Wallas 3200 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Wallas 3200 (26 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarming. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 108 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Wallas 3200 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Wallas |
| Categorie: | Verwarming |
| Model: | 3200 |
Handleiding Wallas 3200 – volledige tekst
----------------\. JF:RKING *De Wallas 3200 is speciaal voor kajuit-jachten ontworpen kachels, die de warme lucht via slangen van 75 mm. diameter naar de diverse ruimtes transporteren. * De afsluitbare schoorsteenkap is een zogenaamde balanskap, waardoor gelijktij-dig afvalgassen worden afgevoerd en verbrandingslucht wordt aan-gevoerd, onafhankelijk van winddruk en windrichting. De gesloten verbranding is volko-men gescheiden van de warme luchtcirkulatie. * Wanneer de kachel wordt ingeschakeld, ontsteekt een gloei-element automatisch de petroleum in de vergassingsbrander. Alle funkties wordeh elektronisch gere-geld. De snelheid van de verbrandingsluchtblower en brandstofpomp zijn valle-dig gestabiliseerd tegen wisselende akku-spanningen, zodat zelfs dan een juiste verbranding plaatsvindt.
* Het is ook mogelijk een kajuit-thermostaat met het bedieningskastje te verbin-den, die de kachel op VOL schakelt wanneer de binnentemperatuur onder het ingestelde punt daalt en de kachel op HAL~ schakelt wanneer de gewenste tem-peratuur wordt bereikt. INSTALLATIE. * In principe kan de kachel buiten de kajuit worden geplaatst, zodat de frisse lucht van buiten (XA) wordt gebruikt voor de ver-warmlng, zodat het interieur droog en fris blijft.
* Bij koud weer kan het verwarmend vermogen aanzienlijk worden re-cirkulatie van de interieurlucht naar de kachel (RA). ~en is het plaatsen van de kachel in een ruimte, die i 0 voorzien luchtinlaten van gelijke afmeting (ca. 100-150 cm2). vergroot door de ideale oplossing van 2 a fsluitbare Door ~~n gat komt de buitenlucht naar binnen (XA) en door de andere opening (RA) gaat de interieurlucht naar de kachel. Tn de zomer wordt de RA-opening gesloten, zodat met buitenlucht kan worden geventileerd. * Door lange onge1soleerde slangen kan er een warmteverlies optreden van meer dan 100 Watt per meter. Het verwarmend vermogen kan aanzienlijk worden verhoogd, soms met 30 -60%, door de slangen te isoleren met isolatienr. 3412. Lankhorst Taselaar. Taselaar art. nr. 90. 290. 343. ~ K0NTROLF. ~R VOOR HET IN BEDRTJ~ ST~LLF.
N : Koers op zeker * Dat de kachel en de afvoerpijp goed zlJn bevestigd, zodat de plJP niet van de kachel of afvoer kan losraken. * Dat de brandstofleidingen goed ZlJn aangesloten en zo recht mogelijk naar beneden lopen, dat het brandstoffilter aan de zuigleiding goed is bevestigd en dat zuivere en schone lichtpetroleum in de tank is. Om een roetarme verbranding te verkrijgen en aldus storing te verkomen, seren wij de extra gezuiverde petroleum (Taselaar art. nr. 93. 852. 000). * Dat de afvoerkap niet is afgesloten; de kap wordt door het indrukken en draaien naar rechts gesloten en door het draaien naar links geopend, en dan iets omhoog. 1 ad vi-komt.
DE BEDIENING. l. Start : Linker schakelaar in positie "HEAT 1/1" zetten. 2. Het rode lampje gaat branden, wanneer de verbranding is begonnen. Het lampje zal ongeveer 4-6 minuten NA de start gaan br en. eurt dat niet, dan de schakelaar in CFF-positie zetten en na ca. 4 ·minuten weer starten. 3. Tussentijds niet op. schakelen VOORDAT het linkse rode lampje brandt. 4. Na het uitschakelen start de kachel niet weer, voordat de schakelaar gedurende ca. 4 minuten in OFF-positie is gebleven en niet voor-dat de rode lamp is uitgegaan. Dit ter beveiliging van het startsysteem. 5. Wanneer de kamerthermostaat wordt aangesloten, moet de HEAT-schakelaar op. stand worden gezet. De thermostaat schakelt dan tussen 1/1 en 1/2 kapaciteit. Opmerking : 6. Voor koude venti-latie zonder warmte zet men de rechter schakelaar op VENT, nd 1 1. Voor ventilatie op halve kracht zet men de schakelaar op 1/2.
Kontroleer voor ven-tilatie ( rechts) 8. De ventilatie-schakelaar be1n-vloedt de verwarmingsfunktie alleen wanneer de verwarming op 1/2 is ingeschakeld. Men kan dan met de VENT-schakelaar op VOL vermogen blazen, ondanks de ongeschakelde 1/2 verwarming. De verwarmingskapaciteit is dan ongeveer 1/3. 9. De oververhittingsbeveiliging (rode knop bij luchtuitlaat) schakelt de pomp af in geval van oververhitting. Voor "reset" wordt de schakelaar ing~drukt, nadat de kachel is afgekoeld. Bij inbouw van model 2400 in een stalen schip kan sluiting ontstaan via gloeispiraal en kachelbehuizing. Hiervoor dient een wijziging op de besturingsprint te worden gemaakt. Neem hiervoor kontakt ~p met uw han-delaar. 10. Brandstofpomp-problemen.
Als na een lange rust of door gebrek aan brandstof de pomp is drooggelopen, geen petroleum wordt opgezogen (kijk in de transparante zuigleiding), tilt men de tank iets hoven kachelhoogte, maak een herstart en houdt de tank hoog totdat de verbranding begint.
Zodra men in de leiding ziet of bemerkt dat de brandstof de pomp bereikt, is het wenselijk de tank te laten dalen, zodat onverbrande petroleum via de zwarte retourleiding naar de tank kan te-ruglopen, en de branderpit niet "verdrinkt". LET OP : De kachel mag uitsluitend worden afgezet met de kachelschakelaar. Na het uitschakelen (OFFpositie) stopt de pomp en de resterende petroleum verbrandt. De verwarmings-cirkulatieblower en de verbrandingsluchtblower blijven minstens 10 minuten draaien totdat de afkoelthermostaat de ventilatormotoren heeft uitgeschakeld. WAARSCHUWING : Wanneer de kachel in bedrijf is, mag deze NOOIT via de akkuhoofdschakelaar worden afgeschakeld. u.
TNSTALLATH:. Warmelucht uitblaasrooster 3411. Gat diameter min. 75 mm. vanaf sept. '87 ronde uitvoering Lankhorst Taselaar Koers op zeker 12V + 2466. 1. Schoorsteenkap nr. 2460 wordt standaard medegeleverd in basis-set. Model 2466 is als extra leverbaar (pag. 8) 2. Rookgasslang nr. 2428, 28/45 rnrn. ~. dubbe1, flexibel, extra. 3. Bevestigingsbeugel nr. 2403, met bouten e.d. wordt standaard medegeleverd 1n basis-set. 4. Bovenste hete1ucht-uitlaat. 5. Onderste hetelucht-uitlaat. Belangrijk : De onderste uit1aat geeft de meeste warmte en mag beslis t nL Pt worden afges1oten. Deze uit1aat moet worden aanges1oten op de ruimte waar de meeste warme 1ucht nodig is en mag niet meer worden afges1oten dan de bovenste. 6. Warme1uchts1ang nr. 3410, 75 rnrn., extra. 7. Warme1ucht-verde1er nr. 3413, extra. 8. Warme1ucht-uitb1aasrooster nr. 3411, extra. 9. Rooster van nr. 3411, schuifbaar t.b.v.
montage en bediening van doseerk1ep. Het rooster kan in 4 verschi11ende standen worden gep1aatst. 10. K1ep voor het doseren van de 1ucht. 11. A11e s1angverbindingen moeten worden vastgezet met s1angklemmen. 3 /Ill
12. Soepele iso1atiemantel nr. 3412 ter vermindering van warmteverlies door de slangen. np lengtes van 2 meter gemakkelijk op gewenste lengte af te snij-den. Als extra leverbaar. 13. Re-set drukknop voor oververhittingsschakelaar. 14. Bedieningskast nr. 2402, wordt standaard medegeleverd met basis-set. De vier meter lange bedieningskabel is het makkelijkst te demonteren aan de kant van de bedieningskast (zie pag. 9) 15. Kamerthermostaat nr. 2422, extra '(zie pag. 9) 16. De akku-aansluitkabel. Het verdient aanbeveling de aansluitkabel direkt op de akku aan te sluiten. Rood aan de + pool en blauw aan de -pool. De plus-leiding moet met een zekering 8 - 10 Amp. worden gezekerd. De diameter van de aansluitdraden wordt bepaald door de afstand van akku naar kachel. De bestaande kabel heeft een diameter van 2 x 2,5 mm.
en kan tot een lengte van 4 meter worden verlengd met kabel van dezelfde diameter. 17. Brandstoftank (zie pag. 3) 18. Brandstofleidingen (zie pag. 3) D D D D D D D DOD DOD DOD DOD ODD ODD DOD __ .::;:::-:::::.-:::::" :::::--X'~, Lankhorst Taselaar Koers op zeker Brandstoftanks van polyethylene ,, ~ nr. 2026, 10 liter, laag nr. 2024, 5 liter, hoog 380 220 Belangrijk. 17. De brandstoftank moet zodanig worden geplaatst dat de tank altijd, ook bij helling, lager staat dan de kachel. 22. De ontluchtingsleiding moet zo recht mogelijk naar boven lopen en wel zodanig dat er bij helling geen brandstof kan uitstromen. 16. Het aanzuigfilter moet altijd aan het zuigeinde van de lichtgekleurde zuigleiding worden bevestigd, zodat verstopping van de brandstofpomp wordt voorkomen. 195 275 breed 210 mm. 120 mm. artikelnr.
25. Tankaansluiting. De zwarte retourleiding (11) en de transparante zuig1eiding (21) lopen via een doorvoer met rubber sok in de afs1uitdop (25). De zwarte 1eiding wordt op maat gesneden, ca. 1 em. onder de dop en de transparante 1eiding vo1gens afbeelding. Het filter (16) wordt met moer (19), rubber ring (19) en plastik veerring vastgezet op de zuigleiding. 11. Retourleiding, 5,3 mm. ~. zwart, polyamide. 21. Zuigleiding, 5, 2 mm. 4, transparant, polyamide. 22. Tankontluchting, 7,5 mm. ~. pvc. 24. ~ubber sokken voor vastzetten van leidingen. 25. Doorvoerplaat in tankdop. 26. Schroefdop. 23. Rubber pakkingring. 16. Tankfilter. 18. Bevestigingsmoer van filter. 19. Rubber ring. 20. Veerring. Lankhorst Taselaar Koers op zeker 5 IIJJ
D1REK~E BEVESTTG1NG AAN AFVOERKAP OP DEK. Gat diameter voor doorvoer is 60 mm. Als mal het onderste gedeelte van de afvoerkap gebruiken. Lankhorst Taselaar Koers op zeker 1. Schoorsteenkap nr. 2460 s1uit door indrukken en naar rechts draaien, opent door naar links te draaien. 2. Om de schoorsteenkap te openen voor het bevestigen, wordt pen 2 ingedrukt en wel met de wijsvinger van de binnenkant en met bijv. een schroevendraaier van de buitenkant. 3. Pakking. Het is belangrijk dat de bin-nenkant van het gat en de plaats voor de pakking zorg-vuldig worden behandeld met silikonenkit. Kachel moet zo horizontaal en recht mogelijk worden gemon-teerd. 12!o--~ 125 De schoorsteenkap wordt op het dek beves-c:~========~==~Qigd met bouten (4) en moeren (5) met ~ sluitringen eronder. Draai de moeren aan, ~ maar niet zo hard dat de plaat vervormt. B.
Breng de afstandsbus (6) op zijn plaats en plaats de bevestigingsplaat (7) op de bou-ten, waarna het wordt ~astgezet met ringen en moeren (8). C. Kontroleer de moeren (5 en 8) en draai deze zonodig aan. D. Bevestig de kachel aan de plaat (7). De rand (7K) houdt de kachel in positie. Let er op dat de afvoerpijp precies past 1n het gat van de plaat. E. Voor de definitieve bevestiging (7) schuift men de bouten (9) door kachel en plaat en draait deze goed vast. 21. Let er op dat de kachel zodanig wordt opgehangen, dat de re-setknop van de over-verhittings-beveiliging gemakke1ijk bereik-baar is. 6
RF.VF.STIGING AAN DE WAND. Gat diameter voor doorvoer ~s 45 mm. @-if L. Lankhorst Taselaar Koors op zeker 1. Schoorsteenkap nr. 2460 sluit door indrukken en naar rechts draaien, opent door naar links draaien. 2. Om de schoorsteenkap te openen voor het bevesti-gen, wordt pen (2) inge-drukt en wel met de wijsvinger van de bin-nenkant en met bijv. een schroevendraaier van de buitenkant. 3. Pakking. Het is belangrijk dat de binncnkant van het gat en de plaats voor de pakking zorgvuldig wor-den behandeld met sili-konenki t. 125 A. De schoorsteenkap wordt op het dek bevestigd met bouten (4) en moeren (5) met sluitringen eronder. Draai de moeren aan, maar niet zo hard dat plaat V"'rvormt. B. De bevestigingsplaat (7) wordt op de schot of wand vastgezet met bouten, ringen en moeren. Als de plaat moet worden vastgeschroefd, is het nodig dat ook in de bovenste gaten (lOx) schroeven worden gedraaid.
C. Bevestig de kachel aan de plaat (7). D •. 21. 7 De rand (7K) houdt de kachel in positie. Let er op dat de afvoerpijp precies past in het gat van de plaat. Bepaal de lengte van de afvoerpijp. Belangrijk : De binnenste pijp (13) moet 10 em. langer zijn dan de buitenste pijp (15). De binnenpijp moet van beide einden zover mogelijk over de aansluitingen worden geschoven. De buitenste pijp (15) moet aan beide einden worden vastge-zet met een slangklem (17). Let er op dat de kachel zodanig wordt opgehangen, dat de re-setknop van de oververhittingsbeveiliging gemakke-lijk bereikbaar is. ll!l
ZIJ-SCHOORSTEEN MET ZWANENHALS, nieuw model Wallas nr. 246 7 ...... Belangrijk. urk/rubber pakking Bij het nieuwe model 2467 moet zowel de buitenste slang 45 mm. ~. als de binnen-ste slang 28 mm. ~ van roestvrij staal zijn. Dit in tegenstelling tot de slan-gen, gemonteerd op het oude model 2466. De binnenslang moet 5 em. langer zijn dan de buitenslang t.b.v. een goede be-vestiging. De buitenslang moet aan beide einden met een slangklem worden vastgezet. spiegel bevestiging zwanenhals ter voorkoming van water-in loop ,water uitlek-gaatje Bij een dergelijke montage is het aan te bevelen een gaatje van lt - 3 mm. te maken in het laagste deel van beide slangen. 8 .. uit
BSDRADINGEN EN VERBINDING~N. Thermostaat-werking. Wanneer de kajuittemperatuur boven het instelpunt komt, schakelt de kachel zich op stand "HALF". Wanneer de kajuittemperatuur beneden het instelpunt komt, schakelt de kachel zich op stand "VOL". Om de thermostaatregeling te laten funktioneren, moet de verwarmingsschakelaar op het bedieningskastje ~n stand "HEAT t" worden gezet. De thermostaat start of stopt de kachel NIET, maar schakelt alleen tussen "VOL" en "HALF" vermogen. Voor doorvoer van de kabel is het wenselijk de aanslui-tingen in het bedieningskastje te demonteren. Het aan-aansluitblok en de diverse draden hebben korresponde-rende markeringen. 3 e 4 7 1 9 Thermostaat Honeywell type T 406 of T 606 Verwijder deze draad voor bevesti-g~ng van de thermo-staat Thermostaatkabel H Hoog = verbonden met kajuit-temp. beneden instelpunt. 3 x 0,5 -1,5 mm2. L Laag = verbonden met kajuit-temp.
boven instelpunt. Lankhorst Taselaar Koers op zeker tf'A E3 het bedienings-kastje van achter gezien. bedienings-kabel 4 mtr. Het verdient aanbeveling de kabels direkt op de akku aan te sluiten, dit o.a. ter voorkoming van radio-storing. De kabel moet zijn voor-zien van een eigen schakelaar en in de plus-leiding met een zeke-ring 8-10 Amp. worden opgenomen. B"~
art. nr. 90. 2. 90. 160 90. 2. 90. 180 90. 2. 90. 240 90. 2. 90. 320 90. 2. 92. 100 90. 2. 92. 120 Lankhorst Taselaar Koers op zeker MOGELIJKE PROBLEMEN NA DE INSTALLTT~ WALLAS KACHELS EN KOOKTOESTELLF. N. 1. Kachel start niet de eerste keer : a. 12 Volt aansluiting niet juist, meet minstens 12 Volt op het aans1uit-blokje in de kacel tijdens de start. Zo niet, dan elektrische bedrading naz~en op diameter en/of breuken. b. Brandstof nog niet voldoende opgepompt tot in het systeem. Nogmaals opstarten na 4 minuten en een 1uchtbel meetrekken door filter even uit de brandstof te nemen. Luchtbel moet met e1ke pompslag ca. 20 mm. omhoog gaan. c. Brandstoffilter verstopt. d. Pomp werkt niet. e. Schoorsteenkap zit nog dicht. 2. De kachel wil niet goed starten en/of de zekering slaat door. Op een stalen schip kan soms sluiting ontstaan via de kachel, schoorsteen en de stalen scheepshuid.
Raadpleeg hiervoor de Technische Dienst voor een even-tuele wijziging aan de elektronika. 3. Kachel wil niet uitgaan nadat hij is uitgeschakeld : Brandstoftoevoer blijft bestaan door b. v. hevelwerking, doordat de brandstof-tank te hoog ~s geplaatst. 4. Kachel rookt en roet bij het opstarten : a. Doordat de kachel tijdens de werking d. m. v. de akkuschakelaar is uitgezet, kan de nakoeling niet in werking treden en zal de verbrandingsventilator vervormen en vastlopen en daardoor de verbrandingsgassen niet verwerken en afvoeren. b. 12 Volt spanning te laag. c. Vervuilde of onzuivere brandstof. 5. Pomp werkt niet of tikt niet meer. a. Misschien te geruisloos. b. Oververhittingsschakelaar is uitgesprongen. 6. Kachel wordt niet heeft genoeg en rode lampje gaat niet aan a. Te weinig brandstof. b. Bronzen filter niet goed ondergedompeld in de tank. c. Filter verstopt. d.
Thermostaat voeler zit niet goed in de brander. 7. Opnieuw opstarten van de kachel : Op de elektronikaprint is een beveiliging die zorgt dat de kache1 niet binnen 3 - 4 minuten kan worden herstart.
MOGELIJKE STORINGF.N WALLAS KACHELS F.N KOOKTOESTELLF.N. art. nr. 90.2.90.160 90.2.90.180 90.2.90.240 90.2.90.320 90.2.92.100 90.2.92.120 1. Kontroleer of de start 5 Amp. opneemt gedurende 2 minuten. Is dit niet het geval, dan is : a. De gloeispiraal defekt, moet 2,2 meten. b. Het relais op de print werkt niet. c. Relaisvoetje is doorgebrand. d. Gloeispiraal maakt sluiting met huis of wickset. 2. Kontroleer of de brandstofpomp werkt en stel de juiste hoeveelheid af d.m.v. de stelschroef op de print met een maatglas (zie voor de juiste hoeveelheid de tabel hiervoor). Werkt de brandstofpomp niet, dan is : a. De pomp defekt (tikt niet meer). b. De aansturing op de print defekt. c. Pomp verstopt door vuiltje. d. Pompaansluitdraad maakt geen kontakt. Pomp werkt wel, maar zuigt geen brandstof aan a. Aansluitnippels lekken. b. Zeef is verstopt. c.
In sommige pompen en filters zit nog een zeefje gemonteerd, dan doorprikken. d. Pomp defekt. Brandstofpomp moet 1,5 meter kunnen aanzuigen. Door een luchtbel mee te trekken, kan men zien of hij opvoert. Per slag moet dit ca. 20 mm. zijn. Kachel brandt wel, maar gaat weer uit a. nververhittingsbeveiligiQg gaat in werking en schakelt pomp uit. b. Oververhittingsbeveiliging is te kritisch. c. Te hoge brandstoftoevoer, waardoor oververhitting. d. Geen brandstof genoeg of filter komt boven de vloeistof uit. e. Schoorsteen is dicht. f. Verbrandingsventilator loopt niet goed. 3. Kachel brandt wel, maar slecht : a. Verbrandingsventilator werkt niet. b. Ventilator zit vast in huis. c. Motor loopt niet (soms helpt het om even 1 minuut direkt op 14 Volt te laten lopen). d. Motortje defekt. e. Printaansturing defekt (meet op motor ca. 8 Volt als aansturing goed ts op stand High). f.
4. Kachel rookt en roet : a. Retourleiding loopt niet goed af. Vanaf de brander moet de retour goed op schot lopen. Zo niet, de koperen leiding meer omlaag buigen. b. Retourleiding verstopt of niet goed aflopend naar de tank. F.r mogen g~~n krullen ingelegd zijn. c. Gloeispiraal heeft niet de juiste afstand vanaf de wickset. Zie tekening. d. 12 Volt spanning valt terug tijdens opstarten naar ca. 10 Volt. e. Slecht soort petroleum. f. Verbrandingsventilator loopt niet goed of te 1angzaam, of heeft inwendig sluiting. g. C02-gehalte meten en mag niet hoger zijn dan 8%. Zie tabel hiervoor. 5. Kachel wordt niet heet genoeg. a. Te weinig brandstof. Brandstof meten met maatg1as en opn1euw instellen. Zie tabel. b. Verstopping in filters. c. Mogelijk nog een zeefje in de pomp, dan eruit nemen en of doorprikken. d. Geen zuurstof genoeg. Verbrandingsventilator loopt te langzaam. 6.
Lampje gaat niet branden a. Nakoelthermostaat defekt of niet goed tn de brander, of geen goed ther-misch kontakt aan de pen. b. Print defekt. c. Kachel wordt niet heet genoeg (zie punt 5). d. Lampje defekt. 7. Kachel gaat niet uit a. Brandstoftoevoer d.m.v. beveling, waardoor brander blijft werken. Brandstofhouder moet minstens 40 em. onder de kachel zitten. Lankhorst Taselaar Koers op zeker 14
BELANGRIJKE PUNTEN VOOR HET GEBRUIK VAN WALLAS KACHELS EN KOOKTOESTELLEN Oude brandstof en water i n de brandstof Vries-en condenswater veroorzaken het z. g. paraffi ne vlokeffect. Deze paraffine-vlokken verstoppen gemakkelijk de brandstofpomp en de branders. Door toevoeging van 3-5% 80%-brandspiritus (anti-vries motoralcohol) in de brand-stof zal de vlokvorming van de paraffine in de brands tof worden voorkomen en dit zal ook de filters en de brandstofpomp reinigen. Brandstofpompen en br anders kun-nen worden gereinigd door de koude kachel 10 ~ 20 minuten op 80%- brandspiritus te laten lopen. Hiertoe dient de brandstofopzuigbuis van de brandstoft ank te worden afgenomen, de kachel te worden aangezet en 10 minuten laten werken , alvorens 80%-brandspiritus toe te voegen.
Brandstofkwaliteit De brandstof moet een goede kwaliteit petroleum of lampolie ZlJn, di e schoon brandt 1n lampen met een roetpunthoogte hoven 35 mm. Een geschikte kwaliteit in Nederland levert Lankhorst/Taselaar onder nr. 93852000, speciaal gezuiverde petroleum hiervoor; in Engeland: 'Pink' en 'Blue ' lampenolie; in Scandinavie: 'Essoblue' en in Europa in het algemeen: 'Esso Exsol 060' (D 180-220). Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de Wallas-importeur i n uw land. Binnenkomend water door de schoorsteenkap De schoorstenen 1060 (bij kooktoestellen) en 2460 (bij kachels) zullen als ze open-staan water doorlaten in de kachel. Het binnenkomende water kan de kachel beschadi-gen, vooral de elektronika en de ventilatormotoren. Een geringe hoeveelheid binnen-komend water in een lopende, hete kachel zal niet veel schade veroorzaken omdat dit meteen weer verdampt en wordt uitgestoten.
(Dit is in de fabriek ook gedaan, maar tijdens de montage kan het vet verdwenen zijn). Dit client dus gecontroleerd te worden. Nieuw s iliconevet kan geleverd worden door de vertegenwoordigers van Wallas Marin of Wallas Marin zelf. 3. De pakkingen in de schoorsteen niet defect zijn en de dekdoorvoerverbinding niet lekt. Denk erom, dat de schoorsteenkappen niet drukwaterdicht zijn als ze gesloten zijn en dat ze er niet tegen kunnen als ze voortdurend onder water staan of buiswater over zich heen krijgen zonder te gaan lekken. Het binnenkomende water kan beperkt worden door de schoorsteen hoger op het dek te plaatsen met een ring 2068 of, als alternatief, met een verlengstuk 1069 (voor 1060), of 2069 (voor 2460) of met een huiddoorvoerfitting 1066 (voor kooktoestellen) of 2467 (voor kachels).
Stroomaansluiting Ter vermindering van radiostoringen veroorzaakt door de kachel en van incidentele hoofdstroomuitschakeling van een hete en lopende kachel met de hoofdschakelaa , wordt een eigen voedingskabel rechtstreeks naar de batterij of naar de batterijkant van de hoofdschakelaar aanbevolen. Deze voedingskabel moet tenminste een kern hebben van 2t mm2 (SWG 12) met 8 A 10 Amperezekering en een eigen hoofdschakelaar. 21.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Wallas 3200 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Verwarming Wallas
Handleiding Verwarming
Nieuwste handleidingen voor Verwarming