Van Speijk de Waal 2011 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Van Speijk de Waal 2011 (28 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets E-bike. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 33 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Van Speijk de Waal 2011 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Van Speijk |
| Categorie: | Fiets E-bike |
| Model: | de Waal 2011 |
Handleiding Van Speijk de Waal 2011 – volledige tekst
FRAME NUMMERS (VIN)De framenummers vindt u op het frame van de fiets bij het balhoofd, zoals aangegeven in onderstaande afbeelding. Aan de hand van het framenummer kan het model fiets worden gecontroleerd.Colofon:Van Speijk behoudt zich het recht voor om zonder nadere kennisgeving wijzigingen in uitvoering(en) en/of prijzen aan te brengen.Deze handleiding is met grote zorgvuldigheid samengesteld. Echter aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden van welke aard dan ook wordt niet aanvaard.Uitgevers & copyright ©: Hartmobile BV, Amsterdam 2011Handleiding elektrische fiets v1.1
1Gefeliciteerd!U bent de trotse bezitter van een Van Speijk fiets. De fiets is uitgerust met elektronische trapbekrachtiging wat garant staat voor een compleet nieuwe manier van fietsen. De trapbekrachtiging maakt fietsen lichter en comfortabeler dan ooit. Of u de fiets nu gebruikt voor woon- werkverkeer, voor de ritjes met uw kind, zware boodschappen achterop of om er zomaar op uit te trekken, het is of u altijd de wind mee heeft. Dankzij de betrouwbare, duurzame en eenvoudig te bedienen elektronische trapbekrachtiging wordt inspanning nu ontspanning!De kans is groot dat u nog niet eerder in het bezit was van een fiets met elektrische trapbekrachtiging. Om die reden heeft Van Speijk voor u een uitgebreide gebruikshandleiding samengesteld. Van Speijk raadt u aan deze rustig door te nemen.
2 INHOUDInhoud1 Bedieningspaneel 4Informatie op het schermInstellen van de trapbekrachtigingGebruik van de afstandmetersSchermverlichtingStoringscodes2 Accu 6Accu loskoppelen en uitnemenAccu indicatorAccu opladenWat u verder moet weten over uw accu3 Trapbekrachtiging 9Wat is Trapbekrachtiging?Trapbekrachtiging in- en uitschakelenWat u verder moet weten over Trapbekrachtiging4 Zadel 11Gewenste zithoogteZadel instellen5 Stuur 12Gewenste stuurinstellingStuur instellen6 Verlichting 13Verlichting in- en uitschakelen7 Remmen 14Gewenste afstelling remmenGrove afstelling remmenFijne afstelling remmenRemblokjes vervangen8 Banden 15Gewenste bandenspanning
41 BedieningspaneelInformatie op het schermZorg dat het contactslot van de accu op de ‘AAN’ stand staat. Schakel het bedieningspaneel aan met de ‘AAN’ knop (knop 1). Het scherm geeft u de volgende informatie:A. Accu indicator 1. AAN/UIT knopB. Verbruiksmeter 2. InstellingenC. Snelheid 3. Bekrachtiging verhogenD. Bekrachtigingsprogramma (1 tot 6) 4. Bekrachtiging verlagenE. Afstand trip / Afstand totaalF. Indicator storingscodeG. Display verlichtingH. Indicator weergave dag afstandHet instellen van de trapbekrachtigingGebruik de pijltjestoetsen (knop 3 en 4) om te kiezen tussen de 6 bekrachtigingsprogramma’s of de ‘AUTO’ stand. De 6e stand geeft de sterkste bekrachtiging. In de ‘AUTO’ stand levert de motor geen bekrachtiging.
Houd er rekening mee dat de accu bij gebruik van een sterke bekrachtiging sneller leeg loop dan bij een lichtere bekrachtiging.Gebruik van de kilometer tellerOp het scherm kunt u zowel de tripafstand als de totaal met de fi ets afgelegde afstand weergeven (deze herkent u aan indicator ‘H’). Door 2 keer op “SET” te drukken en daarna 1 keer op het pijltje naar beneden (knop 4) zet u de tripafstand terug op nul.1AB324CDEGH1.1 F
5SchermverlichtingDruk op ‘SET’, vervolgens op de pijltjestoetsen (knop 3 en 4) om de verlichting van het scherm in te stellen. Tijdens het instellen van de verlichting knippert ‘G’. Na 10 seconden stopt ‘G’ met knipperen, de toetsen hebben nu weer hun oorspronkelijke functie. LET OP! U kunt het bedieningspaneel alleen gebruiken wanneer de accu is aangesloten op de fiets en in de ‘AAN’ stand staat. LET OP! Wanneer de accu tijdens het fietsen in de ‘UIT’ stand staat of u de fiets zonder accu gebruikt kunnen willekeurige waardes in het display verschijnen doordat de motor lichte stroompjes opwekt. Alles dat in het display verschijnt wanneer het systeem niet staat ingeschakeld kunt u negeren. StoringscodesDe fiets is voorzien van een intelligent storingsdetectiesysteem.
In geval van een storing in het elektrische systeem van uw fiets verschijnt de storingsindicator (Afbeelding 1.1 F) met een knipperende storingscode (02 tot 09) in het display op de plaats van de snelheidsindicator (Afbeelding 1.1 C).Toelichting stroringscodes:02 Storing in de controller03 Bekabeling is los dan wel beschadigd04 Lage accuspanning. Laad uw accu op05 Storing in de remsensor. Controleer visueel of de rem beschadigd is06 Storing in de trapsensor08 Beschadiging aan controller09 Accuspanning te hoogWanneer een van de bovenstaande storingscodes op uw display verschijnt dient u het systeem uit te schakelen en vervolgens opnieuw op te starten. Als de storingscode direct of op een later tijdstip opnieuw wordt weergegeven raden wij u aan contact op te nemen met uw servicepunt (contactgegevens voorin deze handleiding).
6Accu indicatorU kunt op ieder moment eenvoudig zien hoe vol de accu is. Achter op de accu vindt u een accu indicator (2.3). Wanneer u op de rode knop drukt zullen er lampjes gaan branden die aangeven hoe vol de accu is. In dit display betekend 5 lampjes een volle accu (‘FULL’) en 1 lampje een (bijna-) lege accu (‘EMPTY’).LET OP!! Verwijder de sleutel na het terugplaatsen van de accu, in verband met eventueel verlies en/of diefstal van de de sleutel en accu.2.1 2.2EMPTY FULL2.32. AccuAccu loskoppelen en uitnemenLinks achterop de accu bevindt zich het accuslot. Hiermee kunt u de accu aan de fi ets vergrendelen of van de fi ets loskoppelen.Om het slot te ontgrendelen: Druk de sleutel in het slot en draait deze linksom (afbeelding 2.1). Gebruik het uitklapbare handvat aan de achterkant om de accu onder de bagagedrager uit te trekken (afbeelding 2.2).
7Accu opladenMet de bijgeleverde lader kunt u de accu opladen (2.5). U kunt de accu zowel in de fi ets als buiten de fi ets opladen. Het laadpunt van de accu is afgedekt door een draaibaar kunststof dopje (zie afbeelding 2.4).Tijdens het laden zal er op de lader een rood en een oranje lampje zichtbaar zijn (2.6). Wanneer dit oranje lampje groen is, is de accu volledig opgeladen.LET OP! Sluit bij het opladen altijd de oplader aan op de accu en het lichtnet voor u de oplader in de “AAN” stand zet. Schakel de lader in de “UIT” stand voor u de bekabeling loskoppelt. Wanneer van deze volgorde wordt afgeweken kan op de lader het groene lampje gaan branden terwijl de accu in werkelijkheid nog niet vol is.LET OP! Schakel de lader uit en ontkoppel deze van de accu wanneer de accu is opgeladen. Dit voorkomt dat de levensduur van de batterij wordt verkort.2.4 2.5LET OP!
Wanneer de accu lange tijd niet gebruikt wordt kan deze onherstelbare schade oplopen. Zorg ervoor dat u de accu iedere 3 maanden een half uur oplaadt. LET OP! Wanneer de accu volledig leeg is, dient u deze direct op te laden. Wanneer cellen langere tijd leeg staan, kunnen deze beschadigd raken.LET OP! Wanneer de ets lange tijd niet gebruikt wordt raden wij u aan de accu uit de ets te nemen.LET OP! Gebruik uw acculader alleen op droge, goed geventileerde plekken.LET OP! De acculader is niet bestand tegen vocht en/of valschokken2.6
8Wat u verder moet weten over uw accu• Sluit het positieve contact van de batterij nooit aan op het negatieve contact.• De accu is spatwaterdicht en dus bestand tegen regen. U kunt u fiets dus prima gebruiken bij slecht weer. Probeer de accu echter niet bloot te stellen aan grote hoeveelheden water.• De belasting voor het milieu is niet zwaar, elektriciteit wordt tot schone energievorm gerekend. Uw accu moet wel (net als batterijen) aan het einde van de levenscyclus worden ingeleverd om gerecycled te kunnen worden.• De prestaties van uw accu zullen bij extreem lage temperaturen afnemen*.• Het accupakket kan onder ideale omstandigheden circa 1000 - 1200 keer volledig opgeladen worden. De prestaties zullen door veel gebruik en in de tijd langzaam afnemen en uiteindelijk moet het accupakket vervangen worden.
• Stel de batterij niet bloot aan hoge temperaturen (> 50 °C), zoals verwarming, direct zonlicht en vuur.• Haal de batterij niet uit elkaar. Raadpleeg de uw servicepunt bij problemen (zie contactgegevens voorin deze handleiding).• Bij langdurige opslag, plaats de accu op een schaduwrijke, koele en droge plek.• Maak alleen gebruik van de meegeleverde oplader.*Alle genoemde specificaties gelden bij een temperatuur van 25 °C. De richtlijn is dat de capaciteit met 1 % afneemt bij 1 °C temperatuurdaling.
93. TrapbekrachtigingWat is trapbekrachtiging?De fiets is voorzien van elektrische trapbekrachtiging. De motor vult uw eigen inspanningen aan, waardoor uw prestaties toenemen terwijl u minder moe wordt. De werking van de trapbekrachtiging is afhankelijk van de snelheid waarmee de pedalen rondgedraaid worden en de fietssnelheid. Wordt er niet getrapt dan doet de motor niets. Wordt er opgestart dan is de ondersteuning die de motor biedt groot zodat u gemakkelijk op gang geholpen wordt.Trapbekrachtiging in- en uitschakelenZodra u het bedieningspaneel aanzet staat de trapbekrachtiging ingeschakeld in de laatst gebruikte stand. Met de pijltjestoetsen kunt u de mate van bekrachtiging verhogen of verlagen. U kunt de trapbekrachtiging uitschakelen door met het pijltje naar beneden op het bedieningspaneel de bekrachtiging in de ‘AUTO’ stand te zetten.
Houd er rekening mee dat de accu bij een zware bekrachtiging sneller leeg loopt dan bij een lichtere bekrachtiging (zie figuur 3.1). Let op! Ook de bandenspanning, de massa van de gebruiker en de fietsomstandigheden hebben een grote invloed hebben op de actieradius.6543213.1: invloed van bekrachtigings-programma op actieradius.
10Wat u verder moet weten over trapbekrachtiging• Door de krachtige ondersteuning zult u makkelijk hogere snelheden halen dan u gewend bent. Probeer de fiets eerst in een verkeersluwe omgeving om zo te wennen aan uw nieuwe fiets. • Het opstappen bij de fiets is, als de trapbekrachtiging is ingeschakeld, anders dan bij een normale fiets. U zult makkelijker wegrijden. Laat u niet verrassen door de ondersteuning en maak u eerst bekend met de ondersteuning voordat u zich in druk verkeer gaat begeven. Wij raden u aan om bekrachtigingsprogramma 1 te gebruiker voor het wegfietsen uit stilstand.• De fiets zorgt als de trapbekrachtiging uit staat niet voor extra weerstand. U kunt de fiets dus altijd, ook zonder accu, als gewone fiets gebruiken.• De trapbekrachtiging is afhankelijk van de trapkracht op de pedalen.
Wanneer u meer kracht levert, zal de trapbekrachtiging meer ondersteuning bieden bij het fietsen.• De trapbekrachtiging is wettelijk begrensd op een snelheid van 25 km/h. Dit wil zeggen dat als u richting een snelheid van 25 km/h gaat de trapbekrachtiging geleidelijk zal afnemen tot nul. • De actieradius van de fiets is afhankelijk van de omstandigheden. De opgegeven waarden zijn onder gemiddelde omstandigheden gemeten. De belangrijkste factoren zijn: gewicht berijder, rijsnelheid, hellingen in het parcours, tegenwind, veel versnellen en afremmen (stad) en de buitentemperatuur. Bij zeer lage temperaturen wordt de actieradius sterk negatief beinvloed. Houdt hier rekening mee. LET OP! Denk er bij het wegrijden aan dat de trapbekrachtiging uw inspanning zal versterken. Zet niet te enthousiast af. LET OP! Schakel de bekrachtiging uit wanneer u van de fiets afstapt.
114. ZadelGewenste zithoogteMet de zithoogte wordt de afstand bedoeld tussen het zitgedeelte van het zadel en de trapper in de benedenstand. De zithoogte is juist ingesteld wanneer de knie net iets gebogen is terwijl u uw voet op het pedaal (in de benedenstand) heeft staan (4.1). Aarzelt u vooral niet een erkende rijwielspecialist om advies te vragen! LET OP! Als u uw voeten plat op de grond kunt plaatsen, staat uw zadel te laag.Zadel instellenDe hoogte van het zadel kan worden ingesteld door de inbusbout bovenaan de zadelpen met een inbussleutel los te draaien (afbeelding 4.2). LET OP! De veiligheidsstreepjes mogen nooit zichtbaar zijn nadat het zadel in hoogte afgesteld is.U kunt het zadel kantelen en zowel voor- als achterwaarts verstellen (4.3). Om dit te doen draait u met een moersleutel de moer aan de onderzijde van het zadel (4.4) los.
125. StuurGewenste stuurinstelling Als vuistregel voor het bepalen van de afstand tussen het stuur en het zadel geldt dat u met uw vuist het stuur moet kunnen raken terwijl u ondertussen met uw elleboog op de punt van het zadel steunt.Deze vuistregel moet gezien worden als een richtlijn, omdat de instelling vooral heel persoonlijk is. Let wel op dat een te grote afstand tussen zadel en stuur, vaak de oorzaak is van nek-, rug- en schouderklachten. Van Speijk adviseert u om samen met een erkende rijwielspecialist uw stuur en zadel naar uw wensen in te stellen.Stuur instellenDoor het afstellen van de hoogte (5.1A), de diepte (5.1B) en de hellingshoek (5.1C) kunt u het stuur instellen in de door u gewenste stand.5.25.3 5.4U kunt de afstand van het stuur tot het zadel vergroten en verkleinen nadat u met een inbussleutel de expanderbout aan de onderkant van het stuur heeft losgedraaid (5.3).
Draai nadat u de juiste afstand heeft ingesteld de bout ook weer goed aan. Controleer vervolgens of uw stuur goed vastzit.ABC5.1Om de hoogte van het stuur te verstellen dient u eerst het kunststof afdekdopje te verwijderen. Draai vervolgens de expanderbout met een inbussleutel los (5.2). Draai de bout, nadat u de juiste hoogte heeft ingesteld, ook weer goed aan. Controleer vervolgens of uw stuur goed vastzit.
13U kunt het stuur van uw fi ets fi jn afstellen door de hellings-hoek naar uw persoonlijke voorkeur aan te passen. Draai hiervoor met een inbussleutel de voorvouwbout ruim een slag los (5.4). Draai, nadat u het stuur in de juiste stand heeft afgesteld, de voorvouwbout weer goed aan. Controleer vervolgens of uw stuur goed vastzit. 6. VerlichtingVerlichting in- en uitschakelenDe fi ets is voorzien van PowerLED verlichting voor en achter. Beide lampjes zijn voorzien van eigen batterijen en een eigen schakelaar. Het achterlicht bedient u met de schakelaar aan de rechter zijkant (6.1). De koplamp bedient u met de schakelaar aan de achterkant (6.2).6.26.1
147. RemmenGewenste afstelling remmen (V-brakes) De remmen moeten zodanig zijn afgesteld dat wanneer u de hendel een kwart tot half inknijpt (7.1) het volledige remoppervlak van de remblokjes tegen de velg wordt gedrukt (7.2).Grove afstelling remmen Wanneer de afstelling van uw remmen een grote afwijking vertoont ten opzichte van de gewenste afstelling, zult u eerst de grove afstelling van uw remmen moeten veranderen. De grove afstelling van uw remmen past u aan, door met een inbussleutel de kabelklembout los te draaien (7.3). Vervolgens kunt de de remarmen met duim en wijsvinger tot de gewenste afstand naar elkaar toeduwen (7.4). Zorg dat de remkabel onder de klembout blijft en draai vervolgens de klembout weer goed vast. Fijne afstelling remmen Met de kabelstelschroef (bevestigd daar waar de remkabel de hevel verlaat), kunt u de remmen fijn afstellen.
158. BandenGewenste bandenspanningDe bandenspanning is van invloed op de actieradius en het comfort van uw fiets.Het is aan te raden u banden altijd hard op te pompen. Hard wil zeggen dat u met uw duimen de band nog net een klein beetje moet kunnen indrukken. Op de zijkant van alle banden is terug te vinden hoeveel de maximale bandenspanning bedraagt. Deze bandenspanning wordt uitgedrukt in Bar. Van Speijk adviseert u om bij het oppompen van uw band een fietspomp te gebruiken die is uitgerust met een bandenspanningsmeter. Remblokjes vervangen De remblokjes moeten worden vervangen op het moment dat de inkepingen zijn weggesleten (7.6).Om de remblokjes te kunnen vervangen dient u allereerst de kabelstelschroef naar binnen te draaien, zodat de remkabel zich ontspant (7.5). Vervolgens drukt u met duim en wijsvinger de remarmen naar elkaar toe (7.4) en haalt u de remkabel los (7.7).
169. VersnellingenSchakelenDe fi ets is voorzien van 7 versnellingen. De versnellingen kunt u bedienen door tijdens het fi etsen de binnenkant van het rechterhandvat te draaien (9.1). Schakel niet meer dan één versnelling tegelijk. LET OP! Blijf tijdens het schakelen altijd in hetzelfde tempo doortrappen en verlaag de pedaaldruk enigszins. Trap beslist niet achteruit!10. SlotUitleg slotUw fi ets is voorzien van een ART goedgekeurd ringslot. Het ringslot kan gesloten worden door de sleutel rechtsom te draaien en vervolgens de beugel van het slot naar beneden te duwen. Trek de sleutel vervolgens uit het slot als u de laagste stand bereikt heeft met de beugel.
1711. OnderhoudServicebeurtenDe fabrikant raadt u aan uw fiets regelmatig te laten controleren bij een erkende rijwielspecialist. Verstandig is de eerste beurt al binnen 3 maanden te laten plaatsvinden en de tweede na 1 jaar. Onthoud goed dat u door regelmatige controle, op lange termijn een hoop onnodige schade kan voorkomen en dus ook een hoop onnodige kosten!Natuurlijk kunt u er ook zelf aan bijdragen dat uw fiets zo lang mogelijk in SchoonmakenU kunt uw fiets schoonmaken door eerst met een borstel het vuil te verwijderen en vervolgens met warm water te wassen. Zo ziet uw fiets er weer als nieuw uit. Een regelmatige schoonmaakbeurt van de fiets bevordert de levensduur. Pas op met te overvloedig gebruik van water in de buurt van de accu.
Zorg er voor dat ook tussen het sensorplaatje in de sensor (bij de trapas) geen vuil komt.BehandelingBehalve een regelmatige schoonmaakbeurt is het verstandig om bepaalde onderdelen na het schoonmaken direct te behandelen. Zo adviseren wij om verchroomde delen, ongelakt aluminium en roestvaststalen onderdelen in te vetten met zuurvrije vaseline om oxidatie (roest) te voorkomen. Draaiende delen hebben vet/olie nodig. Het is aan te bevelen de ketting, tandwielen en assen regelmatig te smeren. Een erkende rijwielspecialist kan dit voor u doen.Algemeen onderhoud1 Bandenspanning en profiel controleren2 Remmen slijtage controleren, af en toe de fijn afstelling aanpassen3 Trapsensor bij ernstige vuil met spons en lauw water schoonmaken4 Ketting smeren5 Als er een slag in een wiel optreed direct door een erkende rijwielspecialist laten repareren.
21ControleControleer regelmatig het volgende:• Is de accu opgeladen?• Werken de remmen nog zoals het hoort? Zitten remblokjes, bouten en moeren nog goed vast? Zijn de kabels niet beschadigd? Zijn de remoppervlakken schoon en vetvrij? Zijn er geen remblokjes versleten?• Staat mijn fiets goed afgesteld? Staan het zadel en het stuur niet boven de maximaal toegestane stand? Vind ik de hoek waarin het stuur staat prettig? Is mijn stuur wel goed uitgelijnd met het voorwiel?• Zitten mijn handgrepen nog goed vast?• Is de spanning van mijn spaken nog voldoende? Heb ik geen slag ik mijn wiel? Zijn er geen spaken gebroken?• Hebben mijn banden de juiste spanning? Zit er nog voldoende profiel op mijn banden? • Zit de stuurpen goed vast? Zit mijn zadel goed vast? Zit er geen speling in mijn wielen?• Werken mijn lichten? Ben ik goed zichtbaar in het donker?
Zijn de oppervlakken van de reflectoren goed schoon? Zijn de reflecterende strippen op mijn banden aanwezig en zo ja, zijn ze schoon?• Werkt de trapbekrachtiging naar behoren? • Werken de versnellingen zoals ze behoren te werken?• Is de kettingspanning juist?• Is mijn fiets niet toe aan een schoonmaakbeurt?• Heb ik mijn fiets recent een servicebeurt gegeven?
2413. WAARSCHUWINGENLees eerst deze handleiding aandachtig door en volg de aanwijzingen die hierin beschreven staan op.Gebruik als u de accu wilt opladen hiervoor alleen de bijgeleverde acculader.Gebruik de accu alleen voor uw fiets.Spuit de fiets niet schoon met een hogedruk spuit. Een te krachtige waterstraal kan de elektronica van de fiets beschadigen. De garantie vervalt.Bij oneigenlijk gebruik kunt u uzelf en anderen in gevaar brengen. Bovendien vervalt bij oneigenlijk gebruik de garantie.Gebruik geen andere dan de door de fabrikan meegeleverde accu voor uw fiets.Steek geen voorwerpen in de lader en stel zowel de lader als de accu en elektronica niet bloot aan water of andere vloeistoffen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Van Speijk de Waal 2011 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fiets E-bike Van Speijk
Handleiding Fiets E-bike
Nieuwste handleidingen voor Fiets E-bike