Yamaha Tracer 900 (2023) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Yamaha Tracer 900 (2023) (118 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Yamaha Tracer 900 (2023) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Yamaha |
| Categorie: | Motor |
| Model: | Tracer 900 (2023) |
Handleiding Yamaha Tracer 900 (2023) – volledige tekst
DIC183MTT890 (Tracer 9)1234567891011HANDLEIDINGMOTORFIETS Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken.GebruikersinformatieIndexSpecificatiesVerzorging en stalling van de motorfietsSpeciale kenmerkenBeschrijvingVeiligheidsinformatiePeriodiek onderhoud en afstellingGebruik en belangrijke rij-informatieVoor uw veiligheid – controles voor het rijdenFuncties van instrumenten en bedieningselementenB5U-F8199-D1[Dutch (D)]
DAU81565Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken. Deze handleiding dient bij demachine te blijven als deze wordt verkocht.DAU81572Conformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd dat de radioapparatuur van het type STARTBLOKKERING,B7N-00, in overeenstemming is met Richtlijn 2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 134.2 kHzMaximaal radiofrequentievermogen: 49.0 [dBμV/m]Fabrikant:YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd1450-6 Mori, Mori-machi, Shuchi-Gun, Shizuoka, 437-0292 JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V.Koolhovenlaan 101, 1119 NC Schiphol-Rijk, 1117 ZN, Schiphol, NederlandUB5UD1D0.book Page 1 Monday, October 10, 2022 10:35 AM
DAU94372Voor het Verenigd KoninkrijkConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd dat de radioapparatuur van het type STARTBLOKKERING,B7N-00, in overeenstemming is met de voorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 134.2 kHzMaximaal radiofrequentievermogen: 49.0 [dBμV/m]Fabrikant:YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd1450-6 Mori, Mori-machi, Shuchi-Gun, Shizuoka, 437-0292 JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA. Verenigd Koninkrijk.UB5UD1D0.book Page 2 Monday, October 10, 2022 10:35 AM
InleidingDAU10103Welkom in de wereld van Yamaha!Als eigenaar van de MTT890 profiteert u van de enorme ervaring en technische kennis van Yamaha op het gebied van het ontwerpen enfabriceren van hoogwaardige producten, waarmee Yamaha zijn reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.Neem rustig de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u plezier zult hebben van alle functies van uw MTT890. De Hand-leiding geeft instructies voor de bediening, inspectie en het onderhoud van de machine en beschrijft hoe u uzelf en anderen kunt bescher-men tegen persoonlijk letsel of schade.Verder helpen allerlei tips in deze handleiding om uw machine in optimale conditie te houden. Als er ten slotte toch nog vragen zijn, aarzeldan niet en neem contact op met de Yamaha dealer.Het Yamaha team wenst u veilig en plezierig rijden toe.
En vergeet niet, veiligheid voor alles!Yamaha werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwaliteit. Om deze reden kan soms sprake zijn vankleine tegenstrijdigheden tussen uw machine en de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recenteproductinformatie ten tijde van publicatie. Als u vragen hebt over deze handleiding, neem dan contact op met uw Yamaha dealer.WAARSCHUWINGDWA10032Lees deze handleiding aandachtig helemaal door voordat u deze machine gaat gebruiken.UB5UD1D0.book Page 1 Monday, October 10, 2022 10:35 AM
Belangrijke informatie in de handleidingDAU10134Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aanduidingen:*Product en specificaties kunnen zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.Dit is het Safety Alert-symbool. Het wordt gebruikt om u te waarschuwen voor risico’s op persoonlijk letsel. Volg alle veiligheidsaanwijzingen bij dit symbool op om mogelijk letsel of overlijden te voorkomen.Een WAARSCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan re-sulteren in ernstig letsel of overlijden.De aanduiding LET OP staat bij speciale voorzorgen die moeten worden genomen om scha-de aan de machine of andere eigendommen te voorkomen.De aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke informatie die procedures kan vergemakkelijken of verhelderen.WAARSCHUWINGLET OPOPMERKINGUB5UD1D0.book Page 1 Monday, October 10, 2022 10:35 AM
4-34Gelijkstroom aansluitcontact voor accessoires. 4-34Gelijkstroom kabelstekkers voor accessoires. 4-35Zijstandaard. 4-35Startspersysteem. 4-36Voor uw veiligheid – controles voor het rijden. 5-1Gebruik en belangrijke rij-informatie. 6-1Inrijperiode. 6-1De motor starten. 6-2Schakelen. 6-3Tips voor een zuinig brandstofverbruik. 6-4Parkeren. 6-5Periodiek onderhoud en afstelling. 7-1Gereedschapsset. 7-2Periodieke onderhoudsschema’s. 7-3Periodiek onderhoudsschema voor het uitstootcontrolesysteem. 7-3Algemeen smeer- en onderhoudsschema. 7-5De bougies controleren. 7-9Filterbus. 7-10Motorolie. 7-10Waarom Yamalube. 7-13Koelvloeistof. 7-13Luchtfilterelement. 7-14Stationair toerental controleren. 7-15Klepspeling. 7-15Banden. 7-15Gietwielen. 7-18Vrije slag van de koppelingshendel afstellen. 7-18Vrije slag van remhendel controleren. 7-19Remlichtschakelaars.
1-11VeiligheidsinformatieDAU1028CWees een verantwoordelijke eigenaarAls eigenaar van de machine bent u verant-woordelijk voor de veilige en juiste bedie-ning ervan. Motorfietsen zijn tweewielige voertuigen. Voor een veilig gebruik zijn de toepassingvan de juiste rijtechnieken en de ervaringvan de bestuurder van belang. Elke be-stuurder moet bekend zijn met de volgendevereisten alvorens met deze motorfiets tegaan rijden. Hij of zij moet: Door een competente informatiebrongrondig zijn ingelicht over alle aspec-ten van het motorrijden. Zich houden aan de waarschuwingenen onderhoudseisen zoals vermeld indeze Gebruikershandleiding. Grondig getraind zijn in veilige en cor-recte rijtechnieken. Gebruikmaken van professioneletechnische service, zoals aangegevenin deze Gebruikershandleiding en/ofwanneer de mechanische conditiesdit vereisen.
Ga nooit rijden met een motorfietszonder passende rijopleiding of in-structies. Neem rijlessen. Beginnersmoeten les krijgen van een gediplo-meerd instructeur. Neem contact opmet een bevoegde motorfietsdealervoor informatie over rijlessen bij u inde buurt. Veilig rijdenVoer vóór elke rit de controles voor het rij-den uit om u ervan te verzekeren dat demachine in veilige staat verkeert. Onvol-doende inspectie of onderhoud van de ma-chine vergroot het risico op ongeval ofschade. Zie pagina 5-1 voor een lijst metcontroles voor het rijden. Deze motorfiets is gebouwd voor hetvervoer van de bestuurder plus eenpassagier. Het niet opmerken en herkennen vanmotorfietsen door andere weggebrui-kers vormt de belangrijkste oorzaakvan auto-/motorongevallen. Vaakworden ongevallen veroorzaakt door-dat een autobestuurder de motor nietheeft gezien.
Zorg dat u opvalt, datblijkt het meest effectief om het risicoop een dergelijk type ongeval te ver-minderen. Dus:• Draag een jack in felle kleuren. • Wees extra voorzichtig bij het nade-ren en passeren van kruisingen,daar doen ongelukken met motor-fietsen zich namelijk het meestvoor.
• Ga daar rijden waar andere wegge-bruikers u kunnen zien. Ga niet rij-den in de dode zichthoek van eenandere weggebruiker. • Pleeg nooit onderhoud aan eenmotorfiets zonder voldoende ken-nis. Neem contact op met een be-voegde motorfietsdealer voorinformatie over het basisonderhoudvan een motorfiets. Bepaalde on-derhoudswerkzaamheden kunnenalleen worden uitgevoerd door ge-diplomeerd personeel. Bij veel ongevallen zijn onervaren be-stuurders betrokken. Veelal zijn be-stuurders die bij een ongevalbetrokken waren zelfs niet in het bezitvan een geldig motorrijbewijs. • Zorg dat u bekwaam bent om te rij-den en leen uw motorfiets alleen uitaan ervaren motorrijders. • Weet wat u wel en niet aankunt. Door rekening te houden met uwbeperkingen helpt u ongelukkenvoorkomen. UB5UD1D0. book Page 1 Monday, October 10, 2022 10:35 AM.
Veiligheidsinformatie1-21• We raden aan om het motorrijden teoefenen op plekken waar geen ver-keer is, totdat u grondig bekendbent met de motor en zijn bedie-ning. Ongelukken worden vaak veroorzaaktdoor een fout van de motorbestuur-der. Veel bestuurders houden bij hetingaan van een bocht een te hoge rij-snelheid aan of gaan onvoldoendeschuinliggen voor de rijsnelheid,waardoor ze wijd uit de bocht komen. • Neem altijd de maximumsnelheid inacht en rijd nooit sneller dan dewegcondities en het verkeer toe-staan. • Geef altijd richting aan voordat u af-slaat of van rijstrook wisselt. Zorgdat andere weggebruikers u kun-nen zien. De zithouding van de bestuurder ende passagier is belangrijk voor eengoede besturing. • De bestuurder moet tijdens het rij-den beide handen aan het stuurhouden en beide voeten op de be-stuurdersvoetsteunen, om zo demacht over het stuur te behouden.
• De passagier hoort steeds de be-stuurder, de zadelband of de hand-greep, indien aanwezig, met beidehanden vast te houden en beidevoeten op de passagiersvoetsteu-nen te houden. Neem nooit eenpassagier mee die niet in staat isom beide voeten stevig op de pas-sagiersvoetsteunen te zetten. Rijd nooit onder invloed van alcohol ofandere drugs. Deze motorfiets is uitsluitend ontwor-pen voor gebruik op verharde wegen. De machine is niet bedoeld voor off-roadgebruik. Beschermende uitrustingMotorongelukken met dodelijke afloop be-treffen meestal hoofdletsel. Het dragen vaneen helm is de belangrijkste factor bij hetvoorkomen of reduceren van hoofdletsel. Draag altijd een goedgekeurde helm. Draag ook een vizier of een veilig-heidsbril. Zonder oogbeschermingkan uw zicht door de rijwind verslech-teren, waardoor u gevaren mogelijk telaat opmerkt.
Draag nooit loszittende kleding, dezekan blijven haken aan bedienings-handgrepen of door de wielen wordengegrepen en zo een ongeval of letselveroorzaken. Draag altijd beschermende kledingdie uw benen, enkels en voeten be-dekt. De motor en het uitlaatsysteemkunnen tijdens en na het rijden zeerheet zijn en brandwonden veroorza-ken. De hierboven vermelde voorzorgs-maatregelen gelden ook voor passa-giers. Voorkom koolmonoxidevergiftigingDe uitlaatgassen van verbrandingsmotorenbevatten koolmonoxide, een dodelijk gas. Inademing van koolmonoxide kan hoofd-pijn, duizeligheid, sufheid, misselijkheid,verwarring en uiteindelijk de dood veroor-zaken. Koolmonoxide is een kleurloos, reukloos,smaakloos gas dat ook aanwezig kan zijnals u geen uitlaatgassen ziet of ruikt. Hetkoolmonoxideniveau kan zeer snel oplo-pen, waardoor u het bewustzijn kunt verlie-zen en uzelf niet meer kunt redden.
Veiligheidsinformatie1-31symptomen van koolmonoxidevergiftigingervaart, verlaat de ruimte dan onmiddellijk,ga naar de open lucht en ROEP MEDISCHEHULP IN. Laat de motor niet binnen draaien. Zelfs als u ventileert met ventilatorenof open ramen en deuren kan de hoe-veelheid koolmonoxide snel oplopentot gevaarlijke niveaus. Laat de motor niet draaien in slechtgeventileerde of deels afgeslotenruimtes zoals schuren of garages. Laat de motor niet buiten draaien opplaatsen waar de uitlaatgassen in eengebouw kunnen worden getrokken viaopeningen zoals ramen en deuren. BeladenHet monteren van accessoires of het ver-voer van bagage kan een negatief effecthebben op de rijstabiliteit en het wegge-drag als hierdoor de gewichtsverdeling vande motor verandert. Wees uiterst voorzich-tig bij het monteren van accessoires of hetbeladen van uw motor, om zo mogelijkeongevallen te vermijden.
Pas extra op wan-neer u op een motor rijdt die beladen is ofwaaraan accessoires zijn gemonteerd. Hieronder volgen naast de informatie overaccessoires enkele richtlijnen voor het be-laden van uw motorfiets:Het totale gewicht van de bestuurder, pas-sagier, accessoires en bagage mag demaximale gewichtslimiet niet overschrij-den. Rijden met een te zwaar belastemachine kan leiden tot een ongeval. Let op het volgende wanneer u tot deze ge-wichtslimiet belaadt: Het zwaartepunt van bagage en ac-cessoires moet zo laag mogelijk lig-gen en zo dicht mogelijk bij de motor. Bevestig zware goederen zo dichtmogelijk bij het midden van de machi-ne en verdeel het gewicht zo gelijkma-tig mogelijk over beide zijden omonbalans of instabiliteit te minimalise-ren. Als gewicht gaat schuiven kan zicheen plotselinge onbalans voordoen.
• Pas de vering aan de te vervoerenbagage aan (alleen voor modellenmet instelbare vering) en controleerde toestand en spanning van uwbanden. • Bevestig nooit omvangrijke of zwa-re goederen aan het stuur, de voor-vork of het voorwielspatbord. Dergelijke voorwerpen, inclusiefbagage als slaapzakken, plunjezak-ken of tenten, kunnen een instabielweggedrag of een te trage reactieop het stuur veroorzaken. Deze machine is niet ontworpenvoor het trekken van een aanhangerof bevestiging van een zijspan. Originele Yamaha accessoiresDe keuze van accessoires voor uw machi-ne vormt een belangrijke beslissing. Origi-nele Yamaha accessoires, die alleenverkrijgbaar zijn bij de Yamaha dealer, zijndoor Yamaha ontwikkeld, getest en goed-gekeurd voor gebruik op uw machine. Veel bedrijven die niet zijn gelieerd aanYamaha produceren onderdelen en acces-soires of bieden aanpassingssets voorYamaha voertuigen.
Yamaha kan niet alleproducten testen die deze bedrijven produ-ceren. Om die reden kan Yamaha acces-soires die niet door Yamaha zijn verkocht ofwijzigingen die niet door zijn Yamaha zijnaangeraden niet goedkeuren of aanbeve-len, zelfs niet als deze zijn verkocht engeenstalleerd door een Yamaha dealer. Maximale belasting:193 kg (425 lb)UB5UD1D0. book Page 3 Monday, October 10, 2022 10:35 AM.
Veiligheidsinformatie1-41In de handel verkrijgbare onderdelen,accessoires en aanpassingssetsHoewel er producten verkrijgbaar zijn diequa ontwerp en kwaliteit sterk lijken op ori-ginele Yamaha accessoires, dient u te be-seffen dat sommige in de handelverkrijgbare accessoires of aanpassings-sets niet geschikt zijn vanwege mogelijkeveiligheidsrisico’s voor uzelf of anderen. Het monteren van in de handel verkrijgbareproducten of het verrichten van aanpassin-gen die de ontwerp- of bedieningskenmer-ken van uw machine wijzigen kan het risicoop ernstig letsel of overlijden van uzelf ofanderen vergroten. U bent verantwoordelijkvoor letsel dat voortvloeit uit wijzigingenaan de machine. Volg bij de montage van accessoires de on-derstaande richtlijnen en die vermeld onderhet kopje “Beladen”.
Monteer nooit accessoires en vervoernooit bagage als deze een nadelige in-vloed hebben op de prestaties van uwmotor. Inspecteer het accessoirezorgvuldig alvorens het te gebruikenom te waarborgen dat het de grond-speling of de hellinghoek op geen en-kele manier vermindert, de veerweg,de stuuruitslag of de bediening nietbeperkt en geen lampen of reflectorsafdekt. • Accessoires die aan of nabij hetstuur of de voorvork zijn gemon-teerd zullen mogelijk instabiliteitveroorzaken door een foutieve ge-wichtsverdeling of door aerodyna-mische effecten. Accessoires aanhet stuur of nabij de voorvork moe-ten zo licht mogelijk zijn en tot eenminimum worden beperkt. • Omvangrijke accessoires kunnendoor hun aerodynamisch effect vaninvloed zijn op de rijstabiliteit van demotor. De motor kan door rijwindworden opgetild of bij zijwind insta-biel worden.
Zulke accessoireskunnen ook instabiliteit veroorza-ken terwijl u grote voertuigen in-haalt of door deze wordt ingehaald. • Sommige accessoires dwingen debestuurder om een andere dan denormale zitpositie in te nemen.
Zo’nverkeerde zitpositie beperkt de be-wegingsvrijheid van de bestuurderen kan een comfortabele bedieninghinderen, zodat we dergelijke ac-cessoires sterk afraden. Wees voorzichtig bij het aanbrengenvan elektrische accessoires. Als elek-trische accessoires de capaciteit vanhet elektrisch systeem van de motor-fiets te boven gaan, kan zich een ge-vaarlijke elektrische storing voordoenwaardoor de verlichting of de motoruitvalt. In de handel verkrijgbare banden en vel-genDe banden en velgen die bij uw motorfietswerden geleverd, zijn ontworpen om demogelijkheden van de motorfiets te onder-steunen en bieden de beste combinatie vanrijprestaties, remvermogen en comfort. An-dere banden, velgen, maten of combinatieszijn mogelijk niet geschikt. Zie pagina 7-15voor de bandenspecificaties en informatieover het onderhouden en vervangen vanuw banden.
Veiligheidsinformatie1-51 Schakel een versnelling in (bij model-len met een handgeschakelde ver-snellingsbak). Zet de motorfiets vast met spanban-den of andere geschikte banden aanstevige delen van de motorfiets, zoalshet frame of de bovenste voorvork-klem (en niet aan, bijvoorbeeld, hetstuur, de richtingaanwijzers of onder-delen die kunnen afbreken). Kies deplaats voor de spanbanden zorgvuldigom te voorkomen dat deze tijdens hettransport schuurplekken op de lakveroorzaken. Zorg indien mogelijk dat de vering ietsdoor de spanbanden wordt ingedrukt,zodat de motorfiets tijdens het trans-port niet overmatig kan stuiteren.UB5UD1D0.book Page 5 Monday, October 10, 2022 10:35 AM
Speciale kenmerken3-13DAU92761Cruise controlDit model is uitgerust met cruise control,dat een ingestelde kruissnelheid handhaaft. De cruise control werkt alleen bij het rijdenin de 4e, 5e of 6e versnelling met snelhedentussen ongeveer 50 km/h (31 mi/h) en 180km/h (112 mi/h). WAARSCHUWINGDWA21180 Onjuist gebruik van de cruise con-trol kan leiden tot verlies van decontrole over de machine met mo-gelijk een ongeval tot gevolg. Ge-bruik geen cruise control in drukverkeer, slechte weersomstandig-heden of op bochtige, gladde, heu-velachtige of slechte wegen ofgrindwegen. Wanneer u heuvelopwaarts of heu-velafwaarts rijdt, kan de cruise con-trol de ingestelde kruissnelheidmogelijk niet aanhouden. Wanneer u de cruise control nietgebruikt, moet u deze uitschakelenom te voorkomen dat u deze perongeluk inschakelt. Controleer ofhet controlelampje voor cruisecontrol “ ” uit is.
Cruise control activeren en instellen1. Druk op de aan-uitschakelaar van decruise control “ ” links op het stuur. Het controlelampje van de cruisecontrol “ ” gaat branden. 2. Druk op de “SET–”-zijde van de instel-schakelaar voor cruise control om decruise control te activeren. De huidigerijsnelheid wordt ingesteld als dekruissnelheid. Het controlelampjevoor de cruise-controlinstelling “ ”gaat branden. De ingestelde kruissnelheid aanpassenTerwijl de cruise control in werking is, druktu op de “RES+”-zijde van de instelschake-laar voor cruise control om de ingesteldekruissnelheid te verhogen of op de “SET–”-zijde om de ingestelde kruissnelheid te ver-lagen. OPMERKINGWanneer u de instelschakelaar eenmaal in-drukt, wordt de snelheid in stappen van on-geveer 2. 0 km/h (2. 0 mi/h) verhoogd.
Speciale kenmerken3-23U kunt de rijsnelheid ook handmatig verho-gen met de gasgreep. Nadat u gas hebt ge-geven, kunt u een nieuwe kruissnelheidinstellen door op de “SET–”-zijde van de in-stelschakelaar te drukken. Als u geen nieu-we kruissnelheid instelt en gas terugneemt,remt de machine af tot de eerder ingesteldekruissnelheid. OPMERKINGDe huidige snelheidsinstelling voor decruise control kan worden afgelezen van devoertuiginformatiedisplays. (Zie pagina4-10. )Cruise control uitschakelenVoer een van de volgende handelingen uitom de ingestelde kruissnelheid te annule-ren. Het controlelampje “ ” gaat uit. Draai de gasgreep voorbij de geslotenstand in de deceleratierichting. Bekrachtig de voor- of achterrem. Knijp de koppelingshendel in. SchakelenDruk op de aan-uitschakelaar om de cruisecontrol uit te zetten. Hetcontrolelampje “ ” en hetcontrolelampje “ ” gaan uit.
OPMERKINGDe rijsnelheid gaat dalen zodra cruise con-trol wordt uitgeschakeld, als tenminste nietaan de gasgreep wordt gedraaid. De hervattingsfunctie gebruikenDruk op de “RES+”-zijde van de instelscha-kelaar voor cruise control om de cruisecontrol opnieuw te activeren. De rijsnelheidkeert dan terug naar de eerder ingesteldekruissnelheid. Het controlelampje “ ”gaat aan. WAARSCHUWINGDWA16351Het is gevaarlijk de hervattingsfunctie tegebruiken wanneer de eerder ingesteldekruissnelheid te hoog is voor de huidigeomstandigheden. OPMERKINGWanneer u op de aan-uitschakelaar druktterwijl de cruise control in werking is, wordtde cruise control volledig uitgeschakeld enwordt de eerder ingestelde kruissnelheidgewist. U kunt de hervattingsfunctie pasweer gebruiken nadat u een nieuwe kruis-snelheid hebt ingesteld.
Speciale kenmerken3-33 Er is een wielslip of wielspin gedetec-teerd. (Als de tractieregeling niet is uit-geschakeld, werkt de tractieregelingnog. ) De startschakelaar/noodstopschake-laar wordt in de stand “ ” gezet. De motor slaat af. De zijstandaard wordt omlaag gezet. Als u rijdt met een ingestelde kruissnelheiden de cruise control onder de bovenstaan-de omstandigheden wordt uitgeschakeld,gaat het controlelampje “ ” uit en knip-pert het controlelampje “ ” gedurende4 seconden, waarna het uitgaat. Als u niet rijdt met een ingestelde kruissnel-heid en de startschakelaar/noodstopscha-kelaar in de stand “ ” wordt gezet, demotor afslaat of de zijstandaard omlaagwordt gezet, gaat het controlelampje “ ”uit (het controlelampje “ ” knippert niet). Als de cruise control automatisch wordt uit-geschakeld, moet u stoppen en controlerenof de machine in goede staat verkeert.
Voordat u de cruise control opnieuw ge-bruikt, moet u deze inschakelen met deaan-uitschakelaar. OPMERKINGIn bepaalde gevallen kan de cruise controlde ingestelde kruissnelheid mogelijk nietaanhouden wanneer u heuvelopwaarts ofheuvelafwaarts rijdt met de machine. Wanneer u heuvelopwaarts rijdt metde machine, kan de werkelijke rijsnel-heid lager worden dan de ingesteldekruissnelheid. Als dit gebeurt, accele-reert u met de gasgreep tot de ge-wenste rijsnelheid. Wanneer u heuvelafwaarts rijdt met demachine, kan de werkelijke rijsnelheidhoger worden dan de ingesteldekruissnelheid. Als dit gebeurt, kunt ude instelschakelaar niet gebruiken omde ingestelde kruissnelheid aan tepassen. Als u de rijsnelheid wilt verla-gen, gebruikt u de remmen. Wanneeru de remmen gebruikt, wordt decruise control uitgeschakeld. DAU91323“D-MODE”“D-MODE” is een elektronisch geregeldmotorprestatiesysteem.
WAARSCHUWINGDWA18440Wijzig de rijmodus niet tijdens het rijden. Het “D-MODE”-systeem bestaat uit 4 ver-schillende kenvelden voor de regeling vande motorrespons en het motorvermogen.
Hierdoor kunt u kiezen uit diverse modinaargelang uw voorkeuren en rijomgeving. D-MODE 1 - Sportieve motorresponsD-MODE 2 - Gemiddelde motorresponsD-MODE 3 - Milde motorresponsD-MODE 4 - Milde motorrespons en be-perking van het motorvermogenOPMERKING De huidige instelling voor “D-MODE”wordt getoond in de weergave MODE. (Zie pagina 4-13. ) De huidige instelling voor “D-MODE”wordt opgeslagen wanneer de machi-ne wordt uitgeschakeld. De “D-MODE” wordt geregeld metbehulp van de schakelaars MODE, ziepagina 4-4 voor meer informatie. UB5UD1D0. book Page 3 Monday, October 10, 2022 10:35 AM.
Speciale kenmerken3-43DAU92652“TCS-MODE”Dit model is uitgerust met de tractierege-ling, de anti-uitbreekregeling (SCS) en hetanti-liftsysteem (LIF). Deze zijn gegroe-peerd in “TCS-MODE”. “TCS-MODE” heeft4 instellingen:“TCS-MODE M” kan worden aangepast inhet instellingenmenu, zie pagina 4-17. TractieregelingDe tractieregeling helpt bij het behoudenvan grip bij het optrekken. Wanneer senso-ren detecteren dat het achterwiel begint teslippen (ongecontroleerde slip), grijpt detractieregeling in door het motorvermogente reguleren totdat de grip is hersteld. Hetcontrolelampje tractieregeling “ ” knip-pert om de bestuurder te laten weten datde tractieregeling is ingeschakeld. De werking van de tractieregeling wordt au-tomatisch aangepast op basis van de leun-hoek van de machine. Om een maximaleacceleratie mogelijk te maken, wordt in derechtopstand minder tractieregeling toege-past.
In de bochten wordt meer tractierege-ling toegepast. OPMERKING Het is mogelijk dat de tractieregelingwordt geactiveerd wanneer de machi-ne over een hobbel rijdt. Er zijn mogelijk kleine veranderingenin het motor- en uitlaatgeluid waar-neembaar wanneer de tractieregelingof andere systemen worden geacti-veerd. De tractieregeling kan alleen wordenuitgeschakeld door “TCS-MODE” op“OFF” te zetten met behulp van deschakelaars MODE. Zie pagina 4-4voor meer informatie over “TCS-MO-DE”. Als “TCS-MODE” op “OFF” wordt ge-zet, worden de tractieregeling, SCS enLIF ook uitgeschakeld. WAARSCHUWINGDWA15433De tractieregeling vormt geen vervan-ging voor verstandig rijgedrag dat isaangepast aan de omstandigheden.
Als de machinevoeding wordt ingescha-keld, wordt de tractieregeling automatischingeschakeld. De tractieregeling kan alleenhandmatig worden in- of uitgeschakeldwanneer de sleutel in de stand “ON” staaten de machine is gestopt. OPMERKINGAls de motorfiets vast is komen te zitten inmodder, zand of een andere zachte onder-grond, zet “TCS-MODE” dan op “OFF” omhet vrijmaken van het achterwiel te verge-makkelijken. MODETrac-tiere-ge-lingSCS LIFTCS-MODE 1 111TCS-MODE 2 222TCS-MODE M 1, 2, 3OFF, 1, 2, 3OFF, 1, 2, 3TCS-MODE OFF OFF OFF OFFTractieregelingUB5UD1D0. book Page 4 Monday, October 10, 2022 10:35 AM.
Speciale kenmerken3-53LET OPDCA16801Gebruik uitsluitend de voorgeschrevenbanden. (Zie pagina 7-15. ) Bij gebruikvan banden met een andere maat zal detractieregeling de wielrotatie niet nauw-keurig kunnen regelen. SCSDe anti-uitbreekregeling regelt de vermo-gensafgifte van de motor wanneer zijde-lings wegschuiven van het achterwiel wordtgedetecteerd. Het systeem past de vermo-gensafgifte aan op basis van gegevens vande IMU (traagheidsmeeteenheid). Dit sy-steem ondersteunt de tractieregeling om bijte dragen aan een soepeler rijgedrag. LIFHet anti-liftsysteem vermindert de matewaarin het voorwiel van de grond komt bijextreme acceleratie, zoals bij het wegrijdenof optrekken uit de bocht. Als voorwielliftwordt gedetecteerd, wordt het motorver-mogen geregeld om de voorwiellift te ver-tragen met behoud van een goedeacceleratie.
DAU92821Snelschakelsysteem (indien aan-wezig)Het snelschakelsysteem maakt elektro-nisch ondersteund schakelen zonder kop-pelingshendel mogelijk. Als de sensor opde schakelstang de juiste beweging van hetschakelpedaal waarneemt, wordt het mo-torvermogen kortstondig aangepast omschakelen mogelijk te maken. Het snelschakelsysteem werkt niet als dekoppelingshendel wordt ingetrokken, nor-maal schakelen is dus ook mogelijk als hetsnelschakelsysteem is ingeschakeld. Con-troleer de indicator snelschakelen voor ac-tuele status- en bruikbaarheidsinformatie.
Speciale kenmerken3-63DAU91350BCHet remregelsysteem reguleert de hydrauli-sche remdruk naar de voor- en achterwie-len als de remmen worden bekrachtigd enblokkeren van de wielen wordt gedetec-teerd. Dit systeem heeft twee instellingen.BC1 is het standaard ABS, dat de remdrukaanpast op basis van de rijsnelheid en dewielsnelheidsgegevens. BC1 is ontworpenom in te grijpen en de remkracht te maxi-maliseren bij rechtuit rijden.BC2 gebruikt aanvullende informatie vande IMU om de toegepaste remkracht inbochten te reguleren om laterale wielslip tebeperken.WAARSCHUWINGDWA20891Het remregelsysteem vormt geen ver-vanging voor het gebruik van de juisterij- en remtechnieken.
Functies van instrumenten en bedieningselementen4-14DAU1097BStartblokkeersysteemDit voertuig is voorzien van een startblok-keersysteem waarmee diefstal kan wordenbemoeilijkt door de codering van de stan-daardsleutels te wijzigen. Het systeem be-staat uit de volgende onderdelen: een codeersleutel twee standaardsleutels een transponder (in elke sleutel) een startblokkeereenheid (op hetvoertuig) een ECU (op het voertuig) een controlelampje voor het systeem(pagina 4-7)Over de sleutelsDe codeersleutel wordt gebruikt om destandaardsleutels te coderen. Bewaar decodeersleutel op een veilige plaats. Ge-bruik een standaardsleutel voor uw dage-lijkse ritten. Ga als een sleutel opnieuw moet wordengecodeerd of vervangen met de codeer-sleutel en resterende standaardsleutelsnaar een Yamaha dealer om de codering telaten uitvoeren.
OPMERKING Bewaar de standaardsleutels en desleutels van andere startblokkeersy-stemen altijd op een andere plek dande codeersleutel. Houd sleutels van andere startblok-keersystemen altijd uit de buurt vanhet contactslot, want anders kunnenze signaalstoring veroorzaken. LET OPDCA11823ZORG DAT U DE CODEERSLEUTELNIET VERLIEST. NEEM DIRECT CON-TACT OP MET UW DEALER ALS U HEMVERLOREN HEBT. Als u de codeersleu-tel bent verloren, kan de machine nogworden gestart met de bestaande stan-daardsleutels. Het is echter niet meermogelijk om een nieuwe standaardsleu-tel te registreren. Als alle sleutels zijnverloren of beschadigd, moet het volle-dige startblokkeersysteem worden ver-vangen. Ga daarom zorgvuldig met desleutels om. Dompel ze niet onder in water. Stel ze niet bloot aan hoge tempe-raturen. Plaats ze niet in de buurt van mag-neten.
Plaats ze niet in de buurt van appa-raten die elektrische signalen uit-zenden. Ga er niet ruw mee om. Probeer ze niet te slijpen of te wijzi-gen. Probeer ze niet uit elkaar te halen. Hang nooit twee sleutels van eenstartblokkeersysteem aan dezelfdesleutelring. 1.
Functies van instrumenten en bedieningselementen4-24DAU10474Contactslot/stuurslotVia het contactslot/stuurslot worden hetontstekingssysteem en de verlichtingssy-stemen bediend en wordt het stuur ver-grendeld. De diverse standen wordenhierna beschreven.OPMERKINGGebruik de standaardsleutel (zwarte greep)voor regelmatig gebruik van de machine.Bewaar de codeersleutel (rode greep) opeen veilige plaats en gebruik deze uitslui-tend voor hercodering om het risico op ver-lies te minimaliseren.DAU84035ONAlle elektrische circuits worden voorzienvan stroom en de voertuigverlichting wordtingeschakeld. De motor kan worden ge-start.
De sleutel kan niet worden uitgeno-men.OPMERKING De koplamp(en) gaan branden als demotor wordt gestart. Laat om ontladen raken van de accute voorkomen het contactslot niet inde stand “ON” staan zonder dat demotor draait.DAU10664OFFAlle elektrische systemen zijn uitgescha-keld. De sleutel kan worden uitgenomen.WAARSCHUWINGDWA10062Draai nooit de sleutel naar “OFF” of“LOCK” terwijl de machine rijdt. Hier-door worden de elektrische systemenuitgeschakeld, wat mogelijk kan leidentot verlies van de controle of een onge-val.DAU73803LOCKHet stuur is vergrendeld en alle elektrischesystemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kanworden uitgenomen.Om het stuur te vergrendelen1. Draai het stuur helemaal naar links.2. Druk de sleutel in de “OFF”-stand inen draai deze dan naar “LOCK”.3.
Neem de sleutel uit.OPMERKINGAls het stuur niet wordt vergrendeld, pro-beer het dan iets terug naar rechts te draai-en.ONOFFLOCK1. Drukken.2. Draaien.12UB5UD1D0.book Page 2 Monday, October 10, 2022 10:35 AM
Functies van instrumenten en bedieningselementen4-34Het stuur ontgrendelenDruk de sleutel in en draai deze naar “OFF”.DAU66058StuurschakelaarsLinksRechtsDAU91630Dimlichtschakelaar/lichtsignaalschake-laar “ / /PASS”Zet deze schakelaar op “ ” voor groot-licht en op “ ” voor dimlicht.Druk terwijl de koplamp op dimlicht is inge-steld de schakelaar omlaag naar “PASS”om met het grootlicht te knipperen en omde start van elke ronde te markeren bij ge-bruik van de rondeteller.1. Drukken.2. Draaien.121. Schakelaar “MODE”2. Schakelaar MODE omhoog3. Schakelaar MODE omlaag4. Cruise-controlschakelaars5. Schakelaar alarmverlichting “ ”6. Claxonschakelaar “ ”7. Richtingaanwijzerschakelaar “ / ”8. Dimlichtschakelaar/lichtsignaalschakelaar “ / /PASS”111882233445671. Schakelaar Stop/Aan/Start “ / / ”2. Wielschakelaar “ ”11122UB5UD1D0.book Page 3 Monday, October 10, 2022 10:35 AM
Functies van instrumenten en bedieningselementen4-44DAU66040Richtingaanwijzerschakelaar “ / ”Druk deze schakelaar naar “ ” om afslaannaar rechts aan te geven. Druk deze scha-kelaar naar “ ” om afslaan naar links aante geven. Na loslaten keert de schakelaarterug naar de middenstand. Om de rich-tingaanwijzers uit te schakelen wordt deschakelaar ingedrukt nadat hij is terugge-keerd in de middenstand. DAU66030Claxonschakelaar “ ”Druk deze schakelaar in om een claxonsig-naal te geven. DAU66061Stop/Run/Start-schakelaar “ / / ”Om de motor te starten met de startmotor,zet u deze schakelaar op “ ” en drukt u deschakelaar vervolgens omlaag naar “ ”. Zie pagina 6-2 voor startinstructies voordatu de motor start. Zet deze schakelaar op “ ” om de motordirect uit te schakelen in een noodgeval,zoals wanneer de machine omslaat of alsde gaskabel blijft hangen.
DAU91670Schakelaar alarmverlichting “ ” Met deze schakelaar wordt de alarmver-lichting ingeschakeld (gelijktijdig knipperenvan alle richtingaanwijzers). De alarmver-lichting wordt gebruikt in een noodgeval ofom andere verkeersdeelnemers te waar-schuwen als uw machine stilstaat in eenmogelijk gevaarlijke verkeerssituatie. De alarmverlichting kan alleen worden in-of uitgeschakeld als de sleutel in de stand“ON” staat. De ingeschakelde alarmverlich-ting blijft knipperen als u het contactslotnaar de stand “OFF” of “LOCK” draait. Omde alarmverlichting uit te schakelen, draaitu het contactslot weer naar de stand “ON”en bedient u opnieuw de schakelaar van dealarmverlichting. LET OPDCA10062Gebruik de alarmverlichting niet gedu-rende langere tijd als de motor nietdraait omdat hierdoor de accu kan ont-laden.
Er zijn drie modusregelingen:Schakelaar MODE omhoog - druk opdeze schakelaar om de geselecteerde mo-dusinstelling omhoog aan te passen. Schakelaar “MODE” - druk op deze scha-kelaar om links-rechts te wisselen tussen“D-MODE” en “TCS-MODE”. Schakelaar MODE omlaag - druk op dezeschakelaar om de geselecteerde modusin-stelling omlaag aan te passen. OPMERKING Als in “D-MODE 1” op de schakelaarMODE omhoog wordt gedrukt, wordtgewisseld naar “D-MODE 4”. Als in“D-MODE 4” op de schakelaar MODEomlaag wordt gedrukt, wordt niet ge-wisseld naar “D-MODE 1”. De “TCS-MODE” kan alleen wordenuitgeschakeld vanaf het hoofddisplay. Selecteer “TCS-MODE” met de scha-kelaar “MODE” en houd vervolgensUB5UD1D0. book Page 4 Monday, October 10, 2022 10:35 AM.
Functies van instrumenten en bedieningselementen4-54de schakelaar MODE omhoog inge-drukt totdat “OFF” wordt weergege-ven. Gebruik de schakelaar MODE omlaagom de tractieregeling weer in te scha-kelen. Als “TCS-MODE” op “OFF” wordt ge-zet, worden de tractieregeling, SCS enLIF ook uitgeschakeld. Zie pagina 4-13 voor meer informatieover de weergave MODE. Zie pagina 3-4 voor meer informatieover “TCS-MODE”. Zie pagina 3-3 voor meer informatieover “D-MODE”. DAU92670Wielschakelaar “ ”Als de wielschakelaar wordt bediend, ver-schijnt een cursor rond het eerder geselec-teerde item op het hoofddisplay of hetsubdisplay.
Via de wielschakelaar wordt het volgendebediend: Voertuiginformatiedisplays Instellingen MENU Handvatverwarmingsfunctie (indienaanwezig) Zadelverwarmingsfunctie (indien aan-wezig)Bedien de wielschakelaar als volgt:Omhoogdraaien - draai het wiel omhoogom naar boven te schuiven of een instel-lingswaarde te verhogen. Omlaagdraaien - draai het wiel omlaag omnaar beneden te schuiven of een instel-lingswaarde te verlagen. Naar binnen duwen - druk de wielschake-laar in de richting van het stuur in om doorde cursor aangegeven items te selecterenen instellingswijzigingen te bevestigen. Houd de schakelaar ingedrukt om geselec-teerde items terug te stellen. OPMERKING Als de wielschakelaar enige tijd nietwordt bediend, verdwijnt de cursor. Zie pagina 4-9 voor meer informatieover het hoofddisplay, het subdisplayen de bijbehorende functies.
Functies van instrumenten en bedieningselementen4-64DAU88680Controlelampjes richtingaanwijzers “” en“”Elk controlelampje gaat knipperen wanneerde bijbehorende richtingaanwijzer knippert. DAU91820Vrijstandcontrolelampje “ ”Dit controlelampje brandt terwijl de versnel-lingsbak in de vrijstand staat. DAU88690Controlelampje grootlicht “ ”Dit controlelampje brandt terwijl de kop-lamp is ingeschakeld voor grootlicht. DAU92680Waarschuwingslampje brandstofniveau “”Dit waarschuwingslampje gaat brandenwanneer het brandstofniveau daalt tot be-neden ca. 3. 0 L (0. 79 US gal, 0. 66 Imp. gal). Vul in dat geval zo snel mogelijk brandstofbij. Het elektrische circuit van het waarschu-wingslampje kan worden gecontroleerddoor de machine in te schakelen. Het waar-schuwingslampje moet enkele secondenoplichten en dan uitgaan.
OPMERKINGAls het waarschuwingslampje helemaalniet gaat branden, blijft branden na het bij-vullen van de brandstof of herhaaldelijkknippert, laat de machine dan nakijkendoor een Yamaha dealer. DAU92690Controlelampjes cruise control “”/“”Deze controlelampjes gaan branden wan-neer de cruise control wordt geactiveerd. (Zie pagina 3-1. )OPMERKINGAls de machine wordt ingeschakeld, moe-ten deze lampjes enkele seconden oplich-ten en dan uitgaan. Laat als dit niet hetgeval is de machine nakijken door eenYamaha dealer. DAU91840Storingsindicatielampje (MIL) “ ”Dit lampje gaat branden of knipperen als ereen storing wordt gedetecteerd in de motorof een regelsysteem van de machine. Vraagin dat geval een Yamaha dealer het boord-diagnosesysteem te controleren. Het elek-trische circuit van hetwaarschuwingslampje kan worden gecon-troleerd door de machinevoeding in teschakelen.
Het lampje moet enkele secon-den oplichten en dan uitgaan. Als het lamp-je niet gaat branden wanneer demachinevoeding wordt ingeschakeld ofblijft branden, vraag dan uw Yamaha dealerom de machine na te kijken.
Functies van instrumenten en bedieningselementen4-74OPMERKINGDe motor wordt bewaakt door het boorddi-agnosesysteem, dat ook achteruitgang enstoringen in het uitstootcontrolesysteemdetecteert. Daardoor kan het MIL ook gaanbranden of knipperen als gevolg van aan-passingen, gebrek aan onderhoud of over-matig/onjuist gebruik van de motorfiets. Neem om dit te voorkomen het volgende inacht. Probeer niet om de software of demotorregeleenheid aan te passen. Monteer geen elektrische accessoiresdie de motorregeling beïnvloeden. Gebruik geen aftermarket-accessoi-res of -onderdelen zoals veringen,bougies, verstuivers, uitlaatsystemenetc. Wijk niet af van de aandrijflijnspecifi-caties (ketting, tandwielen, wielen,banden etc. ). Breng geen wijzigingen aan in de O2-sensor, het luchtinlaatsysteem of on-derdelen van het uitlaatsysteem (kata-lysatoren of EXUP etc. ), en verwijderdeze niet.
Onderhoud de aandrijfketting goed. Zorg dat de banden op de juiste span-ning blijven. Zorg dat de rempedaalhoogte correctafgesteld blijft om slepen van de ach-terrem te voorkomen. Vermijd extreem gebruik van de ma-chine. Bijvoorbeeld herhaaldelijk ofovermatig openen en sluiten van degasgreep, racen, burnouts, wheelies,langdurig gebruik met half geopendegasgreep etc. DAU92700ABS-waarschuwingslampje “ ”Onder normale omstandigheden gaat hetABS-waarschuwingslampje branden als demachine wordt ingeschakeld en uit als meteen snelheid van 5 km/h (3 mi/h) of hogerwordt gereden. OPMERKINGAls het waarschuwingslampje niet werktzoals hierboven beschreven of tijdens hetrijden gaat branden, werkt het ABS moge-lijk niet correct. Laat de machine zo snelmogelijk controleren door een Yamahadealer.
WAARSCHUWINGDWA21120Als het ABS-waarschuwingslampje nietuitgaat als u een snelheid van 5 km/h(3 mi/h) hebt bereikt of als het waar-schuwingslampje tijdens het rijden gaatbranden: Rijd extra voorzichtig om te voorko-men dat de wielen blokkeren bij eennoodstop.
Laat de machine zo snel mogelijkcontroleren door een Yamaha dea-ler. DAU92710Controlelampje startblokkering “ ”Als het contactslot wordt uitgeschakeld,gaat het controlelampje na 30 secondencontinu knipperen om aan te geven dat hetstartblokkeersysteem is ingeschakeld. Hetcontrolelampje stopt na 24 uur met knippe-ren, maar het startblokkeersysteem blijft in-geschakeld. OPMERKINGAls de machine wordt ingeschakeld, moetdit lampje enkele seconden oplichten endan uitgaan. Als het lampje niet gaat bran-den of blijft branden, vraag dan uw Yamahadealer om de machine te controleren. UB5UD1D0. book Page 7 Monday, October 10, 2022 10:35 AM.
Functies van instrumenten en bedieningselementen4-84Storing in het transpondersignaalAls het controlelampje startblokkeringknippert in het patroon 5 keer langzaam ge-volgd door 2 keer snel, betreft dit mogelijkeen storing in het transpondersignaal. Alsdeze fout zich voordoet, probeer dan hetvolgende. 1. Houd andere startblokkeersleutels uitde buurt van het contactslot. 2. Start de motor met behulp van de co-deersleutel. 3. Als de motor start, zet deze dan weeruit en probeer hem opnieuw te startenmet de standaardsleutels. 4. Als de motor niet kan worden gestartmet een of beide standaardsleutels,breng dan de machine en alle 3 sleu-tels naar een Yamaha dealer en laatde standaardsleutels opnieuw code-ren. DAU92721Controlelampje stabiliteitsregeling “ ”Dit controlelampje gaat knipperen wanneertijdens het rijden de tractieregeling, SCS ofLIF wordt geactiveerd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Yamaha Tracer 900 (2023) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor Yamaha
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor