Velleman DVM040 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Velleman DVM040 (131 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Velleman DVM040 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Velleman |
| Categorie: | Multimeter |
| Model: | DVM040 |
Handleiding Velleman DVM040 – volledige tekst
DVM040 V. 01 – 04/05/2023 20 ©Velleman Group nv HANDLEIDING 1. Inleiding Aan alle inwoners van de Europese Unie Belangrijke milieu-informatie over dit product Dit symbool op het apparaat of de verpakking geeft aan dat verwijdering van het apparaat na de levensduur ervan het milieu kan schaden. Gooi het apparaat (of de batterijen) niet weg als ongesorteerd huishoudelijk afval; het moet naar een gespecialiseerd bedrijf worden gebracht voor recycling. Dit apparaat moet worden ingeleverd bij uw distributeur of bij een plaatselijke recyclingdienst. Respecteer de plaatselijke milieuvoorschriften. Neem in geval van twijfel contact op met de plaatselijke afvalverwerkingsautoriteiten. Bedankt dat u voor Velleman heeft gekozen! Lees de handleiding grondig door voordat u dit apparaat in gebruik neemt.
Indien het toestel tijdens het transport beschadigd werd, installeer of gebruik het dan niet en neem contact op met uw dealer. 2. Symbolen AC (wisselstroom) DC (gelijkstroom) Zowel AC als DC Gevaar voor elektrische schokken. Een potentieel gevaarlijke spanning is mogelijk. Let op: gevaar, de handleiding moet worden geraadpleegd in alle gevallen waarin dit symbool is aangebracht. Waarschuwing: een gevaarlijke toestand of handeling die letsel of de dood tot gevolg kan hebben Let op: toestand of handeling die kan leiden tot schade aan de meter of de geteste apparatuur. Dubbele isolatie (klasse 2-bescherming) Aarde Zekering
DVM040 V. 01 – 04/05/2023 21 ©Velleman Group nv Condensator Diode Continuïteit 3. Algemene richtlijnen Zie de Velleman® Service- en kwaliteitsgarantie op de laatste pagina's van deze handleiding. Dit symbool geeft aan: Lees instructies Het niet lezen van de instructies en handleiding kan leiden tot schade, letsel of de dood. Dit symbool geeft aan: Gevaar Een gevaarlijke toestand of handeling die letsel of de dood tot gevolg kan hebben. Dit symbool geeft aan: Gevaar van gevaar/schade Risico van een gevaarlijke toestand of handeling die tot schade, letsel of de dood kan leiden. Dit symbool geeft aan: Attentie; belangrijke informatie Het negeren van deze informatie kan leiden tot gevaarlijke situaties. WAARSCHUWING: Om elektrische schokken te voorkomen moet u altijd de testsnoeren loskoppelen voordat u de behuizing opent.
Gebruik, om brandgevaar te voorkomen, alleen zekeringen met dezelfde stroomsterkte als in deze handleiding vermeld. Opmerking: zie de waarschuwing op het batterijvak. Vermijd koude, hitte en grote temperatuurschommelingen. Wanneer het apparaat wordt verplaatst van een koude naar een warme locatie, laat het dan uitgeschakeld totdat het op kamertemperatuur is gekomen. Dit om condensatie en meetfouten te voorkomen. Bescherm dit apparaat tegen schokken en misbruik. Vermijd brute kracht bij de bediening. Vervuilingsgraad 2-apparaat. Alleen voor gebruik binnenshuis. Houd dit apparaat uit de buurt van regen, vocht, spatten en druipende vloeistoffen. Niet voor industrieel gebruik. Zie §8 Vervuilingsgraad.
DVM040 V. 01 – 04/05/2023 22 ©Velleman Group nv Houd het apparaat uit de buurt van kinderen en onbevoegde gebruikers. Gevaar voor elektrische schokken tijdens gebruik. Wees zeer voorzichtig bij het meten van circuits onder spanning. Het apparaat bevat geen onderdelen die door de gebruiker kunnen worden onderhouden. Raadpleeg een erkende dealer voor service en/of reserveonderdelen. Dit is een CAT III & CAT IV meetinstrument van de installatiecategorie. Zie §7 Overspanning/installatiecategorie. Lees dit addendum en de handleiding grondig door. Maak uzelf vertrouwd met de functies van het apparaat voordat u het daadwerkelijk gebruikt. Alle wijzigingen aan het apparaat zijn om veiligheidsredenen verboden. Schade veroorzaakt door wijzigingen aan het apparaat door de gebruiker valt niet onder de garantie. Gebruik het apparaat alleen voor het beoogde doel.
Bij ongeoorloofd gebruik vervalt de garantie. Schade veroorzaakt door het negeren van bepaalde richtlijnen in deze handleiding wordt niet gedekt door de garantie en de dealer aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor eventuele daaruit voortvloeiende defecten of problemen. 4. Onderhoud Het apparaat bevat geen onderdelen die door de gebruiker kunnen worden onderhouden. Raadpleeg een erkende dealer voor service en/of reserveonderdelen. Maak de testsnoeren los van de aansluitingen voordat u onderhoud uitvoert. Zie §11 Vervanging van batterij en zekering voor instructies over het vervangen van de batterij of zekering. Gebruik geen schuurmiddelen of oplosmiddelen op de meter. Gebruik voor het schoonmaken een vochtige doek en een mild schoonmaakmiddel. 5. Tijdens gebruik Gevaar voor elektrische schokken tijdens gebruik. Wees zeer voorzichtig bij het meten van circuits onder spanning.
DVM040 V. 01 – 04/05/2023 23 ©Velleman Group nv • Indien de apparatuur wordt gebruikt op een wijze die niet door de fabrikant is gespecificeerd, kan de door de apparatuur geboden bescherming worden aangetast. • Overschrijd nooit de grenswaarde voor bescherming. Deze grenswaarde staat afzonderlijk vermeld in de specificaties voor elk meetbereik. • Raak geen ongebruikte aansluitingen aan wanneer de meter is verbonden met een circuit dat wordt getest. • Gebruik de meter nooit bij CAT III-installaties wanneer u spanningen meet die de veiligheidsmarge van 1000 V boven de aarde kunnen overschrijden. • Gebruik de meter nooit bij CAT IV-installaties wanneer u spanningen meet die de veiligheidsmarge van 600 V boven de aarde kunnen overschrijden. • Stel de bereikkeuze in op de hoogste stand als de intensiteit van de te meten lading vooraf onbekend is.
• Ontkoppel de meetsnoeren van het geteste circuit alvorens aan de bereikkeuze te draaien om van functie te veranderen. • Wanneer u metingen uitvoert op een TV-toestel of schakelende stroomkringen, moet u er altijd aan denken dat de meter kan worden beschadigd door spanningspulsen met een hoge amplitude op de testpunten. • Wees altijd voorzichtig bij het werken met spanningen boven 60 VDC of 30 VAC rms. Houd uw vingers tijdens de meting altijd achter de sondebarrières. • Voer nooit weerstands-, diode- of continuïteitsmetingen uit op circuits onder spanning. Controleer of alle condensatoren in het circuit leeg zijn. 6. Algemene beschrijving Zie de illustratie op bladzijde 2 van deze handleiding: 1. Contactloze spanning (NCV) inductiepositie 2. LED-indicator 3. Verlicht LCD-scherm 4. Functietoetsen 5. Draaischakelaar 6.
"10A" aansluiting Steek het rode meetsnoer in deze connector om een maximale stroom van 10 A te meten. 7. "L/µA/mA" aansluiting Steek het rode meetsnoer in deze connector om een maximale stroom van 500 mA te meten.
DVM040 V. 01 – 04/05/2023 24 ©Velleman Group nv 8. "°C/°F V Hz % C" aansluiting Steek het rode (positieve) meetsnoer in deze aansluiting om de spanning en de weerstand te meten. 9. "COM" aansluiting Plaats het zwarte (negatieve) meetsnoer. 7. Overspanning/Installatie Categorie DMM's worden ingedeeld op basis van het risico en de ernst van transiënte overspanning die op het testpunt kan optreden. Transiënten zijn kortstondige uitbarstingen van energie die in een systeem worden opgewekt, bijvoorbeeld door blikseminslag op een elektriciteitsleiding. De bestaande categorieën volgens EN 61010-1 zijn: CAT I Een CAT I-meter is geschikt voor metingen aan beveiligde elektronische circuits die niet rechtstreeks op de netspanning zijn aangesloten, bijvoorbeeld elektronicaschakelingen, besturingssignalen...
CAT II Een meter met CAT II-classificatie is geschikt voor metingen in CAT I-omgevingen en monofasige apparaten die op het net zijn aangesloten door middel van een stekker en circuits in een normale huiselijke omgeving, op voorwaarde dat het circuit ten minste 10 m verwijderd is van een CAT III- of 20 m van een CAT IV-omgeving. Bijv. huishoudelijke apparaten, draagbaar gereedschap... CAT III Een meter met CAT III-classificatie is geschikt voor metingen in CAT I- en CAT II-omgevingen, alsmede voor metingen aan (vaste) mono- of meerfasige apparaten die ten minste 10 m verwijderd zijn van een CAT IV-omgeving, en voor metingen in of aan apparatuur op distributieniveau (zekeringkasten, verlichtingscircuits, elektrische ovens). CAT IV Een meter met CAT IV-classificatie is geschikt voor metingen in CAT I-, CAT II- en CAT III-omgevingen en op het niveau van de primaire voeding.
Merk op dat voor alle metingen aan apparatuur waarvan de voedingskabels buiten lopen (bovengronds of ondergronds) een CAT IV-meter moet worden gebruikt.
De vervuilingsgraad van de DVM geeft aan in welke omgeving het apparaat mag worden gebruikt. Vervuilingsgraad 1 Er is geen vervuiling of alleen droge, niet-geleidende vervuiling. De vervuiling heeft geen invloed. (alleen te vinden in hermetisch afgesloten behuizingen) Vervuilingsgraad 2 Alleen niet-geleidende vervuiling komt voor. Af en toe is tijdelijke geleidbaarheid door condensatie te verwachten. (huis- en kantooromgevingen vallen onder deze categorie) Vervuilingsgraad 3 Er treedt geleidende verontreiniging op, of droge niet-geleidende verontreiniging die geleidend wordt door te verwachten condensatie.
(industriële omgevingen en omgevingen die aan de buitenlucht worden blootgesteld - maar niet in contact komen met neerslag) Vervuilingsgraad 4 De verontreiniging veroorzaakt aanhoudende geleidbaarheid door geleidend stof of door regen of sneeuw (blootgestelde buitenomgevingen en omgevingen met een hoge vochtigheidsgraad of hoge concentraties fijne deeltjes). Waarschuwing: Dit apparaat is ontworpen in overeenstemming met EN 61010-1 vervuilingsgraad 2.
DVM040 V. 01 – 04/05/2023 26 ©Velleman Group nv 9. Specificaties Dit apparaat is niet gekalibreerd bij aankoop! Voorschriften betreffende de gebruiksomgeving: Gebruik deze meter alleen voor metingen in CAT I, CAT II, CAT III en CAT IV omgevingen (zie §7). Gebruik deze meter alleen in een omgeving met vervuilingsgraad 2 (zie §8). Ideale werkomstandigheden zijn: • temperatuur: 18 °C tot 28 °C • relatieve vochtigheid: max. 80 % RH • hoogte: max.
DVM040 V. 01 – 04/05/2023 30 ©Velleman Group nv Beveiliging tegen overbelasting: 250 V DC of AC rms 10. Operatie 10.1 DC + AC SPANNINGSMETING Meet geen circuits die spanningen > 1000 VDC of > 750 VAC kunnen bevatten. Wees uiterst voorzichtig bij het meten van spanningen hoger dan 60 VDC of 30 VAC rms. Plaats uw vingers tijdens het meten altijd achter de beschermranden van de testsondes! 1. Steek het rode meetsnoer in de "°C/°F V Hz % mF" aansluiting en steek het zwarte meetsnoer in de "COM" aansluiting. 2. Zet de draaischakelaar in de stand spanning (V) 3. Raak met de zwarte testsondetip de negatieve kant van het circuit aan; raak met de rode testsondetip de positieve kant van het circuit aan. 4. Lees de spanning af op het LCD-scherm. De polariteit van het rode meetsnoer wordt aangegeven bij het meten van de gelijkspanning.
Opmerkingen • Zet de draaischakelaar op een hoger bereik als het huidige testbereik niet bekend is, en dan lager tot de beste nauwkeurigheid. • Om een elektrische schok en/of schade aan het instrument te voorkomen, mag u niet proberen een spanningsmeting uit te voeren die hoger is dan 750VRMS. • Het is een normale situatie en geen effect op de meting, eenmaal op mV of V bereik, zelfs zonder input of verbinding met testkabel, meter toont waarde in LCD. • Een te groot bereik wordt aangegeven met OL of -OL. Stel een hoger bereik in. 10.2 DC-STROOMMETING Meet geen circuits die spanningen > 1000 VDC of > 750 VAC kunnen bevatten. Wees uiterst voorzichtig bij het meten van spanningen hoger dan 60 VDC of 30 VAC rms. Plaats uw vingers tijdens het meten altijd achter de beschermranden van de testsondes!
DVM040 V. 01 – 04/05/2023 31 ©Velleman Group nv 1. Verwijder de stroom van het te testen circuit en ontlaad de condensatoren van het circuit, zet de draaischakelaar op het stroommeetbereik. 2. Steek de banaanstekker van de zwarte testkabel in de negatieve COM-aansluiting, voor stroommetingen van minder dan 200mA steekt u de banaanstekker van de rode testkabel in de µA/mA-aansluiting, voor stroommetingen tussen 200mA en 10A steekt u de banaanstekker van de rode testkabel in de 10A-aansluiting. 3. Onderbreek het te testen circuit, sluit het zwarte meetsnoer aan op de meer negatieve kant van de onderbreking, en sluit het rode meetsnoer aan op de meer positieve kant van de onderbreking. 4. Schakel de stroom van het geteste circuit in en lees de waarde af op het LCD-scherm. 5.
Schakel de stroom van het geteste circuit uit en ontlaad alle condensatoren, verwijder de meetsnoeren en herstel het gemeten circuit. Opmerkingen • Controleer de zekering van de meter vóór de stroommeting om schade aan de meter te voorkomen. • Gebruiker de juiste klemmen, functie en bereik voor elke stroommeting • Probeer nooit een open circuit potentiaal naar aarde groter dan 250V, plaats de meetsnoeren niet parallel met een circuit of component wanneer de meetsnoeren op de stroomklemmen zijn aangesloten. • Een te groot bereik wordt aangegeven met OL of -OL. Stel een hoger bereik in. 10. 3 WEERSTANDSMETING Voer geen weerstandsmetingen uit op circuits onder spanning. Zorg ervoor dat alle condensatoren in het circuit leeg zijn. Verwijder de batterijen en ontkoppel de netsnoeren. 1. Zet de draaischakelaar op het gewenste weerstandsbereik (Ω). 2.
DVM040 V. 01 – 04/05/2023 32 ©Velleman Group nv Opmerkingen • De gemeten waarde van een weerstand in een schakeling verschilt gewoonlijk van de nominale waarde van de weerstand, omdat de teststroom van de meter door alle mogelijke paden tussen de sondepunten loopt. • Voor de grootste nauwkeurigheid bij het meten van lage weerstanden moeten beide meetsnoeren voor de meting worden aangesloten en moet deze weerstandswaarde van de meetsnoeren worden afgetrokken. • Bij hoge weerstandsmeting kan het enkele seconden duren voordat de meter de metingen stabiliseert. • In het open circuit, de meter display OL om de over bereik aan te geven 10.4 DIODE- EN CONTINUÏTEITSTEST Voer geen diode- of continuïteitsmetingen uit op circuits onder spanning. Zorg ervoor dat alle condensatoren in het circuit leeg zijn. 1. Zet de draaischakelaar in de stand 2.
Steek de banaanstekker van de zwarte testkabel in de negatieve COM aansluiting, steek de banaanstekker van de rode testkabel in de positieve "°C/°F V Hz % mF" aansluiting. 3. Plaats het rode meetsnoer op de anode van de diode en het zwarte meetsnoer op de kathode van de diode, de meter zal de ongeveer voorwaartse spanning van de diode aangeven, de sperspanning zal OL aangeven. 4. Raak de punten van de testsonde aan het circuit of de draad die u wilt controleren, de maximale waarde van de te controleren weerstand wordt getoond op het display, als de weerstand minder is dan 100Ω, klinkt het geluidssignaal. Opmerkingen • In een schakeling zou een goede diode een spanningsuitlezing in voorwaartse richting moeten geven, maar de uitlezing in achterwaartse richting kan variabel zijn, afhankelijk van de weerstand van andere paden tussen de sondepunten.
DVM040 V. 01 – 04/05/2023 33 ©Velleman Group nv 10.5 INDUCTANTIEMETING 1. Stel de draaischakelaar in op het gewenste inductiebereik (L). Begin met de H-instelling. Als de waarde minder dan 1 H is, schakel dan over op de mH-instelling. 2. Steek de banaanstekker van het zwarte meetsnoer in de negatieve COM-aansluiting en de banaanstekker van het rode meetsnoer in de positieve L µA/mA-aansluiting. 3. Raak het zwarte meetsnoer aan op het negatieve deel van en het rode meetsnoer op het positieve deel van de te meten inductantie. 4. Lees de inductiewaarde af op het LCD-scherm. Opmerkingen • De test kan meer tijd in beslag nemen voor grote condensatoren om op te laden; wacht tot de metingen tot rust komen alvorens de test te beëindigen. 10.6 CAPACITEITSMETING Voer geen capaciteitsmetingen uit op circuits onder spanning. Zorg ervoor dat alle condensatoren in het circuit leeg zijn. 1.
Stel de draaischakelaar in op het gewenste capaciteitsbereik (C). 2. Steek de banaanstekker van het zwarte meetsnoer in de negatieve COM aansluiting, steek de banaanstekker van het rode meetsnoer in de positieve "°C/°F V Hz % mF" aansluiting. 3. Raak de meetsnoeren aan op de te testen condensator en lees de capaciteitswaarde af op het display. Opmerkingen • De test kan meer tijd in beslag nemen voor grote condensatoren om op te laden; wacht tot de metingen tot rust komen alvorens de test te beëindigen. • Om de nauwkeurigheid van metingen kleiner dan 10nF te verbeteren, trekt u de restcapaciteit van de meter en de meetsnoeren af. 10.7 FREQUENTIEMETING Om elektrische schokken te voorkomen, mag u niet meer dan 250 V DC of 250 V AC rms toepassen voordat u de frequentie meet.
DVM040 V. 01 – 04/05/2023 34 ©Velleman Group nv 1. Stel de draaischakelaar in op het gewenste frequentiebereik (Hz). 2. Steek de banaanstekker van de zwarte testkabel in de negatieve COM-aansluiting en de banaanstekker van de rode testkabel in de positieve (Hz) aansluiting. 3. Raak met de uiteinden van de meetsnoeren het te testen circuit aan. 4. Lees de frequentiewaarde af op het LCD-scherm. 10.8 NCV (CONTACTLOZE SPANNING) DETECTIE Als gevolg van externe interferentiebron kan deze functie een verkeerde spanningsdetectie veroorzaken; het detectieresultaat is alleen bedoeld als referentie. 1. Verwijder de meetsnoeren en stel de draaischakelaar in op NCV positie en LCD display EF, contacteer het bovenste deel van de meter met het geteste circuit, de indicerende LED zal knipperen en een geluidssignaal zal klinken, de signaalsterkte getoond in LCD display.
Opmerkingen • Het detectieresultaat is ter referentie, bepaal de spanning niet ALLEEN door NCV-detectie. • De detectie kan worden verstoord door het ontwerp van de contactdoos, de dikte van de isolatie en andere variabele omstandigheden. • Externe storingsbronnen, zoals flitslicht, motor, enz. kunnen een verkeerde detectie veroorzaken. 10.9 LIJNTEST (HERKENNING STROOMDRAAD) 1. Stel de draaischakelaar in op de NCV positie, verbind het rode meetsnoer met "°C/°F V Hz % mF" aansluiting. Verbind het rode meetsnoer met de stroomdraad, de zoemer van de meter zal worden geactiveerd en de rode LED zal flikkeren, wanneer het rode meetsnoer de aardingslijn verbindt, zal de zoemer niet klinken en zal de LED niet flikkeren.
DVM040 V. 01 – 04/05/2023 35 ©Velleman Group nv 10.10 MAX/MIN 1. Druk op de MAX/MIN knop om de MAX/MIN opnamemodus te activeren, het displaysymbool "MAX" zal verschijnen, de meter zal de maximum meting weergeven en vasthouden en zal enkel updaten wanneer een nieuwe "max" zich voordoet. Het displaysymbool "MIN" zal verschijnen, de meter zal de minimum meting weergeven en vasthouden en zal enkel updaten wanneer een nieuwe "min" zich voordoet. 2. Om de MAX/MIN modus te verlaten houdt u de MAX/MIN knop 2 seconden ingedrukt. 10.11 RELATIEVE MODE Met de relatieve meetfunctie kunt u metingen verrichten ten opzichte van een opgeslagen referentiewaarde. Een referentiespanning, stroom, enz. kan worden opgeslagen en metingen worden verricht in vergelijking met die waarde. De weergegeven waarde is het verschil tussen de referentiewaarde en de gemeten waarde. 1.
Druk op de REL knop om de meting op te slaan in het LCD display en de REL indicator verschijnt op het LCD display. 2. Het LCD-scherm geeft het verschil aan tussen de opgeslagen waarde en de gemeten waarde. 3. Druk op de REL toets om de relatieve modus te verlaten. 10.12 ACHTERGRONDVERLICHTING Druk gedurende 1 of 2 seconden op de toets om de schermverlichting in of uit te schakelen, de schermverlichting gaat automatisch uit na 10 seconden. 10.13 VASTE FUNCTIE De hold-functie bevriest de meting op het display, druk kort op de HOLD-toets om de hold-functie te activeren of te verlaten.
DVM040 V. 01 – 04/05/2023 36 ©Velleman Group nv 11. Vervanging van batterij en zekering WAARSCHUWING: Om elektrische schokken te voorkomen moet u altijd de testsnoeren loskoppelen voordat u de behuizing opent. Gebruik, om brandgevaar te voorkomen, alleen zekeringen met dezelfde nominale waarden als in deze handleiding vermeld. Opmerking: zie de waarschuwing op het batterijvak. Het apparaat bevat geen onderdelen die door de gebruiker kunnen worden onderhouden. Raadpleeg een erkende dealer voor service en/of reserveonderdelen. Maak de meetsnoeren los van de testpunten en verwijder de meetsnoeren van de meetklemmen alvorens de batterijen of zekeringen te vervangen. • Wanneer" " wordt weergegeven, moet de batterij worden vervangen. • Zekeringen hoeven zelden te worden vervangen en doorgebrande zekeringen zijn bijna altijd het gevolg van een menselijke fout.
Om de batterij te vervangen: • Schakel het instrument uit. Koppel de meetsnoeren los. • Verwijder de schroef aan de achterkant van de behuizing en open de behuizing voorzichtig. • Verwijder de oude batterij en plaats een nieuwe. • Sluit de behuizing en draai de schroef vast. Batterij: 9V (6F22) x 1, let op de polariteit. • Voordat u een zekering vervangt, moet u ervoor zorgen dat de multimeter is losgekoppeld van de externe spanningsbron en andere aangesloten instrumenten. • Gebruik alleen zekeringen zoals beschreven in het hoofdstuk Technische gegevens. Het gebruik van hulpzekeringen, in het bijzonder het kortsluiten van zekeringhouders is verboden en kan leiden tot vernietiging van het instrument of ernstig lichamelijk letsel van de bediener. Om de zekeringen te vervangen: • Schakel het instrument uit. Koppel de meetsnoeren los.
DVM040 V. 01 – 04/05/2023 37 ©Velleman Group nv Zorg ervoor dat de meter goed gesloten is en plaats de beschermrand terug voordat u de meter gebruikt. 12. Problemen oplossen Als het apparaat zich tijdens het meten abnormaal gedraagt, betekent dit dat de interne zekering defect is. Denk eraan dat een laag batterijniveau kan leiden tot onjuiste metingen. Vervang de batterij regelmatig. (Tip: de verminderde helderheid van de achtergrondverlichting/LCD-display duidt op een laag batterijniveau). Gebruik dit toestel uitsluitend met originele accessoires. Velleman nv kan niet aansprakelijk worden gesteld in geval van schade of letsel ten gevolge van (verkeerd) gebruik van dit toestel. Voor meer info over dit product en de laatste versie van deze handleiding kunt u terecht op onze website www.velleman.eu. De informatie in deze handleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
© COPYRIGHT NOTICE Het auteursrecht op deze handleiding berust bij Velleman Group nv. Alle wereldwijde rechten zijn voorbehouden. Niets uit deze handleiding mag worden gekopieerd, gereproduceerd, vertaald of herleid tot enig elektronisch medium of anderszins zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Velleman DVM040 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Multimeter Velleman
Handleiding Multimeter
Nieuwste handleidingen voor Multimeter
