Yamaha F250 (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Yamaha F250 (2024) (140 pagina’s), behorend tot de categorie Buitenboordmotor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 4 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Yamaha F250 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Yamaha |
| Categorie: | Buitenboordmotor |
| Model: | F250 (2024) |
Handleiding Yamaha F250 (2024) – volledige tekst
DMU25108Aan de eigenaarDank u voor het kiezen van een Yamahabuitenboordmotor. Deze gebruikershandlei-ding bevat informatie over juiste bediening,onderhoud en zorg. Een grondig begrip vandeze eenvoudige instructies zal u helpen ommaximaal plezier uit uw nieuwe Yamaha tekrijgen. Raadpleeg een Yamaha-dealer, in-dien u vragen over de bediening of onder-houd van uw buitenboordmotor hebt. In deze gebruikershandleiding is bijzonderbelangrijke informatie als volgt aangeduid. : dit is het symbool voor veiligheids-waarschuwingen. Het wordt gebruikt om uop mogelijke verwondinggevaren te wijzen. Volg alle veiligheidsmeldingen achter ditsymbool op om mogelijke verwondingen ofoverlijden te voorkomen. DWM00782Een WAARSCHUWING wijst op een ge-vaarlijke situatie die kan leiden tot dedood of ernstige letsels als ze niet wordtvermeden.
DCM00702Een alinea die vooraf wordt gegaan doorOPGELET vermeldt speciale voorzorgs-maatregelen die moeten worden geno-men om schade aan debuitenboordmotor of aan andere eigen-dommen te voorkomen. Een NOTA geeft belangrijke informatie omhandelingen gemakkelijker of duidelijker temaken. Yamaha zoekt voortdurend vooruitgang inproductontwerp en kwaliteit. Daarom, on-danks dat deze handleiding de laatste pro-ductinformatie bevat die verkrijgbaar is tentijde van uitgave, kunnen er kleine afwijkin-gen tussen uw machine en deze handleidingzijn. Raadpleeg uw Yamaha-dealer, indien uenige vragen aangaande dit handboek heeft. Yamaha raadt aan dat u het product correctgebruikt en de gespecificeerde periodiekeinspecties en onderhoud correct uitvoertvolgens de instructies in de gebruikershand-leiding, om een lang leven van het productte verzekeren.
Elke schade, veroorzaaktdoor het niet volgen van deze instructies,valt niet onder de garantie. Sommige landen hanteren wetten of regelsdie gebruikers verbieden het product mee tenemen buiten het land van aankoop. Dit kanhet registreren van het product in het landvan bestemming onmogelijk maken.
Daar-naast kan de garantie in sommige gebiedenniet van toepassing zijn. Raadpleeg de dea-ler waar het product is aangeschaft voormeer informatie, indien u het product meewilt nemen naar een ander land. Indien het gekochte product reeds was ge-bruikt, neemt u contact op met uw dichtst-bijzijnde dealer voor herregistratie en omrecht te krijgen op de aangegeven diensten. De F250SB, LF250SB, F300SB, LF300SBen de standaardaccessoires worden ge-bruikt als basis voor de verklaringen en af-beeldingen in deze handleiding. Daardoorkunnen sommige onderdelen niet op iedermodel van toepassing zijn. Belangrijke handleidingsinformatie.
58Brandstofpeil. 58Motorkap verwijderen. 58Brandstofsysteem. 59Bedieningselementen. 59Noodstopkoord. 60Motorolie. 60Buitenboordmotor. 61Doorspoelplug. 61Installeren van de motorkap. 61Controleren van het trim- en kan-telbekrachtigingssysteem. 63Accu. 64Brandstof bijvullen. 64De motor gebruiken. 65Brandstof toevoeren. 65Starten van de motor. 65Controles na het starten van demotor. 71Koelwater. 71De motor laten warmdraaien. 72Procedure voor het warmdraaienvan de motor. 72Controles na het warmdraaienvan de motor. 72Schakelen. 72Stopschakelaars. 72Schakelen. 72Bediening neutral hold-schake-laar. 73Bediening schakelaar enkelvou-dige hendel. 74De boot stoppen. 74Bootrichting. 76Motor uitschakelen. 76Procedure voor het stoppen vande motor. 77De buitenboordmotor trimmen. 81Instellen van de trimhoek (trim- enkantelbekrachtiging). 81Boottrim instellen. 82Omhoog en omlaag kantelen.
DMU33623BuitenboordmotorveiligheidNeem deze voorzorgsmaatregelen te allentijde in acht. DMU36502PropellerPersonen kunnen gewond raken of gedoodworden wanneer ze in contact komen metde propeller. De propeller kan blijven bewe-gen wanneer de motor in neutraal staat, ende scherpe randen van de propeller kunnenook snijwonden veroorzaken terwijl de pro-peller stilstaat. l Schakel de motor uit wanneer er zich eenpersoon vlakbij de boot in het water be-vindt. l Houd mensen uit de buurt van de propel-ler, zelfs wanneer de motor niet draait. DMU40272Draaiende onderdelenHanden, voeten, haar, juwelen, kledingstuk-ken, zwemvestriempjes enz. kunnen wordengegrepen door de inwendige draaiende on-derdelen van de motor, met ernstige ver-wondingen of de dood tot gevolg. Verwijder de motorkap nooit als het nietecht nodig is. Verwijder of installeer de mo-torkap nooit terwijl de motor draait.
Laat de motor uitsluitend zonder motorkapdraaien met inachtneming van de specifiekeinstructies in de handleiding. Houd uw han-den, voeten, haar, juwelen, kledingstukken,zwemvestriempjes enz. uit de buurt vaneventuele blootliggende bewegende onder-delen. DMU33641Hete onderdelenTijdens en na de werking zijn bepaalde mo-toronderdelen heet genoeg om brandwon-den te veroorzaken. Vermijd iedereaanraking met onderdelen onder de motor-kap tot de motor is afgekoeld. DMU33651Elektrische schokkenRaak geen elektrische onderdelen aan bijhet starten van de motor of terwijl de motordraait. Ze kunnen schokken of elektrocutieveroorzaken. DMU33662Trim- en kantelbekrachtigingEr kunnen lichaamsdelen worden verpletterdtussen de motor en de klembeugel wanneerde motor wordt getrimd of gekanteld. Houdlichaamsdelen te allen tijde uit deze zone.
Houd mensen uit de buurt van deschakelaars tijdens werkzaamheden rondomde motor. Kom nooit onder het staartstuk als het ge-kanteld is, zelfs niet als de kantelsteunhen-del vergrendeld is. Als de buitenboordmotorper ongeluk valt, kunt u ernstig gewond ra-ken. DMU33672MotorstopschakelaarkoordBevestig de motorstopschakelaarkoord zodat de motor stopt wanneer de gebruikeroverboord valt of de stuurhendel verlaat. Datom te voorkomen dat de boot stuurloos ver-der vaart en mensen achterlaat, of overmensen of voorwerpen vaart. Bevestig de motorstopschakelaarkoord tij-dens het gebruik van de motor altijd op eenVeiligheidsinformatie1.
veilige plaats aan uw kleding, of aan uw armof been. Maak ze niet los om de stuurhen-del te verlaten terwijl de boot vaart. Bevestigde koord niet aan een kledingstuk dat loszou kunnen scheuren, en leid de koord nietlangs punten waar ze verstrikt kan raken,zodat ze haar functie niet langer vervult. Leid de koord niet langs plaatsen waar dekans groot is dat er per ongeluk aan wordtgetrokken. Als er aan de koord wordt ge-trokken tijdens het varen, wordt de motoruitgeschakeld en kunt u de boot niet meerbesturen. De boot zou snel kunnen vertra-gen, waardoor passagiers en voorwerpenvoorwaarts worden geslingerd. DMU33811BenzineBenzine en benzinedampen zijn uiterstbrandbaar en explosief. Volg voor het tan-ken steeds de procedure op pagina 65 omhet risico van brand en explosie zo kleinmogelijk te houden. DMU33821Blootstelling aan en morsen vanbenzineMors geen benzine.
Als u toch benzinemorst, veeg hem dan onmiddellijk op metdroge doeken. Werp de doeken weg zoalshet hoort. Mocht er benzine op uw huid terechtkomen,verwijder die dan onmiddellijk met zeep enwater. Trek andere kleren aan als er benzineop uw kleren terecht is gekomen. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u ben-zine hebt ingeslikt, heel veel benzinedamphebt ingeademd of benzine in de ogen hebtgekregen. Tracht nooit brandstof over te he-velen door ze aan te zuigen met uw mond. DMU33901KoolmonoxideDit product stoot uitlaatgassen uit die kool-monoxide bevatten, een kleur- en geurloosgas dat hersenschade of de dood van ver-oorzaken bij inademing. Symptomen vankoolmonoxidevergiftiging zijn onder meermisselijkheid, duizeligheid en slaperigheid. Zorg ervoor dat cockpit en cabine altijdgoed geventileerd zijn. Vermijd het blokke-ren van uitlaatopeningen.
DMU33742ScheepvaartveiligheidDit hoofdstuk bevat enkele van vele belang-rijke veiligheidsvoorschriften die u dient nate leven tijdens het varen. DMU33711Alcohol en verdovende middelenGa nooit uit varen na het drinken van alco-hol of het innemen van verdovende midde-len. Intoxicatie is een van de voornaamstefactoren die bijdragen tot dodelijke ongeval-len op het water. DMU40281ZwemvestenZorg dat u een goedgekeurd zwemvest aanboord hebt voor elke passagier. Yamaharaadt u aan altijd een zwemvest te dragenwanneer u gaat varen. Kinderen en niet-zwemmers moeten in ieder geval altijd eenzwemvest dragen, en iedereen moet eenVeiligheidsinformatie2.
zwemvest dragen wanneer de vaaromstan-digheden gevaarlijk zijn of kunnen worden. DMU33732Mensen in het waterKijk altijd zorgvuldig uit voor mensen in hetwater, zoals zwemmers, waterskiërs of dui-kers, telkens wanneer de motor draait. Wan-neer er zich iemand in het water bevindtvlakbij de boot, schakelt u in neutraal en legtu de motor stil. Blijf uit de buurt van zwemzones. Zwem-mers kunnen moeilijk zichtbaar zijn. De propeller kan blijven draaien, zelfs wan-neer de motor in neutraal staat. Schakel demotor uit wanneer er zich een persoon vlak-bij de boot in het water bevindt. DMU33752PassagiersRaadpleeg de instructies van uw bootfabri-kant voor informatie over de aangewezenpassagiersplaatsen in uw boot en vergewisu ervan dat alle passagiers veilig plaats heb-ben genomen alvorens te accelereren enwanneer de motor sneller draait dan met hetstationair toerental.
Staan of zitten op nietaangewezen plaatsen kan ervoor zorgen datmen overboord wordt geslingerd of in deboot valt ten gevolge van golven, kielzog ofplotse snelheids- of richtingsveranderingen. Zelfs wanneer iedereen correct plaats heeftgenomen in de boot, dient u uw passagierste waarschuwen wanneer u een ongewoonmanoeuvre dient te maken. Tracht opsprin-gende golven en kielzog steeds te vermij-den. DMU33763OverladenDe boot mag nooit worden overladen. Kijkop de bootcapaciteitsplaat of raadpleeg debootfabrikant voor het toegestane maxi-mumgewicht en maximumaantal passa-giers. Zorg ervoor dat het gewicht naarbehoren over de boot is verdeeld in over-eenstemming met de instructies van debootfabrikant. Het overladen of verkeerdverdelen van het gewicht over de boot kande bestuurbaarheid van de boot in het ge-drang brengen en leiden tot ongevallen,kapseizen of vollopen.
ZMU06025Stuur defensief met een veilige snelheid enhoud voldoende afstand van mensen, voor-werpen en andere boten. l Vaar niet op korte afstand achter andereboten of waterskiërs. l Vermijd scherpe bochten of andere ma-noeuvres die het anderen moeilijk makenom u te ontwijken of te voorspellen waar uheen gaat. l Vermijd gebieden met gezonken voorwer-pen of ondiep water. Veiligheidsinformatie3.
l Ken uw grenzen en vermijd agressievemanoeuvres om het risico op controlever-lies en botsingen te vermijden en om tevermijden dat u uit het vaartuig wordt ge-slingerd. l Reageer tijdig om botsingen te vermijden. Vergeet niet dat boten geen remmen heb-ben en dat het afzetten van de motor ofhet verminderen van de stuwkracht dewenbaarheid kunnen verminderen. Als uniet zeker bent dat u op tijd kunt stoppenom een voorwerp te ontwijken, geef dangas bij en stuur in een andere richting. DMU48100Aanvaringen met drijvende of onder-gedompelde objectenAls de buitenboordmotor een drijvend ob-ject of een obstakel in het water raakt tij-dens het cruisen, kan het volgendegebeuren:l De passagiers en enig loszittend materi-aal of bagage kan mogelijk naar vorenworden gegooid vanwege het plotselingeafremmen. l Delen van de buitenboordmotor kunnenvanwege de botsing mogelijk loskomenen van de boot af worden gegooid.
l De boot of buitenboordmotor kan vanwe-ge de botsing mogelijk beschadigd raken. Wanneer u met de boot vaart in een gebiedwaar er zich mogelijk drijvende objecten ofobstakels in het water kunnen bevinden,moet u er zeker van zijn dat u de trimhoekvan de buitenboordmotor afstelt, dat u vaartmindert dat u de boot voorzichtig bedient. Voor meer informatie, zie pagina 88. Als de buitenboordmotor een drijvend ob-ject of obstakel in het water raakt, moet u erzeker van zijn dat zich er geen abnormalitei-ten omtrent de boot en de buitenboordmo-tor voordoen. Als er iets abnormaals wordtgeconstateerd, keert u terug met lage snel-heid terug naar de dichtsbijzijnde haven enlaat u een Yamaha-dealer de buitenboord-motor inspecteren. DMU33791WeersomstandighedenZorg dat u op de hoogte bent van het weer-bericht. Controleer de weersvoorspellingenalvorens uit te varen. Ga beter niet uit varenin gevaarlijk weer.
DMU25172Plaats voor identificatienum-mersDMU25186BuitenboordmotorserienummerHet serienummer van de buitenboordmotorstaat vermeld op het label op de bakboord-zijde van de klembeugel.Noteer uw buitenboordmotorserienummer inde daartoe voorziene ruimten om op te ge-ven bij het bestellen van wisselstukken bijuw Yamaha-dealer of als referentie in gevaluw buitenboordmotor wordt gestolen.11. Buitenboordmotorserienummerlocatie34 12ZMU016921. Serienummer2. Modelnaam3. Motorspiegelhoogte4. MotorcodeDMU41572SleutelnummerHet sleutelidentificatienummer werd in dereserversleutel gestempeld zoals u kunt zienin de afbeelding. Bewaar de reservesleutelop een veilige plaats en noteer dit nummerin de voorziene ruimte als referentie in gevalu een nieuwe sleutel nodig hebt.11.
DMU48442CE-markering/UKCA-marke-ringDit label wordt bevestigd op buitenboord-motoren die voldoen aan de Europese voor-schriften.11. Positie van het CE-label6EE-43394-9015210026CE-markeringBuitenboordmotoren met deze “CE”-marke-ring voldoen aan de richtlijnen van; 2006/42/EG, 2014/30/EU, en 2013/53/EU.UKCA-markeringDit product voldoet aan de voorschriften vanPleziervaartuigen 2017, de voorschriften vanElektromagnetische Compatibiliteit 2016 enaan de (veiligheids)voorschriften voor Leve-ring van Machines 2008.DMU46133ConformiteitsmerklabelMotoren voorzien van dit label voldoen aande voorschriften van het betreffende land.Dit label bevindt zich op de klembeugel ofde zwenkbeugel.11. Locatie conformiteitsmerklabelRegulatory Compliance Mark (RCM)Motoren voorzien van dit merkteken voldoenaan een bepaald gedeelte/aan bepaalde ge-deelten van de “Australian Radio Communi-cations Act”.ZMU0819011.
DMU33524Lees handleidingen en labelsAlvorens deze buitenboordmotor te bedienen of eraan te werken:l Lees deze handleiding.l Lees eventueel bij de boot geleverde handleidingen.l Lees alle labels op de buitenboordmotor en de boot.Voor eventuele bijkomende informatie kunt u terecht bij uw Yamaha-dealer.DMU33836Waarschuwingslabels Als deze labels beschadigd zijn of ontbreken, neem dan contact op met uw Yamaha-dea-ler voor vervanglabels.123Algemene informatie9
6EE-G2794-406EE-H1994-40126EE-G2794-506EE-H1994-50DMU34652Inhoud van de labelsDe bovenstaande waarschuwingslabels be-tekenen het volgende.1DWM01682l Houd handen, haar en kledingstukkenuit de buurt van draaiende onderdelenterwijl de motor draait.l Bij het starten of terwijl de motor draaitmag u geen elektrische onderdelenaanraken of verwijderen.2DWM01672l Lees de handleiding en de labels.l Draag een goedgekeurd zwemvest.l Bevestig het noodstopkoord aan uwzwemvest, uw arm of uw been zodat demotor stopt wanneer u de stuurhendelper ongeluk verlaat, om te voorkomendat de boot op hol kan slaan.DMU33851Andere labels3Algemene informatie10
: (1) Buitenboordmotorserienummer; (2) livegegevens die de prestaties vande buitenboordmotor weergeven, zoals de bedrijfstoestand van de motor, de bootsnel-heid, de kilometerstand; en (3) andere gegevens die de status van de buitenboordmotorweergeven, zoals de diagnostische foutcodes (DTC). De verzamelde gegevens worden geüpload naar een server bij Yamaha Motor Co. , Ltd. wanneer een speciale Yamaha-diagnosetool aan de buitenboordmotor wordt gekoppeld bijde uitvoering van controles of procedures voor service en onderhoud. Hoe gebruiken we uw gegevens.
zijn gezamenlijke verwerkingsver-antwoordelijken met betrekking tot de verzamelde gegevens. Als u vragen of klachten hebtover de verwerking van uw persoonsgegevens, kunt u deze schriftelijk richten aan:Yamaha Motor Europe N. V. /Digital Marketing & CRM– Postbus 75033 – 1117 ZN Schiphol – Nederland. De hierboven verstrekte contactgegevens zijn UITSLUITEND bedoeld voor VRAGENOVER GEGEVENSVERWERKING EN ANDERE TYPEN VRAGEN ZULLEN NIET WORDENBEANTWOORD. Geef de volgende informatie voor de juiste behandeling van uw vraag: (1)Algemene informatie13.
Zie de capaciteitsplaatvan de boot of neem contact op met de fa-brikant.DMU40491Buitenboordmotor monterenDWM02501l Een verkeerde montage van de buiten-boordmotor kan tot gevaarlijke om-standigheden leiden, zoals eengebrekkige bestuurbaarheid, verliesvan controle of brand.l Aangezien de buitenboordmotor zeerzwaar is, is speciale uitrusting en oplei-ding vereist om hem veilig te monteren.Uw dealer of een andere persoon met erva-ring in het optuigen van boten moet de bui-tenboordmotor monteren met behulp van decorrecte apparatuur en de complete optuig-instructies. Voor meer informatie, zie pagina55.Specificaties en vereisten16
DMU34954Vereisten voor de digital elec-tronic controlDe digital electronic control is uitgerust met(een) neutraal-startbeveiliging(en). Dat sys-teem zorgt ervoor dat de motor uitsluitend inneutraal kan worden gestart. DWM01581l Als de motor in versnelling start, kan deboot plots en onverwacht bewegen,waardoor er een botsing kan wordenveroorzaakt of passagiers over boordkunnen worden geworpen. l Wanneer de motor ooit in versnellingstart, werkt de neutraalstartbeveiligingniet correct en mag u de buitenboord-motor niet langer gebruiken. Neemcontact op met uw Yamaha-dealer. Deze digital electronic control is alleen ver-krijgbaar voor de buitenboordmotor die uhebt gekocht. Alvorens de digital electronic control te ge-bruiken, dient u ze in te stellen om alleen uwbuitenboordmotor te bedienen. Anders zalhet niet mogelijk zijn uw buitenboordmotorte bedienen.
U dient de buitenboordmotor en de digitalelectronic control in de volgende gevallen inte stellen. l Als er een tweedehands buitenboordmo-tor wordt geïnstalleerdl Als de digital electronic control wordt ver-vangenl Als de ECM (Electronic Control Module,elektronische besturingsmodule) van detweedehands buitenboordmotor wordtvervangenl Als de ECM (Electronic Control Module,elektronische besturingsmodule) van dedigital electronic control wordt vervangenRaadpleeg uw Yamaha-dealer voor het in-stellen. DMU25695AccuvereistenDMU25723Technische gegevens van de accuAccucapaciteit (CCA/EN):640–1080 AAccucapaciteit (20HR/IEC):80 A/uDe motor kan niet worden gestart als de ac-cuspanning te laag is. DMU36293Monteren van de accuMaak de accuhouder stevig vast op eendroge, goed verluchte en trillingsvrije plaatsin de boot. WAARSCHUWING.
met de keuze van de accu en de correctebedrading. Accu-uitschakelaarUw buitenboordmotor kan een hulpaccu(accu voor het voeden van accessoires) la-den met behulp van een optionele uitscha-kelaarkabel. Neem contact op met uwYamaha-dealer voor het installeren van eenoptionele uitschakelaarkabel met over-stroombeveiliging. DMU41604PropellerkeuzeNaast het selecteren van een buitenboord-motor is het selecteren van de juiste propel-ler een van de belangrijkste beslissingen dieeen booteigenaar dient te nemen. Het type,de omvang en het ontwerp van uw propellerhebben een rechtstreekse invloed op de ac-celeratie, de topsnelheid, het brandstofver-bruik en zelfs de levensduur van de motor. Yamaha ontwerpt en vervaardigt propellersvoor iedere Yamaha-buitenboordmotor envoor alle mogelijke toepassingen. Uw Yamaha-dealer kan u helpen bij het kie-zen van de juiste propeller voor uw specifie-ke behoeften.
Kies een propeller die demotor in staat stelt het middelste of boven-ste gedeelte van het toerentalbereik te be-reiken bij volgas en maximumlading. In hetalgemeen geldt dat een propeller met eengrotere spoed geschikt is voor geringere be-drijfsbelastingen en een propeller met eenkleinere spoed voor grotere belastingen. Alsu sterk uiteenlopende ladingen vervoert, se-lecteer dan een propeller die de motor instaat stelt te draaien binnen het toerentalbe-reik voor uw maximumbelasting, maar denkeraan dat u de gashendelstand mogelijkmoet aanpassen om binnen het aanbevolenmotortoerentalbereik te blijven wanneer ulichtere ladingen vervoert. Yamaha beveelt het gebruik aan van eenpropeller die geschikt is voor het “schakel-dempingssysteem (Shift Dampener Sys-tem) ”. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voormeer informatie. Voor het controleren van de propeller, ziepagina 111. Voorbeeld propeller3121.
Zet deschakelhendel altijd in neutraal wanneer ude motor start.DMU41953MotorolievereistenSelecteer een olietype op basis van de ge-middelde temperaturen in de streek waar debuitenboordmotor zal worden gebruikt.Aanbevolen motorolie:YAMALUBE 4 of 4-takt buitenboord-motorolieAanbevolen motorolieklasse 1:SAE 10W-30/10W-40/5W-30API SG/SH/SJ/SLAanbevolen motorolieklasse 2:SAE 15W-40/20W-40/20W-50API SH/SJ/SLMotoroliehoeveelheid (zonder oliefilter-vervanging):6.0 L (6.34 US qt, 5.28 Imp.qt)Motoroliehoeveelheid (met oliefilterver-vanging):6.3 L (6.66 US qt, 5.54 Imp.qt)Wanneer de onder Aanbevolen motorolietype 1 vermelde olietypes niet beschikbaarzijn, selecteert u een alternatief olietype ver-meld onder motorolie type 2.Aanbevolen motorolie type 1ZMU08143122˚F50˚C10440863068SAEAPISGSHSJSL20501032014-10-4-2010W–3010W–405W–30Aanbevolen motorolie type 2ZMU06855122˚F50˚C10440863068SAEAPISHSJSL20501032014-10-4-2015W–4020W–4020W–50DMU36361BrandstofvereistenDMU40203BenzineGebruik benzine van goede kwaliteit met hetvereiste minimumoctaangetal.
Aanbevolen brandstof:Loodvrije superbenzine (F300SB,LF300SB)Normale loodvrije benzine (F250SB,LF250SB)Min. researchoctaangetal (RON):90 (F250SB, LF250SB)94 (F300SB, LF300SB)DCM01982l Gebruik geen loodhoudende benzine. Loodhoudende benzine kan de motorernstig beschadigen. l Zorg dat er geen water en vuil in debrandstoftank terechtkomen. Verontrei-nigde brandstof kan de prestaties vande motor aantasten of motorschadeveroorzaken. Gebruik uitsluitend versebenzine die zuivere bussen werd be-waard. E5 E10l Dit merkteken geeft de aanbevolen brand-stof voor deze buitenboordmotor zoalsgespecificeerd door de Europese regelge-ving (EN228) aan. l Controleer of de benzinespuit dezelfdeidentificatie heeft bij het bijtanken. GasoholEr bestaan twee types gasohol: gasohol metethanol (E5 en E10) en gasohol met metha-nol.
Ethanol kan worden gebruikt als hetethanolgehalte niet meer dan 10% bedraagten de brandstof voldoet aan de minimumoc-taangetallen. E85 is een brandstof die 85%ethanol bevat en die niet mag worden ge-bruikt in uw buitenboordmotor. Alle ethanol-mengsels die meer dan 10% ethanolbevatten, kunnen schade aan het brandstof-systeem of motorstart- en -bedrijfsproble-men veroorzaken. Yamaha ontraadt hetgebruik van gasohol met methanol omdatdie schade kan veroorzaken aan het brand-stofsysteem of de motorprestaties kan aan-tasten. Het verdient aanbeveling een waterafschei-dende scheepsbrandstoffilter (minimum 10micron) te installeren tussen de brandstof-tank en de buitenboordmotor van uw bootwanneer u ethanol gebruikt. Van ethanol isbekend dat het de absorptie van vocht inbrandstoftanks en -systemen van boten be-vordert.
DMU40302Buitenboordmotorafdankings-vereistenDank de buitenboordmotor nooit op een il-legale manier af. Yamaha raadt u aan uwdealer te raadplegen in verband met het af-danken van de buitenboordmotor.DMU36353NooduitrustingHoud de volgende items aan boord voor hetgeval u motorpech krijgt.l Een gereedschapskit met verschillendeschroevendraaiers, tangen, sleutels (inclu-sief metrieke maten) en isolatietape.l Waterdichte zaklamp met extra batterijen.l Een extra motorstopschakelaarkoord metclip.l Reserveonderdelen, zoals een extra setbougies.Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor details.DMU25223Uitlaatregelingsinformatie DMU25232Deze motor voldoet aan de reglementen vanhet Amerikaanse “Environmental ProtectionAgency” (EPA) voor SI scheepsmotoren.
11. Plaats van sterrenlabelDMU40331Een ster—Geringe uitstootHet label met één ster identificeert motorendie voldoen aan de uitlaatnormen van de AirResources Board voor “Personal Watercraftand Outboard marine engines” van 2001.Motoren die voldoen aan deze normen ver-tonen een 75% geringere uitstoot dan con-ventionele tweetaktmotoren metcarburateur. Deze motoren zijn equivalentmet de 2006 normen voor scheepsmotorenvan de U.S. EPA.ZMU01702DMU40341Twee sterren—Heel geringe uitstootHet label met twee sterren identificeert mo-toren die voldoen aan de uitlaatnormen vande Air Resources Board voor “Personal Wa-tercraft and Outboard marine engines” van2004.
Motoren die voldoen aan deze nor-men vertonen een 20% geringere uitstootdan motoren met een label met één ster.ZMU01703DMU40351Drie sterren—Ultrageringe uitstootHet label met drie sterren identificeert mo-toren die voldoen aan de uitlaatnormen vande Air Resources Board voor “Personal Wa-tercraft and Outboard marine engines” van2008 of de uitlaatnormen voor “Sterndriveand Inboard marine engines” van 2003-2008. Motoren die voldoen aan deze nor-men vertonen een 65% geringere uitstootdan motoren met een label met één ster.ZMU01704DMU33862Vier sterren—Superultrageringe uitstootHet label met vier sterren identificeert moto-ren die voldoen aan de uitlaatnormen van deAir Resources Board voor 2009. Buiten-boordmotoren voor persoonlijke vaartuigenen voor zeevaartuigen voldoen mogelijk ookaan deze normen. Motoren die voldoen aandeze normen vertonen een 90% geringereSpecificaties en vereisten22
Voor boten met twee motoren (EKS)1234 561. Digital electronic control2. POWER-paneel3. Motorstopschakelaarpaneel4. Sleutelhanger5. Joystick (uitbreidbaar)6. Autopiloot (uitbreidbaar)DMU48695Helm Master™ EX (uitbreid-baar)Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor meer in-formatie over de Helm Master EX.JoystickOmdat u de joystick kunt gebruiken om deboot zijdelings links of rechts te bewegen of360 graden om zijn as te draaien met eenenkele joystickhendel, kunt u de boot ge-makkelijk manoeuvreren bij het wegvarenvanaf of aanmeren bij een aanlegplaats of bijhet voortbewegen in smal vaarwater of an-dere kleine ruimten, zoals in jachthavens.Componenten30
StuurautomaatDe stuurautomaat ondersteunt stuurbedie-ningen, zodat u de juiste boegrichting envaarrichting kunt behouden terwijl u eenconstante route aanhoudt.HEADINGHOLDCOURSEHOLDTRACKPOINTPATTERNSTEERF1 F21˚ / 5˚ 1˚ / 5˚DMU49012Digital electronic controlDe digital electronic control bestuurt deschakelhendel, gashendel en elektrischeoperaties op afstand. Zorg ervoor dat hetwaarschuwingslampje van de digital electro-nic control blauw oplicht en dat de digitalelectronic control-eenheid correct is verbon-den op de buitenboordmotor.l De “CENTER ENGINE”-schakelaar kanworden gebruikt om drie motoren te be-dienen.l De “STATION”-schakelaar kan niet wor-den gebruikt voor modellen met één stati-on.l Deze handleiding behandelt voornamelijkde basisbediening. Zie voor meer informa-tie de bedieningshandleiding van de 6X9DIGITAL ELECTRONIC CONTROL.Eén motor7896523411. Bedieningshendel2.
Twee motoren87693254110111. Bedieningshendel2. DEC-waarschuwingslampje/aanduidings-lamp vergrendeling3. “SINGLE LEVER”-schakelaar4. “CENTER ENGINE”-schakelaar5. “POWER”-schakelaar6. “TRIM ASSIST”-schakelaar7. “NEUTRAL HOLD”-schakelaar8. “STATION”-schakelaar9. “START/STOP”-schakelaar10. Snelheidscontroleschakelaar11. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar(alle motoren)2 311. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar(stuurboordmotor)2. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar(middelste motor)3. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar(bakboordmotor)De trim- en kantelbekrachtigingsschakelaarvan de middelste motor kan worden ge-bruikt om drie motoren te bedienen.DMU48471BedieningshendelDoor de hendel vanuit de neutrale positienaar de boegzijde 22.5° te laten zakken (eendetentie is voelbaar) wordt het vooruit tand-wiel ingeschakeld.
Door de hendel naar ach-teren te laten zakken, wordt deachteruitschakeling ingeschakeld en begintde motor op het laagste toerental te draai-en. Wanneer u de hendel verder laat zak-ken, wordt de gashendel geopend en begintde motor te accelereren.U kunt de weerstand van de beweging vande bedieningshendel afstellen. Raadpleegvoor verdere informatie de gebruiksaanwij-zing van de 6X9 DIGITAL ELECTRONICCONTROL.Componenten32
4 4667752 315RFN1. Neutraal “ ”2. Vooruit “ ”3. Achteruit “ ”4. Schakelen5. Volledig gesloten6. Gashendel7. Volledig openDMU49002Trim- en kantelbekrachtigingsscha-kelaarsDoor de schakelaar “” (omhoog) in tedrukken, wordt de buitenboordmotor omh-oog getrimd en vervolgens omhoog gekan-teld. Het indrukken van de schakelaar “ ”(omlaag) kantelt de buitenboordmotor om-laag en trimt deze omlaag. Wanneer deschakelaar wordt losgelaten, stopt de bui-tenboordmotor in zijn huidige positie.Voor meerdere motortoepassingen bedientde schakelaar op de bedieningshendel allebuitenboordmotoren tegelijkertijd.Eén motorUPDN11. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaarTwee motoren2 3 41UPDNUPDN1. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar (allemotoren)2. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar(stuurboordmotor)3. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar(middelste motor)4.
De trim- en kantelbekrachtigingsschakelaarvan de middelste motor kan worden ge-bruikt om drie motoren te bedienen.DMU48491DEC-waarschuwingslampjeHet waarschuwingslampje verandert vanblauw naar oranje als er een verbindingspro-bleem optreedt tussen de digital electroniccontrol en de buitenboordmotor. Er klinktook een pieptoon (herhaaldelijk aan en uit)om de bestuurder te waarschuwen. Raad-pleeg uw Yamaha-dealer voor meer infor-matie.Eén motor11. DEC-waarschuwingslampjeTwee motoren11. DEC-waarschuwingslampjeDMU48504SnelheidscontroleschakelaarEr zijn twee standen voor het behouden vanhet motortoerental en de snelheid. Door opde schakelaar “” (omhoog)/“ ” (omlaag)te drukken kunt u het motortoerental behou-den of de snelheid afstellen.Raadpleeg voor meer informatie over desnelheidsregelingsfunctie de gebruiksaanwij-zing van de 6X9 DIGITAL ELECTRONICCONTROL.Eén motor11.
DMU48512Neutral hold-schakelaarWanneer de “NEUTRAL HOLD”-schakelaarwordt ingedrukt, klinkt de zoemer en gaatde LED branden. U kunt de gashendel ope-nen of sluiten met de schakelhendel in neu-traal. Dat kan ook worden gedaan wanneerde bedieningshendel in achteruit staat. Voormeer informatie, zie pagina 73.Eén motor121. “NEUTRAL HOLD”-schakelaar2. LEDTwee motoren121. “NEUTRAL HOLD”-schakelaar2. LEDDMU48550Schakelaar enkelvoudige hendelWanneer bij meerdere motoren de “SINGLELEVER”-schakelaar wordt ingedrukt, klinktde zoemer, gaat de LED branden en kunt umet de bedieningshendel aan de bakboord-zijde schakel- en gashendelbewerkingen uit-voeren voor alle buitenboordmotoren die zijngestart.
121. “TRIM ASSIST”-schakelaar2. LED121. “TRIM ASSIST”-schakelaar2. LEDInstellenWanneer de “TRIM ASSIST”-schakelaarwordt ingedrukt, klinkt de pieptoon en gaatde LED branden.LoslatenWanneer de “TRIM ASSIST”-schakelaarwordt ingedrukt, klinkt de pieptoon en gaatde LED uit.DMU48562Elektronische sleutelschake-laar (EKS)De EKS bestaat uit het elektronische sleu-telschakelaarpaneel en een sleutelhanger.Deze handleiding beschrijft hoofdzakelijk debasisbediening. Zie voor meer informatie debedieningshandleiding van de 6X9 DIGITALELECTRONIC CONTROL.DMU48572Elektronische sleutelschakelaarpa-neel (EKS)Door op de “POWER”-schakelaar op hetPOWER-paneel te drukken zal de LED op-lichten, de motor starten of stoppen eneventuele accessoires zijn nu beschikbaar.De motor kan worden gestart of uitgescha-keld door op de “START/STOP”-schakelaarop het POWER-paneel te drukken.
1231. “START/STOP”-paneel2. “START/STOP”-schakelaar3. LEDTwee motoren13524361. POWER-paneel2. “START/STOP”-schakelaar (stuurboordmo-tor)3. LED4. “START/STOP”-schakelaar (bakboordmotor)5. Aanduidingslamp vergrendeling6. “POWER”-schakelaar41321. “START/STOP”-paneel2. LED3. “START/STOP”-schakelaar (bakboordmotor)4. “START/STOP”-schakelaar (stuurboordmo-tor)DMU48580SleutelhangerWanneer de POWER-schakelaar is uitge-schakeld, kunt u de buitenboordmotor ver-grendelen en ontgrendelen met devergrendeltoets en de ontgrendeltoets.Wanneer de knop wordt bediend, gaat deLED branden. Deze handleiding beschrijfthoofdzakelijk de basisbediening. Zie voormeer informatie de bedieningshandleidingvan de 6X9 DIGITAL ELECTRONIC CON-TROL.12341. Sleutelhanger2. Vergrendeltoets3. OntgrendeltoetsComponenten37
4. LEDDe sleutelhanger is voorzien van twee kaar-ten waarop de fabrieksinstellingen zijn ge-schreven. Bewaar deze kaarten op veiligeplaatsen, omdat u er een nodig hebt om demotor te starten als u de sleutelhanger kwij-traakt of als deze niet goed werkt, of als deaccu defect is.11. Standaardwachtwoordl Als de sleutelhanger niet goed werkt ende motor niet kan worden gestart, kan demotor worden gestart door het invoerenvan de PIN die voor de sleutelhanger isingesteld in het POWER-paneel.l U kunt het wachtwoord resetten. Als u hetwachtwoord wijzigt, worden de standaardfabrieksinstellingen uitgeschakeld.DMU48750Noodstopkoord en clipDe clip moet bevestigd zijn aan de motor-stopschakelaar om de motor te laten draai-en. Bevestig de koord op een veilige plaatsaan de kleding, of aan een arm of been vande bestuurder.
Als de bestuurder over boordvalt of het roer verlaat, trekt de koord de clipuit waardoor de ontsteking van de motorwordt uitgeschakeld. Op die manier wordtvoorkomen dat de boot onbestuurd verdervaart.DWM01791l Bevestig de motorstopschakelaarkoordtijdens het gebruik van de motor opeen veilige plaats aan uw kleding, ofaan uw arm of been.l Maak de koord niet vast aan kleren diekunnen worden losgetrokken. Zorg er-voor dat de koord nergens achter ver-strikt raakt, waardoor ze haar functieverliest.l Zorg ervoor dat u tijdens een normaalgebruik niet per ongeluk aan de koordtrekt. Als de motoraandrijving wegvalt,wordt de boot veel minder goed be-stuurbaar. Zonder motoraandrijving zalde boot ook snel vertragen. Daardoorkunnen personen en voorwerpen in deboot naar voren geslingerd worden.De motor kan niet worden gestart wanneerde clip verwijderd is.1231. Motoruitschakelaar2. Clip3.
DMU486436X6-schakelaarDMU46753Yamaha Security System (Y-COP/optioneel)DCM02461Het Yamaha Security System wordt ver-kocht in overeenstemming met de gel-dende wetten en voorschriften inzake hetuitzenden van radiogolven. Dat betekentdat wanneer dit product wordt gebruiktbuiten het land waar het werd gekocht,het mogelijk niet voldoet aan de wettenof voorschriften inzake het uitzenden vanradiogolven in het land waar het wordtgebruikt. Raadpleeg uw Yamaha-dealervoor meer gedetailleerde informatie.Het Yamaha Security System, een diefstal-beveiligingssysteem, bestaat uit een ontvan-ger en sleutelhangers. Het Yamaha SecuritySystem is verkrijgbaar bij uw Yamaha-dea-ler. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voormeer details.1 21. Sleutelhanger2. OntvangerDe motor kan niet worden gestart wanneerhet beveiligingssysteem zich in de vergren-delmodus bevindt. De motor kan slechtsworden gestart in de ontgrendelmodus.
Kijkvoor meer informatie in de installatie- en ge-bruikershandleiding bij het beveiligingssys-teem.DMU41554HoofdschakelaarDe hoofdschakelaar bedient het ontste-kingssysteem; de werking ervan wordt hier-onder beschreven.l “” (uit)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(uit) zijn de elektrische schakelingen inactiefen kan de sleutel worden uitgenomen.l “” (aan)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(aan) zijn de elektrische schakelingen actiefen kan de sleutel niet worden uitgenomen.De motor kan worden gestart door de start/stop-knop in te drukken.l “” (start)Met de hoofdschakelaar in de stand “”(start) begint de startmotor te draaien om demotor te starten. Wanneer de sleutel wordtlosgelaten, keert hij automatisch terug naarde stand “” (aan).Eén motorONOFFZMU07145STARTComponenten39
Twee motorenONOFFZMU07146DMU41622Start/stop-schakelaarpaneelDe motor kan worden gestart of uitgescha-keld door de start/stop-knop in te drukken.Bij twee motoren is het mogelijk een vanbeide motoren afzonderlijk te starten of uitte schakelen. Het lampje van de betreffendemotor gaat aan.l PORT:Bakboordmotorl STBD:Stuurboordmotor121. Indicator2. Start/stop-knopDMU41633Alles starten/stoppen-schakelaarpa-neel (optioneel)Met de start/stop-knop kunnen alle motorenworden gestart of uitgeschakeld.11. Alles starten/stoppen-knopDMU35775Noodstopkoord en clipDe clip moet bevestigd zijn aan de motor-stopschakelaar om de motor te laten draai-en. Bevestig de koord op een veilige plaatsaan uw kleding, of aan uw arm of been. Alsde bestuurder over boord valt of het roerverlaat, trekt de koord de clip uit waardoorde ontsteking van de motor wordt uitge-schakeld.
Op die manier wordt voorkomendat de boot onbestuurd verder vaart.DWM01791l Bevestig de motorstopschakelaarkoordtijdens het gebruik van de motor opeen veilige plaats aan uw kleding, ofaan uw arm of been.l Maak de koord niet vast aan kleren diekunnen worden losgetrokken. Zorg er-voor dat de koord nergens achter ver-strikt raakt, waardoor ze haar functieverliest.l Zorg ervoor dat u tijdens een normaalgebruik niet per ongeluk aan de koordtrekt. Als de motoraandrijving wegvalt,wordt de boot veel minder goed be-stuurbaar. Zonder motoraandrijving zalde boot ook snel vertragen. DaardoorComponenten40
kunnen personen en voorwerpen in deboot naar voren geslingerd worden.De motor kan niet worden gestart wanneerde clip verwijderd is.11. Noodstopkoord1231. Motoruitschakelaar2. Clip3. NoodstopkoordDMU48651BuitenboordmotoruitrustingDMU26156Trim- en kantelbekrachtigingsscha-kelaar aan onderkant motorkapDe trim- en kantelbekrachtigingsschakelaarzit aan de zijkant van de onderkant van demotorkap. Het indrukken van de schakelaar“” (omhoog) trimt de buitenboordmotoromhoog en kantelt deze vervolgens omh-oog. Het indrukken van de schakelaar “ ”(omlaag) kantelt de buitenboordmotor om-laag en trimt deze omlaag.
Wanneer deschakelaar wordt losgelaten, stopt de bui-tenboordmotor in zijn huidige positie.Voor instructies over het gebruik van detrim- en kantelbekrachtigingsschakelaar, ziepagina 83.DWM01032Gebruik de aan de onderkant bevestigdetrim- en kantelbekrachtigingsschakelaaralleen wanneer de boot volledig tot stil-stand is met de motor uit. Een poging tothet gebruik van deze schakelaar terwijlde boot in beweging is, kan de kans opoverboord vallen verhogen en kan de be-stuurder afleiden of de kans op een bot-sing met een andere boot of anderobstakel verhogen.1UPDN1. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaarDMU35041KantelbegrenzerDeze buitenboordmotor is uitgerust met eenkantelbegrenzer die het kantelbereik regelt.Raadpleeg uw Yamaha-dealer in verbandmet het wijzigen van de instelling.Componenten41
DMU26342Kantelsteunhendel voor model mettrim- en kantelbekrachtigingOm de buitenboordmotor in de omhoog ge-kantelde stand te houden, moet u de kan-telsteunstang vergrendelen in deklembeugel.111. KantelsteunhendelDCM00661Gebruik de kantelsteunhendel of de kan-telsteunknop niet om de boot de slepen.De buitenboordmotor zou daardoor kun-nen lostrillen van de kantelsteun en val-len. Als de boot niet kan worden gesleeptmet de motor in de normale stand, ge-bruik dan een bijkomend steunstuk omde motor in de gekantelde stand vast tezetten.DMU40762MotorkapvergrendelhendelDe kapvergrendelhendels worden gebruiktom de motorkap vast te zetten.111. Motorkapvergrendelhendel11111. MotorkapvergrendelhendelDMU40803DoorspoelplugDe doorspoelplug wordt gebruikt om dekoelwaterdoorgangen van de buitenboord-motor te reinigen met behulp van een tuin-slang en leidingwater.
11. DoorspoelplugDMU41312BrandstoffilterHet brandstoffilter dient om vreemde stoffentegen te houden en water van de brandstofte scheiden. Als het van de brandstof afge-scheide water een bepaald volume over-schrijdt, wordt het waarschuwingssysteemgeactiveerd. Zie voor verdere informatie pa-gina 53.1ZMU075181. BrandstoffilterComponenten43
DMU49441CL5-schermHet CL5-scherm geeft de motorstatus enwaarschuwingsinformatie weer. Het displaykan worden gewijzigd. Deze handleiding be-schrijft hoofdzakelijk het waarschuwingsdis-play.Als een waarschuwingsbericht verschijnt ophet CL5-scherm, volg dan de instructies ophet scherm.l De functies die op het scherm wordenweergegeven, variëren afhankelijk van deuitrusting van de boot.l Kijk voor meer informatie in de gebruikers-handleiding van de CL5.121. Aanraakscherm2. Power-toets123 5 7 86413 12 11 10 91. Stuurautomaattoets (voorzien van een stuur-automaatpaneel)2. Status van de boot3. Snelheidsmeter4. Schakelpositie5. Tankniveau6. Motortoestand7. Aanduidingslamp bootbesturing8. Modusknop bootbesturing (voorzien van eenjoystick)9. Trimhoek10. Motorwaarschuwing11. Toerenteller12. Substatus13.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Yamaha F250 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Buitenboordmotor Yamaha
Handleiding Buitenboordmotor
Nieuwste handleidingen voor Buitenboordmotor