Truma Frostair 1700 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Truma Frostair 1700 (50 pagina’s), behorend tot de categorie Klimaatbeheersing. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Truma Frostair 1700 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Truma |
| Categorie: | Klimaatbeheersing |
| Model: | Frostair 1700 |
Handleiding Truma Frostair 1700 – volledige tekst
TIMCR febgadcjhkg=ON/OFFAan-/Uit-schakelaar IngebruiknameVóór het inschakelen in iedergeval erop letten dat de be-veiliging van de stroomvoor-ziening van het kampeerter-rein voor 700 W (230 V) vol-doende is (ten minste 3 A). Om oververhitting vande voedingskabel voorde caravan (minimum door-snede 3 x 2,5 mm2) te vermij-den, moet de kabelhaspel he-lemaal afgerold worden. Om de afzonderlijke schake-lorders te kunnen uitvoeren,moet de afstandsbedieningsteeds op de infrarood-ont-vanger worden gericht. 1. Met toets „g“ op de af-standsbediening de Frostairinschakelen. Automatischwordt de voor het laatst opde afstandsbediening inge-stelde gebruiksmodus geko-zen. 2. Het gewenste bedrijfssoortmet toets „a“ instellen. FAN: Alleen ventilatie (zonder koeling). COMFORT: Koeling. Het vermogen van de ventila-tor en de ruimtetemperatuurkunnen individueel wordeningesteld.
Het groene contro-lelampje in de ontvanger sig-naleert het functioneren vande compressor en zodoendehet koelbedrijf. 3. Desgewenst met de toet-sen „b“ en „c“ het gewensteventilatorvermogen en deruimtetemperatuur instellen. De pijl (h) geeft de gekozeninstelmodus weer.
Is bij koelen de op de af-standsbediening ingesteldetemperatuur in het vertrekbereikt, dan schakelt de com-pressor uit en de groene con-trolelamp in de ontvangerdooft. De circulatieluchtventi-lator loopt voor ventilatie ver-der. Wordt de temperatuur inhet vertrek overschreden, danschakelt het toestel automa-tisch weer naar de koelmo-dus. UitschakelenOm uit te kunnen schakelende toets „g“ op de afstands-bediening opnieuw indruk-ken. Ter bevestiging van hetsignaal dooft het groene con-trolelampje. Wordt de Frostair bin-nen ca. 3 minuten weeringeschakeld, dan knippertde groene controlelamp. Al-leen de ventilator loopt, decompressor schakelt pas nageruime tijd in. Gedurende het koelbe-drijf ontstaat condens-water aan de verdamper. Ommogelijke kiemvorming tegente gaan, moet u het apparaati. v. m. het drogen van de ver-damper nog ca. 5 - 10 minu-ten op de standen „FAN“ en„HIGH“ laten draaien.
TimerMet de geïntegreerde scha-kelklok kan het aircotoestelvan de aktuele tijd tot en met15 uren vooraf automatischworden in- of uitgeschakeld. Een voorprogrammering vooreen bepaalde tijd is niet mo-gelijk. Om te kunnen programme-ren moet het toestel eerstmet toets „g” op de af-standsbediening worden in-geschakeld. Dan met det toetsen „a”,„b” en „c” het gewenste be-drijfssoort en de ruimtetem-peratuur instellen. Vervolgens met toets „e” (TIMER)de gewenste funktie(k) selecteren:ON voor het inschakelen, OFF voor het uitschakelen. De pijl (j) knippert en geeft deinstelmodus weer, vervolgensmet de toetsen SET (c) de ge-wenste schakeltijd kiezen(1 t/m 15 uren). Werd ON (inschakelen) geko-zen, moet het instelprocesvan het toestel op de af-standsbediening weer wor-den uitgeschakeld. Het gelecontrolelampje in het ont-vangstdeel knippert en be-dient de programmering.
Werd OFF (uitschakelen) ge-kozen, knippert het gele con-trolelampje in het ontvangst-deel en bevestigt de pro-grammering. Vervolgens hettoestel met de afstandsbedie-ning niet uitschakelen.
Om de batterijen in deafstandsbediening tesparen, kan (na de OFF-pro-grammering) de zender metde hand worden afgedekt endan de afstandsbedieningworden uitgeschakeld. Zowordt geen signaal naar hettoestel gezonden en de pro-grammering blijft bewaard. Nood Aan/UitOp het ontvangstdeel bevindtzich een extra toetsschake-laar (m) waarmee het toestel(b. v. met een balpen) ookzonder afstandsbediening uit-of ingeschakeld kan worden. Wordt het toestel via dezetastschakelaar ingeschakeld,wordt automatisch het hetlaatst op de afstandsbedie-ning ingesteld bedrijfssoortgekozen. Belangrijke bedienings-opmerkingenReparaties mogen enkel door de vakmanworden uitgevoerd. 1. Om transportbeschadigin-gen te voorkomen, mag hettoestel enkel na ruggespraakmet de Truma-service (ziebladzijde 44) worden verzon-den. 2. Vóór het openen van debehuizing moet de spanningalpolig worden vrijgeschakeld. 3.
De toestelzekering 230 V,3,15 A (traag, IEC 127) is opde elektronische regeleen-heid in het toestel en mag en-kel door een bouwgelijke ze-kering worden vervangen. Toestelzekeringen en aanslui-tingsleidingen mogen enkelvan een vakman worden ver-vangen. 4. Ledere wijziging van hettoestel of de toepassing vanreserveonderdelen alsookvoor de werking belangrijketoebehoren, die geen orig-neel Truma-onderdelen zijn,alsook veronachtzaming vande inbouw- en gebruiksin-strukties leidt tot verval vande garantie alsook tot wegvalvan aansprakelijkheidsclaims. 5. Het koelcircuit bevat hetkoelmiddel R 407C en magenkel van de vakman wordengeopend. 6. De uittreding voor de kou-de lucht alsook de aanzuigingvan de circulatielucht mogenin geen geval worden belem-merd. Let u alstublieft hierop,Frostairm.
24om een foutloze werking vanuw toestel te garanderen. 7. De openingen onder devoertuigbodem moeten vanvuil en sneeuwblubber wor-den vrijgehouden. Ze mogenniet in het spatbereik van dewielen liggen, eventueelspuitbeveiliging aanbrengen. 8. Wordt de voertuigbodemvan tectyl voorzien, moetenalle onder de wagen voorhan-den openingen worden afge-dekt, opdat de spuitnevel dieontstaat niet in het toestel ge-raakt en tot storingen van dewerking leidt. Na beëindigingvan de werkzaamheden deafdekkingen weer verwijde-ren. 9. Om beschadigingen aande compressor te voorko-men, mogen bij werking vanhet toestel gedurende de rit(b. v. met generator of span-ningsomvormer) geen stijgin-gen of dalingen van meerdan 8% worden bereden. 10. Geen langer koelbedrijf inschuine ligging uitvoeren,omdat eventueel het ontstanecondenswater niet kan aflopenen in het meest ongunstigegeval in het voertuig geraakt.
OnderhoudAan de voorkant van de toe-stellen is een pluizenfiltervoor de aanzuiging van decirculatielucht (bladzijde C,afb. B, pos. 24). Deze moet inregelmatige afstanden, tenminste echter 2 x in het jaar,worden gereinigd en zo no-dig worden vervangen. Het toestel mag nooitzonder pluizenfilterworden geëxploiteerd. Zon-der filter kan de verdampervervuilen. Dit kan weer hetvermogen van het toestel ver-minderen. Onder de voertuigbodem isde afloop voor het condens-water (bladzijde C, afb. B,pos. 11). Opdat het condens-water vrij kan aflopen, dientregelmatig te worden gecon-troleerd of de afloopslang vrijvan vuil, gebladerte of derge-lijke is. Wordt hiermeegeen rekening gehouden,kan condenswater in hetvoertuig geraken. Zoeken naar storingenBij een storing neemt u alstu-blieft principieel contact opmet de Truma-service (ziebladzijde 44).
3. Is de pluisfilter op het toe-stel (bladzijde C, afb. B,pos. 24) of de luchtaanzui-ging naar de stuwkast (pos. 1), waarin het toestel ingebouwd is, vrij. 4. Is de opening voor de ver-zorgingslucht in de voertuig-bodem of in de zijwand vanhet voertuig vrij van vuil, ge-bladerte of dergelijke. Vervangen van de accu´s in de afstandsbedieningMaakt u alstublieft uitsluitendgebruik van uitloopveilige mi-crobatterijen, model LR 3,AM4, AAA, MN 2400 (1,5 V). Op de achterkant van de afstandsbediening is het accuvak. Let u bij het inzetten vannieuwe batterijen plus/min. Lege, verbruikte batte-rijen kunnen weglopenen de afstandsbediening be-schadigen. Verwijdert u debatterijen als de afstandsbe-diening over een langere pe-riode niet werd gebruikt. Geen garantieclaim voorbeschadigingen door leeg-gelopen batterijen.
Vóór het tot schroot verwer-ken van een defecte af-standsbediening in ieder ge-val de batterijen verwijderenen correct ontdoen. OPENOPENToebehorenDesgewenst levert Truma eenpartikelfilter ter reiniging vande ruimtelucht. Inbouwset partikelfilter compleet met houdersframe(art. -nr. 40040-23600). Reserve-partikelfilter (art. -nr. 40040-23100). Indien vóór het airco-toestel een bevesti-gingshoek (1) is gemonteerd,moet ter montage van de in-bouwset het aircotoestel ge-deeltelijk worden gedemon-teerd en de hoek om ca. 6 mm worden verplaatst. FilterwisselOude vervuilde filter naar bo-ven verwijderen. Nieuwe filtervan boven in de geleidings-rails plaatsen en vast naar be-neden schuiven. Geluiddemper voor montagein de koude-luchtbuis, voorextra geluiddemping binnenhet woonvertrek (art. -nr. 40040-60100). Uitblaaskanaal voor extra ge-luidsreducering buiten hetwoonvertrek.
Montage onder het voertuig(art. -nr. 40040-32500). 1Frostair 1700Instructies m. b. t. het gebruik van airconditioningen- De Truma-Frostair 1700 isvoor een minimale stroomop-name gedacht. Controleert uvóór ingebruikname echter ofhet kampeerterrein voldoen-de beveiligd is (ten minste3 A).
- Zet u uw voertuig naar mo-gelijk in de schaduw neer. - Het verduisteren met zon-neweringen en/of een afdakreduceert de warmtetoevoer. - Reinigt u uw dak regelma-tig (vervuilde daken verwar-men zich sterker). - Lucht u uw toestel zorgvul-dig vóór het bedrijf van hettoestel om de opgestuwdewarme lucht uit het voertuigte brengen. - Let u bij bevestigen vanschorten of dergelijke op vol-doende openingen ter afvoervan de verzorgingslucht. Deopening voor de warme ver-bruikte lucht dient niet op deingangszijde te liggen. - Om een gezond binnenkli-maat te verkrijgen, dient hetverschil tussen binnen- enbuitentemperatuur niet tegroot te worden gekozen. Ge-durende de werking wordt decirculerende lucht gereinigden gedroogd. Door de dro-ging van de zwoel-vochtigelucht wordt ook bij kleinetemperatuurverschillen eenaangenaam ruimteklimaat totstand gebracht.
260 m3/hKoelmiddel: R 407CKoelmiddel-inhoud:zie fabrieksplaatje op het toestelCompressorolie:Diamond MA32, 300 cm3Geluid: Afhankelijk van inbouwstandMaximale helling van hetvoertuig gedurende hetbedrijf: 5° / 8%Toepassingsgrenzen: + 16°C tot + 40°C- Onder +16°C voorkomt eenruimteluchtsensor het be-drijf van de compressor. - Een bevriezingssensor voor-komt ongeoorloofde ijsvor-ming aan de verdamper. - Een temperatuurschakelaarvoorkomt te hoge stroomen te hoge temperaturenaan de compressor. EEG-typegoedkeuring:e1 022801Technische wijzigingen voorbehouden. service in andere landen val-len niet onder de garantie. Bijkomende kosten voor extrain- en uitbouwwerkzaamhe-den aan het toestel (bijv. de-montage van meubel- of car-rosserie-onderdelen) vallenniet onder de garantie. 3. Indienen van garantieclaimHet adres van de fabrikantluidt: Truma GerätetechnikGmbH & Co.
Verdermoet de correct ingevuldegarantie-oorkonde overge-legd worden of het fabricage-nummer van het toestel als-mede de datum van aankoopaangegeven worden. Om beschadigingen geduren-de het transport te voorko-men, mag het toestel enkelna ruggespraak met de Truma-service-centrale Duits-land of met de desbetreffen-de servicepartner in het bui-tenland worden verstuurd. Anders draagt het risico vooreventuele transportbescha-digigen degene die het toe-stel verzend. De inzending dient normalitermet de bij Truma verkrijgbarespeciale verzendingsdoos uitkarton per expeditie-vracht tegeschieden. Als op garantieaanspraak kan worden ge-maakt, neemt de fabrikant dekosten voor de verzendingnaar en van de fabriek voorzijn rekening. Als niet op ga-rantie aanspraak kan wordengemaakt, informeert de fabri-kant de klant hierover engeeft aan welke kosten nietvoor rekening van de fabri-kant zijn.
Bovendien zijn in ditgeval de verzendkosten voorrekening van de klant. Garantieverklaring van de fabrikant Truma1. Gevallen waarin op garantie aanspraak kanworden gemaaktDe fabrikant biedt garantievoor defecten aan het toesteldie worden veroorzaakt doormateriaal- of fabricagefouten. Daarnaast blijven ook de bijde wet bepaalde voorwaar-den voor aanspraak op garan-tie van kracht. Er kan geen aanspraak op degarantie worden gemaakt: - Voor aan slijtage onderhevi-ge onderdelen en natuurlij-ke slijtage,- Indien in de apparaten nie-toriginele onderdelen vanTruma worden gebruikt,- Indien de inbouw- en ge-bruiksaanwijzingen van Truma niet werden aange-houden,- Als gevolg van ondeskun-dig gebruik,- Als gevolg van een ondes-kundige, niet door Trumageleverde transportverpak-king. 2.
Indien de fabrikant ditonder garantie verhelpt, be-gint de garantietermijn voorhet gerepareerde of vervan-gen onderdeel niet opnieuw,maar valt het verder onder deoude garantietermijn. Andereaanspraken, met name ver-vanging bij schade voor dekoper of derden is uitgeslo-ten. De voorschriften van dewet op produkt-aansprakelij-heid blijven onverminderdgelden. De kosten voor het beroepdat op de eigen service-afde-ling van Truma wordt gedaanom een defect te herstellendat onder de garantie valt,met name transport-, ver-plaatsings-, arbeids- en mate-riaalkosten, worden door defabrikant gedragen, als deservice-afdeling in Duitslandwordt ingezet. Werkzaamhe-den van de afdeling klanten-.
26InbouwinstruktiesKlapt u alstublieft de bladzijde met afbeeldingen open. Inbouw en reparatie vanhet toestel mag enkel doorde vakman worden uitge-voerd. Vóór begin van dewerkzaamheden de inbouw-instrukties zorgvuldig lezenen opvolgen. Afb. A toont de minimum inbouwafmetingen voor stan-daardinbouw. De maat „B - 50 mm“ is de minimaleafstand voor een voldoendecirculatieluchtaanzuiging. Bij gebruik van de deeltjesfil-ter (voor uitbreiding achteraf)bedraagt de minimale afstand85 mm. Afb. B toont de montagemet standaard voedingslucht-toevoer (LE). Afb. C, D + E tonen de alter-natieve voedingslucht-toe-voer (LE). ToepassingsgebiedDit toestel werd voor de in-bouw in de binnenruimte vanwoonwagens en caravans ge-construeerd. Andere toepass-ingen zijn enkel na rugge-spraak met Truma mogelijk.
Selektie van de stelplaatsHet toestel dient principieelzo te worden ingebouwd dathet voor servicewerkzaamhe-den steeds goed toegankelijkis en gemakkelijk kan wordenin- en uitgebouwd. Om een gelijkmatigekoeling van het voer-tuig te bereiken, moet het air-cotoestel mogelijk centraalin een stuwkast of dergelijkezo worden gemonteerd, datde luchtverdelingsbuizen opverborgen plek, (b. v.
in deklerenkast) naar boven kun-nen worden verlegd. Het aircotoestel wordt op de(voet-)bodem gemonteerd. De ruimtelucht die gekoelddient te worden, wordt viaeen extra luchtrooster in destuwkastwand (1 – specialetoebehoren art. -nr. 40040-29200) of via andere openin-gen met een totale vlakte vanmin. 300 cm2van het toesteldirekt aangezogen. De circulerende luchtwordt tijdens de wer-king van het apparaat gerei-nigd en gedroogd. Daarommoet bij montage in de bui-tenste stuwruimten (bijv. dub-bele bodem) door passendemaatregelen worden gega-randeerd dat de te koelenlucht uit het interieur van hetvoertuig wordt gezogen. Deaanzuiging van buitenluchtkan de werking van de air-conditioning uitermate nade-lig beïnvloeden. 1. Ingesloten inbouwpatroonin de voor de inbouw ge-dachte stuwkast plaatsen ende plaatsverhoudingen voorde bodemopeningen controle-ren.
De openingen in devoertuigbodem moe-ten vrij toegankelijk zijn enmogen niet door erachter lig-gende framedelen of dergelij-ke worden verdekt. 2. Na de controle van deplaatsverhoudingen het in-bouwpatroon in de juistestand brengen, met plakbandfixeren en de bodem- of zij-wandopening „LE“ voor devoedingsluchttoevoer over-eenkomstig met de plaatsver-houdingen kenmerken. Standaard voedingsluchttoevoerNormaliter vindt de toevoervan de voedingslucht (afb. B – LE) door de voer-tuigbodem plaats. Bij caravans dient het toestelechter zo te worden ge-plaatst, dat de voertuigframetussen de aanzuigopening enopening voor verbruikte luchtligt. Alternatieve voedingsluchttoevoerIndien het bodemfragment(LE) op een belemmering(b. v. chassis) stuit, kan als al-ternatief de voedingslucht ofvia een aanzuigkanaal (afb. C– speciale toebehoren art. -nr. 40040-24700) of met eenmax.
De alternatieve voedings-luchttoevoer kan naar keuzerechts, links of op de achter-kant van het toestel wordenaangesloten. De voedingslucht-afgang(LA) vindt steeds door devoertuigbodem plaats. Montage van de alternatieve voedingsluchtAanzuigkanaal1. Het bij de aanzuigkanaal(afb. C: 2) ingesloten inbouw-patroon zo aan de van tevo-ren gekozen zijde van de toe-stelsjabloon plaatsen dat depijlen naar elkaar wijzen. 2. De opening in de bodem(volgens inbouwsjabloon) uit-zagen en vervolgens de snij-vlakken bij de openingen inde voertuigbodem voorzienvan tectyl. Vóór het boren steeds operachter liggende resp. verdekt verlegde kabels,gasleidingen, chassisdelenof dergelijke letten. 3. De deksel van het toestel(3 – achterin of zijwaarts) los-schroeven en de aanzuigka-naal (2) met de voorhandenschroeven aan het toestel be-vestigen.
De aanzuigkanaal (2)mag niet aanvullendaan de voertuigbodem wor-den vastgeschroefd omdatmotorgeluiden ongunstignaar het voertuig kunnenworden overgebracht. Flexibel voedingsluchttoevoerOm te voorkomen datwater in het apparaatdringt, met name bij het was-sen van het voertuig, moetde toevoerbuis aflopend vanhet apparaat naar de zijwandvan het voertuig worden ge-legd. 1. Indien noodzakelijk het air-cotoestel provisorisch in deinbouwruimte zetten en deopeningen in de voertuigzij-wand en in de voertuigbo-dem kenmerken. 2. Het aircotoestel weer eruitnemen en de openingØ 162 mm uitzagen. Vervol-gens de snijvlakken bij deopeningen in de voertuigbo-dem verzegelen met tectyl. Vóór het boren steeds operachter liggende resp. verdekt verlegde kabels,gasleidingen, chassisdelenof dergelijke letten. 3.
De deksel van het toestel(3 – achterin of zijwaarts) los-schroeven en de aanzuigflens(4) met de voorhanden schroe-ven aan het toestel bevestigen. 4. De luchtaanzuigslang (5 –max. lengte 1 m) aan één vande zijden met duurzaam elas-tisch carrosserie-afdichtmid-del (geen silicone. ) besmerenen in de flens aan het buiten-rooster (6) indraaien.
Beidesamen van buiten door deopening voeren en vast in hettoestel indraaien (desgewenstkan de slang worden gekort)tot het buitenrooster (6) af-sluitend tot de buitenwandstaat. 5. Het buitenrooster (6) even-eens met een duurzaam elas-tisch carrosserie-afdichtmid-del (geen silicone. ) besmerenen met 4 schroeven (7) be-vestigen. Inbouw van het aircotoestel1. Na keuze van de voedings-luchttoevoer de bevestigings-punten voor de hoeksteunen(HW) en de zijdelingse beves-tigingshoeken (9) voor despanbanden (8) kenmerken. De hoeksteun (HW)moet in rijrichting ge-zien vóór het aircotoestelworden bevestigd, om een.
27onopzettelijk verschuiven bijkrachtige bewegingen (b. v. bijsterk remmen) te voorkomen. Wordt de voedings-lucht door een zijde-lingse opening naar het toe-stel geleid, moet het achterstespanband centrisch wordengerangschikt (zie afb. C + D). 2. De bodemopening „KO“voor de condenswaterafvoeren „LA“ voor de voedings-luchtafvoer kenmerken. Vóór het boren steeds operachter liggende resp. verdekt verlegde kabels,gasleidingen, chassisdelenof dergelijke letten. 3. Het inbouwpatroon eruitnemen en de openingen bo-ren resp. uitsnijden. Vervol-gens de snijvlakken bij deopeningen in de voertuigbo-dem verzegelen met tectyl. 4. De hoeksteun (HW) met3 schroeven bevestigen. Despanbanden (8) zoals afge-beeld plaatsen en met de4 meegeleverde bevesti-gingshoeken (9) met telkens2 schroeven van de voertuig-bodem bevestigen. 5.
Ingesloten veiligheidsroos-ter (10) met geschikteschroeven of klemmen (niettot de levering behorend) vanbeneden aan de voertuigbo-dem bevestigen. Bij de montage van hettoestel in ieder geval eropletten dat de condenswa-terafvoerpijp niet gekniktwordt. Dit leidt tot lekka-ges en het condenswaterkan in het voertuig gera-ken. 6. De meegeleverde con-denswaterslang (11) op demetalen buis aan de onder-kant van het toestel schuivenen het aircotoestel zo in deinbouwruimte zetten dat deopeningen in de toestelbo-dem precies over de openin-gen in de voertuigbodem lig-gen. Om een foutloze luchtcir-culatie te waarborgen,moeten de openingen inde toestelbodem en in devoertuigbodem preciesover elkaar liggen. Wordthiermee geen rekening ge-houden, is een foutlozewerking van het toestelniet gewaarborgd. 7. Het aircotoestel met despanbanden bevestigen.
Even-tueel is een verlengsnoer van3 m leverbaar (art. -nr. 40040-34800). Indien de ontvangerniet kan worden inge-bouwd, is bij Truma op aan-vraag een opbouwframe alsaccessoire verkrijgbaar (15 -art. -nr. 40000-52600). Afb. F: Gat Ø 55 mm boren. De kabel naar achter door-voeren en de ontvanger met4 schroeven (16) bevestigen. Daarna het afdekframe (17)aanbrengen, de kabel naar deairconditioning doortrekkenen aan de achterzijde in hetapparaat steken. Als afsluiting van de afdekraampjes levert Truma als speciaal toebeho-ren zijdelen (18) in 8 verschil-lende kleuren. (Vraag uw speciaalzaak. )Elektrische aansluiting 230 VDe elektrische aanslui-ting mag enkel dooreen vakman (in Duitsland b. v. volgens VDE 0100, deel 721)worden uitgevoerd.
De hierafgedrukte opmerkingen zijngeen verzoek aan de leek deelektrische aansluting totstand te brengen, maar die-nen de door u gemachtigdevakman als extra informaties. De verbinding naar het netdoor de 150 cm lange aansluit-kabel aan een in het voertuigmet ten minste 10 A beveiligdeleiding tot stand brengen. In ieder geval op de zorgvul-dige aansluiting met de juistekabelkleuren letten. Alle kabels moeten met borg-klemmen worden beveiligd. Vóór onderhouds- resp. repa-ratiewerkzaamheden dientvoertuigzijdig een scheidings-voorziening ter scheiding vanalle polen van het net met tenminste 3 mm contactafstandvoorhanden te zijn. Verdeling van dekoude lucht en circulatieterugvoerVerdeling van de koude luchtDe koelluchtopeningen ophet apparaat (19, 20 + 21)zijn bestemd voor de koelbuisKR 65 Ø 65 mm. De buizenmoeten met klemmen (23 –speciale toebehoren art. -nr.
39050-71800) aan het toestelworden bevestigd. Er moet aan alle drie aanslui-tingen voor koude lucht debuis KR 65 Ø 65 mm met tenminste één uitlaat wordenaangesloten. De luchtbuizen (22) over dekoudeluchtaansluitingsstukkenvan het toestel schuiven, metklemmen (23 – specialetoebehoren art. -nr.
39050-71800) bevestigen en stijgendvanuit het toestel naar de lucht-uittredingssproeiers verleggen. Belangrijke opmerkingen:De koudelucht-verdelingwordt voor ieder voertuigmo-del individueel in het blokken-doosmodel berekend. Hier-voor staat een veelomvattendtoebehoren-programma terbeschikking (zie folder). Om een optimaal koelvermo-gen te behalen, adviseren wij:1. De luchtuittredingssproei-ers in het bovenste bereikvan het voertuig te monteren(zie inbouwvoorbeeld bladzij-de B). 2. In totaal maximaal 15 mluchtbuis voor de verdelingvan de koellucht gebruiken. 3. De langste luchtbuis (max. 8 m) met aansluiting (19) ver-binden omdat deze de hoog-ste luchtdoorlaat biedt. 4. De luchtbuizen zo kort alsmogelijk en zo rechtlijnig alsmogelijk naar de luchtuittre-dingssproeiers verleggen. 5. Ter voorkoming van con-denswater de koude-lucht-buizen niet in de buurt vanwarmtebronnen (b. v.
voe-dingsapparaten of achter dekoelkast) te leggen. Terugvoer van circulatieluchtDe circulatielucht wordt vanhet toestel weer aangezogen– of door een extra luchtroos-ter, (1 – speciale toebehorenart. -nr. 40040-29200) b. v. inde stuwkastwand of viameerdere kleinere openingenmet een totale oppervlaktevan ten minste 300 cm2. Belangrijke opmerking:Voor een foutloze luchtuitwis-seling moet de ventilatie vande voertuigbinnenruimte naarde inbouwruimte in rechtst-reekse nabijheid van het toe-stel worden aangebracht. Eventueel moeten afdekkin-gen worden aangebracht, zo-dat de terugvoer van de circu-latielucht niet door opgebor-gen voorwerpen kan wordenbelemmerd. Voor inbouw in een vanhet interieur afgeslotenruimte (b. v. tussenvloer ofopbergruimte achter) levertTruma als speciaal toebeho-ren een flexibele binnenlucht-aanzuiging (art. -nr. 40040-59000).
Controle van dewerking/Houder voor de afstandsbedieningDe houder voor de afstandsbe-diening dient naar mogelijkheidin de buurt van het ontvangst-deel (14) te worden geplaatstom de werking van het airco-toestel mogelijk te makenzonder de afstandsbedieninguit de houder te nemen. Afsluitend moeten volgensde gebruiksaanwijzing allefunkties van het toestel wor-den gecontroleerd. De gebruiksaanwijzing metuitgevulde garantiekaart dientaan de bezitter van het voertuig te worden overhandigd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Truma Frostair 1700 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Klimaatbeheersing Truma
Handleiding Klimaatbeheersing
Nieuwste handleidingen voor Klimaatbeheersing