Velleman DVM4100 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Velleman DVM4100 (65 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 53 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Velleman DVM4100 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Velleman |
| Categorie: | Multimeter |
| Model: | DVM4100 |
| Beeldscherm: | Analoog |
| Accu/Batterij voltage: | 9 V |
| DC voltage bereik: | 0 - 600 V |
| Afmetingen (B x D x H): | 190 x 90 x 40 mm |
| Type product: | Analoge multimeter |
| AC voltage bereik: | 0 - 600 V |
| AC stroom bereik: | 0 - 10 A |
| DC stroom bereik: | 0 - 10 A |
Handleiding Velleman DVM4100 – volledige tekst
GEBRUIKERSHANDLEIDING 1. Inleiding Aan alle ingezetenen van de Europese Unie Belangrijke milieu-informatie betreffende dit product Dit symbool op het toestel of de verpakking geeft aan dat, als het na zijn levenscyc lus wordt weggeworpen, dit toestel schade kan toebrengen aan het milieu. Gooi dit toestel (en eventuele batterijen) niet bij het gewone huishoudelijke afval; het moet bij een gespecialiseerd bedrijf terechtkomen voor recyc lage. U moet dit toestel naar uw verdeler of naar een lokaal rec yclagepunt brengen. Respecteer de plaatselijke milieuwetgeving. Hebt u vragen, contacteer dan de plaatselijke autoriteiten betreffende de verwijdering. Dank u voor uw aankoop! Lees deze handleiding grondig voor u het toestel in gebruik neemt. Werd het toestel beschadigd tijdens het transport, installeer het dan niet en raadpleeg uw dealer.
Raadpleeg de Velleman ® service- en kwaliteitsgarantie achteraan deze handleiding. 2. Gebruikte symbolen Dit symbool staat voor instructies lezen: Het niet lezen van deze instructies en de handleiding kan leiden tot beschadiging, letsel of de dood Dit symbool betekent gevaar: Gevaarlijke toestand of actie die kan leiden tot letsel of de dood Dit symbool betekent risico op gevaar/schade: Risico op het ontstaan van een gevaarlijke toestand of actie die kan leiden tot schade, letsel of de dood Dit symbool betekent aandacht, belangrijke informatie: Het niet in acht nemen van deze informatie kan leiden tot een gevaarlijke toestand AC (wisselstroom) DC (gelijkstroom) zowel wissel- als gelijkstroom Dubbele isolatie (class II-bescherming) Aarding Zekering Capaciteit (condensator) Diode Continuïteit Achtergrondverlichting
3. Veiligheidsinstructies Volg de richtlijnen hieronder om een veilig gebruik te garanderen en alle functies van de meter ten volle te benutten. Respecteer tijdens het gebruik van de meter alle richtlijnen aangaande beveiliging tegen elektroshoc ks en verkeerd gebruik. De aangegeven limietwaarden mogen nooit overschreden worden WAARSCHUWING: Uit veiligheidsoverweging, lees de handleiding Opmerking: dit is de vertaling van de waarschuwing die zich bovenaan op de achterkant van het toestel bevindt. WAARSCHUWING: Om elektrische schokken te vermijden, verwijder de testsnoeren alvorens de behuizing te openen Om schade of verwonding te voorkomen, installeer een zekering met dezelfde volt/amp specificaties zoals aangeduid. Opmerking: dit is de vertaling van de waarschuwing die zich onderaan op de achterkant van het toestel bevindt.
Vermijd koude, hitte en grote temperatuursschommelingen, Als het toestel van een koude naar een warme omgeving verplaatst wordt, laat het toestel dan eerst voldoende op temperatuur komen. Dit om meetfouten en condensvorming te vermijden. Bescherm het toestel tegen schokken. Vermijd brute kracht tijdens de bediening. Vervuilingsgraad 2-toestel, enkel geschikt voor gebruik binnenshuis. Stel dit toestel niet bloot aan stof, regen, vochtigheid en opspattende vloeistoffen. Niet geschikt voor industrieel gebruik. Zie §5 Vervuilingsgraad. Houd dit toestel uit de buurt van kinderen en onbevoegden. Elektrocutiegevaar tijdens het gebruik van deze multimeter. Wees voorzichtig tijdens het meten van een circuit onder spanning. Wees uiterst voorzic htig bij metingen > 60VDC of 30Vrms AC De gebruiker mag geen inwendige onderdelen vervangen.
Vervang beschadigde of verloren accessoires enkel door accessoires van hetzelfde type of met dezelfde specific aties. Bestel reserveaccessoires zoals meetsnoeren bij uw dealer. Dit is een installatiecategorie CAT IV 600V / CAT III 1000V meetinstrument. Gebruik dit toestel nooit in een hogere CAT dan aangegeven.
Zie §4 overspanning-/installatiecategorie. Lees deze bijlage en de handleiding grondig, leer eerst de functies van het toestel kennen voor u het gaat gebruiken. Om veiligheidsredenen mag u geen wijzigingen aanbrengen. Schade door wijzigingen die de gebruiker heeft aangebracht valt niet onder de garantie. Gebruik het toestel enkel waarvoor het gemaakt is. Bij onoordeelkundig gebruik vervalt de garantie. De garantie geldt niet voor schade door het negeren van bepaalde richtlijnen in deze handleiding en uw dealer zal de verantwoordelijkheid afwijzen voor defecten of problemen die hier rechtstreeks verband mee houden. Let erop dat de meter zic h in de juiste stand bevindt alvorens deze te verbinden met het testcircuit. Meet niet aan circuits waarin spanningen kunnen voorkomen > 1000V (DC of rms AC).
Meet geen stroom in c ircuits met een spanning > 1000V Voer geen weerstand- - , diode of continuïteitsmetingen uit in circ uits waarop spanning aanwezig is, of zou kunnen voorkomen. Controleer voor gebruik indien de meetsnoeren in goede staat verkeren. Hou tijdens metingen uw vingers achter de beschermingsrand van de meetpennen. Raak geen vrije meetbussen aan wanneer de meter met een circuit is verbonden. Schakel de meter uit en verwijder de testsnoeren vóór u de batterij of zekering vervangt. Let op bij metingen op circuits zoals tv’s of schakelende voedingen, er kunnen spanningspieken voorkomen die de meter kunnen beschadigen 4. Overspanning-/installatiecategorie DMM’s worden opgedeeld volgens het risico op en de ernst van spanningpieken die kunnen optreden op het meetpunt. Spanningspieken zijn kortstondige uitbarstingen van energie die geïnduceerd worden in een systeem door bvb.
blikseminslag op een hoogspanningslijn. De bestaande categorieën volgens EN 61010- 1 zijn:CAT I Een CAT I meter is geschikt voor metingen op beschermde elektronische circuits die niet rechtstreeks verbonden zijn met het lichtnet, bvb. Elektronische schakelingen, stuursignalen… CAT II Een CAT II meter is geschikt voor metingen in CAT I omgevingen en op enkelfasige apparaten die aan het lichtnet gekoppeld zijn door middel van een stekker en circuits in een normale huiselijke omgeving, op voorwaarde dat het circuit minstens 10m verwijderd is van een CAT III omgeving, en minstens 20m van een CAT IV omgeving. Bvb. Huishoudapparaten, draagbare gereedschappen.
CAT III Een CAT III-meter is geschikt voor metingen in CAT I- en CAT II-omgevingen, alsook voor metingen aan enkel- en meerfasige (vaste) toestellen op meer dan 10 m van een CAT -IV omgeving, en metingen in- of aan distributiekasten (zekeringkasten, verlichtingscircuits, elektrisch fornuis). CAT IV Een CAT IV meter is geschikt voor metingen in CAT I, CAT II en CAT III omgevingen alsook metingen op het primaire toevoerniveau.
stuursignalen en metingen aan elektronica, c irc uits achter een scheidingstransformator • Circuits rechtstreeks verbonden aan het lichtnet maar beperkt tot: o Metingen aan monofaseapparaten verbonden met het lichtnet door middel van een stekker (stopcontact) o Metingen aan monofaseapparaten en c ircuits rechtstreeks verbonden met het lichtnet in een gewone huiselijke omgeving op meer dan 10m van een CAT IV omgeving. (bvb. verlichtingskringen op meer dan 10m van de zekeringkast).
• Metingen in-/aan laagspanningsborden (zekeringkast na de tellerkast) • Metingen aan mono- en meerfaseapparaten en circuits uitgezonderd in een CAT IV-omgeving (bv. metingen aan stopcontacten, elektrisch fornuis, verlichtingskringen, busbars, zekeringen en automaten) Dit toestel is geschikt voor metingen tot max. 600V aan: • Metingen aan distributieborden en buiteninstallaties. Hieronder vallen de tellerkast en toestellen/circ uits buiten of los van de huiselijke omgeving zoals kringen in schuurtjes, tuinhuisjes en vrijstaande garages- of kringen verbonden via ondergrondse leidingen zoals tuinverlichting of vijverpompen. DIT TOESTEL IS NIET GESCHIKT VOOR METINGEN VAN/AAN: • Spanningen hoger dan 1000V • Stromen hoger dan 10A Dit toestel is enkel geschikt voor metingen tot max. 600V in een CAT IV omgeving en tot max. 1000V in een CAT III omgeving 5.
Vervuilingsgraad IEC 61010- 1 specificeert versc hillende types vervuilinggraden welke bepaalde risico’s met zich meebrengen. Iedere vervuilingsgraad vereist spec ifieke beschermingsmaatregelen. Omgevingen met een hogere vervuilingsgraad hebben een betere bescherming nodig tegen mogelijke invloeden van de verschillende types vervuiling die in deze omgeving kunnen voorkomen. Deze bescherming best aat hoofdzakelijk uit aangepaste isolatie en een aangepaste behuizing. De opgegeven waarde van vervuilingsgraad geeft aan in welke omgeving dit apparaat veilig gebruikt kan worden. V -ervuilingsgraad 1 Omgeving zonder, of met enkel droge- niet geleidende vervuiling. De voorkomende vervuiling heft geen invloed (Komt enkel voor in uitzonderlijke omgevingen) V -ervuilingsgraad 2 Omgeving met enkel niet geleidende vervuiling, Uitzonderlijk kan condensatie voorkomen. (bv.
(industriële omgevingen en omgevingen die blootgesteld worden aan buitenlucht zonder rechtstreeks contact met neerslag V -ervuilingsgraad 4 Omgeving waar frequent geleidende vervuiling voorkomt, bv. veroorzaakt door geleidend stof, regen of sneeuw (in openlucht en omgevingen met een hoge vochtigheidsgraad of hoge concentraties fijn stof) Waarschuwing: Dit toestel is ontworpen conform EN 61010-1 vervuilingsgraad 2. Dit houdt bepaalde gebruiksbeperkingen in die te maken hebben met de pollutie die kan voorkomen in de gebruiksomgeving, zie tabel hierboven. Dit toestel is enkel geschikt voor gebruik in omgevingen met vervuilingsgraad 2 classificatie 6. Omschrijving Raadpleeg de afbeelding op pagina 2 en 3 van deze handleiding. 6. 1 Multimeter1 lcd-scherm 7 COM- bus2 functietoetsen 8 aansluiting PC link (enkel DVM4100) 3 draaischakelaar 9 niet gebruikt 4 VΩ Hz - bus 10 opvouwbaar statief.
e Hz/Duty in- en uitschakelen relatieve meetfunctie Hz % V~, A, mA, µA frequentietelling, puls- pauzeverhoudinghoud ingedrukt tijdens inschakeling voor dataoverdracht (enkel DVM4100) MAX MIN all uitg. e Hz/Duty, maximum- of minimumwaarde houd ingedrukt om naar normale meetmodus terug te keren 6.4 Omschrijving functiesBevriezing van de uitlezing (DATA HOLD) • Bij een bevroren uitlezing worden de waarden niet meer geüpdatet. Druk op HOLD H hij d di l [F] D l i h k lhandmatige bereikinstelling. D k HOLD fRANGE d f ti it t h k l
Handmatige/automatische bereikinstelling • In automatische bereikinstelling ( ) kiest de multimeter zelf het gepaste AUTObereik volgens de gemeten waarde. De automatische instelling is de standaardinstelling voor elke functie met meer dan één bereik. • In handmatige bereikinstelling moet u het bereik zelf instellen. Druk elke keer op RANGE en kies het gepaste bereik. • Houd RANGE ingedrukt om de functie te verlaten. Op de display verschijnt opnieuw AUTO. Stand-by (S LEEP) • De multimeter schakelt over naar stand-by 30 minuten na het laatste gebruik. • Druk op HOLD of draai aan de draaischakelaar om de multimeter opnieuw in te schakelen. • Houd tijdens het inschakelen van de multimeter SELECT -ingedrukt om de standbyfunctie uit te schakelen. Relatieve metingen • Voer de meting uit. • Druk op REL om de gemeten waarde in het geheugen op te slaan. Voer de nieuwe meting uit.
Het verschil tussen de referentiewaarde en de gemeten waarde verschijnt op de display samen met REL. [G] • Houd REL ingedrukt om de functie uit te schakelen. 6. 5 PC Link (enkel DVM4100) • PC-Link is alleen compatibel met Windows XP, Vista en Windows 7 32 & 64 bit. • Installeer eerst de nodige driver en software op uw pc. Steek hiervoor de meegeleverde cd-rom in de cd-romdrive en open README. pdf. De installatieprocedure wordt automatisch opgestart. Volg de instructies (enkel in het Engels) op het scherm. Nota: • Installeer eerst de PC Link-software en daarna de USB-driver. Herstart de pc. • L aog in op de pc als dministrator. Vista/Windows 7: sc hakel UAC (User Account Control) uit (via configuratiescherm – System and Security – – Action Center User Account Control settings -> Never notify). • Sluit de multimeter aan op de USB-poort van de pc. Gebruik hiervoor de meegeleverde USB-.
Opmerkingen: • De functie is niet inschakelbaar tijdens een meting, u moet de multimeter dus eerst uitschakelen. • Houd tijdens het inschakelen van de mutlimeter SELECT en Hz% gelijktijdig ingedrukt om de automatische uitschakelfunctie uit te schakelen. • Open de PC-LINK software en klik op SET. Selecteer System Set en daarna de correcte COM-poort onder Serial Port Select. Ga naar de Device Manager om de correcte poort te selecteren: • Klik met de rechtermuisknop op My Computer en klik daarna op Properties. • Klik op Hardware en op Device Manager. • Scroll naar Ports (Com and LPT). Klik op (+) om de geïnstalleerde poorten weer te geven. Indien alles c orrect werd geïnstalleerd, ziet u Prolific USB-to-Serial COM Port (COM x) (COM x pois de ort met xals het poortnummer). • Selecteer de gewenste bemonsteringfrequentie.
7. Gebruik Elektrocutiegevaar tijdens het gebruik van deze multimeter. Wees voorzichtig tijdens het meten van een circuit onder spanning. Controleer vooraleer te meten altijd indien de aansluitingen, de functie en het bereik correct zijn ingesteld en indien het toestel en/of de testsnoeren niet beschadigd zijn • Overschrijd nooit de grenswaarden. Deze waarden worden vermeld in de specific aties van elk meetbereik. • Raak geen ongebruikte ingangsbussen aan wanneer de meter gekoppeld is aan een schakeling die u aan het testen bent. • Gebruik de meter enkel voor het meten in de aangeduide meetcategorie-installaties en meet geen voltages die de aangeduide waarden kunnen overschrijden. • Indien u niet zeker bent van het te meten bereik, kies dan eerst de hoogste stand en ga over naar een lagere instelling indien nodig.
• Koppel de testsnoeren los van het meetcircuit vooraleer u een andere functie kiest d. m. v. de draaischakelaar. • Let op bij metingen op c ircuits zoals tv’s of schakelende voedingen, er kunnen spanningspieken voorkomen die de meter kunnen beschadigen. • Wees uiterst voorzichtig wanneer u werkt met voltages boven 60Vdc of 30Vac rms. Houd tijdens metingen uw vingers te allen tijde achter de beschermingsrand van de meetpennen. • Meet geen stroom in circuits met een spanning > 1000V • Voer nooit weerstandsmetingen, continuïteitstest, transistortest of diodetest uit op schakelingen die onder spanning staan. Vergewis uzelf ervan dat condensatoren die zich in het c ircuit bevinden ontladen zijn. 7. 1 Spanningsmetingen Meet niet aan circuits waarin spanningen kunnen voorkomen > 600V CAT IV of 1000V CAT III. Wees uiterst voorzichtig wanneer u werkt met voltages boven 60Vdc of 30Vac rms.
- • Plaats de draaischakelaar op het V voor gelijkspanningsmetingen of op V voor wisselspanningmetingen. • Druk op RANGE om het bereik manueel in te stellen. • Verbind de meetsnoeren met het te meten circ uit. • De gemeten spanning kan afgelezen worden op de display. Nota: • Bij gelijkspanningsmetingen wordt een negatieve polariteit van de gemeten spanning aan het rode meetsnoer weergegeven d. m. v. -” het “ teken vóór de weergegeven waarde. • Bij het meten van de DC offset van AC-spanning, meet eerst de AC-spanning en selecteer een bereik gelijk aan of groter dan de AC-. spanning 7. 2 Weerstandsmetingen Voer geen weerstandsmetingen uit in circuits waarop spanning aanwezig is, of zou kunnen voorkomen Koppel het zwart e t t d COM h t d t t d VΩ Hz bus. -.
• Plaats de draaischakelaar op "Ω”. Indien nodig, druk op SELECT tot MΩ op de display verschijnt. • Druk op RANGE om het bereik manueel in te stellen. • Verbind de meetsnoeren met het te meten circuit. • De gemeten weerstand kan afgelezen worden op het display. • Nota’s: o Zorg ervoor dat bij weerstandsmetingen geen spanning meer op de schakeling staat en dat alle condensatoren volledig ontladen zijn. o Om een zo nauwkeurig mogelijke lage weerstandswaarde te verkrijgen, verbind eerst de meetpennen met elkaar. Onthoud de afgelezen weerstandswaarde van de meetsnoeren. Trek deze af van de gemeten weerstandswaarde van het circuit. o Voor weerstanden boven 10MΩ heeft de meter enkele seconden nodig om de uit lezing te stabiliseren. o Indien de weerstand groter is dan het meetbereik of bij een open c ircuit word ‘OL’ weergegeven op het scherm 7.
3 ïContinu teitstest/Doorverbindingtest Voer geen continuïteitsmeting uit in circuits waarop spanning aanwezig is, of zou kunnen voorkomen • Koppel het zwarte meetsnoer met de COM en het rode meetsnoer met de - VΩ Hz bus. - • Plaats de draaischakelaar op. • Druk op SELECT ïom de continu teitstest in te stellen. • Verbind de meetsnoeren met het te testen circuit. • Als de weerstand minder dan 40Ω bedraagt, is wordt een continue piept oon weergegeven, alsook kan de weerstandswaarde afgelezen worden van het sc herm. Indien de weerstand groter is dan het meetbereik of bij een open circuit wordt ‘OL’ weergegeven op het scherm Nota: Zorg ervoor dat bij c ontinuïteitstest geen spanning meer op de schakeling staat en dat alle condensatoren volledig ontladen zijn 7.
• Verbind het rode meetsnoer met de anode van de diode en het zwarte meetsnoer met de kathode. • De meter geeft de voorwaartse spanningsval van de diode weer. Bij verkeerde aansluitpolariteit verschijnt ‘OL’ op het sc herm. Nota’s: o Zorg ervoor dat bij diodetest geen spanning meer op de schakeling staat en dat alle condensatoren volledig ontladen zijn o Meten van diodes die zic h in een c ircuit bevinden kan foute resultaten opleveren, het is best de diodes los te koppelen van het meetcircuit. 7. 5 Capaciteitsmetingen Voer geen capaciteitsmeting uit in circuits waarop spanning aanwezig is, of zou kunnen voorkomen • Koppel het zwarte meetsnoer met de COM en het rode meetsnoer met de - VΩ Hz bus. -.
• Druk op RANGE om het bereik manueel in te stellen. • Verbind de meetsnoeren met de t e meten c ondensator en lees de waarde van het sc herm af. • Nota’s: o De meter geeft de waarde pas na enkele seconden weer. Dit is absoluut normaal (bv. 300.0µF bereik >30s). o Om nauwkeurigere metingen onder 4nF t e verkrijgen, verbind eerst de meetpennen met elkaar. Onthoud de afgelezen capac iteitswaarde. T rek deze af van de gemeten capac iteitswaarde van het c ircuit. o Zorg ervoor dat bij de capaciteitstest geen spanning meer op de schakeling staat en dat alle condensatoren volledig ontladen zijn. 7.6 Frequentiemetingen Meet geen frequentie in circuits met een spanning > 1000V Wees uiterst voorzichtig wanneer u werkt met voltages boven 60Vdc of 30Vac rms. Houd tijdens metingen uw vingers te allen tijde achter de beschermingsrand van de meetpennen!
Raak geen aansluitbussen aan tijdens de meting • Koppel het zwarte meetsnoer met de COM- en het rode meetsnoer met de VΩ Hz bus.- • Plaats de draaischakelaar op Hz. • Druk op RANGE om het bereik manueel in te stellen. • Verbind de meetsnoeren met het circuit en lees de gemeten waarde van het lcd- sc herm af. Nota’s: o U kunt de frequentie ook meten tijdens het meten van een AC-stroom of -spanning. Start de meting en druk op Hz %.o Gebruik een afgeschermde kabel voor het meten van kleine signalen in een storingsgevoelige omgeving.
7. 7 Temperatuurmetingen Raak geen delen aan die onder spanning zouden kunnen staan met de temperatuurmeetsonde. • Stel de draaisc hakelaar in op het °C-bereik. Als geen temperatuurmeetsonde is aangesloten is de huidige omgevingstemperatuur af te lezen op het scherm. • Plaats de adapter in de VΩ Hz - en de COM-bus (+ met VΩ Hz ). • Steek het thermokoppel in de adapte r (+ met +). • Raak het te meten object aan met de tip van de sonde van het thermokoppel. • Lees de waarde van het lcd- scherm af. 7. 8 Stroommetingen Meet geen stroom in circuits met een spanning > 1000V Stroommetingen µAmA-aansluiting tot max. 600mA, voor stroommetingen tot max. 10A gebruik de 10A-aansluiting Wees uiterst voorzichtig wanneer u werkt met voltages boven 60Vdc of 30Vac rms. Hou tijdens metingen uw vingers te allen tijde achter de beschermingsrand van de meetpennen.
• Koppel het zwarte meetsnoer met de COM en het rode meetsnoer met de µAmA- - bus voor 6metingen tot max. 00mA • Koppel het zwarte meetsnoer met de COM en het rode meetsnoer met de 10A- - bus voor metingen tot max. 10A • Stel de draaisc hakelaar in op het μA bereik voor metingen tot 600µA (enkel als testsnoer verbonden is met de µAmA bus) • Stel de draaisc hakelaar in op het mA bereik voor metingen tot 600mA (enkel als testsnoer verbonden is met de µAmA bus) • Stel de draaisc hakelaar in op het A bereik voor metingen tot 10A (enkel als testsnoer verbonden is met de 10A bus) • Druk op SELECT om de gelijkstroom (DCA) of wisselstroom (ACA) modus te selecteren. • Verbind de meetsnoeren in serie met het circuit. • Lees de gemeten waarde van het lcd-scherm af. Nota’s: o Bij gelijkstroommetingen wordt een negatieve polariteit van de gemeten stroom aan het rode meetsnoer weergegeven dmv.
het ‘-’ teken vóór de weergegeven waarde. o Het µAmA-bereik is beveiligd tegen overbelasting met een zekering F630mA 1000V; - Het 10A bereik is beveiligd tegen overbelasting met een zekering F10A 1000V. 8.
Onderhoud De gebruiker mag geen inwendige onderdelen vervangen. Indien het toestel defect is raadpleeg uw dealer. Vervang beschadigde of verloren accessoires enkel door accessoires van hetzelfde type of met dezelfde specificaties. Bestel reserveaccessoires zoals meetsnoeren bij uw dealer. a. Algemeen onderhoud Maak het toestel geregeld sc hoon met een voc htige, niet pluizende doek. Gebruik geen alcohol of solventen.
b. Vervangen van de zekering Schakel het toestel uit, koppel de testsnoeren los van het meetc irc uit en trek de stekkers uit de aansluitbussen vooraleer de batterijen of de zekering te vervangen. Raadpleeg de afbeelding op pagina 3 van deze handleiding. • Verwijder de 4 schroeven ac hteraan ( in de afbeelding) en open voorzichtig het toestel • Verwijder de schroef van de printplaat ( in de afbeelding) en verwijder voorzichtig de princtplaat. • Verwijder de zekering uit de zekeringhouder en plaats een nieuwe zekering van hetzelfde type en met dezelfde specificaties (F630mA/1000V, Ø10.3x38mm, F10A/1000V, Ø10.3x38mm). • Sluit het toestel zorgvuldig c. Vervangen van de batterij Om foute uitlezingen en elektroshocks te vermijden, vervang de batterij van zodra het symbool op het scherm wordt weergegeven.
Sc hakel het toestel uit, koppel de testsnoeren los van het meetcircuit en trek de stekkers uit de aansluitbussen vooraleer de batterijen of de zekering te vervangen. • Raadpleeg de afbeelding op pagina 3 van deze handleiding. • Verwijder de 2 schroeven ac hteraan de multimeter ( in de afbeelding) en open het batterijvak. • Vervang de batterij (9V 6LF22). Gebruik geen herlaadbare batterij. • Sluit het batterijvak. 9. Technische specificaties Dit toestel is niet geijkt bij aankoop! • Gebruik dit toestel enkel voor metingen aan installatiecategorie CAT I, CAT II, CAT III (
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Velleman DVM4100 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Multimeter Velleman
Handleiding Multimeter
Nieuwste handleidingen voor Multimeter