Whistle 2020 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Whistle 2020 (286 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets E-bike. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 27 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Whistle 2020 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/286
NL
Gebruiksaanwijzing
Voertuig algemeen
+ Aanvullende gebruiksaanwijzing
Pedelec/S-Pedelec
+ Aanvullende gebruiksaanwijzing
Kinderfiets
Gebruiksaanwijzing
Kinderspeelfiets
ACCELL GROUP
ORIGINELE GEBRUIKSAANWIJZING
ORIGINELE GEBRUIKSAANWIJZING
EDITION:
1| 05/2020

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Whistle
Categorie: Fiets E-bike
Model: 2020

Handleiding Whistle 2020 – volledige tekst

1Wegwijzer Informatie onlineIn deze wegwijzer krijgt u een overzicht van alle symbolen en tekens die in deze originele gebruiksaanwijzing worden gebruikt. Voor een grotere verstaanbaarheid wordt de originele gebruiksaanwijzing hierna gebruiksaanwijzing genoemd.1 Informatie onlineMeer informatie over de respectieve merken vindt u op:Internetpagina Merk(en)www.atala.it Atalawww.batavus.com Batavuswww.ghost-bikes.com Ghostwww.greens-bikes.de Green‘swww.haibike.com Haibikewww.koga.com Kogawww.lapierrebikes.com Lapierrewww.loekie.nl Loekiewww.raleigh.co.uk Raleighwww.sparta.nl / www.spartabikes.de Spartawww.vannicholas.com Van Nicholaswww.whistlebikes.com Whistlewww.winora.com Winorawww.accell-group.com Accell GroupWegwijzer Informatie online

8WegwijzerVerdere informatie8 Verdere informatieU ontvangt samen met een voertuig alle belangrijke documenten en noodzakelijke informatie van uw handelaar: – Het ingevulde document voertuigpas en het overdrachtsprotocol, dat u vindt op het einde van de gedrukte basisversie van de originele gebruiksaanwijzing. – Een basisversie van de originele gebruiksaanwijzing in een printversie over uw voertuig. Meer informatie vindt u op het internet op de homepage van het desbetreffende merk (zie de lijst in het hoofdstuk “Informatie online”). – Eventuele handleidingen van de fabrikant over componenten. – Bij de aankoop van een Pedelec krijgt u ook een snelstarthandleiding voor het Pedelec-aandrijfsysteem. Een complete, originele gebruiksaanwijzing voor uw elektrische fiets is te vinden op het internet op de homepage van het betreffende merk (zie de lijst in het hoofdstuk “Informatie online”).

– Bij de aankoop van een S-Pedelec krijgt u ook een volledige originele gebruiksaanwijzing voor uw S-Pedelec-aandrijfsysteem. – Op uw voertuig vindt u: – Het voertuigcategorienummer van uw voertuig – Het maximaal toegestane totaal gewicht – Gewicht van de fiets (afgerond) – Het typeplaatje met typeaanduiding xVergelijk de gegevens in uw voertuigpas en het voertuigcategorienummer op uw voertuig met de gegevens in hoofdstuk “Structuur van de gebruiksaanwijzingen”, om alle informatie over uw voertuigmodel te vinden.9 Opmerking over onderhoudswerkzaamheden en reparatiesVerricht de handelingen die in de gebruiksaanwijzing zijn beschreven slechts wanneer u beschikt over de noodzakelijke vakkennis en gereedschappen.

In het andere geval laat u de werkzaamheden uitvoeren door een specialist.10 Opmerking over de technische gegevensInformatie over de technische gegevens en uitrusting van uw fietsmodel kunt u schriftelijk opvragen bij uw dealer of op de homepage van het desbetreffende merk (zie de lijst in het hoofdstuk “Online informatie”).

Voertuig Inhoud1 Grondslagen � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � �11�1 Gebruiksaanwijzing lezen en bewaren � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 11�2 Regulier gebruik � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 11�3 Voertuigcategorieën � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 21�4 Maximaal toegestane totaal gewicht � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 51�5 Zitpositie � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 71�6 Framehoogte� � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 81�7 Helm � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 81�8 Bagagedrager � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 91�8�1 Bagagedrager met klembeugel� � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 111�8�2 Bagagedrager zonder klembeugel met spanriem� � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 121�8�3 Low rider-bagagedragers voor fietstassen � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 121�8�4 Systeembagagedrager � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 121�9 Standaardvarianten� � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 131�9�1 Zijstandaards en achtervorkstandaards � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 131�9�2 Tweebenige standaard � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 141�10 Roltrainer � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 141�11 Aero-stuur bij racefietsen � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 152 Voor de fietsrit � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 162�1 Voor elke rit � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 162�2 Voor de eerste rit � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 183 Veiligheid � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 193�1 Algemene veiligheidsinstructies � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 193�2 Instructies voor het wegverkeer � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 243�3 Instructies voor het meenemen van kinderen� � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 253�3�1 Kinderstoel � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 283�3�2 Fietskar � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 293�4 Instructies over het transport � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 303�4�1 Instructies over de bagage � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 303�4�2 Instructies voor de montage van aanhangers � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 313�4�3 Instructies over aanhangers voor lasten en honden � � � � � � � � � � � � � � � � � � 323�4�4 Instructies over het transport van het voertuig met de wagen � � � � � � � � � � � 333�5 Instructies over draaimomenten� � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � 353�6 Instructies voor de draairichting van schroeven � � � � � � � � � � � � � � � � � � 37.

Voertuig Grondslagen11 Grondslagen1. 1 Gebruiksaanwijzing lezen en bewarenDeze gebruiksaanwijzing hoort bij dit voertuig. De begrippen fietsen, racefietsen, Pedelecs, S-Pedelecs, kinderfietsen en kinderspeelfietsen worden in de gebruiksaanwijzing voertuig onder de overkoepelende term “voertuig” samengevat. De gebruiksaanwijzing bevat belangrijke informatie over de instellingen en het gebruik. Lees grondig en volledig de gebruiksaanwijzing, vooral de veiligheidsinstructies, alvorens het voertuig te gebruiken. Afhankelijk van het voertuigmodel en de voertuigcategorie dient u ook de aanvullende gebruiksaanwijzingen zorgvuldig en volledig door te nemen. De niet-naleving van deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstige verwondingen of schade aan het voertuig. Bewaar de gebruiksaanwijzing binnen handbereik.

Overhandigt u het voertuig aan derden, geef dan ook zeker deze gebruiksaanwijzing mee. 1. 2 Regulier gebruikDe fabrikant of handelaar is niet aansprakelijk voor schade die is ontstaan door oneigenlijk gebruik. Gebruik het voertuig uitsluitend op de manier die in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Elk ander gebruik geldt als oneigenlijk en kan leiden tot ongevallen, ernstige letsels of schade aan het voertuig. Het ombouwen van voertuigen tot een Pedelec of S-Pedelec is niet toegestaan. Het manipuleren van de aandrijfeenheid op elektrische fietsen en S-elektrische fietsen is verboden. Veranderingen of verbouwingen aan de fiets die de eigenschappen van de fiets veranderen (bijv. skilopers, lasttransportinrichtingen, zijspannen) zijn niet toegestaan. Garantieclaims kunnen in gevaar komen en kunnen vervallen als de fiets niet volgens de voorschriften wordt gebruikt.

Het voertuig is bestemd voor het gebruik door één persoon, waarbij de zitpositie werd afgestemd op diens lengte (zie hoofdstuk “Grondslagen / Zitpositie”).

Het gebruik van kinderzitjes, kinderaanhangers en andere fietsaanhangers (laad- en hondenaanhangers) is niet toegestaan voor fietsen van de categorieën 0 en 6. Indien een kinderzitje of een aanhangwagen wordt gebruikt met een fiets van categorie 2, 3, 4 of 5, moet de bestuurder voldoen aan het beoogde gebruik van categorie 2. De aangegeven gebruiksaanwijzing blijft geldig voor categorie 1.

VoertuigGrondslagen2Het gebruik van kinderzitjes, kinderaanhangers en andere fietskarren is niet toegestaan voor: – Fietsen met een carbon achterbouw, tenzij deze voorzien is van een speciale bevestiging voor de bevestiging van de aanhangerkoppeling. – Voertuigen van het type S-Pedelec – Kinder- en jongerenfietsen met wielgroottes 12" 16", 20" en 24".Lees voor meer informatie het hoofdstuk "Veiligheid / Aanwijzingen voor het vervoer van kinderen" en let op de speciale instructies voor het gebruik op uw fiets. Richt u voor het gebruik van fietskarren en kinderstoeltjes tot uw handelaar.Racefietsen en fitness-fietsen zijn uitsluitend bestemd voor het gebruik op straten en wegen met een glad oppervlak die geasfalteerd, gebetonneerd of verhard zijn. Elk gebruik op onverharde wegen kan ertoe leiden dat het voertuig stuk gaat.

De installatie van een bagagedrager, kinderzitje of aanhanger is niet toegestaan.De racefiets/fitness-fiets wordt gedefinieerd als een voertuig – met een racestuur (racefiets) of een plat stuur (flat bar bij een fitness-fiets) – met smalle banden met zeer weinig of geen profiel – met een ongeveerd frame – dat een sportief gestrekte zitpositie vereistVoor het reguliere gebruik van het voertuig in het wegverkeer moet u de nationale en regionale voorschriften kennen, hebben begrepen en naleven (zie hoofdstuk “Veiligheid / Instructies voor het wegverkeer”).1.3 VoertuigcategorieënHet voertuig wordt aangeduid met een symbool voor de voertuigcategorie. Dit symbool bevindt zich doorgaans aan de onderste linker kant van de zadelbuis: xVergelijk de vermelde voertuigcategorie op uw voertuig met de voertuigcategorieën in de volgende tabel.

Voertuig Grondslagen3Symbool Voertuigcategorie GebruikVoertuigen van de categorie 0 zijn doorgaans kinderspeelfietsen 12" en kinderfietsen 12" en 16".Categorie 0:- voor kinderen vanaf 3 jaar- Gebruik slechts onder toezicht van een opvoedingsverantwoordelijke- deelname aan het wegverkeer is niet toegestaan- deelname aan wedstrijden is niet toegestaan- niet geschikt voor sprongen en acrobatische handelingenFietsen van categorie 1 zijn fietsen die ontworpen zijn voor stedelijke infrastructuur (toestand van de wegen).Categorie 1:- alleen voor asfalt, beton of verharde wegen en paden- permanent grondcontact van de wielen moet worden gegarandeerd- deelname aan wedstrijden is niet toegestaan- niet geschikt voor sprongen, harde schokken en acrobatiek- de beoogde gemiddelde snelheid is 15 tot 25 km/uFietsen van categorie 6 zijn meestal fietsen, elektrische fietsen en S-elektrische fietsen van het type racefiets of fitnessfiets (stadsfiets)/tijdritfiets/triatlonfiets.Categorie 6:- alleen voor asfalt, beton of verharde wegen en paden- permanent grondcontact van de wielen moet worden gegarandeerd- deelname aan wedstrijden is toegestaan - geschikt voor afdalingen en sprints- niet geschikt voor sprongen, harde schokken en acrobatiek- de beoogde gemiddelde snelheid is 30 tot 55 km/u

stoepranden, kan worden gereden- deelname aan wedstrijden is niet toegestaan- geschikt voor recreatief gebruik en trekking onder matige inspanning- niet geschikt voor sprongen en acrobatische handelingen- de beoogde gemiddelde snelheid is 15 tot 25 km/uVoertuigen van de categorie 3 zijn doorgaans fietsen, Pedelecs en S-Pedelecs van het type mountainbike met gebruiksdoel cross country, marathon en tour, enook fietsen van de gravel cyclo-cross en all track.Categorie 3:- Omvat categorieën 1 en 2 en ook ruwe trails met kleinere hindernissen en onverharde wegen die een goede rijtechniek vereisen- geschikt voor sport en wedstrijden met matige moeilijkheid van de paden- de deelname aan wedstrijden is toegestaan- drops en sprongen tot een hoogte van max.

60 cm zijn toegestaan (een passende rijtechniek wordt vooropgesteld)- niet geschikt voor acrobatische handelingenVoertuigen van de categorie 4 zijn doorgaans fietsen, Pedelecs en S-Pedelecs van het type mountainbike met gebruiksdoel allmountain.Categorie 4:- omvat categorieën 1, 2 en 3- grote hindernissen en hogere snelheden stellen verhoogde rijvaardigheden voorop- de deelname aan wedstrijden is toegestaan- geschikt voor afdalingen op onverharde wegen- drops en sprongen tot een hoogte van max. 120 cm zijn toegestaan (een passende rijtechniek wordt vooropgesteld)- niet geschikt voor acrobatische handelingen

Voertuig Grondslagen5Symbool Voertuigcategorie GebruikVoertuigen van de categorie 5 zijn doorgaans fietsen, Pedelecs en S-Pedelecs van het type mountainbike met gebruiksdoel enduro/freerode/downhill/dirtjump.Categorie 5:- omvat categorieën 1, 2, 3 en 4 en ook een zeer snel bereden en zeer moeilijk terrein met extreme hellingen- zeer hoge eisen aan de rijvaardigheid- de deelname aan wedstrijden is toegestaan- geschikt voor sprongen en afdalingen op onverharde paden- verre sprongen en drops zijn toegestaan (een passende rijtechniek wordt vooropgesteld)- niet geschikt voor acrobatische handelingenKinderspeelfietsen met een wielgrootte van 12" beantwoorden aan DIN EN 71Kinderfietsen met een wielgrootte van 12" en 16" beantwoorden aan DIN EN ISO 8098 Elektrische fietsen voldoen aan DIN EN 15194 en deels ook aan DIN EN ISO 4210, S-elektrische fietsen voldoen aan DIN EN 15194 of aan de verordening (EU) 168/2013 (L1e-B), alle andere fietsen voldoen aan DIN EN ISO 4210.Het beoogde gebruik is gebaseerd op DIN EN 174061.4 Maximaal toegestane totaal gewichtGEVAARBreuk van componenten door overbelasting van het voertuig.Risico op ongevallen en verwondingen!

VoertuigGrondslagen6LET OPMateriaalschade door overbelasting van het voertuig.Beschadigingsgevaar! xNeem het maximaal toegestane totale gewicht van het voertuig in acht.Het voertuig heeft een maximaal toegestaan totaal gewicht dat niet mag worden overschreden. xNeem het maximaal toegestane totale gewicht van het voertuig in acht. xRicht u tot uw handelaar als u vragen heeft over het maximaal toegestane totaal gewicht.Dit symbool (bij wijze van voorbeeld) geeft het maximaal toegestane totaal gewicht van het voertuig aan. Het maximaal toegestane totaal gewicht van uw voertuig verneemt u op het etiket op uw voertuig. Dit symbool bevindt zich doorgaans aan de onderste linker kant van de zadelbuis.Het maximaal toegestane totaal gewicht wordt als volgt berekend:Voertuig + bestuurder + bagage / rugzak / kinderstoeltje etc.

= maximaal toegestaan totaal gewicht.Maximaal toegestane totaal gewicht en fietskarwerking:Bij gebruik van een aanhangwagen mag de maximale aanhangerbelasting van 40 kg ongeremd / 80 kg geremd (aanhangwagen + lading) niet worden overschreden.Dit symbool geeft de maximaal toegestane aanhangerbelasting van de fiets aan. Noteer eventuele aanvullende informatie over de fiets of aanhangwagen. Indien deze specificaties minder dan maximaal 40 kg bedragen, moeten deze specificaties in acht worden genomen. Neem de specificaties van de aanhangerfabrikant voor de kogeldruk in acht.Indien een aanhangwagen wordt gebruikt, wordt het totale gewicht van de aanhangwagen (aanhangwagen + lading) meegerekend in het totale gewicht van de fiets en moet rekening worden gehouden met het maximaal toegestane totale gewicht van de fiets.

Indien nodig wordt de fiets goedgekeurd voor een hoger toelaatbaar totaalgewicht als samenstel met een aanhangwagen. Let op de instructies op de fiets en in de modelspecifieke documenten.

Voertuig Grondslagen71.5 ZitpositieVOORZICHTIGGespannen spieren en pijn aan de gewrichten door een verkeerd ingestelde zitpositie.Risico op verwondingen! xZorg ervoor dat de zitpositie correct wordt ingesteld door uw handelaar.VOORZICHTIGBeperkte bereikbaarheid van bedieningselementen aan het stuur door een verkeerd ingestelde zitpositie.Risico op ongevallen en verwondingen! xZorg ervoor dat de zitpositie correct wordt ingesteld door uw handelaar.De optimale zitpositie hangt af van de framegrootte en geometrie van het voertuig, de lengte van de bestuurder en ook de instellingen van het stuur en het zadel. Voor de instelling van de optimale zitpositie is vakkennis vereist.De optimale zitpositie kan ook afhangen van het gebruik van het voertuig, bijv.

wanneer het hoofdzakelijk sportief wordt gebruikt.De belangrijke eigenschappen van een optimale zitpositie zijn: – Als een pedaal boven staat, bedragen de hoek met de knie van het bovenste been en de hoek van de arm 90°. Het onderste been is lichtjes gebogen (zie “Afb.: Optimale zitpositie ( A)”). – Wanneer een pedaal vooraan staat, bevindt de knie zich boven de as van het voorste pedaal (zie “Afb.: Optimale zitpositie (B)”). – De armen zijn ontspannen en lichtjes naar buiten gebogen (niet te zien op de afbeelding). – De rug is lichtjes naar voren gebogen en staat niet loodrecht tot de zadelpen.

VoertuigGrondslagen890°90°90°A BAfb.: Optimale zitpositie (bij wijze van voorbeeld) xLees de hoofdstukken “Basisinstellingen / Zadel” en “Basisinstellingen / Stuur en stuurpennen” over de instelling van de correcte zadel- of stuurhoogte.1.6 FramehoogteOm veilig en aangenaam te kunnen rijden, is het belangrijk een voertuig te kopen met de voor de bestuurder passende framehoogte en -lengte. De passende framehoogte hangt af van de staplengte van de bestuurder. Het is belangrijk rekening te houden met de staplengte zodat het mogelijk is veilig en snel te stoppen en af te stappen van het voertuig in gevaarlijke situaties. xVraag advies over de juiste framehoogte aan een specialist.1.7 Helm xDraag bij elke rit met uw voertuig een geschikte en passende helm. xVraag advies aan uw handelaar bij de aankoop van een helm. xLaat de helm passend voor u instellen door uw handelaar.

Voertuig Grondslagen9A BAfb.: Houvast van de helm ((A) correct, (B) zit te veel naar achteren) (bij wijze van voorbeeld)1.8 BagagedragerVOORZICHTIGBlokkering van het voorwiel door verkeerde belading van de bagagedrager vooraan.Risico op ongevallen en verwondingen! xBelaad de bagagedrager vooraan slechts naar boven toe. xPlaats uw lading zo dat deze niet aan de zijkant hangt en het sturen niet belemmert. xPositioneer uw lading zodanig dat deze niet in de spaken van het voorwiel verstrikt kan raken.VOORZICHTIGGewijzigde rij-eigenschappen door achteraf gemonteerde transportsystemen.Risico op verwondingen! xPas uw rijstijl aan de gewijzigde rij-eigenschappen aan.

VoertuigGrondslagen10LET OPOverbelasting van de bagagedrager.Beschadigingsgevaar! xNeem de maximaal toegestane last op de bagagedrager in acht. xDe bagagedrager is uitsluitend toegelaten voor het transporteren van bagage.LET OPBeschadiging van voertuigcomponenten door een niet goedgekeurde montage van een bagagedrager.Beschadigingsgevaar! xMonteer een bagagedrager nooit op de zadelpen. xMonteer een bagagedrager nooit op een volledig geveerd frame.De bagagedrager is een systeem op het voertuig waarop de bagage kan worden vervoerd.Afhankelijk van het voertuigmodel kan het hierbij gaan om een bagagedrager met klembeugel, een bagagedrager zonder klembeugel met spanriemen of een low rider-bagagedrager voor fietstassen.Verder zijn veel modellen standaard met een systeembagagedrager uitgerust.

Voor deze systeembagagedragers zijn diverse accessoires voorhanden, zoals manden of tassen, die op het bagagevlak kunnen worden vastgeklikt. xVraag advies aan uw handelaar over passende accessoires.Wanneer uw voertuig uitgerust is met een bagagedrager: xVerricht geen veranderingen aan de bagagedrager. xWilt u de bagagedrager vervangen, vraag dan advies aan uw handelaar. xZorg ervoor dat de bagagedrager niet wordt overbelast. xNeem de maximaal toegestane last op de bagagedrager in acht. xDe maximaal toegestane last op de bagagedrager is doorgaans op het oppervlak van de bagagedrager genoteerd. xWanneer de maximale toegestane last niet op het oppervlak van de bagagedrager is gemarkeerd, dient u advies te vragen aan uw handelaar.

Voertuig Grondslagen11 xZorg ervoor dat de bagagedrager gelijkmatig wordt belast. xGebruikt u fietstassen, zorg er dan voor dat het gewicht van de bagage gelijkmatig is verdeeld over de linker en rechter tas. xZorg ervoor dat de bagage voldoende is vastgemaakt zodat ze niet valt. xGebruik eventueel spanriemen om bagage vast te maken.Wanneer uw voertuig niet met een bagagedrager uitgerust is: xIs een montage achteraf van de bagagedrager aan de achtervork van het voertuig uitsluitend toegestaan als de nodige vastschroefpunten al aanwezig zijn op het frame. Is dit niet het geval, dan is de montage achteraf niet toegestaan. Neem ook de instructies op het voertuig in acht. xIs de montage achteraf van een bagagedrager of een ander transportsysteem aan de voorvork verboden, indien daarvoor geen uitdrukkelijke goedkeuring bestaat.

xIs de montage achteraf van een bagagedrager of een ander transportsysteem aan de voorvork en/of achtervork van de S-Pedelec verboden.Zorg ervoor dat verlichtingssystemen en reflectoren bij een montage achteraf van een transportsysteem niet afgedekt worden of indien nodig de positie ervan wordt gewijzigd.1.8.1 Bagagedrager met klembeugel1. Grijp de klembeugel, trek hem voorzichtig naar boven en houd hem in deze positie. 2. Leg uw bagage op de bagagedrager.3. Bevestig uw bagage op de bagagedrager met de klembeugel die u langzaam terugplaatst.4. Zorg ervoor dat de bagage stevig is bevestigd zodat ze niet valt.Afb.: Bagagedrager met klembeugel (bij wijze van voorbeeld)

VoertuigGrondslagen121.8.2 Bagagedrager zonder klembeugel met spanriem1. Maak de spanriemen los.2. Leg uw bagage op de bagagedrager.3. Trek de spanriemen krachtig over de bagage.4. Bevestig de spanriemen aan de hiervoor voorziene houders aan het frame van de bagagedrager. xZorg ervoor dat de bagage stevig is bevestigd zodat ze niet valt.1.8.3 Low rider-bagagedragers voor fietstassen1. Vul de fietstassen.2. Zorgt ervoor dat de fietstassen hetzelfde gewicht hebben.3. Sluit de fietstassen zodat geen losse linten en gespen afhangen.4. Hang de fietstassen met het ophangsysteem aan de bagagedrager. xZorg ervoor dat de tassen stevig op de low rider-bagagedrager zitten en dat ze zijn vastgemaakt zodat ze niet kunnen vallen.1.8.4 Systeembagagedrager xNeem de bijgeleverde informatie over de functies van uw systeembagagedrager in acht.

Voertuig Grondslagen131.9 StandaardvariantenDe standaard is een systeem om het voertuig na gebruik rechtop te parkeren. Modellen die zijn uitgerust met een standaard beschikken over een zijstandaard in het midden, tweebenige standaard of een achtervorkstandaard (zie “Afb.: Standaardvarianten”). Wanneer uw voertuig niet is uitgerust met een standaard en u een standaard wil laten installeren: xVraag advies aan uw handelaar over het installeren van een standaard. xZorg ervoor dat de standaard wordt gemonteerd door uw handelaar. xHoud er rekening mee dat het aanbrengen van een standaard achteraf niet toegestaan is bij een carbon frame.1.9.1 Zijstandaards en achtervorkstandaards1. Om de zijstandaard in het midden of de achtervorkstandaard naar beneden te klappen, houdt u het voertuig vast.2. Klap de zijstandaard of achtervorkstandaard met de voet naar beneden.3.

Zet het voertuig neer op de zijstandaard of achtervorkstandaard.4. Zorg ervoor, vooraleer u het voertuig loslaat, dat het voertuig stevig op de zijstandaard of achtervorkstandaard staat en niet kan omvallen. xOm de zijstandaard of achtervorkstandaard opnieuw omhoog te klappen, ontlast u de zijstandaard of achtervorkstandaard en klapt u hem met de voet naar boven.2 31Afb.: Standaardvarianten (bij wijze van voorbeeld)1 Centrale tweebenige standaard2 Centrale zijstandaard3 Achtervorkstandaard

VoertuigGrondslagen141.9.2 Tweebenige standaard1. Om de tweebenige standaard in het midden naar beneden te klappen, houdt u het voertuig vast.2. Klap de tweebenige standaard met de voet naar beneden.3. Fixeer de tweebenige standaard met de voet.4. Schuif het voertuig naar achteren zodat het voertuig op de tweebenige standaard staat.5. Zorg ervoor, vooraleer u het voertuig loslaat, dat het voertuig stevig op de tweebenige standaard staat en niet kan omvallen. xOm de tweebenige standaard omhoog te klappen, schuift u het voertuig naar voren. De tweebenige standaard klapt door de beweging omhoog. xZorg er voor de fietsrit voor dat de standaard volledig naar boven is geklapt en niet over de grond sleept.1.10 RoltrainerWAARSCHUWINGFoutieve bediening van de roltrainer door een ontoereikende kennis.Risico op ongevallen en verwondingen!

xLeer voor het gebruik en de bediening de functies van de roltrainer kennen.Bij het gebruik van roltrainers zijn uitsluitend de zogenaamde vrije rollen toegestaan. Bij deze is het voertuig niet vast ingespannen.Eventueel moeten de banden van het voertuig op de roltrainer worden aangepast.Allerhande gemotoriseerde voertuigen zoals voertuigen van de categorie 0 en de types kinderfiets 20" en jongerenfiets 24" mogen niet worden gebruikt op roltrainers.

Voertuig Grondslagen151.11 Aero-stuur bij racefietsenWAARSCHUWINGVerlengde remweg door een grotere afstand tot de remarmen.Risico op ongevallen! xLeer omgaan met het aero-stuur en hoe u de remarmen moet vastgrijpen. xRijd bijzonder vooruitziend als u het aero-stuur gebruikt.Om bijvoorbeeld bij een triatlon of het tijdrijden op de racefiets een aerodynamische positie te kunnen innemen, worden zogenaamde aero-sturen gebruikt.Aero-sturen mogen uitsluitend bij voertuigen van de categorie 1 en bij racefietsen zonder ondersteuning van een motor worden geïnstalleerd.De versnellingshendels van de aero-sturen liggen vaak op het einde van het stuur (zie hoofdstuk “Derailleur / Bediening / Versnellingshendel bij een racefiets bedienen”). De remarmen liggen op het uiteinde van het basisstuur.

Wanneer de racefiets in een aerodynamische positie wordt bestuurd, liggen de remarmen buiten het directe handbereik van de bestuurder. xLeer het rijgedrag van een aero-stuur kennen en oefen het grijpen van de remarmen op een terrein weg van het wegverkeer. xSluit bij het oefenen van de hantering van het stuur andere gevarenbronnen uit, zoals een ongeoefende omgang met de klikpedalen. Beperk u in eerste instantie tot het oefenen met het stuur. xPas uw rijstijl aan de gewijzigde rij-eigenschappen aan.12Afb.: Afstand tussen versnellingshendels en remarmen bij het aero-stuur (bij wijze van voorbeeld)1 Versnellingshendel2 Remarm

VoertuigVoor de fietsrit162 Voor de fietsritDit hoofdstuk bevat informatie om het voertuig in gebruik te kunnen nemen.2.1 Voor elke ritWAARSCHUWINGMateriaalbreuk door slijtage door het gebruik en losse schroefverbindingen.Risico op ongevallen en verwondingen! xKijk het voertuig voor elke rit na volgens de testinstructie. xGebruik het voertuig uitsluitend als het niet is beschadigd. xGebruik het voertuig alleen als u geen buitensporige slijtage en geen losse schroef- en stekkerverbindingen vaststelt.

xKijk het voertuig voor elke rit na volgens de testinstructie.TestinstructieSchroef- en stekkerverbindingen Visuele inspectie van de schroef- en stekkerverbindingenremmen Functiecontrole van de remmenVersnelling Functiecontrole van de versnellingWielen Visuele inspectie van het correcte houvast en een correcte positioneringVisuele inspectie van de steekassen, snelspanners en/of schroevenBand Visuele inspectie van de banden op barsten of vreemde voorwerpenBandenspanning controleren en instellenFrame Visuele inspectie van het frame op barsten, vervormingen of kleurveranderingVering Functiecontrole door het in- en uitverenVelgen en spaken Visuele inspectie van de velgen en spaken

Voertuig Voor de fietsrit17TestinstructieSnelspanners Voorspanning controlerenVisuele inspectie van het correcte houvast van de snelspannersZadel/zadelpen Visuele inspectie van het zadel/de zadelpenStuur/stuurpen Stuur en stuurpen controleren op stevig houvastVisuele inspectie van het stuur en de stuurpen op barsten, vervormingen of kleurveranderingVerlichting Functiecontrole van de verlichtingBel Functiecontrole van de bel1. Controleer bij het remmen met snelspan hevel of bij beide remmen de hendel van de snelspan hevel is geopend (zie “Afb.: Positie snelspan hevel”).2. Controleer of de remmen werken. xGebruik de remarm en eventueel de terugtraprem en let op ongewone geluiden. xGa na of het voertuig bij een aangetrokken rem niet of slechts moeizaam kan worden verschoven. xGa na of de remblokken bij een losgelaten remarm slepen.

xGa na of de remarmen het stuur raken wanneer de remarm wordt gebruikt. Laat eventueel de remmen opnieuw instellen door uw handelaar of laat versleten componenten vervangen.3. Controleer of de versnelling werkt. xGa na of alle versnellingen correct worden geschakeld en of er daarbij ongewone geluiden optreden.4. Veer de geveerde voorvork in en uit. xAls u ongewone geluiden hoort of de geveerde voorvork zonder weerstand meegeeft, dient u de geveerde voorvork door uw handelaar te laten controleren.5. Ga na (indien aanwezig), of de snelspanassen en steekassen juist gesloten en ingesteld zijn (zie hoofdstuk “Wielen en banden / Voor-/achterwiel monteren en demonteren”).Afb.: Positie snelspan hevel (bij wijze van voorbeeld)1 Snelspan hevel11

VoertuigVoor de fietsrit186. Ga na of het stuur in een rechte hoek naar het voorwiel is gericht. xWanneer het stuur niet in een rechte hoek tot het voorwiel staat, dient u het in te stellen (zie hoofdstuk “Basisinstellingen / Stuur en stuurpennen / Stuur positioneren”).7. Ga na of de bel en de verlichting werken. xGa na of u een duidelijk geluid hoort als u de bel gebruikt. xSchakel de verlichting in en ga na of de voor- en achterlamp branden (zie hoofdstuk “Basisinstellingen / Verlichting”). Bij voertuigen met dynamo draait u hiervoor aan het voorwiel. xVerwijder eventueel vuil van de koplamp, de reflectoren en het achterlicht.2.2 Voor de eerste ritWAARSCHUWINGOnverwacht gedrag van het voertuig door een verkeerd gebruik.Risico op ongevallen en verwondingen! xLeer voor de eerste rit het voertuig kennen.Het voertuig werd volledig gemonteerd, afgesteld door uw handelaar en is rijklaar.

Aanvullend moeten voor de eerste rit volgende punten in acht worden genomen: xLeer de indeling van de remarmen kennen. xBent u de indeling van de remarmen voor de voorwiel- of achterwielrem niet gewoon, laat ze dan veranderen door uw handelaar. xLeer ook wennen aan de remeigenschappen van uw type van remmen bij een lage snelheid (zie hoofdstuk “Rem”). xGebruik bij hydraulische remmen meerdere keren de beide remarmen zodat de remblokken in het remzadel worden gecentreerd. xZorg ervoor dat het stuur, de zadelpen en de handgrepen stevig vastzitten. xLeer op een terrein buiten het wegverkeer wennen aan de rij-eigenschappen van uw voertuig. xLeer op een terrein buiten het wegverkeer de versnelling hanteren tot u de versnelling zodanig kunt bedienen dat uw aandacht niet wordt beïnvloed (zie hoofdstuk “Derailleur” en “Naafversnellingen”).

xGa na of u bij langere ritten een comfortabele zitpositie inneemt en of u alle componenten aan het stuur tijdens het fietsen veilig kunt bedienen (zie hoofdstuk “Grondslagen / Zitpositie”).

Voertuig Veiligheid193 Veiligheid3.1 Algemene veiligheidsinstructiesGEVAAROntbrekend hoofddeksel.Risico op verwondingen! xDraag bij het fietsen een geschikte helm.WAARSCHUWINGFoutieve bediening van het voertuig door een ontoereikende kennis.Risico op ongevallen en verwondingen! xLeer voor het gebruik en de bediening de functies van het voertuig kennen. xAls de locatie van de remhendels voor de voor- of achterrem u niet bekend is, maakt u zich er dan vertrouwd mee en rij vooral in het begin voorzichtig.WAARSCHUWINGFoutieve bediening door kinderen of personen met ontoereikende kennis of vaardigheden. Risico op ongevallen en verwondingen! xZorg ervoor dat het voertuig niet wordt gebruikt door kinderen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en vakkennis. xZorg ervoor dat kinderen niet met het voertuig spelen.

Zorg ervoor dat de reiniging en het onderhoud niet door kinderen of personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vaardigheden worden uitgevoerd.

VoertuigVeiligheid20 xZorg ervoor dat kinderen niet met de verpakking en kleine onderdelen spelen.De volgende veiligheidsinstructie is alleen geldig voor de voertuigcategorieën:WAARSCHUWINGBreuk van componenten door een oneigenlijk gebruik van het voertuig. Risico op ongevallen en verwondingen! xSpring met het voertuig niet over hellingen of heuvels. xRijd met het voertuig niet over terreinen. xRijd met de fiets niet over trappen, rotsen of andere treden met een hoogte van meer dan 15 cm, bijv. hoge stoepranden.De volgende veiligheidsinstructie is alleen geldig voor de voertuigcategorieën:WAARSCHUWINGBreuk van componenten door een oneigenlijk gebruik van het voertuig. Risico op ongevallen en verwondingen! xRijd met het voertuig alleen over dergelijke hindernissen die mogelijk zijn volgens uw kunnen en uw ervaring.

Voertuig Veiligheid21WAARSCHUWINGVerkeerde montages, veranderingen aan het voertuig of verkeerde accessoires kunnen storingen van het voertuig veroorzaken.Risico op ongevallen en verwondingen! xBreng geen veranderingen of aanpassingen aan de fiets aan en laat uw dealer geen veranderingen aan de fiets aanbrengen die de eigenschappen van de fiets veranderen (bijv. ski's, bagagedragers, zijspannen). xZorg ervoor dat kinderstoeltjes of fietskarren uitsluitend worden gemonteerd door uw handelaar. xZorg ervoor dat kinderstoeltjes of alle soorten van aanhangers alleen worden gemonteerd na overleg met uw handelaar, als uw voertuigcategorie of de voorschriften voor uw model dit toelaten.WAARSCHUWINGEen verlengde remweg en verminderde baanvastheid door een gladde of vervuilde weg.Risico op ongevallen en verwondingen!

xPas uw rijstijl en snelheid aan de weersomstandigheden en situatie van het wegdek aan.VOORZICHTIGOntbrekende controle van het voertuig door handenvrij fietsen.Risico op ongevallen en verwondingen! xRijd nooit met het voertuig zonder de handen te gebruiken.

VoertuigVeiligheid22VOORZICHTIGVangplaatsen aan het voertuig.Risico op ongevallen en verwondingen! xZorg ervoor dat kledingstukken niet verstrikt kunnen raken. Draag geschikte kleding.VOORZICHTIGAfglijden door verkeerde schoenen.Risico op ongevallen en verwondingen! xDraag schoenen met een harde antislipzool. VOORZICHTIGOntoereikende beschermende kleding.Risico op verwondingen! xDraag gepaste beschermende kleding afhankelijk van uw voertuigcategorie en het gebruiksdoel van het voertuig (bijv. protectoren en handschoenen).VOORZICHTIGVerminderde remwerking door zeepresten, olie, vet of onderhoudsproducten op de velgen of remblokken of op de remschijven.Gevaar voor ongevallen en verwondingen! xVermijd contact van vet en olie met de velg of de remschijf en met de remblokken.

Voertuig Veiligheid23 xGebruik de fiets niet als er vet of olie op de velg, remschijf, remblokken of remvoeringen is gekomen en laat de onderdelen die met olie vervuild zijn vakkundig reinigen en indien nodig vervangen door uw dealer. xVerwijder na het reinigen de zeep- en onderhoudsmiddelresten. xControleer na het reinigen de remmen op zeep en resten van onderhoudsproducten.LET OPNeonkleuren kunnen hun kleurkracht verliezen bij langdurige blootstelling aan zonnestraling.Kans op schade! xStel uw fiets niet onnodig lang bloot aan direct zonlicht en plaats het indien mogelijk op beschutte plaats.LET OPVerhoogde slijtage door een verkeerde bediening van het voertuig. Beschadigingsgevaar! xGebruik uw voertuig op de manier die is beschreven in het reguliere gebruik. xNeem de instructies over het gebruik betreffende uw voertuigcategorie in acht.

VoertuigVeiligheid243.2 Instructies voor het wegverkeerGEVAARSlechte zichtbaarheid voor andere weggebruikers.Risico op ongevallen en verwondingen! xDraag bij het fietsen heldere kleding met reflecterende elementen.WAARSCHUWINGVerkeerd of oneigenlijk gebruik.Risico op ongevallen en verwondingen! xNeem de nationale en regionale voorschriften voor het wegverkeer in acht. xGebruik het voertuig alleen in het wegverkeer als de uitrusting beantwoordt aan de nationale en regionale voorschriften voor het wegverkeer. xRespecteer het voor uw voertuigcategorie geldende reguliere gebruik.WAARSCHUWINGOnoplettendheid in het wegverkeer.Risico op ongevallen en verwondingen! xLaat u tijdens het fietsen niet afleiden door andere activiteiten, bijvoorbeeld door het inschakelen van de verlichting. xGebruik tijdens het fietsen geen mobiele apparaten, bijv. smartphone of MP3-spelers.

xGebruik tijdens het fietsen geen drankbussen. xRijd niet met het voertuig wanneer u alcohol, verdovende middelen of beïnvloedende medicamenten hebt ingenomen.

Voertuig Veiligheid25 xInformeer u voor de eerste rit over de nationale en regionale voorschriften voor de uitrusting. Bijvoorbeeld betreffende: – helmplicht – verplicht veiligheidsvest – remmen – verlichting en reflectoren – bel – Fietskarren en kinderstoeltjes – Aanhangwagens, kinderwagens en kinderzitjes xGebruik fietskarren alleen als uw voertuig geschikt is voor het gebruik van fietskarren (zie hoofdstuk “Veiligheid / Instructies voor het meenemen van kinderen / Fietskar”). xGebruik kinderstoeltjes alleen als uw voertuig geschikt is voor het gebruik van kinderstoeltjes (zie hoofdstuk “Veiligheid / Instructies voor het meenemen van kinderen / Kinderstoel”). xNeem de nationale en regionale voorschriften voor het wegverkeer in acht. xNeem het wegenverkeersreglement in acht. xRicht u tot uw handelaar als u vragen heeft.Wetten en voorschriften kunnen op elk moment worden gewijzigd.

Informeer u regelmatig over de nationale en regionale voorschriften.3.3 Instructies voor het meenemen van kinderenGEVAARBreuk van componenten door overbelasting van het voertuig.Risico op ongevallen en verwondingen! xNeem het maximaal toegestane totale gewicht van het voertuig in acht. xBevestig geen andere zitjes, behalve goedgekeurde kinderzitjes of kinderaanhangers. xZorg ervoor dat een kinderstoeltje of fietskar wordt gemonteerd door uw handelaar.

VoertuigVeiligheid26WAARSCHUWINGOntbrekend hoofddeksel.Risico op verwondingen! xZorg ervoor dat uw kind steeds een geschikte en gepaste helm draagt. xVraag aan uw handelaar welke helm voor uw kind geschikt is. xVraag aan uw handelaar dat hij toont hoe de helm bij uw kind moet worden gebruikt.VOORZICHTIGVerbrandingsgevaar door hete schijfrem rotoren.Risico op verwondingen! xZorg ervoor dat uw kind niet in de buurt van het voertuig speelt.VOORZICHTIGVerwonding van uw kind door het omvallen van het voertuig.Risico op verwondingen! xHoud het voertuig steeds vast als u het neerzet, zolang uw kind in het kinderstoeltje zit of zolang het in de buurt van het voertuig verblijft. xZorg ervoor dat uw kind niet onbewaakt in de buurt van het geparkeerde voertuig speelt.

xZorg ervoor dat uw kind nooit in het kinderstoeltje of in de fietskar blijft zitten wanneer u het voertuig op de fietsstandaard plaatst om het te parkeren.

Voertuig Veiligheid27LET OPMateriaalschade door overbelasting van het voertuig.Beschadigingsgevaar! xNeem het maximaal toegestane totale gewicht van het voertuig in acht.Het gebruik van kinderzitjes, kinderaanhangers en andere fietsaanhangers (laad- en hondenaanhangers) is niet toegestaan voor fietsen van de categorieën 0 en 6. Indien een kinderzitje of een aanhangwagen wordt gebruikt met een fiets van categorie 2, 3, 4 of 5, moet de bestuurder voldoen aan het beoogde gebruik van categorie 2.

De aangegeven gebruiksaanwijzing blijft geldig voor categorie 1.Het gebruik van kinderzitjes, kinderaanhangers en andere fietskarren is niet toegestaan voor: – Fietsen met een carbonframe – Fietsen van het type S-elektrische fiets – Fietsen voor kinderen en jongeren met de wielmaten 12", 16", 20" en 24".Volgende punten moeten in acht worden genomen vooraleer u kinderen meeneemt: xVervoer een kind alleen in de kinderstoel of fietskar als de nationale en regionale voorschriften dit toelaten. xNeem voor het gebruik van kinderstoeltjes en fietskarren de nationale en regionale voorschriften in acht. xInformeer u bij een specialist over geschikte kinderstoelen en fietskarren. xZorg ervoor dat kinderstoeltjes of fietskarren uitsluitend worden gemonteerd door uw handelaar. xNeem de bijgeleverde informatie van de fabrikant van de kinderstoel of fietskar in acht.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Whistle 2020 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden