Yamaha TRACER 9 GT (2024) Handleiding

Yamaha Motor TRACER 9 GT (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Yamaha TRACER 9 GT (2024) (158 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 109 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Yamaha TRACER 9 GT (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/158
DIC183
MTT890D-K (Tracer 9 GT+)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
HANDLEIDING
MOTORFIETS
Lees deze handleiding
aandachtig door voordat u deze
machine gaat gebruiken.
Gebruikersinformatie
Index
Specificaties
Verzorging en stalling van de motorfiets
Connectiviteitssysteem voor smartphone
Beschrijving
Speciale kenmerken
Veiligheidsinformatie
Periodiek onderhoud en afstelling
Gebruik en belangrijke rij-informatie
Voor uw veiligheid – controles
voor het rijden
Functies van instrumenten en
bedieningselementen
BLG-F8199-D1
[Dutch (D)]

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Yamaha
Categorie: Motor
Model: TRACER 9 GT (2024)

Handleiding Yamaha TRACER 9 GT (2024) – volledige tekst

DIC183MTT890D-K (Tracer 9 GT+)123456789101112HANDLEIDINGMOTORFIETS Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken.GebruikersinformatieIndexSpecificatiesVerzorging en stalling van de motorfietsConnectiviteitssysteem voor smartphoneBeschrijvingSpeciale kenmerkenVeiligheidsinformatiePeriodiek onderhoud en afstellingGebruik en belangrijke rij-informatieVoor uw veiligheid – controles voor het rijdenFuncties van instrumenten en bedieningselementenBLG-F8199-D1[Dutch (D)]

DAU81566Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken. Deze handleiding dient bij demachine te blijven als deze wordt verkocht.DAU81575Voor EuropaConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd. dat de radioapparatuur van het type STARTBLOKKERING,B7N-00, in overeenstemming is met Richtlijn 2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 134.2 kHzMaximaal radiofrequentievermogen: 49.0 [dBμV/m]Fabrikant:YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd.1450-6 Mori, Mori-machi, Shuchi-Gun, Shizuoka, 437-0292 JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V.Koolhovenlaan 101, 1119 NC Schiphol-Rijk, 1117 ZN, Schiphol, NederlandUBLGD1D0.book Page 1 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM

DAU94373Voor het VKConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd. dat de radioapparatuur van het type STARTBLOKKERING,B7N-00, in overeenstemming is met de voorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 134.2 kHzMaximaal radiofrequentievermogen: 49.0 [dBμV/m]Fabrikant:YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd.1450-6 Mori, Mori-machi, Shuchi-Gun, Shizuoka, 437-0292 JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA. Verenigd Koninkrijk.UBLGD1D0.book Page 2 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM

DAUA0731Voor EuropaConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart Robert Bosch GmbH dat de radioapparatuur van het type MRRe14FCR in overeenstemming is met Richtlijn2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:http://eu-doc.bosch.comFrequentieband: 76-77 GHzHet maximale uitzendvermogen:Nominale zendkracht: e.i.r.p. (piekdetector): 32 dBmNominale zendkracht: e.i.r.p. (RMS-detector): 27 dBmFabrikant:Robert Bosch GmbH, XC-DA/ECRPostbus 1661, 71226, Leonberg, DuitslandImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V.Koolhovenlaan 101, 1119 NC Schiphol-Rijk, 1117 ZN, Schiphol, NederlandUBLGD1D0.book Page 4 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM

DAUA0740Voor het VKConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart Robert Bosch GmbH dat de radioapparatuur van het type MRRe14FCR in overeenstemming is met devoorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring voor het VK kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://ita.bosch.comSelecteer eerst een regio of land en vervolgens de gewenste modelnaam.Frequentieband: 76-77 GHzHet maximale uitzendvermogen:Nominale zendkracht: e.i.r.p. (piekdetector): 32 dBmNominale zendkracht: e.i.r.p. (RMS-detector): 27 dBmFabrikant:Robert Bosch GmbH, XC-DA/ECRPostbus 1661, 71226, Leonberg, DuitslandImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA. Verenigd Koninkrijk.UBLGD1D0.book Page 6 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM

DAU97052Conformiteitsverklaring:Hierbij verklaart Garmin dat dit product in overeenstemming is met Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-con-formiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:www.garmin.com/complianceConformiteitsverklaring VK:Hierbij verklaart Garmin dat dit product in overeenstemming is met de relevante wettelijke eisen. De volledige tekst van deconformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:www.garmin.com/complianceModelnummer(s): LYWW20Spectrumgegevens: 2.4 GHz @ 8.48 dBm nominaalSpectrumgegevens: 5.8 GHz @ 13.92 dBm nominaalFabrikant:GARMIN CorporationNo.

DAU98372Gebruik van handelsmerkenHet Bluetooth®-woordmerk en de logo’s zijn gedeponeerde handelsmerken van Bluetooth SIG, Inc.Android™ is een handelsmerk van Google LLC.Wi-Fi® is een gedeponeerd handelsmerk van de Wi-Fi Alliance®iOS is een gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van Cisco Systems, Inc. en/of zijn dochterondernemingen in de Verenigde Statenen bepaalde andere landen.UBLGD1D0.book Page 9 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM

InleidingDAU10103Welkom in de wereld van Yamaha!Als eigenaar van de MTT890D-K profiteert u van de enorme ervaring en technische kennis van Yamaha op het gebied van het ontwerpenen fabriceren van hoogwaardige producten, waarmee Yamaha zijn reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.Neem rustig de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u plezier zult hebben van alle functies van uw MTT890D-K. DeHandleiding geeft instructies voor de bediening, inspectie en het onderhoud van de machine en beschrijft hoe u uzelf en anderen kuntbeschermen tegen persoonlijk letsel of schade.Verder helpen allerlei tips in deze handleiding om uw machine in optimale conditie te houden. Als er ten slotte toch nog vragen zijn, aarzeldan niet en neem contact op met de Yamaha dealer.Het Yamaha team wenst u veilig en plezierig rijden toe.

En vergeet niet, veiligheid voor alles!Yamaha werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwaliteit. Om deze reden kan soms sprake zijn vankleine tegenstrijdigheden tussen uw machine en de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recenteproductinformatie ten tijde van publicatie. Als u vragen hebt over deze handleiding, neem dan contact op met uw Yamaha dealer.WAARSCHUWINGDWA10032Lees deze handleiding aandachtig helemaal door voordat u deze machine gaat gebruiken.UBLGD1D0.book Page 1 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM

Belangrijke informatie in de handleidingDAU10134Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aanduidingen:*Product en specificaties kunnen zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.Dit is het Safety Alert-symbool. Het wordt gebruikt om u te waarschuwen voor risico’s op persoonlijk letsel. Volg alle veiligheidsaanwijzingen bij dit symbool op om mogelijk letsel of overlijden te voorkomen.Een WAARSCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan re-sulteren in ernstig letsel of overlijden.De aanduiding LET OP staat bij speciale voorzorgen die moeten worden genomen om scha-de aan de machine of andere eigendommen te voorkomen.De aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke informatie die procedures kan vergemakkelijken of verhelderen.WAARSCHUWINGLET OPOPMERKINGUBLGD1D0.book Page 1 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM

5-38Uitlaatkatalysator. 5-39Zadels. 5-39De hoogte van het bestuurderszadel afstellen. 5-40Positie bestuurdersvoetsteunen. 5-43Opbergcompartiment. 5-43Kuipruit. 5-43Stand van het stuur. 5-44Steunhouder zijkoffer. 5-44Vering voor en achter afstellen. 5-44Bagagebandhouders. 5-46Gelijkstroomstekkers. 5-46USB-stekker. 5-46Zijstandaard. 5-47Bochtenlichten. 5-48Startspersysteem. 5-48Voor uw veiligheid – controles voor het rijden. 6-1Gebruik en belangrijke rij-informatie. 7-1Inrijperiode. 7-1De motor starten. 7-2Schakelen. 7-3Tips voor een zuinig brandstofverbruik. 7-4Parkeren. 7-5Periodiek onderhoud en afstelling. 8-1Gereedschapsset. 8-2Periodieke onderhoudsschema’s. 8-3Periodiek onderhoudsschema van het uitstootcontrolesysteem. 8-3Algemeen smeer- en onderhoudsschema. 8-5De bougies controleren. 8-9Filterbus. 8-10Motorolie. 8-10Waarom Yamalube. 8-11Koelvloeistof. 8-11Luchtfilterelement.

1-11VeiligheidsinformatieDAU1028CWees een verantwoordelijke eigenaarAls eigenaar van de machine bent u verant-woordelijk voor de veilige en juiste bedie-ning ervan. Motorfietsen zijn tweewielige voertuigen. Voor een veilig gebruik zijn de toepassingvan de juiste rijtechnieken en de ervaringvan de bestuurder van belang. Elke be-stuurder moet bekend zijn met de volgendevereisten alvorens met deze motorfiets tegaan rijden. Hij of zij moet: Door een competente informatiebrongrondig zijn ingelicht over alle aspec-ten van het motorrijden.  Zich houden aan de waarschuwingenen onderhoudseisen zoals vermeld indeze Gebruikershandleiding.  Grondig getraind zijn in veilige en cor-recte rijtechnieken.  Gebruikmaken van professioneletechnische service, zoals aangegevenin deze Gebruikershandleiding en/ofwanneer de mechanische conditiesdit vereisen.

 Ga nooit rijden met een motorfietszonder passende rijopleiding of in-structies. Neem rijlessen. Beginnersmoeten les krijgen van een gediplo-meerd instructeur. Neem contact opmet een bevoegde motorfietsdealervoor informatie over rijlessen bij u inde buurt. Veilig rijdenVoer vóór elke rit de controles voor het rij-den uit om u ervan te verzekeren dat demachine in veilige staat verkeert. Onvol-doende inspectie of onderhoud van de ma-chine vergroot het risico op ongeval ofschade. Zie pagina 6-1 voor een lijst metcontroles voor het rijden.  Deze motorfiets is gebouwd voor hetvervoer van de bestuurder plus eenpassagier.  Het niet opmerken en herkennen vanmotorfietsen door andere weggebrui-kers vormt de belangrijkste oorzaakvan auto-/motorongevallen. Vaakworden ongevallen veroorzaakt door-dat een autobestuurder de motor nietheeft gezien.

Zorg dat u opvalt, datblijkt het meest effectief om het risicoop een dergelijk type ongeval te ver-minderen. Dus:• Draag een jack in felle kleuren. • Wees extra voorzichtig bij het nade-ren en passeren van kruisingen,daar doen ongelukken met motor-fietsen zich namelijk het meestvoor.

• Ga daar rijden waar andere wegge-bruikers u kunnen zien. Ga niet rij-den in de dode zichthoek van eenandere weggebruiker. • Pleeg nooit onderhoud aan eenmotorfiets zonder voldoende ken-nis. Neem contact op met een be-voegde motorfietsdealer voorinformatie over het basisonderhoudvan een motorfiets. Bepaalde on-derhoudswerkzaamheden kunnenalleen worden uitgevoerd door ge-diplomeerd personeel.  Bij veel ongevallen zijn onervaren be-stuurders betrokken. Veelal zijn be-stuurders die bij een ongevalbetrokken waren zelfs niet in het bezitvan een geldig motorrijbewijs. • Zorg dat u bekwaam bent om te rij-den en leen uw motorfiets alleen uitaan ervaren motorrijders. • Weet wat u wel en niet aankunt. Door rekening te houden met uwbeperkingen helpt u ongelukkenvoorkomen. UBLGD1D0. book Page 1 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM.

Veiligheidsinformatie1-21• We raden aan om het motorrijden teoefenen op plekken waar geen ver-keer is, totdat u grondig bekendbent met de motor en zijn bedie-ning.  Ongelukken worden vaak veroorzaaktdoor een fout van de motorbestuur-der. Veel bestuurders houden bij hetingaan van een bocht een te hoge rij-snelheid aan of gaan onvoldoendeschuinliggen voor de rijsnelheid,waardoor ze wijd uit de bocht komen. • Neem altijd de maximumsnelheid inacht en rijd nooit sneller dan dewegcondities en het verkeer toe-staan. • Geef altijd richting aan voordat u af-slaat of van rijstrook wisselt. Zorgdat andere weggebruikers u kun-nen zien.  De zithouding van de bestuurder ende passagier is belangrijk voor eengoede besturing. • De bestuurder moet tijdens het rij-den beide handen aan het stuurhouden en beide voeten op de be-stuurdersvoetsteunen, om zo demacht over het stuur te behouden.

• De passagier hoort steeds de be-stuurder, de zadelband of de hand-greep, indien aanwezig, met beidehanden vast te houden en beidevoeten op de passagiersvoetsteu-nen te houden. Neem nooit eenpassagier mee die niet in staat isom beide voeten stevig op de pas-sagiersvoetsteunen te zetten.  Rijd nooit onder invloed van alcohol ofandere drugs.  Deze motorfiets is uitsluitend ontwor-pen voor gebruik op verharde wegen. De machine is niet bedoeld voor off-roadgebruik. Beschermende uitrustingMotorongelukken met dodelijke afloop be-treffen meestal hoofdletsel. Het dragen vaneen helm is de belangrijkste factor bij hetvoorkomen of reduceren van hoofdletsel.  Draag altijd een goedgekeurde helm.  Draag ook een vizier of een veilig-heidsbril. Zonder oogbeschermingkan uw zicht door de rijwind verslech-teren, waardoor u gevaren mogelijk telaat opmerkt.

 Draag nooit loszittende kleding, dezekan blijven haken aan bedienings-handgrepen of door de wielen wordengegrepen en zo een ongeval of letselveroorzaken.  Draag altijd beschermende kledingdie uw benen, enkels en voeten be-dekt. De motor en het uitlaatsysteemkunnen tijdens en na het rijden zeerheet zijn en brandwonden veroorza-ken.  De hierboven vermelde voorzorgs-maatregelen gelden ook voor passa-giers. Voorkom koolmonoxidevergiftigingDe uitlaatgassen van verbrandingsmotorenbevatten koolmonoxide, een dodelijk gas. Inademing van koolmonoxide kan hoofd-pijn, duizeligheid, sufheid, misselijkheid,verwarring en uiteindelijk de dood veroor-zaken. Koolmonoxide is een kleurloos, reukloos,smaakloos gas dat ook aanwezig kan zijnals u geen uitlaatgassen ziet of ruikt. Hetkoolmonoxideniveau kan zeer snel oplo-pen, waardoor u het bewustzijn kunt verlie-zen en uzelf niet meer kunt redden.

Veiligheidsinformatie1-31symptomen van koolmonoxidevergiftigingervaart, verlaat de ruimte dan onmiddellijk,ga naar de open lucht en ROEP MEDISCHEHULP IN.  Laat de motor niet binnen draaien. Zelfs als u ventileert met ventilatorenof open ramen en deuren kan de hoe-veelheid koolmonoxide snel oplopentot gevaarlijke niveaus.  Laat de motor niet draaien in slechtgeventileerde of deels afgeslotenruimtes zoals schuren of garages.  Laat de motor niet buiten draaien opplaatsen waar de uitlaatgassen in eengebouw kunnen worden getrokken viaopeningen zoals ramen en deuren. BeladenHet monteren van accessoires of het ver-voer van bagage kan een negatief effecthebben op de rijstabiliteit en het wegge-drag als hierdoor de gewichtsverdeling vande motor verandert. Wees uiterst voorzich-tig bij het monteren van accessoires of hetbeladen van uw motor, om zo mogelijkeongevallen te vermijden.

Pas extra op wan-neer u op een motor rijdt die beladen is ofwaaraan accessoires zijn gemonteerd. Hieronder volgen naast de informatie overaccessoires enkele richtlijnen voor het be-laden van uw motorfiets:Het totale gewicht van de bestuurder, pas-sagier, accessoires en bagage mag demaximale gewichtslimiet niet overschrij-den. Rijden met een te zwaar belastemachine kan leiden tot een ongeval. Let op het volgende wanneer u tot deze ge-wichtslimiet belaadt: Het zwaartepunt van bagage en ac-cessoires moet zo laag mogelijk lig-gen en zo dicht mogelijk bij de motor. Bevestig zware goederen zo dichtmogelijk bij het midden van de machi-ne en verdeel het gewicht zo gelijkma-tig mogelijk over beide zijden omonbalans of instabiliteit te minimalise-ren.  Als gewicht gaat schuiven kan zicheen plotselinge onbalans voordoen.

• Pas de vering aan de te vervoerenbagage aan (alleen voor modellenmet instelbare vering) en controleerde toestand en spanning van uwbanden. • Bevestig nooit omvangrijke of zwa-re goederen aan het stuur, de voor-vork of het voorwielspatbord. Dergelijke voorwerpen, inclusiefbagage als slaapzakken, plunjezak-ken of tenten, kunnen een instabielweggedrag of een te trage reactieop het stuur veroorzaken.  Deze machine is niet ontworpenvoor het trekken van een aanhangerof bevestiging van een zijspan. Originele Yamaha accessoiresDe keuze van accessoires voor uw machi-ne vormt een belangrijke beslissing. Origi-nele Yamaha accessoires, die alleenverkrijgbaar zijn bij de Yamaha dealer, zijndoor Yamaha ontwikkeld, getest en goed-gekeurd voor gebruik op uw machine. Veel bedrijven die niet zijn gelieerd aanYamaha produceren onderdelen en acces-soires of bieden aanpassingssets voorYamaha voertuigen.

Yamaha kan niet alleproducten testen die deze bedrijven produ-ceren. Om die reden kan Yamaha acces-soires die niet door Yamaha zijn verkocht ofwijzigingen die niet door zijn Yamaha zijnaangeraden niet goedkeuren of aanbeve-len, zelfs niet als deze zijn verkocht engeenstalleerd door een Yamaha dealer. Maximale belasting:193 kg (425 lb)UBLGD1D0. book Page 3 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM.

Veiligheidsinformatie1-41In de handel verkrijgbare onderdelen,accessoires en aanpassingssetsHoewel er producten verkrijgbaar zijn diequa ontwerp en kwaliteit sterk lijken op ori-ginele Yamaha accessoires, dient u te be-seffen dat sommige in de handelverkrijgbare accessoires of aanpassings-sets niet geschikt zijn vanwege mogelijkeveiligheidsrisico’s voor uzelf of anderen. Het monteren van in de handel verkrijgbareproducten of het verrichten van aanpassin-gen die de ontwerp- of bedieningskenmer-ken van uw machine wijzigen kan het risicoop ernstig letsel of overlijden van uzelf ofanderen vergroten. U bent verantwoordelijkvoor letsel dat voortvloeit uit wijzigingenaan de machine. Volg bij de montage van accessoires de on-derstaande richtlijnen en die vermeld onderhet kopje “Beladen”.

 Monteer nooit accessoires en vervoernooit bagage als deze een nadelige in-vloed hebben op de prestaties van uwmotor. Inspecteer het accessoirezorgvuldig alvorens het te gebruikenom te waarborgen dat het de grond-speling of de hellinghoek op geen en-kele manier vermindert, de veerweg,de stuuruitslag of de bediening nietbeperkt en geen lampen of reflectorsafdekt. • Accessoires die aan of nabij hetstuur of de voorvork zijn gemon-teerd zullen mogelijk instabiliteitveroorzaken door een foutieve ge-wichtsverdeling of door aerodyna-mische effecten. Accessoires aanhet stuur of nabij de voorvork moe-ten zo licht mogelijk zijn en tot eenminimum worden beperkt. • Omvangrijke accessoires kunnendoor hun aerodynamisch effect vaninvloed zijn op de rijstabiliteit van demotor. De motor kan door rijwindworden opgetild of bij zijwind insta-biel worden.

Zulke accessoireskunnen ook instabiliteit veroorza-ken terwijl u grote voertuigen in-haalt of door deze wordt ingehaald. • Sommige accessoires dwingen debestuurder om een andere dan denormale zitpositie in te nemen.

Zo’nverkeerde zitpositie beperkt de be-wegingsvrijheid van de bestuurderen kan een comfortabele bedieninghinderen, zodat we dergelijke ac-cessoires sterk afraden.  Wees voorzichtig bij het aanbrengenvan elektrische accessoires. Als elek-trische accessoires de capaciteit vanhet elektrisch systeem van de motor-fiets te boven gaan, kan zich een ge-vaarlijke elektrische storing voordoenwaardoor de verlichting of de motoruitvalt. In de handel verkrijgbare banden en vel-genDe banden en velgen die bij uw motorfietswerden geleverd, zijn ontworpen om demogelijkheden van de motorfiets te onder-steunen en bieden de beste combinatie vanrijprestaties, remvermogen en comfort. An-dere banden, velgen, maten of combinatieszijn mogelijk niet geschikt. Zie pagina 8-14voor de bandenspecificaties en informatieover het onderhouden en vervangen vanuw banden.

Veiligheidsinformatie1-51 Schakel een versnelling in (bij model-len met een handgeschakelde ver-snellingsbak). Zet de motorfiets vast met spanban-den of andere geschikte banden aanstevige delen van de motorfiets, zoalshet frame of de bovenste voorvork-klem (en niet aan, bijvoorbeeld, hetstuur, de richtingaanwijzers of onder-delen die kunnen afbreken). Kies deplaats voor de spanbanden zorgvuldigom te voorkomen dat deze tijdens hettransport schuurplekken op de lakveroorzaken. Zorg indien mogelijk dat de vering ietsdoor de spanbanden wordt ingedrukt,zodat de motorfiets tijdens het trans-port niet overmatig kan stuiteren.UBLGD1D0.book Page 5 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM

Speciale kenmerken3-13DAUA0484MillimetergolfradarDeze machine is voorzien van een aan devoorzijde gemonteerde millimetergolfradar-eenheid. De radar detecteert en meet de af-stand tot voorliggende voertuigen en maaktzo de werking van het ACC-systeem (pagi-na 3-1) en het UBS met radarfunctie (pagi-na 3-11) mogelijk.WAARSCHUWINGDWA22460 Breng geen stickers of lak aan rondde millimetergolfradareenheid,aangezien dit de juiste werking vanhet ACC-systeem en het UBS metradarfunctie kan verhinderen.Plaats ook geen voorwerpen in debuurt van de millimetergolfradar-eenheid die de detectiefunctie kun-nen verstoren. Het bevestigen ofaanpassen van accessoires aan devoorzijde van de machine kan dedetectiefunctie van millimetergolf-radareenheid verstoren. In het geval van een aanrijding of valkan de millimetergolfradar ver-schuiven en zijn uitlijning verliezen,waardoor deze niet meer goedwerkt.

Laat het onderdeel inspecte-ren door uw Yamaha dealer.DAUA0419Adaptive Cruise Control (ACC)-systeemWAARSCHUWINGDWA22571 Het ACC-systeem is ontworpen omhet comfort van de rijder te verho-gen en vermoeidheid te verminde-ren. Het is geen veiligheids- of pre-crashsysteem. De rijder is verant-woordelijk voor de veiligheid. Rij-ders dienen zich te allen tijdebewust te zijn van hun omgeving ende wegomstandigheden en de ma-chine actief te bedienen om veilig teversnellen en vertragen. Het ACC-systeem werkt het besteop lange, rechte wegen zoals snel-wegen. Het is geen vervanging voorde aandacht van de rijder voor derijomgeving.Deze machine is voorzien van een adaptie-ve cruise control (ACC) die de rijder onder-steunt bij het aanhouden van eeningestelde kruissnelheid en geschikte af-stand tot voorliggende voertuigen. Daar-voor is slechts een beperkte input van derijder vereist.1.

Speciale kenmerken3-23Het ACC-systeem gebruikt de aanwezigemillimetergolfradareenheid om voorliggen-de voertuigen te detecteren en regelt ver-volgens automatisch de motor, de remmenen het elektronische veersysteem om eeningestelde volgafstand aan te houden.Als het ACC-systeem actief is, regelt het derijsnelheid als volgt: Als er geen voorliggend voertuig is,rijdt de machine met de ingesteldekruissnelheid. Als het systeem een voorliggend voer-tuig detecteert, versnelt of vertraagthet doorlopend om de rijsnelheid opdat voertuig af te stemmen (binnen degrenzen van de ingestelde kruissnel-heid). Als het systeem een voorliggend voer-tuig detecteert dat trager rijdt dan deingestelde kruissnelheid, stemt het derijsnelheid af op die van het voorlig-gende voertuig. Als de radar een voorliggend voertuigniet langer detecteert terwijl de snel-heid lager is dan de ingestelde kruis-snelheid, versnelt het systeem naar deingestelde kruissnelheid.WAARSCHUWINGDWA22393 Afhankelijk van de omgeving enverkeersomstandigheden kan hetACC-systeem onverwachts ver-snellen of vertragen.

De rijder moette allen tijde klaar zijn om te sturen,versnellen, remmen en schakelen. De kruissnelheid en volgafstandtussen voertuigen moet worden in-gesteld volgens de lokale wet- enregelgeving. Stel de volgafstand in op een veiligewaarde die geschikt is voor deweers-, weg- en verkeersomstan-digheden. Schakel om ongewenste activeringvan het ACC-systeem te voorko-men het ACC-systeem uit (ACC-indicatorpictogram “ ” is uit)wanneer u het niet gebruikt.100 km/h (60 mi/h)80 km/h (50 mi/h)80 km/h (50 mi/h)80 km/h (50 mi/h)80 km/h (50 mi/h)100 → 80 km/h(60 → 50 mi/h)80 km/h (50 mi/h)80 km/h (50 mi/h)80 → 100 km/h(50 → 60 mi/h)80 → 100 km/h(50 → 60 mi/h)UBLGD1D0.book Page 2 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM

Bedien de machine hand-matig, zelfs als het ACC-systeemactief is, onder de volgende om-standigheden:• Een ander voertuig voegt plotse-ling voor u in• Het voorliggende voertuig remtplotseling• Het snelheidsverschil met hetvoorliggende voertuig is groot De millimetergolfradar werkt moge-lijk niet goed in de volgende omge-vingen:• Locaties met elektromagneti-sche storing• Tunnels• Vlak bij vangrails•Bij zware regen, sneeuw, hageletc.• Op plaatsen waar wegwerk-zaamheden worden uitgevoerd Gebruik het ACC-systeem niet in devolgende situaties, waarin het ACC-systeem mogelijk niet goed werkten risico bestaat op ongevallen:•Wegen met voetgangers of fiet-sers• Druk verkeer met veelvuldige rij-strookwisselingen• Slecht weer•Bochtige wegen•Gladde wegen•Hobbelige wegen•Onverharde wegen•Wegen waaraan wordt gewerkt• Niet-openbare wegenWAARSCHUWINGDWA22580Het ACC-systeem is mogelijk niet instaat om het voorliggende voertuignauwkeurig te detecteren in de volgen-de omstandigheden: U rijdt aan een buitenrand van derijstrook. Het voorliggende voertuig rijdt aaneen buitenrand van de rijstrook. U stuurt niet rechtuit en slingert. De machine helt achterover doorovermatige belading (de maximalebelasting is overschreden). Een voertuig in een aangrenzenderijstrook rijdt te dicht bij uw rij-strook. U rijdt een steile helling op of af.Buitenkant van rijstrookVoertuig in aangrenzende rijstrook tedichtbij??????UBLGD1D0.book Page 3 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM

Speciale kenmerken3-43Slingerend rijdenWAARSCHUWINGDWA22520De volgende dingen worden mogelijkniet of niet nauwkeurig gedetecteerd,zelfs als ze zich op dezelfde rijstrook be-vinden: Voertuigen die op de weg zijn ge-parkeerd of stilstaan in het verkeer. Stilstaande objecten (tunnels,vangrails, tolhuisjes etc.) Voetgangers, fietsers, dieren. Motorfietsen (als ze tussen rijstro-ken rijden). Voertuigen met een ongewonevorm (bijvoorbeeld hoge voertuigenen voertuigen met een lange laad-vloer). Rondvliegende voorwerpen (ballen,plastic zakken, metalen houderszoals blikken). Voertuigen die voor u langs kruisen.Tussen rijstroken rijdenVoertuig dat van rijstrook wisseltVoertuig met ongewone vormWAARSCHUWINGDWA22500Als het ACC-systeem het voorliggendevoertuig niet meer detecteert of het ver-keerde voertuig detecteert, is dat voer-tuig mogelijk aan het versnellen ofvertragen.

Vanwege de hoek van de ra-darkegel kan het systeem vooral inscherpe bochten of op slingerende we-gen de detectie van het voorliggendevoertuig verliezen of een voertuig in eenandere rijstrook detecteren.??????????UBLGD1D0.book Page 4 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM

Speciale kenmerken3-53Scherpe bochtenDAUA0493Rijderinterventieverzoek terwijl het ACC-systeem actief isNeem als een rijderinterventieverzoekwordt weergegeven onmiddellijk volledigecontrole over de machine en beoordeel desituatie. Het rijderinterventieverzoek wordtweergegeven in de volgende situaties: Als het voorliggende voertuig te dicht-bij is. Als uw huidige rijsnelheid te hoogwordt geacht in vergelijking met dievan het voorliggende voertuig.De remregeling (BC) is actief: Als het voorliggende voertuig te dicht-bij is. Als de remregeling van het UBS metradarfunctie een hoge remkracht uit-oefent.WAARSCHUWINGDWA22540Weergave van het rijderinterventiever-zoek wordt niet onder alle omstandighe-den gegarandeerd. Hetrijderinterventieverzoek wordt onder be-paalde omstandigheden mogelijk niet ofvertraagd weergegeven.

Speciale kenmerken3-63DAUA0764Werking van het ACC-systeemHet ACC-systeem instellen en activeren1. Druk op de aan-uitschakelaar van hetACC “ ”, het ACC-indicatorpicto-gram licht wit op “ ”.2. Druk op de instelschakelaar van hetACC “ ” om het ACC-systeem teactiveren, het ACC-indicatorpicto-gram licht groen op “ ”. De huidigerijsnelheid van de machine wordt in-gesteld als de kruissnelheid voor hetACC-systeem en wordt groen “ ”weergegeven in de weergave ACC-snelheidsinstelling.Als het ACC-indicatorpictogramgroen “ ” of wit “ ” brandt en eenvoorliggend voertuig wordt gedetec-teerd, licht het indicatorpictogramvoertuigdetectie wit “ ” op.OPMERKING Rijd bij gebruik van het ACC-systeemzo veel mogelijk midden op de rij-strook om te zorgen dat voorliggendevoertuigen nauwkeurig worden gede-tecteerd. Als de stabiliteitsregeling is uitgescha-keld, kan het ACC-systeem niet wor-den geactiveerd.

Speciale kenmerken3-73Druk terwijl het ACC-systeem actief is opde ACC-instelschakelaar “ ” om de in-gestelde kruissnelheid te verhogen of op deACC-instelschakelaar “ ” om de inge-stelde kruissnelheid te verlagen. OPMERKINGMet elke druk op de ACC-instelschakelaar “ ” / “ ” wordt de in-gestelde kruissnelheid gewijzigd met1. 0 km/h (1. 0 mph). Als de ACC-instelschakelaar “ ” / “ ” ingedruktwordt gehouden, wordt de snelheid gewij-zigd met stappen van 10 km/h (5 mph). U kunt te allen tijde versnellen met de gas-greep, ook als het ACC-systeem actief is. De ingestelde kruissnelheid kan op eennieuwe waarde worden ingesteld door opde ACC-instelschakelaar “ ” te drukken. Als u dat niet doet, vertraagt de machinenaar de ingestelde kruissnelheid als u degasgreep loslaat. Het ACC-systeem kan in alle versnellingenworden gebruikt.

Als u langzamer rijdt dande minimale ingestelde kruissnelheid, kande kruissnelheid echter niet worden inge-steld en kan het ACC-systeem niet wordengeactiveerd. Hieronder worden de minima-le ingestelde kruissnelheden in elke ver-snelling getoond:De volgafstand instellenDruk terwijl het ACC-systeem actief is of inde stand-bymodus staat op de ACC-instel-schakelaar voor de volgafstand “ ” omte wisselen tussen 4 niveaus van volgaf-stand tot het voorliggende voertuig. De huidige instelling voor de volgafstandwordt aangegeven door het aantal balkjesvan het indicatorpictogramvolgafstand “ ”. OPMERKING De werkelijke volgafstand voor elke in-stelling varieert naargelang de rijsnel-heid (de volgafstand neemt toenaarmate de snelheid toeneemt).  Als het ACC-systeem wordt uitge-schakeld en weer ingeschakeld, blijftde eerdere instelling van de volgaf-stand behouden.

Als het systeemovergaat naar de stand-bymodus, licht hetACC-indicatorpictogram wit “ ” op enwordt de weergave ACC-snelheidsinstel-ling grijs.  Draai de gasgreep voorbij de vollediggesloten stand in de deceleratierich-ting.  Bekrachtig de voor- of achterrem.  Houd de koppelingshendel ten minste1 seconde ingedrukt. Druk om het ACC-systeem uit te schakelenop de aan-uitschakelaar van het ACC-systeem “ ”. Als het systeem is uitge-Minimale ingestelde kruissnelhe-den:1e versnelling: 30 km/h (20 mi/h)2e versnelling: 30 km/h (20 mi/h)3e versnelling: 40 km/h (25 mi/h)4e versnelling: 40 km/h (25 mi/h)5e versnelling: 50 km/h (30 mi/h)6e versnelling: 50 km/h (30 mi/h)Maximale ingestelde kruissnelheid: 160 km/h (100 mi/h)1 balkje “ ”: Kleinste (ca. 27 m bij 100 km/h (0. 017 mijl bij 62 mph))2 balkjes “ ”: Klein (ca. 33 m bij 100 km/h (0. 021 mijl bij 62 mph))3 balkjes “ ”: Groot (ca.

Speciale kenmerken3-83schakeld, gaan het ACC-indicatorpicto-gram “ ” en de weergave ACC-snelheidsinstelling uit. De hervattingsfunctie gebruikenDruk om het ACC-systeem vanuit destand-bymodus te reactiveren op de ACC-instelschakelaar “ ”. De rijsnelheid keertterug naar de eerder ingestelde kruissnel-heid en het ACC-indicatorpictogram wordtgroen “ ”. WAARSCHUWINGDWA22400Als de eerder ingestelde kruissnelheid tehoog is voor de huidige rijomstandighe-den, is het gevaarlijk om de hervattings-functie te gebruiken. OPMERKINGAls u op de aan-uitschakelaar van het ACC-systeem “ ” drukt terwijl het ACC-sy-steem actief is, wordt het systeem vollediguitgeschakeld en wordt de eerder ingestel-de kruissnelheid gewist. De hervattings-functie is pas weer beschikbaar nadat eennieuwe kruissnelheid is ingesteld.

Automatische deactivering/uitschake-ling van het ACC-systeemHet ACC-systeem wordt automatisch ge-deactiveerd en in de stand-bymodus gezetonder de volgende omstandigheden: Het ABS of de tractieregeling wordtingeschakeld.  Als de rijsnelheid hoger is dan 180km/h (110 mi/h) terwijl u handmatigversnelt.  Als de rijsnelheid onder een van dehieronder gespecificeerde drempelszakt:Daarnaast wordt het ACC-systeem auto-matisch uitgeschakeld onder de volgendeomstandigheden: SchakelaarStop/Run/Start “ / / ” wordt in-gesteld op “ ”.  De motor wordt afgezet.  De zijstandaard wordt uitgeklapt.  De tractieregeling wordt uitgescha-keld. Als het ACC-systeem onder de bovenge-noemde omstandigheden wordt uitgescha-keld, knipperen het ACC-indicatorpictogram “ ” en de weergaveACC-snelheidsinstelling wit gedurende 4seconden alvorens ook uit te gaan.

Druk op de aan-uitschakelaar van het ACC-systeem “ ” om het ACC-systeem weerte gebruiken. WAARSCHUWINGDWA22410 Als het ACC-systeem is gedeacti-veerd of uitgeschakeld, moet de rij-der te allen tijde klaar zijn om testuren, versnellen, remmen enschakelen.

 Als het ACC-systeem automatischwordt gedeactiveerd of uitgescha-keld, stop de machine dan en con-troleer uw omgeving en het wegdekom te verzekeren dat u met de ma-chine kunt rijden. OPMERKINGAls u heuvelop of heuvelaf rijdt, kan hetACC-systeem in sommige gevallen de in-gestelde kruissnelheid mogelijk niet aan-houden. 1e versnelling: 25 km/h (17 mi/h)2e versnelling: 25 km/h (17 mi/h)3e versnelling: 35 km/h (22 mi/h)4e versnelling: 35 km/h (22 mi/h)5e versnelling: 45 km/h (27 mi/h)6e versnelling: 45 km/h (27 mi/h)UBLGD1D0. book Page 8 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM.

Speciale kenmerken3-93 Als u heuvelop rijdt, kan de werkelijkerijsnelheid lager worden dan de inge-stelde kruissnelheid. Bedien in dat ge-val de gasgreep om te versnellen naarde vereiste snelheid.  Als u heuvelaf rijdt, kan de werkelijkerijsnelheid hoger zijn dan de ingestel-de kruissnelheid. Schakel om te ver-tragen naar een lagere versnelling ofgebruik de remmen. WAARSCHUWINGDWA22430Als het ACC-systeem actief is, wordende voor- en achterremmen elektronischgeregeld om te vertragen. Tijdens langeafdalingen kunnen de remmen overver-hit raken, waardoor de remprestaties af-nemen. Schakel bij bergaf rijden naareen lagere versnelling en maak zo veelmogelijk gebruik van de motorrem. SchakelverzoekenAls het ACC-systeem actief is en de huidigeversnelling te laag is voor het motortoeren-tal, gaat het indicatorpictogram ACC-opschakelverzoek “ ” knipperen in deaanduiding ingeschakelde versnelling.

Schakel als dat gebeurt naar een hogereversnelling. Als de huidige versnelling te hoog is voorhet motortoerental, gaat het indicatorpicto-gram ACC-terugschakelverzoek “ ”knipperen in de aanduiding ingeschakeldeversnelling. Schakel als dat gebeurt naareen lagere versnelling. InhaalhulpAls het ACC-systeem actief is en een voor-liggend voertuig volgt, laat het systeem bijbediening van derichtingaanwijzerschakelaar “ / ” in derichting van de inhaalrijstrook de machineversnellen om te helpen bij het inhalen. OPMERKINGAls de volgafstand te klein is zal de machi-ne niet versnellen, zelfs als de inhaalhulpwordt gebruikt.  Als de inhaalhulp wordt gebruikt maarde machine niet van richting verandertvoor een snelle inhaalmanoeuvre,stopt de machine met versnellen enkeert deze terug naar de oorspronke-lijke volgafstand.

De inhaalhulp kan weer wordengebruikt als de machine van rijstrookverandert of het voorliggende voertuigniet langer wordt gedetecteerd.  De inhaalhulp werkt alleen als u rich-ting aangeeft en in de richting van deinhaalrijstrook stuurt. De richting vande inhaalrijstrook (links of rechts) is af-hankelijk van de verkeerswetgeving inuw land. Als u in een ander land rijdtwaar aan de andere kant wordt inge-haald, moet het systeem de rijgege-vens analyseren en zich aanpassen. Als dit gebeurt, werkt de inhaalhulpenige tijd niet totdat het systeem zich-zelf heeft aangepast. Andere hulpfuncties van het ACC-sy-steemHet ACC-systeem helpt de rijder ook metde volgende functies:BochtenhulpAls het ACC-systeem actief is en een voor-liggend voertuig volgt, detecteert het deleunhoek van de machine en beperkt het deacceleratie en plotselinge snelheidstoena-mes in bochten.

Speciale kenmerken3-103Elektronische regeling van het veersysteemen de remmenAls het ACC-systeem actief is, worden ach-tereenvolgens de motorrem en voor- enachterremmen gebruikt om de machine tevertragen en de volgafstand aan te houden.Tegelijkertijd past het elektronisch geregel-de veersysteem de dempingskracht aanom overmatig duiken van de machine tevoorkomen.DAUA0468RemsysteemDeze machine is voorzien van een geïnte-greerd antiblokkeervoorziening remsy-steem (ABS) een gekoppeld remsysteem(UBS).Bediening van de remmen:Bedien de remhendel en het rempedaal netzoals u bij conventionele remmen zoudoen. Als wielslip wordt gedetecteerd,wordt het ABS ingeschakeld. Er kan daneen pulsatie voelbaar zijn in de remhendelof het rempedaal. Ga door met het be-krachtigen van de remmen en laat het ABSzijn werk doen.

Ga niet “pompend” rem-men, hierdoor zal de remeffectiviteit afne-men.OPMERKINGHet ABS voert een zelfdiagnosetest uitwanneer de machine wordt gestart en eensnelheid bereikt van 5 km/h (3 mi/h). Tij-dens deze test kan de hydraulische rege-leenheid een klikgeluid maken en kan eentrilling voelbaar zijn in de remhendel of hetrempedaal.

Dit is normaal.Anti–blokkeervoorziening remsysteem(ABS)Het anti–blokkeervoorziening remsysteem(ABS) regelt de voor- en achterremmen on-afhankelijk van elkaar.WAARSCHUWINGDWA16051Houd altijd een veilige afstand tot voor-liggers, zelfs als uw voertuig is uitgerustmet ABS. Het ABS-systeem functioneert heteffectiefst over lange remwegen. Op bepaalde oppervlakken, zoalsslechte wegen of grindwegen, kande remafstand met het ABS-sy-steem langer zijn dan zonder ABS-systeem.LET OPDCA20100Let op dat de wielsensor en de rotor vande wielsensor niet beschadigd raken,anders kan het ABS-systeem niet meernaar behoren werken.UBLGD1D0.book Page 10 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM

Speciale kenmerken3-113Gekoppeld remsysteem (UBS)Het gekoppelde remsysteem (UBS) is eenremsysteem waarbij de voor- en achter-remmen met elkaar zijn verbonden. De ba-sis van het remgebruik op een motorfiets ofscooter is om de voor- en achterremmentegelijkertijd te bedienen. Als het UBS actiefis, wordt bij bediening van de voor- of ach-terrem ook een passende remkracht aan deandere rem geleverd.

Het UBS past deremkracht ook automatisch aan in bochten.OPMERKING Het UBS is alleen actief wanneer deremmen handmatig door de rijderworden bediend bij snelheden tussen30 km/h (18 mi/h) en 150 km/h (93mi/h). Afhankelijk van de rembediening doorde rijder kan het UBS ook blijven wer-ken bij snelheden onder 30 km/h (18mi/h). Het UBS treedt niet in werking als derijder de remmen niet bedient. In bochten werkt het UBS mogelijkniet als de leunhoek daarvoor te flauwis. Als het UBS is geactiveerd, kan er eenverandering voelbaar zijn bij bedieningvan de remhendel of het rempedaal,maar dit is geen storing.Schakel om het UBS te gebruiken de rem-regeling (BC) in (zie pagina 5-30).UBS met radarfunctieHet UBS integreert ook gegevens van demillimetergolfradareenheid om de rem-kracht in gepaste mate te vergroten op ba-sis van de gedetecteerde afstand tot hetvoorliggende voertuig.WAARSCHUWINGDWA22600Het UBS en UBS met radarfunctie zijngeen veiligheids- of pre-crashsystemen.De rijder is verantwoordelijk voor de vei-ligheid.

Rijders dienen zich te allen tijdebewust te zijn van hun omgeving en dewegomstandigheden en de machine ac-tief te bedienen om veilig te versnellenen vertragen.Als het UBS met radarfunctie een hogeremkracht uitoefent, wordt een rijderinter-ventieverzoek weergegeven. Neem als eenrijderinterventieverzoek wordt weergege-ven onmiddellijk volledige controle over demachine en beoordeel de situatie.1. Opneemring voorwielsensor2. Voorwielsensor1. Opneemring achterwielsensor2. Achterwielsensor112212UBLGD1D0.book Page 11 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM

Speciale kenmerken3-123WAARSCHUWINGDWA22540Weergave van het rijderinterventiever-zoek wordt niet onder alle omstandighe-den gegarandeerd. Hetrijderinterventieverzoek wordt onder be-paalde omstandigheden mogelijk niet ofvertraagd weergegeven. Blijf u bewustvan de omgeving en verkeersomstan-digheden en zorg dat u te allen tijde devolledige controle over de machine kuntovernemen.WAARSCHUWINGDWA22561 Afhankelijk van de omgeving enverkeersomstandigheden werkt hetUBS met radarfunctie mogelijk niet,of kan het systeem onverwachtsvertragen. De rijder moet te allen tij-de klaar zijn om te sturen, versnel-len, remmen en schakelen. Afhankelijk van de omstandighedenis het UBS met radarfunctie moge-lijk niet in staat om de bewegingvan voorliggende voertuigen nauw-keurig te bepalen.

Bedien de rem-men handmatig in de volgendesituaties:•Een ander voertuig voegt plotse-ling voor u in• Het voorliggende voertuig remtplotseling• Het snelheidsverschil met hetvoorliggende voertuig is groot De millimetergolfradar is mogelijkniet in staat om het voorliggendevoertuig nauwkeurig te detecterenin de volgende situaties:•U rijdt aan een buitenrand van derijstrook• Het voorliggende voertuig rijdtaan een buitenrand van de rij-strook• U stuurt niet rechtuit en slingert• De machine helt achterover doorovermatige belading (de maxi-male belasting is overschreden)•Een voertuig in een aangrenzen-de rijstrook rijdt te dicht bij uw rij-strook•U rijdt een steile helling op of afSnijdenBuitenkant van rijstrook1. Rijderinterventieverzoek1????UBLGD1D0.book Page 12 Wednesday, February 7, 2024 1:13 PM

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Yamaha TRACER 9 GT (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden