Yamaha RAYZR (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Yamaha RAYZR (2024) (94 pagina’s), behorend tot de categorie Scooter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 36 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Yamaha RAYZR (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Yamaha |
| Categorie: | Scooter |
| Model: | RAYZR (2024) |
Handleiding Yamaha RAYZR (2024) – volledige tekst
DIC183LCG125 (RayZR)123456789101112HANDLEIDINGMOTORFIETS Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken.IndexGebruikersinformatieSpecificatiesOnderhoud en stalling van de scooterStop-startsysteemSpeciale kenmerkenBeschrijvingVeiligheidsinformatiePeriodiek onderhoud en afstellingGebruik en belangrijke rij-informatieVoor uw veiligheid – controles voor het rijdenFuncties van instrumenten en bedieningselementenBUV-F819D-D0[Dutch (D)]
DAU81566Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken. Deze handleiding dient bij demachine te blijven als deze wordt verkocht.DAUN3031Voor EuropaConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR CO., LTD dat de radioapparatuur van het type Communicatieregeleenheid, Y08U-A00,in overeenstemming is met Richtlijn 2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 2402~2480 MHzMaximaal radiofrequentievermogen:Bluetooth 4.2 2.75 dBm 1.88 mWBluetooth 5.0 2.59 dBm 1.82 mWFabrikant:PT Chao Long Motor Parts IndonesiaJL.MERANTI 1 BLOK, L2 NO.
DAU94441Voor het VKConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR CO., LTD dat de radioapparatuur van het type Communicatieregeleenheid, Y08U-A00,in overeenstemming is met de voorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 2402~2480 MHzMaximaal radiofrequentievermogen:Bluetooth 4.2 2.75 dBm 1.88 mWBluetooth 5.0 2.59 dBm 1.82 mWFabrikant:PT Chao Long Motor Parts IndonesiaJL.MERANTI 1 BLOK, L2 NO. 5-6 DELTA SILICON INDUSTRIALPARK LIPPO CIKARANG BEKASI 17550, INDONESIËImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA. Verenigd Koninkrijk.UBUVD0D0.book Page 2 Tuesday, December 12, 2023 2:18 PM
InleidingDAU10114Welkom in de wereld van Yamaha!Als eigenaar van de LCG125 profiteert u van de enorme ervaring en technische kennis van Yamaha op het gebied van het ontwerpen enfabriceren van hoogwaardige producten, waarmee Yamaha zijn reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.Neem rustig de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u plezier zult hebben van alle functies van uw LCG125. De Hand-leiding geeft instructies voor de bediening, inspectie en het onderhoud van de scooter, en beschrijft hoe u uzelf en anderen kunt bescher-men tegen persoonlijk letsel of schade.De vele tips in deze handleiding helpen u bovendien om uw scooter in optimale conditie te houden. Als er ten slotte toch nog vragen zijn,aarzel dan niet en neem contact op met de Yamaha dealer.Het Yamaha team wenst u veilig en plezierig rijden toe.
En vergeet niet, veiligheid voor alles!Yamaha werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwaliteit. Om deze reden kan er soms sprake zijn vankleine verschillen tussen uw scooter en de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recente product-informatie ten tijde van publicatie. Als u vragen hebt over deze handleiding, neem dan contact op met uw Yamaha dealer.WAARSCHUWINGDWA12412Lees deze handleiding aandachtig helemaal door voordat u deze scooter gaat gebruiken.UBUVD0D0.book Page 1 Tuesday, December 12, 2023 2:18 PM
Belangrijke informatie in de handleidingDAU10134Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aanduidingen:*Product en specificaties kunnen zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.Dit is het Safety Alert-symbool. Het wordt gebruikt om u te waarschuwen voor risico’s op persoonlijk letsel. Volg alle veiligheidsaanwijzingen bij dit symbool op om mogelijk letsel of overlijden te voorkomen.Een WAARSCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan re-sulteren in ernstig letsel of overlijden.De aanduiding LET OP staat bij speciale voorzorgen die moeten worden genomen om scha-de aan de machine of andere eigendommen te voorkomen.De aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke informatie die procedures kan vergemakkelijken of verhelderen.WAARSCHUWINGLET OPOPMERKINGUBUVD0D0.book Page 1 Tuesday, December 12, 2023 2:18 PM
7-1De motor starten. 7-2Wegrijden. 7-3Optrekken en afremmen. 7-3Remmen. 7-3Tips voor een zuinig brandstofverbruik. 7-4Parkeren. 7-4Periodiek onderhoud en afstelling. 8-1Gereedschapsset. 8-1Periodiek onderhoudsschema voor het uitstootcontrolesysteem. 8-2Algemeen smeer- en onderhoudsschema. 8-3Het framepaneel verwijderen en aanbrengen. 8-7De bougie controleren. 8-8Filterbus. 8-10Motorolie en olie-aanzuigzeef. 8-10Waarom Yamalube. 8-11Eindoverbrengingsolie. 8-11Het luchtfilterelement vervangen. 8-12Het luchtfilterelement in de V-snaarbehuizing reinigen. 8-13Vrije slag van de gasgreep afstellen. 8-15Klepspeling. 8-16Banden. 8-16Gietwielen. 8-18Vrije slag van voorremhendel controleren. 8-18Vrije slag van achterremhendel afstellen. 8-19Vrije slag van de kabel van het gekoppelde remsysteem controleren. 8-20Controleren van voorremblokken en achterremschoenen.
1-11VeiligheidsinformatieDAU1026BWees een verantwoordelijke eigenaarAls eigenaar van de machine bent u verant-woordelijk voor de veilige en juiste bedie-ning ervan. Scooters zijn tweewielige voertuigen. Voor een veilig gebruik zijn de toepassingvan de juiste rijtechnieken en de ervaringvan de bestuurder van belang. Elke be-stuurder moet bekend zijn met de volgendevereisten alvorens met deze scooter tegaan rijden. Hij of zij moet: Door een competente informatiebrongrondig zijn ingelicht over alle aspec-ten van scooterrijden. Zich houden aan de waarschuwingenen onderhoudseisen zoals vermeld indeze Gebruikershandleiding. Grondig getraind zijn in veilige en cor-recte rijtechnieken. Gebruikmaken van professioneletechnische service, zoals aangegevenin deze Gebruikershandleiding en/ofwanneer de mechanische conditiesdit vereisen.
Ga nooit rijden met een scooter zon-der passende rijopleiding of instruc-ties. Neem rijlessen. Beginnersmoeten les krijgen van een gediplo-meerd instructeur. Neem contact opmet een bevoegde scooterdealer voorinformatie over rijlessen bij u in debuurt. Veilig rijdenVoer vóór elke rit de controles voor het rij-den uit om u ervan te verzekeren dat demachine in veilige staat verkeert. Onvol-doende inspectie of onderhoud van de ma-chine vergroot het risico op ongeval ofschade. Zie pagina 6-1 voor een lijst metcontroles voor het rijden. Deze scooter is gebouwd voor hetvervoer van de bestuurder plus eenpassagier. Het niet opmerken en herkennen vanscooters door andere weggebruikersvormt de belangrijkste oorzaak vanauto-/scooterongevallen. Vaak wor-den ongevallen veroorzaakt doordateen autobestuurder de scooter nietheeft gezien.
Zorg dat u opvalt, datblijkt het meest effectief om het risicoop een dergelijk type ongeval te ver-minderen. Dus:• Draag een jack in felle kleuren. • Wees extra voorzichtig bij het nade-ren en passeren van kruisingen,daar doen ongelukken met scoo-ters zich namelijk het meest voor.
• Ga daar rijden waar andere wegge-bruikers u kunnen zien. Ga niet rij-den in de dode zichthoek van eenandere weggebruiker. • Pleeg nooit onderhoud aan eenscooter zonder voldoende kennis. Neem contact op met een bevoeg-de scooterdealer voor informatieover het basisonderhoud van eenscooter. Bepaalde onderhouds-werkzaamheden kunnen alleenworden uitgevoerd door gediplo-meerd personeel. Bij veel ongevallen zijn onervaren be-stuurders betrokken. Vaak waren bijeen ongeval betrokken bestuurderszelfs niet in het bezit van een geldig rij-bewijs. • Zorg dat u bekwaam bent om te rij-den en leen uw scooter alleen uitaan ervaren scooterrijders. • Weet wat u wel en niet aankunt. Door rekening te houden met uwbeperkingen helpt u ongelukkenvoorkomen. UBUVD0D0. book Page 1 Tuesday, December 12, 2023 2:18 PM.
Veiligheidsinformatie1-21• We raden aan om het scooterrijdente oefenen op plekken waar geenverkeer is, totdat u grondig bekendbent met de scooter en zijn bedie-ning. Ongelukken worden vaak veroorzaaktdoor een fout van de scooterbestuur-der. Veel bestuurders houden bij hetingaan van een bocht een te hoge rij-snelheid aan of gaan onvoldoendeschuinliggen voor de rijsnelheid,waardoor ze wijd uit de bocht komen. • Neem altijd de maximumsnelheid inacht en rijd nooit sneller dan dewegcondities en het verkeer toe-staan. • Geef altijd richting aan voordat u af-slaat of van rijstrook wisselt. Zorgdat andere weggebruikers u kun-nen zien. De zithouding van de bestuurder ende passagier is belangrijk voor eengoede besturing. • De bestuurder moet tijdens het rij-den beide handen aan het stuurhouden en beide voeten op de be-stuurdersvoetsteunen, om zo demacht over het stuur te behouden.
• De passagier hoort steeds de be-stuurder, de zadelband of de hand-greep, indien aanwezig, met beidehanden vast te houden en beidevoeten op de passagiersvoetsteu-nen te houden. Neem nooit eenpassagier mee die niet in staat isom beide voeten stevig op de pas-sagiersvoetsteunen te zetten. Rijd nooit onder invloed van alcohol ofandere drugs. Deze scooter is uitsluitend ontworpenvoor gebruik op verharde wegen. Demachine is niet bedoeld voor off-road-gebruik. Beschermende uitrustingScooterongelukken met dodelijke afloopbetreffen meestal hoofdletsel. Het dragenvan een helm is de belangrijkste factor bijhet voorkomen of reduceren van hoofdlet-sel. Draag altijd een goedgekeurde helm. Draag ook een vizier of een veilig-heidsbril. Zonder oogbeschermingkan uw zicht door de rijwind verslech-teren, waardoor u gevaren mogelijk telaat opmerkt.
Draag nooit loszittende kleding, dezekan blijven haken aan schakelhand-grepen of door de wielen worden ge-grepen en zo een ongeval of letselveroorzaken. Draag altijd beschermende kledingdie uw benen, enkels en voeten be-dekt. De motor en het uitlaatsysteemkunnen tijdens en na het rijden zeerheet zijn en brandwonden veroorza-ken. De hierboven vermelde voorzorgs-maatregelen gelden ook voor passa-giers. Voorkom koolmonoxidevergiftigingDe uitlaatgassen van verbrandingsmotorenbevatten koolmonoxide, een dodelijk gas. Inademing van koolmonoxide kan hoofd-pijn, duizeligheid, sufheid, misselijkheid,verwarring en uiteindelijk de dood veroor-zaken. Koolmonoxide is een kleurloos, reukloos,smaakloos gas dat ook aanwezig kan zijnals u geen uitlaatgassen ziet of ruikt. Hetkoolmonoxideniveau kan zeer snel oplo-pen, waardoor u het bewustzijn kunt verlie-zen en uzelf niet meer kunt redden.
Veiligheidsinformatie1-31symptomen van koolmonoxidevergiftigingervaart, verlaat de ruimte dan onmiddellijk,ga naar de open lucht en ROEP MEDISCHEHULP IN. Laat de motor niet binnen draaien. Zelfs als u ventileert met ventilatorenof open ramen en deuren kan de hoe-veelheid koolmonoxide snel oplopentot gevaarlijke niveaus. Laat de motor niet draaien in slechtgeventileerde of deels afgeslotenruimtes zoals schuren of garages. Laat de motor niet buiten draaien opplaatsen waar de uitlaatgassen in eengebouw kunnen worden getrokken viaopeningen zoals ramen en deuren. BeladenHet monteren van accessoires of het ver-voer van bagage kan een negatief effecthebben op de rijstabiliteit en het wegge-drag als hierdoor de gewichtsverdeling vande scooter verandert. Wees uiterst voor-zichtig bij het monteren van accessoires ofhet beladen van uw scooter, om zo moge-lijke ongevallen te vermijden.
Pas extra opwanneer u op een scooter rijdt die beladenis of waaraan accessoires zijn gemonteerd. Hieronder volgen naast de informatie overaccessoires enkele richtlijnen voor het be-laden van uw scooter:Het totale gewicht van de bestuurder, pas-sagier, accessoires en bagage mag demaximale gewichtslimiet niet overschrij-den. Rijden met een te zwaar belastemachine kan leiden tot een ongeval. Let op het volgende wanneer u tot deze ge-wichtslimiet belaadt: Het zwaartepunt van bagage en ac-cessoires moet zo laag en zo dichtmogelijk bij de scooter liggen. Beves-tig zware goederen zo dicht mogelijkbij het midden van de machine en ver-deel het gewicht zo gelijkmatig moge-lijk over beide zijden om onbalans ofinstabiliteit te minimaliseren. Als gewicht gaat schuiven kan zicheen plotselinge onbalans voordoen.
• Pas de vering aan de te vervoerenbagage aan (alleen voor modellenmet instelbare vering) en controleerde toestand en spanning van uwbanden. • Bevestig nooit omvangrijke of zwa-re goederen aan het stuur, de voor-vork of het voorwielspatbord. Dergelijke items kunnen een insta-biel weggedrag of een te trage re-actie op het stuur veroorzaken. Deze machine is niet ontworpenvoor het trekken van een aanhangerof bevestiging van een zijspan. Originele Yamaha accessoiresDe keuze van accessoires voor uw machi-ne vormt een belangrijke beslissing. Origi-nele Yamaha accessoires, die alleenverkrijgbaar zijn bij de Yamaha dealer, zijndoor Yamaha ontwikkeld, getest en goed-gekeurd voor gebruik op uw machine. Veel bedrijven die niet zijn gelieerd aanYamaha produceren onderdelen en acces-soires of bieden aanpassingssets voorYamaha voertuigen.
Yamaha kan niet alleproducten testen die deze bedrijven produ-ceren. Om die reden kan Yamaha acces-soires die niet door Yamaha zijn verkocht ofwijzigingen die niet door zijn Yamaha zijnaangeraden niet goedkeuren of aanbeve-len, zelfs niet als deze zijn verkocht engeenstalleerd door een Yamaha dealer. Maximale belasting:147 kg (324 lb)UBUVD0D0. book Page 3 Tuesday, December 12, 2023 2:18 PM.
Veiligheidsinformatie1-41In de handel verkrijgbare onderdelen,accessoires en aanpassingssetsHoewel er producten verkrijgbaar zijn diequa ontwerp en kwaliteit sterk lijken op ori-ginele Yamaha accessoires, dient u te be-seffen dat sommige in de handelverkrijgbare accessoires of aanpassings-sets niet geschikt zijn vanwege mogelijkeveiligheidsrisico’s voor uzelf of anderen. Het monteren van in de handel verkrijgbareproducten of het verrichten van aanpassin-gen die de ontwerp- of bedieningskenmer-ken van uw machine wijzigen kan het risicoop ernstig letsel of overlijden van uzelf ofanderen vergroten. U bent verantwoordelijkvoor letsel dat voortvloeit uit wijzigingenaan de machine. Volg bij de montage van accessoires de on-derstaande richtlijnen en die vermeld onderhet kopje “Beladen”.
Monteer nooit accessoires en vervoernooit bagage als deze een nadelige in-vloed hebben op de prestaties van uwscooter. Inspecteer het accessoirezorgvuldig alvorens het te gebruikenom te waarborgen dat het de grond-speling of de hellinghoek op geen en-kele manier vermindert, de veerweg,de stuuruitslag of de bediening nietbeperkt en geen lampen of reflectorsafdekt. • Accessoires die aan of nabij hetstuur of de voorvork zijn gemon-teerd zullen mogelijk instabiliteitveroorzaken door een foutieve ge-wichtsverdeling of door aerodyna-mische effecten. Accessoires aanhet stuur of nabij de voorvork moe-ten zo licht mogelijk zijn en tot eenminimum worden beperkt. • Omvangrijke accessoires kunnendoor hun aerodynamisch effect vaninvloed zijn op de rijstabiliteit van descooter. De scooter kan door rij-wind worden opgetild of bij zijwindinstabiel worden.
Zulke accessoireskunnen ook instabiliteit veroorza-ken terwijl u grote voertuigen in-haalt of door deze wordt ingehaald. • Sommige accessoires dwingen debestuurder om een andere dan denormale zitpositie in te nemen.
Zo’nverkeerde zitpositie beperkt de be-wegingsvrijheid van de bestuurderen kan een comfortabele bedieninghinderen, zodat we dergelijke ac-cessoires sterk afraden. Wees voorzichtig bij het aanbrengenvan elektrische accessoires. Als elek-trische accessoires de capaciteit vanhet elektrisch systeem van de scooterte boven gaan, kan zich een gevaarlij-ke elektrische storing voordoen waar-door de verlichting of de motor uitvalt. In de handel verkrijgbare banden en vel-genDe banden en velgen die bij uw scooterwerden geleverd zijn ontworpen om de mo-gelijkheden van de machine te ondersteu-nen en bieden de beste combinatie vanrijprestaties, remvermogen en comfort. An-dere banden, velgen, maten of combinatieszijn mogelijk niet geschikt. Zie pagina 8-16voor bandenspecificaties en meer informa-tie over het vervangen van uw banden.
De scooter vervoerenVolg de onderstaande instructies als u descooter in een ander voertuig wilt vervoe-ren. Verwijder alle loszittende voorwerpenvan de scooter. Zorg dat het voorwiel recht naar vorenwijst op de aanhanger of de laadvloeren zet het wiel vast in een goot om be-weging te voorkomen. UBUVD0D0. book Page 4 Tuesday, December 12, 2023 2:18 PM.
Veiligheidsinformatie1-51 Zet de scooter vast met spanbandenof andere geschikte banden aan stevi-ge delen van de scooter, zoals hetframe of de bovenste voorvorkklem(en niet aan, bijvoorbeeld, het stuur,de richtingaanwijzers of onderdelendie kunnen afbreken). Kies de plaatsvoor de spanbanden zorgvuldig om tevoorkomen dat deze tijdens het trans-port schuurplekken op de lak veroor-zaken. Zorg indien mogelijk dat de vering ietsdoor de spanbanden wordt ingedrukt,zodat de scooter tijdens het transportniet overmatig kan stuiteren.DAU57600Andere aandachtspunten voor veilig rijden Geef duidelijk richting aan wanneer ueen bocht neemt. Op een nat wegdek kan remmen ui-terst lastig zijn. Vermijd te hard rem-men, de scooter zou kunnen slippen.Bedien de remmen rustig wanneer uop een nat wegdek wilt stoppen. Minder snelheid bij het naderen vaneen bocht of een afslag.
Trek lang-zaam op nadat u de bocht hebt geno-men. Wees voorzichtig bij het passeren vangeparkeerde auto’s. Een bestuurdermerkt u mogelijk niet op en kan hetportier openslaan in uw rijrichting. Spoorwegovergangen, tramrails, ijze-ren platen gebruikt in de wegenbouwen putdeksels worden in natte toe-stand zeer glad. Minder snelheid enpasseer ze voorzichtig. Houd descooter recht, anders kan hij gaanschuiven. De remblokken of remvoeringen kun-nen nat worden bij het wassen van descooter. Controleer de remmen na hetwassen van de scooter, voordat ugaat rijden. Draag steeds een helm, handschoe-nen, een lange broek (taps toelopendbij de enkel/omslag, om flapperen tevoorkomen), en een felgekleurd jack. Vervoer op uw scooter niet te veel ba-gage. Een overbeladen scooter is on-stabiel.
Gebruik degelijke snelbindersom bagage aan de bagagedrager vastte binden (indien het voertuig is voor-zien van een bagagedrager). Lossebagage beïnvloedt de stabiliteit vande scooter en kan uw aandacht aflei-den van het verkeer. (Zie pagina 1-3.)UBUVD0D0.book Page 5 Tuesday, December 12, 2023 2:18 PM
Stop-startsysteem3-13DAU76826Stop-startsysteemHet stop-startsysteem stopt de motor au-tomatisch als de machine wordt gestoptom geluidshinder te voorkomen, de uit-laatemissies te beheersen en het brand-stofverbruik te verminderen.Als de bestuurder de gasgreep iets draait,wordt de motor automatisch weer gestarten kan met de machine worden gereden.LET OPDCA23961Schakel altijd het contactslot uit als u demachine parkeert of onbeheerd achter-laat.
Als het stop-startsysteem inge-schakeld blijft, kan de accu ontladenraken en kan de motor mogelijk nietmeer worden gestart vanwege onvol-doende accuspanning.OPMERKING Hoewel de motor normaal gesprokentegelijk met de machine stopt, kan ereen vertraging optreden als er langza-mer wordt gereden dan 10 km/h, zo-als in druk verkeer. Als u vermoedt dat de accuspanninglaag is omdat de motor niet met deschakelaar van de startmotor kanworden gestart of vanwege een ande-re reden, schakel het stop-startsy-steem dan niet in. Vraag een Yamaha dealer de accu tecontroleren volgens de intervalperio-den vermeld in het periodieke onder-houdsschema.DAU76671Stop-startsysteem gebruikenDAU76687Het stop-startsysteem activeren1. Zet het contact aan.2. Zet de schakelaar van het stop-start-systeem op “ ”.1.
Stop-startsysteem3-233. Het stop-startsysteem wordt geacti-veerd en het controlelampje gaatbranden als aan de volgende voor-waarden wordt voldaan: De schakelaar van het stop-startsysteem is ingesteldop “ ”. Na het warmdraaien heeft demotor enige tijd stationair ge-draaid. De machine heeft gereden meteen snelheid van 10 km/h of ho-ger.4.
Zet om het stop-startsysteem uit teschakelen de schakelaar van het stop-startsysteem op “ ”.OPMERKING Het stop-startsysteem wordt mogelijkniet geactiveerd om accuvermogen tesparen. Laat als het stop-startsysteem nietwordt geactiveerd de accu controle-ren door een Yamaha dealer.DAU76832De motor stoppenDe motor stopt automatisch als aan de vol-gende voorwaarden wordt voldaan: De schakelaar van het stop-startsy-steem is ingesteld op “ ”. Het controlelampje “ ” op de multi-functionele meter brandt. De machine wordt gestopt met degasgreep volledig dichtgedraaid.In deze situatie gaat hetcontrolelampje “ ” knipperen om aan tegeven dat de motor momenteel is gestoptdoor het stop-startsysteem.AZAUE5332mile L/100kmkm/L MPGMPH km/hV-BELTF/ECOTRIPOILAVGODOSELECTAAAAZAUE4079AA1. Aan2. KnipperenA12AAAZAUE5157UBUVD0D0.book Page 2 Tuesday, December 12, 2023 2:18 PM
Stop-startsysteem3-33DAU76704De motor herstartenAls aan de gasgreep wordt gedraaid terwijlhet controlelampje stop-startsysteem knip-pert, wordt de motor automatisch weer ge-start en stopt het controlelampje “ ” metknipperen.WAARSCHUWINGDWA18731Draai de gasgreep niet te veel of te snelwanneer het stop-startsysteem is geac-tiveerd en de motor is gestopt. Anderskan de machine plotseling in bewegingkomen als de motor weer start.OPMERKING Als de zijstandaard omlaag wordt ge-zet, wordt het stop-startsysteem ge-deactiveerd. Laat als het stop-startsysteem nietnaar behoren werkt de machine nakij-ken door een Yamaha dealer.DAU76711Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van het stop-startsysteemLees om ongevallen door een onjuist ge-bruik te voorkomen de volgende voor-zorgsmaatregelen en neem ze zorgvuldig inacht.WAARSCHUWINGDWA18741Schakel altijd het contactslot uit als u demachine al lopend duwt.
Als de machinewordt geduwd terwijl het stop-startsy-steem nog is ingeschakeld, kan de mo-tor starten en zou de machine inbeweging kunnen komen als de gas-greep onbedoeld wordt gedraaid.WAARSCHUWINGDWA18751Schakel altijd het contactslot uit als u demachine op de middenbok plaatst. Alsde machine op de middenbok wordt ge-plaatst terwijl het stop-startsysteem nogis ingeschakeld, kan de motor starten en1. Knipperen2. UitA12AAZAUE4081OFFZAUE4135UBUVD0D0.book Page 3 Tuesday, December 12, 2023 2:18 PM
Stop-startsysteem3-43zou de machine in beweging kunnen ko-men als de gasgreep onbedoeld wordtgedraaid.WAARSCHUWINGDWA18771 Schakel altijd het contactslot uit alsu de machine onbeheerd achter-laat. Laat het stop-startsysteem niet in-geschakeld als u de machine par-keert. Anders kan de motor startenen zou de machine in bewegingkunnen komen als de gasgreep on-bedoeld wordt gedraaid.WAARSCHUWINGDWA18781Schakel alvorens onderhoud uit te voe-ren altijd het contactslot uit. Als onder-houd wordt uitgevoerd terwijl het stop-startsysteem nog is ingeschakeld, kande motor starten en zou de machine inbeweging kunnen komen als de gas-greep wordt gedraaid.ZAUE5333OFFOFFZAUE4170OFFZAUE4138UBUVD0D0.book Page 4 Tuesday, December 12, 2023 2:18 PM
Speciale kenmerken4-14DAUE5710CCU - Communicatieregeleen-heid (indien aanwezig)De CCU stelt u in staat om uw machine ensmartphone te koppelen door middel vandraadloze Bluetooth-technologie en deMyRide App.Via deze verbinding ontvangt u meldingenvan apps en inkomende en gemiste tele-foongesprekken, en wordt het accuniveauvan uw smartphone weergegeven.WAARSCHUWINGDWAN0070 Zet de machine altijd stil alvorensuw smartphone te bedienen. Neem uw handen nooit van hetstuur terwijl u rijdt. Concentreer u altijd op het rijdendoor uw ogen en aandacht op deweg te houden.LET OPDCAN0150De Bluetooth-verbinding werkt mogelijkniet in de volgende situaties. Op een locatie die is blootgesteldaan sterke radiogolven of andereelektromagnetische ruis. In de buurt van faciliteiten die ster-ke radiogolven uitzenden (televisie-of radiotorens, energiecentrales,uitzendstations, luchthavens etc.).De CCU en uw smartphone koppelen1.
Installeer de MyRide App op uwsmartphone en activeer deze.OPMERKINGDe MyRide App kan worden gedownloaduit een appwinkel.2. Open het zadel. (Zie pagina 5-13.)3. Scan de QR-code van de CCU met deMy Ride-app.4. Als het koppelen is voltooid, lichtenhet pictogram appverbinding en deaccuniveaumeter voor de smartphoneop.OPMERKING Na koppeling is de smartphone gere-gistreerd in de CCU. De volgende keerdat de machine wordt ingeschakelden de MyRide App actief is, wordt deverbinding automatisch tot stand ge-bracht. Er kan slechts één smartphone tege-lijk met de CCU worden verbonden. Als er meerdere telefoons in de CCUzijn geregistreerd, wordt verbindinggemaakt met de eerste telefoon diebinnen het bereik komt.1. QR-code CCUZAUE533411. Accuniveaumeter smartphone2.
Functies van instrumenten en bedieningselementen5-15DAUE4270Contactslot/stuurslotVia het contactslot/stuurslot worden hetontstekingssysteem en de verlichtingssy-stemen bediend, wordt het stuur vergren-deld en wordt het zadel geopend. Dediverse standen worden hierna beschre-ven.DAUE4641 (ON)Alle elektrische circuits worden voorzienvan stroom en de voertuigverlichting wordtingeschakeld. De motor kan worden ge-start. De sleutel kan niet worden uitgeno-men.OPMERKING Laat om ontladen van de accu te voor-komen het contactslot niet in destand “ ” staan zonder dat de motordraait. De koplamp gaat automatisch bran-den als de motor wordt gestart.DAUE4631 (OFF)Alle elektrische systemen zijn uitgescha-keld. De sleutel kan worden uitgenomen.WAARSCHUWINGDWAE0070Draai de sleutel onder het rijden nooitnaar “ ” of “ ”.
Hierdoor worden deelektrische systemen uitgeschakeld,wat mogelijk kan leiden tot verlies vande controle of een ongeval.DAUE4651 (LOCK)Het stuur is vergrendeld en alle elektrischesystemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kanworden uitgenomen.Om het stuur te vergrendelen1. Draai het stuur helemaal naar links.2. Zet de sleutel in de stand “ ”, drukde sleutel in en draai deze dannaar “ ”.3. Neem de sleutel uit.OPMERKINGAls het stuur niet wordt vergrendeld, pro-beer het dan iets terug naar rechts te draai-en.ZAUE3956ZAUE3957OFF(PUSH)UBUVD0D0.book Page 1 Tuesday, December 12, 2023 2:18 PM
Functies van instrumenten en bedieningselementen5-25Het stuur ontgrendelenDruk de sleutel in en draai deze naar “ ”.DAU4939YControlelampjes en waarschu-wingslampjesDAU11033Controlelampjes richtingaanwijzers “” en“”Elk controlelampje gaat knipperen wanneerde bijbehorende richtingaanwijzer knippert.DAU11081Controlelampje grootlicht “ ”Dit controlelampje brandt terwijl de kop-lamp is ingeschakeld voor grootlicht.DAUN0711Eco-controlelampje “ECO”Dit controlelampje gaat aan wanneer demachine wordt gebruikt op een milieuvrien-delijke, energiezuinige manier.
Het contro-lelampje gaat uit als u de machine stopt.OPMERKINGHierna volgen enkele tips om het brand-stofverbruik te verlagen: Voer het motortoerental tijdens acce-lereren niet te hoog op. Rijd met een constante snelheid.DAU93300Storingsindicatielampje (MIL) “ ”Dit lampje gaat branden of knipperen als ereen storing wordt gedetecteerd in de motorof een regelsysteem van de machine. Vraagin dat geval een Yamaha dealer het boord-diagnosesysteem te controleren. Het elek-trische circuit van hetwaarschuwingslampje kan worden gecon-troleerd door de machinevoeding in teschakelen. Het lampje moet enkele secon-den oplichten en dan uitgaan. Als het lamp-je niet gaat branden wanneer deOFF(PUSH)ZAUE39581. Controlelampje linker richtingaanwijzers “”2. Eco-controlelampje “ECO”3. Controlelampje wegrijhulp “ASST”4. Controlelampje rechter richtingaanwijzers “”5. Controlelampje grootlicht “ ”6.
Functies van instrumenten en bedieningselementen5-35machinevoeding wordt ingeschakeld ofblijft branden, vraag dan uw Yamaha dealerom de machine na te kijken. LET OPDCA26820Verlaag als het MIL begint te knipperenhet motortoerental om schade aan hetuitlaatsysteem te voorkomen. OPMERKINGDe motor wordt bewaakt door het boorddi-agnosesysteem, dat ook achteruitgang enstoringen in het uitstootcontrolesysteemdetecteert. Daardoor kan het MIL ook gaanbranden of knipperen als gevolg van aan-passingen, gebrek aan onderhoud of over-matig/onjuist gebruik van de machine. Neem om dit te voorkomen het volgende inacht. Probeer niet om de software of demotorregeleenheid aan te passen. Monteer geen elektrische accessoiresdie de motorregeling beïnvloeden. Gebruik geen aftermarket-accessoi-res of -onderdelen zoals veringen,bougies, verstuivers, uitlaatsystemenetc.
Wijk niet af van de aandrijflijnspecifi-caties (ketting, tandwielen, wielen,banden etc. ). Breng geen wijzigingen aan in de O2-sensor, het luchtinlaatsysteem of on-derdelen van het uitlaatsysteem (kata-lysatoren of EXUP etc. ), en verwijderdeze niet. Gebruik altijd de juiste V-snaar enaandrijfriem (indien aanwezig). Zorg dat de banden op de juiste span-ning blijven. Vermijd extreem gebruik van de ma-chine. Bijvoorbeeld herhaaldelijk ofovermatig openen en sluiten van degasgreep, racen, burnouts, wheeliesetc. DAU76382Controlelampje stop-startsysteem “ ” Dit controlelampje gaat branden als hetstop-startsysteem wordt geactiveerd. Hetcontrolelampje gaat knipperen als de motorautomatisch door het stop-startsysteemwordt gestopt. OPMERKINGMogelijk gaat dit controlelampje niet bran-den, zelfs als de stop-startschakelaarwordt ingesteld op “ ”. (Zie pagina 3-1.
)DAUE5760Controlelampje wegrijhulp “ASST” Deze machine is uitgerust met een SmartMotor Generator (SMG) die niet alleen demotor start, maar ook het wegrijden onder-steunt.
Het controlelampje gaat branden wanneerde Smart Motor Generator ondersteuningbiedt bij het wegrijden. Het controlelampjegaat uit als u de machine stopt. OPMERKINGAls de accuspanning laag is, ondersteuntde Smart Motor Generator het wegrijdenmogelijk niet. AAUBUVD0D0. book Page 3 Tuesday, December 12, 2023 2:18 PM.
Functies van instrumenten en bedieningselementen5-45DAU86814Multifunctionele meterWAARSCHUWINGDWA12423Zorg dat de machine stilstaat voordat uwijzigingen in de instellingen van demultifunctionele meter gaat aanbren-gen. Het aanbrengen van wijzigingen tij-dens het rijden kan u afleiden envergroot het risico op een ongeval. DAUA1350Pictogram inkomende oproep “ ” (als een CCU aanwezig is)Dit pictogram gaat knipperen als de ver-bonden smartphone een inkomende op-roep ontvangt. Als u de oproep nietbeantwoordt, blijft het pictogram actief tot-dat u de machine uitschakelt. OPMERKINGDeze functie werkt alleen als de smartpho-ne is verbonden met de machine. DAUA1360Pictogram inkomende melding “” (als een CCU aanwezig is)Dit pictogram knippert gedurende 10 se-conden als de verbonden smartphone eenSMS-, e-mail- of andere melding ontvangt.
Daarna blijft het pictogram actief totdat ude machine uitschakelt. OPMERKING Deze functie werkt alleen als desmartphone is verbonden met de ma-chine. Voor elke toepassing moeten meldin-gen vooraf op de verbonden smartp-hone worden ingesteld. DAUA1380Pictogram App Connect (als een CCU aanwezig is)Dit pictogram licht op als de CCU en smart-phone zijn verbonden via de MyRide App. OPMERKINGAls een CCU aanwezig is:Dit pictogram moet enkele seconden op-lichten als de machine wordt ingeschakeld,zelfs als de smartphone niet is verbonden. Laat als dat niet het geval is de CCU en hetelektrische circuit controleren door eenYamaha dealer. DAUA1390Accuniveaumeter smartphone (als een CCU aanwezig is)Deze meter geeft het huidige accuniveauvan de verbonden smartphone aan. De dis-playsegmenten van de meter verdwijnenvan vol naar leeg naarmate het accuniveauverder daalt.
Als er ongeveer 10% of min-der van de acculading over is, gaat het laat-ste segment knipperen. OPMERKINGAls een CCU aanwezig is:Dit pictogram moet enkele seconden op-lichten als de machine wordt ingeschakeld,zelfs als de smartphone niet is verbonden. 1.
Functies van instrumenten en bedieningselementen5-55Laat als dat niet het geval is de CCU en hetelektrische circuit controleren door eenYamaha dealer.DAUE5720SnelheidsmeterDe snelheidsmeter geeft de rijsnelheid vanhet voertuig aan.OPMERKINGDe animatiebalk voor de snelheid geeft derijsnelheid bij benadering weer. DAUE5350BrandstofniveaumeterDe brandstofniveaumeter geeft aan hoe-veel brandstof in de brandstoftank aanwe-zig is. De displaysegmenten van debrandstofniveaumeter verdwijnen van “F”(vol) naar “E” (leeg) naarmate het brand-stofniveau verder daalt. Als het laatste seg-ment van de brandstofniveaumeter “ ”begint te knipperen, ga dan zo snel moge-lijk tanken.LET OPDCAE0130Voorkom volledig leegrijden van de tank.Dit zal schade aan de uitlaatkatalysatorveroorzaken.OPMERKINGAls er een probleem wordt gedetecteerd inhet elektrische circuit, gaan alle segmentenknipperen.
Als dit zich voordoet, vraag daneen Yamaha dealer de machine te contro-leren.DAUE5631Multifunctioneel displayHet multifunctionele display toont de vol-gende voorzieningen: een kilometerteller (ODO) een ritteller (TRIP) een weergave huidig brandstofver-bruik (F/ECO) een weergave gemiddeld brandstof-verbruik (AVG F/ECO) een klok een ritteller olieverversing (OIL TRIP)1. Animatiebalk snelheid2. SnelheidsmeterZAUE5338mile L/100kmkm/L MPGMPH km/hV-BELTF/ECOTRIPOILAVGODO211. BrandstofniveaumeterZAUE5339mile L/100kmkm/L MPGmile L/100kmkm/L MPGMPH km/hV-BELTF/ECOTRIPV-BELTF/ECOTRIPOILAVGODOOILAVGODO11. Multifunctioneel displayMPH km/hV-BELTF/ECOTRIP1mile L/100kmkm/L MPGOILAVGODOZAUE5340UBUVD0D0.book Page 5 Tuesday, December 12, 2023 2:18 PM
Functies van instrumenten en bedieningselementen5-65 een ritteller V-snaarvervanging (V-BELT TRIP)Druk op de “SELECT”-toets om de weerga-ve te wisselen in de onderstaande volgor-de:ODO → TRIP → F/ECO → AVG F/ECO →CLOCK → OIL TRIP → V-BELT TRIP →ODOVoor het Verenigd Koninkrijk: De weergave-eenheden kunnen worden gewisseld tus-sen kilometers en mijlen door de toets “SE-LECT” 1 seconde ingedrukt te houden.OPMERKINGOIL TRIP en V-BELT TRIP kunnen niet wor-den weergegeven terwijl de machine rijdt.DAU86891KilometertellerDe kilometerteller toont de totale afstanddie door de machine is afgelegd.OPMERKINGDe kilometerteller wordt vergrendeld bij“999999” en kan niet worden teruggesteld.DAUE5380RittellerDe ritteller toont de afgelegde afstand sindsde teller voor het laatst werd teruggesteld.Stel om een ritteller terug te stellen het dis-play in op de betreffende ritteller en houddan de toets “SELECT” ingedrukt tot de te-rugstelling plaatsvindt.OPMERKINGDe ritteller wordt teruggesteld en blijft tellennadat 9999.9 is bereikt.DAUE5690Weergave huidig brandstofverbruikDeze weergave toont het brandstofverbruikonder de huidige rijomstandigheden.“km/L”: de afstand die kan worden afge-legd op 1.0 L brandstof.Voor Groot-Brittannië: “L/100 km”: de hoeveelheid brandstofdie nodig is om 100 km af te leggen. “MPG”: de afstand die kan worden af-gelegd op 1.0 Imp.gal brandstof.OPMERKING Bij snelheden onder 10 km/h (6 mi/h)wordt “_ _._” weergegeven. Voor het Verenigd Koninkrijk: de een-heden voor de weergave huidigbrandstofverbruik kunnen worden ge-1.
Functies van instrumenten en bedieningselementen5-75wisseld van km/L naar L/100 door detoets “SELECT” 3 seconden ingedruktte houden.DAUE5700Weergave gemiddeld brandstofverbruikDeze weergave toont het gemiddeldebrandstofverbruik sinds de weergave opnul is teruggezet.“AVG_ _._ km/L”: de gemiddelde afstanddie kan worden afgelegd op 1.0 L brand-stof.Voor Groot-Brittannië: “L/100 km”: de hoeveelheid brandstofdie nodig is om 100 km af te leggen. “MPG”: de afstand die kan worden af-gelegd op 1.0 Imp.gal brandstof.OPMERKING Houd om de weergave terug te stellende toets “SELECT” ingedrukt totdatde terugstelling plaatsvindt. Nadat de weergave is teruggesteld,wordt “_ _._” weergegeven totdat eni-ge afstand met de machine is gere-den.DAUE5410KlokDe klok maakt gebruik van een 12-uursy-steem.De klok instellen1. Druk op de toets “SELECT” om deweergave te wisselen naar de klok.2.
Anders zalde indicator olieverversing niet op het juistemoment gaan branden.DAUE5680Ritteller voor V-snaarvervangingDeze ritteller toont de afgelegde afstandsinds de V-snaar voor het laatst werd ver-vangen. De indicator van de ritteller voor V-snaarvervanging “V-BELT” gaat na elke18000 km (10500 mi) knipperen om aan tegeven dat de V-snaar moet worden vervan-gen.Selecteer om zowel de ritteller als de indi-cator terug te stellen de ritteller V-snaarver-vanging en houd dan de toets “SELECT”ingedrukt totdat “V-BELT” en de rittellerbeginnen te knipperen. Druk terwijl “V-BELT” en de ritteller knipperen op de toets“SELECT” totdat de ritteller is teruggesteld.OPMERKINGAls de V-snaar is vervangen, moeten de rit-teller en de indicator worden teruggesteld.Anders zal de indicator V-snaarvervangingniet op het juiste moment gaan branden.1. Indicator olieverversing “OIL”2.
Functies van instrumenten en bedieningselementen5-95DAU1234TStuurschakelaarsLinks Rechts DAU54203Dimlichtschakelaar/lichtsignaalschake-laar “ / /PASS”Zet deze schakelaar op “ ” voor groot-licht en op “ ” voor dimlicht.Als u een grootlichtsignaal wilt geven, druktu de schakelaar omlaag naar “PASS” terwijlde koplampen op dimlicht staan.DAU12461Richtingaanwijzerschakelaar “ / ”Druk deze schakelaar naar “ ” om afslaannaar rechts aan te geven. Druk deze scha-kelaar naar “ ” om afslaan naar links aante geven. Na loslaten keert de schakelaarterug naar de middenstand. Om de rich-tingaanwijzers uit te schakelen wordt deschakelaar ingedrukt nadat hij is terugge-keerd in de middenstand.DAU12501Claxonschakelaar “ ”Druk deze schakelaar in om een claxonsig-naal te geven.DAUM1133Startknop “ ”Druk bij bekrachtigde voor- of achterremdeze knop in om de motor via de startmotorte starten.
Zie pagina 7-2 voor startinstruc-ties voordat u de motor start.DAU76391Schakelaar stop-startsysteem “ / ” Zet om het stop-startsysteem in te schake-len de schakelaar op “ ”. Zet om het stop-startsysteem uit te schakelen deze schake-laar op “ ”. 1. Dimlichtschakelaar/lichtsignaalschakelaar “ / /PASS”2. Richtingaanwijzerschakelaar “ / ”3. Claxonschakelaar “ ”1. Schakelaar stop-startsysteem “ / ”2. Startknop “ ”123ZAUE4673PASSAA12ZAUE4090AAAAAAUBUVD0D0.book Page 9 Tuesday, December 12, 2023 2:18 PM
Functies van instrumenten en bedieningselementen5-105DAU12902VoorremhendelDe voorremhendel bevindt zich aan derechterzijde van het stuur. Trek deze hendelnaar de gasgreep toe om de voorrem te be-krachtigen.DAU12952AchterremhendelDe achterremhendel bevindt zich aan delinkerzijde van het stuur. Trek deze hendelnaar het stuur toe om de achterrem te be-krachtigen.DAUE3910Gekoppeld remsysteem (UBS)Dit model is uitgerust met een gekoppeldremsysteem (UBS). Als u de achterremhen-del (linkerzijde) intrekt, wordt de achterrembekrachtigd en wordt de voorrem gedeelte-lijk bekrachtigd.Trek beide remhendels tegelijkertijd aanvoor maximale remkracht.OPMERKING Als eerst de achterremhendel wordtingetrokken, kan extra vrije slag voel-baar zijn in de voorremhendel. De voorremhendel (rechterzijde) be-krachtigt de achterrem niet. 1. VoorremhendelAAZAUE40911.
Functies van instrumenten en bedieningselementen5-115DAU37474TankdopOm de tankdop te verwijderen1. Open het zadel. (Zie pagina 5-13.)2. Draai de tankdop naar links en trekhem los.Om de tankdop aan te brengen1. Breng de tankdop aan in de vulope-ning van de brandstoftank en draaihem rechtsom tot demerktekens “ ” op de dop en detankafdekking tegenover elkaar staan.2. Sluit het zadel.WAARSCHUWINGDWA11092Na het tanken moet de tankdop goedworden aangedraaid. Door brandstof-lekkage ontstaat brandgevaar.DAU13213BrandstofControleer of er voldoende brandstof in debrandstoftank aanwezig is.WAARSCHUWINGDWA10882Benzine en benzinedampen zijn zeerbrandbaar. Volg de onderstaande in-structies om brand en ontploffing tevoorkomen en het letselrisico tijdens hettanken te verlagen.1. Zet alvorens te tanken de motor af enzorg dat er niemand op de machinezit.
Als demotor gaat kloppen (pingelen), gebruik danbenzine van een ander merk of met een ho-ger octaangetal.OPMERKING Deze markering geeft de aanbevolenbrandstof voor dit voertuig aan zoalsgespecificeerd in de Europese voor-schriften (EN228). Controleer of het vulpistool van debrandstofpomp dezelfde markeringheeft.GasoholEr bestaan twee typen gasohol: gasoholmet ethanol en gasohol met methanol.Gasohol met ethanol kan worden gebruikt,mits het ethanolgehalte niet hoger is dan10% (E10). Gasohol met methanol wordtniet aangeraden door Yamaha aangeziendeze schade kan toebrengen aan hetbrandstofsysteem of problemen kan ople-veren met de voertuigprestaties.LET OPDCA11401Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.Loodhoudende benzine veroorzaakternstige schade aan inwendige motor-onderdelen als kleppen en zuigerverenen ook aan het uitlaatsysteem.1. Vulpijp brandstoftank2.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Yamaha RAYZR (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Scooter Yamaha
Handleiding Scooter
Nieuwste handleidingen voor Scooter