Vaillant MAG 11 GX Handleiding


Pagina's 36 Nederlands Ketel & boiler

Bekijk de handleiding van Vaillant MAG 11 GX gratis online of download de PDF. 30 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Voor de installateur/voor de gebruiker
atmoMAG mini 11-0/0 GX
atmoMAG mini 11-0/0 XI
Gebruiksaanwijzing en installatiehandleiding
atmoMAG
Geyser
NL

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Vaillant
Categorie: Ketel & boiler
Model: MAG 11 GX

Handleiding Vaillant MAG 11 GX – volledige tekst

3Gebruiksaanwijzing atmoMAGAlgemene informatieDe toestellen atmoMAG mini zijn aansluitklaar, ze dienen enkel nog met de buisleidingen en de verbrandingsgasin-stallatie verbonden te worden. Ze dienen om een of meerdere aftappunten, b. v. wastafels, douches en bad-kuipen van warm water te voorzien. De toestellen moeten aan een verbrandingsgassysteem met natuurlijke luchtafvoer (haard) aangesloten worden. De toestellen beschikken over een automatische ontste-kings- en bewakingsinrichting voor de hoofdbrander, daarvoor valt het gasverbruik van een permanent bran-dende waakvlam weg. Bij de toestellen van het type XI wordt de stroomvoorzie-ning voor de elektronische ontsteking door een batterij geleverd. Bij de toestellen van het type GX zorgt een generator vanaf een doorstromingshoeveelheid van 2,2 liter per minuut voor de stroomvoorziening van de elek-tronische ontsteking.

De geysers van het type XI en GX beschikken over een verbrandingsgassenssor die bij storingen van de ver-brandingsgasafvoer de gastoevoer naar de brander onderbreekt. De geysers van het type XI zijn met een veiligheidstem-peratuurbegrenzer uitgerust die bij oververhitting van de warmtewisselaar het verdere gebruik van het toestel verhindert. Bij de toestellen van het type GX is dit niet nodig, omdat deze functie door de generator overgeno-men wordt. De toestellen kunnen aan de beschikbare gassoort aan-gepast worden. Voor het ombouwen van het toestel op andere gassoorten, gelieve uw installateur om advies te vragen. De precieze benaming van uw toestel heeft de installa-teur na de installatie in de installatiehandleiding in de tab. 10. 2 Gaswaarden m. b. t. de ingestelde gassoort ver-meld.

Door deze uitrustingskenmerken onstaan voor het gebruik de volgende voordelen:– Het toestel verbruikt slechts zoveel gas als nodig is voor de momentele behoefte. Daardoor wordt in het volledige aftapbereik van het toestel een constante uitlooptemperatuur bereikt. – Het gebruik van thermostaatmengkranen en één-greepsmengkranen is zonder beperking mogelijk. – De toestellen kunnen ook voor de voorziening van aftappunten met geringe afnamehoeveelheden, b. v. bidets, ingezet worden, omdat al warmwaterhoeveel-heden vanaf 2,2 l/min met constante uitlooptempera-tuur getapt kunnen worden. – De toestellen kunnen ook in gebieden met lage toe-voerdruk (vanaf 0,2 bar, type GX vanaf 0,4 bar) pro-bleemloos ingezet worden. – De manuele ontstekingsprocedure valt weg. – De toestellen van het type GX worden onafhankelijk van een batterij gebruikt. Hierdoor valt de batterijwis-sel weg.

1 Aanwijzingen bij de documentatieDe volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volledige documentatie. In combinatie met deze gebruiksaanwijzing en installa-tievoorschriften zijn andere documenten geldig. Voor schade die door het niet naleven van deze hand-leidingen ontstaat, kunnen we niet aansprakelijk gesteld worden. Aanvullende geldende documentenvoor de gebruiker van de installatie:– Gebruiksaanwijzing (nr. 921074)– Garantiekaartvoor de installateur:– Installatiehandleiding (nr. 921074)1. 1 Bewaren van de documentenGelieve deze gebruiksaanwijzing alsook alle aanvullende geldende documenten zodanig te bewaren dat ze direct ter beschikking staan. Geef de documenten bij verhuis of verkoop van het toe-stel aan de volgende eigenaar. 1. 2 Gebruikte symbolenGelieve bij de bediening van het toestel de veiligheidsin-structies in deze gebruiksaanwijzing in acht te nemen. Gevaar.

4Gebruiksaanwijzing atmoMAG– Gastoestelrichtlijn (richtlijn 90/396/EEG van de Raad)– Richtlijn over de elektromagnetische compatibiliteit met de grenswaardeklasse B (richtlijn 89/336/EEG van de raad)– Laagspanningsrichtlijn (richtlijn 73/23/EEG van de Raad)1. 4 ToesteltypeU kunt het geïnstalleerde toesteltype aan de hand van de vermelding in het hoofdstuk 10 Technische gegevens in de installatiehandleiding vaststellen, die de installa-teur na de installatie daar aangebracht heeft. 2 VeiligheidWat te doen in geval van nood Gevaar. Gasgeur. Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten. Gelieve bij gasgeur als volgt te handelen:• Geen licht in-/uitschakelen. • Geen andere elektrische schakelaars bedienen. • Geen telefoon in de gevarenzone gebruiken. • Geen open vuur gebruiken (b. v. aansteker, lucifer). • Niet roken. • Gasafsluitkraan sluiten. • Ramen en deuren openen.

De veiligheidsinrichtingen mogen in geen geval buiten bedrijf gesteld worden en er mogen ook geen manipulaties aan deze inrichtingen uitge-voerd worden, waardoor de goede werking ervan in gevaar kan komen.

Daarom geen veranderingen uitvoeren:– aan het toestel– in de omgeving van het toestel– aan de toevoerleidingen voor gas, toevoerlucht en water– alsook aan de afvoerleidingen voor verbrandingsgasHet veranderingsverbod geldt eveneens voor bouwcon-structies in de omgeving van het toestel, voor zover die een invloed op de bedrijfsveiligheid van het toestel kun-nen hebben. Voorbeelden hiervoor zijn:– Be- en ontluchtingsopeningen in deuren, plafonds, ramen en wanden mag u niet afsluiten, ook niet tijde-lijk. Bedek bijvoorbeeld geen ventilatieopeningen met kledingstukken e. d. Bij het plaatsen van vloerbekledin-gen mogen de ventilatieopeningen aan de onderkan-ten van de deuren niet afgesloten of verkleind worden. – De ongehinderde toevoer van lucht naar het toestel mag u niet hinderen. Let hierop vooral bij het eventu-eel opstellen van kasten, rekken of dergelijke onder het toestel.

Een kastachtige mantel van het toestel valt onder de betreffende uitvoeringsvoorschriften. Vraag hierover om informatie bij uw gespecialiseerde firma, als u een dergelijke mantel wenst. – Openingen voor toevoerlucht en verbrandingsgas moet u vrijhouden. Let erop dat b. v. afdekkingen van de openingen bij werkzaamheden opnieuw verwijderd worden. – De toestellen mogen niet in ruimtes geïnstalleerd wor-den, van waaruit ventilatie-installaties of warmelucht-verwarmingsinstallaties lucht met behulp van ventila-toren afzuigen (b. v. wasemkappen, droogtrommels). Tenzij er veiligheidsinrichtingen gebruikt worden die bij het gebruik van de geyser de ventilatoren automa-tisch uitschakelen. We raden voor dergelijke gevallen onze accessoire Solomatik voor MAG (best. -nr. 304 821) aan.

– Bij het inbouwen van voegdichte vensters moet u er in samenspraak met uw erkende gespecialiseerde firma voor zorgen dat er voor voldoende toevoer van ver-brandingslucht naar het toestel gezorgd wordt.

5Gebruiksaanwijzing atmoMAG Attentie. Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen. Voer in geen geval zelf wijzigingen of manipula-ties aan de geyser of aan andere delen van de installatie uit. Probeer nooit om onderhoud of reparaties aan het toestel zelf uit te voeren. – Vernietig of verwijder geen loodjes van componenten. Enkel erkende vaklui en de klantendienst van de fabriek zijn geautoriseerd om gelode componenten te veranderen. Gevaar. Verbrandingsgevaar. Het water uit de waterkraan kan heet zijn. Attentie. Gevaar voor beschadiging. Gebruik geen sprays, oplosmiddelen, chloorhou-dende reinigingsmiddelen, verf, lijm enz. in de omgeving van het toestel. Deze stoffen kunnen onder ongunstige omstandigheden tot corrosie – ook in het verbrandingsgassysteem – leiden. Opstelling en instellingHet toestel mag enkel door een erkende installateur geïnstalleerd worden.

Die is ook verantwoordelijk voor de deskundige installatie en inbedrijfname. Deze technicus is eveneens voor inspectie/onderhoud en reparatie van het toestel alsook voor wijzigingen van de ingestelde gashoeveelheid bevoegd. 3 Aanwijzingen bij installatie en gebruik3. 1 Fabrieksgarantie en aansprakelijkheidVaillant B. V. staat namens de fabriek in voor de goede kwaliteit van fabricage en materiaal. Bedoelde garantie beperkt zich tot materiaal en fabricagefouten en heeft een looptijd van EEN JAAR na feitelijke, werkende installatie. In deze periode worden de noodzakelijke onderdelen kosteloos ter beschikking gesteld. Elke ver-dere aanspraak op garantie, schadevergoeding, gevolg-schade hieronder begrepen, is nadrukkelijk uitgesloten. De bovengenoemde fabrieksgarantie geldt uitsluitend en alleen onder de volgende voorwaarden:1.

Het te installeren apparaat moet van een Nederlands toelatingsnummer zijn voorzien, zijn toegelaten voor gebruik op de Nederlandse markt en voldoen aan de Nederlandse veiligheidsvoorschriften; eventuele aan-passingen van niet voor de Nederlandse markt goed-gekeurde apparatuur kunnen en mogen uitsluitend door een erkend installateur of door Vaillant geschie-den. 3. Elke aanspraak op garantie vervalt bij het uitvoeren van reparaties, wijzigingen of aanpassingen en/of monteren van niet-Vaillant onderdelen zonder vooraf-gaande toestemming van Vaillant Nederland; daar-naast vervalt elke aanspraak op garantie bij montage in afwijking van de ter plaatse geldende voorschriften. 4. De bij dit garantiebewijs behorende kaart dient inge-vuld en binnen acht dagen na installatiedatum onder-tekend, voorzien van een stempel van de installerend installateur, aan ons te worden verzonden. 5.

De garantie geldt bij normaal huishoudelijk gebruik in overeenstemming met de installatievoorschriften. Uitdrukkelijk van garantie uitgesloten is gebruik voor andere doeleinden dan in de gebruiksaanwijzing ver-meld, overbelasting, bevriezing, verwaarlozing of onderdelen welke vallen onder de normale gebruiks-slijtage. 6. Aanspraken tijdens de garantieperiode hebben geen verlenging van de garantieperiode tot gevolg. Elke aanspraak op garantie vervalt daarnaast indien het apparaat niet overeenkomstig de daartoe strekkende voorschriften tenminste éénmaal jaarlijks door een daar-toe erkend deskundige wordt schoongemaakt en van het normale onderhoud wordt voorzien. 3. 2 Gebruik volgens de bestemmingDe Vaillant-geysers van de reeks atmoMAG mini zijn vol-gens de modernste technieken en de erkende veilig-heidstechnische regels geconstrueerd.

Toch kunnen er bij het ondeskundige of niet-reglementaire gebruik geva-ren voor leven en goed van de gebruiker of derden beschadigingen aan het toestel en andere voorwerpen ontstaan. De geysers zijn speciaal voor de warmwaterbereiding met gas bestemd.

Een ander of daarvan afwijkend gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor hieruit resulterende schade kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld worden. Het risico draagt alleen de gebruiker. Tot het gebruik volgens de bestemming horen ook het in acht nemen van de gebruiksaanwijzing en de installatie-voorschriften alsook alle andere aanvullende geldende documenten en het naleven van de inspectie- en onder-houdsvoorschriften. Attentie. Elk misbruik is verboden. De geyser moet door een erkend installateur geïnstal-leerd worden, die voor de naleving van de bestaande voorschriften, regels en richtlijnen verantwoordelijk is. 3. 3 Vereisten aan de plaats van opstellingDe geysers worden aan een muur, bij voorkeur in de buurt van het regelmatige aftappunt en van de verbran-dingsgasschoorsteen geïnstalleerd. Veiligheid 2Aanwijzingen bij installatie en gebruik 3.

6Gebruiksaanwijzing atmoMAGZe kunnen in b. v. woningen, kelderruimtes, bergruimtes of polyvalente ruimtes geïnstalleerd worden. Vraag uw installateur welke geldende nationale voorschriften in acht genomen moeten worden. De opstellingsplaats moet permanent vorstvrij zijn. Als u dit niet kunt garanderen, neem dan de vermelde vorst-beveiligingsmaatregelen in acht. Aanwijzing. Een afstand van het toestel tot componenten van brandbaar materiaal resp. naar brandbare onderdelen is niet vereist, omdat bij het nomi-nale warmtevermogen van het toestel aan het behuizingsoppervlak een lagere temperatuur voorhanden is dan de max. toegestane tempera-tuur van 85 °C. 3. 4 Onderhoud• Reinig de mantel van uw toestel met een vochtige doek en een beetje zeep. Aanwijzing. Gebruik geen schurende of reinigingsmiddelen die de mantel of de bedieningselementen van kunststof zouden kunnen beschadigen. 3.

5 Recycling en afvoerZowel uw geyser alsook de verpakking bestaan voor het grootste deel uit recyclebaar materiaal. 3. 5. 1 ToestelUw geyser alsook alle accessoires horen niet in het huis-houdelijke afval thuis. Zorg ervoor dat het oude toestel en evt. voorhanden accessoires op een deskundige manier afgevoerd worden. 3. 5. 2 Batterij (enkel type XI)Voer de lege batterij volgens de voorschriften af bij de verzamelpunten (niet met het huisvuil meegeven). 3. 5. 3 VerpakkingHet afvoeren van de transportverpakking laat u het best over aan de gespecialiseerde firma die het toestel geïn-stalleerd heeft. Aanwijzing. Gelieve de geldende nationale wettelijke voor-schriften in acht te nemen. 3. 6 Energiebesparende tipsGepaste warmwatertemperatuurHet water dient slechts zover opgewarmd te worden als het voor het gebruik nodig is. Elke verdere opwarming leidt tot onnodig energieverbruik.

Bijvoorbeeld douchen in de plaats van een bad te nemen: Terwijl voor een bad ca. 150 liter water nodig is, heeft een met moderne, waterbesparen-de armaturen uitgeruste douche slechts ca. een derde van deze hoeveelheid nodig. Overigens: Een druppelende waterkraan verspilt tot 2000 liter water, een ondichte toiletspoeling tot 4000 liter water per jaar. Daarentegen kost een nieuwe pakking slechts een paar cent. 4 Bediening4. 1 Overzicht van de bedieningselementen3671958Afb. 4. 1 Bedieningselementen atmoMAG miniLegenda1 Temperatuurkeuzeknop3 LCD-display (vlammensymbool, batterijsymbool, uitlooptempe-ratuur, storingscode)5 Hoofdschakelaar AAN/UIT6 Koudwateraansluiting7 Gasaansluiting8 Warmwateraansluiting9 Vermogensschakelaar (10-traps van 50 – 100 %)3 Aanwijzingen bij installatie en gebruik 4 Bediening.

7Gebruiksaanwijzing atmoMAGHet vlammensymbool knippert terwijl de brander in gebruik is. Het batterijsymbool knippert bij een zwakke batterij.4.2 Maatregelen voor de inbedrijfname67Afb. 4.2 Afsluitinrichtingen• Open de gasafsluitkraan (7) van het toestel door de greep in te drukken en naar links tot aan de aanslag te draaien (kwartdraai).• Open het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting (6) van het toestel.• Open het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting (6) van het toestel door de greep naar links tot aan de aanslag te draaien (kwartdraai).4.3 Inbedrijfname95Afb. 4.3 Inbedrijfname• Druk de hoofdschakelaar ( ) in zodat hij vastklikt.5• Draai de vermogensdraaischakelaar (9) op de gewens-te stand. De geyser gaat in stand-by. Op het display verschijnt de uitlooptemperatuur.

Aanwijzing!Gelieve bij eventuele ondichtheden in de warm-waterleiding tussen toestel en aftappunten onmiddellijk het koudwaterafsluitventiel met een sleufschroevendraaier aan het toestel aan te sluiten, zie paragraaf 4.7 Buiten bedrijf stel-len. Laat ondichtheden door uw erkende instal-lateur verhelpen.4.4 Wamwaterbereiding4.4.1 Warm water tappen Gevaar!Verbrandingsgevaar!Het water uit de waterkraan kan heet zijn.• Draai de warmwaterkraan aan het aftappunt, b.v. was-tafel, gootsteen open, zo treedt de geyser automatisch in werking en wordt er warm water geleverd. Zolang de brander in gebruik is, verschijnen de uit-looptemperatuur en het vlammensymbool knipperend op het display. Aanwijzing!Als uw geyser bij het tappen van warm water niet in werking treedt, controleer dan of het voor de waterkraan ingebouwde afsluitventiel volledig geopend is en de hoofdschakelaar op AAN (I) staat.

Aanwijzing!Verder kan de in de waterkraan ingebouwde zeef vervuild zijn. U kunt de zeef demonteren om hem schoon te maken. Bij verkalking raden we u aan om de zeef met een kalkoplossend middel (b.v. azijn) te behandelen.De geyser gaat automatisch uit gebruik als u de warm-waterkraan sluit.Bediening 4

8Gebruiksaanwijzing atmoMAG4. 4. 2 Watertemperatuur instellen1Afb. 4. 4 Instellen van de watertemperatuurHet toestel levert een constante watertemperatuur, onafhankelijk van de getapte hoeveelheid en de koudwa-terinlooptemperatuur. Met de temperatuurkeuzeknop (1) kunt u de watertem-peratuur variëren:• Draai de temperatuurkeuzeknop naar rechts : Temperatuur hoger. • Draai de temperatuurkeuzeknop naar links : tem-peratuur lager. U kunt de watertemperatuur ook veranderen terwijl u warm water tapt. 4. 5 Toestelvermogen instellen4. 5. 1 VermogensinstellingHet toestelvermogen kan via de vermogensdraaischake-laar in tien standen tussen ca. 50 % en 100 % van het nominale warmtevermogen ingesteld worden. U kunt door het verlagen van het toestelvermogen of door het aanpassen van de werkelijke vermogensbehoef-te een geringere uitlooptemperatuur bereiken en hier-door energie besparen. 9Afb. 4.

5 Vermogensinstelling• Draai de vermogensdraaischakelaar (9) naar rechts : vermogen geringer. • Draai de vermogensdraaischakelaar ( ) naar links 9: vermogen hoger. 4. 5. 2 ModulatieIn het bereik tussen de ingestelde vermogensstand en het minimaal mogelijke toestelvermogen (ca. 40 %) wordt de gashoeveelheid automatisch aan de doorstro-mende waterhoeveelheid (d. w. z. de aan het aftappunt werkelijke uitstromende taphoeveelheid) traploos aange-past en hierdoor wordt de uitlooptemperatuur constant gehouden. 4. 6 Verhelpen van storingenEen „storing” wordt optisch door een F afwisselend met een tweecijferig getal, b. v. F en daarna 02 gesignaleerd. Als gebruiker mag u enkel de volgende storingen probe-ren te verhelpen. Als er andere storingsmeldingen dan die die hierna vermeld zijn, weergegeven worden, moet u contact opnemen met uw installateur.

Batterijen zwak Vervang de batterijen door nieuwe. F02 Temperatuursensor defect. Neem contact op met uw installateur. F29Tijdens het gebruik. Gastoevoer onder-broken. Lucht in de gastoe-voerleiding. Enkel type GX:Lage waterdruk. Enkel type XI:Batterijen zwak. Zorg voor de gastoevoer. Bij vloeibaar gas:Vervang evt. een lege gas-fles door een volle gasfles. Open en sluit de water-kraan meerdere keren om lucht in de gastoevoer te verwijderen. Enkel type XI:Vervang evt. de batterijen door nieuwe. Is de storing niet verholpen, neem dan contact op met uw installateur. Tab. 4. 1 Verhelpen van storingen4 Bediening.

9Gebruiksaanwijzing atmoMAGStoring Oorzaak OplossingF28Het toestel treedt niet in werking. Gastoevoer onder-broken. Lucht in de gastoe-voerleiding. Storing in de ontste-kingsinrichting. Enkel type GX:Lage waterdruk. Zorg voor de gastoevoer. Bij vloeibaar gas:Vervang evt. een lege gas-fles door een volle. Zorg ervoor dat het afsluit-ventiel aan de gasaanslui-ting geopend is. Open en sluit de water-kraan meerdere keren om lucht in de gastoevoer te verwijderen. Zorg ervoor dat het koud-waterafsluitventiel geopend is. Is de storing niet verholpen, neem dan contact op met uw installateur. F36Oververhitting. Enkel type GX:Lage waterdruk. Enkel type XI:Batterijen zwak. Veiligheidstemperatuurbegrenzer is uit-gevallen. Zorg ervoor dat het koud-waterafsluitventiel geopend is. Enkel type XI:Vervang evt. de batterijen door nieuwe. Is de storing niet verholpen, neem dan contact op met uw installateur.

Tab. 4. 1 Verhelpen van storingen vervolgAls het toestel door de veiligheidsinrichtingen geblok-keerd werd, kan het pas opnieuw automatisch ontsteken als u het „ontstoord” hebt. Voor het „ontstoren” moet u ofwel• de waterkraan sluiten en opnieuw openen zonder de hoofdschakelaar te bedienen of• de waterkraan geopend laten en het toestel door een tweede keer indrukken van de hoofdschakelaar (5) uit- en opnieuw inschakelen. Vooral bij de eerste ingebruikneming en na langere stil-stand moet u het toestel onder bepaalde omstandighe-den meermaals „ontstoren” voor het nog eens automa-tisch ontsteekt. Als de storing verholpen is, treedt de geyser automa-tisch opnieuw in werking. Gaat het toestel meermaals in storing, laat het dan door een installateur controleren. Attentie. Gevaar voor beschadiging door ondeskundigeveranderingen.

Neem de geyser pas opnieuw in gebruik als de storing door een installateur verholpen werd. Gevaar. Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide. De verbrandingsgasbewakingsinrichting (ver-brandingsgassensor) mag in geen geval buiten bedrijf gesteld worden en er mogen ook geen manipulaties aan deze inrichting uitgevoerd worden, waardoor de goede werking ervan in gevaar kan komen. Anders kunnen bij perma-nent ongunstige luchtafvoeromstandigheden in de schoorsteen verbrandingsgassen ongecon-troleerd uit de schoorsteen in de opstellings-ruimte terugstromen. 4. 7 Buiten bedrijf stellen675Afb. 4. 6 Buitenbedrijfstelling• Druk een keer op de hoofdschakelaar (5), zodat hij in de positie UIT losspringt. • Sluit de gasafsluitkraan ( ) van het toestel door de 7kraan naar rechts tot aan de aanslag te draaien (kwartdraai). De gastoevoer naar de brander van de geyser is nu afge-sloten.

• Sluit het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting (6) van het toestel door de greep naar rechts tot aan de aanslag te draaien (kwartdraai). 4. 8 VorstbeveiligingBij vorstgevaar is het nodig dat u uw geyser leegt. Dit is b. v. het geval als uw waterleidingen dreigen te bevriezen. Ga hierbij als volgt te werk, zie afb. 4. 7 Buiten bedrijf stellen. • Sluit het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting (6) van het toestel door de greep naar rechts tot aan de aanslag te draaien (kwartdraai). Bediening 4.

10 Gebruiksaanwijzing atmoMAG1Afb. 4.7 Legen type XI1Afb. 4.8 Legen type GX• Los de zeskantschroef (1) voor het legen.• Open alle aan de geyser aangesloten warmwaterkra-nen, zodat toestel en leiding volledig leeglopen.• Laat de warmwaterkranen geopend en de aftapschroef geopend, tot u het toestel opnieuw kunt vullen als het vorstgevaar geweken is. Aanwijzing!Neem bij het latere vullen van de geyser de gey-ser pas opnieuw in gebruik als na het openen van het afsluitventiel aan de koudwateraanslui-ting van het toestel water aan de geopende warmwaterkranen naar buiten komt. Hierdoor is gegarandeerd dat de geyser volledig met water gevuld is.4.9 Onderhoud en servicedienstVoorwaarde voor de permanente inzetbaarheid en veilig-heid, betrouwbaarheid en lange levensduur is een jaar-lijkse inspectie/jaarlijks onderhoud van het toestel door de installateur.

Attentie!Gevaar voor beschadiging door ondeskundige bediening!Probeer nooit om zelf onderhoudswerkzaamhe-den of reparaties aan uw geyser uit te voeren.Geef de opdracht hiertoe aan een erkend installateur. We raden u aan om een onderhoudscontract af te sluiten.Te weinig onderhoud kan de bedrijfsveiligheid van het toestel beïnvloeden en materiële schade en lichamelijk letsel veroorzaken.4.9.1 Batterijwissel (enkel type XI)Als de levensduur van de batterijen (monocellen type A) uitgeput is, moeten ze vervangen worden. Dit wordt door het knipperen van het batterijsymbool op het display weergegeven.Het batterijvak ( ) bevindt zich onderaan links aan het 1toestel en is zonder demontage van de toestelmantel toegankelijk.1Afb.

4.9 Batterijwissel• Open het deksel van het batterijvak (1).• Verwijder de oude batterijen en plaats de nieuwe bat-terijen conform de markering in het deksel van het batterijvak. Gevaar!Explosiegevaar! Ontladen batterijen niet door het laden of andere middelen heractiveren!Batterijen niet verhitten of in het vuur werpen!4 Bediening

2Installatiehandleiding atmoMAG1 Aanwijzingen bij de documentatieDe volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volledige documentatie. In combinatie met deze gebruiksaanwijzing en installa-tievoorschriften zijn andere documenten geldig. Voor schade die door het niet naleven van deze hand-leidingen ontstaat, kunnen we niet aansprakelijk gesteld worden. Aanvullende geldende documentenvoor de gebruiker van de installatie:– Gebruiksaanwijzing (nr. 921074)– Garantiekaartvoor de installateur:– Installatiehandleiding (nr. 921074)1. 1 Bewaren van de documentenGelieve deze gebruiksaanwijzing en installatiehandlei-ding alsook alle aanvullende geldende documenten en evt. benodigde hulpmiddelen aan de gebruiker van de installatie te geven. Die zorgt voor de bewaring, zodat de handleidingen en hulpmiddelen indien nodig ter beschik-king staan. 1.

2 Gebruikte symbolenGelieve bij de installatie van het toestel de veiligheids-voorschriften in deze installatiehandleiding in acht te nemen. Gevaar. Onmiddellijk gevaar voor leven en goed. Attentie. Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en omgeving. Aanwijzing. Nuttige informatie en aanwijzingen. • Symbool voor vereiste activiteit. 2 Toestelbeschrijving2. 1 TypeplaatjeU vindt het typeplaatje vooraan op de stormingsbeveili-ging. Hiervoor moet u de toestelmantel demonteren, zie paragraaf 4. 5. 1 Toestelmantel afnemen of aanbrengen.

De gegevens op het typeplaatje van het toestel hebben de volgende betekenis:Symbool BetekenisMAG ProductcategorieNL Landaanduidingmini 11-0/0 Toestelvermogen XX in l/min; type haardaansluiting; toestelgeneratieG met elektronische ontsteking en gene-ratorI met elektronische ontsteking en batterijX met verbrandingsgassensoratmoMAG ProductreeksType Soort verbrandingsgasgeleiding en ver-brandingsluchttoevoerB11B11 BSRuimteluchtafhankelijk gastoestel met een stromingsbeveiliging in het verbran-dingsgastraject zonder ventilator met verbrandingsgasbewakingsinrichtingcat.

II 2L 3B/P Aanduiding van de gassoort:Meergastoestel voor aardgas en vloei-baar gas2L Gasfamilie aardgassenG 25 - 25 mbar Aardgassen met toegestane gasdruk-waarden3B/P Gasfamilie vloeibare gassenG 30/31 - 30 mbar Vloeibare gassen met toegestane gas-drukwaardenPnom. Maximaal warmtevermogenPmin. Minimaal warmtevermogenQnom. Maximale warmtebelastingQmin. Minimale warmtebelastingpw max. Maximaal toegestane waterdrukCE 0099 Certificerende instantieCE-99BP821 ProductcertificeringsnummerxxxxxxxxxxxxxXXXXXXx Eerste twee cijfers productiejaar, vol-gende 8 cijfers artikelnummer, overige cijfers dienen voor de productiesturingXXxx Kwaliteitscode b. v. AC15xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx ServicenummerTab. 2. 1 Typeplaatje Attentie. Het toestel mag enkel met de gassoort gebruikt worden die op het typeplaatje vermeld is.

• Vermeld absoluut het toesteltype en het gastype waar-mee het toestel gebruikt wordt in de tab. 10. 2 Gaswaarden m. b. t. het ingestelde gastype in hoofdstuk 10 Technische gegevens. • Monteer de toestelmantel opnieuw op het toestel. 2. 2 CE-aanduidingMet de CE-aanduiding wordt gedocumenteerd dat de toestellen conform het typeoverzicht aan de fundamen-tele vereisten van de volgende richtlijnen voldoen:– Gastoestelrichtlijn (richtlijn 90/396/EEG van de Raad)– Richtlijn over de elektromagnetische compatibiliteit met de grenswaardeklasse B (richtlijn 89/336/EEG van de raad)– Laagspanningsrichtlijn (richtlijn 73/23/EEG van de Raad)2. 3 Gebruik volgens de bestemmingDe geysers van de serie atmoMAG mini zijn volgens de modernste technieken en de erkende veiligheidstechni-sche regels geconstrueerd. Toch kunnen er bij het 1 Aanwijzingen bij de documentatie 2 Toestelbeschrijving.

3Installatiehandleiding atmoMAGondeskundige of niet-reglementaire gebruik gevaren voor leven en goed van de gebruiker of derden beschadi-gingen aan het toestel en andere voorwerpen ontstaan.De geysers zijn speciaal voor de warmwaterbereiding met gas bestemd. Een ander of daarvan afwijkend gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor hieruit resulterende schade kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld worden. Het risico draagt alleen de gebruiker.Tot het gebruik volgens de bestemming behoren ook het in acht nemen van de bedienings- en installatiehanleiding alsook van alle aanvullende geldende documenten en het in acht nemen van de inspectie- en onderhouds-voorschriften.

Attentie!Elk misbruik is verboden.De geyser moet door een erkend installateur geïnstal-leerd worden, die voor de naleving van de bestaande voorschriften, regels en richtlijnen verantwoordelijk is.2.4 AansluitingenToestelaansluitingen:– Water 3/4”– Gas 1/2”• Na het vastleggen van de standplaats van het toestel moet u gas- en waterleidingen aan de aansluitpunten van het toestel plaatsen.2.5 Bouwgroepen1234678910511Afb. 2.1 Bouwgroepen type XILegenda1 Verbrandingsgassensor2 Stromingsbeveiliging3 Veiligheidstemperatuurbegrenzer4 Temperatuursensor5 Warmtewisselaar6 Ontstekingselektroden7 Brander8 Temperatuurkeuzeknop9 Batterijvak10 Vermogensdraaischakelaar11 Gasblok12 Bewakingselektrode Toestelbeschrijving 2

3 Veiligheidsinstructies en voorschriften3. 1 Veiligheidsinstructies Opgelet. Bij het aandraaien of losdraaien van schroef-verbindingen in principe passende gaffelsleutels (muilsleutels) gebruiken (geen buistangen, ver-lengingen enz. ). Ondeskundig gebruik en/of ongeschikt gereed-schap kan schade veroorzaken (b. v. gas- of waterlekken). 3. 1. 1 Montage Attentie. Monteer de gasdoorstromingsgeyser niet boven een toestel waarvan het gebruik de geyser zou kunnen beschadigen (b. v. boven een fornuis, waar vetdampen kunnen opstijgen) of in een ruimte met agressieve of sterk stoffige atmos-feer. 3. 1. 2 Installatie Gevaar. Vergiftigings- en explosiegevaar,Verbrandingsgevaar. Let er bij de installatie van de aansluitingen op dat alle pakkingen correct geplaatst worden, zodat lekken aan gas- en waterinrichting uitge-sloten worden. 3. 1. 3 Inbedrijfname Gevaar.

Hoge koolstofmonoxideconcentraties door niet-reglementaire verbranding zijn levensgevaarlijk. Het ombouwen van het toestel op een andere gassoort mag u enkel met de af fabriek leverba-re ombouwsets uitvoeren. Gevaar.

5Installatiehandleiding atmoMAG Attentie. Bij te hoge voordrukwaarden mag u het toestel niet in gebruik nemen. Neem contact op met de gasmaatschappij als u de oorzaak voor deze fout niet kunt verhelpen. 3. 1. 4 Inspectie en onderhoud Gevaar. Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten. De veiligheidsinrichtingen mogen in geen geval buiten bedrijf gesteld worden en er mogen ook geen manipulaties aan deze inrichtingen uitge-voerd worden, waardoor de goede werking ervan in gevaar kan komen. Gevaar. Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide. De verbrandingsgasbewakingsinrichting (ver-brandingsgassensor) mag in geen geval uit bedrijf gesteld worden. Anders kunnen bij per-manent ongunstige luchtafvoeromstandigheden in de schoorsteen verbrandingsgassen ongecon-troleerd uit de schoorsteen in de opstellings-ruimte terugstromen. Attentie.

Let er bij het demonteren en inbouwen van de warmtewisselaar op dat die niet gebogen wordt. Schade leidt tot vroegtijdige slijtage van het toestel. Attentie. Gebruik in geen geval draadborstels of andere gelijkaardige harde borstels om de warmtewis-selaar te reinigen. Schade leidt tot vroegtijdige slijtage van het toestel. Attentie. Houd er bij de controle van het ionisatiesys-teem rekening mee dat de meetleidingen en meetklemmen schoon moeten zijn en niet door zeepoplossing (lekzoekspray) nat mogen zijn. 3. 1. 5 Verhelpen van storingen Gevaar. Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide. Bij een defecte verbrandingsgassensor en gedeeltelijk of volledig verstopte verbrandings-gasbuis of schoorsteen kunnen bij permanent ongunstige luchtafvoeromstandigheden in de haard verbrandingsgassen ongecontroleerd uit de schoorsteen in de opstellingsruimte terug-stromen. Gevaar.

Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide. De veiligheidsuitschakeling van het toestel kan voor het verhelpen van storingen tijdelijk buiten werking gesteld zijn. 3. 2 VoorschriftenDe geyser mag enkel door een erkende installateur geïn-stalleerd worden.

Die is ook verantwoordelijk voor de deskundige installa-tie en de eerste inbedrijfname. Voor de installatie van de geyser moet het advies van de gasmaatschappij ingewonnen worden. De geyser mag enkel in een voldoende geventileerde ruimte opgesteld worden. Voor de installatie moeten vooral de volgende wetten, verordeningen, technische regels, normen en bepalingen in de geldige versie in acht genomen worden:– NEN 1078. Voorschriften voor aardgasinstallaties GAVO 1987 (en aanvullingen);– NPR 3378. Toelichting bij NEN 1078;– NEN 1010. Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsin-stallaties;– NEN 3287. Binnenrioleringen in woningen en woonge-bouwen. Aansluiting van condensvormende, met gas-gestookte toestellen. – NEN 1006. Algemene voorschriften voor drinkwaterin-stallaties. – Het bouwbesluit. 4 Montage4.

1 Omvang van de levering– Aansluitset bestaande uit:– Aansluitstuk aardgas– Aansluitstuk vloeibaar gas– Aansluitstuk koud water met afsluitventiel– Aansluitstuk warm water– Pakkingen, pluggen, schroeven– Enkel type XI: twee batterijen type A4. 2 Vereisten aan de plaats van opstellingGelieve bij de keuze van de opstellingsplaats de volgen-de aanwijzingen in acht te nemen:– De geyser mag enkel in een voldoende geventileerde ruimte opgesteld worden. – De wand, waaraan de geyser gemonteerd wordt, moet voldoende stevig zijn om het gewicht van de bedrijfs-klare geyser te kunnen dragen. – De bijgeleverde bevestigingselementen voldoen soms niet aan de vereisten van de opstellingswand. Voor de in dit geval vereiste bevestigingselementen moet zelf gezorgd worden. Veiligheidsvoorschriften en voorschriften 3Montage 4.

6Installatiehandleiding atmoMAG– De opstellingsplaats moet permanent vorstvrij zijn. Als u dit niet kunt garanderen, neem dan de vermelde vorstbeveiligingsmaatregelen in acht.– De opstellingsplaats moet zodanig gekozen worden, dat de leidingen (gastoevoer, watertoe- en afvoer) goed geplaatst kunnen worden. Attentie!Monteer de gasdoorstromingsgeyser niet boven een toestel waarvan het gebruik de geyser zou kunnen beschadigen (b.v. boven een fornuis, waar vetdampen kunnen opstijgen) of in een ruimte met agressieve of sterk stoffige atmos-feer.– De geyser moet met een verbrandingsgasbuis met de voorgeschreven diameter (zie hoofdstuk 10 Technische gegevens) aan een verbrandingsgassysteem met natuurlijke luchtafvoer (haard) aangesloten worden. Aanwijzing!Een afstand van het toestel tot componenten van brandbaar materiaal resp.

naar brandbare onderdelen is niet vereist, omdat bij het nomi-nale warmtevermogen van het toestel aan het behuizingsoppervlak een lagere temperatuur voorhanden is dan de max. toegestane tempera-tuur van 85 °C.• Leg deze vereisten aan de klant uit.4.3 Voormontage60 60 60 60 60 60a12cb11513 321 32A B CAfb. 4.1 VoormontageLegenda1 Warmwateraansluiting R 1/22 Gasaansluiting, 12 x 1 bij vloeibaar gas3 Koudwateraansluiting R 1/2De afbeelding toont de positie van de aansluitingen bij:A OnderbouwinstallatieB OpbouwinstallatieC Opbouwinstallatie vloeibaar gasBij het gebruik van de Vaillant-accessoires kunnen de voorhanden voormontages behouden of zoals weergege-ven uitgevoerd worden.De aanbevolen afstanden bedragen voor alle toestelty-pes:a = 92 mmb = 85 mmc = ≈ 100 mm4 Montage

9Installatiehandleiding atmoMAG4.5 Toestelmontage4.5.1 Toestelmantel afnemen of aanbrengenVoor de montage en het onderhoud van de geyser moet u de toestelmantel afnemen en na de werkzaamheden opnieuw aanbrengen.Toestelmantel afnemen111109Afb. 4.4 Toestelmantel afnemen• Trek de temperatuurkeuzeknop ( ) van de tempera-1tuurkeuzespil en de vermogensdraaischakelaarknop (9) af.• Verwijder de schroef ( ) onder de temperatuurkeu-10zespil.• Trek de toestelmantel naar voren af en til hem naar boven uit de beide houders (11).Toestelmantel aanbrengen111109Afb. 4.5 Toestelmantel aanbrengen• Plaats de toestelmantel van boven op de beide hou-ders (11) en druk die tegen de achterwand van het toe-stel.

Let er hierbij op dat de beide haken in de uitspa-ringen steken.• Draai de schroef ( ) onder de temperatuurkeuzespil 10opnieuw in.• Breng de vermogensdraaischakelaarknop ( ) en de 9temperatuurkeuzeknop ( ) opnieuw aan.14.5.2 Toestel monteren• Leg de plaats van opstelling vast, zie paragraaf 4.2 Vereisten aan de plaats van opstelling• Gebruik voor de toestelophanging naargelang de plaatselijke omstandigheden de uitsparingen resp. boorgaten in de achterwand van het toestel.• Boor de gaten voor de bevestigingsschroeven conform de maatgegevens van de afbeelding in het hoofdstuk 4.4 Afmetingen.• Gebruik voor het bevestigen van het toestel naarge-lang de plaats van bevestiging muurankers, haken, schroeven of draadbouten.• Monteer de achterwand van het toestel met het geschikte bevestigingsmateriaal vast aan de muur.Montage 4

10 Installatiehandleiding atmoMAG5 Installatie Gevaar!Vergiftigings- en explosiegevaar,Verbrandingsgevaar!Let er bij de installatie van de aansluitingen op dat alle pakkingen correct geplaatst worden, zodat lekken aan gas- en waterinrichting uitge-sloten worden.5.1 Aansluiting aan de gastoevoer• Zorg voor de spanningvrije en gasdichte verbinding tussen wandaansluiting en toestelaansluiting met behulp van een gasafsluitkraan.• Controleer het toestel op ondichtheden en dicht ze evt. af.5.2 Aansluiting aan de watertoevoer• Zorg voor de spanningvrije koud- en warmwateraan-sluitingen.• Controleer het toestel op ondichtheden en dicht ze evt. af.5.3 Aansluiting op het verbrandingsgassysteem21Afb.

5.1 VerbrandingsgasaansluitingLegenda1 Verbrandingsgasbuis2 Buisopening van de stromingsbeveiliging5.3.1 Werking van de verbrandingsgassensor contro-lerenControleer voor de montage van de verbrandingsgasbuis de correcte werking van de verbrandingsgassensor. Ga hierbij als volgt te werk:• Sluit de verbrandingsgasweg af.19Afb. 5.2 Instellen van de maximale temperatuur en van het vermogen• Draai de temperatuurkeuzeknop (1) naar rechts op maximale temperatuur.• Draai de vermogensdraaischakelaar ( ) helemaal naar 9links tot op het maximale vermogen.• Open een warmwaterkraan.De verbrandingsgassensor moet binnen 2 minuten auto-matisch de gastoevoer onderbreken en het toestel ver-grendelen.U kunt het toestel na het afkoelen van de verbrandings-gassensor (ten vroegste na 15 minuten) opnieuw in gebruik nemen.5Afb.

5.3 OntgrendelenU kunt het toestel ontgrendelen doordat u ofwel:• de waterkraan sluiten en opnieuw openen zonder de hoofdschakelaar te bedienen of• de waterkraan geopend laten en het toestel door een tweede keer indrukken van de hoofdschakelaar (5) uit- en opnieuw inschakelen.Sluit de verbrandingsgassensor niet binnen de genoem-de tijd:• Neem contact op met de servicedienst.• Neem het toestel buiten bedrijf.5 Installatie

14 Installatiehandleiding atmoMAG6 InbedrijfnameDe eerste inbedrijfname en de bediening van het toestel alsook het instrueren van de gebruiker moet door een gekwalificeerde installateur uitgevoerd worden.Bij de eerste inbedrijfname moet u de gasinstelling con-troleren en de batterijen (enkel type XI) plaatsen.De verdere inbedrijfname/bediening vindt u zoals in de gebruiksaanwijzing in de paragraaf 4.3 beschreven.6.1 Gasinstelling controleren• Vergelijk hiervoor de tabellen in het hoofdstuk 6.2 Gasinsteltabellen.6.1.1 Gasinstelling met gastoevoer vergelijken• Vergelijk de gegevens over de toesteluitvoering (cate-gorie en ingestelde gassoort) op het typeplaatje met de plaatselijk voorhanden gassoort.

Informatie krijgt u bij de plaatselijke gasmaatschappij.Geen overeenstemming:• Stel het toestel op de voorhanden gassoort om (zie hoofdstuk 6.6 Aanpassing aan andere gassoort).6.1.2 Gasvoordruk controlerenDe gasvoordruk kunt u met een vloeistofdrukmeettoetsel (resolutie minstens 0,1 mbar) meten. Ga hierbij als volgt te werk:• Sluit de gasafsluitkraan.21Afb. 6.1 Meetnippel gasvoordruk type XI21Afb. 6.2 Meetnippel gasvoordruk type GX• Schroef de afdichtingsschroef van de voordrukmeet-nippel opnieuw ( ) uit.1• Sluit een U-buis-manometer aan.• Sluit de gasafsluitkraan.• Neem het toestel conform de gegevens in de gebruiks-aanwijzing in gebruik en tap warm water.• Meet de voordruk (gasstroomdruk).Gasfamilie Toegestaan gasvoordrukbereik in mbarAardgas 2LG 25 20 – 30Vloeibaar gas 3B/PG 30/31 25 – 35Tab.

6.1 Gasvoordrukbereik Attentie!Bij te hoge voordrukwaarden mag u het toestel niet in gebruik nemen. Neem contact op met de gasmaatschappij als u de oorzaak voor deze fout niet kunt verhelpen.• Neem het toestel buiten bedrijf.• Sluit de gasafsluitkraan.• Sluit een U-buis-manometer aan.• Schroef de afdichtingsschroef van de voordrukmeet-nippel opnieuw in.• Sluit de gasafsluitkraan.• Controleer de meetnippel op dichtheid.6 Inbedrijfname

15Installatiehandleiding atmoMAG6.1.3 Warmtebelasting controlerenU kunt de warmtebelasting op twee manieren controle-ren:– Aflezen van de gasdoorstromingswaarde aan de teller (volumetrische methode)– Controleren van de branderdruk (branderdrukmetho-de)Volumetrische methodeEr moet voor gezorgd zijn dat tijdens de controle geen extra gassen (b.v. mengsels van vloeibaar gas en lucht) voor het voldoen aan de piekbehoefte toegevoerd wor-den. Win hierover informatie in bij de bevoegde gas-maatschappij.Zorg ervoor dat er geen bijkomende toestellen tijdens de controle gebruikt worden.19Afb.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Vaillant MAG 11 GX stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden