Voltcraft PL-120-T2 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Voltcraft PL-120-T2 (8 pagina’s), behorend tot de categorie Thermometer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Voltcraft PL-120-T2 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Voltcraft |
| Categorie: | Thermometer |
| Model: | PL-120-T2 |
Handleiding Voltcraft PL-120-T2 – volledige tekst
GEBRUIKSAANWIJZINGVersion 09/11PL-120 T2 THERMOMETERBestnr. 12 34 02BEDOELD GEBRUIK1. Het apparaat dient voor het meten van de temperatuur en is bijzonder geschikt voor toepassing in laboratoria en voor industrieel gebruik. De temperatuurmeting gebeurt met twee temperatuursensoren. De temperatuur kan met temperatuuropnemers van het type K en J worden gemeten. De meetwaarden kunnen op het uitleesvenster worden bevroren. Het instrument geeft de minimale en maximale waarden en de gemiddelde temperatuur van een meetcyclus weer. De temperatuur kan in ºC (Celsius), ºF (Fahrenheit) of K (Kelvin) worden weergegeven. Het instrument kan het verschil tussen de beide temperatuurwaarden berekenen en aangeven. Het apparaat beschikt over een automatische uitschakelfunctie en over achtergrondverlichting. De voeding vindt plaats via drie microbatterijen (type AAA).
Het meten onder ongunstige omgevingscondities is niet toegestaan. Ongunstige omstandigheden zijn:vocht of een te hoge luchtvochtigheid;•de aanwezigheid van stof, brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen;•onweer of onweersachtige omstandigheden, zoals sterke elektrostatische velden, enz. •Dit product voldoet aan de Europese en nationale eisen betreffende elektromagnetische compatibiliteit (EMC). De CE-conformiteit werd gecontroleerd en de betreffende verklaringen en documenten werden neergelegd bij de fabrikant. Het eigenhandig ombouwen en/of veranderen van het product is niet toegestaan om veiligheids- en keuringsredenen (CE). Een andere toepassing dan hierboven beschreven, is niet toegestaan en kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand, elektrische schokken, enz.
Wij zijn niet verantwoordelijk voor schade aan eigendom of lichamelijke letsels indien het product verkeerd gebruikt werd op om het even welke manier of beschadigd werd door het niet naleven van deze bedieningsinstructies. De waarborg vervalt dan. Het uitroepteken geeft belangrijke informatie aan voor deze bedieningsinstructies waaraan u zich strikt moet houden. Personen / ProductHet product is geen speelgoed en moet buiten het bereik van kinderen gehouden worden. •Indien gebruikt met andere toestellen, volg dan de bedieningsinstructie en veiligheidsnotities van •het aangesloten toestel. Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, sterke schokken, hoge •luchtvochtigheid, vocht, ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen. Zet het product niet onder mechanische druk.
•Als het niet langer mogelijk is het apparaat veilig te bedienen, stel het dan buiten bedrijf en zorg •ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilige bediening kan niet langer worden gegarandeerd wanneer het product: zichtbaar is beschadigd, -niet langer op juiste wijze werkt, -tijdens lange periode is opgeslagen onder slechte omstandigheden, of -onderhevig is geweest aan ernstige vervoergerelateerde druk. -In scholen, trainingscentra, hobby- of doe-het-zelf workshops, moet de bediening van elektrische •apparaten altijd onder supervisie staan van getraind personeel. Wanneer u het gebruikt op een commercieel terrein, moeten de ARBO-voorschriften ter voorkoming •van ongevallen met betrekking tot elektrisch apparatuur in acht worden genomen.
Zorg ervoor dat er geen apparaten met krachtige elektrische of magnetische velden, zoals •transformatoren,motoren,draadlozetelefoonsenradiograschbestuurbareapparatenzichindebuurt van het product bevinden. Deze kunnen het product beïnvloeden. Schakel het product nooit onmiddellijk in als het van een koude naar een warme ruimte werd •overgebracht.
Het daarbij ontstane condenswater kan het apparaat onder bepaalde omstandigheden beschadigen. Laat het product eerst - uitgeschakeld - op kamertemperatuur komen. BatterijenJuiste polariteit dient in acht genomen te worden bij het installeren van de batterijen. •Batterijen dienen uit het apparaat verwijderd te worden wanneer het voor langere tijd niet •gebruikt wordt, om schade door lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen brandwonden veroorzaken wanneer het zuur in contact komt met de huid, draag daarom beschermende handschoenen bij het hanteren van beschadigde batterijen. Batterijen dienen buiten bereik te worden gehouden van kinderen. Laat de batterij niet rondslingeren. •Het gevaar op inslikken bestaat voor kinderen en huisdieren. Alle batterijen dienen tegelijkertijd vervangen te worden.
Het mengen van oude met nieuwe batterijen •in het apparaat kan leiden tot batterijlekkage en beschadiging van het apparaat. Batterijen mogen niet worden ontmanteld, kortgesloten of verbrand. Probeer nooit niet-oplaadbare •batterijen op te laden. Het risico bestaat op een explosie. DiversenReparaties mogen alleen worden uitgevoerd door een vakman/gespecialiseerde onderhoudsdienst. •Voor vragen over het omgaan met het product, die niet beantwoord worden in deze gebruiksaanwijzing, •is onze afdeling technische ondersteuning bereikbaar op het volgende adres en telefoonnummer: Voltcraft®, 92242 Hirschau, Lindenweg 15, Duitsland, telefoon 0180/586 582 7BEDIENINGSELEMENTEN4. 1234 5 6 710981. Knop CFK 6. Aansluiting T22. T1/T2 7. Knop Uitleesvenster3. Knop ENTER 8. Knop HOLD4. Knop aan/uit 9. Knop MAX/MIN5. Aansluiting T1 10. Knop SETBATTERIJEN PLAATSEN / VERVANGEN5.
Draai de schroef van het batterijvakdeksel los met behulp van een kruiskopschroevendraaier en 1. verwijder het deksel. Plaats drie batterijen van het type AAA en let op de juiste polariteit. De polariteitsaanduiding staat 2. op de binnenkant van het batterijvak.
Sluit het batterijvak weer. 3. Vervang de batterijen, zodra het batterijsymbool op het uitleesvenster verschijnt. INGEBRUIKNAME6. Meet geen temperatuur op spanningvoerende onderdelen of leidingen, omdat bij •het aanraken een levensgevaarlijke elektrische schok kan ontstaan. Bovendien kunnen de thermometer en de meetopnemer beschadigd raken. De bij de levering ingesloten temperatuursensoren zijn uitsluitend bedoeld voor •metingen in droge omgevingen en voor oppervlakken met een temperatuur > -20 ºC en < +250 ºC. Ze zijn niet geschikt voor toepassing in vochtige omgevingen of voor het meten van de temperatuur van vloeistoffen. De nauwkeurigheid van de uitlezing wordt uitsluitend gegarandeerd als de •thermometer bij een temperatuur van +18 ºC tot +28 ºC wordt gebruikt (met uitzondering van de temperatuuropnemers).
De thermometer (met uitzondering van de temperatuuropnemers) mag niet buiten •het werktemperatuurbereik worden gebruikt. Raadpleeg de specicaties met betrekking tot de bedrijfstemperatuur in de technische gegevens. Het volledige meetbereik van de thermometer kan met als optie verkrijgbare •temperatuuropnemers worden gebruikt.
BasisfunctiesSluit de temperatuursensoren aan op de aansluitingen T1 en T2 op de bovenkant van het apparaat. Er 1. kan ook gewoon één temperatuursensor worden aangesloten. De opnemer kan maar op één manier worden geplaatst. Let op de polariteitindicatie op de connectoren van de temperatuursensoren en naast de aansluitingen. Er kan ook een als optie verkrijgbare temperatuursensor van het type J op de thermometer worden aangesloten. Druk op de knop aan/uit om het apparaat in te schakelen. 2. Breng de opnemers aan op de plaatsen waarvan de temperatuur moet worden gemeten. 3. Op het uitleesvenster verschijnen de temperatuurwaarden (T1 boven, T2 daaronder). Als er geen 4. temperatuuropnemer is aangesloten, verschijnen er in plaats van de temperatuur vier verticale strepen. Druk op de knop CFK voor omschakeling van de weergave in Celsius (C), Fahrenheit (F) en Kelvin 5. (K).
Druk op de knop HOLD om de waarden op het uitleesvenster te bevriezen. Aan de bovenkant van 6. het uitleesvenster verschijnt HOLD. Druk opnieuw op de knop HOLD om de temperatuurwaarden weer in real-time weer te geven. Druk op de knop SET om de achtergrondverlichting in- en uit te schakelen. 7. Druk op de knop aan/uit om het apparaat uit te schakelen. Als er gedurende 20 minuten geen knop 8. wordt ingedrukt, zal het apparaat zichzelf automatisch uitschakelen. Hoe de automatische uitschakelfunctie buiten werking kan worden gesteld, wordt beschreven in de paragraaf “Instellingen aanpassen”.
Speciale functiesKnop T1/T21x indrukken: De meetwaarde van sensor T2 verschijnt boven•De meetwaarde van sensor T1 verschijnt daaronder•2x indrukken: Het verschil van de beide meetwaarden (T1-T2) verschijnt boven•De meetwaarde van sensor T1 verschijnt daaronder•3x indrukken: Het verschil van de beide meetwaarden (T1-T2) verschijnt boven•De meetwaarde van sensor T2 verschijnt daaronder•4x indrukken: Normale weergave (T1 boven, T2 daaronder)•Knop MAX/MIN1x indrukken:De real-time meetwaarde verschijnt boven•De maximale meetwaarde (MAX) van de actuele meetcyclus verschijnt •daaronderHet tijdstip, waarop de maximale waarde werd gemeten, verschijnt aan de •onderkant van het uitleesvenster in minuten en seconden (min:sec) of in uren en minuten (hour:min)2x indrukken:De real-time meetwaarde verschijnt boven•De minimale meetwaarde (MIN) van de actuele meetcyclus verschijnt daaronder•Het tijdstip, waarop de minimale waarde werd gemeten, verschijnt aan de •onderkant van het uitleesvenster in minuten en seconden (min:sec) of in uren en minuten (hour:min)3x indrukken:De real-time meetwaarde verschijnt boven•De gemiddelde meetwaarde (AVG) van de actuele meetcyclus verschijnt •daaronderDe doorlopende, totale tijd van de actuele meetcyclus verschijnt aan de onderkant •van het uitleesvenster in minuten en seconden (min:sec) of in uren en minuten (hour:min)Er kan binnen de MIN/MAX-modus worden gewisseld tussen T1, T2 en T1-T2 door de •knop T1/T2 in te drukken.
Op het uitleesvenster verschijnt SLP. Druk op de knop ENTER om de automatische uitschakelfunctie te activeren/deactiveren. 4. Kies met de knoppen HOLD of MAX/MIN tussen SLP ON (automatische uitschakelfunctie 5. actief, kloksymbool verschijnt rechtsboven op het uitleesvenster) en SLP OFF (automatische uitschakelfunctie inactief, kloksymbool verdwijnt). Bevestig de keus met de knop ENTER. Op het uitleesvenster verschijnt T1. Druk op de knop ENTER om een afwijking (OFFSET) van de meetnauwkeurigheid van sensor T1 6. te vereffenen. Druk op de knop HOLD of MAX/MIN om de afwijking in te stellen (± 5 ºC; ± 9 ºF/K). De weergegeven 7. meetwaarde zal zich dienovereenkomstig aanpassen. Bevestig de keus met de knop ENTER. Op het uitleesvenster verschijnt T2. Ga als hierboven beschreven te werk om een afwijking van de meetnauwkeurigheid van sensor 8. T2 te vereffenen.
Aanvullende instructies zijn opgenomen in de paragraaf „Afwijking van de meetnauwkeurigheid van een sensor bepalen“. Om weer naar de normale weergeefmodus te gaan, dient de knop SET gedurende circa twee 9. seconden te worden ingedrukt. Alserslechtséénbepaalde wijzigingdienttewordenuitgevoerd, houddandeknopSETingedrukt en kies het gewenste punt met de knop HOLD of MAX/MIN. Druk dan op de knop ENTER en voer de gewenste instelling uit. Afwijking van de meetnauwkeurigheid van een sensor bepalenSchakel de thermometer in en plaats de betreffende temperatuursensor in een als optie verkrijgbare 1. temperatuurkalibrator of op een vergelijkbare referentieplaats met een bekende en stabiele temperatuur. Wacht totdat de weergave op het uitleesvenster van de thermometer zich heeft gestabiliseeerd. 2.
Als er een verschil ontstaat, kan deze afwijking handmatig worden vereffend (zie de paragraaf 3. hierboven „Instellingen aanpassen“). ONDERHOUD EN REINIGING7. Het product moet af en toe gereinigd worden en indien nodig moet de batterij vervangen worden.
Het •product is voor het overige onderhoudsvrij. Reinig de buitenkant van het product alleen met een zachte en droge doek of kwast. •U mag in geen geval agressieve of chemische schoonmaakmiddelen gebruiken daar hierdoor de •behuizing aangetast en de werking benadeeld kan worden. VERWIJDERING8. AlgemeenIn het belang van het behoud, de bescherming en de verbetering van de kwaliteit van het milieu, de bescherming van de gezondheid van de mens en een behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen dient de gebruiker een niet te repareren of afgedankt product in te leveren bij de desbetreffende inzamelpunten overeenkomstig de wettelijke voorschriften. Het symbool met de doorgekruiste afvalbak geeft aan dat dit product gescheiden van het gewone huishoudelijke afval moet worden ingeleverd.
Batterijen / accu’sU bent als eindgebruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege (oplaadbare) verwijdering via het huisvuil is niet batterijen en accu’s in te leveren; toegestaan. Batterijen/accu’s die schadelijke stoffen bevatten worden gekenmerkt door de hiernaast vermelde symbolen, die erop wijzen dat deze niet via het huisvuil verwijderd mogen worden. De aanduidingen voor de bepalende zware metalen zijn: =cadmium, CdHg Pb=kwik, =lood. Uw gebruikte batterijen/accu’s kunt u kosteloos inleveren bij de verzamelpunten van uw gemeente, bij al onze vestigingen en overal waar batterijen/accu’s worden verkocht. Zo vervult u uw wettelijke verplichtingen en draagt u bij tot de bescherming van het milieu. TECHNISCHE GEGEVENS9. Bedrijfsspanning: 3 x 1,5 V/DC batterij (type AAA)Max. stroomopname: ca.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Voltcraft PL-120-T2 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Thermometer Voltcraft
Handleiding Thermometer
Nieuwste handleidingen voor Thermometer