Vaillant TurboMag 17-2/0 A Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Vaillant TurboMag 17-2/0 A (35 pagina’s), behorend tot de categorie Ketel & boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 105 mensen. Heb je een vraag over Vaillant TurboMag 17-2/0 A of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Vaillant |
| Categorie: | Ketel & boiler |
| Model: | TurboMag 17-2/0 A |
| Kleur van het product: | Wit |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 27200 g |
| Breedte: | 410 mm |
| Diepte: | 322 mm |
| Hoogte: | 742 mm |
| Soort: | Zonder reservoir |
| Ondersteuning voor plaatsing: | Verticaal |
| Instelbare thermostaat: | Ja |
| Maximaal vermogen: | 29000 W |
| Verwamingslocatie: | Binnen |
| Brandstof: | Methaan |
| Boiler systeem: | Solo-boilersysteem |
| Warmwatercapaciteit: | 16.6 l/min |
| Ontstekings type: | Elektronisch |
| Minimum operating pressure: | 0.2 bar |
Foutcodes Vaillant TurboMag 17-2/0 A
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing | Pagina |
|---|---|---|---|
| F28 | Onderbreking van de gastoevoer | Controleer of de gasafsluitkraan aan het toestel geopend is. Stel het toestel door het verdraaien van de hoofdschakelaar buiten bedrijf (0) en daarna opnieuw in bedrijf (I). Is de storing niet verholpen, neem dan contact op met uw erkende gespecialiseerde firma. | 10 |
Alle foutcodes Vaillant Ketel & boiler 26 Gebruiksaanwijzing turboMAG 14-2/0 en 17-2/0 Algemene informatieDe toestellen turboMAG 14-2/0, 17-2/0 zijn aansluitklaar; ze moeten enkel met de buisleidingen, de lucht-/rookgasgeleiding en het wisselstroomnet verbonden worden. Ze dienen om een of meerdere aftappunten, b. v. wastafels, douches en badkuipen van warm water te voorzien. De toestellen moeten aan een lucht-/rookgasgeleiding aangesloten worden, waarmee de toestelinterne ventila-tor de toevoer- en retourlucht transporteert. Zij beschikken over een automatische ontstekings- en bewakingsinrichting voor de hoofdbrander, daarvoor valt het gasverbruik van een permanent brandende ontste-kingsvlam weg. De gasdoorstroomgeisers zijn met een veiligheidstempe-ratuurbegrenzer uitgerust die bij een oververhitting van het verwarmingselement het verdere gebruik van het toestel verhindert. De precieze benaming van uw toestel heeft de installa-teur in de installatiehandleiding in de tab. Gaswaarden vermeld (zie hoofdst. 10). Bijzondere productkenmerkenDe toestellen zijn met een gevoelige doorstromingssen-sor (vleugelwiel met elektronische sensor) uitgerust die al bij doorstroming van geringe waterhoeveelheden het toestel in gebruik neemt. Daarnaast beschikken de toe-stellen over een elektronisch geregelde vermogensaan-passing die ervoor zorgt dat afhankelijk van de doorstro-mende waterhoeveelheid de gashoeveelheid traploos (van 30 % tot 100 %) veranderd wordt. Daardoor wordt de uitlooptemperatuur onafhankelijk van de getapte hoeveelheid alsook schommelingen van de waterdruk en de inlooptemperatuur constant gehouden. Door deze uitrustingskenmerken onstaan voor het gebruik de volgende voordelen:– Het toestel verbruikt slechts zoveel gas als nodig is voor de momentele behoefte. Daardoor wordt in het volledige aftapbereik van het toestel een constante uitlooptemperatuur bereikt. – Het gebruik van thermostaat-mengbatterijen en één-greeps mengkranen is zonder beperking mogelijk. – De toestellen kunnen ook voor de voorziening van aftappunten met geringe afnamehoeveelheden, b. v. bidets, ingezet worden, omdat al warmwaterhoeveel-heden vanaf 2,2 l/min met constante uitlooptempera-tuur getapt kunnen worden. – De toestellen kunnen ook in gebieden met lage toe-voerdruk (vanaf 0,2 bar) probleemloos ingezet worden. – Een gesloten verbrandingskamer maakt het gebruik onafhankelijk van de ruimtelucht mogelijk. – De toestellen kunnen op verticale en horizontale dak-doorvoeren, aan de buitenmuur en aan LAS-systemen aangesloten worden. 1 Aanwijzingen bij de documentatieDe volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volledige documentatie. In combinatie met deze gebruiksaanwijzing en installa-tievoorschriften zijn andere documenten geldig. Voor schade die door het niet naleven van deze hand-leidingen ontstaat, kunnen we niet aansprakelijk gesteld worden. Geldende documentenvoor de gebruiker van de installatie:– Garantiekaart (Art. Nr. 804558)voor de vakman:– Montagehandleiding lucht-/rookgastoebehoren(Art. Nr. 921062)1. 1 Bewaren van de documentenGelieve deze gebruiksaanwijzing alsook alle andere belangrijke documenten zodanig te bewaren dat ze direct ter beschikking staan. Geef de documenten bij verhuis of verkoop van het toe-stel aan de volgende eigenaar. 1. 2 Gebruikte symbolenGelieve bij de bediening van het toestel de veiligheidsin-structies in deze gebruiksaanwijzing in acht te nemen. Gevaar. Onmiddellijk gevaar voor leven en goed. Attentie. Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en milieu. Aanwijzing. Nuttige informatie en aanwijzingen. • Symbool voor vereiste activiteit. 1. 3 CE-aanduidingMet de CE-aanduiding wordt gedocumenteerd dat de toestellen conform het typeoverzicht aan de fundamen-tele vereisten van de volgende richtlijnen voldoen:– Gastoestelrichtlijn (richtlijn 90/396/EEG van de Raad)– Richtlijn over de elektromagnetische compatibiliteit met de grenswaardeklasse B (richtlijn 89/336/EEG van de raad)– Laagspanningsrichtlijn (richtlijn 73/23/EEG van de Raad)1. 4 ToesteltypeU kunt het geïnstalleerde toesteltype aan de hand van de vermelding in het hoofdstuk Technische gegevens in de installatiehandleiding vaststellen, die de installateur na de installatie daar aangebracht heeft. Algemene informatieBijzondere productkenmerken1 Aanwijzingen bij de documentatie. 27Gebruiksaanwijzing turboMAG 14-2/0 en 17-2/0 BE nl2 VeiligheidWat te doen in geval van nood Gevaar. Gasgeur. Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten. Gelieve bij gasgeur als volgt te handelen:• Geen licht in-/uitschakelen. • Geen andere elektrische schakelaars bedienen. • Geen telefoon in de gevarenzone gebruiken. • Geen open vuur gebruiken (b. v. aansteker, lucifer). • Niet roken. • Gasafsluitkraan sluiten. • Ramen en deuren openen. • Medebewoners waarschuwen. • Huis verlaten. • Gasmaatschappij of uw erkende technicus op de hoog-te brengen. VeiligheidsinstructiesNeem absoluut de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. Gevaar. Ontploffingsgevaar door ontvlambare gas-lucht-mengsels. Explosieve of licht ontvlambare stoffen (b. v. benzine, verf etc. ) niet in de opstellingsruimte van het toestel gebruiken of opslaan. Gevaar. Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten. De veiligheidsinrichtingen mogen in geen geval uit bedrijf gesteld worden en er mogen ook geen manipulaties aan deze inrichtingen uitgevoerd worden, waardoor de goede werking ervan in gevaar kan komen. Daarom geen veranderingen uitvoeren:– aan het toestel– in de omgeving van het toestel– aan de toevoerleidingen voor gas, toevoerlucht, water en stroom– alsook aan de afvoerleidingen voor rookgas. Het veranderingsverbod geldt eveneens voor bouwcon-structies in de omgeving van het toestel, voor zover die een invloed op de bedrijfsveiligheid van het toestel kun-nen hebben. Voorbeelden hiervoor zijn:– Openingen voor toevoerlucht en rookgas moet u vrij-houden. Let erop dat b. v. afdekkingen van de openin-gen bij werkzaamheden aan de buitenfaçade opnieuw verwijderd worden. Voor wijzigingen aan het toestel of in de omgeving ervan moet u in elk geval een beroep doen op de erkende gespecialiseerde firma die hiervoor bevoegd is. Attentie. Beschadigingsgevaar door ondeskundige veran-deringen. Voer in geen geval zelf wijzigingen of manipula-ties aan de gasdoorstroomgeiser of aan andere delen van de installatie uit. Probeer nooit om onderhoud of reparaties aan het toestel zelf uit te voeren. – Vernietig of verwijder geen loodjes van componen-ten. Enkel erkende vaklui en de klantendienst van de fabriek zijn geautoriseerd om gelode componenten te veranderen. Gevaar. Verbrandingsgevaar. Het water uit de waterkraan kan heet zijn. Attentie. Beschadigingsgevaar. Gebruik geen sprays, oplosmiddelen, chloorhou-dende reinigingsmiddelen, verf, lijm enz. in de omgeving van het toestel. Deze stoffen kunnen onder ongunstige omstandigheden tot corrosie – ook in het rookgassysteem – leiden. Opstelling en instellingHet toestel mag enkel door een erkende technicus geïn-stalleerd worden. Die is ook verantwoordelijk voor de deskundige installatie en ingebruikneming. 28 Gebruiksaanwijzing turboMAG 14-2/0 en 17-2/0 3 Aanwijzingen bij installatie en gebruik3. 1 FabrieksgarantieDe producten van de NV Vaillant zijn gewaarborgd tegen alle materiaal- en constructiefouten voor een periode van één jaar vanaf de datum vermeld op het aankoop-factuur dat u heel nauwkeurig dient bij te houden. De waarborg geldt alleen onder de volgende voorwaar-den:1. Het toestel moet door een erkend gekwalificeerd vak-man geplaatst worden, onder zijn volledige verant-woordelijkheid, en hij zal erop letten dat de normen en installatievoorschriften nageleefd worden. 2. Het toestel moet voorzien worden van een geldig bewijs van goedkeuring door de officiële Belgische instanties. 3. Het is enkel aan de technici van de Vaillant fabriek toe-gelaten om herstellingen of wijzigingen aan het toe-stel onder garantie uit te voeren, opdat de waarborg van toepassing zou blijven. De originele onderdelen moeten in het Vaillant-toestel gemonteerd zijn, zoniet wordt de waarborg geannuleerd. 4. Teneinde de waarborg te laten gelden, moet u ons de garantiekaart volledig ingevuld, ondertekend en gefrankeerd terugzenden binnen de veertien dagen na de installatie. De waarborg wordt niet toegekend indien de slechte werking van het toestel het gevolg is van een slechte regeling, door het gebruik van een niet overeenkomstige energie, een verkeerde of gebrekkige installatie, de niet-naleving van de gebruiksaanwijzing die bij het toestel gevoegd is, door het niet opvolgen van de normen betreffende de installatievoorschriften, het type van lokaal of ver-luchting, verwaarlozing, overbelasting, bevriezing, elke normale slijtage of elke handeling van overmacht. In dit geval zullen onze prestaties en de geleverde onder-delen aangerekend worden. Bij facturatie, opgesteld vol-gens de algemene voorwaarden van de naverkoopdienst, wordt deze steeds opgemaakt op de naam van de per-soon die de oproep heeft verricht en/of de naam van de persoon bij wie het werk is uitgevoerd, behoudens voor-afgaand schriftelijk akkoord van een derde persoon (bv. huurder, eigenaar, syndic, enz. ) die deze factuur uitdruk-kelijk ten zijne laste neemt. Het factuurbedrag zal con-tant betaald moeten worden aan de fabriekstechnicus die het werk heeft uitgevoerd. Het herstellen of vervangen van onderdelen tijdens de garantieperiode heeft geen verlenging van de waarborg tot gevolg. De toekenning van garantie sluit elke betaling van schadevergoeding uit en dit tot voor om het even welke reden ze ook gevraagd wordt. Voor elk verschil, zijn enkel de Tribunalen van het district waar de hoofd-zetel van de vennootschap gevestigd is, bevoegd. 3. 2 Gebruik volgens de bestemmingDe Vaillant gasdoorstroomgeisers van de serie MAG zijn volgens de modernste technieken en de erkende veilig-heidstechnische regels geconstrueerd. Toch kunnen er bij het ondeskundige of niet-reglementaire gebruik geva-ren voor leven en goed van de gebruiker of derden of beschadigingen aan het toestel en andere voorwerpen ontstaan. De gasdoorstroomgeisers zijn speciaal voor de warmwa-terbereiding met gas bestemd. Een ander of daarvan afwijkend gebruik geldt als niet volgens de voorschrif-ten. Voor hieruit resulterende schade kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld worden. Het risico draagt alleen de gebruiker. Tot het gebruik volgens de bestemming horen ook het in acht nemen van de gebruiksaanwijzing en de installatie-voorschriften alsook alle andere geldende documenten en het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoor-schriften. Attentie. 3 Vereisten aan de plaats van opstellingDe gasdoorstroomgeisers worden aan een muur, bij voorkeur in de buurt van het regelmatige aftappunt en van de lucht-/rookgasgeleiding geïnstalleerd. Ze kunnen in b. v. woningen, kelderruimtes, bergruimtes of polyvalente ruimtes geïnstalleerd worden. Vraag uw technicus welke geldende nationale voorschriften in acht genomen moeten worden. De opstellingsplaats moet permanent vorstvrij zijn. Als u dit niet kunt garanderen, neem dan de vermelde vorst-beveiligingsmaatregelen in acht. Aanwijzing. Om de regelmatige onderhoudswerkzaamheden mogelijk te maken, dient u aan de zijkant een minimale afstand van 30 mm tot het toestel in acht te nemen. 3. 4 Onderhoud• Reinig de bekleding van uw toestel met een vochtige doek en een beetje zeep. Aanwijzing. 29Gebruiksaanwijzing turboMAG 14-2/0 en 17-2/0 BE nl3.5.1 ToestelUw gasdoorstroomgeiser alsook alle toebehoren horen niet in het huishoudelijke afval thuis. Zorg ervoor dat het oude toestel en evt. voorhanden toebehoren op een des-kundige manier afgevoerd worden.3.5.2 VerpakkingHet afvoeren van de transportverpakking laat u het best over aan de gespecialiseerde firma die het toestel geïn-stalleerd heeft. Aanwijzing!Gelieve de geldende nationale wettelijke voor-schriften in acht te nemen.3.6 Energiebesparende tipsGepaste warmwatertemperatuurHet warme water dient slechts zover opgewarmd te wor-den als het voor het gebruik nodig is. Elke verdere opwarming leidt tot onnodig energieverbruik, warmwa-tertemperaturen van meer dan 60 °C bovendien tot ver-sterkte kalkaanslag.Bewuste omgang met waterEen bewuste omgang met water kan de verbruikskosten duidelijk doen dalen. Bijvoorbeeld douchen in de plaats van een bad te nemen: Terwijl voor een bad ca. 150 liter water nodig is, heeft een met moderne, waterbesparen-de armaturen uitgeruste douche slechts ca. een derde van deze hoeveelheid nodig. Overigens: Een druppelende waterkraan verspilt tot 2000 liter water, een ondichte toiletspoeling tot 4000 liter water per jaar. Daarentegen kost een nieuwe afdichting slechts een paar cent.4 Bediening4.1 Overzicht bedieningselementen1675234Afb. 4.1 OverzichtLegende 1 Hoofdschakelaar AAN/UIT2 Indicatie-element (ingestelde temperatuur/storingscode)3 Koudwateraansluiting4 Gasaansluiting5 Warmwateraansluiting6 Temperatuurkeuzeknop7 Bedrijfsindicatie-LED Aanwijzingen bij installatie en gebruik 3Bediening 4 30 Gebruiksaanwijzing turboMAG 14-2/0 en 17-2/0 4. 2 Maatregelen voor de ingebruikneming34Afb. 4. 2 Afsluitinrichtingen• Open de gasafsluitkraan aan de gasaansluiting ( ) van 4het toestel door de greep in te drukken en naar links tot aan de aanslag te draaien (kwartdraai). • Open het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting (3) van het toestel met een sleufschroevendraaier. 4. 3 Ingebruikneming• Draai de hoofdschakelaar (1) op AAN (I). De gasdoor-stroomgeiser gaat in stand-by. 1Afb. 4. 3 IngebruiknemingHet indicatie-element wordt op werking gecontroleerd. Na ca. 1 sec. wisselt de weergave op de ingestelde tem-peratuur. Tegelijkertijd treedt de ventilator gedurende ca. 15 sec. in werking. • Zet de temperatuurkeuzeknop op de middelste positie. Als u de eerste keer na de ingebruikneming warm water tapt, stelt het toestel zich binnen ca. 5 minuten automa-tisch op de plaatselijke omstandigheden in. Daarna kunt u de temperatuurinstelling willekeurig veranderen. Aanwijzing. Gelieve bij eventuele ondichtheden in de warm-waterleiding tussen toestel en aftappunten onmiddellijk het koudwaterafsluitventiel met een sleufschroevendraaier aan het toestel aan te sluiten, zie paragraaf 4. 6 Buiten bedrijf stel-len. Laat ondichtheden door uw erkende gespe-cialiseerde firma verhelpen. 4. 4 Wamwaterbereiding4. 4. 1 Warm water tappen Gevaar. Verbrandingsgevaar. Het water uit de waterkraan kan heet zijn. • Draai de warmwaterkraan aan het aftappunt, b. v. was-tafel, gootsteen open, zo treedt de gasdoorstroomgei-ser automatisch in werking en wordt er warm water geleverd. De ingestelde temperatuur wordt weergege-ven en terwijl de brander in gebruik is, brandt bijko-mend de bedrijfsindicatie-LED in het groen. Aanwijzing. Als uw gasdoorstroomgeiser bij het tappen van warm water niet in werking treedt, controleer dan of het voor de waterkraan ingebouwde afsluitventiel volledig geopend is en de hoofd-schakelaar op AAN (I) staat. Aanwijzing. Verder kan de in de waterkraan ingebouwde zeef vervuild zijn. U kunt de zeef demonteren om hem schoon te maken. Bij verkalking raden we u aan om de zeef met een kalkoplossend middel (b. v. azijn) te behandelen. • De gasdoorstroomgeiser gaat automatisch uit gebruik als u de warmwaterkraan sluit. 4 Bediening. 31Gebruiksaanwijzing turboMAG 14-2/0 en 17-2/0 BE nl4.4.2 Watertemperatuur instellen6Afb. 4.4 Instellen van de watertemperatuurHet toestel levert een constante watertemperatuur.Met de temperatuurkeuzeknop (6) kunt u de watertem-peratuur variëren:• Temperatuurkeuzeknop naar rechts draaien: Temperatuur hoger.• Temperatuurkeuzeknop naar links draaien: Temperatuur lager.Als u aan de temperatuurregelaar draait, wordt de inge-stelde temperatuur aan de uitgang van het toestel weer-gegeven. Aanwijzing!De temperatuur aan de verschillende aftappun-ten kan een beetje van de weergegeven tempe-ratuur afwijken.U kunt de watertemperatuur ook veranderen terwijl u warm water tapt. Bediening 4 32 Gebruiksaanwijzing turboMAG 14-2/0 en 17-2/0 4. 5 Verhelpen van storingenEen „storing” wordt optisch door een F, gevolgd door een getal, b. v. F1, en door het controlelampje (LED knip-pert in het rood) gesignaleerd. Het controlelampje en de displayindicatie knipperen afwisselend. Als gebruiker mag u enkel de volgende storingen probe-ren te verhelpen. Als er andere storingsmeldingen zijn dan die die hierna vermeld zijn, moet u contact opne-men met uw technicus. Storingsmelding Oorzaak OplossingGeen weergave Onderbreking van de netspanning. Controleer of de contactverbreker ingeschakeld is en of de zekering in orde is. Het toestel schakelt bij het terugkeren van de netspanning automatisch opnieuw in. Bedrijfsindicatie-LED brandt niet, de ingestelde temperatuur wordt weer-gegeven. De brander treedt niet in werking. Neem contact op met uw erkende gespecialiseerde firma. F28 Onderbreking van de gastoevoer. Controleer of de gasafsluitkraan aan het toestel geopend is. Stel het toestel door het verdraaien van de hoofdscha-kelaar buiten bedrijf (0) en daarna opnieuw in bedrijf (I). Is de storing verholpen, dan treedt het toestel automa-tisch opnieuw in werking zodra een warmwater-tapventiel geopend is. Is de storing niet verholpen, neem dan contact op met uw erkende gespecialiseerde firma. Tab. 4. 1 Verhelpen van storingenVooral bij de eerste ingebruikneming en na langere stil-stand moet u - afhankelijk van de installatie-omstandig-heden - het toestel onder bepaalde omstandigheden meermaals „ontstoren” voor het nog eens automatisch ontsteekt. Gelieve hoofdst. 4. 3 Ingebruikneming in acht te nemen. Als de storing verholpen is, verschijnt op het indicatie-element de ingestelde temperatuur. De gasdoorstroom-geister gaat automatisch opnieuw in bedrijf. Voer in geen geval zelf wijzigingen of manipula-ties aan de gasdoorstroomgeiser of aan andere delen van de installatie uit. Probeer nooit om onderhoud of reparaties aan het toestel zelf uit te voeren. Neem de gasdoorstroomgeiser pas opnieuw in gebruik als de storing door een technicus verholpen werd. 4 Bediening. 33Gebruiksaanwijzing turboMAG 14-2/0 en 17-2/0 BE nl4. 6 Buiten bedrijf stellen341Afb. 4. 5 Buitenbedrijfstelling• Zet de hoofdschakelaar (1) op UIT (0)De gastoevoer naar de brander van de gasdoorstroom-geiser is nu afgesloten. • Sluit de gasafsluitkraan aan de gasaansluiting (4) van het toestel door de greep naar rechts tot aan de aan-slag te draaien (kwartdraai). • Sluit het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting (3) van het toestel met een sleufschroevendraaier door de greep naar rechts tot aan de aanslag te draaien. 4. 7 VorstbeveiligingBij vorstgevaar is het nodig dat u uw gasdoorstroomgei-ser leegt. Dit is b. v. het geval als uw waterleidingen drei-gen te bevriezen. Ga hierbij als volgt te werk, zie afb. 4. 5 Buiten bedrijf stellen:• Zet de hoofdschakelaar (1) op UIT (0). • Sluit de gasafsluitkraan aan de gasaansluiting (4). • Sluit het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting (3) van het toestel met een sleufschroevendraaier door de greep naar rechts te draiaen en maak de verbinding met het toestel los. • Open alle aan de gasdoorstroomgeiser aangesloten warmwaterkranen, zodat toestel en leiding volledig leeglopen. • Laat de waterkranen geopend en de koudwaterleiding afgeschroefd, tot u het toestel opnieuw kunt vullen als het vorstgevaar geweken is. Aanwijzing. Neem bij het latere vullen van de gasdoor-stroomgeiser de geiser pas opnieuw in gebruik als na het openen van het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting van het toestel (3) water aan de geopende warmwaterkranen naar buiten komt. Hierdoor is gegarandeerd dat de gasdoor-stroomgeiser reglementair met water gevuld is. 4. Probeer nooit om zelf onderhoudswerkzaamhe-den of reparaties aan uw gasdoorstroomgeiser uit te voeren. Geef de opdracht hiertoe aan een erkende gespeciali-seerde firma. We raden u aan om een onderhoudscon-tract af te sluiten. Gevaar. Te weinig onderhoud kan de bedrijfsveiligheid van het toestel beïnvloeden en materiële schade en lichamelijk letsel veroorzaken. Bediening 4. 2Installatiehandleiding turboMAG 14-2/0 en 17-2/01 Aanwijzingen bij de documentatieDe volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volledige documentatie. In combinatie met deze gebruiksaanwijzing en installa-tievoorschriften zijn andere documenten geldig. Voor schade die door het niet naleven van deze hand-leidingen ontstaat, kunnen we niet aansprakelijk gesteld worden. Geldende documentenvoor de gebruiker van de installatie:– Garantiekaart (Art. Nr. 804558)voor de vakman:– Montagehandleiding voor lucht-/rookgasgeleidingen(Art. Nr. 921062)1. 1 Bewaren van de documentenGelieve deze gebruiksaanwijzing en installatiehandlei-ding alsook alle geldende documenten en evt. benodigde hulpmiddelen aan de gebruiker van de installatie te geven. Die zorgt voor de bewaring, zodat de handleidin-gen en hulpmiddelen indien nodig ter beschikking staan. 1. 2 Gebruikte symbolenGelieve bij de installatie van het toestel de veiligheids-voorschriften in deze installatiehandleiding in acht te nemen. Gevaar. Onmiddellijk gevaar voor leven en goed. Attentie. Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en milieu. AanwijzingNuttige informatie en aanwijzingen. • Symbool voor vereiste activiteit. 2 Toestelbeschrijving2. 1 TypeplaatjeU vindt het typeplaatje aan de achterkant van het bedie-ningsveld, dat naar voren naar onderen geklapt kan wor-den. Om het bedieningsveld naar onderen te klappen, gaat u als volgt te werk:1. 2. 3. Afb. 2. 1 Demonteren van het behuizingsfront• Draai twee schroeven aan de onderkant van de gas-doorstroomgeiser uit (1. ). • Trek het behuizingsfront naar voren af (2. ) en til het naar boven uit de beide houders (3. ). Enkel type 17-2/0:• Klap het bedieningsveld naar voren en naar boven. De gegevens op het typeplaatje van het toestel hebben de volgende betekenis:Symbool BetekenisMAG ProductcategorieBE/LU LandaanduidingXX-2/0 Toestelvermogen in XX in l/min m. b. t. 25 K; type lucht-/rookgasgeleiding (2 = turbo); toestelgeneratieturboMAG ProductreeksType Soort rookgasgeleiding en verbrandingsluchttoevoerC12 Van de ruimtelucht onafhankelijk gastoestel met horizontale verbrandingsluchttoevoer en rookgas-geleiding door de buitenwand. Ventilator achter de warmtewisselaar. C32 Van de ruimtelucht onafhankelijk gastoestel met verbrandingsluchtgeleiding en rookgasgeleiding verticaal boven het dak. Ventilator achter de warm-tewisselaar. C42 Van de ruimtelucht onafhankelijk gastoestel met verbrandingsluchttoevoer en rookgasgeleiding voor de aansluting aan een lucht-/rookgassysteem (LAS). Ventilator achter de warmtewisselaar. Maximaal toegestane waterdruk230V~ 50Hz 78 WVoedingsspanning/opgenomen vermogenIPX4d VeiligheidstypeCE 1312 Certificerende instantieCE-1312B03952Productcertificeringsnummerxxxxxxxxxxxxx XXXXXXxFabrikatienummer Tab. 2. 1 Typeplaatje vervolg Attentie. Het toestel mag enkel met de gassoort gebruikt worden die op het typeplaatje vermeld is. • Vermeld absoluut het toesteltype en het gastype waar-mee het toestel gebruikt wordt in de tab. Gaswaarden in hoofdstuk 10 Technische gegevens. • Klap het bedieningsveld opnieuw omhoog en sluit de behuizing. 2. 2 CE-aanduidingMet de CE-aanduiding wordt gedocumenteerd dat de toestellen conform het typeoverzicht aan de fundamen-tele vereisten van de volgende richtlijnen voldoen:– Gastoestelrichtlijn (richtlijn 90/396/EEG van de Raad)– Richtlijn over de elektromagnetische compatibiliteit met de grenswaardeklasse B (richtlijn 89/336/EEG van de raad)– Laagspanningsrichtlijn (richtlijn 73/23/EEG van de Raad)2. 3 Gebruik volgens de bestemmingDe gasdoorstroomgeisers van de serie turboMAG zijn volgens de modernste technieken en de erkende veilig-heidstechnische regels geconstrueerd. Toch kunnen er bij het ondeskundige of niet-reglementaire gebruik geva-ren voor leven en goed van de gebruiker of derden of beschadigingen aan het toestel en andere voorwerpen ontstaan. De gasdoorstroomgeisers zijn speciaal voor de warmwa-terbereiding met gas bestemd. Een ander of daarvan afwijkend gebruik geldt als niet volgens de voorschrif-ten. Voor hieruit resulterende schade kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld worden. Het risico draagt alleen de gebruiker. Tot het gebruik volgens de bestemming horen ook het in acht nemen van de gebruiksaanwijzing en de installatie-voorschriften alsook alle andere geldende documenten en het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoor-schriften. Attentie. Elk misbruik is verboden. De gasdoorstroomgeiser moet door een gekwalificeerde technicus geïnstalleerd worden, die voor de naleving van de bestaande voorschriften, regels en richtlijnen verant-woordelijk is. 2. 4 AansluitingenToestelaansluitingen:- Water 3/4”- Gas 1/2”- Netaansluiting 230 V 50 Hz sinusvormig, toevoerlei-ding min. 3 x 1,5 mm2, zekering 16 A• Na het vastleggen van de standplaats van het toestel moet u gas- en waterleidingen aan de aansluitpunten van het toestel plaatsen. Voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden aan het toestel raden we u aan om een minimale afstand van 30 mm tussen de zijdelingse toestelwand en de wand van de opstellingsruimte in acht te nemen. Toestelbeschrijving 2. gas- of water-lekken)!3.1.1 Montage Attentie!Monteer de gasdoorstromingsgeiser niet boven een toestel waarvan het gebruik de geiser zou kunnen beschadigen (b.v. boven een fornuis) of in een ruimte met agressieve atmosfeer.3.1.2 Installatie Gevaar!Levensgevaar door elektrische schokken.Bij een ondeskundige installatie bestaat er gevaar voor elektrische schokken en beschadi-ging van het toestel. Gevaar!Vergiftigings- en explosiegevaar, verbrandings-gevaar.Let er bij de installatie van de aansluitingen op dat alle afdichtingen correct geplaatst worden, zodat lekken aan gas- en waterinrichting uitge-sloten worden.3.1.3 Ingebruikneming Gevaar!Hoge koolstofmonoxideconcentraties door niet-reglementaire verbranding zijn levensgevaarlijk.Enkel Luxemburg: Het ombouwen van het toe-stel op een andere gassoort mag u enkel met de af fabriek leverbare ombouwsets uitvoeren. Gevaar!Levensgevaar door uitstromend gas bij defecten door ongeschikte gaspitten.Enkel Luxemburg: Het ombouwen van het toe-stel op een andere gassoort mag u enkel met de af fabriek leverbare ombouwsets uitvoeren.2 Toestelbeschrijving3 Veiligheidsvoorschriften en voorschriften 5Installatiehandleiding turboMAG 14-2/0 en 17-2/0 BE nl Attentie. Bij te hoge aansluitdruk mag u het toestel niet in gebruik nemen. Neem contact op met de gas-maatschappij als u de oorzaak voor deze fout niet kunt verhelpen. 3. 1. 4 Inspectie en onderhoud Gevaar. Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten. De veiligheidsinrichtingen mogen in geen geval uit bedrijf gesteld worden en er mogen ook geen manipulaties aan deze inrichtingen uitgevoerd worden, waardoor de goede werking ervan in gevaar kan komen. Attentie. Let er bij het demonteren en inbouwen van het toestelverwarmingselement op dat die niet gebogen wordt. Schade leidt tot vroegtijdige slijtage van het toestel. Attentie. Gebruik in geen geval draadborstels of andere gelijkaardige harde borstels om het verwar-mingselement te reinigen. Schade leidt tot vroegtijdige slijtage van het toestel. Attentie. Houd er bij de controle van het ionisatiesy-steem rekening mee dat de meetleidingen en meetklemmen schoon moeten zijn en niet door zeepoplossing (lekzoekspray) nat mogen zijn. 3. 2 Voorschriften, normen en richtlijnenDe plaatsing, installatie en eerste ingebruikname van de Vaillant geiser MAG mag enkel uitgevoerd worden door een erkend installateur die, onder zijn verantwoordelijk-heid de bestaande normen en de installatievoorschriften naleeft. Deze brochure moet aan de gebruiker overhandigd wor-den. • De toestellen moeten geplaatst worden op een onont-vlambare muur of schutsel. Men moet eveneens in acht nemen dat sommige verven zich ontbinden bij hitte. In het geval dat er brandbare producten in de nabijheid van de geiser zouden staan, moet een ther-mische bescherming voorzien worden. • Bij de eerste in bedrijfstelling moet de installateur zowel de gas- als de wateraansluitingen van de instal-latie en het toestel op dichtheid te controleren. 4 Montage4. 1 Omvang van de levering– Aansluitset bestaande uit:– Wandaansluitstuk koud water– Wandaansluitstuk warm water– Flexibele aansluitslang koud water– Waterhoeveelheidsbegrenzer koud water– Waterfilter koud water– Flexibele aansluitslang warm water– Verbrandingsgasbuisring– Afdichtingen, pluggen, schroeven– Adapter lucht-/rookgasgeleiding– Bevestigingsrail4. 2 Vereisten aan de plaats van opstellingGelieve bij de keuze van de opstellingsplaats de volgen-de aanwijzingen in acht te nemen:– De wand, waaraan de gasdoorstroomgeiser gemon-teerd wordt, moet voldoende stevig zijn om het gewicht van de bedrijfsklare gasdoorstroomgeiser te kunnen dragen. – De bijgeleverde bevestigingselementen voldoen soms niet aan de vereisten van de opstellingswand. Voor de in dit geval vereiste bevestigingselementen moet zelf gezorgd worden. – De opstellingsplaats moet permanent vorstvrij zijn. Als u dit niet kunt garanderen, neem dan de vermelde vorstbeveiligingsmaatregelen in acht. (Zie hoofdst. 4. 7 van de gebruiksaanwijzing). – De opstellingsplaats moet zodanig gekozen worden, dat de leidingen (gastoevoer, watertoe- en afvoer) goed geplaatst kunnen worden. Aanwijzing. Om de regelmatige onderhoudswerkzaamheden mogelijk te maken, dient u een zijdelingse mini-mumafstand van 30 mm tot het toestel in acht te nemen. • Leg deze vereisten aan de klant uit. Veiligheidsvoorschriften en voorschriften 3Montage 4. 4.3 WandvoorinstallatiesLegende 1 Warmwateraansluiting R 1/22 Gasaansluiting, 12 x 1 bij vloeibaar gas3 Koudwateraansluiting R 1/2De afbeelding toont de positie van de aansluitingen bij:A OnderbouwinstallatieB OpbouwinstallatieC Opbouwinstallatie vloeibaar gasBij het gebruik van het Vaillant-toebehoren kunnen de voorhanden wandvoorinstallaties behouden of zoals weergegeven uitgevoerd worden.De aanbevolen afstanden bedragen voor alle toestelty-pes:a = 112 mmb = 105 mmc = ≈ 120 mm4.5 ToebehorenDe beschikbare toebehoren voor rechtstreekse aftapping of andere aansluittoebehoren zijn terug te vinden in de actuele prijslijst van Vaillant Belgie.4.6 ToestelmontageVoor de montage van de gasdoorstroomgeiser moet u eerst de behuizingsfrontplaat, de frontplaat van de onderdrukkamer en daarna de zijdelen van de behuizing nemen en na de werkzaamheden moet u ze opnieuw aanbrengen.4.6.1 Behuizingsfront afnemen en opzetten1.2.3.Afb. 4.4 Demonteren van het behuizingsfront• Draai twee schroeven aan de onderkant van de gas-doorstroomgeiser uit (1.).• Trek het behuizingsfront naar voren af (2.) en til het naar boven uit de beide houders (3.).• Monteer het behuizingsfront na het beëindigen van de montage- en onderhoudswerkzaamheden opnieuw in de omgekeerde volgorde.4.6.2 Frontplaat van de onderdrukkamer afnemen en aanbrengen1. 2.3.Afb. 4.5 Demonteren van de frontplaat (onderdrukkamer)• Draai twee schroeven (type 17-2/0) resp. drie schroe-ven (type 14-2/0) voor de bevestiging van de frontplaat van de onderdrukkamer aan de voorkant van de gas-doorstroomgeiser uit.• Trek de frontplaat naar voren af en til het naar boven uit de beide houders.4 Montage 9Installatiehandleiding turboMAG 14-2/0 en 17-2/0 BE nl4. 6. 3 Zijdelen afnemen en opzettenAfb. 4. 6 Demontage zijdelen• Klap het bedieningsveld naar voren naar onderen. • Demonteer de draagkabel aan het bedieningsveld. • Draai telkens twee schroeven ter bevestiging van de zijdelen uit. • Klap de zijdelen via de vergrendeling een beetje opzij en trek ze naar voren toe af. • Monteer de zijdelen na het beëindigen van de mon-tage- en onderhoudswerkzaamheden opnieuw in de omgekeerde volgorde. Aanwijzing. Let er bij de hermontage op dat de zijdelen in alle houders zitten. 4. 6. 4 Bevestigingsrail monterenOm het toestel aan de muur op te hangen, dient de bij-geleverde bevestigingsrail waarin de gasdoorstroomgei-ser gehangen wordt. Om de montage te vergemakkelij-ken is een montagesjabloon bij het toestel geleverd. • Leg de plaats van opstelling vast, zie paragraaf 4. 10 Installatiehandleiding turboMAG 14-2/0 en 17-2/05. 3 Aansluiting aan lucht-/rookgasgeleiding Gevaar. Vaillant-toestellen zijn samen met de originele Vaillant lucht-/rookgasgeleidingen systeemge-certificeerd. Gebruik enkel originele Vaillant lucht-/rookgasgeleidingen. Bij het gebruik van ander toebehoren kunnen functiestoringen optreden. Materiële schade en lichamelijk letsel kunnen niet uitgesloten worden. Originele lucht-/rookgasgeleidingen vindt u opgesomd in de Vaillant-montagehandleiding voor lucht-/rookgasgeleidingen: Art-nr. 921062De volgende lucht-/rookgasgeleidingen staan als toebe-horen ter beschikking en kunnen met het toestel gecom-bineerd worden. – Concentrisch systeem, aluminium, ∅ 60/100 mm– Concentrisch systeem, aluminium, ∅ 80/125 mm– Parallel systeem, aluminium, ∅ 80/80 mmStandaard zijn alle turboMAG-toestellen met een lucht-/rookgasaansluiting ∅ 60/100 mm uitgerust. Deze stan-daardaansluiting kan indien nodig met een lucht-/rookgasaansluiting met ∅ 80/125 mm of ∅ 80/80 mm verwisseld worden. De keuze van het best geschikte systeem is afhankelijk van de individuele inbouwomstandigheden of de toepassing (zie montage-handleiding voor lucht-/rookgasgeleidingen). De volgende inbouwvarianten zijn mogelijk:– Verticale dakdoorvoer door een schuif of plat dak– Horizontale wand-/dakdoorvoerIn vele gevallen kunnen scheidingsinrichtingen, verlen-gingen en bochten gebruikt worden. Bij het inbouwen van het systeem (concentrisch ∅ 80/125 mm) is een aansluitstuk met condenswaterval vereist. Voor de montage dient u de montagehandleiding lucht-/rookgasgeleidingen alsook de planningsinformatie „lucht-/rookgasgeleiding” in acht te nemen. 682848Ø 10025 - 45˚12310Afb. 5. 4 Aansluiting netsnoerDe elektrische aansluiting mag enkel door een geautori-seerde vakman uitgevoerd worden. Gevaar. Levensgevaar door elektrische schokken. Bij een ondeskundige installatie bestaat er gevaar voor elektrische schokken en beschadi-ging van het toestel. Aanwijzing. De stroomvoorziening moet sinusvormig zijn. De gasdoorstroomgeiser is aansluitklaar bedraad en moet via een vaste aansluiting en een scheidingsinrich-ting (b. v. zekeringen, contactverbrekers) aangesloten worden. • Leid de kabel in het toestel aan de achterkant van het bedieningsveld. • Open daar de aansluitkast. • Sluit de kabel aan en gebruik de snoerontlasting. • Sluit de aansluitkast opnieuw. 5 Installatie. 12 Installatiehandleiding turboMAG 14-2/0 en 17-2/06 IngebruiknemingDe eerste ingebruikneming en de bediening van het toe-stel alsook het instrueren van de gebruiker moet door een gekwalificeerde vakman uitgevoerd worden. Bij de eerste ingebruikneming moet u de gasinstelling controleren. De verdere ingebruikneming/bediening vindt u zoals in de gebruiksaanwijzing in de paragraaf 4. 3 beschreven. 6. 1 Gasinstelling controleren• Vergelijk hiervoor de tabellen in het hoofdstuk 6. 2 Gasinsteltabellen. 6. 1. 1 Gasinstelling met gastoevoer vergelijken• Vergelijk de gegevens over de toesteluitvoering (cate-gorie en ingestelde gassoort) op het typeplaatje met de plaatselijk voorhanden gassoort. Informatie krijgt u bij de plaatselijke gasmaatschappij. Enkel Luxemburg:Geen overeenstemming:• Stel het toestel op de voorhanden gassoort om (zie hoofdstuk 6. 5 Aanpassing aan andere gassoort). Het omstellen op een andere gassoort is in België niet toegestaan. 6. 1. 2 Gasaansluitdruk controlerenAfb. 6. 1 Meetstuk gasaansluitdrukDe gasaansluitdruk kunt u met een vloeistofdrukmeet-toetsel (resolutie minstens 0,1 mbar) meten. Ga hierbij als volgt te werk:• Sluit de gasafsluitkraan. • Schroef de afdichtingsschroef van het aansluitdruk-meetstuk uit (zie afb. 6. 1 Meetstuk gasaansluitdruk). • Sluit een U-buis-manometer aan. • Sluit de gasafsluitkraan. • Neem het toestel conform de gegevens in de gebruiks-aanwijzing in gebruik en tap warm water. • Meet de aansluitdruk (gasstroomdruk). Gasfamilie Toegestaan gasaansluitdrukbereik in mbarAardgas 2E+G 20G 2517 – 2520 - 30Vloeibaar gas 3+G 30G 3120 - 3525 - 45Tab. 6. 1 Gasaansluitdrukbereik BelgiëGasfamilie Toegestaan gasaansluitdrukbereik in mbarAardgas 2EG 20 17 – 25Tab. 6. 2 Gasaansluitdrukbereik Luxemburg Attentie. Bij te hoge aansluitdruk mag u het toestel niet in gebruik nemen. Neem contact op met de gas-maatschappij als u de oorzaak voor deze fout niet kunt verhelpen. • Neem het toestel buiten bedrijf. • Sluit de gasafsluitkraan. • Sluit een U-buis-manometer aan. • Schroef de afdichtingsschroef van het aansluitdruk-meetstuk opnieuw in. • Sluit de gasafsluitkraan. • Controleer het meetstuk op dichtheid. 6. 1. 3 Warmtebelasting controlerenU kunt de warmtebelasting op twee manieren controle-ren:– Aflezen van de gasdoorstromingswaarde aan de teller (volumetrische methode)– Controleren van de branderdruk (branderdrukmethode)6 Ingebruikneming. 13Installatiehandleiding turboMAG 14-2/0 en 17-2/0 BE nlVolumetrische methodeEr moet voor gezorgd zijn dat tijdens de controle geen extra gassen (b.v. mengsels van vloeibaar gas en lucht) voor het voldoen aan de piekbehoefte toegevoerd wor-den. Win informatie in bij de bevoegde gasmaatschappij.Zorg ervoor dat er geen bijkomende toestellen tijdens de controle gebruikt worden.6Afb. 6.2 Instellen van de maximale temperatuur• Neem het toestel volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing in gebruik en zet de temperatuur-keuzeknop (6) door naar rechts te draaien op maxi-male temperatuur.• Zoek de vereiste gasdoorstromingswaardein tab. 6.4 Gasdoorstroming België/Luxemburg (tabel-waarde l/min), zie paragraaf 6.2 Gasinsteltabellen• Noteer de gastellerstand. Tap warm water met volledig geopende waterkraan, het best in het bad of in de douche. Hierbij moet de nominale waterhoeveelheid stromen, zie hoofdstuk 10 Technische gegevens.• Lees na ca. 5 minuten permanent gebruik van het toestel de gasdoorstromingswaarde aan de teller af en vergelijk de waarde met de waarde in de tabel.Afwijkingen van ± 5% zijn toegestaan.Als de afwijkingen de opgegeven grenzen overschrijden:1201201201201201201201201201201201201201201201201202143Afb. 6.3 GaspittenLegende 1 Gaspitstok2 Gasbranderpit3 Luchtgeleidingsplaat4 Brander• Controleer of de juiste gaspitten ingezet zijn. Vergelijk hiervoor de aanduiding op de gemonteerde gaspit-ten met de gegevens in de tabel in hoofdstuk 10 Technische gegevens. Hiervoor moet u evt. de brander demonteren, zie hoofdstuk 7.5 Brander reinigen.• Zijn de gaspitten niet de oorzaak voor de afwijking, neem dan contact op met de klantendienst. • Neem het toestel buiten bedrijf.BranderdrukmethodeAfb. 14 Installatiehandleiding turboMAG 14-2/0 en 17-2/0• Sluit een U-buis-manometer aan (resolutie minstens 0,1 mbar). 6Afb. 6. 5 Instellen van de maximale temperatuur• Neem het toestel volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing in gebruik en zet de temperatuur-keuzeknop (6) door naar rechts te draaien op maxi-male temperatuur. • Tap warm water met volledig geopende waterkraan, het best in het bad of in de douche. Hierbij moet de nominale waterhoeveelheid stromen, zie hoofdstuk 10 Technische gegevens. • De vereiste branderdruk in mbar vindt u in de tab. 6. 5 Branderdruk België/Luxemburg. • Vergelijk de gemeten druk met de tabelwaarde. Afwijkingen van 10% zijn toegestaan. ±• Neem het toestel buiten bedrijf. • Sluit een U-buis-manometer aan. • Schroef de afdichtingsschroef van het branderdruk-meetstuk opnieuw in. • Controleer de afdichtingsschroef op dichtheid. Als de afwijkingen de opgegeven grenzen overschrijden:• Controleer of de juiste gaspitten ingezet zijn, zie afb. 6. 3 Gaspitten. Vergelijk hiervoor de aanduiding op de gemonteerde gaspitten met de gegevens in de tabel in hoofdstuk 10 Technische gegevens. Hiervoor moet u evt. de brander demonteren, zie hoofdstuk 7. 5 Brander reinigen. • Zijn de gaspitten niet de oorzaak voor de afwijking, neem dan contact op met de klantendienst. U mag het toestel niet in gebruik nemen. • Neem het toestel buiten bedrijf. 6. 2 GasinsteltabellenToesteluitvoering voor Aardgassen Vloeibare gassenAanduiding op het typeplaatjeBE: 2E+G20/G25 - 20/25 mbarLU: 2EG20 - 20 mbarBE: 3+G30/G31 -28-30/37 mbar14-2/0 17-2/0 14-2/0 17-2/0Instelling bij leve-ring G 20 G30Gasbranderpit 1,25 1,15 0,77 0,73Inlaatmondstuk 5,65(grijs)7, 3(geel)5,2(paars)7, 3(geel)Tab. 6. Handleiding Vaillant TurboMag 17-2/0 A – volledige tekst
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Vaillant TurboMag 17-2/0 A stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Ketel & boiler Vaillant
Alle Vaillant Ketel & boiler handleidingen