder uiteenlo-pende omstandigheden. Door deaard van deze technologie is het nor-maal dat een klein aantal pixels inac-tief is. lU kunt de weergave-eenheden wisse-len tussen kilometers/mijlen en Cel-sius/Fahrenheit. (Zie pagina 4-23. )SnelheidsmeterDe snelheidsmeter geeft de rijsnelheid vanhet voertuig aan.
ToerentellerDe toerenteller geeft het motortoerentalaan op basis van meting van de draaisnel-heid van de krukas in omwentelingen perminuut (tpm). DCA10032LET OPLaat de motor niet draaien terwijl detoerenteller in de rode zone wijst. Rode zone: 9400 tpm en hogerBrandstofniveaumeterDe brandstofniveaumeter geeft aan hoe-veel brandstof in de brandstoftank aanwe-zig is. De displaysegmenten van de meterverdwijnen van “F” (vol) naar “E” (leeg)naarmate het brandstofniveau verder daalt. Als het laatste segment begint te knippe-ren, dient u zo snel mogelijk te tanken. OPMERKINGAls alle displaysegmenten van de brand-stofniveaumeter knipperen, vraag dan uwYamaha dealer om de machine na te kij-ken. DCAE0121LET OPVoorkom volledig leegrijden van detank. Dit kan schade aan de uitlaatkata-lysator veroorzaken.
een vrijstand. De vrijstand wordt aangege-ven door “”. OPMERKINGAls zich een storing voordoet, wordt “-”weergegeven. Waarschuwingsindicator koelvloeistof-temperatuur “ ”Deze indicator wordt weergegeven als dekoelvloeistoftemperatuur te hoog is. Stopde machine en schakel de motor uit. Laatde motor afkoelen. DCA10022LET OPLaat de motor niet draaien terwijl dezeoververhit is. Indicator tractieregeling “TCS”Dit controlelampje gaat branden wanneerde tractieregeling (TCS) wordt uitgescha-keld. Deze indicator gaat knipperen wanneer tij-dens het rijden de tractieregeling (TCS)wordt ingeschakeld. OPMERKINGAls de machinevoeding wordt ingescha-keld, moet deze indicator enkele secondenoplichten en dan uitgaan. Als de indicatorniet gaat branden of blijft branden, vraagdan uw Yamaha dealer om de machine tecontroleren.
Waarschuwingsindicator oliedruk “ ”Deze indicator wordt weergegeven als demotoroliedruk laag is. Wanneer de machi-nevoeding voor het eerst wordt ingescha-keld, moet nog oliedruk wordenopgebouwd. Daarom wordt deze indicatorweergegeven totdat de motor is gestart. OPMERKINGAls een storing wordt gedetecteerd, zal hetwaarschuwingspictogram oliedruk doorlo-pend knipperen. DCA26410LET OPLaat de motor niet draaien als de olie-druk laag is. Storingsindicator (MIL) “ ”Dit pictogram licht op of knippert als er eenstoring wordt gedetecteerd in de motor ofeen ander regelsysteem van de machine. Als dit zich voordoet, vraag dan eenYamaha dealer de machine te inspecteren. OPMERKINGAls de machine wordt ingeschakeld, moetdit pictogram kort oplichten en vervolgensweer verdwijnen. Als het pictogram nietoplicht of aan blijft, vraag dan uw Yamahadealer om de machine te inspecteren.
DCA26820LET OPVerlaag als het MIL begint te knipperenhet motortoerental om schade aan hetuitlaatsysteem te voorkomen. OPMERKINGDe motor wordt bewaakt door het boorddi-agnosesysteem, dat ook achteruitgang enstoringen in het uitstootcontrolesysteemdetecteert.
Daardoor kan de storingsindi-cator (MIL) oplichten of knipperen als ge-volg van aanpassingen, gebrek aanonderhoud of overmatig/onjuist gebruikvan de machine. Neem om dit te voorko-men het volgende in acht:l Probeer niet om de software of demotorregeleenheid aan te passen. l Monteer geen elektrische accessoiresdie de motorregeling beïnvloeden. l Gebruik geen aftermarket-accessoi-res of -onderdelen zoals veringen,bougies, verstuivers, uitlaatsystemenetc. Functies van instrumenten en bedieningselementen4-104.
lWijk niet af van de aandrijflijnspecifi-caties (ketting, tandwielen, wielen,banden etc. ). lBreng geen wijzigingen aan in de O2-sensor, het luchtinlaatsysteem of on-derdelen van het uitlaatsysteem(katalysatoren of EXUP etc. ), en ver-wijder deze niet. lOnderhoud de aandrijfketting goed. lZorg dat de banden op de juistespanning blijven. lZorg dat de rempedaalhoogte correctafgesteld blijft om slepen van de ach-terrem te voorkomen. lVermijd extreem gebruik van de ma-chine. Bijvoorbeeld herhaaldelijk ofovermatig openen en sluiten van degasgreep, racen, burnouts, wheelies,langdurig gebruik met half geopendegasgreep etc. Indicator grootlicht “ ”Deze indicator wordt weergegeven als dekoplamp is ingeschakeld voor grootlicht. Indicators richtingaanwijzer “”/“ ”Elke indicator gaat knipperen wanneer debijbehorende richtingaanwijzer knippert.
Indicator PWR-modus “” /“ ”De indicator PWR-modus geeft de huidigegeselecteerde PWR-modus aan. Er zijn twee PWR-modi die kunnen wordengewijzigd met de toets “MODE” en deweergave MODE. (Zie pagina 4-14. )Indicator TCS-modus “”De indicator TCS-modus “” licht opwanneer de tractieregeling is ingeschakeld. Als de tractieregeling is uitgeschakeld, isde indicator TCS-modus uit en licht dewaarschuwingsindicator van de tractiere-geling “TCS” op. Het TCS-systeem kan worden in- of uitge-schakeld met de toets “MODE” en deweergave MODE. (Zie pagina 4-14. )Indicator ABS-modusDeze indicator toont de huidig geselecteer-de ABS-modus. Er zijn 3 ABS-modi diekunnen worden gewijzigd met de toets“MODE” en de weergave MODE. (Zie pagi-na 4-14.
l “”: De middenbalk beweegt omh-oog en omlaag om het batterijniveauaan te geven. Als het batterijniveau laag is, wordt de mid-denbalk rood. OPMERKINGHet door het pictogram aangegeven batte-rijniveau komt mogelijk niet altijd overeenmet het batterijniveau dat op de smartpho-ne wordt aangegeven. Indicator app MyRide “ ”Deze indicator licht op als de app MyRideis verbonden met de machine. Telefoonindicator “”/“ ”Dit pictogram wordt groen weergegevenals er een actieve oproep is en rood als ereen gemiste oproep is. Het pictogram ge-miste oproep verdwijnt als de machinevoe-ding wordt uitgeschakeld of als de lijstFuncties van instrumenten en bedieningselementen4-114.
“Received Calls” wordt geopend via hetmenusysteem. (Zie pagina 4-20. )Indicator melding “”Dit pictogram wordt weergegeven wan-neer de verbonden smartphone een be-richt van een sociaal netwerk, e-mail- ofandere melding ontvangt. De indicator blijftbranden totdat de machinevoeding wordtuitgeschakeld of totdat de lijst “Notifica-tion” wordt geopend in het menusysteem. (Zie pagina 4-20. )OPMERKINGlDeze functie werkt alleen als eensmartphone met de CCU is verbon-den via de app MyRide. lU moet toestemming voor de toegangtot de meldingen verlenen aan de appMyRide op uw smartphone. Indicator headset “ ”Dit pictogram wordt weergegeven als ereen Bluetooth-headset is verbonden metde smartphone. OPMERKINGBij sommige smartphones kan dit picto-gram tijdens telefoongesprekken uitgaan.
Indicator snelschakelen “QS”Dit pictogram en de bijbehorende pijlpicto-grammen geven de status van het snel-schakelsysteem aan. Toepasselijk pijlpictogram uit: het snel-schakelsysteem is uitgeschakeld. “”: het systeem is actief voor opschake-len, maar kan momenteel niet snel terug-schakelen. “”: het systeem is actief voor terugscha-kelen, maar kan momenteel niet snel op-schakelen. “”: snel opschakelen beschikbaar. “ ”: snel terugschakelen beschikbaar. OPMERKINGl De functies voor op- en terugschake-len zijn onafhankelijk en kunnen af-zonderlijk van elkaar wordengeactiveerd in het menusysteem. l Zie pagina voor meer informatie overhet snelschakelsysteem. InformatieweergaveDe informatieweergave is een onderdeelvan het hoofdscherm dat verschillendefuncties en informatie bevat om de be-stuurder van de machine te ondersteunen.
De items op de informatieweergave zijn:“ODO”: kilometerteller“TRIP 1”: ritteller 1“TRIP 2”: ritteller 2“TRIP CD”: terugtellende ritteller“TRIP F”: ritteller brandstofreserve“INST FUEL”: huidig brandstofverbruik“AVG FUEL”: gemiddeld brandstofverbruik“COOLANT”: koelvloeistoftemperatuur“AIR”: luchttemperatuurBeweeg de joystick omhoog-omlaag omdoor de items te bladeren. OPMERKINGl De items “TRIP 1”, “TRIP 2”, “TRIPCD”, “TRIP F” en “AVG FUEL” kun-nen afzonderlijk worden teruggesteld. Het item “TRIP CD” kan ook wordenaangepast. l In het thema “Street” worden tweeitems tegelijk weergegeven. U kunt als volgt items op de informatie-weergave terugstellen:Als een weergegeven item kan worden te-ruggesteld, markeert u het door kort op“” te drukken. Als het item is gemar-keerd, stelt u het terug door lang op “” tedrukken.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Yamaha Ténéré 700 (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor Yamaha
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor